Bijlagen Urk FM
Tekst van het document
Begroting Urk FM
Opbrengsten Subidie gemeente Urk Acties/Donaties/giften/reclame
Kosten Huisvestingslasten Afschrijvingen Algemene lasten Studio en Audio materiaal Kantoorlasten
Resultaat
Begroting 2024
Voorlopig 2023
10.000 17.500 27.500
8.700 23.305 32.005
11.000 5.000 7.000 1.500 2.500
13.155 4.900 8.677 1.417 1.561 27.000
29.709
500
2.296
Jaarrapport 2022 Aan het bestuur van Vereniging Urk FM Postbus 173 8320 AD Urk
INHOUDSOPGAVE
ACCOUNTANTSRAPPORT
JAARREKENING
PAGINA
ACCOUNTANTSRAPPORT
1
SAMENSTELLINGSVERKLARING VAN DE ACCOUNTANT
2
ALGEMEEN
De samenstelling van het bestuur luidt als volgt: Voorzitter Bestuurder Bestuurder
: de heer J.A. van Dokkum : de heer J. Pasterkamp : de heer K. Post
JAARREKENING 2022
1
BALANS PER 31 DECEMBER 2022
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
2
STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2022
(6) (7)
(8) (9) (10) (11)
3
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING
4
1.
TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2022
2.
3.
4.
5.
5
6.
7.
8.
9.
10.
11.
TOELICHTING OP DE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2022
Juni 2022
JAARVERSLAG 2022 KERN GEGEVENS VAN DE VERENIGING LOKALE OMROEP URK FM
Uitzendfrequentie:
Ether 107.0 FM
Studio adres:
Westwal 13 a, 8321 WG Urk
Postadres:
Postbus 173, 8320 AD Urk
Telefoon:
0527 – 68 89 10
Website:
www.urkfm.nl
Email:
info@urkfm.nl
Statuten:
27 januari 1999
Zendvergunning
28 december 2019
De vereniging bestaat uit een dertigtal leden die elk hun eigen steentje bijdragen. Er zijn programmamakers, technicussen, redactieraadsleden, bestuursleden en veel meer leden. Ook zijn er honderden donateurs die het bestaan van Urk FM een warm hart toedragen. Niet te vergeten de heren van de 27MC die een grote bijdrage leveren aan het welzijn van Urk FM.
MISSIE We brengen niet alleen actualiteiten, muziek en entertainment, maar ook een diepere betekenis achter de eigen overtuigingen. De gemeente Urk informeren en te bedienen is het hoogste goed. Maar ook met de tijd meegaan is een belangrijk onderdeel. Urk FM zal niet stil blijven staan, maar met de samenleving meegroeien en zich ontpoppen tot een waardevol onderdeel van de Urker gemeenschap.
VISIE Urk FM wil iedere doelgroep bedienen in haar behoeften. De verschillende medewerkers van Urk FM zijn divers, waardoor er een gevarieerde programmering ontstaat. Hiermee is Urk FM uniek in haar soort. De christelijke doelgroep staat bij Urk FM centraal, met daarin verschillende categorieën binnen de doelgroep. We proberen zo goed mogelijk aan te sluiten bij elke categorie. Dit houdt echter niet in de Urk FM andere doelgroepen uitsluit, in tegen deel. Urk FM staat open voor alle doelgroepen en heeft een
OVERZICHT Urk FM heeft een grote groep mensen achter zich staan, die zich in willen zetten voor de vereniging. Om alles draaiende te houden zijn er een aantal 'organen'. Deze organen zijn óf bij wet vastgelegd, of in het leven geroepen om duidelijkheid te scheppen. Hieronder een overzicht.
BESTUUR Het bestuur van Urk FM regelt de zaken die op de toekomst gericht zijn. Ook wanneer er onderlinge spanningen tussen het orgaan zijn, is het bestuur de verantwoordelijke om het op te lossen. Ook maakt het bestuur plannen en zorgt het voor een goede afhandeling van lopende zaken. Het bestuur is per 10 juli 2020 als volgt samengesteld: •
Jauke van Dokkum, voorzitter
•
Kobus Post, penningmeester
•
Jan Pasterkamp, algemeen bestuurslid
TECHNISCHE COMMISSIE Kortweg, de TC, zorgt voor de technische zaken in de studio, maar ook op liveuitzendingen. Er zijn veel dingen die gedaan moeten worden en er vindt regelmatig onderhoud plaats. Het orgaan wordt getoetst door het bestuur en één van de tcleden neemt ook plaats in de bestuursvergaderingen. De technische commissie wordt al jaren bemand door de personen: •
Jauke van Dokkum, voorzitter
•
Kobus Post, secretaris
•
Jan Hendrik Gnodde
PROGRAMMA BEPALEND ORGAAN Het PBO, zorgt voor een duidelijke visie over de programmering. De leden worden aangesteld door de gemeenteraad. Ze houden hun ogen goed open om te kijken of dat wat er op de ether gebeurt, eigenlijk wel van toegevoegde waarde is. De volgende 5 leden hebben in 2022 zitting in het PBO: •
Theresia Visser, voorzitter
•
Ritske Brouwer, secretaris
•
Joekie Post - Brouwer
•
Jelle Bakker
•
Ariejonne Oost
KNELPUNTEN Een luisteronderzoek is al jaren de wens om inzicht te krijgen in de waardering van onze programma’s en de luisterdichtheid en kennis te namen van de wensen van onze luisteraars. Helaas heeft nog niemand gereageerd die dit op zich wil nemen als eindscriptie van een hogeschool. Zoals bij de meeste verenigingen ontgaat Urk FM ook niet aan het mindere aantal medewerkers. PBO en bestuur zijn daarom ook actief op zoek naar nieuwe medewerkers voor alle geledingen in onze vereniging. Voor de programma thema’s Visserij en Onderwijs is nog ruimte voor programma’s.
INVESTERINGEN EN FINANCIËN Vereniging Urk FM heeft ook in 2022 geprobeerd om een goed financieel beleid te voeren, echter is er door externe factoren wel een onbalans ontstaan in uitgaven en inkomsten. Er moest nog een kleine investering gedaan worden in een airco voor de studio, vanwege ouderdom en problemen. Hiermee konden we echter wel gasloos
blijven en voldoen we aan de politiek gewenste stroming. Urk FM is wel hard getroffen door de exorbitant gestegen elektriciteitsprijs. Er is geprobeerd om het stroomverbruik verder te beperken, maar wij draaiden al met een vrij compact serverpark. Hier liepen we wel echt tegen financiele beperkingen aan, er is veel efficientere hardware beschikbaar op de markt, maar dit is ver boven onze budgetten. Zelfs voor een omroep als Urk FM, waar haar subsidie minder dan de helft van haar inkomsten bedraagt. Als laatste noodgreep hadden we de zender nog uit kunnen zettten, maar dit is niet nodig gebleken. Eind 2022 werd de situatie toch wel zorgelijk, gelukkig hebben we op tijd het tij kunnen keren en is de financiele situatie in 2023 vooralsnog een stuk beter. Het is goed om hierbij op te merken dat Urk FM niet het door de VNG voorgeschreven richtsnoerbedrag ontvangt, maar dat bedrag van enkele jaren terug. In 2022 werd door de gemeente aangegeven dat er geen noodzaak was om de subsidie van 2022 aan te passen naar het hogere richtsnoerbedrag omdat de jaarcijfers van 2021 daar geen aanleiding toe geven.
