Informatienota meicirculaire 2026
Tekst van het document
Informatienota Onderwerp
Gevolgen Meicirculaire 2026
Datum
Aan
Zaaknummer
Van
11 juni 2026 18494745
Leden van de gemeenteraad College van burgemeester en wethouders
Informatienota
Op 29 mei ontvingen wij de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds gebaseerd op onder andere de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk, waarvoor wij op 9 juni gecorrigeerde rekenmodellen ontvingen. Deze circulaire bevat informatie over de verdeling van het gemeentefonds per 2027 en aanpassingen voor de jaren 2025 en 2026. Hierover heeft de minister van BZK ook een brief aan de Tweede Kamer gestuurd. Deze circulaire bevat informatie over onderwerpen uit de Voorjaarnota vanuit het Rijk, waaronder de vermindering van de te ontvangen gelden in het kader van de huishoudelijke hulp (Wmo) en de actualisatie van het volume accres en het LPO-accres (loon- en prijsontwikkelingen) gebaseerd op de actuele raming van het Centraal Planbureau (CPB; CEP 2026). Inleiding Medio mei 2026 heeft u de Kadernota 2027 ter besluitvorming ontvangen. Hierin worden keuzes voorgelegd voor het opstellen van de Begroting 2027-2030, waarbij een structureel sluitend financieel beeld voor de jaren 2027 en 2028 wordt bereikt. In de Kadernota 2027 hebben wij aangegeven dat we met de gevolgen van de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk die vastgelegd zijn in de meicirculaire 2026 nog geen rekening hebben gehouden. Gezien de verschijningsdatum van de meicirculaire is het binnen de gemeente Urk gebruikelijk dat de financiële vertaling voor de gemeente apart via een informatienota aan u wordt aangeboden.
Deze informatie wordt u toegezonden zodat u zich een volledig oordeel kunt vormen over de voorgestelde kadernota. Met het verschijnen van de Meicirculaire 2026 geven wij nader invulling aan dit goede gebruik. De kadernota, aangevuld met de informatie vanuit de meicirculaire 2026 bieden uw raad de mogelijkheid om te debatteren over het complete financieel beeld voor de periode 2027 tot en met 2030. De kadernota is de opmaat naar de Programmabegroting 2027-2030 die uw gemeenteraad in het najaar bespreekt. Conclusie De meicirculaire 2026 biedt voor de jaren 2027, 2029 en 2030 een positiever beeld. Voor de jaren 2026 en 2028 levert de meicirculaire een negatiever beeld op.
1
Wat betekent dit voor de meerjarenbegroting 2027-2030? Bij de Kadernota 2027 is een verwacht financieel beeld gepresenteerd. De nieuwe informatie uit de meicirculaire leidt tot een nieuw financieel beeld. In onderstaand overzicht is het financiële beeld geschetst. Begrotingssaldo 2027-2030 Begrotingssaldo na Kadernota Gevolgen meicirculaire Eindsaldo begroting
2027 60.000 251.000 311.000
2028 479.000 -130.000 349.000
2029 -1.325.000 30.000 -1.295.000
2030 -2.359.000 644.000 -1.715.000
De nieuwe financiële ontwikkelingen leiden tot een veranderd financieel beeld zoals in de Kadernota 2027 is gepresenteerd. 2027 wordt hierdoor positiever en het jaar 2028 minder positief. Het verwachte tekort over de jaren 2029 en 2030 neemt af. Een kanttekening bij dit financieel beeld is dat de huidige kosten voor huishoudelijke hulp (Wmo) nu nog in de begroting zijn opgenomen. Wij verwachten dat bij de Programmabegroting 2027, dan wel Kadernota 2028 meer duidelijkheid vanuit het Rijk is gegeven welke kosten voor huishoudelijke hulp (Wmo) bij de gemeenten achterblijven en welke wegvallen. In overleg met de provincie verwerken wij de mutatie huishoudelijke hulp (Wmo) budgettair neutraal. De reden hiervoor is dat er nog onduidelijkheid heerst over welke taken bij de gemeente achterblijven. Ontwikkelingen meicirculaire op hoofdlijnen Meicirculaire De meicirculaire laat ten opzichte van de kadernota in het algemeen een klein positief beeld zien. Uiteindelijk leidt de meicirculaire tot een beter begrotingssaldo over de jaren 2027, 2029 en 2030. Het beeld voor 2028 wordt minder. Meerjarenbegroting 2026-2030 Totale Algemene Uitkering Geraamd in begroting Saldo Loonmutatie CEP Prijsmutatie CEP Netto saldo Te reserveren middelen Gevolgen begrotingssaldo
2026 2027 2028 2029 2030 43.421.000 45.598.000 45.287.000 45.995.000 48.037.000 43.447.000 44.279.000 44.564.000 46.221.000 47.785.000 -26.000 1.319.000 723.000 -226.000 252.000 53.000 309.000 608.000 -333.000 -725.000 -608.000 -754.000 -26.000 986.000 51.000 -525.000 106.000 -270.000 -735.000 -181.000 555.000 538.000 -296.000 251.000 -130.000 30.000 644.000
In bovenstaand overzicht is weergegeven op welke wijze de te verwachte meeropbrengst een resultaat oplevert voor het begrotingssaldo. Verwerken gevolgen van de meicirculaire 2026 Wij verwerken deze informatie in twee planning & controlproducten. De begrotingsaanpassing voor het jaar 2026 verwerken wij bij de Tussenrapportage 2026 en de financiële effecten van het meerjarig karakter worden verwerkt binnen de Programmabegroting 2027. Deze wordt u in het najaar aangeboden. In bijlage 1 treft u een nadere toelichting op de onderwerpen binnen de meicirculaire 2026 aan.
