CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 6 Addendum beschermde soorten en activiteitenplan (1)

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UrkBij agendapunt: Bestemmingsplanherziening Zeeheldenwijk8.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

J.Reinhold oktober, 2022 Zorg voor ons landschap

Burgerparticipatie Landschapsbeheer stimuleert betrokkenheid van bewoners bij de natuur en het landschap in de eigen leefomgeving. Samen verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de eigen ‘achtertuin’.

Landschap Singels, laanbomen, bermen, dijken, dorpsbossen, weilanden, akkers, stedelijk groen en groot open water zijn dragers van het landschap. Beheer, behoud en ontwikkeling van deze landschapselementen dragen bij aan de beleving van ons landschap.

Cultuurhistorie en Aardkunde De geschiedenis van Flevoland heeft mens en landschap bepaald. Om de eigen leefomgeving goed te begrijpen speelt kennis van het ontstaan van het gebied een belangrijke rol.

Soortenbeheer In het Flevolandse landschap horen tal van plant- en diersoorten. De (tijdelijke) aanvullende maatregelen die Landschapsbeheer uitvoert, dragen bij aan het realiseren van een zelf functionerend ecosysteem. Titel Auteur Datum Rapportnr

: Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk :J. Reinhold : oktober, 2022 : LBF-2022-0

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03 8232 JP Lelystad t: 0320-294939 e: flevoland@landschapsbeheer.net www.landschapbeheerflevoland.nl

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

2

Inhoud 1.Inleiding ................................................................................................................................................4 2. Materiaal-methode .............................................................................................................................4 3. Resultaten ...........................................................................................................................................5 4. Hoe nu verder?....................................................................................................................................9 5. Literatuur .............................................................................................................................................9

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

3

1.Inleiding In 2018 heeft Landschapsbeheer Flevoland een onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten in de Zeeheldenwijk en de Urkervaart (Reinhold, 2018). Enerzijds een quickscan waarbij ingeschat is welke soorten aanwezig zouden kunnen zijn, en een veldonderzoek naar de soorten die uit de analyse voor zouden kunnen komen en die mogelijk negatieve effecten ondervinden van de werkzaamheden. Op basis van dit onderzoek is toen voor de werkzaamheden aan de Urkervaart een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd en verkregen voor otter en meervleermuis. Voor de werkzaamheden in de Zeeheldenwijk is een ontheffing voor de rugstreeppad verkregen. De verkregen ontheffingen verlopen en dit is reden om de ontheffingen die nodig zijn voor de Zeeheldenwijk opnieuw aan te vragen. De werkzaamheden aan de brug over de Urkervaart zijn ondertussen afgerond. De Wet natuurbescherming heeft sinds 2018 ook enkele veranderingen ondergaan. In Flevoland zijn een aantal vrijgestelde soorten van de vrijstellingslijst gehaald en de beschermingstatus van een aantal vogelnesten is gewijzigd. Voldoende redenen om de quickscan van 2018 nog eens over te doen en om te bepalen of er reden is om ook voor andere soorten nog een ontheffing aan te vragen.

2. Materiaal-methode De Wet natuurbescherming kent een lange lijst van beschermde soorten. Om deze hanteerbaarder te krijgen, heeft Landschapsbeheer Flevoland deze lijst ingekort voor de soorten die aanwezig kunnen zijn binnen de gemeente Urk. De lijst is waarschijnlijk langer dan dat er werkelijk voorkomen in de gemeente, maar daarmee wordt voorkomen dat er beschermde soorten ‘vergeten’ worden. Voor het studiegebied is eenzelfde inschatting gemaakt. Welke soorten kunnen in het gebied voorkomen en vormt dan de geplande ontwikkeling een bedreiging voor de soort? Indien de werkzaamheden of het eindresultaat effect kan hebben is de soort nader beschreven. Of de dieren voor kunnen komen is gebaseerd op het veldwerk dat Landschapsbeheer Flevoland de laatste jaren heeft uitgevoerd in het gebied. In 2018 heeft Landschapsbeheer Flevoland een eerste quick-scan gemaakt over de natuurwaarden in het gebied en nader onderzoek gedaan naar de vleermuizen, otter, en de rugstreeppad. Vervolgens heeft Landschapsbeheer Flevoland de nodige veldbezoeken gebracht om de rugstreeppadpopulatie te volgen en om de werkzaamheden in de Zeeheldenwijk ecologisch te begeleiden. Op basis van dit veldwerk is bepaald of er reden is om meer nader onderzoek uit te voeren naar beschermde soorten en/of een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk is.

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

4

3. Resultaten Tabel 1 beschrijft de beschermde soorten Wet natuurbescherming van de Noordoostpolder. In de laatste kolom is aangegeven welke soorten in het studiegebied voor kunnen komen en wellicht hinder ondervinden van de werkzaamheden of van het eindresultaat. Een aantal hiervan betreft soorten van de vrijstellingslijst van Flevoland. Voor deze soorten geldt dat er geen ontheffing Wet natuurbescherming hoeft worden aangevraagd maar dat de zorgplicht wel van toepassing is. Ook voor broedende vogels in zijn algemeenheid geldt dat er geen ontheffing Wet natuurbescherming mogelijk is. Broedende vogels mogen nooit zodanig verstoord worden tijdens werkzaamheden dat hun broedsucces in gevaar komt. Soort(groepen) met een X worden nader beschreven omdat deze soorten mogelijk voorkomen in het plangebied en mogelijk hinder ondervinden.

f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n n n n n n n n n n n n n n n

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

in studiegebied

VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR

reproducerend

Noordoostpolder

Nederlandse naam allen kerkuil steenuil gierzwaluw huismus roek boerenzwaluw grote gele kwikstaart torenvalk bosuil ransuil boomvalk buizerd havik oehoe ooievaar raaf rode wouw sperwer wespendief zwarte wouw zeearend blauwe reiger

Flevoland

Soortgroep broedende vogels nest 1 nest 1 nest 2 nest 2 nest 2 nest 3 nest 3 nest 3 nest 4 nest 4 nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5b

Vogel-richtlijn (§ 3.1 artikel 3.1 t/m 3.4) (§ Habitalrichtlijn 3.2 artikel 3.5 - 3.9) Andere Soorten (§ 3.3 artikel 3.10 3.11) FL vrijstelling

Tabel 1 (Mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten in het studiegebied. De lijst is samengesteld op basis van de NDFF en expert judgement. Het betreft de beschermde planten en dieren volgens de Wet natuurbescherming zoals die mogelijk voorkomen in Flevoland onderverdeeld in het wetsartikel waarin de soort beschreven staat. De lijst is ruim geïnterpreteerd zodat bij de analyse of beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, er geen soorten vergeten worden. De beschermde nesten van enkele vogels zijn onderverdeeld in categorieën zoals de Provincie Flevoland die vastgesteld heeft januari 2021. 1=nesten die ook buiten het broedseizoen door vogels gebruikt worden; 2 nesten van honkvaste koloniebroeders; 3= nesten van honkvaste vogels; 4=vogels die jaarlijks zelfde nest gebruiken en niet of nauwelijks in staat zijn zelf een nest te bouwen; 5a=honkvaste nesten maar wel flexibel. In beginsel jaarrond beschermd tenzij ecoloog anders aantoont; 5b=honkvaste nesten maar wel flexibel. In beginsel niet jaarrond beschermd tenzij ecoloog anders aantoont.

