CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Havenverordening was wordt tabel 2025 met toelichting

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente UrkBij agendapunt: Herziening Havenverordening9.084 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 bij Wijziging Havenverordening (najaar 2025) Was-wordt-tabel wijziging Havenverordening met artikelsgewijze toelichting Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt en – als de bestaande tekst al vet was gedrukt ook onderstreept.

Artikel 1.1 is gewijzigd. Bestaande tekst a. schip/vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, daaronder mede begrepen een watervliegtuig, drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard alsmede woonschepen, woonarken, glijboten en ponten;

Nieuwe tekst q. vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, daaronder mede begrepen een watervliegtuig, drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard alsmede woonschepen, woonarken, glijboten en ponten;

f. bedrijfsvaartuig: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water (niet zijnde een binnenschip), hoofdzakelijk gebruikt of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep, voor het bedrijfsmatig vervoer van minder dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen, dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten;

a. bedrijfsschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep, voor het bedrijfsmatig vervoer van minder dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen, dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten;

u. woonschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat

e. woonschip: een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebruikt of tot woning is bestemd;

uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot een als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van één of meer personen;

Volgende definities worden toegevoegd

Bestaande tekst

Nieuwe tekst f. charterschip: een vaartuig dat daadwerkelijk en aantoonbaar wordt gebruikt ten behoeve van de bedrijfsmatige chartervaart hetgeen moet blijken uit een inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel; g. college: het college van burgemeester en wethouders; j. passantenligplaats: een ligplaats speciaal gereserveerd voor passanten/dagrecreanten danwel een als zodanig door de havenmeester aangewezen ligplaats; m. recreatief nachtverblijf: verblijfrecreatie in de periode 1 april tot 1 november, waarbij – maximaal drie weken aaneengesloten - wordt overnacht in een eigen vaartuig met een ligplaats in de haven, door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; n. recreatiehaven: de Westhaven, Oosthaven en Nieuwe haven in het havengebied van de gemeente Urk; r. vaste ligplaats: een ligplaats, welke krachtens een daartoe verleende vergunning gedurende de daarin bepaalde periode mag worden ingenomen t. werkhaven: de Klifkade, de zuid en oostzijde van de Burgemeester schipperskade en Evertbakker kade;

2/25

u. woonschip: een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot een als hoofdverblijf geldend dag- of nachtverblijf van één of meer personen;

Artikel 1.2 wordt toegevoegd: Bestaande tekst 2 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, is van toepassing de geldende Algemene Plaatselijke Verordening Urk.

Nieuwe tekst 2. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, is van toepassing de geldende Algemene Plaatselijke Verordening Urk, danwel de Verordening voor de fysieke leefomgeving Urk

Artikel 1.4 is verwijderd. Bestaande tekst 1.4 Niet in behandeling nemen van een aanvraag Een aanvraag wordt in ieder geval niet in behandeling genomen indien de aanvrager niet heeft voldaan aan het bepaalde in de vigerende Legesverordening.

Nieuwe tekst

Artikel 1.8 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1.8. Weigering vergunning Een vergunning wordt geweigerd in het geval van: a. strijdigheid met het bestemmingsplan; b. strijdigheid met de belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen; c. indien de gestelde voorschriften en/of beperkingen aan de voorafgaande vergunning niet of niet volledig zijn nagekomen; d. strijdigheid met een voor het betreffende gebied geldende eis van welstand. e. strijd ontstaat met belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen; f. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.

Nieuwe tekst Artikel 1.7 Weigering vergunning Een vergunning kan worden geweigerd in het geval van: a. strijdigheid met het Omgevingsplan; b. strijdigheid met de belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen; c. indien de gestelde voorschriften en/of beperkingen aan de voorafgaande vergunning niet of niet volledig zijn nagekomen; d. strijdigheid met een voor het betreffende gebied geldende eis van welstand.

3/25

Artikel 1.9 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1.9. Intrekking of wijziging De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd in het geval dat: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt overeenkomstig een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een termijn, binnen een redelijke termijn; c. op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten moet worden aangenomen dan wel nodig wordt.

Nieuwe tekst Artikel 1.8 Intrekking of wijziging De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd in het geval dat: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt overeenkomstig een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een termijn, binnen een redelijke termijn; c. op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten moet worden aangenomen dan wel nodig wordt geoordeeld, dat intrekking of wijziging wordt gevorderd; d. de aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; e. strijd ontstaat met belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen; f. de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.

Artikel 2.2 wordt de volgende bewoording eruit gehaald: Bestaande tekst Artikel 2.2. Meldingsplicht De schipper die met zijn vaartuig, niet zijnde een pleziervaartuig, een ligplaats in de haven wenst in te nemen, dient zich, voordat hij met zijn vaartuig de haven binnenvaart bij de havenmeester te melden.

Nieuwe tekst Artikel 2.2 Meldingsplicht De schipper die met zijn vaartuig, een ligplaats in de haven wenst in te nemen, dient zich, voordat hij met zijn vaartuig de haven binnenvaart bij de havenmeester te melden.

Artikel 2.3 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.3. Innemen ligplaats 1 Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of zich met een vaartuig op een ligplaats te bevinden, tenzij:

Nieuwe tekst Artikel 2.3 Innemen ligplaats 1. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of zich met een vaartuig op een ligplaats te bevinden, tenzij:

4/25

a. vergunning is verleend door de havenmeester; b. een vergunning voor het innemen van een ligplaats is verstrekt op grond van deze verordening; c. dit gebeurt na toestemming van de huurder, erfpachter of eigenaar van een aan de ligplaats gelegen terrein. 2 Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid onder c. het nemen of houden van ligplaats verbieden uit het oogpunt van orde, veiligheid of milieu.

a. toestemming is verleend door de havenmeester voor een passantenligplaats en een ligplaats in de werkhaven; b. een vergunning voor het innemen van een vaste ligplaats is verstrekt op grond van deze verordening; c. dit gebeurt na toestemming van de huurder, erfpachter of eigenaar van een aan de ligplaats gelegen terrein. 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid onder c. het nemen of houden van ligplaats verbieden uit het oogpunt van orde, veiligheid of milieu. 3. De havenmeester kan de – op grond van lid 1 onder a - verleende toestemming intrekken, indien zijn aanwijzingen of de bepalingen van deze Verordening niet zijn of worden nagekomen. 4. Indien op grond van dit artikel geen ligplaats met een vaartuig mag worden ingenomen, dient de schipper, op eerste verzoek van de havenmeester, direct het vaartuig uit de haven te verwijderen.

