CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadvoorstel APV-wijzigingen exploitatievergunningstelsel

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente UrkBij agendapunt: Wijziging APV exploitatie vergunningsstelsel1.855 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum raadsvergadering

Datum

28 maart 2024

18 januari 2024

Zaaknummer

Portefeuillehouder

018454901

Joh. C. Westmaas

Onderwerp

APV-wijzigingen ten behoeve van een exploitatievergunningstelsel Aan de leden van de raad, Voorgesteld besluit

De Raad besluit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Urk te wijzigen. Artikel 2.27 komt als volgt te luiden:

Artikel 2.27 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, waterpijpcafé, buurthuis, clubhuis. ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. c. (jeugd)honk: een pand of gedeelte van een pand, niet zijnde een woning, of een aanhorigheid bij een woning, waar buiten het reguliere gebruik volgens de bestemming, groepen personen samenkomen, waarbij een belangrijk onderdeel is het met elkaar nuttigen van dranken en spijzen. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een terras. Artikel 2.28 komt als volgt te luiden:

Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting of (jeugd)honk te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting of het (jeugd)honk in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,

exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of, voor zover het een (jeugd)honk betreft, in strijd is met de voorwaarden genoemd in het beleid voor groepsbijeenkomsten. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van het (jeugd)honk of de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting waar in beginsel geen openbare orde problematiek en of overlast wordt veroorzaakt en die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Lid 5 en lid 6 van artikel 2.28 (oud) komen te vervallen: 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a.

zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. Artikel 2.28 lid 7 (oud) is verplaatst naar lid 5 (nieuw). De voorgestelde bepalingen treden in werking op 1 augustus 2024. Zij worden op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De oude bepalingen vervallen daarmee.

Inleiding

Op Urk komen in het weekend groepen mensen structureel samen in bedrijfspanden (de zogenaamde boxen of honken) op de industrieterreinen Lemster-, Kamper- en Zwolsehoek. Meestal bestaan die groepen uit jongvolwassenen met als doel elkaar te ontmoeten. Er is echter een diversiteit aan groepen die gebruik maakt van de boxen. In al deze gevallen wordt er samengekomen buiten het reguliere gebruik van de bedrijfspanden. Het college en de gemeenteraad heeft in 2023 besloten van een gedoogbeleid over te stappen op een legalisatie middels exploitatievergunningstelsel onder strikte voorwaarden. Daarbij is een aantal afgesproken van 30 vergunde locaties. Ook is een pilot afgesproken voor de duur van twee jaar, waarna het beleid geëvalueerd en mogelijk bijgesteld of herzien zal worden.

Voor verdere toelichting en argumentatie zie het collegebesluit van 16 mei 2023, het raadsbesluit van 10 juli 2023 (zaaknummer 018445421) en de daarbij gevoegd beleidsnotitie. Verder is een exploitatievergunningstelsel gewenst voor andere inrichtingen zoals horecabedrijven, om zo met name overlast tegen te gaan. Met de voorgestelde APV-wijziging wordt voorzien in deze behoeften. Voor een verdere uitwerking van het beleid groepsbijeenkomsten industrieterreinen waaronder (jeugd)honken, zie de bijgevoegde beleidsnotitie. Daarin zijn beschreven de voorwaarden bij de vergunningverlening, uitzonderingen, vergunningprocedure, uitvoering en handhaving.

Beoogd resultaat / effect

Met de voorgestelde APV-wijziging wordt een doelmatig exploitatievergunningstelsel gerealiseerd, zowel voor (jeugd)honken als voor horecabedrijven.

Argumenten

1.1 Met de voorgestelde APV-wijziging komt de aard van een (jeugd)honk het best tot uitdrukking Een (jeugd)honk is volgens de voorgestelde bepalingen geen openbare inrichting, maar kent een eigen definitie. Met die eigen definitie is helder wat er mee bedoeld wordt en valt zij onder het vergunningstelsel. Daardoor wordt enerzijds gerealiseerd dat een (jeugd)honk niet vergeleken kan worden met een horeca-inrichting en andere openbare inrichtingen. Er ontstaat dus ook geen discussie over het vereiste van een alcoholvergunning. Tegelijkertijd voldoet een (jeugd)honk wel aan die elementen waarvoor een exploitatievergunning passend is. 1.2 Met de voorgestelde APV-wijziging kan overlast vanuit horecabedrijven beter worden tegengegaan Met het wegvallen van artikel 2.28 lid 5 en lid 6 (oud) voldoen alle horecabedrijven aan de eisen voor een exploitatievergunning. De toepassing van lid 5 en lid 6 (oud) is te complex en tijdrovend en maken het exploitatievergunningstelsel voor horecabedrijven onnodig complex. De meeste gemeenten kennen deze bepalingen niet (meer). Met de nieuwe bepalingen kunnen alle horecabedrijven te allen tijde worden gehouden aan de vereisten vanuit een exploitatievergunning. En kan overlast dus effectiever worden tegengegaan.