x x x x x

x n n n x n x n x n x x x n n n n n n n n n n

x x x x x x x x x x x x x x

5

nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibiëen Amfibiëen

draaihals groene specht grote bonte specht huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht middelste bonte specht oeverzwaluw spreeuw tapuit zwarte specht aardmuis bever boommarter bosmuis bosvleermuis bunzing damhert das dwergmuis dwergspitsmuis edelhert eekhoorn egel franjestaart gewone bosspitsmuis gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis haas hermelijn huisspitsmuis kleine dwergvleermuis konijn laatvlieger meervleermuis noordse woelmuis otter ree rosse vleermuis rosse woelmuis ruige dwergvleermuis steenmarter tweekleurige vleermuis veldmuis vos waterspitsmuis watervleermuis wezel woelrat wolf alpenwatersalamander bruine kikker

VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

AS

x

AS AS

x

HR

HR AS AS AS AS AS AS AS AS

x x

AS

x

AS AS AS

x

AS

x

AS

x

AS

x

x

HR HR HR

x

HR HR HR HR HR HR HR AS HR AS AS AS

x x

HR AS AS

x

AS AS

x

HR

f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n n n n n n n n n

f f f f f f f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n n n n n n n n

n n n n n n n n n n n n n n n n

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

n n x n n n n n x n n x n n x n x n n x x n n x n x x n x n x x x x x n x n x x x x x x x n x x x n n x

6

Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Weekdieren Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Mossen Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten

gewone pad kamsalamander kleine watersalamander meerkikker bastaard kikker rugstreeppad vroedmeesterpad levendbarende hagedis ringslang zandhagedis beekprik grote modderkruiper houting kwabaal steur platte schijfhoren gevlekte witsnuitlibel grote vos grote vuurvlinder grote weerschijnvlinder noordse winterjuffer rivierrombout teunisbloempijlstaart sleedoornpage tonghaarmuts akkerboterbloem bergnachtorchis blaasvaren bruinrode wespenorchis geelgroene wespenorchis glad biggenkruid groensteel grote bosaardbei kluwenklokje muurbloem naakte lathyrus smalle raai stofzaad wilde ridderspoor wolfskers

AS

x

AS AS AS

x x x

HR

HR HR AS AS HR AS AS

f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n

f

x x x x x x x x x x ?

HR AS HR HR HR AS HR AS HR HR AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS

f f ? f f f f f f f f? f f f f f f f f f f f f f f f f

n

x ?

? n n n n n n

x ? ? x x ?

? n

? x x

n

n n n n

n n

x x x x x x x x x x x x x

x n x x x x n n n n n n n n n n n n n n n n x n n n n n n n n n n n n n n n n n

Broedende vogels De locatie Zeeheldenwijk was voorheen akkerbouwgebied met vrij hoge dichtheden kievit. Deze soort is vrij trouw aan de nestlocatie en het is dus aannemelijk de soort broedpogingen blijft doen zoals ook bleek in 2022. Ook de rietkragen worden gebruikt als broedlocatie van vogels. Broedende vogels mogen niet zodanig verstoord worden dat het broedsucces teniet gedaan wordt. Het is dus het meest effectief om buiten de broedperiode te werken (globaal 15 maart-15 augustus vanwege de kleine karekiet) of door ervoor te zorgen dat er geen broedende vogels aanwezig kunnen zijn door buiten de broedperiode maatregelen te nemen. Mocht er dan onverhoopt toch een vogel in het werkgebied gaan broeden dan mag dit nest nooit zodanig verstoord worden dat het broedresultaat negatief beïnvloed wordt.

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

7

Huismus, boerenzwaluw en kerkuil In de bestaande gebouwen is er kans op beschermde verblijfplaatsen. Deze gebouwen gaan voorlopig nog niet tegen de grond en hun jachtgebied blijft voorlopig nog behouden. Er is voor de korte termijn geen aanleiding om hiervoor al een ontheffing Wet natuurbescherming te regelen en om nader onderzoek te doen naar deze soorten. Roofvogels, ransuil, grote bonte specht en spreeuw In de singels rondom de bestaande erven kunnen rooefvogels, ransuil, grote bonte specht of spreeuw verblijven. Deze erfsingels worden de eerste jaren nog niet aangetatst en het jachtgebied van de soorten blijft vooralsnog voldoende behouden. Er is voor de korte termijn geen aanleiding om hiervoor al een ontheffing Wet natuurbescherming te regelen en om nader onderzoek te doen naar deze soorten. Vleermuizen m.u.v. water- en meervleermuis In de gebouwen op de erven of in de erfsingels zouden verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen zijn. De eerste jaren zullen hier geen werkzaamheden verricht worden en het jachtgebied van de vleermuizen blijft beschikbaar. Er is voor de korte termijn geen aanleiding om hiervoor om nader onderzoek te doen naar deze soorten of om een ontheffing Wet natuurbescherming te regelen. Water- en meervleermuis Naast de verblijfplaatsen van de vleermuizen zijn ook de essentiële vliegroutes van vleermuizen beschermd.

De meeste soorten hebben vliegroutes langs bomenrijen, rietkragen en andere lijnstructuren in het landschap. De komst van een woonwijk in een akkerbouwgebied leidt tot meer structuren dan voorheen dus voor die soorten is de komst van een woonwijk gunstig. Wateren meervleermuis hebben hun vliegroute met name boven het water. In tegenstelling tot veel andere vleermuissoorten mijden ze echter sterk verlicht oppervlaktewater en dan met name verlcihting dat over de lengterichting schijnt. Reden waarom er bij de ontwikkeling van de brug rekening is gehouden met deze soorten.. Bunzing en wezel Met name in de rietstroken kunnen wezel en bunzing voorkomen om te jagen op muizen respectievelijk amfibien. Een verblijfplaats zal in de rietstrook voor de bunzing niet aanwezig zijn omdat de rietkraag te weinig dekking biedt. Voor de wezel liggen er wel kansen want zijn leefgebied en benodigde ruimte is minder dan die van de bunzing. Een ontheffing Wnb is niet nodig voor de bunzing omdat hij op het terrein voldoende andere foerageermogelijkheden krijgt en zelfs het areaal jachtgebied op termijn toeneemt. Voor de wezel is er wel reden om aan te nemen dat er verblijfplaatsen zijn en daarom zal er rekening gehouden moeten worden met deze soort. Een ontheffing Wnb is voor de wezel nu wel nodig. In 2018 stond de wezel nog op de vrijstellingslijst.