VERGADERINGEN Het bestuur, het PBO, de redactieraad en de Technische Commissie hebben in 2022 regelmatig vergaderd. Waar mogelijk fysiek, anders digitaal. 3 januari 2022 15 maart 2022 25 mei 2022 4 juni 2022 30 september 2022 16 december 2022
Bestuur Bestuur PBO Bestuur en redactieraad Bestuur en regionaal overleg Bestuur
Voor de medewerkers werd 1 avond georganiseerd. Alle medewerkers werden uitgenodigd voor een nieuwjaarsbijeenkomst op maandag 3 januari 2022 van 19:30 – 22:00 op Westwal 13a. Een prima opkomst en een goede gelegenheid voor de voorzitter om terug te kijken op de corona tijd, maar vooral ook vooruit te kijken naar de toekomst en zijn grote waardering uit te spreken voor alle vrijwilligers. Vervolgens konden we met elkaar genieten van een warm en koud hapje. Een fijne bijeenkomst, goed om te weten dat we samen Urk FM zijn. Een omroep die we allen samen vormen en inhoud kunnen geven!
PROGRAMMABELEID EN UITZENDSCHEMA Het PBO bepaalt het media-aanbod, uiteraard binnen het beleid dat de Vereniging Lokale Omroep Urk FM voorstaat. Het PBO streefde er ook in 2022 ernaar om in de komende jaren beleid te formuleren voor de middellange termijn. Aan welk ideaal moet Urk FM voldoen. PBO en bestuur streven ernaar dat evenementen en gebeurtenissen op Urk live verslagen gaan worden of integraal worden uitgezonden. Urk FM beschikt over een complete set apparatuur voor live evenementen.
Urk FM heeft in 2022 ook deelgenomen aan het lokale/regionale fusion radiopgrogramma “Weekend Cafe” van omroep Flevoland. Deze samenwerking is dit jaar wel beëindigt. Met oud en nieuw 2022-2023 werd de tweederde editie van de bokker top 20 uitgezonden, ook nu weer als bokker top 40. Urk FM zendt uit via de FM, DAB+, het internet en ook via IPTV. Ook is Urk FM actief op de gangbare sociale media. In 2022 mochten we in samenwerking met omringende lokale/commerciële omroepen een DAB+ zender in de ether houden.
TOEKOMST PERSPECTIEF Urk FM wil in de toekomst ook inkomsten proberen te halen uit Visual Radio en web content. In 2020 zijn podcasts mogelijk gemaakt, in 2021 is het voor radiomakers makkelijk gemaakt om zelfstandig, vanuit huis, podcasts te publiceren en fragmenten uit hun shows op social media te publiceren. Begin 2021 hebben we de basis gelegd voor video content in de studio en eind 2021 hebben we deze mogelijkheden uitgebreid, voornamelijk op hardware gebied. In 2022 is onze software flink herschreven om beter om te gaan met zowel audio als video. Zo kan altijd de hoogste kwaliteit geleverd worden. Extra aandacht is er gegaan naar het voldoen aan de verschillende specificaties die podcast platforms en social media stellen aan audio & video materiaal. Voor 2023-2024 willen we streven naar een diepere integratie met ons automatiseringsplatform. Voor 2023 willen we de samenwerking in de streek/regio verderzetten. Samen met collega omroep Luister527 zijn we op zoek naar technici en presentatoren om ons gezamenlijke sportprogramma weer op te starten.
TOT SLOT Natuurlijk geeft dit jaarverslag slechts een deel weer van de werkelijkheid die Lokale Omroep Urk FM is. Er is in 2022 veel meer gebeurd dan wat in dit verslag is beschreven. Hoofdlijnen, geen details. Maar ook hierin wordt al zichtbaar hoe zo velen zich in 2022 weer hebben ingezet voor de vereniging. Vrijwilligers, dag in dag uit, ieder op zijn eigen plek. Een woord van dank voor alle medewerkers, die de dagelijkse radio-uitzendingen in 2022 hebben mogelijk gemaakt. Een geweldige prestatie.
Reglement PBO Urk FM Inleiding Een instelling die in aanmerking wil komen voor een aanwijzing als publieke lokale media-instelling (hierna: lokale omroep) moet daartoe een aanvraag indienen bij het Commissariaat voor de Media. Een van de voorwaarden om daarvoor in aanmerking te komen is dat zij volgens haar statuten een orgaan heeft dat representatief is voor de belangrijkste in de gemeente(n) (het verzorgingsgebied) voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Een overzicht van deze stromingen en van de namen van de leden van dit programmabeleid bepalende orgaan (PBO) maken onderdeel uit van de aanvraag. Het PBO is door de wetgever opgedragen om het media-aanbodbeleid van de lokale omroep te bepalen. Een nadere aanduiding van het media-aanbodbeleid ontbreekt in de Mediawet. Ook over de wijze waarop het PBO dat beleid moet vaststellen en waarmee het PBO bij die vaststelling rekening moet houden, is in de Mediawet niets opgenomen. Het gevolg hiervan is dat er onduidelijkheid bestaat over de taken en bevoegdheden van het PBO, al dan niet in relatie tot de taken en bevoegdheden van bestuur en redactie.
Ten behoeve van de naleving van de Mediawet, maar ook ten behoeve van het verkrijgen van het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen (zie hierna) om optimaal te functioneren als lokale omroep, is het van belang dat de NLPO een modelreglement beschikbaar stelt waarin in ieder geval de taken, de bevoegdheden en de werkwijze van het PBO nader zijn omschreven. De Mediawet ziet het PBO als een belangrijk orgaan dat als zodanig moet functioneren. Vanaf het moment dat het Commissariaat vaststelt dat het PBO niet functioneert, krijgt de lokale omroep vier maanden de tijd het functioneren daarvan te herstellen. Indien het bestuur van de lokale omroep daarin niet slaagt dan trekt het Commissariaat de aanwijzing als lokale omroep in. Media-aanbodbeleid Zoals gezegd heeft het PBO de taak om het media-aanbodbeleid te bepalen en te controleren of dat beleid ook daadwerkelijk is uitgevoerd. Het PBO zorgt er met zijn vaststelling van het mediaaanbodbeleid voor dat de lokale omroep de met het media-aanbod nagestreefde doelstellingen haalt en de doelgroepen bereikt. Een nadere aanduiding van dat media-aanbodbeleid is daarbij onontbeerlijk. In dit kader zij opgemerkt dat het PBO zich niet inlaat met de inhoud van de individuele programma’s.
Het Commissariaat licht toe dat het media-aanbodbeleid in elk geval de vraag beantwoordt welke media-/omroepdiensten (radio, televisie en/of teksttelevisie, internet) de lokale omroep inzet, welke programma’s en/of welke soort programma’s de lokale omroep uitzendt op grond van welk programma-aanbodschema en van welke programma’s de lokale omroep de verzorging uitbesteedt. Het media-aanbodbeleid geeft volgens het Commissariaat ook aan tot welke categorieën (informatie, cultuur en educatie) de programma’s behoren. Daarnaast is in het “Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2015-2018” (zie hierna) een omschrijving opgenomen van het zogeheten “lokaal toereikend media-aanbod” (LTMA). In de artikelsgewijze toelichting op artikel 7 van het Modelreglement is aangegeven wat het LTMA inhoudt. De bepalingen in de Mediawet, het Mediabesluit en de Mediaregeling die van belang zijn voor de vaststelling van de taken, het functioneren en de samenstelling van het PBO zijn opgenomen in de bijlage.
