Kaderbrief 2023.pdf
Tekst van het document
Kaderbrief 2023 Urk groeit én verandert! 1
Perspectief voor de jaren 2023 t/m 2026
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................... 2 Inleiding .................................................................................................................................. 3 Financieel perspectief 2023-2026 ........................................................................................... 4 Huidig financieel perspectief 2023-2026 ............................................................................. 4 Financiële ontwikkelingen ................................................................................................... 6 Ontwikkelingen programma Bestuur ....................................................................................... 8 Ontwikkelingen programma Werken ....................................................................................... 9 Ontwikkelingen programma Wonen ...................................................................................... 13 Ontwikkelingen programma Leven ....................................................................................... 14 Ontwikkelingen Bedrijfsvoering............................................................................................. 16
2
Inleiding Voor u ligt de eerste Kaderbrief van het nieuwe college. We hebben dit jaar gekozen voor een Kaderbrief gelet op de korte periode die er is tussen het behandelen van deze brief en het installeren van het nieuwe college, alsmede een aantal financiële onduidelijkheden die er nu nog zijn ten aanzien van onze algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Coalitieakkoord Op 19 mei 2022 is een coalitieakkoord gepresenteerd aan de raad en is een nieuw college geïnstalleerd. Het is gebruikelijk dat het coalitieakkoord en de uitwerking daarvan in een collegeprogramma de basis is voor de op te stellen kadernota’s en begrotingen voor de komende 4 jaar. Het tijdstip van presenteren van het coalitieakkoord maakt het niet meer mogelijk om dit te verwerken in de Kaderbrief. De komende maanden werkt het nieuwe college het coalitieakkoord verder uit in een collegeprogramma. Dit collegeprogramma vormt dan de basis voor het opstellen van de begroting 2023. Bij de behandeling van de Kaderbrief en de algemene beschouwingen in juni kunt u uw wensen ten aanzien van de begroting 2023 dan ook nog meegeven aan het nieuwe college. Financiële onduidelijkheden Afgelopen maart hebben wij van het Rijk een Maartbrief ontvangen over de ontwikkelingen ten aanzien van de Algemene uitkering die gemeenten ontvangen van het Rijk.
Deze Maartbrief bevat nog een aantal onduidelijkheden waardoor het moeilijk is op basis hiervan een financieel meerjarenperspectief op te stellen. Dit heeft onder meer te maken met de begrenzing van de uitkering tot het jaar 2025 waardoor een prognose van het laatste jaar van ons meerjarenperspectief (2026) bemoeilijkt wordt en de steeds weer veranderende informatie ten aanzien van de herijking van het Gemeentefonds. In deze Kaderbrief geven wij u inzicht in het huidige financiële meerjarenperspectief, aangevuld met een aantal autonome ontwikkelingen die de komende jaren op ons afkomen. Voor het voortzetten van het huidige vastgestelde beleid en de ambities uit het coalitieakkoord is er de komende jaren net voldoende ruimte. Voor aanvullende ontwikkelingen moeten we de komende financiële ontwikkelingen afwachten of op een andere wijze financiële maatregelen nemen. De komende periode onderzoeken we de mogelijkheden hiervoor. Beleidsontwikkelingen Naast de ontwikkeling van het huidige financiële perspectief wordt in deze Kaderbrief inzicht gegeven in een aantal beleidsontwikkelingen die de komende jaren op ons afkomen. Samen met de ontwikkelingen die voortkomen uit het nog op te stellen collegeprogramma moet de komende maanden duidelijk worden of deze een plek kunnen krijgen in de begroting 2023 en passen binnen het financiële kader.
De ontwikkelingen zijn ingedeeld in de vier nieuwe programma’s die voortkomen uit het coalitieakkoord en de portefeuilleverdeling. Tevens is er een hoofdstuk gewijd aan de ontwikkelingen ten aanzien van de bedrijfsvoering.
