K-2022 (2022-2025) d.d. 24 juni 2021 Gemeenteraad.pdf
Tekst van het document
Hergebruik spaart niet alleen grondstoffen en het milieu, het stimuleert ook innovatie, nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid. Doel is om in 2050 een economie/samenleving zonder afval te hebben bereikt, waarbij alles draait op hernieuwbare grondstoffen. Als tussenstap streven wij naar 50% minder verbruik van (primaire) grondstoffen in 2030. Om bovenstaande doelen te behalen zal er op verschillende onderdelen gewerkt moeten worden. Hierbij valt te denken aan; circulair bouwen en demonteren, circulair inkopen en aanbesteden, gescheiden inzameling van grondstofstromen, circulaire verdienmodellen en productie door bedrijven en het tegengaan van voedselverspilling. Circulair bouwen Op het gebied van circulair bouwen heeft de gemeente een stimulerende rol, maar ook een voorbeeldfunctie. Bij de ontwikkeling van woonwijken, bedrijventerreinen en andere kleinschaligere projecten dient de gemeente Urk zelf het goede voorbeeld te geven. Daarbij valt te denken aan het inzetten van materialenpaspoorten, het toepassen van hergebruikte of biobased materialen, circulaire ontwerp strategieën toepassen, etc. Maar ook richting marktpartijen dient de gemeente een andere vraag te stellen. Bij onze inkoop en aanbestedingen neem je dan circulaire eisen en criteria op.
Maar het vraagt vaak ook een andere samenwerkingsvorm, waarbij bijvoorbeeld de leverancier/ producent verantwoordelijk blijft voor het geleverde product. In 2023 moeten gemeenten in alle uitvragen aan de markt binnen het fysieke domein circulariteit meenemen. Dit is opgenomen in de transitieagenda Bouw van het Rijk. Dit vraagt niet direct meer budget voor de uitvoering van de taken van team duurzaamheid. Maar het dient wel meegenomen te worden bij de fysieke projecten. Grondstoffen Onderdeel van de circulaire economie is het goed scheiden van de grondstofstromen. In het meerjaren grondstoffenplan van 2020-2023 is de doelstelling van tenminste 75% gescheiden ingezameld afval vastgelegd voor 2023, naast een doelstelling van maximaal 100 kg restafval per inwoner per 2023. Een derde doelstelling betreft het dempen van de stijging van de afvalstoffenheffing en bij voorkeur het laten dalen daarvan. Het vaker ophalen van PMD en minder vaak ophalen van restafval zijn hierbij de eerste doorgevoerde maatregelen. Dit heeft de inwoners gestimuleerd om het afval beter te scheiden. Het scheidingspercentage is gestegen van 44% in 2019 naar 56% in 2021.In 2021 zullen verdere stappen worden gezet en ook zal in 2021 een evaluatie plaatsvinden van de wijzigingen in het afvalbeleid en eventueel bijgestuurd worden. Zuiverheid van grondstofstromen Het contract met de gft-verwerker eindigt in 2021.
Dit betekent dat er een nieuw contract met een gftverwerker gesloten zal worden. Landelijk worden er strengere eisen gesteld aan de samenstellingen van grondstofstromen. In 2020 is ongeveer 25% van het gft afgekeurd, omdat er teveel verontreiniging aangetroffen werd. Zonder forse kwaliteitsverbetering zal in 2022 onder het nieuwe contract vrijwel zeker sprake zijn van nog meer afkeur. Het afgekeurde gft wordt als restafval afgevoerd. De kosten hiervan rekent de afvalverwerker door aan de gemeente. De uitdaging in 2021 is dus dit te voorkomen, waarvoor niet alleen communicatie nodig zal zijn, maar ook investeringen. Ook wordt in 2021 een pilotproject uitgevoerd in het Oude dorp gericht op het meer en beter inzamelen van gft. Het realiseren van de hergebruiksdoelstellingen van het grondstoffenplan voor 2023 brengt kosten met zich mee en investeringen, tegelijk beoogt het ook besparingen op (minder restafval) en meeropbrengsten (voor
d.d. 24 juni 2021
42
schone grondstofstromen met positieve restwaarde). Al deze kosten, investeringen en baten komen ten goede of ten laste van de aparte afvalstoffenbegroting. Financieel verloopt de afvalinzameling kostenneutraal via de afvalstoffenheffing. Vandaar dat geen financiële consequenties zijn opgenomen. Mobiliteit Vervoer van mensen en goederen zorgt voor circa 20% van de totale CO2 uitstoot van Nederland. Mobiliteit is dan ook een belangrijk thema bij de energietransitie. Voor de gemeente Urk betekent het dat we werken aan een emissieloze mobiliteit in 2050. Hierbij staat voorop dat mobiliteit voor inwoners betaalbaar, veilig, comfortabel en makkelijk moet zijn. Wij gaan inzetten op het verbeteren en aantrekkelijker maken van duurzame vervoersmogelijkheden. Dit gaat om het OV (Lelylijn in 2040 realiseren), fietsen (verbindingen) en lichte elektrische voertuigen. Hiervoor is een dekkende infrastructuur voor alternatieve energiebronnen als elektriciteit en waterstof een voorwaarde. Schonere vormen van mobiliteit gaat samen met minder mobiliteit. Dit kan bereikt worden door logistieke stromen te combineren en voertuigen met elkaar te delen. Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Binnen Flevoland wordt er gewerkt aan het Regionaal Mobiliteit Programma (RMP). Dit programma is gericht op het verduurzamen van de mobiliteit in de provincie Flevoland.