Representativiteit Zoals gezegd schrijft de Mediawet voor dat het PBO representatief is voor de belangrijkste in de gemeente(n) voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. De samenstelling van het PBO is dus representatief voor de verscheidenheid binnen de lokale gemeenschap. De leden van het PBO zijn vertegenwoordigers en/of afgevaardigden van instellingen die actief zijn binnen een van de stromingen in de gemeente(n). Welke de belangrijkste stromingen binnen het verzorgingsgebied van de lokale omroep zijn verschilt per verzorgingsgebied. Het verdient derhalve aanbeveling de samenstelling van het PBO met het betrokken gemeentebestuur of de betrokken gemeentebesturen af te stemmen. Om een indruk te krijgen welke concrete stromingen vallen onder de in de Mediawet genoemde hoofdstromingen kan worden gedacht aan maatschappelijke zorg en welzijn, kunst en cultuur, kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag (zoals het humanisme), onderwijs en educatie, werkgevers, werknemers, etnische en culturele minderheden, sport en recreatie, jongeren, ouderen en agrarische sector. Leden die geen stroming in de gemeente vertegenwoordigen maar deskundig zijn op een bepaald aandachtsgebied, hebben zitting op persoonlijke titel. Deze leden behoren echter wel in aantal een minderheid te vormen.
Voor de slagvaardigheid van het PBO is het verstandig om het aantal leden te beperken. Het minimumaantal leden is evenwel vijf. Vernieuwingsconvenant, Keurmerk Nederlandse Streekomroepen en streekvorming In juni 2012 is het “Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2012-2015” gesloten tussen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON). Vanwege de voortschrijdende ontwikkelingen is dit convenant geactualiseerd vervangen door “Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2015-2018”. Medeondertekenaar van dit convenant is de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO). Onderdeel van het convenant is het door de NLPO ontwikkelde Keurmerk Nederlandse Streekomroepen. Een van de vereisten voor het verkrijgen van dit keurmerk is het door de lokale omroep verzorgen van een LTMA in de natuurlijke habitat (de woon-en leefomgeving, dit is een stad of twee of meer gemeenten tezamen) van de burger. De bij het convenant betrokken partijen zijn van oordeel dat het verzorgen van LTMA in beginsel slechts mogelijk is in een groter verband, lees: streekverband, waarbij een structurele interactie en participatie van burgers en groeperingen onontbeerlijk is. Met name de leden van het PBO zijn de aangewezen personen om de interactie tot stand te brengen.
Zij vertegenwoordigen de stromingen binnen het verzorgingsgebied, de streek, en worden geacht te weten wat er binnen de stroming leeft. Keurmerk en PBO Voor het verkrijgen van het keurmerk is onder meer vereist dat er een beleidsmatige samenwerking met organisaties binnen verzorgingsgebied tot stand is gebracht. Hierbij kan het PBO een rol spelen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt, uiteraard, bij het bestuur van de omroep, maar met de daadwerkelijke uitvoering hiervan kan ook het PBO (mede) worden belast. De leden van dat orgaan vertegenwoordigen immers de stromingen waarbinnen die lokale organisaties actief zijn. De professionalisering van de lokale omroepsector zoals hierboven omschreven, brengt met zich dat het PBO mee professionaliseert. Het gedetailleerde modelreglement en de uitgebreide toelichting moeten daartoe de aanzet vormen. 2
Voor het voldoen aan criterium 9 van het Keurmerk Nederlandse Streekomroepen dient het gehanteerde PBO-reglement identiek of gelijkwaardig te zijn aan dit modelreglement. Een gelijkwaardig reglement dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten: taakomschrijving, samenstelling, benoeming, defungeren en ontslag leden PBO, totstandkoming van de besluitvorming, media-aanbodbeleid en vorm en geldigheidsduur vastgestelde media-aanbodbeleid. De Mediawet schrijft niet voor dat het PBO een afzonderlijk orgaan is binnen de lokale omroep. Het is toegestaan dat het bestuur tevens als PBO functioneert. Laatstgenoemde variant heeft evenwel geenszins de voorkeur. Immers, de bestuursleden zijn uitgekozen op grond van een andere expertise en achtergrond dan de leden van het PBO. Het bestuur houdt zich immers vooral bezig met financiële, organisatorische en personele aangelegenheden. Om in aanmerking te komen voor het keurmerk dient het PBO binnen de lokale omroep statutair en feitelijk een afzonderlijk orgaan te zijn.
3
Reglement programmabeleid bepalende orgaan Artikel 1 Taak PBO 1. Het PBO bepaalt het media-aanbodbeleid van de lokale omroep. 2. Het PBO controleert of het door hem vastgestelde beleid voor het media-aanbod is uitgevoerd. Het PBO rapporteert zijn bevindingen hierover ten minste twee maal per jaar aan het bestuur van de lokale omroep. 3. Het PBO kan het bestuur van de lokale omroep adviseren over alle aangelegenheden die direct of indirect verband houden met het door het PBO vastgestelde media-aanbodbeleid. Artikel 2 Samenstelling PBO 1. Het PBO is representatief voor de belangrijkste in de gemeente(n) voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen en streeft naar een evenredige vertegenwoordiging naar leeftijd en geslacht. In geval het verzorgingsgebied van de lokale omroep twee of meer gemeenten omvat streeft het PBO tevens naar een evenredige vertegenwoordiging naar gemeenten. 2. Het PBO bestaat uit ten minste vijf leden die ieder een van de in het eerste lid genoemde stromingen vertegenwoordigen dan wel zijn afgevaardigd door een organisaties/instellingen die actief is binnen een van die stromingen. 3. Het PBO kan, naast de in het tweede lid genoemde representatieve leden, bestaan uit leden op persoonlijke titel. De representatieve leden vormen te allen tijde een meerderheid ten opzichte van de leden op persoonlijke titel. 4.
Tot lid van het PBO kan uitsluitend worden benoemd een persoon die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en die woonachtig is in het verzorgingsgebied van de lokale omroep. 5. Met het lidmaatschap van het PBO zijn onverenigbaar: -
het lidmaatschap van de raad van de betrokken gemeente; de functie van burgemeester of wethouder van de betrokken gemeente; het lidmaatschap van een van de commissies als bedoeld in Hoofdstuk V van de Gemeentewet; de functie van behandelend ambtenaar bij het adviesverzoek van het Commissariaat; betrokkenheid, in welke functie dan ook, al dan niet tegen betaling, bij een commerciële media-instelling; betrokkenheid, in welke functie dan ook, al dan niet tegen betaling, bij een productiebedrijf waaraan de lokale omroep de verzorging van (een deel van) haar mediaaanbod heeft uitbesteed.
6. Het PBO wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 7. Een lid van het PBO stemt ermee in dat het bestuur van de lokale omroep zijn/haar naam en contactgegevens, alsmede de gegevens van de stroming en/of organisatie die hij/zij vertegenwoordigt, bekend maakt aan de inwoners van de betrokken gemeente(n).