2
Bijlage 1 Toelichting op de voornaamste wijzigingen vanuit de meicirculaire 2026 De belangrijkste wijzigingen die in de meicirculaire verwerkt zijn betreffen: 1. 2. 3. 4. 5.
BTW-compensatiefonds: Loon- en prijsbijtelling; Taakmutaties; Doeluitkeringen; Kleine factoren en hoeveelheidverschillen.
1. BTW-compensatiefonds Het BTW-Compensatiefonds (BCF) heeft een plafond. Dit plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. Als de gezamenlijke declaraties onder dit plafond blijven, wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding volgt een uitname uit het gemeentefonds. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. Gemeenten zijn in 2025 € 215 miljoen onder het plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire 2025 werd al een voorschot van € 428 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF bedraagt hierdoor € 213 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2026 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Het incidentele negatieve gevolg voor de gemeente Urk hiervan is in 2026 € 222.000. 2. Loon- en prijsbijtelling Uitgangspunt is dat het gemeentefonds meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp) volgt. Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel (LPO), waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename en reëel accres. Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bbp.
In de meicirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2027 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; CEP25). Hierdoor is het volume accres voor de jaren 2027 en 2028 hoger dan in de decembercirculaire 2025, voor de jaren 2029 en 2030 is dit lager. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor alle jaren vanaf 2026 zijn de ramingen voor de prijs bbp iets hoger bijgesteld. Wij reserveren deze gelden voor het indexeren van budgetten gedurende het jaar. Per saldo betekent dit geen verandering van het financieel beeld. Wel heeft het gevolgen voor de mogelijkheid tot indexeren van budgetten. Hiervoor is nu iets meer ruimte. 3. Taakmutaties In de meicirculaire stelt de Rijksoverheid geld beschikbaar voor het uitvoeren van specifieke taken. (taakmutaties). In deze meicirculaire 2026 zijn budgettaire aanpassingen gemaakt voor 10 taakmutaties. Wij noemen hier de meest in het oog springende aanpassingen. In principe worden de budgettaire gevolgen in de begroting verwerkt in het financieel beeld, tenzij de gelden beschikbaar worden gesteld voor het uitvoeren van een nieuwe activiteit (taak). Op dat moment reserveren wij dit geld in de begroting voor het uitvoeren van deze taak.
In onderstaand overzicht is een opsomming van de verschillende taakmutaties gegeven en wordt aangegeven of dit vrijvalt of dat dit geld wordt gereserveerd. Omdat wij de begroting op € 1.000 afronden, verrekenen wij ontvangen bedragen kleiner dan € 1.000 met het begrotingssaldo. 3
Abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo (ter vervanging van het abonnementstarief) is uitgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Hierdoor valt de eerder ingeboekte besparing in 2027 tijdelijk weg. Om dit op te vangen wordt in 2027 een bedrag overgeheveld van de begroting van het ministerie van VWS naar het gemeentefonds en toegevoegd. Over dit bedrag is geen accres opgebouwd, omdat de besparing al eerder was verwerkt. Daarom wordt het accres in 2027 incidenteel verhoogd. Gemeente Urk ontvangt hiervoor € 162.000 extra. In de begroting passen wij de te verwachten opbrengsten met een gelijk bedrag naar beneden aan. Per saldo heeft dit een budgettair neutraal effect. Huishoudelijke hulp uit de Wmo Het kabinet heeft besloten dat huishoudelijke hulp niet langer via de Wmo wordt vergoed voor mensen die dit zelf kunnen betalen. Deze maatregel gaat in op 1 januari 2029. Hierdoor stopt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo. Het gevolg is dat gemeenten minder kosten hebben voor deze voorziening. Omdat gemeenten minder hoeven uit te geven, wordt er juist geld uit het gemeentefonds gehaald. Hoewel huishoudelijke hulp grotendeels uit de Wmo verdwijnt, blijft de gemeente verantwoordelijk voor mensen die niet in staat zijn om dit zelf te regelen of te betalen. Voor deze groep wordt een vangnet ingericht.
