Eindrapportage Bestaand voor Bestaand Urk
Tekst van het document
Eengezinswoning
Meergezinswoning Appartement
Rijwoning
Twee-onder-één-kap
Vrijstaand
23 GJ 2.136 kWh
47 GJ 3.735 kWh
50 GJ 4.215 kWh
64 GJ 4.715 kWh
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
37
5.5 Resultaten TCO (I) Tariefverlaging voor collectieve warmte is noodzakelijk om de totale eigendomskosten van een collectief warmtenet voor zowel een- als meergezinswoningen te verlagen, waardoor het een kosteneffectiever alternatief wordt ten opzichte van een individuele warmtepomp als de huidige gasvoorziening. (zie bijlage B) Figuur 3: TCO – representatieve eengezinswoning op Urk Collectief versus individueel • De totale eigendomskosten van een aansluiting op een warmtenet zijn hoger dan bij een individuele oplossing voor een- en meergezinswoningen op Urk. De woning heeft weliswaar hogere investerings- en onderhoudskosten, maar is uiteindelijk een voordeliger uit in het gebruik van het systeem. In figuur 3 en 4 zijn de totale eigendomskosten van een rijwoning en een appartement te zien, over een periode van 30 jaar. Dit geeft een representatief beeld van de kosten voor respectievelijk een- en meergezinswoningen op Urk. Duurzame alternatieven versus aardgas • De totale eigendomskosten voor een blijvende gasaansluiting is lager ten opzichte van het warmtenet en individuele oplossing voor zowel een- als meergezinswoningen. Ondanks aanzienlijke energielasten is een blijvende gassituatie vanwege relatief lagere initiële investeringskosten voordeliger voor een- en meergezinswoningen in totale eigendomskosten over een periode van 30 jaar.
10-5-2024
Figuur 4: TCO – representatieve meergezinswoning op Urk
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
38
5.5 Resultaten TCO (II) Verdieping op de mogelijkheden tot verlagen van de energierekening bij een midden temperatuur warmtenet is nodig, om de kosten gelijk te houden voor een- en meergezinswoningen op Urk. Woonlastenneutraliteit vergelijkt de totale investeringskosten en energielasten van een duurzame warmteoplossing met de bestaande aardgassituatie over een periode van 30 jaar. Het doel van woonlastenneutraliteit is ervoor te zorgen dat huishoudens, na de overstap op een duurzame warmtebron, niet meer geld kwijt zijn aan energie dan voorheen. Dit concept is te zien in de figuur 7. Resultaten woonlastenneutraliteit voor een- en meergezinswoningen De totale eigendomskosten bij een blijvende gasaansluiting zijn lager dan bij het collectieve en individuele duurzame alternatief, voor zowel een- als meergezinswoning op Urk. Woonlastenneutraliteit wordt hierdoor niet bereikt. Dit negatieve resultaat komt met name door de relatief lage initiële investeringen voor het vervangen van een CV-ketel. Daarentegen zijn er zowel voor het individuele als het collectieve alternatief aanzienlijk hogere investeringen nodig voor opwek en aanpassingen op de gebouwen. Het resultaat is te zien in figuur 5 en 6.
Figuur 5: TCO – representatieve meergezinswoning op Urk
Figuur 6: TCO – representatieve eengezinswoning op Urk
Figuur 7: Grafische weergave van woonlastenneutraliteit bij overstap van aardgas naar collectieve warmte
Beoordeling van de resultaten Voor de meeste woningen op Urk wordt woonlastenneutraliteit niet bereikt bij de overgang naar een duurzame warmtebron. Dit betekent dat huishoudens op Urk op basis van de huidige financiële uitgangspunten er financieel op achteruit gaan betreft hun totale energiekosten over een periode van 30 jaar. Toch is het onvermijdelijk dat we in de toekomst overstappen op een duurzaam alternatief. Wij concluderen dat een collectief warmtenet systeem op midden temperatuur de meest kansrijke oplossing is. Eventueel kan woonlastenneutraliteit wel worden bereikt door te onderhandelen over lagere energietarieven met het warmtebedrijf. Deze aanpassing verlaagt de energiekosten van de bewoner, maar vermindert de businesscase van het warmtebedrijf. Als gevolg daarvan zal het warmtebedrijf een hogere kostendekkingsbijdrage in rekening brengen. Verdieping op de mogelijkheden tot verlagen van de energierekening bij een midden temperatuur warmtenet is daarom in de vervolgfase van het project benodigd, om Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand woonlastenneutraliteit te bereiken voor een- en meergezinswoningen op Urk.