4
Artikel 3 Benoeming leden PBO 1. De leden van het PBO worden voorgedragen en (her)benoemd op de wijze als in de statuten van de lokale omroep voorzien. 2. Een vacature dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes maanden te zijn vervuld. 3. De leden van het PBO worden voor maximaal een periode van vijf jaar benoemd met de mogelijkheid van één herbenoeming voor dezelfde periode. Artikel 4 Defungeren leden PBO Een lid van het PBO defungeert door: a. b. c. d.
zijn of haar overlijden; zijn of haar aftreden; het bekleden van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van het PBO; ontslag.
Artikel 5 Ontslag leden PBO 1. Leden van het PBO worden benoemd en ontslagen op de wijze als in de statuten van de lokale omroep voorzien; 2. De gronden van ontslag kunnen zijn: - taakverwaarlozing; - structurele onverenigbaarheid van inzichten; - onverenigbaarheid van belangen; - in het geding zijn of dreigen te komen van zijn/haar integriteit. Artikel 6 Besluitvorming PBO 1. Het PBO vergadert ten minste viermaal per jaar, waarvan in ieder geval éénmaal ten behoeve van de vaststelling van het media-aanbodbeleid en éénmaal ten behoeve van de controle dat het media-aanbodbeleid is uitgevoerd; voorts zo dikwijls als een lid van het PBO dit nodig acht of het bestuur van de lokale omroep daarom verzoekt. 2. Het bestuur van de lokale omroep verzorgt de oproeping van de vergaderingen van het PBO. 3. De termijn van oproeping, kennisgeving en toezending van de vergaderstukken bedraagt ten minste vier weken. 4. De vergaderingen van het PBO kunnen worden bijgewoond door leden van het bestuur van de lokale omroep en/of door leden van de (hoofd)redactie. De leden van het bestuur en van de (hoofd)redactie hebben geen stemrecht in de PBO-vergadering. 5. Het bestuur van de lokale omroep draagt zorg voor de verslaglegging van de vergadering waarin het media-aanbodbeleid wordt vastgesteld en van de vergadering ten behoeve van de controle of het mediabeleid is uitgevoerd.
Voor de verslaglegging van de overige vergaderingen draagt het PBO zorg. 6. Het PBO beraadslaagt en besluit omtrent de vaststelling van het media-aanbodbeleid, uitsluitend indien ten minst de helft plus één van zijn leden aanwezig is. 7. Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen; bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter.
5
Artikel 7 Het media-aanbodbeleid De vaststelling van het media-aanbodbeleid door het PBO heeft in ieder geval betrekking op het zogeheten “lokaal toereikend media-aanbod” (LTMA) en wel voor zover het betreft de inhoud en de verspreiding van het productaanbod. Het beleid wordt vastgelegd in een document waarin tevens is opgenomen welke programma’s en/of programmatypen de lokale omroep zelf verzorgt en welke programma’s en/of programmatypen in zijn opdracht door derden worden verzorgd. Artikel 8 Vorm en geldigheidsduur vastgestelde media-aanbodbeleid 1. Het door het PBO vastgestelde media-aanbodbeleid is vastgelegd in een schriftelijk document en wordt binnen vier weken na vaststelling overhandigd aan het bestuur. 2. Het door het PBO vastgestelde media-aanbodbeleid geldt voor één jaar. 3. Het door het PBO vastgestelde media-aanbodbeleid kan door het PBO tussentijds worden gewijzigd. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Taak PBO De in de Mediawet opgenomen taak van het PBO om het media-aanbodbeleid te bepalen heeft slechts zin als ook gecontroleerd wordt of dat beleid daadwerkelijk is uitgevoerd. Weliswaar is het bestuur van de lokale omroep hiervoor verantwoordelijk, maar het PBO is het aangewezen orgaan om deze controle uit te oefenen.
Teneinde het bestuur in staat te stellen zijn verantwoordelijkheid te nemen dient het PBO de bevindingen ter zake van die controle aan het bestuur te rapporteren. Deze rapportage kan geschieden in de vorm van het overleggen van de notulen van de desbetreffende PBO-vergadering. Artikel 2 Samenstelling PBO De in artikel 2.61 van de Mediawet genoemde hoofdstromingen kunnen in de statuten van de lokale omroep worden uitgewerkt in een aantal meer concreet aan te duiden stromingen. Naast de vertegenwoordiging van de hoofdstromingen is een streven naar een evenredige vertegenwoordiging naar leeftijd en geslacht alsmede in geval van een streekomroep naar geografische spreiding op z’n plaats. Een te grote omvang van het PBO is niet bevorderlijk voor het functioneren van dat orgaan. Een vertegenwoordiger van een (hoofd)stroming kan met name worden gevonden bij koepelorganisaties die de betrokken gemeenten overstijgende belangen behartigen. Te denken is daarbij aan de gezondheidszorg, het onderwijs, de sport, enz. De onverenigbare functies vloeien voort uit het bepaalde in artikel 2.1, tweede lid, van de Mediawet. In dit artikellid is opgenomen dat het media-aanbod van de publieke mediadiensten, waaronder de lokale omroep, onafhankelijk dient te zijn van commerciële invloeden en van overheidsinvloeden.
Het Commissariaat raadt aan deze onverenigbare functies ook te laten gelden voor bestuursleden van de lokale omroep. De leden van het PBO zijn de aangewezen personen om de in het kader van het keurmerk vereiste interactie met de inwoners van de betrokken gemeente(n) tot stand te brengen. Zij vertegenwoordigen de stromingen binnen het verzorgingsgebied en worden geacht te weten wat er binnen die stroming leeft. Hun namen en contactgegevens dienen derhalve aan die inwoners bekend te zijn. Het bestuur van de lokale omroep is daarvoor verantwoordelijk. 6
Artikel 3, 4 en 5 Benoeming, defungeren en ontslag leden PBO De bepalingen betreffende de benoeming, het defungeren en het ontslag van de leden van het PBO zijn opgenomen in de statuten van de lokale omroep. De nadere uitwerking, met name met betrekking tot de ontslaggronden, kan een plaats krijgen in het PBO-reglement. Artikel 6 Besluitvorming PBO Onder vaststelling van het media-aanbodbeleid wordt mede verstaan het door het PBO goedkeuren van het door het bestuur en/of de redactie voorgestelde media-aanbodbeleid. Door deze veelvuldig voorkomende gang van zaken is het van belang dat de vergaderingen van het PBO toegankelijk zijn voor het bestuur en de redactie. In dit kader moet niet worden vergeten dat het bestuur verantwoordelijk is voor het functioneren van de lokale omroep en derhalve verantwoordelijk is voor het functioneren van het PBO. De oproeping voor de vergadering van het PBO dient dan ook steeds door het bestuur te geschieden. Een voor een geheel kalenderjaar geldend vergaderschema zou hiervan onderdeel kunnen uitmaken. De (hoofd)redactie is verantwoordelijk voor de inhoud van de programma’s, waarbij deze rekening houdt met het door het PBO vastgestelde media-aanbodbeleid. De (hoofd)redactie legt daarover, op grond van de statuten, verantwoording af aan het bestuur.