Artikel 2.4 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.4. Havengeld 1. Het is verboden ligplaats in te nemen en/of ingenomen te houden indien het daarvoor verschuldigde havengeld of andere vorderingen met betrekking tot het havengeld niet zijn voldaan. 2. De ontvangstbewijzen, bedoeld in artikel 9 van de Havengeldverordening moeten aan boord van het vaartuig aanwezig zijn en gedurende het tijdvak waarop de betaling betrekking heeft door of vanwege de belastingschuldige op eerste aanvraag van de met de inning van het havengeld of controle daarop belaste ambtenaar aan deze ter inzage worden verstrekt. 3 Niet voldoen aan het voorschrift van lid 2 wordt gelijk gesteld met niet betaald hebben van het havengeld.

Nieuwe tekst Artikel 2.4 Havengeld 1. Iedere innemer van een ligplaats is op grond van de Havengeldverordening is havengeld verschuldigd. 2. Het is verboden ligplaats in te nemen en/of ingenomen te houden indien het eerder verschuldigde havengeld of andere vorderingen met betrekking tot het havengeld niet zijn voldaan. 3. De ontvangstbewijzen, bedoeld in artikel 9 van de Havengeldverordening moeten aan boord van het vaartuig aanwezig zijn en gedurende het tijdvak waarop de betaling betrekking heeft door of vanwege de belastingschuldige op eerste aanvraag van de met de inning van het havengeld of controle daarop belaste ambtenaar aan deze ter inzage worden verstrekt. 4. Niet voldoen aan het voorschrift van lid 3 wordt gelijkgesteld met het niet betaald hebben van het havengeld.

5/25

Artikel 2.5 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.5. Vaste ligplaatsen pleziervaartuigen 1 Voor pleziervaartuigen kunnen individuele abonnementen worden afgesloten, die recht geven op een jaarplaats. 2 Een vaste ligplaatshouder is verplicht een tijdelijke afwezigheid van het vaartuig van één of meer nachten vooraf te melden aan de havenmeester. De havenmeester is bevoegd de vrije ligplaats gedurende de afwezigheid van het vaartuig door anderen in te laten nemen. 3 Is een vaste ligplaats langer dan 24 uur onbezet zonder dat dit aan de havenmeester is gemeld, dan is de havenmeester bevoegd deze ligplaats door een ander vaartuig te laten innemen totdat de vaste ligplaatshouder zich weer meldt. 4 Het is de vaste ligplaatshouder verboden de ligplaats aan derden onder te verhuren of in gebruik af te staan.

Nieuwe tekst Artikel 2.5 Vaste ligplaatsen pleziervaartuigen 1. Voor pleziervaartuigen kunnen individuele abonnementen voor vaste ligplaatsen worden afgesloten, die recht geven op een jaarplaats. 2. Een vaste ligplaatshouder is verplicht een tijdelijke afwezigheid van het vaartuig vooraf te melden aan de havenmeester. De havenmeester is bevoegd de vrije ligplaats gedurende de afwezigheid van het vaartuig door anderen in te laten nemen. 3. Is een vaste ligplaats langer dan 24 uur onbezet zonder dat dit aan de havenmeester is gemeld, dan is de havenmeester bevoegd deze ligplaats door een ander vaartuig te laten innemen totdat de vaste ligplaatshouder zich weer meldt. 4. Het is de vaste ligplaatshouder verboden de ligplaats aan derden onder te verhuren of in gebruik af te staan. 5. Indien uit het oogpunt van de orde in de haven en/of een andere ligplaats passender is voor het betreffende vaartuig, is de havenmeester bevoegd om een vaste ligplaatshouder te verplaatsen naar een geschiktere ligplaats.

Artikel 2.8 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.8. Woonschepen 1 Het ís verboden met een woonschip ligplaats in te nemen ofte hebben in de haven. 2 Burgemeester en wethouders kunnen voor een periode van maximaal zes weken van het bepaalde in het eerste lid onder voorwaarden ontheffing verlenen indien sprake is van het afbouwen van nieuwe woonschepen. 3 De havenmeester kan, in bijzondere gevallen t zijner beoordeling, een tijdelijke vergunning verlenen.

Nieuwe tekst Artikel 2.8 Woonschepen 1. Het is verboden met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben in de haven. 2. Het college kan voor een periode van maximaal zes weken van het bepaalde in het eerste lid onder voorwaarden ontheffing verlenen indien sprake is van het afbouwen van nieuwe woonschepen.

6/25

Artikel 2.9 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.9. Woon- en nachtverblijf anders dan op een woonschip 1 Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden een schip of vaartuig, dat geen woonschip is, permanent als woon- en nachtverblijf te gebruiken. 2 Het in het eerste lid vervatte verbod omvat niet het verblijf op charterschepen, bedrijfsschepen, binnenschepen en zeeschepen, die daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt. 3 Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen inzake de vereiste criteria die zij stelt aan het daadwerkelijk gebruik van dergelijke schepen. 4 De eigenaren van de schepen genoemd in lid 2 zijn verplicht om op verzoek van Burgemeester en wethouders aan te tonen dat het schip als zodanig gebruikt wordt. 5 Het is verboden om een schip aan derden ter overnachting aan te bieden, al of niet via airbnb.

Nieuwe tekst Artikel 2.9 Nachtverblijf op vaartuigen 1. Op een pleziervaartuig is slechts recreatief nachtgebruik toegestaan gedurende de periode van 1 april tot 1 november, voor een aaneengesloten periode van maximaal 3 weken. 2. Het is zonder vergunning van het college verboden een schip of vaartuig, dat geen woonschip is, permanent als woon- en nachtverblijf te gebruiken. 3. Het in het tweede lid vervatte verbod omvat niet het verblijf op charterschepen, bedrijfsschepen, binnenschepen en zeeschepen, die daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt. 4. Het college kan nadere eisen stellen aan het feitelijk gebruik van de vaartuigen genoemd in lid 3. 5. De eigenaren van de vaartuigen genoemd in lid 3 zijn verplicht om op verzoek van het college aan te tonen dat het vaartuig daadwerkelijk als charterschip, bedrijfsschip, binnenschip en zeeschip gebruikt wordt. 6. Het is verboden om een vaartuig - op een ligplaats in de haven als bedoeld in artikel 2.3 - aan een derde als nachtverblijf (al dan niet via Airbnb) aan te bieden of te laten gebruiken.

