Informatiememo nav commissievergadering 12 juni (aangepast)
Tekst van het document
Informatienota Onderwerp Vraagpunten commissievergadering Energienet Urk Datum 1 juli 2024 (update 3 juli 2024) Zaaknummer 018459438
Aan Gemeenteraad Urk Van Willem Foppen
Informatienota Op 12 juni jl. is het Energienet Urk, met de daarbij behorende stukken, behandeld in de commissievergadering. Er zijn door de fracties verschillende vraagpunten aangedragen die grotendeels door de wethouder zijn beantwoord tijdens de vergadering. Middels deze informatienota gaan we graag in op de punten en geven we nader toelichting en aanvulling. Naast deze informatienota zijn er tussen de commissievergadering (12/06/2024) en de raadsvergadering (04/07/2024) een tweetal bijeenkomsten georganiseerd: 1. Vrijdag 28 juni 2024 heeft er een overleg plaatsgevonden over de concept aanvraag EMGverklaring. Vanuit de Raadswerkgroep Energie is Jacob de Borst aanwezig geweest. 2. Dinsdag 2 juli 2024 staat er een bijeenkomst gepland op het gemeentehuis Urk over de financiering en de businesscase Energienet Urk. De fractievoorzitters en voorzitter van de raadswerkgroep Energie (Louw Gnodde) zijn hiervoor uitgenodigd. Risicoanalyse Vanuit verschillende fracties zijn er vraagpunten aangegeven die betrekking hebben op de risico’s van Energienet Urk en het inzichtelijk maken hiervan. Daarnaast is er door Jacob de Borst een tiental risico’s aangegeven die schriftelijk (in woord) zijn beantwoord, maar niet op kans x impact in geld zijn gezet.
In de bouwteamfase is een risicodossier opgesteld waarin een overzicht van de risico’s is weergegeven, inclusief kwantificering van de schaal van de impact in geld. Deze risico’s zijn gesorteerd van hoog naar laag. U vindt het risicodossier als bijlage 3 bij deze informatienota. Risico’s aangedragen door Jacob de Borst zijn hierin verwerkt. EMG-verklaring en vergelijk Energienet met Lucht-water Warmtepomp Op vrijdag 28 juni jl. heeft er een bijeenkomst plaatsgevonden op kantoor bij InWarmte te Utrecht. Jacob de Borst is vanuit de Raadswerkgroep Energie aanwezig geweest bij dit overleg en in gesprek gegaan over de concept aanvraag EMG-verklaring. Zie bijlage 1 de sheets over dit onderwerp. De belangrijkste conclusie is dat het Energienet Urk zeer duurzaam is en dat de EMG verklaring aangevraagd wordt met een energiefactor van 0,2 op basis van forfaitaire ontwerpwaardes (conservatieve aannames). Als in later stadium op basis van monitoring de werkelijke waarden bekend zijn kan de energiefactor naar verwachting nog scherper worden vastgesteld.
Voor de (financiële) vergelijking een luchtwaterwarmtepomp met een warmtepomp in het energienet is de performance van twee gangbare machines met elkaar vergeleken. De uitkomsten ondersteunen de financiële vergelijking dat in het projectplan is opgenomen. Financiering en businesscase Energienet Urk Er zijn veel vraagpunten aangegeven tijdens de commissievergadering die betrekking hebben op de financiering en de businesscase van het Energienet Urk. Door de fractie van de SGP werd de Internal Rate of Return (IRR) aangehaald die in het amendement van april opgenomen is. Deze en andere vraagpunten over dit onderwerp vindt u terug in bijlage 2 bij deze informatienota. Daarnaast vindt er op 2 juli a.s. een bijeenkomst plaats op het gemeentehuis Urk over de financiering en de businesscase Energienet Urk. De fractievoorzitters en voorzitter van de raadswerkgroep Energie (Louw Gnodde) zijn hiervoor uitgenodigd. Governance Binnen de bouwteamfase wordt gewerkt aan een aantal overeenkomsten voor het oprichten van Energienet Urk. Deze overeenkomsten worden opgesteld op basis van de uitgangspunten die door de raad vastgesteld zijn op 13 april 2023 en de afspraken in de informatiememorandum die met de Raadswerkgroep Energie is gedeeld. De overeenkomsten worden gefinaliseerd na positieve besluitvorming op 4 juli in de gemeenteraad.