10-5-2024
voor Bestaand
39
10-5-2024
A Bijlage Uitgangspunten Businesscase
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
A.1 Uitgangspunten businesscase (I) Tarieven voor midden- en laag temperatuur warmtenet, en Bijdrage aansluitkosten Maximale ACM tarieven (2023)
Businesscase
Eenheid
Variabel tarief
€ 75,13
€ 31,62
€/GJ
Vastrecht tarief
€ 454,20
€ 435,09
€/jaar
Huur afleverset
€ 116,43
€ 114,09
€/jaar
Meettarief
€ 25,41
€ 24,39
€/jaar
Totaal vastrecht midden temp. warmte
€ 596,04
€ 573,57
€/jaar
Tarieven lage temperatuur excl. BTW
Maximale ACM tarieven (2023)
Businesscase
Eenheid
n.v.t.
€ 545
€/jaar
Vastrecht tarief
€ 249,15
€ 249,15
€/jaar
Totaal vastrecht lage temp. warmte
€ 249,15
€ 794,15
€/jaar
Maximale ACM tarieven (2023)
Businesscase
Eenheid
€ 4.411,07
€ 4.411,07
€/aansluiting
Tarieven midden temperatuur excl. BTW
Huur decentrale warmtepomp
Tarieven excl. BTW Bijdrage aansluitkosten (BAK)
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
41
A.2 Uitgangspunten businesscase (II) Totale investeringsraming collectief midden temperatuur warmtenetsysteem (CAPEX) Opwek
Eenheid
Waarde
CAPEX: WKO
€
€ 1.200.000
CAPEX: Uitkoppeling bron
€
€ 2.216.313
CAPEX: Primaire net
€
€ 13.707.424
CAPEX: Centrale warmtepomp
€
€ 7.600.687
CAPEX: Piek/Back-up
€
€ 3.805.655
Totaal
€
€ 28.530.079
Totaal incl. herinvestering
€
€ 45.192.086
Leidingnetten
Eenheid
Waarde
CAPEX: secundaire leidingnetten
€
€ 41.597.554
CAPEX: Aansluitleiding
€
€ 22.580.495
CAPEX: MT Afleverset
€
€ 5.781.100
Totaal
€
€ 69.959.149
Totaal incl. herinvestering
€
€ 92.345.850
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
42
A.3 Uitgangspunten businesscase (III) Inkoop tarieven en operationele kosten van het collectieve warmtenetsysteem (OPEX) Inkooptarieven excl. BTW
Eenheid
Waarde
OPEX: Inkooptarief variabel elektra (commodity)
€ per kWh
€ 0,10
OPEX: Inkooptarief variabel gas (commodity)
€ per m3
€ 0,45
Opwek
Eenheid
Waarde
OPEX: Opwek
% v. Capex
2,5%
OPEX: Primair net
% v. Capex
0,5%
OPEX: Secundair net
% v. Capex
0,5%
OPEX: Onderstations
% v. Capex
1,5%
OPEX: Aansluitleiding
% v. Capex
0,5%
OPEX: Afleverset
% v. Capex
2%
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
43
A.4 Uitgangspunten businesscase (IV) Kenmerken aansluitingen en fasering aansluitingen en CAPEX Eengezinswoning (EGW)
Meergezinswoning (MGW)
Utiliteit (in WEQ)
Aansluitingen
5.093
696
1195
Warmtevraag (in GJ)
41
22
30
Participatiegraad (particulieren)
80%
80%
80%
Participatiegraad (woningcorporatie)
100%
100%
n.v.t.
Faseringen
Eenheid
Hybride
MT/LT los
MT
CAPEX: Opwek (excl. decentrale WP)
Jaar
2
2
2
CAPEX: Primaire net
Jaar
4
4
4
CAPEX: Leidingnet
Jaar
10
6
11
Aansluitingen
Jaar
10
6
11
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
44
A.5 Uitgangspunten businesscase (V) Overige uitgangspunten: indices, rendementseis en warmteverliezen Economische levensduur
Eenheid
Waarde
Opwek
Jaar
15
Primair net
Jaar
30
Secundair net
Jaar
30
Onderstations
Jaar
15
Aansluitleiding
Jaar
30
Afleverset
Jaar
15
Indexaties
Eenheid
Waarde
BAK
%
2
Overige uitgangspunten
CAPEX
%
2
OPEX
%
Inkomsten
Eenheid
Waarde
Rendementseis
%
6
2
Warmteverlies - MT
%
20
%
2
Warmteverlies - LT
%
0
Warmteprijs
%
2,61
Exploitatieduur
Jaar
30
Commodity's
%
2
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
45
10-5-2024
B Bijlage Uitgangspunten en resultaten Total Cost of Ownership
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
B.1 Uitgangspunten woonlasten - TCO model Algemene uitgangspunten
Algemene uitgangspunten
Waarde
Tarieven
Waarde
Start exploitatie
2025
Aardgas – vaste kosten
210,11 €/jaar
Duur exploitatie
30 jaar
Aardgas – variabel
0,50 €/m3
Indexaties
2%
Elektra – vaste kosten
242,34 €/jaar
Datum prijspeil
1/11/2023
Elektra – variabel
0,20 €/kWh
Indexatie energietarieven
2,61%
ODE en EB – Gas
0,45 €/m3
ODE en EB – Elektra
0,07 €/kWh
Investering elektrisch koken is onderdeel van de TCOberekening. PV panelen niet onderdeel van TCO. Opbrengst elektra PVT panelen bij oplossing warmtepomp met PVT niet meegenomen.