Het RMP wordt gecoördineerd door de provincie Flevoland. Het RMP kost de gemeente geen geld. Wel verlangt het ambtelijke inzet om te participeren in het RMP. De ambtelijke inzet wordt verzorgd door de verkeers- en vervoer medewerker en iemand van het team duurzaamheid. Deze tijdsbesteding kan binnen de huidige beschikbare capaciteit worden uitgevoerd. Bewustwording – Duurzaamheid / Energiebesparing Een heel belangrijk thema in alle duurzaamheidsopgaven is het meekrijgen van de samenleving. Hoe zorg je dat de verduurzamingsbeweging op gang komt en in beweging blijft. Dit verlangt continue aandacht. Om dit op een gestructureerde wijze aan te pakken wordt er gewerkt aan het opstellen van de communicatiestrategie duurzaamheid. Na vaststelling hiervan zal het ook uitgevoerd moeten worden. Het overschot van 2020 en de subsidiemaatregelen maken het mogelijk om tot en met 2022 het Energieloket, RRE(W) projecten en andere bewustwordingsactiviteiten te continueren. Het is alleen te verwachten dat na 2022 er ook een bijdrage van de gemeente Urk verwacht wordt om dit te continueren. De verwachting is dat wij vanaf 2023 voor bewustwording en het in stand houden van het energieloket structureel ca. € 100.000 excl. BTW nodig hebben. Formatie groei – taken Klimaatakkoord De gemeenten hebben de regie op de uitvoering van het klimaatakkoord.
Door de VNG is hiernaar onderzoek gedaan en hieruit komt naar voren dat gemeenten van onze omvang in de periode tot 2030 ca. 8-9 fte nodig hebben om deze, en de andere taken die voortvloeien uit het klimaatakkoord, vorm te geven. De insteek van het Rijk is om de onrendabele top voor haar rekening te nemen. Om die reden wordt geadviseerd om vooralsnog geen middelen voor de uitvoering te reserveren. Wel wordt geadviseerd om de komende jaren ieder jaar de formatie te laten groeien met 1 fte structureel (gemiddeld schaal 10 niveau). In 2022 worden er een junior medewerker duurzaamheid en een tweede nieuwe functie structureel in de begroting opgenomen. Vervolgens ieder jaar met 1 fte te groeien. In de eerste fase wordt gedacht aan uitbreiding op het gebied van communicatie / participatie. Naar mate de transitie meer vorm krijgt en de wijkuitvoeringsplannen meer concreet worden is de verwachting dat meer capaciteit nodig is in de vorm van omgevingsmanagers en wijkopgave managers. Het gaat om formatie ten behoeve van de duurzaamheidsopgave, maar wil niet zeggen dat deze collega’s ook daadwerkelijk aan het team duurzaamheid worden toegevoegd. De verwachting is wel dat ook voor de capaciteitsgroei het Rijk over de brug gaat komen aangezien het gaat om extra taken die bij de gemeenten zijn neergelegd.