Artikel 2.10 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.10. Verbod tot het innemen van een ligplaats 1 Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig de haven binnen te varen, een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig gevaar, schade, hinder of nadelige gevolgen

Nieuwe tekst Artikel 2.10 Verbod tot het innemen van een ligplaats of tot verblijf in de haven 1. Het college kan de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig de haven binnen te varen, een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig gevaar, schade, hinder of

7/25

voor het milieu met zich meebrengt of met zich kan meebrengen. 2 Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig in een dusdanig verwaarloosde toestand of uiterlijke verschijning heeft dat het nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het aanzien van de haven. 3 De verboden in het eerste en tweede lid worden pas opgelegd nadat is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan maatregelen die in de onderhavige gevallen door Burgemeester en wethouders kunnen worden opgelegd of indien geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming van de ongewenste situatie. 4 De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden de schipper eerst mondeling en bij het geen gevolg geven aan het verbod schriftelijk meegedeeld.

2.

3.

4.

5.

6.

nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengt of met zich kan meebrengen. Het college kan de schipper een verbod opleggen om met zijn vaartuig een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het vaartuig in een dusdanig verwaarloosde toestand of uiterlijke verschijning heeft dat het nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het aanzien van de haven. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden opgelegd nadat is gebleken dat er geen uitvoering is gegeven aan maatregelen die in de onderhavige gevallen door het college kunnen worden opgelegd of indien geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming van de ongewenste situatie. De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden aan de schipper eerst mondeling medegedeeld en bij het geen gevolg geven aan het verbod, schriftelijk medegedeeld. Om de in lid 1 en 2 genoemde situaties te beëindigen, kan de havenmeester het vaartuig laten wegslepen of andere noodzakelijke maatregelen nemen op kosten van de eigenaar van het vaartuig Afgezien van de hiervoor genoemde verboden tot het innemen van een ligplaats, is de havenmeester bevoegd om een vaartuig de toegang tot de haven te ontzeggen, wanneer er - naar het oordeel van de havenmeester – geen geschikte plaats beschikbaar is in de haven om het vaartuig aan te leggen.

Artikel 2.11 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.11. Aanbrengen voorwerpen of inrichtingen 1 Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders meerpalen, meerboeien, steigers, buizen, kabels, hijsbalken, laadbruggen of dergelijke voorwerpen

Nieuwe tekst Artikel 2.11 Aanbrengen voorwerpen of inrichtingen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college meerpalen, meerboeien, steigers, buizen, kabels, hijsbalken, laadbruggen of dergelijke voorwerpen of inrichtingen in of boven

8/25

of inrichtingen in of boven de haven te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 2 Het is verboden zonder vergunning van Burgemeester en wethouders palen, balken, planken, trossen, draden, kettingen of andere dergelijke voorwerpen in of boven de haven en/of aan of op de steigers aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 3 Het verbod in het tweede lid geldt niet voor toegangsmiddelen tot een vaartuig en voor trossen, draden of kettingen welke dienen voor het afmeren of slepen van vaartuigen. 4 Het is verboden om losse materialen op de steiger of kade achter te laten bij vertrek uit de haven.

de haven te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 2. Het is verboden zonder vergunning van het college palen, balken, planken, trossen, draden, kettingen of andere dergelijke voorwerpen in of boven de haven en/of aan of op de steigers aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor toegangsmiddelen tot een vaartuig en voor trossen, draden of kettingen welke dienen voor het afmeren of slepen van vaartuigen. 4. Het is verboden om losse materialen op de steiger of kade achter te laten bij vertrek uit de haven. De kosten voor het verwijderen en/of afvoeren van de achtergelaten materialen worden in rekening gebracht bij de verantwoordelijke.

Artikel 2.12 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.12. Vaarsnelheid 1 Het is verboden met een vaartuig in de haven te varen met een snelheid van meer dan 6 kilometer per uur. 2 Burgemeester en wethouders kunnen van de verboden in het eerste lid ontheffing verlenen.

Nieuwe tekst Artikel 2.12 Vaarsnelheid 1. Het is verboden met een vaartuig in de haven te varen met een snelheid van meer dan 6 kilometer per uur. 2. Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.

Artikel 2.13 wordt toegevoegd: Bestaande tekst Artikel 2.13. Vaargedrag Het is verboden met een vaartuig in de haven op zodanige wijze te varen dat met dat vaartuig dan wel door de golfslag of zuiging daarvan gevaar, schade of hinder voor andere vaartuigen wordt veroorzaakt.

Nieuwe tekst Artikel 2.13 Vaargedrag 1. Het is verboden met een vaartuig in de haven op zodanige wijze te varen dat met dat vaartuig dan wel door de golfslag of zuiging daarvan gevaar, schade of hinder voor andere vaartuigen wordt veroorzaakt. 2. Het is verboden om een schip in de haven te varen, indien het sturen niet wordt verricht door een daartoe bekwaam persoon – zoals nader geregeld in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR).

9/25

3. Overeenkomstig hetgeen is bepaald in het BPR, mag een open motorboot - welke niet sneller kan dan 13 km/u en korter is dan 7 meter - niet worden bestuurd door iemand jonger dan 12 jaar.

Artikel 2.17 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.17. Verhalen vaartuig 1 De kapitein of schipper dan wel de rechthebbende op een vaartuig is verplicht dit naar elders te verhalen indien dit naar het oordeel van Burgemeester en wethouders in het belang van ordening, openbare orde, veiligheid, milieu of in het belang van werkzaamheden aan gemeentelijke eigendommen noodzakelijk is. 2 Burgemeester en wethouders kunnen het in het eerste lid bedoelde vaartuig op kosten van de kapitein, schipper of rechthebbende verhalen indien de havenmeester dit noodzakelijk acht, dan wel de kapitein, schipper of rechthebbende onbekend is.

Nieuwe tekst Artikel 2.17 Verhalen vaartuig 1. De schipper dan wel de rechthebbende op een vaartuig is verplicht het vaartuig – binnen een door het college gestelde termijn naar elders te verhalen indien dit naar het oordeel van het college in het belang van ordening, openbare orde, veiligheid, milieu of in het belang van werkzaamheden aan gemeentelijke eigendommen noodzakelijk is. 2. Het college kan het in het eerste lid bedoelde vaartuig op kosten van de schipper of rechthebbende verhalen indien de havenmeester dit noodzakelijk acht, dan wel de schipper of rechthebbende onbekend is.

