Raadsvoorstel en -besluit Leges en Havengeld 2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum raadsvergadering
14 december 2023 Agendanummer
11 Datum
25 oktober 2023 Zaaknummer
018452239
Onderwerp
Legesverordening en verordening Havengeld 2024 Aan de leden van de raad, Voorgesteld besluit
Wij stellen u voor akkoord te gaan met het wijzigen van de Legesverordening en verordening Havengeld 2024.
Inleiding
In uw vergadering van 9 november 2023 heeft u de belastingverordeningen vastgesteld met uitzondering van de Legesverordening en de verordening Havengeld. Deze treft u dan ook bijgaand aan. De wijzigingen in deze verordeningen betreffen zowel tarief- als redactionele aanpassingen. De redactionele aanpassingen zijn aangebracht naar aanleiding van veranderde wetgeving, jurisprudentie en zelf geconstateerde onvolkomenheden. In dit voorstel zal per verordening verder ingegaan worden op de belangrijkste wijzigingen.
Beoogd resultaat / effect
Het wijzigen van de tarieven onder andere op grond van eerder door u genomen besluiten en het redactioneel wijzigen van de belastingverordeningen naar aanleiding van wijzigingen van hogere wetgeving of zelf ontdekte onvolkomenheden. De verordeningen vormen de juridische grondslag voor het heffen van belastingen en dienen om de begrote inkomsten te realiseren.
Argumenten
Hieronder wordt per belastingverordening een toelichting gegeven op de voorgestelde wijzigingen.
LEGES De legesverordening dient net als andere belastingverordeningen te voldoen aan de door u vastgestelde uitgangspunten en de wettelijke eisen. Een uitgangspunt is dat de tarieven trendmatig verhoogd dienen te worden met 3,9%. Deze verhoging is dan ook in deze verordening verwerkt, met uitzondering van door het Rijk vastgestelde tarieven, zoals onder andere de rijbewijzen en reisdocumenten. Daarnaast is de verordening aangepast aan de nieuwe Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt. Deze wet heeft grote gevolgen voor het uitvoeren van diverse werkzaamheden en met name voor Titel 2 van de Legesverordening. Bij het opstellen van Titel 2 is aansluiting gezocht bij de modelverordening van de VNG. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren diverse overleggen geweest, zowel intern als met de VNG, de Flevolandse gemeenten en de Omgevingsdienst (Milieu) om te komen tot een juridisch en financieel correcte verordening. De impact van de Omgevingswet is groot. Tientallen wetten op het gebied van bouwen, ruimtelijke ordening en milieu zijn door het Rijk samengevoegd in één grote wet. Op papier een enorme operatie en in de praktijk zullen de veranderingen zeker merkbaar zijn. Zowel voor onze organisatie als voor de aanvragers van een vergunning.
Uit alle gesprekken en overleggen met de diverse betrokkenen is gebleken dat het, ondanks alle goede bedoelingen, onduidelijk is wat de werkelijke impact en gevolgen zullen zijn. Wat op de ministeries is uitgewerkt kan in de praktijk andere (onbedoelde) gevolgen hebben. Over het algemeen klinkt dan ook het geluid dat de eerste 2 jaren, proefjaren zijn. Dat kan betekenen dat de Legesverordening of de landelijke wetgeving herzien moet worden. Voor nu is getracht een juridisch duidelijke en werkbare verordening aan u voor te leggen, die zoals gezegd in samenwerking met de VNG en de Flevolandse gemeenten tot stand is gekomen. Voor wat betreft de diverse tarieven is geprobeerd aansluiting te zoeken bij de tarieven in de verordening 2023. Een aantal voorschriften en tarieven zijn nieuw en dan is geprobeerd in te schatten wat de kosten van het verlenen van de vergunning zijn of is aansluiting gezocht bij de andere Flevolandse gemeenten. Het streven is om met de voorgestelde tarieven de begrote opbrengsten realiseren en de burger niet meer te laten betalen dan in 2023. Daarbij wordt opgemerkt dat delen van sommige vergunningen niet meer door de gemeente worden getoetst, maar door de zogenaamde Kwaliteitsborgers. De markt zal hun tarieven bepalen. Met ingang van 2024 is de vergunningaanvraag en ook het tarief in twee delen geknipt. Namelijk een bouwkundig deel en een ruimtelijk deel.