Feit is wel dat wij er tijdig op moeten anticiperen om zodoende langzaam er in te kunnen groeien. Het is namelijk een utopie om zomaar een blik formatie open te kunnen trekken. Dit resulteert in onderstaand overzicht qua formatie groei van de opgave duurzaamheid inclusief grondstoffen. Taakveld Grondstoffen Duurzaamheid Totaal
2021 1 fte 2 fte 3 fte
2022 1 fte 4 fte 5 fte
2023 1 fte 5 fte 6 fte
2024 1 fte 6 fte 7 fte
Hierbij wordt wel de opmerking gemaakt dat de benodigde formatie mede afhankelijk is van de wijze van uitvoeren en de aanpak die de gemeente kiest voor de warmtetransitie.
d.d. 24 juni 2021
43
Algemeen financieel beeld 2022 De afgelopen jaren is het duurzaamheidsbudget structureel vormgegeven en bedraagt het budget voor de komende jaren ca € 150.000 exclusief inflatie. Voor 2021 en 2022 zijn op hoofdlijnen de opgaven en benodigde activiteiten in beeld gebracht. Geconcludeerd kan worden dat de reguliere taken gedekt kunnen worden uit de voor duurzaamheid gereserveerde middelen. Dus hiervoor zijn geen aanvullende middelen benodigd. Wel gaat dit uit van de regierol van team duurzaamheid en dat duurzaamheid onderdeel uit maakt van de verschillende werkprocessen. Dit betekent dat de verschillende werkprocessen hiermee rekening moeten houden bij het aanvragen van hun budgetten. Zoals hiervoor beschreven wordt vanaf 2022 een groei van het budget voorzien die te maken heeft met de groei van de formatie en vanaf 2023 is de verwachting dat daar bewustwording bij komt. De Rijksbijdrage voor deze thema’s zijn nu nog niet bekend, dus hier is ook geen rekening mee gehouden. Opgave 2021 2022 2023 2024 Bewustwording € 100.000 € 100.000 Formatiegroei € 170.000 € 255.000 € 340.000 NB: Het gaat hier om de extra middelen boven op het nu beschikbare budget van ca. € 150.000. Uitvoeringsplan Om invulling te geven aan de thema’s en onderdelen is ook een Uitvoeringsplan 2020/2021 opgesteld.
Hieronder zijn de projecten die in 2021 spelen in beeld gebracht met daarbij de fase die eind 2021 zal zijn bereikt. Het uitvoeringsplan zal bij de Begroting 2022 worden geactualiseerd. Thema
Onderdelen
Beleidsuitvoering
Looptijd
Fase (jaar 2021)
1. Energie
1.1 Hernieuwbare bronnen 1.2 Energie besparen
Beleid Zon op land opstellen Concessie warmtenet Zeeheldenwijk Vaststellen RES 1.0 RRE (Regeling Reductie Energieverbruik)
2020-2021 2020-2021 2020-2021 2020-2021
Afsluiting Realisatie Afsluiting Afsluiting
1.3 Warmtetransitie
Opstellen Transitie Visie Warmte
2020-2021
Realisatiefase
1.4 Eigen organisatie
Plan gemeentelijke gebouwen van aardgas af (2023 Label C) Pilot Brandweerkazerne Circulaire materialisatie voor openbare ruimte Implementatie circulair inkopen
2021-2023
Definitiefase
2020-2022 2020-2021 2020-2021
Definitiefase Definitiefase Realisatiefase
2.3 Gescheiden grondstofstromen 3.1 Bewustwording samenleving
Pilot gescheiden inzamelen bedrijfsafval Gescheiden inzamelen intern afval Risicodialoog voeren i.c.m. schouw wijkbeheer
2021 2021 doorlopend
Realisatiefase Realisatiefase Realisatiefase
3.2 Beheer en onderhoud klimaatadaptief 3.3 Nieuwe gebieden klimaatadaptief
Klimaatadaptieve maatregelen in handboek openbare ruimte opnemen Verdiepende stresstesten bij iedere nieuwe ontwikkeling
2021
Realisatiefase
doorlopend
Projectmatig
3.4 Riolering
Opstellen nieuw GRP geïntegreerd met klimaatadaptatie en omgevingsvisie
2021
Realisatiefase
2. Circulaire economie
3. Klimaatadaptatie
2.1 Circulair bouwen en demonteren 2.2 Circulaire inkoop en opdrachtgeverschap
4. Mobiliteit
Duurzame mobiliteit is onderdeel van de duurzaamheidsvisie, maar wordt geïntegreerd in de verkeersopgave van Urk.