Artikel 2.19 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.19 Geluidsoverlast 1. Het is verboden om aan boord van een vaartuig voortstuwingsinstallaties, motoren, aggregaten, geluidsapparatuur of andere toestellen of installaties in werking te hebben of werkzaamheden of activiteiten te verrichten in strijd met de geluids- en trillingsvoorschriften van afdeling 2.8 van het Activiteitenbesluit. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, geldt voor het inwerking hebben van toestellen of installaties of werkzaamheden die plaats vinden binnen het gezoneerd industrieterrein zoals bepaald in het bestemmingsplan Havens, dat hierdoor het cumulatieve geluidsniveau van het industrieterrein de geluidszone zoals bepaald in het

Nieuwe tekst Artikel 2.19 Geluidsoverlast 1. Het is verboden om aan boord van een vaartuig voortstuwingsinstallaties, motoren, aggregaten, geluidsapparatuur of andere toestellen of installaties in werking te hebben of werkzaamheden of activiteiten te verrichten in strijd met de geluids- en trillingsvoorschriften van het omgevingsplan of andere regelgeving. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, geldt voor het in werking hebben van toestellen of installaties of werkzaamheden die plaats vinden binnen het gezoneerd industrieterrein zoals bepaald in het omgevingsplan, dat hiervoor het cumulatieve

10/25

bestemmingsplan Havens niet wordt overschreden. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of een inrichting die voor die werkzaamheden beschikt over een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel de Wet milieubeheer. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig manoeuvreren van vaartuigen.

geluidsniveau van het industrieterrein de geluidszone zoals bepaald in het omgevingsplan niet wordt overschreden. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of een inrichting die voor die werkzaamheden beschikt over een vergunning op grond van de Omgevingswet dan wel de Wet milieubeheer. 4. Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig manoeuvreren van vaartuigen.

Artikel 2.20 en 2.20a worden samengevoegd en gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.20. Aggregaten 1 Het is verboden om aggregaten te gebruiken voor het opwekken van energie. 2 Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod, indien ter plaatse van de aangewezen ligplaats geen of onvoldoende walvoorzieningen zijn aangebracht voor het verkrijgen van de benodigde energie. Artikel 2.20a Gebruik walstroom Het gebruik van walstroom is voor eigen verantwoording en risico.

Nieuwe tekst Artikel 2.20 Energiebronnen 1. Het is verboden om aggregaten te gebruiken voor het opwekken van energie. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod, indien ter plaatse van de aangewezen ligplaats geen of onvoldoende walvoorzieningen zijn aangebracht voor het verkrijgen van de benodigde energie. 3. Het gebruik van walstroom is voor eigen verantwoording en risico.

Artikel 2.22 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.22. Uitstekende delen De schipper is verplicht in de havens er voor zorg te dragen dat laadbomen, tuig en andere uitstekende delen zo min mogelijk buiten dat vaartuig uitsteken en goed zijn vastgezet zodat de kade en/of de steigers niet worden geblokkeerd.

Nieuwe tekst Artikel 2.22 Uitstekende delen 1. De schipper is verplicht in de havens ervoor zorg te dragen dat laadbomen, tuig en andere uitstekende delen niet buiten dat vaartuig uitsteken en goed zijn vastgezet zodat de kade en/of de steigers niet worden geblokkeerd. 2. De schipper van een schip, gelegen in een steigerbox, dient ervoor te zorgen dat onderdelen niet uitsteken buiten de achterpaal van

11/25

die box. Dit ter voorkoming van schade aan derden.

Artikel 3.4 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.4. Vissen 1 Vissen in de havens is uitsluitend toegestaan met een hengel en van 8.00 tot 22.00 uur. 2 Het is verboden te vissen in de havens vanaf de drijvende steigers en de daaraan afgemeerde boten.

Nieuwe tekst Artikel 3.4. Vissen 1 Vissen in de havens is uitsluitend toegestaan met een hengel en van 8.00 tot 18.00 uur. 2 Het is verboden te vissen in de havens vanaf de drijvende steigers en de daaraan afgemeerde boten.

Artikel 3.5 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 3.5 Leefnetten Het is verboden om in de havens en tussen de IJsselmeersteigers leefnetten te gebruiken waarin (levende) vissen worden bewaard.

Artikel 3.5 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.5. Zwemverbod Het is verboden om in de havens recreatief of in wedstrijdverband te zwemmen.

Nieuwe tekst Artikel 3.6 Zwemverbod 1. Het is verboden om in de havens recreatief of in wedstrijdverband te zwemmen. 2. Het college kan toestemming verlenen op (in afwijking van) het in lid 1 genoemde verbod, in geval van georganiseerde evenementen.

Artikel 3.7 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.7. Zeilplanken, waterjetski en waterskies 1 Het is verboden in de haven te varen met een zeilplank, waterscooter of een waterjetski. 2 Het is verboden in de haven een waterski voort te bewegen dan wel zich op

Nieuwe tekst Artikel 3.8 Zeilplanken, waterjetski en waterskies 1. Het is verboden in de haven te varen met een zeilplank, supboard, waterscooter of een waterjetski. 2. Het is verboden in de haven een waterski voort te bewegen dan wel

12/25

waterskies te bewegen of te doen voortbewegen. 3 Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing voor de Werkhaven mits het betreft het direct vertrekken uit of het binnenkomen van de haven.

Bestaande tekst Artikel 3.8. Zeilen in de haven 1 Het is verboden in de haven een vaartuig uitsluitend door middel van zijn zeil voort te bewegen indien het vaartuig over een bruikbare motor beschikt. 2 Het is verboden zonder vergunning van de havenmeester in de haven met een schip te zeilen.

zich op waterskies te bewegen of te doen voortbewegen. 3. Het in het eerste lid gestelde is niet van toepassing voor de werkhaven mits het betreft het direct vertrekken via de kortst mogelijke route uit of het binnenkomen van de haven, via de kortst mogelijke route vanaf de boothelling danwel varend naar de boothelling.

Nieuwe tekst Artikel 3.9 Zeilen in de haven Het is verboden in de haven een vaartuig door middel van zijn zeil voort te bewegen, tenzij toestemming van de havenmeester is verkregen.

Artikel 3.9 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.9. Varen in de haven

Nieuwe tekst Artikel 3.10 Varen in de haven

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3.7 en 3.8 is het verboden in de haven te varen anders dan voor het direct meren of vertrekken of het rechtstreeks varen naar een aangrenzend vaarwater.

Het is verboden in de haven te varen anders dan voor het direct meren of vertrekken of het rechtstreeks varen naar een aangrenzend vaarwater.

Artikel 3.10 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.10. Verbod vuur te stoken 1 Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken ofte hebben. 2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover: a. op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn b. de provinciale Milieuverordening van toepassing is; c. artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van toepassing is.