In afstemming met InWarmte zullen alle definitieve overeenkomsten ter inzage worden gelegd bij de griffie zodra deze gereed zijn. Dit zal niet voor de raadsvergadering van 4 juli zijn. Er is in korte tijd veel werk verzet door de ambtelijke organisatie, de inhoud bleek echter complexer dan in eerste instantie verwacht. De inpassing van de Wcw is daar een voorbeeld van. Er zijn nog weinig warmtenetten die de Wcw in de governance al doorgevoerd hebben. Externe expertise is ingezet, er zijn o.a. gesprekken en overleggen met het ministerie van economische zaken. De grote hoeveelheid aan technische en financiële vragen heeft de prioritering van de overeenkomsten op een ander niveau gezet (mede gezien het feit dat de ondertekening een collegebevoegdheid is). Bij finalisering van de overeenkomsten zal een collegevoorstel op route worden gebracht voor de ondertekening ervan, daarbij zullen de stukken ter inzage worden gelegd bij de griffie. Tijdens de commissievergadering werd door de CU de vorm van coöperatie als voorkeurs organisatievorm naar voren gehaald. Deze organisatievorm wordt op dit moment binnen Zwolse Hoek (bestaand voor bestaand) nader onderzocht. Voor het Energienet Urk heeft de raad in april 2023 besloten een andere organisatievorm te hanteren. De raad heeft ingestemd met de volgende punten: 1.
Een principebesluit te nemen voor de organisatievorm joint venture voor Energienet Urk. 2. Kennis te nemen van bijgesloten memo die deze keuze onderbouwt. 3. In te stemmen met een aanbesteding om een privaat warmtebedrijf te selecteren die het Energienet Urk samen met de gemeente ontwikkelt. Deze uitgangspunten zijn ook meegenomen in de aanbesteding van het Energienet. Overigens kunnen beide organisatievormen (de JV voor nieuw voor nieuw en de warmte corporatie voor Zwolse hoek ) op termijn prima op elkaar inhaken.
2
Uitstel besluitvorming Uitstellen van de besluitvorming rondom Energienet Urk, zoals aangegeven in de commissievergadering, heeft verschillende gevolgen: ✓ Planning aansluiting Port of Urk o Op dit moment is Port of Urk volop in ontwikkeling en is de aannemer bezig met het bouwrijp maken van de gronden. Energienet Urk kan hierin meegenomen worden. Uitstel van besluitvorming leidt tot kostenverhoging omdat de realisatie van het Energienet los komt te staan van het bouwrijp maken. Dit heeft gevolgen voor de businesscase. o Americold is nieuwe plan voor Port of Urk aan het engineeren. Bij niet doorgaan vraagt dit aanpassing in ontwerp. Dit heeft financiële gevolgen voor zowel Americold als gemeente Urk. Het kost daarnaast tijd, het bedrijf is later operationeel + later grondverkoop. Dit geldt ook voor andere bedrijven die al een kavel toegekend hebben gekregen en weten dat ze verplicht moeten aansluiten op het Energienet. o Tot 2027/2028 geen netcongestie verwacht op Port of Urk, uitgaande van komst van het energienet met 50% reductie van benodigd vermogen. Bij niet doorgaan zal PoU, ZHW en ook de uitbreiding van Zwolse Hoek eerder last hebben van netcongestie. o Energienet scoort erg goed m.b.t. duurzaamheidscertificeringen (o.a. Breeam) en zorgt daarmee o.a. voor lagere rente bij financieringen/leningen, maar ook voor verplichte duurzaamheidsverslagen voor grote bedrijven.