Dit samenspel tussen PBO, bestuur en (hoofd)redactie maakt het noodzakelijk dat er tussen deze organen met betrekking tot (de vaststelling van) het media-aanbodbeleid en de verzorging en verspreiding van het media-aanbod een regelmatige, voortdurende en open informatie-uitwisseling plaatsvindt. Een vergadering van het PBO is daartoe de aangewezen gelegenheid. Artikel 7 Media-aanbodbeleid Kerndoel van het “Vernieuwingsconvenant gemeenten-lokale omroepen 2015-2018” is om een minimaal kwalitatief niveau vast te leggen waaraan een lokale omroep moet voldoen. Aanknopingspunt is het in de Mediawet ten behoeve van de gemeentelijke bekostiging opgenomen begrip “lokaal toereikend media-aanbod” (LTMA). Hierbij spelen 3 aspecten een rol: het productaanbod (1), de kwaliteit van de lokale omroep voor wat betreft de bedrijfsvoering en de redactie/journalistiek (2) alsmede de exploitatie (3). De vaststelling van het media-aanbodbeleid door het PBO heeft betrekking op de inhoud en de verspreiding van het productaanbod (content). Het PBO dient bij de vaststelling van het mediaaanbodbeleid ermee rekening te houden dat de inhoud van het productaanbod ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet: -
-
gericht op de natuurlijke habitat van de burger, dit is het gebied waarin hij/zij woont, leeft, werkt, inkopen doet, uitgaat, sport, onderwijs volgt e.d.; het gaat om een streek of centrumstad met een eigen geografische, economische en sociaal-culturele identiteit, die veelal gemeentegrens overstijgend is; evenwichtige en volledig dekkende redactionele aandacht voor de burgers, straten, buurten, dorpen en steden in het verzorgingsgebied; dagelijks, op werkdagen, op alle kanalen multimediaal nieuws en informatie; interactie en participatie van burgers en groeperingen; tenminste 50% van de content is informatief, cultureel en/of educatief.
Voor wat betreft de verspreiding van het productaanbod dient het PBO bij de vaststelling van het media-aanbodbeleid ermee rekening te houden dat deze tenminste via de volgende kanalen plaatsvindt: 7
-
radio (audio): analoog en digitaal, ether, kabel, IP-based/computer; tv (video): analoog en digitaal, ether, kabel, IP-based/computer; internet (tekst/foto/audio/video): interactieve internetsite inclusief gebruik mobile devices (via smartphones, tablets e.d.) en social media; (non-)lineaire distributie: must carry/wettelijk verplichte deel en must offer van lineaire radio-/tv-uitzendingen en centrale non-lineaire distributie.
Het media-aanbodbeleid geeft ook aan van welke programma’s de verzorging wordt uitbesteed en tot welke categorieën (ICE: informatie, cultuur en educatie) de onderscheiden programma’s behoren. Daarenboven kan het PBO ook bij de vaststelling van het media-aanbodbeleid een oordeel uitspreken over het percentage live-programma’s, over aandacht voor topsport of breedtesport, over de muziekgenres en daarbij de grenzen aangeven. Het PBO zorgt er met zijn vaststelling van het media-aanbodbeleid voor dat de met het mediaaanbod nagestreefde doelstellingen worden gehaald en dat de doelgroepen worden bereikt. Het PBO ziet erop toe dat de wettelijk verplichte ICE-percentages (het programma-aanbodvoorschrift) worden gehaald. De verantwoordelijkheid voor de naleving van deze mediawettelijke verplichting ligt evenwel bij het bestuur van de lokale omroep. Artikel 8 Vorm en geldigheidsduur vastgestelde media-aanbodbeleid Het is zoals gezegd niet ongebruikelijk dat de vaststelling van het media-aanbodbeleid door het PBO inhoudt dat het PBO het door bestuur en/of redactie voorgestelde media-aanbodbeleid goedkeurt en dat de vastlegging van dat vastgestelde media-aanbodbeleid niet meer is dan de zin in de notulen van de PBO-vergadering: het PBO stelt het media-aanbodbeleid vast of het PBO keurt het voorgestelde media-aanbodbeleid goed.
Om ervoor te zorgen dat alle betrokkenen bij de lokale omroep, ook de eventuele derde aan wie (een deel van) de programmaverzorging is uitbesteed, steeds op de hoogte (kunnen) zijn van de uitgangspunten van de door de lokale omroep uit te zenden en uitgezonden programma’s, is het van belang dat het media-aanbodbeleid wordt uitgeschreven en vastgelegd. Teneinde te bewerkstelligen dat de betrokkenheid van het PBO bij het media-aanbodbeleid geen wassen neus is, dient het media-aanbodbeleid elk jaar opnieuw aan het oordeel van het PBO te worden onderworpen. Het PBO stelt het media-aanbodbeleid dan ook elk jaar opnieuw vast.
8
Bijlage Artikel 2.1 Mediawet 1. Er is een publieke mediaopdracht die bestaat uit: a. het op landelijk, regionaal en lokaal niveau verzorgen van publieke mediadiensten door het aanbieden van media-aanbod op het terrein van informatie, cultuur, educatie en verstrooiing, via alle beschikbare aanbodkanalen; en b. het verzorgen van publieke mediadiensten waarvan het media-aanbod bestemd voor landen en gebieden buiten Nederland en voor Nederlanders die buiten de landsgrenzen verblijven. 2. Publieke mediadiensten voldoen aan democratische, sociale en culturele behoeften van de Nederlandse samenleving door het aanbieden van media-aanbod dat: a. evenwichtig, pluriform, gevarieerd en kwalitatief hoogstaand is en zich tevens kenmerkt door een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud; b. op evenwichtige wijze een beeld van de samenleving geeft en de pluriformiteit van onder de bevolking levende overtuigingen, opvattingen en interesses op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk gebied weerspiegelt; c. gericht is op en een relevant bereik heeft onder zowel een breed en algemeen publiek, als bevolkings- en leeftijdsgroepen van verschillende omvang en samenstelling met in het bijzonder aandacht voor kleine doelgroepen; d. onafhankelijk is van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden; e.
voldoet aan hoge journalistieke en professionele kwaliteitseisen; en f. voor iedereen toegankelijk is. 3. Het programma-aanbod van de algemene programmakanalen van de landelijke, regionale en lokale publieke mediadiensten wordt via omroepzenders verspreid naar alle huishoudens in het verzorgingsgebied waarvoor de programma’s zijn bestemd zonder dat zij voor de ontvangst andere kosten moeten betalen dan de kosten van aanschaf en gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst mogelijk maken. 4. In het kader van de uitvoering van de publieke mediaopdracht volgen en stimuleren publieke media-instellingen technologische ontwikkelingen en benutten de mogelijkheden om media-aanbod aan het publiek aan te bieden via nieuwe media- en verspreidingstechnieken.