Overkoepelend
Daarnaast wordt duurzaamheid als thema in projecten, trajecten en bewustwordingscampagnes meegenomen. Hierbij valt te denken aan een communicatietraject richting burgers en bedrijven, duurzaamheid binnen het BDBT en de Zeeheldenwijk, duurzaamheid binnen het onderwijs en de monitoring van duurzaamheidsmaatregelen op de samenleving.
d.d. 24 juni 2021
44
3.6
OMGEVINGSWET
Stand van zaken wetgeving De Omgevingswet is een aangenomen, maar nog niet ingegane Nederlandse wet, die een verregaande vereenvoudiging van het stelsel van wetgeving voor de ontwikkeling en het beheer van de leefomgeving (omgevingsrecht) beoogt. In de Omgevingswet worden wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving gebundeld en gemoderniseerd met het doel om te komen tot eenvoudigere en toegankelijkere regels voor iedereen. Het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ vormt de essentie van de Omgevingswet. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving (fysiek en sociaal) en een andere manier van werken. De inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet is verschillende malen uitgesteld. In 2020 werd de geplande datum vanwege de Coronacrisis uitgesteld naar 1 januari 2022. De wet is door de val van het huidige Kabinet niet controversieel verklaard, dat betekent dat de voorbereidingen voor de wet doorgang blijven vinden. Het grootste knelpunt voor een succesvolle invoering van de Omgevingswet blijft nog steeds het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De Eerste Kamer heeft tot en met het voorjaar 2021 de tijd om zich te laten informeren over het DSO en discussiepunten zoals de incidentele en structurele kosten van de wet.
In mei 2021 moet duidelijk worden of de Eerste Kamer kan instemmen met de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 of dat de inwerkingtredingsdatum nog een keer wordt uitgesteld. De wet heeft een overgangstermijn die loopt tot en met 2029. In die periode moet er nog veel werk verzet worden om over te gaan naar het nieuwe stelsel. De invoering van de Omgevingswet is een opgave die de gemeente Urk zelf moet bekostigen. Het komt erop neer dat de gemeente in haar eigen begroting geld moet reserveren om de invoering van deze wet goed vorm te geven. Het Rijk gaat er daarbij vanuit dat de gemeente de voorbereidingen voor de implementatie van de wet oppakt binnen de staande organisatie. Implementatie op Urk Voor de gemeente Urk is het belangrijk om de organisatie, het bestuur en het management op de invoering van de Omgevingswet voor te bereiden. De Omgevingswet gaat namelijk invloed uitoefenen op de dienstverlening, processen en werkwijzen in de organisatie. De Omgevingswet vraagt overheden om informatie digitaal te ontsluiten. Dat vergt veel inspanningen van de gemeenten. Zo moeten alle juridische regels straks digitaal beschikbaar zijn. Het DSO integreert data en regels in een stelsel van voorzieningen. In het Omgevingsloket kan een initiatiefnemer straks met een klik op een gebiedskaart snel zien wat wel en niet is toegestaan in de directe leefomgeving.
De gemeente Urk heeft de implementatie van de wet belegd in een programma. Hoe Urk aan de slag gaat met de voorbereidingen voor de wet en wat de Omgevingswet aan werkzaamheden vraagt is beschreven in het implementatieplan Omgevingswet. Het implementatieplan is in november 2019 vastgesteld door het college van B&W. Het implementatietraject Omgevingswet is een traject dat nagenoeg de hele gemeentelijke organisatie raakt. Alle werkpakketten lopen parallel aan elkaar en leiden gezamenlijk tot de invoering van de Omgevingswet. Er wordt door het programmateam Omgevingswet gewerkt aan de realisatie van het implementatieplan Omgevingswet. De VNG heeft een lijst gepubliceerd met minimale acties die de gemeenten moeten uitvoeren om op 1 januari 2022 klaar te staan voor de inwerkingtreding van de wet. De gemeente Urk gebruikt deze lijst met ‘minimale acties Omgevingswet’ als leidraad opdat zij de basisvereisten voor de Omgevingswet tijdig op orde heeft. Aangezien de gemeente Urk relatief laat is gestart met de voorbereidingen voor de implementatie van de Omgevingswet houden wij ons in 2021 aan de lijst met minimale vereisten. Eventuele ambities vanuit de gemeente voor de toekomst zijn dus vooralsnog niet ingecalculeerd en dit is gezien de beperkte capaciteit in de organisatie en de bestaande werkdruk ook niet realistisch om er extra bij te doen.