3
Financieel perspectief 2023-2026 Huidig financieel perspectief 2023-2026 Als start voor het begrotingsproces 2023 stellen wij een uitgangspositie vast op basis van het bestaande beleid en de lopende begroting 2022. Op deze manier bepalen we de financiële ruimte voor de komende jaren. Onderstaande tabel 1 geeft dit weer. Vanuit het saldo van de meerjarenbegroting 2022-2026 vindt allereerst een correctie plaats met het saldo van de tweede tussenrapportage 2021 en de eerste tussenrapportage 2022. De eerste tussenrapportage is u separaat aan deze kaderbrief aangeboden. Op basis hiervan ontstaat de startpositie meerjarenbegroting 2023 – 2026. De startpositie is in de eerste 2 jaar dan nog negatief (+ = negatief, - = positief) maar wordt in de latere jaren positief. Vervolgens hebben we de startpositie gecorrigeerd met een aantal autonome ontwikkelingen. Op basis hiervan ontstaan in alle jaren positieve saldi. De regels van onze toezichthouder (Provincie) geven aan dat de saldi voor het eerste en het laatste jaar positief moeten zijn. Daarbij moet sprake zijn van een structureel sluitende begroting, waarin structurele uitgaven ook structureel worden gedekt. In dit geval komt dat erop neer dat er in 2026 nog een structureel saldo van € 49.550 rest voor nieuwe ontwikkelingen.
De ruimere overschotten in de eerdere jaren zijn incidenteel en mogen derhalve niet worden aangewend voor structurele uitgaven. Tabel 1. Gewijzigd saldo begroting Meerjarenbegroting
2023
Begrotingssaldo vanuit meerjarenbegroting 2022
2024
2025
2026
-61.673
-665.720
-665.720
Structurele mutatie 2e tussenrapportage 2021
263.424
287.502
309.502
309.502
Structurele mutatie 1e tussenrapportage 2022
105.654
103.264
73.480
73.480
Startpositie meerjaren begroting 2023-2026
369.078
329.093
-282.738
-282.738
Autonome ontwikkelingen
-536.745
-1.001.328
-905.718
233.188
Gewijzigd saldo begroting
-167.667
-672.235
-1.188.456
-49.550
4
Tabel 2. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen Algemene uitkering gemeentefonds (obv maart brief) Bijstelling OZB
2023
2024
2025
2026
-833.800
-1.582.250
-1.930.174
-1.930.174
6.602
-27.530
-63.329
-252.973
Areaal formatie gekoppeld met areaal bedrijfsvoering (loonsom/inwoners x inwonertoename)
186.865
Areaal bedrijfsvoering Overhead (overhead /inwoners x inwonertoename)
44.134
Areaal openbare ruimte (obv aan openbare ruimte gerelateerde maatstaven gem.fonds)
152.367
Groeibudgetten
62.500
Prijsmutatie (BBP CPB)
103.299
90.747
117.064
459.065
Loonmutatie
133.860
466.836
919.854
1.460.536
Opleidingsbudget
53.295
50.868
50.868
50.868
-536.745
-1.001.328
-905.718
233.188
Subtotaal
De conclusie is dat wanneer we het huidige beleid voortzetten en corrigeren voor de ontwikkelingen tot nu toe en de autonome ontwikkelingen, er (bijna) geen ruimte is voor nieuw beleid en ambities. Als het toch wenselijk is om budget vrij te maken voor nieuwe ontwikkelingen, moet dit worden gevonden binnen de huidige begroting of door het ombuigen of bezuinigen op bestaand beleid.
5
Financiële ontwikkelingen Meicirculaire Circulaires Gemeentefonds De circulaires informeren gemeenten over de ontwikkelingen in het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen. In mei, september en december. De circulaire van mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, de circulaire van september van de vertaling van de Miljoenennota en de circulaire van december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De circulaires kunnen incidenteel ook actuele informatie bevatten die op een later tijdstip in de rijksbegroting wordt verwerkt. De mededelingen zijn steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit jaar ontvingen we in maart een extra circulaire c.q. brief. In deze brief wordt ingegaan op de effecten die het nieuwe regeerakkoord op hoofdlijnen heeft op de gemeentefinanciën. De exacte invulling van het nieuwe regeerakkoord en de vertaling naar het gemeentefonds is pas bij de meicirculaire bekend.