Tarieven voor midden temperatuur warmte
Waarde
Eenheid
Vastrecht
573,57
€/jaar
Variabel
31,62
€/GJ
*Alle bedragen zijn exclusief BTW
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
47
B.2 Uitgangspunten woonlasten - TCO model Investeringen per woningtype Appartement Bijdrage aansluitkosten Investering installatie Herinvestering installatie Woningaanpassingen Totale investering
Collectief (MT)
Rijwoning Bijdrage aansluitkosten Investering installatie Herinvestering installatie Woningaanpassingen Totale investering
Collectief (MT)
Twee-onder-een-kapwoning Bijdrage aansluitkosten Investering installatie Herinvestering installatie Woningaanpassingen Totale investering
Collectief (MT)
Vrijstaand Bijdrage aansluitkosten Investering installatie Herinvestering installatie Woningaanpassingen Totale investering
Collectief (MT)
Lucht/Water Warmtepomp 5.337 3.920 9.257
Gas 9.000 6.750 11.020 26.770
Lucht/Water Warmtepomp 5.337 4.525 9.862
Gas 10.000 7.500 14.020 31.520
Lucht/Water Warmtepomp 5.337 4.525 9.862
2.000 2.000 4.000 Gas
15.000 11.250 14.020 40.270 Lucht/Water Warmtepomp
5.337 5.735 11.072
2.000 2.000 4.000
2.000 2.000 4.000 Gas
15.000 11.250 16.520 42.770
2.000 2.000 4.000
* Ten opzichte van investering individuele installatie Alle bedragen zijn inclusief BTW, inclusief installatiekosten, prijspeil 2023
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
48
B.3 Resultaten Total costs of Ownership (TCO) Totale eigendomskosten per technische oplossing over de verschillende woningtypen
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
49
B.4 Resultaten Total costs of Ownership (TCO) Totale investeringskosten per technische oplossing over de verschillende woningtypen
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
50
B.5 Resultaten Total costs of Ownership (TCO) Energierekening in jaar 1 per technische oplossing over de verschillende woningtypen
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
51
10-5-2024
C Bijlage Ontwikkeltraject collectieve warmtenetsysteem
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
C.1 Ontwikkeltraject Breakdown ontwikkeltraject collectief warmtenet systeem
Urk bevindt zich momenteel in de startfase
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
53
C.2 Ontwikkeltraject Schematische weergave ontwikkeltraject collectief warmtenet systeem
Afkorting
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
LOI
Letter of Intent (intentieovereenkomst)
SO
(technisch) Schetsontwerp
SOK
Samenwerkingsovereenkomst
VO
Voorlopig (technisch) Ontwerp
DO
Definitief (technisch) Ontwerp
54
10-5-2024
D Bijlage Herijking tarifering businesscase en TCO
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
D.1 Herijking tarifering naar prijspeil 2024 Wij herijkten de variabele tarieven in de businesscase en TCO van gemeente Urk en indexeerden de kosten naar prijspeil 2024. De onrendabele top daalt naar €7.665 als gevolg van hogere verkooptarieven en lagere inkooptarieven. De conclusies van de TCO-berekening blijven onveranderd, ondanks de aanpassingen in tarieven. Het herijken van de variabele tarieven in de businesscase naar het prijspeil van 2024 leidt tot een daling van de onrendabele top van €12.014 naar €7.665 per aansluiting. We hebben de inkoop- en verkooptarieven voor elektriciteit en gas, alsook de vaste tarieven voor warmte, gas en elektriciteit, en de energiebelasting herzien naar het prijspeil van 2024. De variabele en vaste tarieven voor warmte zijn gestegen ten opzichte van de aannames in de businesscase, terwijl de inkooptarieven voor elektriciteit en gas zijn gedaald. Deze marktbewegingen hebben beide een positief effect op de onrendabele top.