De aanname van het Rijk is dat de invoering van de wet wordt opgepakt met eigen personeel. De gemeente Urk maakt momenteel op een aantal onderdelen gebruik van inhuur.
d.d. 24 juni 2021
45
Aanvraag Kadenota Incidentele kostenposten voor de implementatie van de Omgevingswet zijn gelegen in: wet- en regelgeving, instrumenten en regelbeheer, dienstverlening, bedrijfsarchitectuur, informatiearchitectuur, relatie- en stakeholdermanagement, opleidingskosten personeel en cultuurverandering. Hieronder volgt een opsomming van benodigde extra middelen: 3. Urk werkt Omgevingswet, programmakosten:
beleid wettelijk
2021 520.210
2022 410.000
2023 94.500
2024 85.500
2025 76.500
Met het nog beschikbare budget ten behoeve van de implementatie kunnen de kosten 2021 nog worden opgevangen. Voor 2022 is dan aanvullend € 410.000 ten laste van de algemene reserve noodzakelijk. De doorkijk tot en met het jaar 2025 betreft een schatting. Dit is mede afhankelijk van de definitieve inwerkingtredingsdatum van de wet en de wijze waarop Urk de implementatie voortzet (programma of lijn). Keuzes die effect kunnen hebben op de kostenposten 2022-2025 Omgevingsplan en leges De gemeente moet keuzes maken over de uitgangspunten, structuur en insteek van het nieuwe Omgevingsplan. Daarbij moet ook uitgewerkt worden in welke stappen en in welk tempo het nieuwe Omgevingsplan wordt opgesteld. Eén en ander in lijn met de kaders vanuit rijks- en provinciale regelgeving en vastgelegd in een met de raad afgestemd plan van aanpak. De gemeente heeft tot 2029 de tijd om het Omgevingsplan te maken. Het eventueel gaan heffen van leges voor de omgevingsvergunning is pas aan de orde, nadat de werkzaamheden voor het Omgevingsplan zijn verricht. Door de verschuiving in taken zal de gemeente minimaal 40% minder legesinkomsten verwerven. Vergunningverlening, toezicht en handhaving Op termijn zal een verschuiving van de werkzaamheden binnen en tussen de functies optreden (minder vergunningplichten, meer zorgplichten en algemene regels).
Meer toetsingen achteraf zorgt voor een verschuiving van taken van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. De verwachting is dat deze verschuiving vooralsnog niet leidt tot minder vergunningverleners. Omgevingsprogramma’s Beleidsuitvoering onder de Omgevingswet krijgt een belangrijke rol via de Omgevingsprogramma’s. Met die programma’s kan een gemeente, de in de Omgevingsvisie geformuleerde ambities en doelen, via maatregelen tot uitvoering brengen. Op dit moment werken we als gemeente op sectoraal niveau gedeeltelijk in de geest van de Omgevingswet. Zo maken we bijvoorbeeld een woonvisie, waarvan een groot onderdeel het woningbouwprogramma is. Zo’n woningbouwprogramma is vanaf de invoering van de wet een Omgevingsprogramma. Voor andere beleidsvelden zijn wellicht vergelijkbare situaties (GRP, GVVP). De gemeente moet nog in beeld brengen welke Omgevingsprogramma’s we op welk moment moeten actualiseren en derhalve ook op welk moment we welke budgetten benodigd hebben (P&C-cyclus). Formatie-uitbreiding De Omgevingswet vraagt verschillende expertise, bijvoorbeeld op het gebied van geur, geluid, bodem en grondeigendom. Het is mogelijk dat voor deze taken extra formatie benodigd is. Deze kosten zijn nog niet in beeld.
Om mee te kunnen kijken met proefprojecten van andere gemeenten binnen het ambassadeursnetwerk of zelf proefprojecten als gemeente te organiseren moet een trekker voor de Wkb worden aangesteld. VTH processen voor bouwwerken die onder gevolgklasse 1 vallen moeten worden ingericht en aangepast op de Wkb. Dat is niet mogelijk zonder daarmee te oefenen en afspraken te maken met de kwaliteitsborgers. Digitalisering Burgers en bedrijven moeten gemakkelijker online zaken kunnen doen met de overheid. Uitbreiding van het digitale dienstenpakket verhoogt de efficiency en vermindert de regeldruk. Daarbij staat bij de overheid één ding voorop: gegevens van burgers moeten goed beschermd zijn. In de praktijk betekent dit dat ICT kosten zullen toenemen. Voor de upgrade van de huidige VTH-software (Rx. Mission) is een garantie vanuit de leverancier ontvangen dat de gemeente Urk voor 1 januari 2022 in staat is om nieuwe aanvragen en meldingen te ontvangen en te verwerken. Een leverancier voor de software van het Omgevingsplan wordt in Q1 2021 geselecteerd. De aanschaf van software zal structurele lasten met zich meebrengen.