Gelet op de ronde die het kabinet nu maakt om op basis van de tegenvallende Voorjaarsnota bezuinigingen te vinden, zal die circulaire vermoedelijk pas begin juni verschijnen. Welke bezuinigen op basis daarvan worden doorgevoerd en hoe die ons gemeenten raakt is nu onzeker. In de maartbrief van de minister van BZK is voor het accres en het vervallen van de opschalingskorting aangegeven wat het effect per inwoner is. Voor Urk is dit tot en met 2025 een positief effect. Maar hoe het concreet wordt ingedeeld is nog onduidelijk. Voor 2026 is het beeld negatief. De media spreken zelfs van een ravijnjaar, waarin de gemeentelijke financiën terecht komen door een daling van de uitkering ten opzichte van 2025. Als dat in de komende circulaires niet door het Rijk gerepareerd wordt, is dat een uitdaging voor alle Nederlandse gemeenten. We hopen dat de meicirculaire, die naar verwachting begin juni 2022 wordt ontvangen hier meer inzicht in geeft.
Herijking gemeentefonds Gemeenten en provincies ontvangen jaarlijks geld van het Rijk. Een groot deel daarvan krijgen gemeenten via het gemeentefonds. Gemeenten en provincies ontvangen dit geld om hun taken uit te voeren. Door deze uitwisseling ontstaat een financiële verhouding tussen hen en de Rijksoverheid. Sinds de laatste herziening van de Financiële-verhoudingswet in 1997 is er veel veranderd. Zo pakken gemeenten meer taken op in het sociaal domein en werken overheden steeds meer samen. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kondigde daarom in de Tweede Kamer aan de financiële verhouding op een aantal punten te herzien. Een belangrijk onderdeel van de herziening van de financiële verhoudingen is de herijking van het gemeentefonds. De jaarlijkse bijdrage aan gemeenten via dit fonds bedraagt zo’n € 30 miljard en wordt vanaf 2023 anders verdeeld. De fondsbeheerders (de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën) onderzoeken samen met gemeenten hoe het geld het best verdeeld kan worden. Daarnaast moet door herijking de verdeling eenvoudiger worden. 6
De fondsbeheerders hebben besloten om per 1 januari 2023 tot invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan. Aanleiding is het feit dat iedereen het er over eens is dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het huidige. In het huidige model sluiten de uitgaven van gemeenten niet meer aan bij de verdeling van de middelen in met name het sociaal domein. Het ingroeipad wordt voor alle gemeenten voor het jaar 2023 op maximaal € 7,50 per inwoner gezet. Ook wordt het ingroeipad beperkt tot drie jaar. Na drie jaar bedraagt het maximaal voor- of nadelig herverdeeleffect voor een gemeente hierdoor € 37,50 per inwoner. Daarbij is het de bedoeling het nieuwe model tijdig te evalueren om aan de hand hiervan te kunnen besluiten over het traject 2026 en verder. Hieronder een berekening van de positieve effecten van de herijking voor onze gemeente. Deze bedragen hebben wij ook meegenomen bij de berekening van het financieel meerjarenperspectief. Herijking gemeentefonds
2023
2024
2025
2026
Inwoners
21.760
22.050
22.330
22.610
Ingroeibedrag
€ 7,50
€ 22,50
€ 37,50
€ 37,50
Totaal voordeel
163.200
496.125
837.375
847.875
Algemene reserve De stand van de algemene reserve op 1 januari 2022 bedroeg € 5,1 mln. Uit de geraamde en verwachte toevoegingen aan en beschikkingen over de reserve in 2022 blijkt dat de reserve op 1 januari 2023 ongeveer even groot zal zijn. In de jaren na 2022 zijn geen specifieke mutaties van de reserve in het meerjarenperspectief opgenomen. Dat betekent dat de reserve van € 5,1 mln. volledig beschikbaar is voor het opvangen van risico’s (weerstandscapaciteit) en het eenmalig afdekken van begrotingstekorten zoals die zullen blijken uit het meerjarenperspectief in de begroting 2023 - 2026. Naast de algemene reserve (en de ruimte in de begroting en de onbenutte belastingcapaciteit) behoren de volgende reserves eveneens tot de algemene weerstandscapaciteit. Deze reserves worden tevens gebruikt om mee- en tegenvallers van een aantal specifieke onderdelen van de begroting te egaliseren: Weerstandscapaciteit (x € 1.000)
1-1-2022
Algemene reserve
5.112
Bestemmingsreserves WWB, WMO, WSW en Sociaal Domein
8.761
Stelpost onvoorziene uitgaven
159
Reserve grondzaken
5.819
Subtotaal
19.851
Er is geen minimale omvang van de algemene reserve bepaald. De totale risico’s worden afgezet tegen de totale weerstandscapaciteit. In het kader van risicobeheersing en het weerstandsvermogen worden de bovengenoemde reserves dus als één geheel beoordeeld.