Het herijken van de berekening van de Total Costs of Ownership (TCO) veroorzaakt schommelingen in energielasten, maar de conclusies blijven ongewijzigd. De lagere energietarieven voor elektriciteit en gas resulteren in een lagere energierekening over een periode van 30 jaar in vergelijking met 2023. Echter, de gestegen warmtetarieven leiden tot een hogere energierekening voor het MT-warmtenet. Ondanks de wijziging in tarieven zijn de onderlinge verhouding tussen de energieoplossingen in de TCO-berekening onveranderd gebleven.
Energietarieven
Energietarieven businesscase
Energietarieven 2024
Inkoop elektra
0,10 €/kWh
0,08047 €/kWh
Inkoop gas
0,45 €/m3
0,3060 €/m3
Warmtetarief
31,62 €/GJ
38,59 €/GJ
Vastrecht Warmte
435,09 €/jaar
511,42 €/jaar
Meettarief
24,39 €/jaar
€ 26,18 / jaar
Huur afleverset
114,09 €/jaar
€ 120,15 / jaar
€ 4.411
€ 4.362
Max. Bijdrage Aansluitkosten ACM
*Prijzen zijn excl. Btw
Energiebelasting
Businesscase
Gas 2024
Businesscase
Elektra 2024
0 tot 170.000
€0,4898
€0,5830
€0,1260
€ 0,1088
170.001 tot 1.000.000
€0,0962
€0,2238
€0,1005
€0,0904
1000.001 tot 10.000000
€0,0511
€0,1286
€0,0394
€0,0394
€0,0392
€0,0489
€0,0012
€0,0025
Vastrecht netbeheerder
Businesscase
2024
Totaal elektriciteit
297,03 €/jaar
331,34 €/jaar
> 10.000.001
Totaal gas
235,57 €/jaar
204,26 €/jaar
> 10.000.001 (niet zakelijk)
*Prijzen zijn excl. Btw
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
€0,0019 *Prijzen zijn excl. btw
56
D.2 Herijking ACM max tarief op vastrecht (prijspeil 2023) Wij herijkten het vastrecht tarief in de businesscase van bijlage D.1 naar het maximale ACM tarief van 2023. De onrendabele top stijgt naar €8.800 als gevolg van lagere verkooptarieven. Het herijken van het vastrecht tarief in de businesscase van bijlage D.1 naar het maximale ACM tarief van 2023 leidt tot een stijging van de onrendabele top van €7.665 naar €8.800 per aansluiting. We hebben de businesscase gecorrigeerd naar het maximum vastrecht tarief van 2023 om de impact van het verhoogde vastrecht tarief van 2024 inzichtelijk te maken. Het herijken van het vastrecht tarief in de businesscase van bijlage D.1 naar het maximale ACM tarief van 2023 leidt tot een stijging van de onrendabele top van €7.665 naar €8.800 per aansluiting.
Energietarieven
Energietarieven 2024 (Bijlage D.1)
Energietarieven 2023
Vastrecht Warmte
511,42 €/jaar
435,09 €/jaar
Meettarief
€ 26,18 / jaar
€ 24,39 / jaar
Huur afleverset
€ 120,15 / jaar
€ 114,09 / jaar *Prijzen zijn excl. Btw
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
57
10-5-2024
E Bijlage Niet gekozen warmteconcepten
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
E.1 Proces keuze warmteconcept Bij de uitwerking van dit haalbaarheidsonderzoek is gestart met het uitwerken van een drietal warmteconcepten. Vervolgens zijn deze warmteconcepten geanalyseerd. In deze analyse zijn technische, economische en organisatorische overwegingen meegenomen. Ook is er gekeken naar de flexibiliteit en toekomstbestendigheid van de verschillende warmteconcepten. Op de volgende slides worden de essenties van ieder warmteconcept toegelicht. Vanuit technisch perspectief is warmteconcept C (zie slide 62) interessant en haalbaar geacht. Belangrijke overwegingen zoals aangedragen door Greenvis waren: • Door te kiezen voor transport op bronnet temperatuur wordt er ruimte gegeven aan flexibiliteit en toekomstbestendigheid, waaronder een mogelijke koppeling met een warmtenet ontwikkeling voor Port of Urk en de Zeeheldenwijk. • Door de optie open te houden om centraal op clusterniveau op te waarderen naar midden temperatuur, wordt er rekening gehouden met gebieden waar de bestaande bouw ouder is. Oudere gebouwen hebben vaak een relatief grotere warmtebehoefte, terwijl isolatiemaatregelen bij aansluiting op een bronnet complex en kostbaar zijn. Levering op midden temperatuur kan deze investering gedeeltelijk voorkomen.