d.d. 24 juni 2021
46
Implementatieplan Om invulling te geven aan de thema’s en onderdelen is ook een Implementatieplan opgesteld. Hieronder zijn de projecten die in 2022 (gaan) spelen in beeld gebracht met daarbij de projectfase die eind 2022 zal zijn bereikt. De Omgevingsvisie Urk 2030 wordt in december 2021 afgerond. Werkpakket
Thema
Beleidsuitvoering
Looptijd
Fase (jaar 2022)
1. Vernieuwing Omgevingsbeleid
A1 Bestaand omgevingsbeleid A2 Bruidsschat (gedecentraliseerde rijksregels, b.v. geluid)
A1.2 Vaststellen omgevingsbeleid lacunes.
2020-2021
Afsluiting
A2.1 Inventarisatie verandering huidig beleid ten opzichte van nieuwe instructieregels. A2.2 Bestuurlijk traject: bepalen ambitie en waarden voor elk van de regels A2.3 Juridische waarborging bruidsschatregels in Omgevingsplan C1.1 Weergave effecten van huidige regels schrappen of handhaven
2020-2021
Realisatie
2020-2023
Voorbereiding
2021-2029
Initiatief
2021-2022
Voorbereiding
C1.2 Juridische risico analyse overgang bestemmingsplan – omgevingsplan
2021-2022
Voorbereiding
C2.1 Overgang ruimtelijke data naar STOP/TPOD standaard
2021-2022
Realisatie
C3.1 Bestuurlijk traject: bepalen ambitie en waarden voor elke thema/gebied op basis van eerdere inventarisatie en analyses C3.2activiteit Verbeterpunten binnen huidig ruimtelijk beleid Per beoordelen: beleid, strategie, locatie (binnenplanse afwijkingen etc.) destilleren
2021-2022
Voorbereiding
2021-2022
Initiatief
2021-2022
Initiatief
C4. Omgevingsplan
C3.3 Opstellen Nota van Uitgangspunten voor het schrijven van Omgevingsplan C4.1 Activiteiten naar detail opnemen in Omgevingsplan. Vastleggen regels voor bouwen, vergunningen, exploitatie, overgangsrecht, etc. Omzetten van tijdelijk deel Omgevingsplan.
2021-2029
Initiatief
C5. Omgevingsprogramma’s
C5.1 Visie en waarden (bestuurlijk) omzetten naar 1 lijst lokale Omgevingswaarden
2021-2023
Initiatief
C5.2 Programma’s vaststellen D1.1 Uitrollen Squit 20/20
2020-2029 2020-2021
Initiatief Afsluiting
D1.2 Kennisverwerving/ training nieuwe software
2020-2021
Afsluiting
D1.3 Inrichten proces buitenplanse activiteiten - Adviesrecht van de raad - Wanneer gemeentelijke adviescommissies om advies vragen
2020-2021
Afsluiting
2. Omgevingsplan en programma’s
C1. Effecten regels en juridische gevolgen
C2. De nieuwe ruimtelijke digitale standaard C3. Ruimtelijke ambities per locatie/thema
3. Omgevingsvergunning
4. Organisatieontwikkeling & manier van werken
D1. Inrichten vergunningaanvragen en meldingen
D1.4 Invoering Omgevingstafel
2020-2021
Afsluiting
D2. Overgang WKB
D2.1 Implementatie WKB
2020-2021
Afsluiting
E1. Interne communicatie
E1.1 Omgevingswetronde E1.2 Oplevering communicatieplan (+ externe communicatie)
2020-2021 2020-2022
Afsluiting Voorbereiding
E1.3 Inrichten periodieke updates voor ambtenaren en raad
2020-2021
Voorbereiding
E2. Externe communicatie
E2.1 Inrichten periodieke updates voor stakeholders, burgers, bedrijven
2020-2021
Voorbereiding
E3. Trainingen en Opleidingen
E3.1 Trainingen en Opleidingen 1. Informeren en bewustwording creëren 2. In kaart brengen en veranderen 3. Inkopen van opleidingen 4. Aanbieden van opleidingen 5. Evalueren, doorontwikkelen en monitoren
2020-2029
Voorbereiding
d.d. 24 juni 2021
47
5. Dienstverlening en werkprocessen
F1. Vragenbomen en vergunning-check
F2. Digitale inrichting dienstverlening
6. Informatievoorziening en Digitaal Stelsel Omgevings-wet (DSO)
G1. Implementatie DSO
d.d. 24 juni 2021