7
Ontwikkelingen programma Bestuur • Algemeen bestuurlijke zaken • Bestuurlijke samenwerking • Openbare orde & veiligheid • Integraal Toezicht & Handhaving • Dienstverlening • Communicatie Ondermijning en bestuurlijke weerbaarheid Aan de aanpak van de georganiseerde criminaliteit en van ondermijning geven we hoge prioriteit. Dit wordt beschreven in het Integraal Veiligheidsbeleid 2020-2023. We werken in dit verband samen met de buurgemeenten en de politie. Plaatselijk wordt dit projectmatig opgepakt met het project Ondermijning en het project Weerbaar bestuur. Specifieke inzet is er op onder meer het gebied van jeugdhonken en horeca. Maar ook het toepassen van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) maakt daar onderdeel van uit. Corona De maatregelen ter bestrijding van het Covid-19-virus zijn momenteel allemaal ingetrokken. Toch is het virus niet verdwenen. Daarmee blijft de mogelijkheid bestaan dat we in de toekomst weer geconfronteerd worden met maatregelen die de volksgezondheid moeten beschermen. Met alle gevolgen van dien. De persoonlijke, maatschappelijke, sociale, economische en financiële effecten van de Covid-19-crisis op middellange en langere termijn zijn bovendien nog steeds niet geheel duidelijk.
Tot nu toe is de gemeente Urk in voldoende mate door de rijksoverheid gecompenseerd voor de directe incidentele kosten die het gevolg waren van de Covid-19. In deze kaderbrief 2023 kunnen we nog geen beeld geven van de eventuele structurele effecten, noch van de mogelijke compensatie daarvan door de rijksoverheid. Wel gaat ons college door met het faciliteren van plaats- en tijdonafhankelijk werken, als voorbereiding op mogelijke toekomstige Covid-19 uitbraken. Overigens maakt inmiddels de krapte op de arbeidsmarkt het ook in normale omstandigheden van groot belang dat medewerkers voor hun werkzaamheden niet altijd naar het gemeentehuis behoeven te reizen. Het verstrekken van juiste hulpmiddelen en het hebben van geëigende applicaties en werkprocessen zijn daarbij van belang. Ook heeft het plaats- en tijdonafhankelijke werken gevolgen voor de inrichting van het gemeentehuis en de werkplekken aldaar.
8
Ontwikkelingen programma Werken • Financiën • Economie • Gebiedsontwikkeling • Grondbeleid/grondexploitaties • Onderwijs • Haven • Werk & Inkomen Formatie Economische Zaken Door het vertrek van twee medewerkers en de andere ontwikkelingen binnen het Team Economie is een wijziging ontstaan in de invulling en opwaardering van deze functies binnen het Team Economische Zaken. Dit betekent extra loonkosten van € 24.500. Behoefte aan nader onderzoek Ruimtelijk Domein Urk groeit en daarmee ook het ruimtelijk domein. Om deze groei goed te laten verlopen zijn er de komende jaren verschillende onderzoeken nodig. Binnen de beperkte ambtelijke capaciteit is er geen ruimte en kennis om al deze onderzoeken zelf uit te voeren. De kosten hiervoor worden voor de komende jaren geraamd op ca. € 75.000 per jaar. Onderstaand treft u een toelichting op de benodigde onderzoeken. Totaalvisie bedrijventerreinen Urk Dit jaar, 2022, wordt een aanvang gemaakt met het bouwrijp maken van het nieuwe bedrijventerrein. De raad stelt deze zomer een visie vast over het vestigingsbeleid van bedrijven op Urk. Dit is het begin van een nieuwe fase in de ruimtelijke ontwikkeling van de Urker economie. Nieuwe bedrijven worden gebouwd en lege plaatsen die achtergelaten worden moeten opnieuw ingevuld worden.