Nieuwe tekst Artikel 3.11 Verbod vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben, danwel vuurwerk af te steken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover: a. op de Omgevingswet of Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn b. de provinciale Omgevingsverordening van toepassing is;

13/25

3 Burgemeester en wethouders kunnen vergunning verlenen, indien het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, of vuur voor koken, bakken, braden en barbecuen, indien dat ter beoordeling van de havenmeester geen gevaar oplevert voor de omgeving.

c.

artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van toepassing is. 3. De havenmeester kan toestemming verlenen voor verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, of vuur voor koken, bakken, braden en barbecueën, indien dat ter beoordeling van de havenmeester geen gevaar oplevert voor de omgeving.

Artikel 3.11 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.11. Verbod ijs te breken 1 Het is verboden ijs te breken in een haven of langs een steiger, kade, laad- en losplaats. 2 Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor: a. het losmaken van ijs rond een vaartuig; b. diegene die handelt in opdracht of met toestemming van de havenmeester.

Nieuwe tekst Artikel 3.12 Verbod ijs te breken 1. Het is verboden ijs te breken in een haven of langs een steiger, kade, laaden losplaats. 2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor: a. de schipper van een vaartuig die rond zijn eigen vaartuig het ijs losmaakt; b. diegene die handelt in opdracht of met toestemming van de havenmeester.

Artikel 4.1 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.1. Verbouwings-, herstel-, onderhouds- en sloopwerkzaamheden 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders op of aan de kaden dan wel in, op of aan het openbaar water verbouwings-, herstel-, onderhouds- of sloopwerkzaamheden te (laten) verrichten. Het verbod is tevens van toepassing op het uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen van waar de bij de werkzaamheden te gebruiken of vrijkomende stoffen rechtstreeks in het openbaar water terecht kunnen komen. 2 Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien door het stellen van voorwaarden niet kan worden tegemoet gekomen aan te

Nieuwe tekst Artikel 4.1 Verbouwings-, herstel-, onderhoudsen sloopwerkzaamheden 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college op of aan de kaden dan wel in, op of aan het openbaar water verbouwings-, herstel-, onderhouds- of sloopwerkzaamheden te (laten) verrichten. 2. Het is verboden werkzaamheden uit te voeren op plaatsen van waar de bij de werkzaamheden te gebruiken of vrijkomende stoffen rechtstreeks in het openbaar water terecht kunnen komen. 3. Het is verboden op of aan de kaden dan wel in, op of aan het openbaar water vaartuigen te zandstralen.

14/25

verwachten gevaar, schade of hinder. 3 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of inrichting die voor het uitvoeren van de werkzaamheden beschikt over een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. 4 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het in eigen beheer uitvoeren van reparaties van geringe omvang.

4. Een op de kade geplaatste container – voor de in dit artikel genoemde werkzaamheden – moet dicht zijn en afgesloten kunnen worden, om openen door wind of onbevoegde derden te voorkomen. 5. Het college weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien door het stellen van voorwaarden niet kan worden tegemoetgekomen aan te verwachten gevaar, schade of hinder. 6. Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of inrichting die voor het uitvoeren van de werkzaamheden beschikt over een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. 7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het in eigen beheer uitvoeren van reparaties van geringe omvang.

Artikel 4.3 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.3. Vervoeren, laden en lossen 1 Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden te laden ofte lossen, indien dit of de te laden of te lossen goederen gevaar kunnen opleveren voor de scheepvaart of personen, of schade kan veroorzaken aan de oevers, kaden, werken, eigendommen van derden en inrichtingen van welke aard ook. 2 Het is verboden, stoffen en of voorwerpen op of aan de kaden of op of aan het openbaar water te vervoeren dan wel te laden of te lossen, te hijsen of te vieren of de kaden worden verontreinigd als gevolg van morsen, verliezen of stuiven. 3 Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover milieu- of veiligheidswetgeving daarin voorziet. 4 De schipper is verplicht in het water gekomen goederen te verwijderen, zulks ten genoegen van Burgemeester en wethouders.

Nieuwe tekst Artikel 4.3 Vervoeren, laden en lossen 1. Het is verboden te laden of te lossen in afwijking van de Handreiking laden en lossen in de haven. 2. Het college kan vergunning verlenen om te laden en lossen in afwijking van de Handreiking. 3. De havenmeester kan het laden en lossen stil leggen indien dit gevaar kan opleveren voor de scheepvaart of personen, of schade kan veroorzaken aan de oevers, kaden, werken, eigendommen van derden en inrichtingen van welke aard ook. 4. Het is verboden, stoffen en of voorwerpen op of aan de kaden of op of aan het openbaar water te vervoeren dan wel te laden of te lossen, te hijsen of te vieren zonder voldoende voorzieningen te hebben getroffen om te voorkomen dat de lucht, het water of de kaden worden verontreinigd als gevolg van morsen, verliezen of stuiven. 5. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover milieu- of veiligheidswetgeving daarin voorziet.

15/25

6. De schipper is verplicht in het water gekomen goederen te verwijderen, zulks ten genoegen van het college.

Artikel 4.7 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 4.7 Olie tanken 1. In de recreatiehaven is het verboden om olie te tanken vanuit een bevoorradingsschip of een auto die op de wal staat. 2. Schippers die olie willen tanken dienen zich te melden bij de oliesteiger. 3. De havenmeester kan het in lid 1 genoemde in bijzondere gevallen ontheffing verlenen.

Artikel 4.8 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 4.8 Olietanks schoonmaken en overpompen 1. Het is in de recreatie- en werkhaven verboden om olietanks te zeven en/of schoon te maken. 2. Het is verboden om in de recreatiehaven olie en/of benzine over te pompen. 3. Het genoemde in lid 2 is toegestaan in de werkhaven, wanneer dit door een gecertificeerd bedrijf gebeurt met voorafgaande toestemming van de havenmeester.

Artikel 5.2 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.2. Binnentreden woning Zij die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften zijn, indien de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, bevoegd om

Nieuwe tekst Artikel 5.2 Binnentreden als woning ingerichte gedeelte Zij die zijn belast met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften zijn, indien de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, bevoegd om

16/25

het als woning ingerichte gedeelte van een vaartuig te betreden zonder toestemming van de bewoner.

het als woning ingerichte gedeelte van een vaartuig te betreden zonder toestemming van de schipper en andere (bemannings)leden.

Artikel 5.4 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 5.4 Bestuurlijke boete Het college kan een overtreding van een verbod, bedoeld in de artikelen 2.3 en 2.10 van deze verordening beboeten door een bestuurlijke boete op te leggen.