Otter De otter komt voor langs de oevers van de Urkervaart. Meerdere sporen zijn de afgelopen jaren gevonden. Dat de otter daadwerkelijk voortplant in de smalle rietzone is uitgesloten. De otter komt hier vooral om van het ene gebied naar het andere gebied te lopen of oom tijdelijk te foerageren. Op de langere termijn zal de Zeeheldenwijk meer kansen bieden voor de otter omdat er meer oppervlaktewater komt en dat het watertype anders is dan de vaart. De verachting is dat de Zeeheldenwijk een bijdrage gaat leveren aan de overlevingskansen van jonge vissen. Er is geen reden te veronderstellen dat de werkzaamheden in de Zeeheldenwijk en de uiteindelijke ontwikkeling van de Zeeheldenwijk een negatieve bijdrage levert aan de populatie van de otter. Er hoeft derhalve ook geen ontheffing Wet Natuurbescherming geregeld te worden. Steenmarter

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

8

Steenmarters zullen in het studiegebied voorkomen om te jagen. Verblijfplaatsen lijken in het open gebied niet aanwezig. Dieren zouden nog in en om de erven een verblijfplaats kunnen hebben. Deze erven en singels zullen de eerstkomende jaren niet veranderen, en de steenmarter houdt voldoende mogelijkheden om te jagen in de Zeeheldenwijk. Het is uiteindelijk een soort die vaak voorkomt bij menselijke bebouwing. Er is dan ook geen aanleiding om extra aandacht te besteden aan de steenmarter en een ontheffing wet natuurbescherming is niet nodig. Rugstreepppad In 2018 is geadviseerd om rekening te houden met de komst van de rugstreeppad in het gebied omdat er al dieren aanwezig waren in Oranjewijk. De rugstreeppad is een soort die graag op bouwterreinen voorkomt zodat een koloniesatie van Zeeheldenwijk voor de hand lag. Monitorinbg (ref) naar deze soort wijst uit dat de soort (nog) niet aanwezig is in de Zeeheldenwijk. Er is sinds 2018 wel een plan ontwikkeld hoe om te gaan met de rugstreepad in de de Zeeheldenwijk. Dit is gebonden aan een ontheffing Wet natuurbescherming. Omdat de kans nog steeds groot is dat de rugstreeppad in het gebied terecht komt wordt voor gesteld om deze lijn vast te houden en voor het gebied een ontheffing Wet natuurbescherming aan te vragen. Teunisbloempijlstaart Deze nachtvlinder is in Nederland en ook Flevolnd in opmars.

Als waardplant heeft de soort de o.a. de teunisbloem. Een plant die niet in het onderzoeksgebied voorkomt. Een andere waardplant is het harig wilgenroosje die wel in de rietkragen staat. Binnen het plangebied wordt meer oeverlengte gerealiseerd dan nu aanwezig is. Daarmee nemen kansen voor het harig wilgenroosje toe. Voor de eventuele benodigde bescherming van deze vlinder zou voorzichtig omgegaan kunnen worden met de huidige rietstroken met wilgenroosje. Dit wordt dadelijk ook geregeld voor de wezel zodat een ontheffing specifiek voor deze soort weinig meerwaarde heeft.

4. Hoe nu verder? Op basis van de quickscan is een ontheffing nodig voor rugstreeppad en voor wezel. Daarmee is de situatie iets anders dan in 2018 toen het advies luidde om alleen voor de rugstreeppad een ontheffing te realiseren. Het verschil is dat de wezel in 2019 van de vrijstellingslijst gehaald is. In 2018 hoefde er dan ook geen ontheffing aangevraagd te worden. Om deze ontheffing(en) aan te vragen is een activiteitenplan nodig waarin beschreven staat hoe men binnen de Zeeheldenwijk rekening gaat houden met deze twee beschermde soorten zodat zij geen hinder ondervinden van de ontwikkeling.

5. Literatuur Reinhold, J. 2018. Beschermde soorten nabij de Urkervaart bij Urk.- Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF-2018-027

Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk

9

Rapport Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

LBF September, 2023 Zorg voor ons landschap

Burgerparticipatie Landschapsbeheer stimuleert betrokkenheid van bewoners bij de natuur en het landschap in de eigen leefomgeving. Samen verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de eigen ‘achtertuin’.

Landschap Singels, laanbomen, bermen, dijken, dorpsbossen, weilanden, akkers, stedelijk groen en groot open water zijn dragers van het landschap. Beheer, behoud en ontwikkeling van deze landschapselementen dragen bij aan de beleving van ons landschap.

Cultuurhistorie en Aardkunde De geschiedenis van Flevoland heeft mens en landschap bepaald. Om de eigen leefomgeving goed te begrijpen speelt kennis van het ontstaan van het gebied een belangrijke rol.

Soortenbeheer In het Flevolandse landschap horen tal van plant- en diersoorten. De (tijdelijke) aanvullende maatregelen die Landschapsbeheer uitvoert, dragen bij aan het realiseren van een zelf functionerend ecosysteem. Titel Auteur Datum Rapportnr

: Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk : LBF : Juli 2024 : LBF-2023-036

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03, 8232 JP Lelystad t: 0320-294939 e: flevoland@landschapsbeheer.net www.landschapbeheerflevoland.nl

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk 2

Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 4 1.1. Projectgegevens.......................................................................................................................... 5 1.1.1. Naam Project ....................................................................................................................... 5 1.1.2. Doel project .......................................................................................................................... 5 1.1.3. Start en einddatum project ................................................................................................. 5 1.1.4. Locaties project ................................................................................................................... 5 2. Leefgebied en staat van instandhouding ......................................................................................... 6 2.1. Wezel ........................................................................................................................................... 6 2.2. Meervleermuis ............................................................................................................................ 6 2.3.

Watervleermuis ........................................................................................................................... 6 3. De beschermde soorten en de wet .................................................................................................. 7 3.1. Beschermingsregime .................................................................................................................. 7 3.2. Verbodsbepalingen ..................................................................................................................... 7 3.3. Wettelijk belang .......................................................................................................................... 7 3.4 Motivatie bij het wettelijk belang ................................................................................................ 7 3.5. Alternatief afweging .................................................................................................................... 7 4. Maatregelen wezel ............................................................................................................................. 9 4.1 Alternatief leefgebied ................................................................................................................ 11 4.1.1.

Aanleg alternatief leefgebied wezel ................................................................................. 11 4.1.2 Aanleggen takkenhoop ...................................................................................................... 11 4.1.3 Locaties van het wezelgebied en het alternatieve gebied ............................................... 12 4.2 Maatregelen tijdens de werkzaamheden in het huidige leefgebied wezel ............................ 12 4.2.1 Werken buiten de kwetsbare periode ............................................................................... 12 4.2.2 Aanpassen werkwijze ......................................................................................................... 12 4.3 Beheer van nieuw leefgebied wezel ......................................................................................... 12 4.3.1. Onderhoud takkenhoop .................................................................................................... 12 4.3.2 Aanpassen maaibeheer ..................................................................................................... 12 5. Maatregelen meervleermuis/watervleermuis ................................................................................ 12 5.1. Werkzaamheden nabij de Urkervaart ...................................................................................... 13 5.2.

Beperken lichtvervuiling in eindsituatie .................................................................................. 13 6. Literatuur .......................................................................................................................................... 14 Bijlagen ................................................................................................................................................. 15 Bijlage 1. ........................................................................................................................................... 15

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

3

1. Inleiding De gemeente Urk is voornemens om de Zeeheldenwijk verder te ontwikkelen. Daarbij wil zij rekening houden met de beschermde soorten. Op basis van voorgaande onderzoeken (Reinhold, 2018; Reinhold, 2022) zijn effecten te verwachten voor de rugstreeppad, wezel en water- en meervleermuis. Voor de rugstreeppad is een ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb) gerealiseerd met daarin extra voorzorgsmaatregelen waarmee mogelijke effecten op de populatie voorkomen kunnen worden. Deze is nog geldig tot eind 2025. Omdat de aanleg van de ZHW daarna nog doorgaat zal er tijdig een nieuwe ontheffing worden gevraagd. Voor de wezel was dat nog niet geregeld. Deels omdat de soort sinds januari 2021 een andere status gekregen heeft binnen de Wet natuurbescherming. Vanaf die datum is de soort van de vrijstellingslijst gehaald en is dus nu voor het zorgvuldig handelen een ontheffing Wnb nodig. Water- en meervleermuis zijn toegevoegd omdat er dichter bij de Urkervaart gewerkt gaat worden. Ter voorbereiding van deze ontheffingsaanvraag bij de Provincie Flevoland is een plan gemaakt hoe de gemeente Urk rekening wil houden met de natuur in de wijk en in het bijzonder met de wezel en de twee over de vaart langsvliegende vleermuissoorten (watervleermuis en meervleermuis).