F1.1 Verwerven kennis over toepasbare regels, interdisciplinaire aspecten, benodigde software en standaard (STTR)
2020-2021
Realisatie
F1.2 Opstellen vragenbomen naar gewenst niveau dienstverlening
2020-2021
Realisatie
F2.1 Verwerving software of dienst voor het opstellen van toepasbare regels/ vragenbomen
2020-2021
Realisatie
F2.2 Implementatie software of dienst + toepasbare regels/ vragenbomen
2020-2021
Realisatie
F2.3 Dienstverlening inrichting voor topactiviteiten
2020-2021
Realisatie
G1.1 Verwerving software DSO-LV
2020-2021
Realisatie
G1.2 Formuleren lokale indieningsvereisten en aanleveren aan DSO-LV
2021-2022
Realisatie
G1.3 Koppeling VTH functionaliteit aan DSO
2021-2022
Realisatie
G1.4 Training medewerkers
2020-2022
Realisatie
48
4. FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 4.1. BALANS PER 31 DECEMBER
Verwerving gronden Port of Urk (2020-2023)
d.d. 24 juni 2021
3e Brug / infrastructuur
Investeringen Afschrijving € 1,6 miljoen p/j
Verkoop grondkavels ZHW en Port of Urk (2022)
49
Reserves nemen af met € 9,3 miljoen
d.d. 24 juni 2021
Leningen 2021-2029: € 79 miljoen
50
4.2. FINANCIËLE KENGETALLEN In deze kadernota wordt een doorkijk gegeven naar het jaar 2030. Dit is nodig. Urk groeit en blijft groeien. Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen, moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland. Dit vraagt strategisch inzicht en gezamenlijke aanpak. Urk kan dit niet alleen en wil dit ook niet. Samen met haar buurgemeente Noordoostpolder en provincie Flevoland is er een grote stap gezet met het realiseren van de buitendijkse haven. Het credo ‘Samen leven, samen werken’ gaat hier zeker op. Het is noodzakelijk dat de juiste stappen op de juiste momenten worden gezet. In deze nota worden diverse stappen voorgesteld om de vijf pijlers in basis verder te verstevigen. Kengetallen De kengetallen en analyse geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. In oogschouw dient te worden genomen dat de kengetallen een grofmazig instrument zijn om een uitspraak te doen over de financiële positie. De kengetallen BBV en andere financiële kengetallen vormen een belangrijk onderdeel van het model Interbestuurlijk Toezicht Financieel Toezicht (IBT FT).
Het toezichtsdomein Financiën is één van de vijf domeinen waarbij de provincie het toezichthoudende gezag is. De kengetallen zijn in het IBT FT model ingedeeld in drie pijlers c.q. indicatoren: begrotings-, schuld- en weerstandspositie. In het overzicht op de volgende pagina zijn de uitkomsten van de kengetallen van iedere pijler over de jaren 2020 tot en met 2031 weergegeven. Met behulp van de stoplichtkleuren groen, oranje en rood wordt respectievelijk de situatie gunstig, neutraal of ongunstig aangegeven waar het kengetal zich in bevindt. De normen zijn veelal afgeleid van de VNG. De vijf kengetallen BBV worden afzonderlijk toegelicht en beoordeeld over de jaren 2020 tot en met 2031. Pijlers 2020-2031 Gemeente Urk kent een begrotingspositie (pijler 1) dat jaarlijks sluitend is. Ondanks dat de gemeente Urk moeilijke jaren achter de rug heeft, is het haar gelukt om haar broze financiële positie in 2016 sterk te verbeteren. Aan de hand van 10 financiële regels houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels worden strak nageleefd en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten die boven de VNG-norm uitkomt. De komende jaren liggen de woonlasten fors boven het landelijk gemiddelde.