Artikel 5.4 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.4. Ontzegging toegang havens

Nieuwe tekst Artikel 5.5 Ontzegging toegang havens

Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de artikelen 2.10, 2.12, 2.13, 2.20, 3.7, 3.8, 4.1 en 4.2 naar het oordeel van Burgemeester en wethouders ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de haven door de overtreder(s) opnieuw zou kunnen worden verstoord, kunnen zij de overtreder(s) met zijn (hun) vaartuig, respectievelijk de schipper met het vaartuig waarop de overtreding plaatsvond voor maximaal 12 maanden de toegang tot de haven of een deel van de haven ontzeggen.

Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de artikelen 2.10, 2.12, 2.13, 2.14, 2.15, 2.16, 2.20, 3.7, 3.8, 4.1 en 4.2 naar het oordeel van het college ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de haven door de overtreder(s) opnieuw zou kunnen worden verstoord, kunnen zij de overtreder(s) met zijn (hun) vaartuig, respectievelijk de schipper met het vaartuig waarop de overtreding plaatsvond voor maximaal 12 maanden de toegang tot de haven of een deel van de haven ontzeggen.

Artikel 5.5 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.5. Overgangsbepaling 1 Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de Havenverordening Urk 1994 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige verordening worden aangemerkt als vergunningen krachtens deze verordening. 2 Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening een aanvraag om een vergunning van de Havenverordening Urk 1994 is ingediend en

Nieuwe tekst Artikel 5.6 Overgangsbepaling Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de Havenverordening Urk 2009 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van de onderhavige verordening worden aangemerkt als vergunningen krachtens deze verordening. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening een aanvraag om een vergunning van de Havenverordening Urk 2009 is ingediend en waarop nog niet is

17/25

waarop nog niet is beslist, wordt daarop conform de onderhavige verordening beslist.

beslist, wordt daarop conform de onderhavige verordening beslist.

Artikel 5.6 wordt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.6. Intrekking voorgaande verordening De havenverordening Urk, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 29 september 1994, zoals nadien gewijzigd, wordt ingetrokken.

Nieuwe tekst Artikel 5.7 Intrekking voorgaande verordening De Havenverordening Urk, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 19 september 2013, zoals nadien gewijzigd, wordt ingetrokken.

Artikel 5.8 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst 5.8 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag nadat zij op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Artikel 5.9 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst 5.9 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Havenverordening Urk 2026”.

Toelichting De Havenverordening Urk 2026 is als volgt opgezet. In hoofdstuk 1 worden de Begripsomschrijvingen en het toepassingsgebied beschreven. Hoofdstuk 2 gaat over de Orde in de haven. Hoofdstuk 3 betreft het Gebruik van de haven. Hoofdstuk 4 gaat over de Veiligheid en het milieu in de haven. In hoofdstuk 5 zijn de Straf-, overgangs- en slotbepalingen opgenomen.

18/25

Algemeen De huidige Havenverordening dateert van 2009 en is – vanwege veranderende wetgeving en inzichten – op onderdelen toe aan een herziening. Allereerst zijn er aanpassingen vanwege een eenduidig en logisch gebruik van begrippen. De Havenverordening Urk heeft als doel de belangen te beschermen die betrekking hebben op de orde, veiligheid, volksgezondheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de haven. In de Havenverordening wordt een onderscheid gemaakt tussen de werkhaven en de recreatiehaven. De locatie van deze havens is nader beschreven. In de recreatiehaven zijn passantenligplaatsen en vaste ligplaatsen aangeduid. Ook het recreatieve nachtverblijf op pleziervaartuigen wordt in de Havenverordening geregeld. De haven wordt voornamelijk gebruikt door pleziervaartuigen, bedrijfsschepen, charterschepen. Verder wordt de haven gebruikt door een veerboot en ligt er aan de havenkade een tijdelijke opvangboot voor Oekraïners. Andere medegebruikers van het havengebied zijn kleine vaartuigen en campers en andere voertuigen op het havenparkeerterrein. Pleziervaartuigen en bezoekende charterschepen mogen maximaal veertien dagen een ligplaats innemen. Met toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening en het Binnenvaartpolitie-reglement (BPR) is de havenmeester belast.

Verder zijn de aangewezen toezichthouders van de gemeente Urk belast met toezicht en handhaving in het havengebied. De Havenverordening kent aan aangewezen toezichthouders de expliciete bevoegdheid toe om binnen te treden in het als woning ingerichte gedeelte van een vaartuig zonder toestemming van de bewoner. Deze bevoegdheid volgt uit artikel 149a van de Gemeentewet. Van deze bevoegdheid kan in principe alleen gebruik worden gemaakt indien een machtiging op grond van de Algemene wet op het binnentreden is afgegeven.

Artikelsgewijs Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Wijziging artikel 1.1 Begripsomschrijvingen De begripsomschrijvingen zijn in alfabetische volgorde gesteld. Het begrip ‘schip/vaartuig’ voor de duidelijkheid omgezet in ‘vaartuig’. Het begrip ‘bevoorradingsschip’ (onder b) toegevoegd, omdat artikel [4.7] het olie tanken vanuit een bevoorradingsschip niet toestaan. Verder is het begrip ‘bijboot’ (onder c) duidelijker omschreven en de connectie met de beroepsvisserij gemaakt. Het begrip ‘charterschip’ (onder f) is toegevoegd, waarbij het daadwerkelijk gebruik is benadrukt. De begrippen ‘passantenligplaats’ (onder j) en ‘vaste ligplaats’ (onder r) zijn toegevoegd om deze ligplaatsen te onderscheiden. Verder is ‘recreatief nachtverblijf’ (onder m) toegevoegd om het nachtverblijf in vaartuigen te reguleren. In de omschrijving van de ‘recreatiehaven’ (onder l) en de ‘werkhaven’ (onder t) is een locatieaanduiding opgenomen. De definitie van het begrip ‘woonschip’ (onder u) is uitgebreid met de constructie en inrichting.

19/25

Wijziging artikel 1.2 Toepassingsgebied In lid 2 is – naast de Algemeen Plaatselijke Verordening Urk – ook de Verordening fysieke leefomgeving Urk toegevoegd. Wijziging artikel 1.3 Indienen aanvraag Omwille van een de eenduidig gebruik van begrippen in de Havenverordening is ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’. Wijziging artikel 1.4 Niet in behandeling nemen van een aanvraag In de praktijk worden legeskosten na de vergunningverlening in rekening gebracht en dit artikel kan daarom vervallen. Wijziging artikel 1.5 (wordt artikel 1.4) Beslissingstermijn Omwille van een de eenduidig gebruik van begrippen in de Havenverordening is ‘Burgemeester en Wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’. In de titel is ‘Beslissingentermijn’ vervangen door ‘Beslissingstermijn’. Artikel 1.6 wordt artikel 1.5 Schriftelijk en mondeling besluit Artikel 1.7 wordt artikel 1.6 Voorschriften en beperking Wijziging artikel 1.8 (wordt 1.7) Weigeren vergunning In verband met het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ‘bestemmingsplan’ (onder a) gewijzigd in ‘omgevingsplan’. De zinsnede: strijd ontstaat met belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen (onder e) vervalt wegens dubbel vermelding (zie onder b).