Figuur 1: Plangebied Zeeheldenwijk ligt ten zuiden van de Urkervaart

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

4

1.1. Projectgegevens 1.1.1. Naam Project Realisatie Zeeheldenwijk

1.1.2. Doel project Realisatie van een woonwijk in een voormalig akkerbouwgebied.

1.1.3. Start en einddatum project 1.1.4. Locaties project Deze ontheffing geldt voor het gehele Zeeheldenwijk gebied (figuur 1). De maatregelen die echter genomen moeten worden gelden binnen dit gebied voor slechts een klein deelgebied: het gebied waar wezel voor zou kunnen komen en dat op termijn verdwijnt (rood in figuur 2). Het betreft de oeverzone van de Urkervaart met bijbehorende grasstroken erlangs en een deel van de oever met grasstrook van de Zuidermeertocht. Buiten dit ‘wezelgebied’ zijn er voor deze soort geen beperkingen in de uitvoer van de werkzaamheden.

Figuur 2: Het plangebied kent twee deelgebieden waar wezel voor zou kunnen komen (rood). Beperkingen voor de werkzaamheden i.r.t. de wezel zijn alleen voor deze gebieden geldend. Mitigatie van het leefgebied zal deels plaatsvinden aan de rand van de nieuwe wijk.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

5

2. Leefgebied en staat van instandhouding 2.1. Wezel In heel Nederland komt de wezel voor, maar minder dan vroeger (Provincie Flevoland, 2021). De wezel is gebaat bij een kleinschalig landschap. Het functioneel leefgebied van een wezel is minimaal 1 ha (tot 25 ha) (Zoogdiervereniging, 2018). Het voorkomen van woelmuizen is noodzakelijk voor wezel om voor te kunnen komen. Binnen het plangebied en omgeving kan de wezel daarmee goed voorkomen. De oevers van de Flevolandse vaarten bestaan uit riet, ruigte en graslanden. Gecombineerd met de bosranden is er voldoende mogelijkheden om te jagen. Er is geen compleet beeld van de verspreiding van de wezel in Flevoland (Provincie Flevoland, 2021). Wel wordt aangenomen dat de verspreiding van deze soort zowel landelijk als lokaal afneemt. Zowel de landelijke als de lokale staat van instandhouding wordt daarmee beschouwd als slecht (zie Bijlage 1.).

2.2. Meervleermuis Landelijk wordt de staat van instandhouding voor de meervleermuis ingeschat als ongunstigontoereikend (Norren et al, 2019) . Er is geen directe aanleiding om te veronderstellen dat de situatie in Flevoland anders is. De zorgen hebben betrekking op de landelijke aspecten als naisolatie en het verdwijnen van kraamlocaties. Licht op de vliegroute kan aanleiding zijn om de vliegroute niet of minder te benutten. In de meeste gevallen gaat het dan om licht dat in de lengterichting van het water schijnt zoals bijvoorbeeld op bruggen. Licht dat vanaf de zijkant schijnt hindert ook maar heeft over het algemeen minder impact omdat het schijnsel slechts een klein deel van het wateroppervlak betreft. Op Urk is een kraamkolonie in een gebouw bekend met daarin 126 dieren (situatie 2022) waarvan een deel boven de Urkervaart vliegt. Een belangrijke reden om daar met voorzichtigheid mee om te gaan.

2.3. Watervleermuis De landelijke staat van instandhouding is nog gunstig maar de trend is wel verslechterend (Norren et al, 2019). Er is geen directe aanleiding om te veronderstellen dat de situatie in Flevoland anders is. Landelijk is de kwaliteit van het leefgebied verslechterend en neemt de populatieomvang binnen de wintertelling af. De situatie boven de Urkervaart i.r.t. de watervleermuis in onduidelijk. Het is daarmee ook onduidelijk of er een essentiële vliegroute is. Reden om extra voorzichtig te zijn met de soort en proactief te handelen als dat mogelijk is. Watervleermuis is net als meervleermuis gevoelig voor lichtverontreiniging op het wateroppervlak. De soort lift dan ook mee met de maatregelen die genomen worden voor de meervleermuis. Vanuit het zorgvuldigheidsprincipe wordt de watervleermuis meegenomen in de ontheffingsaanvraag.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

6

3. De beschermde soorten en de wet Dit hoofdstuk geeft informatie over de bescherming van de wezel en water- en meervleermuis.

3.1. Beschermingsregime De wezel wordt in de Wet natuurbescherming beschermd onder het beschermingsregime ‘Andere soorten’, artikel 3.10. De IUCN-status is ‘gevoelig’. Sinds januari 2021 is de wezel in de provincie Flevoland van de vrijstellingslijst gehaald. De water- en de meervleermuis worden in de Wet natuurbescherming beschermd onder het beschermingsregime ‘habitatrichtlijnsoorten, artikel 3.8.

3.2. Verbodsbepalingen Een ontheffing Wet natuurbescherming wordt aangevraagd voor het opzettelijk (ver)storen van de wezel. Voor water- en meervleermuis betreft het een aanvraag voor het opzettelijk (ver)storen van de soort.

3.3. Wettelijk belang Andere soorten - In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied. Habitatrichtlijnsoorten: Volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.

3.4 Motivatie bij het wettelijk belang De Zeeheldenwijk is een ruimtelijke inrichting die van groot belang is voor de gemeente Urk. Enerzijds om de groei van de bewoners een plek te geven, anderzijds omdat de leefbaarheid van de gemeente vergroot wordt. Meer bewoners maakt het mogelijk om voldoende aandacht te geven aan de gemeenschappelijke taken van de gemeente. De Zeeheldenwijk is ook van belang voor het oplossen van de landelijke problematiek: het grote tekort aan woningen.

3.5. Alternatief afweging Bij de inrichting van de Zeeheldenwijk hebben verschillende inrichtingsvarianten de revue gepasseerd. Rekening houdend met natuur was daarbij een van de facetten, zeker in combinatie met recreatie. De gemeente Urk heeft met de Akkers en het Eiland gezocht naar manieren waarop de oevers beleefbaar doch natuurvriendelijk gehouden worden, en gaan hier ook natuurwaarden aan toevoegen. Hierdoor is gekozen om op de kop van het wijkdeel De Akkers langs de Urkervaart geen steigers toe te passen en niet buiten de huidige damwand te treden. Er wordt daar buiten de NNN contour gebouwd. Ook wordt aan de zuidwestzijde van de Akkers (deze fase) en verder rondom het Eiland (volgende fase) een gebied ingericht die natuurvriendelijker is dan de harde damwand die nu in de Urkervaart zit. Inzicht in het totale plan wordt geboden via het Masterplan Zeeheldenwijk. De Akkers (waar in de eerstvolgende fases de ontwikkelingen plaatsvinden) is hiermee een gebied die belangrijk is en blijft voor de ecologische waarden Met de te nemen maatregelen is het negatieve effect op de wezel gemitigeerd. De wezel moet het nieuwe gebied gaan vinden en kan dan langdurig dit gebied bewonen.

