CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Waterparagraaf Zeeheldenwijk

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente UrkBij agendapunt: Bestemmingsplanherziening Zeeheldenwijk3.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Waterparagraaf Kader Sinds 1 november 2003 is de toepassing van de watertoets wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening. De watertoets heeft betrekking op alle grond- en oppervlaktewateren en behandelt alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets is een belangrijk procesinstrument om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in de ruimtelijke ordening. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. De watertoets is doorlopen tussen de gemeente Urk en het Waterschap Zuiderzeeland in de vorm van een digitale watertoets en een gehouden vooroverleg. Als basis is het watertoetsrapport uit 2020 gebruikt behorende bij het vastgestelde bestemmingsplan Zeeheldenwijk van mei 2021. Het resultaat van de nieuwe doorlopen watertoets is deze onderhavige waterparagraaf waarin relevante zaken uit 2020 zijn geactualiseerd. Voor de ontwikkeling is de normale procedure van toepassing voor de watertoets. Nationaal Bestuursakkoord Water Afspraken over het toepassen van de watertoets bij ruimtelijke plannen zijn gemaakt in het Nationaal Bestuursakkoord Water. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken met als doel het watersysteem in 2015 'op orde' te hebben.

In het bestuursakkoord zijn taakstellende afspraken opgenomen over veiligheid en wateroverlast. Ook is een impuls gegeven aan het gebruik van de watertoets. Het doel van de watertoets is het waarborgen van waterhuishoudkundige belangen in ruimtelijke plannen. Provincie Flevoland De provincie houdt zich bezig met de fysieke leefomgeving van Flevoland. Om dit in goede banen te leiden heeft zij beleid en regels vastgesteld. Het beleid is neergelegd in het Omgevingsplan Flevoland en bevat vier wettelijke plannen op provinciaal niveau: Streekplan, Milieubeleidsplan, Waterhuishoudingsplan en het Provinciaal Verkeer en Vervoersplan. Ten aanzien van de waterhuishouding is het beleid gericht op: • het voorkomen van overlast door overschot of tekort aan water, waarbij de gebieden waar de bodem daalt bijzondere aandacht vragen; • een goede ecologische toestand voor alle wateren ongeacht de bestemming, alsmede de ontwikkeling van de bijzondere waterkwaliteit in een deel van de provincie; • de bescherming tegen buitendijks overstromingsgevaar en overlast van extreme neerslag; • het ‘klimaatbestendig’ maken van de ruimtelijke inrichting van Flevoland. Waterschap Zuiderzeeland Waterschap Zuiderzeeland is waterbeheerder in het plangebied en is verantwoordelijk voor de waterhuishoudkundige verzorging (waterkwaliteit en waterkwantiteit) binnen het plangebied.

Het beleid van het waterschap is verwoord in de volgende documenten: • Watervisie en Waterbeheerprogramma 2022-2027; • Keur Waterschap Zuiderzeeland (april 2017); • De Uitbeelding; • Het Waterkader.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Keur vervangen door de waterschapsverordening. Gemeente Urk De gemeente Urk heeft een Watervisie opgesteld voor drie ruimtelijke ontwikkelingen. Het Binnendijks bedrijventerrein, Maritieme Servicehaven en woonontwikkeling Zeeheldenwijk. De ambitie van de watervisie is een toekomstig bestendig en duurzaam (afval)watersysteem wat voldoet aan het huidige beleid met betrekking tot oppervlaktewater, hemelwater en afvalwater. ‘De Basis Op Orde’. De watervisie staat niet op zichzelf en vormt een basis voor het Gemeentelijk Wateren Rioleringsplan (GWRP Urk 2023-2028). De watervisie sluit aan op de ambities van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en de omgevingsvisie Urk 2021. Huidige situatie Het plangebied is circa 89 ha groot en bestaat in de huidige situatie voornamelijk uit agrarische percelen en enkele woningen. Aan de westzijde is het bedrijventerrein ‘Zwolsche Hoek’ gelegen, gescheiden door de Zuidermeertocht. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Domineesweg. De noordzijde tenslotte wordt begrensd door de Urkervaart. Aan de zuid- en de oostzijde van het plangebied bevinden zich op dit moment agrarische bedrijven. De kern van Urk bevindt zich op een keileemopduiking uit het Pleistoceen, waardoor zich daar weinig tot geen (slecht doorlatende) Holocene afzettingen bevinden.