>
Na uitwerking van de businesscase heeft Fakton geconcludeerd dat warmteconcept C financieel weinig aantrekkelijk is voor de inwoners van clusters met een bronnet (zie bijlage F). Met deze conclusie is vervolgens gezocht naar een optimalisatie die financieel wel aantrekkelijk is. Dit is gevonden in warmteconcept D die in dit haalbaarheidsonderzoek nader is uitgewerkt en toegelicht. Warmteconcept D gaat uit van transport op bronnet temperatuur en centrale opwaardering naar midden temperatuur voor alle clusters.
59
E.2 Warmteconcept A: Een midden temperatuur warmtenet voor geheel Urk Afgevallen vanwege de noodzaak van grotere en goed geïsoleerde buizen, wat leidt tot extra investeringen en daarmee een minder haalbare businesscase. De essentie: • Restwarmte wordt bij de bedrijven op Zwolsehoek opgehaald. Op één centrale locatie wordt met een grote warmtepomp de temperatuur verhoogd tot een ‘midden temperatuur’ van 70°C. Die warmte wordt vervolgens via het warmtenet geleverd aan de aangesloten afnemers. Verdere toelichting: • De lage temperatuur warmte van verschillende restwarmtebronnen komt samen in één warmte overdracht station (WOS), in de figuur rechts is deze aangeduid als Technische Ruimte (TR). Deze locatie is ook gekoppeld aan één of meerdere WKOsystemen, zodat lage temperatuur warmteopslag mogelijk is.
>
• Op het warmte overdracht station (WOS) staan grote centrale warmtepompen opgesteld om de beschikbare warmte van bron en/of WKO op te waarderen tot een midden temperatuur van ca. 70°C. Deze midden temperatuur wordt geleverd aan het transportnet. • Het transportnet vervoert warmte naar de verschillende clusters op Urk. Per cluster wordt warmte van het transportnet uitgekoppeld in een onderstation. • Omdat het transportnet reeds een midden temperatuur voorziet, krijgen alle distributienetten in de clusters ook een midden temperatuur. Deze temperatuur is voldoende om alle aangesloten gebouwen te voorzien in de warmtebehoefte voor ruimteverwarming en warm tapwater. De aanvullende maatregelen op gebouwniveau zijn minimaal.
60
E.3 Warmteconcept B: Een lage temperatuur bronnet voor geheel Urk Afgevallen vanwege de toepassing van individuele warmtepompen in de woning, wat leidt tot hoge investeringskosten, druk op het elektriciteitsnet en problemen met inpasbaarheid in woningen. Bovendien zijn de inkomsten voor het warmtebedrijf beperkt tot vastrecht voor lage temperatuur, wat de haalbaarheid van de businesscase vermindert. De essentie: • Restwarmte wordt bij de bedrijven op Zwolsehoek opgehaald. De beschikbare restwarmte wordt op zeer lage temperatuur door het warmtenet gepompt. Dit wordt ook wel een bronnet genoemd. Aangesloten gebouwen dienen op de eigen locatie met een warmtepomp de gewenste temperatuur te maken. Het ruimtebeslag in de gebouwen en benodigde isolatiemaatregelen kan dan wel groter zijn. Verdere toelichting: • De lage temperatuur warmte van verschillende restwarmtebronnen komt samen in één warmte overdracht station (WOS), in de figuur rechts is deze aangeduid als Technische Ruimte (TR). De temperatuur wordt hier niet verhoogt, transport vindt plaats bij ‘zeer lage temperatuur’ ofwel bronnet temperatuur.
>
• Het transportnet vervoert bronnet warmte naar de verschillende clusters op Urk. Per cluster wordt bronnet warmte van het transportnet overgedragen naar het distributienet. Deze distributienetten hebben ook een bronnet temperatuur. • Omdat het gehele warmtenet een bronnet temperatuur heeft, zijn de warmteverliezen minimaal. Ook kunnen er op strategische locaties in het gehele systeem WKOsystemen worden aangekoppeld. Verder is de lage temperatuur van het bronnet in de zomer ook te gebruiken voor koeling. • Daar staat tegenover dat bij een bronnet warmtepompen nodig zijn in ieder gebouw. Deze zorgen ervoor dat de warmte een bruikbare temperatuur krijgt, zowel voor ruimteverwarming als warm tapwater. Die warmtepompen in de gebouwen zijn een extra belasting van het elektriciteitsnet in de wijk. Ook moeten sommige gebouwen flink investeren in extra isolatiemaatregelen.
61
E.4 Warmteconcept C: Een combinatie van lage en midden temperatuur o.b.v. gebouweigenschappen per cluster Warmteconcept C werd initieel als voorkeursvariant beschouwd vanwege de effectieve verdeling van lage en middentemperatuur op basis van de warmtebehoefte per cluster. Deze variant is afgevallen vanwege de aanzienlijk hogere investeringskosten en beperkte inkomsten uit levering op lage temperatuur, wat een negatieve invloed heeft op de financiële haalbaarheid van het totale warmtenet op Urk.