Met de herinrichting van de oevers in combinatie met latere bouw van huizen ontstaan oevers en een inrichting die ervoor zorgt dat er weinig licht op de vaargeul zal ontstaan; zeker in de vaarriching niet. Tevens is er een situatie ontstaan waar de gemeente relatief veel grip op heeft Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

7

(geen achtertuinen direct grenzend aan het water). Daarmee wordt eventuele schade aan vliegroutes voorkomen en is dit ontwerp een gunstige inrichting voor de watergebonden vleermuizen.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

8

4. Maatregelen wezel Vanwege het mogelijke voorkomen van de wezel in het plangebied dient de gemeente Urk mitigerende maatregelen te nemen om te zorgen dat er geen negatief effect optreedt voor deze soort. Dit wordt gedaan door het aanpassen van de werkwijze én het leefgebied voor deze soort te verbeteren. Concreet gaat het om de volgende maatregelen die genomen worden. Een nadere uitwerking volgt hierna. Alternatief leefgebied • Voorafgaand aan de werkzaamheden zijn twee alternatieve leefgebieden ingericht met daarin twee takkenhopen (figuur 4) • Het alternatieve leefgebied aan de zuidzijde is 0,32 ha groot (voor ligging zie figuur 4) • Het alternatieve leefgebied aan de noordwestzijde van de Akkers is 0,43 ha groot. • In het alternatieve leefgebied worden in totaal minimaal 4 takkenhopen aangelegd. • Een takkenhoop is minimaal 3 meter lang, 2 meter breed én 1 meter hoog. • De takkenhoop heeft onderin een laag met dikkere stammen (> 15 cm). • De leefgebieden worden onderling verbonden langs de oostzijde van de Akkers en vanaf de Urkervaart. Voor de gehele Zeeheldenwijk is een ecologisch plan opgesteld (figuur 3: Arcadis, 2023) zodat er binnen de Zeeheldenwijk ruimte ontstaat voor natuur en in het bijzonder de wezel. Voor deelgebied de Akkers, dat als een van de eerste wijken zal verrijzen is een nadere uitwerking gemaakt (figuur 4).

Aan de zuidzijde komt een 160 meter lange graslandstrook van 20 meter breed, die grenst aan het water. Door de strook ecologisch te beheren ontstaat er voldoende dekking en voedsel voor wezel om hier jaarrond aanwezig te kunnen zijn. Aan de noordwestzijde worden flauwe natuurlijke oevers rond het eiland aangelegd. In de toekomst zullen de overige delen gerealiseerd worden.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

9

Figuur 3: Mitigatiegebieden van de wezel in de huidige ontheffing met maatvoering.

Werkzaamheden in het bestaande potentiële wezelgebied (rood in figuur 2) • Werken buiten kwetsbare periode (werken kan vanaf 1 september tot 15 maart) tenzij het gebied in die periode al ongeschikt gemaakt is voor de wezel. • Het ongeschikt maken van het leefgebied moet gebeuren in de periode 1 september – 15 maart. Het gebied moet vervolgens zo beheert worden dat het ongeschikt blijft. • Werk uitvoeren in een richting zodat dieren de kans krijgen om te vluchten • Werkzaamheden mogen buiten de kwetsbare periode uitgevoerd worden mits het gebied tussen 14 en 7 dagen voorafgaand aan die werkzaamheden kort gemaaid is. • Het gebied dat ongeschikt gemaakt wordt, wordt zo klein mogelijk gehouden. • Uitzondering op het niet werken in het wezelgebied gedurende de kwetsbare periode is het reguliere beheer van de rietstroken. Beheer alternatieve gebied • Beheer takkenhoop o Eens in de 5 jaar wordt, buiten de kwetsbare periode (dus binnen 1 september tot 15 maart) de takkenril aangevuld met nieuwe takken zodat de maatvoering weer correct is. • Het alternatieve leefgebied bestaat voornamelijk uit een grazige vegetatie dat maximaal 4 keer per jaar gemaaid wordt. Dit is opgenomen in de beheerbestekken van de gemeente. Er wordt een (beknopt) beheerplan aangeleverd bij de provincie Flevoland. • Van het hoog opgaande grasland mag slecht 66% per keer gemaaid worden.

Met andere woorden: 1/3 deel van het gebied wordt per maaibeurt niet gemaaid.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

10

4.1 Alternatief leefgebied Voordat begonnen kan worden met de werkzaamheden worden voorafgaand aanpassingen gedaan in de nabijheid van het werkgebied, om de wezel een mogelijkheid te geven naartoe te kunnen vluchten en de verstoring zo laag mogelijk te houden.

4.1.1. Aanleg alternatief leefgebied wezel Door de werkzaamheden zal gedurende het werk delen van het wezelgebied verloren gaan. Het betreft een oeverlengte van 550 meter met een gemiddelde breedte van gemiddeld 4 meter gerekend vanaf de waterlijn. Dit oppervlak dient ten alle tijden gecompenseerd te zijn. In totaal gaat het om 0,22 ha dat verloren gaat aan leefgebied van de wezel. Het alternatieve leefgebied in en rond de Akkers is totaal 0,75 ha groot.

4.1.2 Aanleggen takkenhoop Als alternatieve verblijfplaats legt de gemeente Urk binnen het alternatief leefgebied een takkenhoop aan, welke kan functioneren als alternatieve verblijfplaats. -De takkenhoop heeft een fundering die iets boven het maaiveld ligt, de fundering bestaat uit zand of fijn vertakkingsmateriaal -De takkenhoop is minimaal 3 m lang, 2 m breed en 1 m hoog.

Figuur 4. Voorbeeld van een takkenhoop.

Figuur 5. Voorbeeld opbouwen takkenhoop.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

11

4.1.3 Locaties van het wezelgebied en het alternatieve gebied In figuur 2 staan de gebieden die op termijn verdwijnen (rood) en het gebied dat daarvoor gemitigeerd wordt (geel). In paars de te behouden gebieden die mee worden genomen in het natuurvriendelijk beheer.

4.2 Maatregelen tijdens de werkzaamheden in het huidige leefgebied wezel 4.2.1 Werken buiten de kwetsbare periode De wezel is kwetsbaarder in de voortplantingsperiode. In deze tijd van het jaar vindt de paarvorming plaats en moeten de jongen grootgebracht worden. Dit kost extra energie en de jonge dieren zijn kwetsbaarder dan de adulte dieren. De kwetsbare periode voor de wezel is van 15 maart tot 1 september. Daarmee wordt gewerkt vanaf 1 september tot 15 maart. De werkzaamheden worden tijdens daglichturen uitgevoerd, waardoor verstoring in de schemering voorkomen wordt.