Maar de – lagergelegen – omgeving van Urk is in het verleden met regelmaat overstroomd, waardoor afwisselend klei, leem en zand is afgezet. Daarnaast is er veenvorming opgetreden. De Zeeheldenwijk bevindt zich in deze lagergelegen delen. De huidige, gemiddelde maaiveldhoogte van het plangebied is circa NAP - 4,1 m. Tabel 1 Bodemopbouw en geohydrologische interpretatie ter plaatse van het plangebied (fase 1a) Top [m NAP]

Basis [m NAP]

Formatie

Lithologie

Doorlatendheid / weerstand

-4,1

-5,5

Holoceen

zandige klei / kleiig zand

-5,5

-10

Holoceen

klei, veen

-10

-12

Boxtel

matig fijn zand

4 m/d

-12

-20

Kreftenheye

matig grof zand

25 m/d

-20

-22

Urk

klei

Geohydrologische interpretatie1

0,5 m/d

WVP 1

450 tot 4500 d2

SDL 1

500 tot 1000 d

WVP 2 lokale basis

Door het waterschap en de gemeente is het risico op opbarsting door ontgraving dieper dan 1,0 m als groot ingeschat. Dit dient meegewogen te worden bij de planuitwerking en inrichting van compenserende maatregelen voor waterberging In het plangebied is de te verwachten bodemdaling tot 2050 0 tot enkele centimeters. Door de geplande verstedelijking van deze voormalige agrarische percelen is sprake van ophoging. Zonder maatregelen zal door de ophoging zetting optreden. Om dit te voorkomen wordt het terrein voorbelast met als doel de restzetting te minimaliseren tot 10 cm per 30 jaar 1 WVP = watervoerend pakket, SDL = scheidende laag, GHB = geohydrologische basis

2

De weerstand van de deklaag is berekend op basis van een verticale doorlatendheid van 0.001 tot 0.05 m/d

Om meer inzicht te krijgen in de optredende freatische grondwaterstanden en stijghoogten in het onderliggende watervoerende pakket (WVP2) zijn in het plangebied van de Zeeheldenwijk ondiepe en diepe peilbuizen geplaatst. De peilbuizen meten de freatische grondwaterstanden (ondiep filter) en de stijghoogte in het onderliggende watervoerende pakket (diep filter). In zowel het freatische als het watervoerende pakket (onder de deklaag) stroomt het grondwater (in grote lijnen) richting de Urkervaart. Oftewel, de stromingsrichting is noordwestelijk. Er is geen eenduidige kwel- of wegzijgingssituatie in het plangebied. Dit wijst erop dat er afhankelijk van de neerslag en lokale samenstelling/ weerstand van de deklaag er wisselend sprake is van kwel of wegzijging. In of nabij het plangebied zijn geen recente, langjarige metingen van de freatische grondwaterstand of stijghoogte beschikbaar. Dit maakt het lastig om een betrouwbare schatting van de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) en gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) uit te voeren. Op de bodemkaart (1 op 50.000) is in het plangebied een grondwatertrap IV aangegeven; GHG > 0,4 m – maaiveld, GLG tussen 0,8 en 1,2 m – maaiveld. Oftewel, een GHG van maximaal NAP -4,5 m NAP, en een GLG van maximaal NAP -5,3 m NAP.