Bij niet doorgaan Energienet Urk heeft dit voor de bedrijven financiële gevolgen. o Ambitie Port of Urk is realisatie van een TOP werklocaties d.m.v. 3 pijlers; verduurzaming, kennis en innovatie en samenwerking/clustervorming. Pijler duurzaamheid wordt ingevuld door uniek Energienet, Smart Grid maar ook nieuwe duurzame bron van schoon proceswater voor de visindustrie inclusief circulair hergebruik. Bij niet doorgaan Energienet valt pijler verduurzaming grotendeels weg. ✓ Planning ontwikkeling Zeeheldenwijk Volloopscenario is gebaseerd op de planning van de bouw van de Zeeheldenwijk. Het volloopscenario is gekoppeld aan de businesscase. Bij vertraging of uitlopen heeft dit gevolgen. ✓ Ontwikkelingen Op dit moment lopen er verschillende ontwikkelingen; Brede School, Triade etc. Al deze instellingen en bedrijven willen op korte termijn duidelijkheid over het al dan niet doorgaan van het Energienet. Uitstel van besluitvorming kan er toe leiden dat bedrijven en instellingen worden genoodzaakt een alternatieve installatie te engineeren om zo hun planning voor de realisatie te halen. Koppeling nieuw voor nieuw met bestaand voor bestaand De koppeling tussen nieuw voor nieuw (Energienet Urk) met bestaand voor bestaand is technisch mogelijk, dit is ook uitgangspunt geweest voor het ontwerp van het Energienet zoals die nu is voorgesteld.
Nieuw voor Nieuw is een belangrijke randvoorwaarde voor de totstandkoming van bestaand voor bestaand. Tijdens de commissievergadering is er door de ChristenUnie een voorzet gedaan om dit zo spoedig mogelijk op te pakken en is positief door de wethouder beantwoord. Van belang hierbij is dat de koppeling dan ook voor een meerwaarde kan zorgen in de vorm van warmte leverantie aan ZHW en PoU. Voordat deze koppeling tot stand kan komen is het wel noodzakelijk dat de financiële haalbaarheid is aangetoond en dat de organisatie helder is.
3
Warmtenetten in Nederland negatief in het nieuws / vergelijkbare projecten Er is veel negatieve berichtgeving over warmtenetten in Nederland. Deze warmtenetten zijn echter niet te vergelijken Energienet Urk. Enerzijds door de techniek die gebruikt wordt (5e generatie warmtenet) en anderzijds doordat het een koppeling is tussen een woonwijk (nieuwbouw) en visverwerkende industrie op het industrieterrein (nieuwbouw). Het risico is betrekkelijk laag bij nieuw voor nieuw. Het volloopscenario is gebaseerd op de planning nieuwbouw. Deze kan uitlopen, maar risico is daarbij veel lager dan bestaande bouw. Voorbeelden van vergelijkbare projecten die technisch gezien ook prima functioneren zijn het laagtemperatuur warmte- koudenet in Heerhugowaard en Heerlen. Is dit Energienet noodzakelijk om betaalbare woningen te kunnen bouwen Het Energienet is niet nodig om betaalbare woningen te kunnen bouwen. Wel is het energienet nodig om toekomstbestendige woningen te bouwen. Woningen die: ✓ slechts de helft van het elektrisch vermogen nodig hebben (t.o.v. individuele oplossing) en daarmee netcongestie vooruit schuiven.
✓ een hogere bedrijfszekerheid kennen dan bij een individuele warmtepomp ✓ geen geluidoverlast veroorzaken (geen buitenunit) ✓ minder aanpassingen nodig hebben in/om/aan de woning (besparing op binnenruimte) ✓ de eigenaar ontzorgen doordat onderhoud en storingsopvolging is geregeld. Het Energienet biedt geen keuzevrijheid / Draagvlak onder bewoners Keuzevrijheid is een belangrijke hedendaagse verworvenheid. Als het gaat om de warmtevoorziening in je huis zijn keuzes beperkt. De tijd dat we konden kiezen voor aardgas of verwarming door een warmtepomp ligt achter ons. Aardgas is niet toegestaan voor nieuwbouw. De feitelijke keuzevrijheid is dus fictief. Zonder Energienet heeft de toekomstige bewoner van de Zeeheldenwijk één keuze; nl een lucht-water warmtepomp (de ontwikkelaar van de woning zal de keuze voor het type etc. al in vroeg stadium hebben bepaald.) Met het Energienet heeft de bewoner ook één keuze maar met de voordelen zoals hierboven benoemd. Huur afleverset niet meegenomen in DMDA berekening In de “Niet Meer Dan Anders” kostenvergelijk met een lucht-waterwarmtepomp zijn voor beide scenario’s alle kosten voor de bewoner meegenomen. In de jaarlijkse vaste kosten zit niet alleen het vastrecht maar ook het meettarief en de huur van de afleverset. Is de nieuwbouw van groot effect op de netcongestie of is dit verwaarloosbaar t.o.v.