De zinsnede: de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt (onder f) vervalt, omdat dit in de praktijk niet voorkomt. Gelet op onderdeel c ‘niet (volledig) nakomen verplichtingen voorafgaande vergunning’ is het moeten weigeren van een vergunning te rigide. Daarom wordt gekozen voor de bewoording ‘kan weigeren’, zodat het college daarin een afweging kan maken. Wijziging artikel 1.9 (wordt 1.8) Intrekking of wijziging Aan dit artikel worden lid d, e en f toegevoegd: - de aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen (onder d) - strijd ontstaat met belangen die ten grondslag liggen aan de betrokken bepalingen (onder e) - de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt (onder f). Het is van belang om de mogelijkheden van intrekking of wijziging van de vergunning uit te breiden en aan te passen aan de praktijk. Artikel 1.10 wordt artikel 1.9 Inzage geven Wijziging artikel 1.11 (wordt artikel 1.10) Aanwijzingen Omwille van een de eenduidig gebruik van begrippen in de Havenverordening is ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’.

20/25

Hoofdstuk 2 Orde in de haven Wijziging artikel 2.1 Verkeerstekens Omwille van een de eenduidig gebruik van begrippen in de Havenverordening is ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’. Wijziging artikel 2.2 Meldingsplicht Het tussenvoegsel ‘niet zijnde een pleziervaartuig’ is geschrapt, omdat de meldingsplicht ook voor pleziervaartuigen geldt. Wijziging artikel 2.3. Innemen ligplaats Er is in dit artikel duidelijker onderscheid gemaakt tussen toestemming door de havenmeester voor het innemen van een passantenligplaats of een ligplaats in de werkhaven (onder a) danwel vergunning voor het hebben van een vaste ligplaats (onder b). Omwille van een de eenduidig gebruik van begrippen in de Havenverordening is ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’ (onder c). Verder is onder lid 3 toegevoegd dat de havenmeester bij het handelen in strijd met de Verordening de toestemming kan intrekken. Tenslotte is in lid 4 voor toegevoegd dat een vaartuig dat geen ligplaats mag innemen, de haven dient te verlaten. Wijziging artikel 2.4. Havengeld In dit artikel is voor een logischer indeling gekozen, waarbij een nieuw lid 1 is toegevoegd met de verplichting om havengeld te voldoen.

Wijziging artikel 2.5 Vaste ligplaatsen pleziervaartuigen In dit artikel is het begrip ‘vaste ligplaats’ toegevoegd om onderscheid te maken met passantenligplaatsen. Verder is het mogelijk gemaakt de vaste ligplaatshouder te verplaatsen naar een passender ligplaats. Wijziging artikel 2.6 Gebruik van een ligplaats voor bijzondere doeleinden ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’. Wijziging artikel 2.7 Opgelegde vaartuigen ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’.

Wijziging artikel 2.8 Woonschepen Lid 3 vervalt. De mogelijkheid voor de havenmeester om tijdelijke vergunning te verlenen past niet goed in het stelsel van de Verordening waarbij het college in beginsel de vergunningen verleend. Bovendien komt de situatie als bedoeld in lid 3 in de praktijk niet voor. ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel vervangen door ‘het college’. Wijziging artikel 2.9 Woon- en nachtverblijf anders dan op een woonschip De titel wordt gewijzigd in: ‘Nachtverblijf op vaartuigen’. Dit artikel is aangepast om recreatief nachtverblijf op een eigen vaartuig beter te reguleren en in te kaderen. Recreatief nachtverblijf is slechts voor drie weken aaneengesloten toegestaan binnen het seizoen. Een afgebakende periode

21/25

voor nachtverblijf maakt toezicht en handhaving op permanent gebruik als woon- en nachtverblijf beter mogelijk. ‘Burgemeester en wethouders’ in dit artikel wordt vervangen door ‘het college’. Het blijft verboden om (bijvoorbeeld via airbnb) een vaartuig als nachtverblijf aan te bieden aan een derde. Wijziging artikel 2.10 Verbod tot het innemen van een ligplaats of tot het binnenvaren van de haven In de titel is ‘of tot het binnenvaren van de haven’ voor de volledigheid toegevoegd. In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. In lid 5 is de mogelijkheid toegevoegd om de havenmeester het vaartuig laten wegslepen of andere noodzakelijke maatregelen te nemen op kosten van de eigenaar van het vaartuig. Verder is de havenmeester bevoegd een vaartuig de toegang tot de haven te ontzeggen, wanneer er geen geschikte plaats is om aan te leggen. Wijziging artikel 2.11 Aanbrengen voorwerpen of inrichtingen In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. Aan lid 4 is toegevoegd dat de kosten voor het verwijderen en/of afvoeren van de achtergelaten materialen bij de verantwoordelijke persoon in rekening worden gebracht. Wijziging artikel 2.12 Vaarsnelheid In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’.

Wijziging artikel 2.13 Vaargedrag In lid 2 en 3 wordt verwezen naar het Binnenvaartpolitiereglement over vaarbekwaamheid, om ongewenst vaargedrag in de haven te voorkomen. Wijziging artikel 2.14 Verhalen vaartuig In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. Verder wordt er alleen nog gesproken over ‘schipper’ omdat dit begrip is gedefinieerd als: ‘degene die, rechtens dan wel feitelijk, aan boord van een vaartuig het gezag heeft’. Bijkomende vermelding van het begrip ‘kapitein’ is dan niet meer nodig. Wijziging artikel 2.18 Verbod van sloten In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. Wijziging artikel 2.19 Geluidsoverlast In verband met het in werking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ‘bestemmingsplan’ (onder a) gewijzigd in ‘omgevingsplan’. In lid 1 wordt verwezen naar het omgevingsplan dat het Activiteitenbesluit vervangt. Wijziging artikel 2.20 Aggregaten en 2.20a Gebruik walstroom Vanwege de samenhang zijn artikelen 2.20 en 2.20a onder artikel 2.20 samengevoegd met een nieuwe titel ‘Energiebronnen’. In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’.