De essentie:
• Restwarmte wordt bij de bedrijven op Zwolsehoek opgehaald. De beschikbare restwarmte wordt op zeer lage temperatuur door het transportnet gepompt. Per cluster wordt gekozen of het distributienet warmte op bronnet of midden temperatuur zal leveren aan de afnemers. Die keuze wordt gebaseerd op de gemiddelde gebouweigenschappen in het cluster. Dit warmteconcept is daarmee een hybride vorm van warmteconcept A & B. Verdere toelichting: • De lage temperatuur warmte van verschillende restwarmtebronnen komt samen in één warmte overdracht station (WOS), in de figuur rechts is deze aangeduid als Technische Ruimte (TR). De temperatuur wordt hier niet verhoogt, transport vindt plaats bij ‘zeer lage temperatuur’ ofwel bronnet temperatuur. Op strategische locaties kunnen WKO-systemen worden aangekoppeld.
>
• Het transportnet vervoert bronnet warmte naar de verschillende clusters op Urk. Per cluster wordt bronnet warmte van het transportnet overgedragen naar het distributienet. Per cluster wordt aan de hand van de gebouweigenschappen bepaald of distributie op bronnet of midden temperatuur zal zijn. • Omdat het warmtenet gedeeltelijk een bronnet temperatuur heeft, zijn de warmteverliezen beperkt. Ook kunnen er op strategische locaties WKO-systemen worden aangekoppeld. Verder is de lage temperatuur in clusters met bronnet temperatuur in de zomer ook te gebruiken voor koeling. In clusters met een midden temperatuur wordt voorkomen dat er aanzienlijke investeringen en gebouwmaatregelen nodig zijn voor gebouwen met een lager energielabel.
62
10-5-2024
F Bijlage Afgevallen business case warmteconcept C
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
F.1 Conclusie analyse concept c Een hybride systeem met gedeeltelijk een lage temperatuur distributienet (Variant C) is door de hoge investeringskosten en beperkte inkomsten op de levering van lage temperatuur warmte financieel niet haalbaar. Een lage temperatuur transportnet met opwek naar een midden temperatuur distributienet op wijkniveau (Variant D), wordt als meest kansrijke warmteoplossing op Urk gezien,
1) Een hybride warmtenet systeem op Urk is financieel niet haalbaar, vanwege hoge investeringskosten en lage opbrengsten op levering van lage temperatuur warmte. Wij concluderen dat de businesscase van een hybride warmtenet systeem met zowel lage als midden temperatuur warmtelevering op Urk, met een onrendabele top (ORT) van circa €18.000, financieel niet haalbaar is. Dit is toe te schrijven aan hoofdzakelijk twee belangrijke factoren: a) Hoge investeringskosten: • De kosten voor decentrale warmtepompen en de bijbehorende afleversets zijn ongeveer 19% van de totale investeringskosten gedurende de exploitatieperiode, wat neerkomt op gemiddeld €7.000 per aansluiting. De decentrale warmtepomp wordt enkel geïnstalleerd in woningen aangesloten op het lage temperatuur distributienet, en voorziet in de opwek van lage temperatuur warmte naar het gewenste temperatuurniveau. Deze doelgroep beslaat ongeveer 50% van de totale scope, en verslechterd met deze kosten de businesscase aanzienlijk voor de andere 50% woningen aangesloten op het midden temperatuur distributienet. • Ongeveer 8% van de investeringen is gerelateerd aan het ontkoppelen van restwarmte en de infrastructuur op Zwolsehoek. Dit komt neer op circa €3.000 per aansluiting. Deze extra investeringskosten leiden niet direct tot extra aansluitingen, c.q.
inkomsten, en drukken daarmee aanzienlijk op de financiële haalbaarheid van de businesscase. b) Relatief lage energietarieven voor woningen aangesloten op het LT-net: • Een woning aangesloten op het LT-warmtenet betaald jaarlijks een vastrechtvergoeding voor de levering van lage temperatuur warmte en een vaste vergoeding voor het huren van de decentrale warmtepomp. In onze analyse hebben we aangenomen dat de inkomsten uit de elektriciteitsproductie van de decentrale warmtepomp niet meegenomen worden in de businesscase voor warmte. Omdat de decentrale warmtepomp direct is aangesloten op de meterkast van de eindgebruiker, worden de variabele elektriciteitskosten opgenomen in de TCOberekening voor de eindgebruiker. De inkomsten verkregen uit de levering van LT-warmte bedragen ongeveer 30% van de inkomsten uit de levering van MT-warmte. Dit illustreert de nadelige impact op de algehele businesscase en het verschil in inkomsten verkregen op aansluitingen met midden temperatuur warmte.