de huidige visindustrie Op dit moment wordt het overgrote deel van het beschikbaar elektrisch vermogen gebruikt door de visverwerkende industrie op Zwolse Hoek. Totaal is het elektravermogen voor Zwolse Hoek (20 MW) ca de helft van het beschikbaar vermogen op het regelstation Urk Zuid (40 MW). Met de komst van de nieuwe woonwijk en het bedrijventerrein Port of Urk zal de vraag naar elektrisch vermogen snel stijgen. Door gebruik te maken van het Energienet zal het noodzakelijke vermogen voor verwarming in de winter met 50% worden gereduceerd. Een besparing van ca 4 MW voor de Zeeheldenwijk en Port of Urk (circa 20% van het huidige gebruikte vermogen op Zwolse Hoek). Het lagere vermogen dat ook de vriesindustrie nodig heeft op PoU is hierbij nog niet meegenomen. 4
Bijlage 1 sheets Volantis EMG-verklaring
5
6
7
8
9
10
11
12
Bijlage 2 Financiering en businesscase In de raadscommissie zijn op 12 juni diverse opmerkingen gemaakt over de financiële uitgangspunten waarmee de businesscase voor het Energienet is opgesteld en over de wijze van financieren van dat net. In deze informatienota gaan we in op die opmerkingen. Overigens verwijzen we daarbij ook naar het eerder met uw commissie gedeelde bestand “scenarios Energienet Urk WenV”. In het algemeen wordt opgemerkt dat het Energienet een omvangrijk project is met een lange looptijd. Niet alleen de initiële investering maakt er deel van uit, maar ook de vervangingsinvesteringen die in de tweede helft van de concessieperiode nodig zijn. Het einde van de concessieperiode is naar huidige verwachting niet de einddatum van het investeringsproject. Het model van de businesscase gaat er van uit dat het net ook na de concessieperiode wordt geëxploiteerd. De vervangingsinvesteringen vormen een belangrijk deel van de businesscase. Maar of alle vervangingsinvesteringen uiteindelijk noodzakelijk of gewenst zijn, is uiteraard pas goed te bepalen als die aan de orde zijn. Zeker geldt dat voor de vervangingsinvesteringen richting het einde van de concessieperiode. Dat is van belang bij het beoordelen van de kasstromen en financiële uitkomsten van een project met een dergelijke lange looptijd.
Bij die beoordeling is ook van belang de waardering van de milieuwinst van het project. Die komt uiteraard niet direct tot uiting in de financiële uitkomsten maar moet daarbij wel worden betrokken. Tarieven voor de vriesindustrie In de businesscase is op een conservatieve manier rekening gehouden met aansluitbijdragen van de koelhuizen. De hoogte daarvan wordt onderwerp van gesprek met de betreffende bedrijven. Nader moet worden bepaald hoe en in welke omvang de voordelen die deze bedrijven hebben bij het leveren van warmte, financieel tot uiting kunnen worden gebracht in de vorm van aansluitbijdragen. Bij die voordelen moet gedacht worden aan zaken als: - hogere milieuprestaties en de marketing- en financieringsvoordelen daarvan; - lagere elektriciteitskosten. Internal Rate of Return De businesscase realiseert op projectniveau een IRR van 7,91%. Op blz. 19 van het projectrapport staat de grafische weergave van de kasstromen die leiden tot die IRR. Dit zijn de kasstromen op projectniveau wat betekent dat de financieringskasstromen in die grafiek niet zijn meegenomen. De rode lijn in de grafiek geeft de cumulatieve contant gemaakte waarde van de operationele cash flows weer. In de onderstaande grafieken worden de totale kasstromen weergegeven. In de eerste grafiek onderscheiden naar investering, exploitatie en financiering. In de tweede grafiek het resultaat van deze drie.