9
Artikel 2.61 Mediawet 1. Voor de verzorging van de publieke mediadiensten op regionaal en lokaal niveau kan het Commissariaat regionale respectievelijk lokale instellingen als publieke media-instellingen aanwijzen volgens de bepalingen van deze paragraaf. 2. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking instellingen die: a. rechtspersoon naar Nederlands recht met volledige rechtsbevoegdheid zijn; b. zich volgens de statuten uitsluitend of hoofdzakelijk ten doel stellen het op regionaal respectievelijk lokaal niveau uitvoeren van de publieke mediaopdracht door het verzorgen van media-aanbod dat gericht is op de bevrediging van maatschappelijke behoeften die in een provincie, een gemeente of een deel van de provincie waarop de instelling zich richt leven, en het verrichten van alle activiteiten die nodig zijn om daarmee een publieke taak te vervullen; en c. volgens de statuten een orgaan hebben dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie of gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Artikel 2.70 Mediawet Het programma-aanbod van de regionale en lokale publieke mediadienst bestaat per programmakanaal: a.
voor ten minste vijftig procent van de duur uit aanbod van informatieve, culturele en educatieve aard dat in het bijzonder betrekking heeft op de provincie respectievelijk gemeente waarvoor het aanbod bestemd is; en b. voor ten minste uit een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage aanbod als bedoeld in onderdeel a dat door de regionale respectievelijk lokale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. Artikel 2.71 Mediawet 1. Een lokale publieke media-instelling kan met de regionale publieke media-instelling in wier verzorgingsgebied zij werkzaam is een samenwerkingsovereenkomst sluiten. 2. De overeenkomst wordt overgelegd aan het Commissariaat. 3. Bij een samenwerkingsovereenkomst voor de verzorging van programma-aanbod kan in afwijking van artikel 2.70 het programma-aanbod van de lokale publieke mediadienst: a. voor ten minste vijftig procent van de duur bestaan uit aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op de gemeente waarvoor het programma-aanbod bestemd is, of op de provincie waarbinnen die gemeente ligt; en b. voor ten minste het percentage, bedoeld in artikel 2.70, onderdeel b, bestaan uit aanbod dat: i. geproduceerd is door de lokale publieke media-instelling zelf; ii. geproduceerd is door de regionale publieke media-instelling waarmee zij de samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten; of iii.
uitsluitend in opdracht van een van hen of van hen beiden, is geproduceerd. 10
4. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald: a. dat een gedeelte van het aanbod, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in het bijzonder betrekking heeft op de gemeente waarvoor het programma-aanbod is bestemd; en b. dat een gedeelte van het aanbod, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, door de lokale publieke media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. Artikel 4 Mediabesluit 1. Het programma-aanbod van de regionale en de lokale publieke mediadienst bedoeld in artikel 2.70, aanhef en onderdeel b, van de wet, bestaat voor ten minste vijftig procent uit aanbod dat door de media-instelling zelf of uitsluitend in haar opdracht is geproduceerd. 2. Als artikel 2.71, derde lid van de wet op een lokale publieke media-instelling van toepassing is, zijn de gedeelten, bedoeld in artikel 2.71, vierde lid, onderdelen a en b, van de wet, ten minste de helft. Artikel 5 Mediaregeling De aanvraag voor een aanwijzing, bedoeld in artikel 2.65 van de wet, gaat vergezeld van: a. Een exemplaar van de notarieel vastgelegde statuten; b. Een overzicht van de belangrijkste in de gemeente respectievelijk provincie voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen van waaruit de leden worden benoemd in het in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, van de wet bedoelde orgaan; c.
Een overzicht van de leden van het orgaan, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, van de wet; en d. Een aanduiding van het gebied waarbinnen het media-aanbod zal worden verspreid.
11
Huishoudelijk Reglement van Lokale Omroep Urk FM
Doel:
Dit huishoudelijk reglement heeft tot doel de interne organisatie en werking van Lokale Omroep Urk FM te reguleren, om een ordelijke en efficiënte werkomgeving te bevorderen, en om de samenwerking tussen medewerkers te verbeteren.
1. Algemeen
1.1. Lokale Omroep Urk FM is een non-profitorganisatie die radioprogramma's verzorgt voor de Gemeente Urk.
1.2. Dit huishoudelijk reglement is van toepassing op alle medewerkers, vrijwilligers en stagiairs van Lokale Omroep Urk FM.
2. Organisatiestructuur
2.1. Het bestuur is verantwoordelijk voor het algemene beleid en de strategische richting van de omroep.
2.2. De Programmaraad stelt het programmabeleid vast en bewaakt de kwaliteit van de programma's.
2.3. De redactie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke samenstelling van de programma's.
3. Medewerkers en Vrijwilligers
3.1. Medewerkers dienen zich te houden aan de gedragscode en richtlijnen zoals vastgesteld door het bestuur.
3.2. Nieuwe medewerkers worden ingewerkt door ervaren collega's en ontvangen een introductie over de werking van de omroep.
3.3. Vrijwilligers dienen zich minstens één keer per jaar beschikbaar te stellen voor een bijdrage aan de omroep.
4. Werkwijze en Procedures
4.1. Medewerkers dienen zich tijdig aan te melden voor diensten en programma's volgens het vastgestelde rooster.
4.2. Programma's dienen te voldoen aan de richtlijnen en uitgangspunten van het programmabeleid.
4.3. Bij afwezigheid dient een medewerker zo spoedig mogelijk een vervanger te regelen en dit te melden aan de betreffende coördinator.
5. Faciliteiten en Materiaal
5.1. Alle medewerkers dienen zorgvuldig om te gaan met de aanwezige apparatuur en faciliteiten.
5.2. Het is niet toegestaan om apparatuur of materiaal van de omroep te gebruiken voor persoonlijke doeleinden zonder toestemming.
6. Conflicten en Klachten
6.1. Conflicten tussen medewerkers dienen in eerste instantie onderling te worden opgelost, zo nodig met bemiddeling van een lid van het bestuur.
6.2. Klachten over de werkwijze of programma's kunnen worden ingediend bij het bestuur, die deze in behandeling zal nemen en waar nodig actie zal ondernemen.
7. Slotbepalingen
7.1. Dit huishoudelijk reglement treedt in werking op de datum van goedkeuring door het bestuur.
7.2. Wijzigingen of aanvullingen op dit reglement dienen te worden goedgekeurd door het bestuur.
Dit huishoudelijk reglement is vastgesteld door het bestuur van Lokale Omroep Urk FM op [datum].
Namens het bestuur,
[Naam voorzitter: .........................................................]
Aanvraagformulier lokale publieke media-instelling 1. Vul de onderstaande tabel in Gegevens aanvrager Statutaire naam
Vereniging Urk FM
Station-call (handelsnaam)
Urk FM
Correspondentieadres
Postbus 173, 8320 AD, Urk
Studioadres
Westwal 13A, 8321 WG, Urk
Telefoonnummer
0527-688910
E-mailadres
bestuur@urkfm.nl
Website
www.urkfm.nl
Gegevens contactpersoon aanvrager Voor- en achternaam
Cees de Vries
Aanhef
Dhr.