Afgezien van peilbuis 1 – gelegen nabij open water – lijken deze waarden redelijk aan te sluiten bij de bovengenoemde grondwaterstanden. In de landbouwpercelen bevindt zich momenteel buisdrainage. De buisdrainage wordt onderhouden door de perceeleigenaren en functioneren momenteel goed daarmee ook mogelijk een belangrijke bijdrage leveren aan de huidige ontwatering. De buisdrainage is daarentegen wel gevoelig voor verstopping – ten gevolge van de neerslag van ijzer, vanuit opkomend ijzerhoudend kwelwater. De kwelstroom in de omgeving van het plangebied is door het waterschap als onvoldoende aangemerkt. De oorzaak daarvan is natuurlijke kwel met daarin een hoge concentratie ijzer. Hierdoor krijgt het oppervlaktewater een bruinige kleur, wat een matig beeld geeft qua beleving. Het is daarom van belang om geen toename van kwel te krijgen. Tegelijkertijd is de huidige kwelstroom juist in droge periode gewenst om nog aanvulling en doorstroming te verkrijgen in het oppervlaktewatersysteem. Verwacht wordt dat de oppervlaktewaterkwaliteit in het plangebied redelijk voedselrijk is. Dit komt onder andere door uitspoeling van meststoffen uit landbouwgronden (fosfaat en stikstof) en kwel dat naar verwachting voedselrijk is. Het plangebied is gelegen binnen Dijkring 7. Binnen het plangebied zijn geen waterkeringen gelegen.

De ontwikkeling voorziet ook niet in de aanleg van nieuwe waterkeringen en/of werkzaamheden aan bestaande waterkeringen. Ten noorden van het plangebied (ten noorden van de Urkervaart en Urkerweg) is een transportpersleiding richting AWZI Tollebeek gelegen. Het betreft één van de twee transportleidingen naar de AWZI Dit transportriool voert in de toekomst het afvalwater van respectievelijk de Zeeheldenwijk, bedrijventerrein Port of Urk, Zwolsehoek (de Riepel) en de maritieme servicehaven af naar de AWZI Tollebeek. . Randvoorwaarden Randvoorwaarden voor de planontwikkeling Zeeheldenwijk zijn: • Voldoende water – Wateroverlast • Voldoende water – Goed Functionerend watersysteem

• • • •

Voldoende water – Anticiperen op watertekort Schoon water – Goede structuurdiversiteit Schoon water – Goede waterkwaliteit Schoon water – Goed omgaan met afvalwater

NB. Het plangebied wordt gefaseerd aangelegd, fase 1 is in 2021 gestart en fase 4 zal grofweg in 2036 zijn afgerond. De beoordeling van de wateraspecten binnen de nog uit te werken inrichtingsplannen gebeurt altijd op basis van de (op dat moment) actuele randvoorwaarden.

Toekomstige situatie Oppervlaktewater Aan de noordzijde van fase 1 ligt een watergang (oranje cirkel in afbeelding A) welke afwatert op de Urkervaart via een duiker, rond diameter 800 mm. De watergang is vooruitlopend aangelegd om regen- en grondwater op te vangen uit fase 1. Deze watergang zal in de toekomst (bij aanleg eiland) verruimd worden naar een grote vijverpartij met twee brede open verbindingen met de Urkervaart. De waterpartij krijgt een variabele waterdiepte van 1,2 tot 1,5 m bij streefpeil en natuurvriendelijke oevers aan de buitenrand. Voor de waterpartij is het uitgangspunt om rijdend onderhoud uit te voeren in combinatie met varend onderhoud waar nodig. Er worden ruimtes gereserveerd voor een inlaatplaats voor de maaiboot. In het midden loopt een nieuwe watergang van oost naar west, deze heeft een open verbinding aan de westzijde met de Zuidermeertocht en aan de oostzijde met een kavelsloot. De oost-west watergang zal worden onderhouden vanaf de zuidzijde middels in ieder geval een maaiboothelling dan wel flauwe oever. Het Waterschap noemde in haar reactie een schouwpad. Bij de noordzijde werd deze niet nodig bevonden in overleg tussen de gemeente Urk en het Waterschap. Er zal nog afstemming plaatsvinden over het eventueel aanbrengen van een schouwpad aan de zuidzijde. De kavelsloot betreft een oude landbouwsloot (paarse lijn in Afbeelding A).

Deze landbouwsloot wordt naar het oosten toe verlegd en verruimd in wateroppervlak en staat in open verbinding met de Urkervaart. Regen- en grondwater afkomstig van fase 2 De Akkers voeren af op deze te verruimen watergang.