4.2.2 Aanpassen werkwijze Wanneer maai- of graafwerkzaamheden plaatsvinden, wordt in één richting gewerkt, zodat de dieren de mogelijkheid hebben om weg te vluchten van de werkzaamheden, zonder in het nauw te worden gedreven. In dat geval wordt er wel rekening mee gehouden dat de zijde waar niet gewerkt wordt, voldoende dekking biedt om vluchten mogelijk te maken. Bij grondwerkzaamheden wordt het betreffende werkgebied een tot twee weken voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt voor de wezel door het te maaien (max. 10 cm boven het maaiveld) en het maaisel direct af te voeren. Dit voorkomt dat er tijdens de grondwerkzaamheden nog wezels aanwezig zijn. Het maaien dient in de richting van de overblijvende dekking plaats te vinden.

4.3 Beheer van nieuw leefgebied wezel 4.3.1. Onderhoud takkenhoop Zoals benoemd in 3.1.1. zal het gebruikte hout in de takkenrillen en takkenhoop langzaam verteren en wordt deze minimaal elke 3 tot 5 jaar aangevuld met vers snoeimateriaal.

4.3.2 Aanpassen maaibeheer De wezel is gebaat bij veel dekking. Door aangepast te maaien ontstaat meer ruigte. Dit geeft dekking en vergroot de kansen voor voedselvoorziening (muizen). Aangepast maaibeheer is daarom een goede oplossingsrichting om de kansen voor de wezel te verbeteren. Er wordt rond de takkenhopen een vegetatie met ruige kruiden of gras ontwikkeld, welke maximaal een tot 4 maal per jaar gefaseerd wordt gemaaid. Per maaibeurt moet 33% van de vegetatie blijven staan.

5. Maatregelen meervleermuis/watervleermuis • •

Werkzaamheden nabij de Urkervaart waarbij kunstlicht wordt ingezet kan 1 uur voor zonsopgang en 1 uur na zonsondergang in de periode 15 april-15 oktober alleen plaatsvinden als er minder dan 0,5 lux op het wateroppervlak terecht komt. Bij het ontwerp van de huizen en infrastructuur dient de hoeveelheid licht dat op de vaarroute van de Urkervaart valt beperkt te blijven tot 0,5 lux

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

12

5.1. Werkzaamheden nabij de Urkervaart Voor de uitvoer van de werkzaamheden nabij de Urkervaart zijn er beperkingen voor het gebruik van kunstlicht bij dit werk. Rekening houdend met de jaarcyclus van de vleermuizen kan gesteld worden dat werken in de periode 15 oktober tot 15 april altijd kan want dan zijn de dieren in winterslaap. Werken in deze periode in de avonduren is daarom gedurende 15 oktober en 15 april geen probleem. Water- en meervleermuizen zijn beide vleermuissoorten die relatief laat uitvliegen en vroeg invliegen. Uitgangspunt is dat de soorten 1 uur na zonsondergang vertrekken en 1 uur voor zonsopgang weer binnen zijn. In de periode 15 april-15 oktober kan dus gewerkt worden zonder enige verstoring van extra verlichting tussen 1 uur voor zonsopgang en 1 uur na zonsondergang. Op www.zonsondergangtijden.nl kunnen de exacte tijdstippen bepaald worden. Op 15 april kan er dus gewerkt worden tussen 5.42 uur en 21.38 uur. Op 15 oktober van 7.05 uur tot 19.45 uur. In de periode 15 april-15 oktober kan dus niet zomaar aan de waterkant gewerkt worden van 1 uur na zonsondergang tot 1 uur voor zonsopgang. In de periode 15 april-15 oktober moet bij gebruik van kunstlicht 1 uur na zonsondergang tot 1 uur voor zonsopgang rekening gehouden worden dat er slechts 0,5 lux op het wateroppervlak mag vallen.

5.2. Beperken lichtvervuiling in eindsituatie De hoeveelheid kunstlicht dat op het wateroppervlak schijnt dient geminimaliseerd te worden tot 0,5 lux. Het gaat om kunstlicht dat in zijn totaliteit afkomstig is van de oeverzijde van de Zeeheldenwijk. Bij het ontwerp van de wijk dient aan deze eis voldaan te worden. Het betekent in de praktijk waarschijnlijk dat er aan de oever zoveel mogelijk beplanting in de vorm van riet en bomen behouden moet worden en dat eventuele openbare verlichting slim gekozen moet worden in de vorm van gerichte armaturen en lichtbronnen.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

13

6. Literatuur Boschi, C., Krummenacher, J. & Müri, H., 2015. Mesures pour favoriser les petits mustélidés en zone agricole. Gränichen (CH), 2015, Fondation WIN Wieselnetz. Muijsenberg, S. van den, L. Klein & D. Boonstra. 2022. Quickscan natuurtoets drie passantensteigers, Flevoland. – Rapport Ecogroen 22-237 Norren, van E. (red.), 2019. Staat van instandhouding Gelderland. Factsheets voor 24 soorten in Gelderland. Rapport 2019.09. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Paassen, A. G., & Blezer, F. (Reds.). (1998). Handboek agrarisch natuurbeheer. Landschapsbeheer Nederland. Provincie Flevoland. (2021). Toelichting beleid kleine marterachtigen. Opgehaald van https://www.flevoland.nl/FlevolandAdmin/getmedia/7372e458-15cf-429c-b6083afe5465b8ba/2756414-Toelichting-beleid-kleine-marterachtigen-dv.pdf. Ravon. (z.d.) Broeihopen. Opgehaald van https://www.ravon.nl/broeihopen Reinhold, J. 2018. Beschermde soorten nabij de Urkervaart bij Urk.- Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF-2018-027 Reinhold, J. 2022. Addendum beschermde soorten Zeeheldenwijk.- Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF-2022-042 Zoogdiervereniging. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Opgehaald van https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/0verigen/downlo ads/15908%20Handreiking%20kleine%20Marters%20DIGITAAL.pdf Zoogdiervereniging. (2018).

beheerwijzer landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen. Nijmegen: Zoogdiervereniging.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

14

Bijlagen Bijlage 1. Leefgebied en nadere bepaling staat van instandhouding wezel

Wezel -Mustela nivalis (Dit een bewerking van Logemann (2018) naar de Flevolandse situatie) Algemeen De wezel is ons kleinste roofdier. De soort is voornamelijk dagactief. Korte activiteitsperioden wisselen af met korte rustpauzes. De wezel jaagt voornamelijk op woelmuizen, maar eet ook ware muizen, spitsmuizen en ongewervelden. Wezels hebben een eigen territorium dat tegen seksegenoten wordt verdedigd. De territoriumgrootte varieert, afhankelijk van voedselaanbod en jaargetijde, van minder dan één tot tien hectare. Mannetjes hebben een groter leefgebied dan vrouwtjes. Bij een hoge muizenstand zijn de territoria kleiner en ontstaan plaatselijk hogere dichtheden. Bij weinig muizen leiden veel wezels een min of meer zwervend bestaan. In een goed muizenjaar kunnen wezels twee keer jongen werpen, normaal is dat één keer. Een worp bestaat gemiddeld uit vier jongen. Wezels leven in het wild niet veel langer dan een jaar (Roebers & Halewijn, 2007; Van Maanen & Mos, 2016).

Beschermingsstatus De wezel wordt in de Wet natuurbescherming beschermd onder het beschermingsregime ‘Andere soorten’, artikel 3.10. De IUCN-status is ‘gevoelig’.