Functie
Voorzitter
E-mailadres
cvr@urkfm.nl
Telefoonnummer
06 48 15 6010
2. Geef aan op welke gemeente(n) de aanvraag betrekking heeft en om wat voor soort aanvraag het gaat. Kijk eventueel op onze website voor meer informatie Het betreft een aanvraag voor de gemeente(n) ☐ Nieuwe aanvraag ☒ Hernieuwde aanvraag
Urk
☐ Aanvraag gebiedsuitbreiding ☐ Aanvraag na een gemeentelijke herindeling ☐ Aanvraag i.v.m. voorgenomen fusie
3. Geef aan op welke kanalen of platformen u media-aanbod wilt gaan uitzenden ☐ Televisie ☒ Radio ☒ Internet ☐ Anders:
4. Geef aan welke documenten u met deze aanvraag meestuurt. Meer informatie hierover vindt u op onze website Verplicht in te dienen: ☒ Notarieel vastgestelde statuten ☒ Samenstelling programmabeleidbepalend orgaan (zie bijlage A bij dit formulier)
Optioneel in te dienen (aanbevolen): ☒ Beleidsplan ☒ Uittreksel van Kamer van Koophandel ☐ Redactiestatuten ☒ Huishoudelijk reglement ☐ (Samenwerkings)overeenkomsten ☐ Anders:
5. Ondertekening aanvraagformulier
Datum
22-5-2024
Naam voorzitter omroep
Cees de Vries
Handtekening voorzitter omroep
Bijlage A – Overzicht programmabeleidbepalend orgaan (pbo) Vul hier de gegevens in van het pbo, te weten de verschillende stromingen en de gegevens van de leden van het pbo. Voor voorbeelden van stromingen die binnen een gemeente aanwezig kunnen zijn en de voorwaarden waaraan een pbo moet voldoen, kunt u kijken op onze website. Als leden op eigen titel onderdeel uitmaken van het pbo (pbo-leden die geen stroming vertegenwoordigen) kunt u het vak ‘naam stroming’ wijzigen in ‘lid op persoonlijke titel’. Vul daaronder de gegevens van het betreffende pbo-lid in. Let op! U dient op de laatste pagina van deze bijlage het blokje met de verklaring over onverenigbare nevenfuncties aan te kruisen en het overzicht te ondertekenen.
Voorzitter pbo Voor- en achternaam
Louw Kramer
Woonplaats
Urk
Functie E-mailadres
Chr. Urker Visserskoor Crescendo, Adviseur Flevopenningen gala, Aanspreekpunt Bezorgd Urk, info@hetirene.nl
Telefoonnummer
+31 6 30027121
Pbo-leden Naam stroming
Cultuur, Jeugd, Onderwijs
Voor- en achternaam
Greetje de vries-Scheffer
Woonplaats
Urk
E-mailadres
greetje8322@gmail.com
Naam organisatie
Stichting Culturele Activiteiten Bibliotheek, Stichting Urker uitgaven, FlevoMeer bibliotheek Urk, Durf Urk, Stichting Erfgoed Urk Urk
Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Projectmanagement sociaal en cultureel domein
Naam stroming
Jeugd, Ouderen, Vrijwilligers, Sport
Voor- en achternaam
Frans Willem de
Woonplaats
Urk
E-mailadres
Devries.frans@gmail.com
Naam organisatie
CaritasUrk, Stichting Intocht Sinterklaas Urk.
Vestigingsplaats organisatie
Urk
Functie binnen organisatie
Buurt en welzijnswerker CaritasUrk, bestuurslid Stichting Intocht Sinterklaas Urk.
Naam stroming
Evenementen
Voor- en achternaam
Jan Anker
Woonplaats
Urk
E-mailadres
jananker01@hotmail.com
Naam organisatie
Stichting Intocht Sinterklaas Urk, Commissie Urkerdag - lokale cultuurdag, Nationale Dag van de Klederdracht Urk
Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Naam stroming Voor- en achternaam Woonplaats E-mailadres Naam organisatie Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Organisatie
Naam stroming
Kunst & Cultuur
Voor- en achternaam
Karlijn Bakker
Woonplaats
Urk
E-mailadres
karlijnfoto@hotmail.nl
Naam organisatie
Bokkerband, samenstelling van alle Urker muzikanten.
Vestigingsplaats organisatie
Urk
Functie binnen organisatie
Organisatie van diverse muzikale evenementen, aanspreekpunt muzikaal Urk
Naam stroming Voor- en achternaam Woonplaats E-mailadres Naam organisatie Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Naam stroming Voor- en achternaam Woonplaats E-mailadres Naam organisatie Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Naam stroming Voor- en achternaam Woonplaats E-mailadres Naam organisatie Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Naam stroming Voor- en achternaam Woonplaats E-mailadres Naam organisatie Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Naam stroming Voor- en achternaam Woonplaats E-mailadres Naam organisatie Vestigingsplaats organisatie Functie binnen organisatie
Verklaring onverenigbare nevenfuncties ☒ Ik verklaar hierbij dat de leden van het programmabeleidbepalend orgaan geen nevenfunctie hebben die de onafhankelijkheid van het media-aanbod kunnen beïnvloeden. Voor meer informatie hierover kunt u kijken op onze website. Ondertekening overzicht pbo Datum
22-5-2024
Naam voorzitter omroep
Cees de Vries
Handtekening voorzitter omroep
blad 1 VERENIGING (98 A 6168) Heden, de zevenentwintigste januari negentienhonderdnegenennegentig, verschenen voor mij, mr Hendrik Steenhuis, notaris ter standplaats Urk: 1. de heer GERRIT KRAMER, monteur, geboren te Urk op twee juni negentienhonderdzevenenzeventig (identificatie: Europese identiteitskaart nummer T06803976), wonende Enkhuizerzand 27, 8321 ZK Urk, ongehuwd en niet geregistreerd als partner in de zin van het geregistreerd partnerschap; 2. de heer LUITE SCHRAAL, visverwerker, geboren te Urk op vierentwintig juni negentienhonderddrienzestig (identificatie: Nederlands rijbewijs nummer 3102359185), wonende Nink 8, 8321 AG Urk, gehuwd; en 3. de heer HENDRIK VAN DE BERG, programmeur, geboren te Urk op éénendertig mei negentienhonderdzevenenzeventig (identificatie: Nederlands paspoort nummer N00773032), wonende Heerenkamp 46, 8321 BZ Urk, ongehuwd en niet geregistreerd als partner in de zin van het geregistreerd partnerschap; De comparanten verklaren, dat zij bij deze een vereniging in het leven willen roepen en dat zij ter verkrijging van volledige rechtsbevoegdheid daarvoor bij deze akte de volgende statuten willen vastleggen welke statuten luiden als volgt: NAAM Artikel 1 De vereniging draagt de naam: VERENIGING URK FM. ZETEL Artikel 2 Zij heeft haar zetel in de gemeente Urk. DOEL Artikel 3 De vereniging heeft tot doel: 1.
het uitzenden van omroepprogramma's bestemd voor de gemeente Urk, hierna te noemen: "de gemeente"; 2. een programma te verzorgen dat in zodanige mate is gericht op de bevrediging van de in de gemeente le-vende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke behoeften, dat haar programma geacht kan worden van algemeen nut te zijn. 3. De vereniging gebruikt haar zendtijd geheel voor een programma dat in het bijzonder betrekking heeft op de gemeente. 4. Zij tracht dit doel en al hetgeen daarmee in de ruimste zin verband houdt te verwezenlijken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor de verwezenlijking van het doel van de vereniging bevorderlijk zijn. LEDEN Artikel 4 Het bestuur houdt een register waarin de namen en adressen van alle leden en begunstigers zijn opgenomen. BEGUNSTIGERS Artikel 5 1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard heb-ben de vereniging financieel te steunen met een door de algemene vergadering vast te stellen minimum bijdrage. 2. Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die welke hun bij of krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd. TOELATING
blad 2 Artikel 6 1. Het bestuur beslist omtrent de toelating van leden en begunstigers. 2. Bij niet-toelating tot lid door het bestuur kan de algemene vergadering alsnog tot toelating besluiten. EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP Artikel 7 1. Het lidmaatschap eindigt: a. door de dood van het lid; b. door opzegging van het lid; c. door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren; d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of de besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. 2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. 3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. 4.
Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd. 5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit waarbij de verplichtingen van de leden van gelijkelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten. 6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur. 7. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene vergadering. Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennisgesteld. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst. 8. Wanneer het lidmaatschap in de loop van het verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd. EINDE VAN DE RECHTEN EN PLICHTEN VAN BEGUNSTIGERS Artikel 8 1. De rechten en plichten van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds door opzegging worden beëindigd. 2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur. JAARLIJKSE BIJDRAGE Artikel 9 1.
De leden en de begunstigers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld.
blad 3 Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen. 2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage verlenen. GELDMIDDELEN Artikel 10 1. De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit de contributies en bijdragen van de leden en de begunstigers, uit de eventuele uitgifte van een programmablad, uit eventuele verkrijging ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen en tenslotte uit eventuele overige geoorloofde baten. 2. De vereniging is niet dienstbaar aan het maken van winst door derden. BESTUUR Artikel 11 1. Het bestuur bestaat uit tenminste drie personen, die door de algemene vergadering worden benoemd. Het aantal bestuurders wordt vastgesteld door de algemene vergadering. 2. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie benoemd. 3. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regelen aangaande de bestuurssamenstelling gegeven. 4. De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 5. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, tien leden als bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld.
De overige voordrachten worden voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur ingediend. 5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden vertegenwoordigd is. 6. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de op-gemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus. 7. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP, PERIODIEK AFTREDEN, HERBENOEMING EN SCHORSING Artikel 12 1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen, of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. 2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste eenmaal de maximale benoemingstermijn. 4. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door bedanken. BESLUITVORMING IN HET BESTUUR
blad 4 Artikel 13 1. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris notulen opgemaakt, die door de voorzitter en de secretaris worden vastgesteld en ondertekend. In afwijking van hetgeen de wet dienaangaande bepaalt, is het oordeel van de voorzitter omtrent de totstandkoming en de inhoud van een besluit niet beslissend. 2. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regelen aangaande de vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur worden gegeven. BESTUURSTAAK EN VERTEGENWOORDIGING Artikel 14 1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging. 2. Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd. Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen, waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt. 3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door andere organen van de vereniging. 4.
Het bestuur is, mits met goedkeuring van de algemene vergadering bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt. Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan. 5. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot: I onverminderd het bepaalde onder II het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen een door de algemene vergadering vast te stellen bedrag of waarde te boven gaand; II a. het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende zaken; b. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een bankkrediet wordt verleend; c. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, het gebruikmaken van een aan de vereniging verleend bankkrediet; d. het aangaan van dadingen; e. het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtshandelingen, die geen uitstel kunnen lijden; f. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan. 6. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging vertegenwoordigd: a. hetzij door het bestuur; b. hetzij door de voorzitter; c. hetzij door twee andere gezamenlijk handelende bestuursleden. PROGRAMMARAAD Artikel 15
blad 5 1.
2. 3.
4. 5. 6.
7.
8.
De vereniging kent een programmaraad. Deze heeft tot taak: a. het vaststellen van het programmabeleid; b. toetsing van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan algemene vergadering en bestuur; d. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid. De algemene vergadering stelt de omvang van de programmaraad vast en benoemt de leden. De programmaraad dient zodanig te worden samengesteld, dat deze representatief is voor de in de gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. In de programmaraad hebben tenminste zitting vertegenwoordigers van de navolgende stromingen: maatschappelijke zorg en welzijn; cultuur en kunst; kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag; werknemers; werkgevers; onderwijs en educatie; etnische en culturele minderheden; en sport en recreatie. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regelen aangaande de samenstelling van de programmaraad gegeven. De programmaraad wijst uit haar midden een voorzitter en secretaris aan. Zij kan voor elk hunner een vervanger aanwijzen. De vergaderingen van de programmaraad worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem.
De van leden van de programmaraad worden ingevolge artikel 30 sub c laatste volzin van de Mediawet op bindende voordracht van het bestuur benoemd door burgemeester en wethouders van de gemeente Urk. De bindende voordracht dient binnen drie maanden na het ontstaan van één of meerdere vacatures aan burgemeester en wethouders van de gemeente Urk te worden voorgelegd. Indien op enig moment de wet de in lid 6 van dit artikel omschreven wijze van benoeming niet langer voorschrijft, geschiedt de benoeming van de programmaraad op de in dit lid en de volgende leden van dit artikel voorgeschreven wijze. De programmaraad wordt alsdan benoemd uit een of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 7. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, tien leden, als bij huishoudelijk reglement aan te wijzen organisaties of groepen van organisaties. De voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de vergadering meegedeeld. De overige voordrachten worden voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij het bestuur ingediend. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van de algemene vergadering, genomen in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig is.
blad 6 9. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit de algemene vergadering overeenkomstig het voorgaande lid de op-gemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is de algemene vergadering vrij in de keus. 10. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschiedt de benoeming uit die voordrachten. 11. Voordrachten en benoemingen geschieden onverminderd het bepaalde in lid 3. EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMARAAD, SCHORSING EN VACATURES Artikel 16 1. Elk lid van de programmaraad kan te allen tijde door de algemene vergadering worden ontslagen, of geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn. 2. Elk lid van de programmaraad treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door de programmaraad op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond herbenoembaar voor ten hoogste eenmaal de maximale benoemingstermijn. 4. Het lidmaatschap van de programmaraad eindigt voorts: a. indien het lid van de programmaraad heeft opgehouden vertegenwoordiger te zijn van een stroming; b. door bedanken. 5. Ingeval van vacature(s) in de programmaraad, is het bestuur verplicht binnen drie maanden een algemene vergadering te beleggen, waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt. PROGRAMMASTAF, HOOFDREDACTEUR Artikel 17 1.
De vereniging kent een programmastaf, bestaande uit een door het bestuur te bepalen aantal medewerkers onder wie een hoofdredacteur, belast met de leiding van de programmastaf. Een programmastatuut, taakomschrijving van de programmastaf en nadere regelen terzake van de verhouding tussen hoofdredacteur, programmastaf en andere organen van de vereniging worden vastgelegd door de programmaraad, nadat deze de daarbij belanghebbenden daarover geraadpleegd heeft. Het door de programmaraad vastgelegde programmastatuut behoeft instemming van hoofdredacteur en programmastaf. 2. De hoofdredacteur wordt door de programmaraad aangesteld. De hoofdredacteur kan uitsluitend op voordracht van het bestuur door de programmaraad worden ontslagen; zodanig besluit dient tevoren eveneens aan overleg met de programmastaf te worden onderworpen, indien het ontslag op journalistieke gronden wordt verleend. 3. Het bestuur kan de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien niet binnen een maand na het schorsingsbesluit het in het tweede lid van dit artikel bedoelde overleg een aanvang heeft genomen. 4. De overige leden van de programmastaf worden op voorstel van de hoofdredacteur en/of overige leden van de programmastaf benoemd door het bestuur, volgens door de programmaraad nader vast te stellen regelen.