Concept wijziging APV artikel 2.1
Tekst van het document
Bijlage Onderwerp
Wijziging APV: aanvulling artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden (verbod op onherkenbaar maken in ordeverstorende situaties)
Datum
Aan
Zaaknummer
Van
31 maart 2026 018491274
Gemeenteraad College B&W
Toelichting De afgelopen periode hebben zich in Urk ongeregeldheden voorgedaan waarbij groepen jongeren zich doelbewust onherkenbaar maakten door het dragen van gezichtsbedekkende kleding (veelal bivakmutsen) of het gebruik van schmink. Deze anonimiteit zorgt voor toenemende onveiligheidsgevoelens bij inwoners en bemoeilijkt het optreden van politie en gemeente. De anonimiteit belemmert een effectieve aanpak van openbare ordeverstoringen, waarbij het juist essentieel is dat jongeren uit de anonimiteit worden gehaald. De huidige APV biedt onvoldoende mogelijkheden om hiertegen op te treden. We stellen daarom, in navolging tot een aantal andere gemeenten in Nederland, voor om de APV aan te passen en het artikel met betrekking tot samenscholing en ongeregeldheden uit te breiden. Met het toevoegen van deze artikelen wordt politie en gemeente beter in staat gesteld om op te treden tegen ongeregeldheden waarbij gebruik wordt gemaakt van gezichtsbedekkende kleding.
Juridisch kader landelijk versus lokaal Op landelijk niveau geldt al een gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding. Dit verbod is van toepassing in onder meer overheidsgebouwen, scholen, zorginstellingen en het openbaar vervoer. Voor de openbare ruimte als geheel bestaat echter geen algemeen verbod. Daarnaast is het belangrijk onderscheid te maken tussen een samenscholing en een demonstratie. Demonstraties zijn grondwettelijk beschermd en worden geregeld via de Wet openbare manifestaties. Gemeenten mogen hiervoor niet zelfstandig algemene verboden, zoals gezichtsbedekking, invoeren. De voorgestelde bepaling richt zich daarom uitsluitend op samenscholing en situaties waarin de openbare orde in het geding is. Gemeenten hebben de bevoegdheid om via de APV regels te stellen voor de openbare orde. Steeds meer gemeenten maken gebruik van deze mogelijkheid door het onherkenbaar maken van personen bij (dreigende) ongeregeldheden te verbieden. Dit voorkomt dat mensen anoniem ordeverstorend gedrag vertonen en maakt handhaving effectiever. De voorgestelde bepaling voor Urk sluit hierbij aan. De bepaling is hiermee breed toegepast, geaccepteerd en juridisch verdedigbaar.
1
Toegevoegde APV artikelen: Dit doen we als volgt: Wijziging Algemene plaatselijke verordening Urk Artikel 2:1 (Samenscholing en ongeregeldheden) wordt als volgt gewijzigd: Artikel 2:1 lid 2 wordt gewijzigd naar: 2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of buitengewoon opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. Daarnaast worden vier leden toegevoegd, luidende: 6. Het is verboden zich op een openbare plaats, al dan niet in groepsverband, in het kader van een samenscholing of bij een voorval of gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, zodanig te kleden, te vermommen of anderszins het uiterlijk te veranderen dat herkenning wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. 7. Onder het in het zesde lid bedoelde wordt in ieder geval verstaan het dragen of gebruiken van voorwerpen of middelen die het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekken of onherkenbaar maken, waaronder begrepen bivakmutsen, maskers, helmen, sjaals, alsmede schmink of andere gezichtsveranderende middelen. 8.
Het verbod, bedoeld in het zesde lid, is niet van toepassing indien: a. het gebruik van de bedoelde middelen noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid of veiligheid; b. het gebruik plaatsvindt in verband met de uitoefening van een beroep of sport; c. het gebruik plaatsvindt in het kader van een feestelijke, culturele of traditionele activiteit, voor zover geen sprake is van (dreigende) verstoring van de openbare orde; d. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het onherkenbaar maken van het uiterlijk niet geschiedt met het doel de openbare orde te verstoren. 9. Het is verboden de in het zevende lid bedoelde voorwerpen of middelen bij zich te hebben met het kennelijke doel deze te gebruiken bij gedragingen als bedoeld in het zesde lid.
Was-wordt-tabel Wijziging APV: aanvulling artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu. Artikel 2:24 (afdeling 1 Voorkomen en bestrijden) wordt als volgt gewijzigd:
2
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 1 Voorkomen en bestrijden
Afdeling 1 Voorkomen en bestrijden
Artikel 2.24 Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden
1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.
1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.
2.Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
2. Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of bij een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of buitengewoon opsporingsambtenaar zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
3.Het is verboden zich te begeven of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5.Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
3.Het is verboden zich te begeven of zich te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod. 5.Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 6. Het is verboden zich op een openbare plaats, al dan niet in groepsverband, in het kader van een samenscholing of bij een voorval of gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, zodanig te kleden, te vermommen of anderszins het uiterlijk te veranderen dat herkenning wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. 7. Onder het in het zesde lid bedoelde wordt in ieder geval verstaan het dragen of gebruiken van voorwerpen of middelen die het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekken of onherkenbaar maken, waaronder begrepen bivakmutsen, maskers, helmen, sjaals,
3
alsmede schmink of andere gezichtsveranderende middelen. 8. Het verbod, bedoeld in het zesde lid, is niet van toepassing indien: a. het gebruik van de bedoelde middelen noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid of veiligheid; b. het gebruik plaatsvindt in verband met de uitoefening van een beroep of sport; c. het gebruik plaatsvindt in het kader van een feestelijke, culturele of traditionele activiteit, voor zover geen sprake is van (dreigende) verstoring van de openbare orde; d. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het onherkenbaar maken van het uiterlijk niet geschiedt met het doel de openbare orde te verstoren. 9. Het is verboden de in het zevende lid bedoelde voorwerpen of middelen bij zich te hebben met het kennelijke doel deze te gebruiken bij gedragingen als bedoeld in het zesde lid
4