Ook zal er opnieuw gekeken moeten worden hoe al deze bedrijvigheid van energie (en drinkwater) voorzien moet worden. Onderzoek naar specifieke voorwaarden/behoefte, de energie infrastructuur en de groei van Urk vragen om aanvullende middelen. Topwerklocatie/regiodeal 2.0 De ambitie is om het nieuwe bedrijventerrein een Topwerklocatie te laten worden. Hiervoor liggen kansen met de Regiodeal 2.0. Onderzoek Koude-Warmte-net, inclusief organisatie en duiding rol gemeente Urk kent een unieke situatie omdat de behoefte aan warmte voor woningen en kou voor de visverwerkende industrie zich voordoet op zeer korte afstand van elkaar. Het lukt de markt echter niet om deze kans te benutten zonder hulp van buitenaf. Op het gebied van duurzaamheid en energietransitie zijn hier grote stappen te zetten. Hiervoor is wel onderzoek nodig. Onderzoek naar wat juridische en financieel mogelijk is en welke rol de gemeente hierin (tijdelijk of voor langere tijd) kan spelen. Gebiedsvisie 'Oude Dorp' De gemeenteraad heeft eerder al de wens uitgesproken voor een gebiedsvisie voor het oude dorp.
9
Versterken natuur (bossenstrategie) De provincie heeft op 31 maart 2021 haar allereerste Bossenstrategie vastgesteld. Dit biedt kansen en bedreigingen. Een bosrijke omgeving is een kans voor onze inwoners. Maar waar een bos komt kunnen geen huizen gebouwd worden. Hier zullen we aan tafel moeten komen en meedenken. Taken op afstand (ontwikkelbedrijf) Het is belangrijk dat de ruimtelijke ordening en ontwikkeling van onze bedrijventerreinen en havens zorgvuldig gebeurd. Hierin heeft een gemeente een belangrijke rol omdat we over de openbare ruimte gaan. Maar draagvlak bij het bedrijfsleven is net zo belangrijk. Hoe gaan we dit in de toekomst bij elkaar brengen? Welke rol willen we als gemeente spelen? Is bijvoorbeeld een ontwikkelbedrijf meer slagvaardig en efficiënter dan een ambtelijke afdeling? Er is onderzoek nodig om de groei van het Urker bedrijfsleven mogelijk te maken. Beleid op orde Om de basis op orde te krijgen is een aantal aanpassingen in de organisatie nodig. Een onlangs uitgevoerd extern onderzoek geeft hier richting aan. Het gaat hierbij niet om extra formatie, maar om het verbeteren van processen en systemen. De structurele kosten worden ingeschat op € 37.500. Randweg Er is een bestuursovereenkomst (BOK) tussen de provincie Flevoland, de gemeente Noordoostpolder en de gemeente Urk. Deze BOK zal moeten leiden tot een realisatieovereenkomst.
Hoewel de provincie het project uitvoert zal ook de gemeente Urk als deelnemer in het project haar bijdrage moeten leveren. En wij hebben het grootste belang bij een zorgvuldig aangelegde weg. Voor de bijdrage van de gemeente valt onder meer te denken aan inbreng bij de voorbereiding van de realisatie en onderzoek naar overige integrale onderdelen. Onderzoek huisvesting arbeidsmigranten Er wordt op dit moment gewerkt aan een plan van aanpak voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Voor de uitvoering van dit plan moet nader onderzoek worden gedaan en worden kosten gemaakt. Het gaat hier om onderzoek naar planologische maatregelen, een tijdelijke oplossing en een definitieve oplossing Toekomstvisie volgende gebiedsontwikkeling Deze collegeperiode moet er een keus gemaakt moeten worden waar de volgende woonwijk komt. Maar ook moet al verder gekeken worden in welke richting we Port of Urk willen uitbreiden. Dit vraagt om een toekomstvisie op deze ontwikkelingen. Verbeteren hoofdverkeerstructuur (auto en langzaam) De jaarlijkse groei van het verkeer op de weg is landelijk minder dan 1%. Bij een groei van meer dan 1% ontstaan grote zorgen. Op Urk is de jaarlijkse groei 4%. Dit komt doordat we een jonge bevolking hebben en omdat we groeien. Aanpassingen in infrastructuur zijn zeer kostbaar en moeten vroegtijdig gepland worden omdat ze anders niet uitvoerbaar zijn.
Zeeheldenwijk, Port of Urk en de ontsluiting naar de toekomstige randweg vragen nu om onderzoek.