2) Een collectief warmtenet op midden temperatuur is financieel haalbaar voor clusters 1 t/m 7, maar niet voor clusters 8 t/m 13 op lage temperatuur. Gebaseerd op de financiële resultaten van het hybride warmtenet systeem, voerden we afzonderlijke financiële analyses uit voor zowel het midden- als laag-temperatuurwarmtenet. Hierin hanteerden we eenzelfde clusterindeling over de twee energiesysteem, zoals omschreven in het technische rapportage van Greenvis (zie pagina 20). De ORT voor een zelfstandig MT-net voor clusters 1 t/m 7 bedraagt €10.000 per aansluiting. De ORT voor een zelfstandig LT-net voor clusters 8 t/m 13 loopt op tot €24.500. Zoals eerder beschreven, zijn de hoge investeringskosten voor de decentrale warmtepompen één van de oorzaken van het ongunstige resultaat van het LT-net. Daarnaast wordt het onvoordelige resultaat versterkt door de relatief lage energievergoeding op enkel vastrecht, cq. het ontbreken van variabele inkomsten in de businesscase. 3) De businesscase voor het Warmteconcept D – een lage temperatuur transportnet en centrale opwaardering naar midden temperatuur – wordt financieel als meest kansrijke collectieve warmte oplossing gezien op Urk. Na een grondige analyse blijkt dat een laagtemperatuurnetwerk (LT-net) financieel niet uitvoerbaar is.
Hiermee concluderen we dat een hybride warmtenet systeem, waarbij zowel lage als midden temperatuur warmtelevering wordt gerealiseerd, op Urk financieel afvalt. Het LT-net met de vereiste decentrale warmtepompen heef ten opzichte van een midden temperatuur warmtenet enkele kwalitatieve minpunten: • Belasting van het elektriciteitsnet: De overstap van veel huishoudens op decentrale warmtepompen betekent een grotere vraag naar elektriciteit. Het elektriciteitsnet kan hierdoor verder overbelast raken. Het versterken van het netwerk om deze extra belasting aan te kunnen, is een kostbare aangelegenheid. Deze kosten worden weliswaar niet meegenomen in de TCO-berekeningen, maar ze zijn essentieel om in overweging te nemen voor een realistisch beeld van de financiële impact. • Ruimtebehoefte voor installatie: decentrale warmtepompen vereisen extra ruimte in de woning. Ruimte die er in veel bestaande gebouwen op Urk beperkt of nagenoeg niet is. Dit kan leiden tot maatwerkuitdagingen en extra kosten voor woningaanpassingen. Op basis van deze grondige analyse wordt een lage temperatuur transportnet met opwek naar midden temperatuur op wijkniveau (variant D) op Urk op Urk als financieel meest kansrijk gezien. Vandaar dat deze volledig is uitgewerkt
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
64
F.2 Resultaten businesscase afgevallen concept c Het hybride warmtenet systeem rekent met een relatief hoge onrendabele top van €18.000 per aansluiting We presenteren de resultaten van onze uitgebreide businesscase-analyses op Urk. De analyse begint met het Warmteconcept C, gevolgd door een beoordeling van zowel het MT- als LT-net. Deze scheiding biedt inzicht in de impact van de verschillende energiesystemen op de businesscase van het totale Warmteconcept C. Afsluitend wordt een complete doorrekening van het MT-net op Urk uitgewerkt.
Scenario 1: Warmteconcept C- hybride tussen midden en lage temperatuur warmtenet Resultaat: De businesscase rekent met een totale Onrendabele Top van €18.000, die is opgebouwd uit een BAK van €4.411 en een Kostendekkingsbijdrage van €13.600. De businesscase houdt geen rekening met subsidies of andere optimalisatiemogelijkheden. 1) Forse investeringskosten in infra en bron drukken op de financiële haalbaarheid van de businesscase. De totale investeringskosten in het warmtenet (+/- €36.000 per aansluiting) zijn fors. Dit komt vooral door twee belangrijke factoren: • De kosten voor decentrale warmtepompen en de bijbehorende afleversets nemen ongeveer 19% van de totale investeringskosten in beslag, wat neerkomt op gemiddeld €7.000 per aansluiting. De decentrale warmtepomp wordt enkel geïnstalleerd in woningen aangesloten op het LT-net, en voorziet in de opwek van lage temperatuur warmte naar het gewenste temperatuurniveau. Deze doelgroep beslaat ongeveer 50% van de totale scope, en verslechtert met deze forse kostenpost de businesscase aanzienlijk voor de andere 50% woningen aangesloten op het MT-net. • Ongeveer 8% van de investeringen is gerelateerd aan het ontkoppelen van restwarmte en de infrastructuur op Zwolsehoek. Dit komt neer op circa €3.000 per aansluiting. Deze additionele investeringskosten leiden niet direct tot extra aansluitingen, c.q.
inkomsten, en drukken daarmee aanzienlijk op de financiële haalbaarheid van de businesscase.