Vanuit het kengetal netto-schuldquote gekeken, is er een sterke toename van de schuldpositie (pijler 2) zichtbaar. Gemeente Urk komt boven de kritische norm. De verwachting is dat er de tot en met het jaar 2025 voor ruim € 65 miljoen wordt geïnvesteerd en in de jaren 2026 tot en met 2031 nog eens € 14 miljoen. Begin 2018 is er een lening tegen zeer gunstige voorwaarden aangetrokken van € 25 miljoen ten behoeve van (toekomstige) uitgaven Zeeheldenwijk. In 2022 zal er naar verwachting het aantrekken van een lening van € 20 - € 30 miljoen nodig zijn. Het weerstandsvermogen (pijler 3) neemt in 2021 iets af ten opzichte van 2020. De ratio’s van het weerstandsvermogen algemeen en grondexploitaties (2020: resp. 5,4 en 1,1) zijn gedaald. Het incidenteel weerstandsvermogen van het concern en de grondexploitatie blijven de komende jaren goed. Beide laten een dalend verloop zien tot en met het jaar 2023. De grondexploitatie komt in deze jaren onder de gestelde norm van 1. Het streven is dat de eerste kavels Zeeheldenwijk in 2022 worden verkocht. De toename van de balanstotalen en verminderingen van de reserves zorgen er voor dat de solvabiliteit de komende jaren daalt. Vanaf 2026 is de verwachting dat de solvabiliteit gelijk blijft of zelfs weer gaat toenemen. Het kengetal grondexploitatie komt eind 2022 uit op 88 %.
Dit betekent dat de neutrale positie in 2020 wordt ingeruild voor een tijdelijke (zeer) ongunstige.
d.d. 24 juni 2021
51
Toelichting kengetallen BBV Met ingang van de begroting 2016 moet een verplicht basisset van vijf financiële kengetallen worden opgenomen, de zogenaamde kengetallen BBV. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in ministeriële regeling. 1. Netto-schuld quote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen overige verbonden partijen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto-schuld quote van de gemeente Urk ligt in 2020 historisch laag onder de door VNG gestelde norm (90 %). De komende jaren neemt de quote fors toe door geplande investeringen en benodigde externe financiering. 2. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De solvabiliteit bedraagt over de jaren 2013-2016 23%-32% en blijft in de jaren 2017-2020 boven de 32 %. Volgens de VNG-norm is 50% een gezonde factor. In de berekening volgens de VNG-norm worden naast de reserves ook de voorzieningen tot het eigen vermogen gerekend. De solvabiliteit bedraagt voor de jaren 2013-2016 tussen 35% - 43% en voor de jaren 2017-2020 44%- 48% volgens de berekening van de VNG. De komende jaren zal de solvabiliteit gaan afnemen. Enerzijds door toename van langlopende schulden en anderzijds verhoging van het balanstotaal. 3. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld de personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De structurele exploitatieruime van de gemeente Urk is positief de komende jaren. 4.
Grondexploitatie Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (ingevolge artikel 17 onderdeel van het BBV = exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal laat in 2016 een positieve ontwikkeling zien door hogere grondverkopen en toename begrotingsomvang vanaf 2015. De komende jaren neemt het kengetal een ongunstige positie in door de verwerving van gronden. 5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Coelo publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan OZB, rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZwaarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden (mph) in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 in en uit te drukken in een percentage. In het overzicht op de vorige pagina zijn de woonlasten in de jaren 2020 tot en met 2031 aangemerkt met de kleur oranje. Urk wijkt af met haar woonbezetting ten opzichte van het gemiddeld Nederlands huishouden (verhouding 3,4:2,4).
Bij de berekeningsmethodiek ‘woonlasten per inwoner’ komt gemeente Urk in de buurt de gemiddelde woonlasten per inwoner van Nederland.
d.d. 24 juni 2021
52
Woonbezetting o.b.v. mph s
Baten 2020: € 67,7 mln. Baten 2021: € 59,0 mln.
Trendmatige verhoging 1,6% (2021-2022), 1,7% (2023-2025), 1,0 % (2026 e.v.)
Leningen 2021 -2025: € 65 mln.
Leningen 2026 -2031: € 14 mln.
Gem. schuld per inwoner NL (2017) 2017)
Algemene reserve / reserves Sociaal domein: € 13,1 (2020) -> € 11,0 miljoen (2031) Grondreserve: € 6,2 (2020) -> € 6,5 miljoen (2031)
d.d. 24 juni 2021
Inkomsten Zeeheldenwijk (2022) / Port of Urk (2022)
53