10
Bovenwijkse voorzieningen Om investeringen in bovenwijkse voorzieningen ook in de toekomst mogelijk te maken moet er aanvulling van de reserves komen. Versterken organisatie gebiedsontwikkeling Urk groeit. Om deze groei mogelijk te maken is extra capaciteit nodig voor gebiedsontwikkeling. De uitbreiding wordt geschat op structureel 2 fte. Bewustwording – Duurzaamheid/ Energiebesparing --> instandhouding energieloket Een heel belangrijk thema in alle duurzaamheidsopgaven is het meekrijgen van de samenleving. Hoe zorg je dat de verduurzamingsbeweging op gang komt en in beweging blijft. Dit verlangt continue aandacht. Om dit op een gestructureerde wijze aan te pakken en daarmee ook het energieloket in stand te houden, is er een communicatiestrategie duurzaamheid nodig. De structurele kosten worden geschat op € 100 000. Formatie groei – Taken klimaatakkoord Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere plaats binnen de samenleving en hierdoor ook binnen alle beleidsterreinen op Urk. Waar we de afgelopen jaren op basis van ad-hoc maatregelen invulling hebben gegeven aan duurzaamheid heeft de raad in juni 2020 de Duurzaamheidsvisie 2050 voor Urk vastgesteld. Doel hiervan is om de stip op de horizon voor duurzaamheid op Urk te bepalen, evenals kaders voor de uitvoering. Door middel van de juiste stappen kunnen wij toewerken naar dat doel.
De duurzaamheidsopgave voor Urk is uitgewerkt met behulp van de vier thema’s energie, circulaire economie, klimaatadaptatie en mobiliteit. De komende jaren staan de nodige duurzaamheidsprojecten op de planning. Maar ook het opstellen van beleid (vertaling van de visie in de verschillende beleidsterreinen). Om dit goed uit te kunnen voeren hebben wij hiervoor de juiste mensen nodig. Dit kan op inhuurbasis, maar wenselijker is om de structurele formatie uit te breiden en hiervoor iemand aan te stellen. Beheerplan Woonbeleid Voor de uitvoering van het beheerplan Woonbeleid is de komende jaren extra budget benodigd van ca. € 40.000 per jaar en een uitbreiding van de formatie met 0,2 fte. Contractenregister Om de contracten in bij Grondzaken en Gebouwenbeheer te beheren is een contractenregister aangeschaft. Hier zijn jaarlijkse beheerkosten van € 10.000 mee gemoeid. BIZ bijdrage gemeente Urk Voor een volgende periode van de BIZ Oud Urk is met ingang van 2026 budget nodig. Sporthal Zeeheldenwijk en Gymzaal Oranjewijk Voor het bewegingsonderwijs vindt een wetswijziging plaats. Per 1 augustus 2023 is het verplicht voor het primair onderwijs twee uur (verdubbeling) bewegingsonderwijs te geven. Om het bewegingsonderwijs volledig te faciliteren zijn vier extra zaaldelen nodig en wel in de Oranjewijk één en in de Zeeheldenwijk drie, in verband met de maximale loopafstand tot een school.
Sportaanbieders op Urk hebben geen mogelijkheid te groeien of te vernieuwen. Het probleem is ruimte. De sporthallen en gymzalen worden volledig verhuurd aan de huidige sportaanbieders. Uitbreiden in uren voor een aanbieder is dan ook haast niet mogelijk. De vraag is er echter wel. Zowel vanuit de opzet van nieuwe sporten, als huidige sporten die meer willen. Het doel is faciliteren van bewegingsonderwijs en het stimuleren van sport, bewegen en ontmoeten. De bouw van het gymlokaal in de Oranjewijk kan plaatsvinden in 11
2023 en de bouw van de sporthal in de Zeeheldenwijk kan pas in 2024 plaatsvinden.
12
Ontwikkelingen programma Wonen • Woningbouw • Omgevingswet • Beheer openbare ruimte • Beheer gemeentelijke gebouwen • Mobiliteit & bereikbaarheid • Milieu • Duurzaamheid & afval • Vergunningverlening Omgevingswet De Omgevingswet wordt per 1 januari 2023 van kracht. De financiële gevolgen van de invoering voor de gemeente zijn onzeker. Op basis van de nieuwe wetgeving ontstaan er aanvullende taken voor de gemeente waarvoor slechts gedeeltelijk een aanvullende vergoeding uit het Gemeentefonds beschikbaar komt. Daarnaast is het niet langer mogelijk om bepaalde kosten die de gemeente maakt via de leges te verhalen. De risico’s ontstaan met name aan de zijde van de vergunningverlening. Legesopbrengsten dalen omdat het beoordelen van bouwplannen voor bepaalde categorieën bouwwerken niet meer door de gemeente gebeurt maar wordt geprivatiseerd. De kosten voor de gemeente dalen echter waarschijnlijk niet navenant omdat van deze bouwwerken nog wel meldingen moeten worden gedaan bij de gemeente die moeten worden beoordeeld. Maar daarvoor mogen geen leges worden geheven. Daarnaast is er mogelijk extra personeel nodig om de nieuwe taken uit te voeren. In de loop van 2022 wordt getracht inzicht te krijgen in de omgang van de financiële gevolgen. In deze kaderbrief is nog geen rekening gehouden met de eventuele effecten. Indien mogelijk worden deze nog in de begroting 2023 verwerkt.