Habitat Het leefgebied van kleine marters, zoals de wezel, hangt zeer sterk samen met de aanwezigheid van voldoende prooidieren (Westra & Kuiters, 2018). De wezel is niet aan een specifiek landschapstype gebonden. Wezels zijn afhankelijk van voldoende dekking en vermijden natte gebieden (dit in tegenstelling tot de hermelijn, die juist vochtige gebieden prefereert). Ze prefereren een structuurrijk kleinschalig (cultuur)landschap. De wezel wordt in de bebouwde omgeving ook in tuinen en parken aangetroffen (Bouwens, 2017). Van Tongeren (2017) toont een overzicht van verschillende omgevingsfactoren welk van invloed zijn op de aanwezigheid van de wezel (zie figuur 114).

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

15

Figuur 114. Overzicht van omgevingsfactoren welk een wezenlijke invloed hebben op het voorkomen van de wezel. Bron: Van Tongeren, 2017.

Kwetsbare periodes De paartijd van de wezel is in het voorjaar van april tot juni. Na ongeveer vijf weken worden de jongen geboren. In een goed muizenjaar is er kans op een tweede voortplantingsronde in de zomer. Rond deze perioden is de vraag naar prooidieren groter dan normaal en zijn de rustplaatsen, welk als voortplantingsplaats worden gebruikt, gevoelig voor verstoring. De kwetsbare periode voor deze kleine marters loopt daarom van 15 maart tot 1 september (Bouwens, 2017).

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

16

Staat van instandhouding van de wezel – Landelijk Populatieomvang van de wezel – Landelijk Huidige situatie De omvang van de wezelpopulatie is onbekend (kennislacune).

Trend

Figuur 115: Index van de aantalsontwikkeling van de egel en kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) in Nederland in de periode 1994-2016 (n=220). Bron: Zoogdiervereniging, 2017. Er zijn van de wezel te weinig telgegevens bekend voor het opstellen van een betrouwbare trendberekening (hoge standaardfouten). Dit geldt voor alle kleine marterachtigen. Deze soorten zijn over de jaren heen waargenomen in slechts 73 telplots in geheel Nederland. Deze plots zijn echter niet allemaal jaarlijks geteld. Tevens laten de kleine martersoorten zich maar weinig overdag zien. Dat maakt de index gevoelig voor invloeden die met toeval te maken hebben. De Zoogdiervereniging heeft voor de trend de drie soorten samengevoegd om de onzekerheid te verkleinen (standaardfout 0,015, Figuur 100). Het aandeel in deze trend is 73 telplots voor wezel, 92 telplots voor hermelijn en 94 telplots voor bunzing. De samengestelde trend laat een sterke afname in populatiegrootte zien over de periode 1997-2016 (Zoogdiervereniging, 2017). Op basis van deze gegevens is de trend van de populatie beoordeeld als ‘verslechterend’.

Referentiewaarde Figuur 116 en de afnemende waarnemingen suggereren dat de aantallen van de wezel aanzienlijk lager liggen dan in 1994. De referentiewaarde in dit ijkjaar voor de populatieomvang van de wezel wordt niet meer gehaald.

Verspreidingsgebied van de wezel – Landelijk Huidige situatie De wezel komt verspreid door heel Nederland voor, maar lijkt zich te concentreren in de lagere delen Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

17

als rivier- en beekdalen (figuur 116). De hogere zandgronden (stuwwallen) lijken min of meer gemeden te worden. De afgelopen jaren heeft het inventariseren met infraroodcamera’s een grote vlucht genomen en neemt de kennis over de verspreiding van roofdieren snel toe. Dit geldt echter niet voor de wezel, mogelijk vanwege diens zeldzaamheid. (Bouwens, 2017; RUDNHN, 2017) In de huidige situatie is het verspreidingsgebied van de wezel door het gebrek aan waarnemingen beoordeeld als ‘ongunstig – slecht’.

Figuur 116: Waarnemingen van wezel in Nederland in de periode 2015-2020. Bron: Verspreidingsatlas.nl.

Trend Omdat, met name uit eerdere decennia, te weinig gegevens bekend zijn over de verspreiding, is hier geen uitspraak over te doen. Op basis van habitatvoorkeur, de samengestelde trend en een afname van wezels in andere landen in Noordwest-Europa, wordt wel verwacht dat de verspreiding van de soort is afgenomen. De oorzaak is niet eenduidig. De nivellering van het landschap door landbouwintensivering, verstedelijking en infrastructuur leiden vermoedelijk tot isolatie, verzwakking en verdwijnen van populaties. Ook het verdwijnen van woelmuizenplagen door dezelfde oorzaken is tevens ondermijnend. Een eruptie van woelmuizen kan de wezelstand plaatselijk kortstondig laten groeien, zoals in 2014 is gebleken (www.verspreidingsatlas.nl). De trend van het verspreidingsgebied is beoordeeld als ‘verslechterend’. Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

18

Referentiewaarde De afname van het aantal waarnemingen maakt het aannemelijk dat de referentiewaarde voor het jaar 1994 voor de omvang van het verspreidingsgebied tegenwoordig niet meer wordt gehaald.

Kwaliteit van het leefgebied van de wezel – Landelijk Huidige situatie Potentieel geschikt leefgebied van wezel is door heel Nederland aanwezig. Het is echter naar verwachting wel sterk versnipperd aanwezig doordat grote gebieden ook bestaan uit niet geschikt leefgebied zoals intensieve landbouwgebieden, stedelijk gebied maar ook uitgestrekte bosgebieden. Er is onvoldoende bekend over de hoeveelheid daadwerkelijk geschikt leefgebied en de draagkracht hiervan (Zoogdiervereniging, 2017). Door de versnippering is de huidige situatie van het leefgebied beoordeeld als ‘ongunstig – ontoereikend’.

Trend Als gevolg van verstedelijking, de toename van infrastructuur en de intensivering van landbouw neemt het beschikbare areaal functioneel leefgebied van de wezel af. Het gaat hierbij niet alleen om een afname van het oppervlak beschikbaar gebied, maar ook om de bereikbaarheid van deze gebieden onderling (Bouwens, 2017). De trend van het leefgebied is hierom beoordeeld als ‘verslechterend’.

Referentiewaarde De landschappelijke ontwikkelingen die hierboven worden beschreven als een negatieve factor doen zich al enige decennia voor. Dit maakt het aannemelijk dat de referentiewaarde van het jaar 1994 voor de component ‘kwaliteit van het leefgebied’ anno 2020 niet meer worden gehaald

Toekomstperspectief van de wezel – Landelijk Ondanks de inschatting dat sprake is van een afname van de populatie sinds 1997, lijkt de populatie de afgelopen jaren enigszins stabiel. Ondanks dat weinig bekend is van de soort en de omvang van een minimale populatie, wordt op basis van een doorgaande verdere verstedelijking en intensivering van het gebruik van landbouwgebieden, gesteld dat het perspectief ‘ongunstig – slecht’ is.