In de praktijk werd er altijd al bouwkundig en ruimtelijk getoetst bij een aanvraag, maar was er één tarief waarin kosten voor beide toetsen verwerkt waren. Een grote wijziging in de wetgeving is dat aanvragers niet meer elke vergunning bij de gemeente aanvragen. Bij bouwwerken die vallen onder de zogenaamde gevolgklasse 1, dat zijn onder andere woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen, wordt de bouwkundige toets gedaan door een zogenaamde Kwaliteitsborger. Hun tarieven zijn onbekend. Dat wil het Rijk aan de markt overlaten. Maar het ruimtelijke deel van alle vergunningaanvragen, ook die voor gevolgklasse 1, moet altijd via de gemeente aangevraagd worden. Voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 2 en 3 wijzigt het toetsprotocol niet. Daarnaast geldt voor vrijwel alle omgevingsvergunningen een reguliere voorbereidingsprocedure van maximaal 8 weken. Om deze termijn te kunnen halen is een goede voorbereiding noodzakelijk. Onderdeel daarvan is de introductie van een intake en een omgevingstafel.
Belangrijke toevoeging is daarom de tarieven in artikel 2.2.1 van de tarieventabel. Leges voor het Omgevingsoverleg. Hierbij wordt aangesloten bij de modelverordening van de VNG en de Flevolandse gemeenten. Overigens zijn deze tarieven landelijk al veel langer in gebruik. We willen duidelijk stellen dat het hier meer betreft dan een vraag om informatie of overleg aan de tafel met een burger. Dat is en blijft gratis. Maar het betreft hier complexere zaken, waarbij soms meerdere disciplines aanschuiven, zoals brandweer, milieu, welstand of externe ketenpartners. Een dergelijk overleg heeft als doel om de daadwerkelijke vergunningaanvraag vlotter te doen verlopen. Daarom staat in de verordening ook, dat wanneer het daadwerkelijk komt tot een vergunningaanvraag, de betaalde leges voor de overlegtafel grotendeels verrekend worden met de leges voor de vergunning. Met het opnemen van een tarief wordt wel voorkomen dat de gemeente duizenden euro’s aan overlegkosten kwijt is, terwijl er achteraf geen vergunning aangevraagd wordt. De tarieven voor het bouwkundige deel vindt u in artikel 2.3.1 van de tarieventabel en de tarieven voor het ruimtelijke deel vindt u in artikel 2.3.3. Normaal gesproken zou het tarief voor 2024 2,6% bedragen. Verder is er gekozen voor een staffel in de tarieven. Het starttarief ligt ongeveer gelijk aan de genoemde 2,6% .
Maar het tarief wordt lager naarmate de bouwkosten stijgen en de leges zijn aan een maximum gebonden. Hiermee wordt aangesloten bij wat landelijk gebruikelijk is. Ook is deze tarifering al langer gewenst omdat bij een vast tarief de verhouding tussen de te betalen leges, de bouwkosten en de door de gemeente verrichte werkzaamheden soms zoek waren. Een andere opvallende wijziging is, dat de gemeente weer leges gaat heffen wanneer er sprake is van een milieubelastende activiteit. Tot nu toe kreeg de gemeente een vergoeding van het rijk via de Algemene Uitkering, maar die vervalt. De OFGV blijft overigens de milieutaken, zoals vergunningverlening, uitvoeren. In overleg met de OFGV en de Flevolandse gemeenten is gekozen voor uniforme tarieven. U vindt deze o.a. in artikel 2.5.1. De Omgevingswet is een enorme verandering wat betreft de kadering van activiteiten in de fysiek leefomgeving. Gelet op de complexiteit is de invoering hiervan diverse malen uitgesteld. De gevolgen voor wat betreft de benodigde uren voor het afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen zijn daarom nog niet volledig in te schatten. De nu voorliggende legesverordening is een vertrekpunt om zo goed mogelijk van start te gaan, zodra de Omgevingswet van kracht is.
Door te monitoren wat de gevolgen zijn, wordt de vinger aan de pols gehouden om op basis van de monitoringsresultaten de volgende legesverordening maximaal te kunnen afstemmen op de praktijk. Andere te noemen wijzigingen zijn de leges voor een administratieve wijziging van een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet (artikel 3.1.1.1). De leges stonden niet in verhouding met de werkelijke kosten en we stellen daarom voor deze te verlagen van € 177,80 naar € 95,00. Op grond van de APV dienen in een aantal situaties vergunningen aangevraagd te worden voor het organiseren van Evenementen. Het komt diverse malen per jaar voor dat organisatoren pas een paar weken of dagen van te voren een aanvraag indienen. Dit is niet uit onwetendheid, want het zijn vaak jaarlijks terugkerende evenementen waarvan de organisatoren uit ervaring weten wat ze moeten doen en ook ruim van te voren door de gemeente op de hoogte gebracht zijn van de procedures. Het op het laatste moment aanvragen van een vergunning vergt vaak extra capaciteit en deze kosten willen we met het toevoegen van de artikelen 3.2.2.1 tot en met 3.2.2.3 verhalen.