Areaaluitbreiding Zeeheldenwijk Door het realiseren van de Zeeheldenwijk wordt de te onderhouden openbare ruimte sterk vergroot. Dit is niet mogelijk binnen de huidige formatie van de wijkteams. Voor wat betreft de formatie wijkteams is een uitbreiding nodig van twee formatieplaatsen. Meerjarig onderhoudsgebouwenplan Ons college legt in de loop van 2022 een geactualiseerd meerjarig onderhouds- en verduurzamingsplan voor de gemeentelijke gebouwen aan uw raad voor. Op dit moment is nog niet duidelijk welke investeringen in het gemeentelijke vastgoed noodzakelijk zijn en wat de omvang moet zijn van het onderhoudsbudget. Wel is al duidelijk dat het toekomstige onderhoud en het verduurzamen van de gebouwen mede in het kader van de energietransitie niet gerealiseerd kunnen worden binnen de bestaande budgetten. Een (substantiële) verhoging van de budgetten is noodzakelijk.
13
Ontwikkelingen programma Leven • Sociaal domein • Jeugd • Gezondheidszorg • Kunst & cultuur • Archief & museum • Toerisme & recreatie • Bewegen • Minimabeleid & schuldhulpverlening • Kinderopvang Sportboulevard fase twee In 2019 is het plan sportboulevard opgesteld. Het doel is het gebied rond Noorderzand op te waarderen voor sport, recreatie en toerisme, natuurbeleving en ontspanning. Ook wordt aandacht geschonken aan het vergroten van de biodiversiteit omdat het gebied onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Nederland. De eerste fase wordt in 2022 uitgevoerd. We zijn gestart met het voorbereiden van fase twee. We willen de Grote Singel vergroten en een zonneweide realiseren. Het aanleggen van een zonneweide maakt het mogelijk het gebied nog flexibeler te gebruiken. Het ontwerp van dit deel biedt mogelijkheden voor strandsporten zoals beachvolleybal, naast een deel waar op de grens van water en zand kan worden gespeeld door kleinere kinderen. De waterkwaliteit en de biodiversiteit verbeteren door een grotere vijver want er ontstaat een betere balans tussen beplanting, vis en zuurstof. Dit werkt door in het hele watersysteem van de aangrenzende sloten en vaarten. Daarnaast is binnen de projecten Singel, Staartweg en het uitbreiden van het parkeren in Lemsterhoek het realiseren van extra water niet wenselijk noch mogelijk.