Hiervoor ontvangen gemeenten vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen extra via het gemeentefonds. Dit bedrag wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. Voor de gemeente Urk betekent dit een structurele vermindering van € 713.000 (netto) vanaf 2029. Aangezien nog niet duidelijk is welke kosten niet meer door de gemeente wordt gemaakt, wordt hier vooralsnog geen rekening gehouden. In overeenstemming met de begrotingsrichtlijn van de provincie wordt voor hetzelfde bedrag een stelpost opgenomen. Wij verwachten meer duidelijkheid bij de programmabegroting 2027, dan wel kadernota 2028. Op dat moment zullen wij de programmabegroting structureel aanpassen en de stelpost verwijderen. Kinderopvang pleegouders De Rijksoverheid stelt extra geld beschikbaar om pleegouders te helpen bij de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso) voor hun pleegkinderen. Deze regeling geldt voor alle pleegouders, ook als de plaatsing vrijwillig is. Pleegouders betalen nu vaak nog een eigen bijdrage nadat zij kinderopvangtoeslag hebben ontvangen. De extra middelen zijn bedoeld om deze resterende kosten te verlagen. Bij decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig € 10,7 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. In de meicirculaire 2026 zijn deze middelen voor 2026 en 2027 ook aan het gemeentefonds toegevoegd.
Voor de gemeente Urk betekent dit € 23.000 voor 2026 en 2027. Deze gelden reserveren wij speciaal voor dit doel. Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg Op 16 juni 2025 is de SPUK “Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf” verlengd voor de zorgkosten over de jaren 2024 en 2025, met een aanpassing die op 24 november 2025 is gepubliceerd. Ten behoeve van deze regeling is in 2026 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), afkomstig uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. In het derde kwartaal van 2026 zal de beoordeling van de aanvragen plaatsvinden. Na beoordeling van de aanvragen over de jaren 2024 en 2025 zal het eventuele restant terugvloeien naar de algemene uitkering van het gemeentefonds. 4
Voor de gemeente Urk heeft deze uitname van het gemeentefonds voor 2026 een nadelig effect van € 74.000. Weeffout Jeugdzorg Bij de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 is geld overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Daarbij is een fout gemaakt: er is op dat moment structureel te veel naar gemeenten gegaan. Dit kwam doordat geen rekening werd gehouden met het feit dat grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Den Haag al zelf verantwoordelijk waren voor jeugdzorg. Deze fout wordt nu hersteld. Vanaf 2026 wordt deze correctie structureel doorgezet. Het effect voor de gemeente Urk is € 13.000 vanaf 2026. Wet op de lijkbezorging De overheid wilde de Wet op de lijkbezorging moderniseren, waardoor gemeenten extra taken zouden krijgen, bijvoorbeeld voor de gemeentelijke lijkschouwer. De invoering van deze nieuwe wet is echter uitgesteld van 2026 naar 2028. Ook de voorbereiding (implementatie) schuift een jaar op, van 2026 naar 2027. Hierdoor schuiven de in 2026 gereserveerde middelen voor implementatie door naar 2027. Voor de gemeente Urk betekent een verschuiving van 2026 naar 2027 van ongeveer € 3.000. 4.
Doeluitkeringen Naast een aantal aanpassingen van doeluitkeringen met een erg klein financieel effect noemen wij hier de volgende belangrijke aanpassingen: Doeluitkering participatie Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om € 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. De eerste twee hierna genoemde onderwerpen zijn in het kader van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk. Individuele gemeenten ontvangen vanaf 2026 in totaal € 9,9 miljoen extra voor het ondersteunen van jongeren bij of gericht op arbeidsinschakeling. Dit is een aanvulling op het bestaande re-integratiebudget. Centrumgemeenten ontvangen in totaal € 2,6 miljoen voor hun coördinerende rol op grond van artikel 7a van de Participatiewet. Per 2027 komen extra financiële middelen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Bij deze jongeren is vastgesteld dat zij op dit moment geen arbeidsvermogen hebben, maar niet zeker is dat dit arbeidsvermogen ook duurzaam ontbreekt. Voor de gemeente Urk betekent dit een structurele verhoging van € 79.000 in 2026 oplopend tot € 176.000 in 2030. Deze gelden reserveren wij voor de extra taken die op ons afkomen.
Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren. Om gemeenten te helpen, hebben het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten. In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. Voor de gemeente Urk betekent dit een verhoging van € 11.000 in 2026. Deze gelden reserveren wij voor de extra taak die op ons afkomt. 5
Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om € 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. De eerste twee hierna genoemde onderwerpen zijn in het kader van de nieuwe Wet van school naar duurzaam werk. Individuele gemeenten ontvangen vanaf 2026 in totaal € 9,9 miljoen extra voor het ondersteunen van jongeren bij of gericht op arbeidsinschakeling. Dit is een aanvulling op het bestaande re-integratiebudget. Centrumgemeenten ontvangen in totaal € 2,6 miljoen voor hun coördinerende rol op grond van artikel 7a van de Participatiewet. Per 2027 komen extra financiële middelen beschikbaar voor re-integratiedienstverlening aan jongeren die door Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) zijn afgewezen voor de Wajong op basis van het duurzaamheidscriterium. Bij deze jongeren is vastgesteld dat zij op dit moment geen arbeidsvermogen hebben, maar niet zeker is dat dit arbeidsvermogen ook duurzaam ontbreekt. Voor de gemeente Urk betekent dit een structurele verhoging van € 17.000. Deze gelden reserveren wij voor de extra taak die op ons afkomt.
Ondersteuning lokale politieke partijen Op de huidige begroting van het ministerie van BZK is € 8,2 miljoen in 2026 beschikbaar voor de subsidiëring van decentrale politieke partijen. Dit is onderdeel van het wetsvoorstel Wet op de politieke partijen (Wpp). Omdat deze wet nog niet in werking is getreden, ontbreekt momenteel de vereiste wettelijke grondslag om deze middelen uit te keren. De leden Clemminck – Tijs van der Brink hebben een amendement op de Ontwerpbegroting 2026 ingediend aangaande ondersteuning lokale politieke partijen11. Dit amendement betreft een incidentele overboeking van de begroting van BZK naar het gemeentefonds van € 5,5 miljoen in 2026. Met verstrekking van deze middelen aan gemeenten middels een decentralisatie-uitkering, worden gemeenten in de gelegenheid gesteld om politieke partijen die een zetel hebben in de gemeenteraad te ondersteunen. De verdeling van deze middelen is gebaseerd op het totaal aantal zetels in de gemeenteraad maal het bedrag per zetel. Het bedrag per zetel is afhankelijk van het inwoneraantal van de gemeente. Voor de gemeente Urk betekent dit een eenmalige verhoging van € 9.000 in 2026. Deze gelden reserveren wij voor de taak waarvoor deze is gegeven. CDOKE gelden Voor 2027 is € 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.
Hiervan wordt € 583 miljoen verdeeld door middel van een verdeelsleutel die op verzoek van de VNG is opgesteld door Andersson Elffers Felix (AEF). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Dezelfde verdeelsleutel is ook voor 2026 toegepast. Op voorstel van de VNG, in samenwerking met de RVO, wordt € 85,9 miljoen van het totaalbudget toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissie-zone. Een onderdeel van de algemene uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid zijn middelen voor de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Sinds 2019 werken de G4-gemeenten gezamenlijk aan de uitrol van laadinfrastructuur voor alle modaliteiten. De gemeente Utrecht ontvangt € 1,9 miljoen van het totaalbudget ten behoeve van de NAL-regio G4. Met deze middelen wordt de NAL-regio G4 in staat gesteld om bij te dragen aan het doel om een landelijk dekkend laadnetwerk voor alle modaliteiten te realiseren. 6
In deze meicirculaire wordt voor het jaar 2027 € 587.000 beschikbaar gesteld. Wij reserveren deze in de reserve duurzaamheid. Wij bekostigen hiervan de werkzaamheden die in het kader van duurzaamheid worden uitgevoerd. Gemeentelijke antidiscriminaliteitsvoorzieningen. Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) werken samen als het gaat om de preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten sinds 2009 structureel geld via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Gemeenten krijgen in 2027 (net als in 2024, 2025 en 2026) middelen om méér aan preventie te kunnen. Hiervoor is in 2027 in totaal € 2,5 miljoen beschikbaar. De middelen worden verdeeld op basis van een vast bedrag per inwoner. Gemeente Urk ontvangt hiervoor in 2027 € 3.000. Deze gelden reserveren wij. 5. Kleine factoren en hoeveelheidverschillen Deze wordt bij iedere circulaire op basis van verschillende indicatoren vanuit het CBS herrekend. Nader bekend geworden definitieve informatie als hoeveelheidverschillen zijn hiervan de oorzaak. Aanpassingen van deze uitkeringsfactor leidt ook tot kleine wijzigingen. Ook worden de gevolgen van de WOZ waarden periodiek beoordeeld. Voor de meicirculaire 2026 heeft dit een negatief effect. Voor 2026 is dit verschil € 118.000 negatief. Voor 2027 is dit € 160.000 positief.
Voor 2028 is dit € 202.000 negatief en voor 2030 € 151.000 negatief. Met deze bedragen wordt het financieel beeld aangepast.
7