HAVENGELD In de verordening zijn een aantal redactionele wijzigingen doorgevoerd, die te maken hebben met eigen constateringen. Met betrekking tot de tarieven stellen wij u het volgende voor. Wij adviseren u om de tarieven met gemiddeld 6% te laten stijgen. Reden hiervoor is de aanhoudende hoge inflatie en de steeds stijgende kosten voor energie en afvalverwerking. Daarnaast is de haven niet kostendekkend en op deze wijze hopen we dat sneller te bereiken. Omdat het belangrijk is dat de tarieven niet te veel uit de pas lopen met andere havens, is dit ook onderzocht. Dit liet zien dat er ruimte is om deze verhoging door te voeren. Hieronder treft u een was/wordt-tabel aan met de tarieven van 2023 en 2024. Belastingtarieven Was/Word (tenzij anders genoemd zijn de tarieven per meter) Pleziervaartuigen voor een dag of gedeelte daarvan tussen zaterdag 12.00 uur en maandag 12.00 uur korter dan 6 uur servicekosten pleziervaartuigen per dag
€ € € €
2023 1,75 2,50 0,80 2,00
€ € € €
2024 1,85 2,75 0,85 2,15
jaarabonnement pleziervaartuigen, Losse plaatsen historische Westhaven per mtr/jr
€
56,00
€
59,00
jaarabonnement volgens de categoriale indeling lengte tot en met 5 meter lengte tot en met 8 meter lengte tot en met 10 meter lengte tot en met 10 meter lengte tot en met 12 meter lengte tot en met 15 meter milieuheffing jaarabonnementen per jaar winterabonnement per meter
€ 233,00 € 695,00 € 926,00 € 1.182,00 € 1.436,00 € 1.704,00 € 62,00 € 38,00
€ 244,00 € 729,00 € 972,00 € 1.241,00 € 1.508,00 € 1.788,00 € 65,00 € 40,00
Andere vaartuigen dan pleziervaartuigen voor 1 dag of gedeelte daarvan korter dan 6 uur maandabonnement jaarabonnement reserveringskosten cruiseschepen per keer
€ € € € €
0,80 0,50 17,00 170,00 150,00
€ € € € €
0,85 0,52 18,00 180,00 158,00
Passagiersschepen 1 dag of gedeelte daarvan korter dan 6 uur servicekosten per keer
€ € €
0,85 0,50 12,00
€ € €
0,95 0,52 15,00
Woonarken in aan- of afbouw eerste 4 weken per meter/dag na 4 weken per meter/dag
€ €
1,55 2,50
€ €
1,60 2,60
Tarieven elektriciteit en water water, per kubieke meter of gedeelte daarvan elektriciteit, per KWh of gedeelte daarvan elektriciteit gebruik zonder verbruiksmeter per dag
€ € €
2,50 0,43 3,50
€ € €
2,50 0,45 3,70
Staangeld Campers voor een dag of gedeelte daarvan Servicekosten campers
€ €
17,50 2,00
€ €
18,00 2,15
Kadegeld per vierkante meter per dag
€
0,25
€
0,26
Evaluatie
De beide verordeningen worden vastgesteld voor het belastingjaar 2024. Indien tussentijdse wijzigingen nodig zijn als gevolg van bijvoorbeeld jurisprudentie of hogere wetgeving zal aan u een wijzigingsvoorstel worden aangeboden.
Kosten, baten, dekking
Door middel van het aanpassen van de tarieven zullen de inkomsten zodanig wijzigen dat deze in overeenstemming zijn met de begroting 2024.
Bijlage
De beide belastingverordeningen voor 2024 treft u bijgaand aan.
Burgemeester en Wethouders van Urk, C.H. van den Bos, burgemeester C.J.M. Swart, gemeentesecretaris
Raadsbesluit Zaaknummer
018452239 De raad van de gemeente Urk, op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Urk d.d. 25 oktober 2023 gezien het advies van Commissie I d.d. 20 november 2023 besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van Leges Verordening op de heffing en invordering van Haven- en kadegelden Urk, 14 december 2023, De raad van de gemeente Urk, de griffier,
de voorzitter,