2) Relatief lage energietarieven voor woningen aangesloten op het LT-net: Een woning aangesloten op het LT-warmtenet betaalt jaarlijks een vastrechtvergoeding voor de levering van lage temperatuur warmte en een vaste vergoeding voor het huren van de decentrale warmtepomp aan het warmtebedrijf. In onze analyse hebben we de inkomsten uit de elektriciteitsproductie van de decentrale warmtepomp niet meegenomen in de businesscase voor warmte. De variabele inkomsten vallen hiermee buiten de businesscase van het warmtebedrijf. De inkomsten verkregen uit de levering van LT-warmte bedragen ongeveer 30% van de inkomsten uit de levering van MTwarmte. Dit illustreert duidelijk de nadelige impact op de algehele businesscase en het verschil in inkomsten verkregen op aansluitingen met midden temperatuur warmte. Figuur 8: Kasstroomoverzicht businesscase – hybride warmtenet systeem 60.000.000 50.000.000 40.000.000 30.000.000 20.000.000 10.000.000 (10.000.000) (20.000.000) (30.000.000) Kasstroom
10-5-2024
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
Cum. kasstroom
65
F.3 Resultaten businesscase afgevallen concept c De onrendabele top voor een collectief warmtenet op midden temperatuur voor clusters 1 t/m 7 is relatief laag en bedraagt €10.000 per aansluiting. Voor clusters 8 t/m 13 op lage temperatuur wordt met een relatief hoge onrendabele top gerekend van €24.500 per aansluiting Figuur 9: Kasstroomoverzicht businesscase – midden temperatuur warmtenet Scenario 2: Separate berekening van midden (a) en lage (b) temperatuur warmtenet Op basis van de financiële uitkomsten van het hybride warmtenet, voerden we een gedetailleerde financiële analyse uit voor een separaat midden- en laagtemperatuur warmtenet op Urk. Deze analyses volgen de specifieke clusterindeling, zoals vastgesteld in de technische rapport van Greenvis (zie slide 22). Beide businesscases houden geen rekening met subsidies of andere optimalisatiemogelijkheden.
50.000.000 40.000.000 30.000.000 20.000.000 10.000.000
Hieronder presenteren we de resultaten van de twee afzonderlijke businesscases: • Resultaat MT-net voor clusters 1 t/m 7: De businesscase rekent met een totale Onrendabele Top van €10.000, die is opgebouwd uit een BAK van €4.411 en een Kostendekkingsbijdrage van €5.600. Het kasstroomoverzicht over een exploitatieperiode van 30 jaar wordt in de figuur 9 geïllustreerd. • Resultaat LT-net voor clusters 8 t/m 13: De businesscase rekent met een totale Onrendabele Top van €24.500, die is opgebouwd uit een BAK van €4.411 en een Kostendekkingsbijdrage van €20.100. Het kasstroomoverzicht over een exploitatieperiode van 30 jaar wordt in de figuur 10 geïllustreerd. Het voornaamste verschil tussen de twee businesscases is: • Inkomsten: Het warmtebedrijf kan een hogere vergoeding voor midden temperatuur warmte vragen dan voor lage temperatuur. De tarieven die een warmtebedrijf kan hanteren worden jaarlijks gemaximeerd door ACM. Daar komt bij dat de businesscase rekent met zowel een variabel tarief plus vastrechttarief voor midden temperatuur warmtenet, terwijl voor lage temperatuur warmte enkel wordt gerekend met een vastrechtvergoeding, en een vaste vergoeding bij voor de huur van de decentrale warmtepomp.
Het variabele tarief ontbreekt in de businesscase van het LT-net, aangezien de decentrale warmtepomp aangesloten is op de meterkast van de eindgebruiker en daarmee buiten de businesscase valt. • Investeringskosten: De investeringskosten voor de decentrale warmtepomp en de bijbehorende afleverset hebben aanzienlijke invloed op de financiële haalbaarheid van het LT-net. Deze kosten vormen ongeveer 67% van de totale investeringskosten gedurende de exploitatieperiode, wat overeenkomt met circa €26.000 per aansluiting.
(10.000.000) (20.000.000) (30.000.000)
Kasstroom
Figuur 10: Kasstroomoverzicht businesscase – lage temperatuur warmtenet 30.000.000 20.000.000 10.000.000 (10.000.000) (20.000.000) (30.000.000) Kasstroom
10-5-2024
Cum. kasstroom
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Urk: Bestaand voor Bestaand
Cum. kasstroom
66