De totale cash flow dus uitgesplitst in drie delen: - Cash Flow from Operations (CFO): omzet, operationele kosten - Cash Flow from investing (CFI): investeringen en herinvesteringen - Cash Flows from Financing (CFF): opname en aflossing leningen, rente, financieringskosten
13
14
Financieringskosten Voor de financiering is in de businesscase uitgegaan van een rentepercentage van 5,25 voor leningen af te sluiten bij de BNG, met een looptijd van 25 jaren. De weighted average cost of capital (WACC) bedraagt 6,12%. InWarmte rekent met een gewenst projectresultaat van 7,8%, terwijl de project-IRR, zoals in de vorige paragraaf is vermeld, uitkomt op 7,91%. Uiteraard moeten deze uitgangspunten na de investeringsbeslissing verder worden uitgewerkt in samenwerking met de BNG, mede in relatie tot de second opinion die de BNG uitvoert. Onder andere zijn daar van belang het uiteindelijke oordeel van de BNG over de gewenste verhouding VV-EV en de looptijden van de leningsdelen (nu gesteld op 25 jaren). Ook de vergoeding die de gemeente ontvangt voor het verstrekken van die garanties moet nog definitief vastgesteld worden. Overigens moet niet te licht worden gedacht over de toetsing van het project door de BNG. De BNG toets het project om te beginnen op de gebruikte techniek. Vervolgens beoordeelt de BNG of het project volgens hun bancaire normen uit kan. Die bancaire commerciële toets wordt uitgevoerd zonder rekening te houden met de gemeentelijke garantstelling. Vervolgens eist de BNG weliswaar de gemeentelijke garantstelling, maar dus niet om te kunnen komen tot een bancair positief oordeel.
De gemeentelijke garantie leidt tot gunstiger rentepercentages (zodat de gemeente gecompenseerd wordt voor het risico) en langere looptijden dan anders het geval zou zijn. Ten slotte worden er inmiddels gesprekken gevoerd met InWarmte over de omvang van en de rentevergoeding over de te verstrekken achtergestelde lening. Ook daarbij is het risicoprofiel van het project een bepalende factor, in samenhang met de invulling van het geheel van de financiering en de aard van de achterstelling. Die aard van de achterstelling en daarmee de volgorde van aflossing is onderdeel van het totale financieringspakket en dus van de nog te voeren gesprekken met de BNG. Wel zal die aard altijd zodanig moeten zijn dat de achtergestelde lening kwalificeert als eigen vermogen. Omvang financiering De grafiek op blz. 19 van het projectrapport geeft weer de operationele cash flows. De omvang van de benodigde financiering blijkt daar niet uit. De rode lijn geeft aan de cumulatieve contant gemaakte waarde van de operationele cash flows. Vandaar dat er een verschil zit tussen het dieptepunt van de rode lijn op € 6 mln., en het bedrag in de tabel op blz. 20, “nog te financieren” van € 10,5 mln. Die € 10,5 mln. is een grove weergave van de financieringsomvang.