Afbeelding A : gerealiseerde watergangen bouwfase 1 (lichtgroen), bestaande kavelsloot (paars)

Duikers en bruggen In het plangebied zijn 5 multiplate duikers en 3 brugconstructies voorzien (zie respectievelijk rode en gele arcering in bovenstaande afbeelding A). De Michiel de Ruyterbrug is inmiddels gerealiseerd net als de muilvormige multiplate duikers in de zuidelijke watergang. De duikers zijn in overeenstemming met het waterschap Zuiderzeeland aangelegd en voldoen aan onderstaande randvoorwaarden: • maximale lengte van 50 meter. • een maximale opstuwing van 2 cm bij een maatgevende afvoer (13 mm/dag + kwel); • 1/3 lucht in het dwarsprofiel bij streefpeil; • Onderkant duiker 10 cm boven waterbodem (hoger is niet wenselijk i.v.m. vispasseerbaarheid); De nieuwe brug over de Urkervaart (Michiel de Ruyterbrug) vormt een verbinding voor (auto)verkeer tussen het plangebied Zeeheldenwijk en de bestaande infrastructuur ten noorden van de Urkervaart. Voor de Michiel de Ruyterbrug is een nautisch onderzoek uitgevoerd en heeft afstemming tussen gemeente en provincie (vaarwegbeheerder) plaatsgevonden. De bediening en het onderhoud worden door de provincie verzorgd. De twee nog te realiseren brugconstructies voor de ontsluiting van het wooneiland worden in een latere fase in nauw overleg tussen gemeente en waterschap uitgewerkt.

Maatregelen tegen opbarsting Bij het uitgraven van de waterpartijen kan stabiliteitsverlies van de ondoorlatende deklaag optreden, doordat de waterdruk in het watervoerende pakket hoger ligt dan het gewicht van de ondoorlatende deklaag erboven. Bij het uitgraven van de waterpartijen wordt het gewicht van de grond op de ondoorlatende laag verminderd en het risico op opbarsten vergroot. Op basis van opbarstberekeningen is onderzocht of opbarsten een risico vormt en/of er maatregelen noodzakelijk zijn om opbarsten van de ondoorlatende deklaag te voorkomen. Hierbij is zowel rekening gehouden met de eindsituatie als met de stabiliteit tijdens de uitvoering in het geval een grondverbetering noodzakelijk is. Uit de opbarstberekeningen blijkt dat geen enkel vak zonder maatregelen bestand is tegen opbarsten van de waterbodem. Er zijn per berekend vak maatregelen voorgeschreven om opbarsten tegen te gaan. De te onderscheiden maatregelen zijn: • ontgraven van de ondoorlatende lagen; • grondverbetering met zand; • grondverbetering met klei; De nieuwe watergangen binnen het plan worden dusdanig ontworpen dat voldaan wordt aan de beheer- en onderhoudsrichtlijnen van het waterschap. Over het beheer en onderhoud worden op een later moment nadere afspraken gemaakt tussen waterschap en gemeente.

Waterberging

Verhardingshoeveelheden In onderstaande tabel zijn de verhardingshoeveelheden weergegeven. Daar waar het inrichtingsplan niet definitief is, is gerekend met percentages over het bruto planoppervlak. De verhardingshoeveelheden zijn gebruikt om de wateropgave vast te stellen. Bruto oppervlak in ha

onverhard in ha

Oppervlak verhard in ha

Fase 1a woningbouw

10,75

4,67

6,08

Fase 1b Hoofdontsluitingswegen

4,20

0,85

3,35

Fase 1c Bedrijven, droge industrie*

2,61

0,52

2,08

Fase 1d Kinderboerderij

1,13

1,06

1,13

Fase 1e Wonen en voorzieningen*

4,28

0,86

3,42

Fase 2 woningbouw ‘De Akkers’

8,58

4,03

4,56

Fase 3 woningbouw

14,38

Inrichtingsplan ontbreekt 60% t.o.v. bruto is verhard

8,63

Fase 4 woningbouw

22,13

Inrichtingsplan ontbreekt 60% t.o.v. bruto is verhard

13,28

Fase en type bebouwing

Oppervlak

Totaal

42,53

* Definitieve inrichting nog onbekend. Bij deze fase is uitgegaan van 80% verhard en 20% onverhard ppervlak. Wateropgave Op basis van de verhardingshoeveelheden is de totale wateropgave bepaald. Hierbij is ook rekening gehouden met de te dempen kavelsloten.