Beoordeling landelijke staat van instandhouding van de wezel 15 Beoordelingscriterium

Huidige situatie

Laatste tien jaar van de registratie (‘trend’)

Referentiewaarde 1994

Populatieomvang

Onbekend

Verslechterend

Wordt niet gehaald

Verspreidingsgebied

Ongunstig - slecht Verslechterend

Wordt niet gehaald

Kwaliteit van het leefgebied

Ongunstig – ontoereikend

Wordt niet gehaald

T oekomstperspectief

Ongunstig - slecht n.v.t.

n.v.t

Eindbeoordeling staat van instandhouding

Ongunstig slecht

Wordt niet gehaald

Verslechterend

Verslechterend

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

19

Staat van instandhouding van de wezel in Flevoland Aandeel Provincie Flevoland in de Nederlandse populatie Hoewel er maar weinig bekend is over de daadwerkelijke populatieomvang van wezel, kan aan de hand van de bekende verspreidingsgegevens worden geconcludeerd dat het aandeel van Flevoland evenredig is aan de landelijke staat van instandhouding.

Deelpopulaties Door het versnipperde beeld van verspreidingsgegevens kan hierover geen uitspraak gedaan worden.

Populatieomvang van de wezel in Flevoland Huidige situatie Er is over de populatieomvang van de wezel in Flevoland onvoldoende bekend (kennislacune).

Trend Er is geen reden om aan te nemen dat de situatie in Flevoland afwijkt van de landelijke. Dit betekent dat de populatie ook in Flevoland sterk achteruitgaat.

Referentiewaarde De aantallen van de wezel uit de beginjaren van de gestructureerde waarnemingen (vanaf 1997) worden bij lange na niet meer gehaald. Ook het toekomstperspectief voor deze soort is ongunstig. Daarom worden de referentiewaarden van het ijkjaar 1994 met zekerheid niet meer gehaald. Of de drempelwaarde voor een genetisch gezonde populatie volgens de vuistregel (Ottburg & Van Swaaij, 2014) dat deze uit minstens 1.000 volwassen exemplaren dient te bestaan in de provincie Flevoland wordt gehaald, is onzeker.

Verspreidingsgebied van de wezel in Gelderland Huidige situatie Het verspreidingsbeeld in Flevoland wijkt niet af van het landelijke beeld. De soort kan in een scala van landshappen gevonden worden. Toch zijn er opvallend veel waarnemingen nabij de dijken en in de half open natuurterreinen. Er zijn relatief veel waarnemingen in natuurterreinen maar dit is ook gedeeltelijk een waarnemers effect. De huidige situatie van het verspreidingsgebied is beoordeeld als ‘ongunstig – slecht’.

Trend Over de trend in verspreiding in de provincie zijn geen specifieke gegevens bekend. Het is aannemelijk dat deze niet afwijkt van het landelijke beeld. Om deze reden is de trend beoordeeld als ‘verslechterend’.

Referentiewaarde Gezien de afname in het aantal waarnemingen is het aannemelijk dat ook de verspreiding van de wezel in Flevoland is afgenomen ten opzichte van het ijkjaar 1994. De referentiewaarde van 1994 voor de omvang van het verspreidingsgebied wordt niet meer gehaald.

Kwaliteit van het leefgebied van de wezel in Gelderland Huidige situatie Ook over het leefgebied geldt dat het Flevolandse beeld niet beduidend afwijkt van het landelijke beeld.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

20

Ruigere en overgangsvegetaties bepalen voor een belangrijk deel het voorkomen van de wezel. De beoordeling van de huidige situatie van het leefgebied van de wezel is ‘ongunstig – ontoereikend’.

Trend Voor Flevoland geldt dat er geen aanwijzingen zijn dat de trend anders is dan de landelijke en neemt naar verwachting het beschikbare areaal functioneel leefgebied van de wezel af. Het gaat hierbij niet alleen om een afname van het oppervlak beschikbaar gebied, maar ook om de bereikbaarheid van deze gebieden onderling (Bouwens, 2017). Op lokaal niveau speelt verstedelijking mogelijk een mindere factor, maar kan intensivering van het landbouwkundig grondgebruik juist een grotere factor spelen. De trend is beoordeeld als ‘verslechterend’.

Referentiewaarde De beschreven veranderingen in het landschap doen zich ook in Flevoland voor vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw, al kent elke polder zijn eigen periode dat de omstandigheden voor de wezel bijzonder gunstig zijn geweest. Daarom kan met een grote mate van waarschijnlijkheid worden aangenomen dat de referentiewaarde van het ijkjaar 1994 voor de kwaliteit van het leefgebied van de wezel anno 2020 in Flevoland niet meer wordt gehaald.

Toekomstperspectief van de wezel in Flevoland Er is sprake van een afname van de populatie sinds het einde van de vorige eeuw. Ondanks dat weinig bekend is van de soort en de omvang van een minimale populatie, het op basis van een doorgaande verdere verstedelijking en intensivering van het gebruik van landbouwgebieden, aannemelijk dat het perspectief slecht is. De groene dooradering van het landschap vraagt grote aandacht om de soort kansen te geven om van het ene grote natuurterrein naar het ander te komen. Berm- en slootkantbeheer dienen als eerste minder intensief plaats te vinden wil de wezel daar kansen krijgen.

Beoordeling staat van instandhouding van de wezel in Flevoland Beoordelingscriterium

Huidige situatie

Laatste tien jaar van de registratie (‘trend’)

Referentiewaarde 1994

Bijdrage Gelderland aan de landelijke populatie

Evenredig

Populatieomvang

Onbekend

Verslechterend

Wordt niet gehaald

Verspreidingsgebied

Ongunstig - slecht Stabiel

Wordt niet gehaald

Kwaliteit van het leefgebied

Ongunstig – ontoereikend

Wordt niet gehaald

T oekomstperspectief

Ongunstig - slecht n.v.t.

n.v.t

Eindbeoordeling staat van instandhouding

Ongunstig slecht

Wordt niet gehaald

Verslechterend

Verslechterend

Advies met betrekking tot de beoordeling van ontheffingaanvragen Voor de wezel gelden de verbodsbepalingen van art. 3.10 Wet natuurbescherming, die inhouden dat deze dieren niet zonder ontheffing opzettelijk mogen worden gedood en dat hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen niet opzettelijk mogen worden beschadigd of vernield. Uit het voorafgaande blijkt dat de staat van instandhouding van de wezel in Flevoland ongunstig – slecht is en dat de referentiewaarden voor het ijkjaar 1994 niet meer worden gehaald. Ook het toekomstperspectief is ongunstig.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

21

Mitigerende maatregelen dienen vooral te worden gezocht in de vorm van aanleg van geschikt leefgebied en voldoende voedsel. Voor de wezel betekent dit het vergroten van de kleinschaligheid in het landschap door middel van beplanting en het aanleggen van voerakkertjes met voor muizen geschikte gewassen (o.a. granen, luzerne).

Bronnen • • • • • • • •

Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Logemann, D. (2018). De staat van instandhouding factsheets voor 25 soorten in Gelderland. Arcadis Roebers, G., & Halewijn, S. (2007). Struikrovers. Zeist: KNNV. RUD NHN (2017) Handreiking wezel, hermelijn en bunzing. Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland. van Maanen, E., & Mos, J. (2016). Wezel. Retrieved from verspreidingsatlas.nl. van Tongeren, K. (2017). Wezel en hermelijn, Een literatuuronderzoek naar habitatvoorkeur en monitoringstechnieken. Westra, S. A., Kuiters, R. S. M. (2018) Beheerwijzer, landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen. Zoogdiervereniging. Zoogdiervereniging. (2017). Telganger oktober 2017.

Activiteitenplan wezel, en water- en meervleermuis Zeeheldenwijk

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=a7af403d-5ed5-4b39-9dea-d2105e444a35