1.3 Met de voorgestelde APV-wijziging blijven voor horecabedrijven hooguit twee vergunningen gelden en geldt er geen lastenvermeerdering Indien er een exploitatievergunningstelsel is, zijn op de exploitatievergunning ook het terras en bijbehorende voorwaarden benoemd. Met een exploitatievergunning kan dus zowel eventuele overlast als het terras gereguleerd worden. Met het verplicht stellen van een exploitatievergunning voor alle horecabedrijven is met invoering van het nieuwe terrassenbeleid dus geen aparte terrasvergunning vereist. Voor het horecabedrijf geldt naast de exploitatievergunning eventueel een alcoholvergunning.

Argumenten

1.1 Deze wijziging zal de nodige impact hebben. (Jeugd)honken en horecabedrijven krijgen te maken met een nieuwe vergunningplicht. Dat kan in het begin onwennig zijn. Hieraan zal in de communicatie aandacht aan worden gegeven. Ook zal begeleiding tijdens het aanvraagproces worden aangeboden. Evaluatie

Krap twee jaar na invoering van het exploitatievergunningstelsel voor (jeugd)honken wordt een evaluatie uitgevoerd naar de effectiviteit van het beleid groepsbijeenkomsten. De regelgeving omtrent exploitatievergunning zal daarin worden meegenomen. In het kader van Veilig Uitgaan vindt ieder jaar een tussentijdse evaluatie plaats. Daarin wordt meegenomen de effectiviteit van exploitatievergunningen voor horecabedrijven.

Kosten, baten, dekking

Voor uitvoering van het beleid groepsbijeenkomsten zijn reeds extra mensen en middelen gereserveerd voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zie het raadsbesluit van 10 juli 2023 (met zaaknummer 018445421).

Bijlagen

1. Uitwerking van het nieuwe beleid groepsbijeenkomsten, 18 januari 2024

Burgemeester en Wethouders van Urk, Joh. C. Westmaas, burgemeester C.J.M. Swart, gemeentesecretaris

Raadsbesluit Zaaknummer

018454901 De raad van de gemeente Urk, op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk d.d. 23 januari 2024 gezien het advies van Commissie I d.d. 6 maart 2024 besluit: De Raad besluit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) gemeente Urk als volgt te wijzigen. Artikel 2.27 komt als volgt te luiden:

Artikel 2.27 Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: i. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, waterpijpcafé, buurthuis, clubhuis. ii. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. c. (jeugd)honk: een pand of gedeelte van een pand, niet zijnde een woning, of een aanhorigheid bij een woning, waar buiten het reguliere gebruik volgens de bestemming, groepen personen samenkomen, waarbij een belangrijk onderdeel is het met elkaar nuttigen van dranken en spijzen. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een terras. Artikel 2.28 komt als volgt te luiden:

Artikel 2.28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting of (jeugd)honk te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting of het (jeugd)honk in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,

exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of, voor zover het een (jeugd)honk betreft, in strijd is met de voorwaarden genoemd in het beleid voor groepsbijeenkomsten. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van het (jeugd)honk of de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting waar in beginsel geen openbare orde problematiek en of overlast wordt veroorzaakt en die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Lid 5 en lid 6 van artikel 2.28 (oud) zijn komen te vervallen: 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a.

zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a. Artikel 2.28 lid 7 (oud) is verplaatst naar lid 5 (nieuw). De voorgestelde bepalingen treden in werking op 1 augustus 2024. Zij worden op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. De oude bepalingen vervallen daarmee.

Urk, 28 maart 2024, De raad van de gemeente Urk, de griffier,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=a0908c28-f540-4ea5-826a-a9debeef6948