22/25

Wijziging artikel 2.22 Uitstekende delen In dit artikel is de onduidelijke aanduiding ‘zo min mogelijk’ vervangen door ‘niet’. Aan artikel 2.22 is een lid 2 toegevoegd waarin wordt aangegeven dat ook het uitsteken buiten de achterpaal van de steigerbox niet is toegestaan om schade te voorkomen.

Hoofdstuk 3 Gebruik van de haven Wijziging artikel 3.4 Vissen Het tijdstip van vissen in de haven wordt aangepast. Vissen is toegelaten tot uiterlijk 18.00 uur, om mogelijke overlast rond de vaartuigen in de avonduren te voorkomen. Nieuw artikel 3.5 wordt toegevoegd Er wordt een nieuw artikel 3.5 Leefnetten ingevoegd Artikel 3.5 Zwemverbod wordt artikel 3.6 Zwemverbod Aan dit artikel wordt een lid 2 toegevoegd waarbij het college toestemming kan verlenen in geval van georganiseerde evenementen. Artikel 3.6 Duiken en dreggen wordt artikel 3.7 Duiken en dreggen Artikel 3.7 Zeilplanken, waterjetski en waterskies wordt artikel 3.8 Zeilplanken, waterjetski en waterskies Aan dit artikel wordt voor de volledigheid ook ‘supboard’ toegevoegd. Voor de duidelijkheid is in het derde lid de zinsnede ‘via de kortst mogelijke route’ toegevoegd om het door de haven bewegen van in dit artikel genoemde vaartuigen en objecten mogelijk te maken in geval van onderhoud of reparatie. Artikel 3.8 Zeilen in de haven wordt artikel 3.9 Zeilen in de haven Om onduidelijkheid over het wel of niet kunnen gebruiken van een zeil in de haven te voorkomen is gekozen voor een algemeen verbod, met de mogelijkheid van toestemming van de havenmeester.

Artikel 3.9 Varen in de haven wordt artikel 3.10 Varen in de haven Artikel 3.10 Verbod vuur te stoken wordt artikel 3.11 Verbod vuur te stoken Aan dit artikel is voor de volledigheid een verbod voor het afsteken van vuurwerk in de haven toegevoegd. In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. Verder is onder a. Omgevingswet toegevoegd en onder b. de Milieuverordening, gewijzigd in de Omgevingsverordening. Tenslotte is – omwille van de praktische uitvoering en gelet op het beperkte karakter van de genoemde afwijkingen – gekozen voor toestemming van de havenmeester in plaats van een vergunning door het college. Artikel 3.11 Verbod om ijs te breken wordt artikel 3.12 Verbod om ijs te breken Voor de duidelijkheid is in lid 2 onder a toegevoegd dat het een schipper is toegestaan ijs rond zijn eigen vaartuig te breken.

23/25

Artikel 3.12 Schade aan eigendommen van de gemeente wordt artikel 3.13 Schade aan eigendommen van de gemeente

Hoofdstuk 4 Veiligheid en milieu in de haven Wijziging artikel 4.1 Verbouwings-, herstel-, onderhouds- en sloopwerkzaamheden In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. De 2e volzin van lid 1 is voor de overzichtelijkheid als separaat verbod (vrijkomende stoffen in het water) een nieuw lid 2 opgenomen. Onder lid 3 is een verbod op zandstralen toegevoegd. In lid 4 is container voor de werkzaamheden dicht moet zijn en afgesloten moet kunnen worden het openen door wind of onbevoegde derden te voorkomen. Hierdoor wordt zwerfmateriaal in de haven voorkomen. De mogelijkheid om de vergunning te weigeren is verschoven naar lid 5. In lid 6 is een uitzondering voor vergunde werkzaamheden en in lid 7 voor geringe werkzaamheden opgenomen. Wijziging artikel 4.3 Vervoeren, laden en lossen In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. Uitgangspunt is dat het laden en lossen alleen in overeenstemming met de Handreiking laden en lossen in de haven mag plaatsvinden (lid 1). In bijzondere situaties kan het college (lid 2) hiervan afwijken middels een vergunning. Een nieuw lid 3 is toegevoegd met de bevoegdheid voor de havenmeester om het laden en lossen stil te leggen bij mogelijk gevaar of schade.

Lid 3 is duidelijker weergegeven dat er bij laden en lossen voorzieningen moeten worden getroffen om verontreiniging van de omgeving te voorkomen. Lid 3 is doorgeschoven naar lid 4 en lid 4 wordt lid 5. Nieuw artikel 4.7 wordt toegevoegd Een nieuw artikel 4.7 ‘Olie tanken’ wordt toegevoegd. Het artikel wordt aangegeven dat het tanken in de recreatiehaven niet is toegestaan, tenzij de havenmeester hiervoor toestemming geeft. Het tanken dient plaats te vinden bij de oliesteiger. Nieuw artikel 4.8 wordt toegevoegd Een nieuw artikel 4.8 ‘Olietanks schoonmaken en overpompen’ wordt toegevoegd. Het schoonmaken van olietanks is verboden in de recreatie- en werkhaven. Het overpompen is alleen in de werkhaven toegestaan, maar dit dient te gebeuren door een gecertificeerd bedrijf.

Hoofdstuk 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Wijziging artikel 5.2 Binnentreden woning In dit artikel is duidelijker omschreven dat het gaat om binnentreden door een toezichthouder van het als woning ingerichte gedeelte van een vaartuig, zonder dat toestemming is vereist van de schipper en andere (bemannings)leden. Toevoegen nieuw artikel 5.4 Bestuurlijke boete De mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen is toegevoegd om – naast het formele handhavingstraject – een aanvullende financiële prikkel te hebben om vaartuigen te verwijderen, die in de haven geen ligplaats mogen innemen of een onwenselijke situatie creëren.

24/25

Wijziging artikel 5.4 Ontzegging toegang havens In dit artikel wordt ‘Burgemeester en wethouders’ vervangen door ‘het college’. De oude artikelnummers zijn vernummerd naar de nieuwe artikelnummers. Wijziging artikel 5.5 Overgangsbepaling In de tekst van dit artikel wordt nu verwezen naar de oude Havenverordening van 2009. Wijziging artikel 5.6 Intrekking voorgaande verordening Bij vaststelling van de Havenverordening Urk 2026 zal de oude Havenverordening 2009, die (gewijzigd) is vastgesteld op 14 december 2017, worden ingetrokken. Wijziging artikel 5.8 Citeertitel In het gewijzigde artikel wordt de nieuwe citeertitel “Havenverordening Urk 2026” aangegeven.

25/25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=b77a2482-720e-45db-b329-9db0b2446511