Doordat deze projecten per saldo resulteren in meer verhard oppervlak, moet wettelijk worden gecompenseerd met extra wateroppervlak. Met het uitbreiden van de vijver realiseren we dat. De benodigde investering bedraagt volgens de voorlopige raming € 400.000 Formatie Sociaal Domein Het Sociaal Domein is volop in beweging. Nieuwe taken, regionale afspraken, complexe vraagstukken en de doorontwikkeling van processen zorgen al jaren voor druk op de formatie. En dat naast al die zaken waar (vooraf) geen rekening mee kan worden gehouden in de werkplanning, zoals de corona aanpak en opvang vluchtelingen. De vele ontwikkelingen en de (steeds meer toenemende) druk op de formatie zijn regelmatig onderwerp van gesprek met zowel de directie als de portefeuillehouder Sociaal Domein. Stimulansz ontwikkelde speciaal voor het Sociaal Domein het z.g. ‘Formatie calculatiemodel‘. Hiermee krijgen gemeenten inzicht in de tijdsbesteding, taken en processen van de diverse medewerkers. Uit dit onderzoek blijkt dat de huidige formatie (sterk) onderbezet is. Werkgeversdienstverlening Nederland is opgedeeld in 35 arbeidsmarktregio’s. Deze moeten een Regionaal Werkbedrijf in het leven roepen. Zo is het Regionaal Werkbedrijf Flevoland ontstaat. Vanuit de Wet SUWI kwam er de verplichting dat ieder Werkbedrijf een zogenaamd werkgeversservicepunt 14
moest hebben. De gemeente belegt dit bij Concern voor Werk. Wat we zien is dat het RWF en het werkgeversservicepunt een steeds belangrijkere taak wordt in het beleidsterrein Werk en Inkomen. De kosten worden nu gedekt uit het re-integratiebudget. Door de stijgende kosten kan dit budget dus niet meer gebruiken waar het voor bedoeld is. Cliëntondersteuning De gemeente heeft een wettelijke taak als het gaat om Inburgering. Hiervoor ontvangen we ook Rijksmiddelen. Deze zijn echter ontoereikend om alle vraagstukken aan te pakken. Zo worden de cliëntondersteuners overvraagd door de grote groep statushouders/inburgeraars. Clientondersteuners zijn er echter in eerste instantie voor bedoeld om mensen toe leiden naar de juiste zorg. Dit dreigt dus dicht te slibben. Het helpen van de statushouders kan echter niet achterwege blijven. Om het een en het ander mogelijk te maken/houden is budgetaanpassing noodzakelijk. Schuldhulpverlening Na de eerste vertelsessie met Hulp en Steun is gebleken dat zij de verwachting hebben dat de Hulp en Steun de komende drie jaren een sluitende begroting zal realiseren voor het beschikbare budget, dit hebben zij ook opgenomen in het jaarverslag. Echter een prijsindexering is daarin niet meegenomen en een extreme groei van nieuwe cliënten ook niet.
Gezien de effecten (ook op lokale arbeidsmarkt) van corona en de oorlog in Oekraïne is het voorstel het budget structureel aan te passen.
15
Ontwikkelingen Bedrijfsvoering Doorontwikkeling organisatie Eind 2020 is een doorontwikkeling van onze organisatie ingezet. Op meerdere onderdelen is versterking nodig om de ambities en lopende zaken te realiseren en te beheren. Voor een aantal beleidsterreinen is het afgelopen jaar de formatie versterkt. Maar ook op andere beleidsvelden is de capaciteit te beperkt om het huidige beleid de komende jaren te continueren. In de begroting 2023 worden voorstellen gedaan voor het structureel versterken van deze beleidsvelden. Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is krap en het is moeilijk om aan nieuw personeel te komen. Op dit moment zijn er binnen de organisatie veel vacatures als gevolg van verloop, uitbreiding en benodigde tijdelijke inhuur. Dit heeft in eerste instantie gevolgen voor de kosten van werving en selectie. Daarbij vraagt dit om een aanpassing van onze arbeidsmarktcommunicatie en werving- en selectiebeleid. Op de langere termijn kan dit ook gevolgen hebben voor het loongebouw. Naast de extra kosten leidt de krappe arbeidsmarkt ook tot veel extra inzet van ons zittende personeel. Met minder mensen moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd. De druk op de organisatie neemt hierdoor toe. UrkAcademy Het is belangrijk dat ons personeel zich blijft ontwikkelen om de dienstverlening aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen op peil te houden.
Onze organisatie ontwikkelt door en dat blijft een continu proces. Dit vraagt van de medewerkers dat zij zich hierin en hierdoor ook moeten blijven ontwikkelen. Vanuit het programma Doorontwikkeling komt de behoefte naar voren om in het kader van zelfontwikkeling een Urk Academy te starten. In 2022 is dit binnen de bestaande kaders reeds ingezet. Op termijn is een LeerManagementSysteem (LMS) nodig om het aanbod aan scholing en opleiding voor onze medewerkers op peil te houden. Met de invoering van een LMS sluiten we aan bij onze partners in de regio en maken we gebruik van de reeds bestaande kennis bij de gemeente Dronten. Informatiebeheer Voor het verbeteren van het informatiemanagement zijn de komende jaren aanvullende middelen nodig. In overleg met onze toezichthouder op het archief, de Provincie, is hiertoe een plan van aanpak opgesteld. Om het informatiebeheer de komende jaren op orde te houden wordt een nieuwe applicatie aangeschaft en worden bestaande applicaties ingericht voor een goed archiefbeheer.
16