De financiering vindt in de praktijk in gedeelten plaats, gedurende een aantal jaren want afhankelijk van het investeringsschema van de daadwerkelijke aanleg van het net. Dat betekent bijv. dat op de eerste leningsdelen al wordt afgelost op het moment dat verder in de tijd gelegen delen van de investering nog moeten worden gefinancierd. Verder wordt de initiële aanleg (die gepresenteerd wordt in de tabel op blz. 20) voor een belangrijk deel gefinancierd met de BAK. Maar de vervangingsinvesteringen die uiteraard pas veel later in het project plaatsvinden moeten worden gefinancierd uit overschotten op lopende kasstromen aangevuld met nieuwe externe financiering. Bij aanvang van het project is het noodzakelijk dat gemeente Urk voor deze door de BNG te verstrekken leningen garant staat. Het gaat om een bedrag van iets meer dan € 10 mln. Of de gemeente nog steeds garant moet staan voor de leningen van het warmtebedrijf die in de tweede helft van de concessieperiode aangegaan moeten voor het financieren van de vervangingsinvesteringen, is op dit moment nog niet te zeggen. Dat is afhankelijk van het risicoprofiel van het warmtenet op dat moment, dus op het moment dat het bedrijf al een fors aantal jaren heeft geëxploiteerd.
De noodzaak van directe gemeentelijke garantstelling, ook voor de eerste leningen, is verder afhankelijk van het invoeren van een landelijk garantiefonds voor warmtenetten zoals die zullen functioneren onder de nieuwe Wet collectieve warmte. Zodra dat landelijke garantiefonds is ingevoerd, wordt de gemeentelijke 15
garantstelling daarin ondergebracht. Het ligt voor de hand dat in die situatie de financiering van de vervangingsinvesteringen geen taak meer is voor de gemeente maar voor het landelijke fonds. Gemeentelijk weerstandsvermogen Binnen het algemene gemeentelijke financiële beleid en mede op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden wordt bepaald wat het minimaal benodigde weerstandsvermogen van de gemeente moet zijn. Daarbij wordt gekeken naar het totaal van de risico’s die de gemeente loopt, de financiële omvang daarvan en de kans dat de risico’s werkelijk tot uitgaven zullen leiden. Jaarlijks bepaalt uw raad in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting wat de omvang is van de risico’s en hoe die zich verhoudt tot het beschikbare weerstandsvermogen. Momenteel bestaan die risico’s volgens de begroting 2024 vooral uit een algemeen begrotingsrisico (5% van de begrotingsomvang, risico € 4 mln.) en de waarde van de voorraden bouwgronden (€ 48,3 mln., risico € 6,3 mln.). Het totaal van ongeveer € 11 mln. is afgezet tegen een beschikbare weerstandscapaciteit van bijna € 25 mln.. Het door de gemeente garanderen (tot de invoering van het landelijke garantiefonds) van BNG-leningen te verstrekken aan het warmtebedrijf levert een hoger gemeentelijk risicoprofiel op en dus de noodzaak om een groter deel van ons eigen vermogen dan € 11 mln.
aan te merken als minimaal aan te houden weerstandsvermogen. Op welk bedrag de risico’s van het garanderen van de leningen van het warmtebedrijf gesteld moet worden, is bepaald in de risicomatrix. Dat risico moet, evenals eventuele andere ontwikkelingen in het risicoprofiel van de gemeente Urk, vervolgens worden meegenomen bij het bepalen van het totaal noodzakelijke weerstandsvermogen in de begroting 2025. Voor dit project is een risico matrix opgesteld. Daarbij is de kans dat een risico zich voordoet vermenigvuldigd met de impact ervan in euro’s. Vervolgens is per fase van het project de som van de belangrijkste 5 risico’s opgeteld. Omdat de kans dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen zeer klein is en er ook risico’s in zitten die elkaar uitsluiten, zijn alleen de belangrijkste 5 risico’s meegenomen. Voor de exploitatiefase van het energienet komt dit neer op € 2 mln. Dit bedrag leidt tot een stijging van het minimaal aan te houden weerstandsvermogen van € 11 tot € 13 mln. wat past binnen de weerstandscapaciteit van € 25 mln. volgens de begroting 2024. Gedurende de looptijd van de exploitatie worden de risico’s steeds kleiner. Het ligt dan ook voor de hand om het weerstandsvermogen in de tijd hierop aan te passen.
Als de garanties worden overgenomen door een landelijk garantiefonds, heeft dat uiteraard ook een verlagend effect op het aan te houden minimale weerstandsvermogen.
16
Informatienota Bijlage 3 Risicodossier
18
19
20
21