Te dempen watergangen Wateropgave totaal (5,5% van 42,53ha verharding) Beschikbaar nieuw Open water Nieuwe watergang centraal oost-west [west] Nieuwe watergang centraal oost-west [mid-1] Nieuwe watergang centraal oost-west [mid-2] Nieuwe watergang centraal oost-west [oost] Subtotaal Nog te realiseren Verruiming watergang parallel aan oostelijke plangrens Waterpartij rondom eiland Fase 3.1 Water in de zuidelijke deelgebieden Zeeheldenwijk

Te compenseren (fase 1 tm 4) in m2 4011,30 23391,50

27402,80

De waterpartij om het eiland fase 3.1 en de te verruimen watergang aan de oostelijke plangrens betreft nog nader in te richten watersystemen. Totaal is 1,7 ha aan wateroppervlak te realiseren

Beschikbaar / te realiseren In m2

496,63 2420,06 5259,49 2155,46 103331,64

17071,16

wat ruimschoots is gereserveerd aan ruimte in de plankaart. Gedurende de verdere werking van de inrichtingsplannen wordt per fase een hydraulische maatwerkberekening uitgevoerd om de plannen tussentijds te toetsen aan de vigerende uitgangspunten/normeringen en uiteindelijk om de watervergunning te verlenen per fase. De bovengenoemde afspraken zijn tot stand gekomen onder de uitgangspunten die sinds 2013 van kracht zijn. Op dit moment wordt door het Waterschap in afstemming met de gemeenten gekeken naar een nieuwe bergings- en compensatienorm op basis van nieuwe klimaatcijfers. De toepasbaarheid van bovengenoemde werkwijze zal tijdens dit proces ook kritisch worden bekeken.

Hemelwaterafvoer Het hemelwater in het plangebied wordt gescheiden van het vuilwater verwerkt. Het hemelwater afkomstig van particulier terrein wordt bovengronds op de perceelsgrens aangeboden om foutieve aansluitingen te voorkomen. Het hemelwater dat terechtkomt op de bebouwing en terreinverharding is volgens de randvoorwaarden voldoende schoon om direct af te voeren op oppervlaktewater. In de Zeeheldenwijk wordt het afstromend hemelwater grotendeels in kolken opgevangen en via het regenwaterriool direct afgevoerd op oppervlaktewater. Op locaties waar het kan, bijvoorbeeld hoofdontsluitingswegen, stroomt hemelwater oppervlakkig af naar het openbaar groen om het vervolgens te bergen (vasthouden) en te laten wegzijgen naar de ondergrond (vertraagd afvoeren). Een overloop moet wateroverlast voorkomen in het geval de berging volstaat en water onvoldoende snel de bodem in wegzakt. Daar waar verhardingen aan oppervlaktewater is gelegen is sprake van een afvoer via de berm naar het oppervlaktewater. Het hemelwaterstelsel is/wordt ontworpen op basis van de volgende kenmerken: • De minimale dekking op de buis 1,0 m op bovenkant buis.

• Rioolstreng boven waterpeil op afschot 1‰; • Rioolstreng onder waterpeil (5,50 m -NAP) vlak; • Uitstroomriool onder waterpeil lozen en minimaal 20 cm boven bodempeil; • Uitstroomriool afwerken met betonnen uitstroombak in het talud van het ontvangend oppervlaktewater • Afvoerend verhard oppervlak op basis maatvast inrichtingsplan: • Openbare (weg)verhardingen 100%; • Daken 100%; • 40% van dakoppervlak betreft overig particuliere verharding. • Achterpaden voorzien van kolken, kolkenleiding 160mm; • Riolering hydraulisch ontwerpen op: • Bui 09 geen water op straat (29 mm in 60 min, piek 160 l/se/ha) • Bui 10 geen wateroverlast (35,7 mm in 45 min, piek 210l/sec/ha) • Klimaatbui (90 mm in 2u, blokbui) geen waterschade (op particulier terrein). • Het streefpeil is 5,70 m–NAP, er worden twee scenario’s doorgerekend: • Ontwerpen met een waterpeil 5,5 m-NAP (peilstijging van 20 cm vooraf aan de ontwerpbui); • stresstest met een waterpeil 4,8 m-NAP: (peilstijging van 90 cm bij calamiteiten). Materialisatie is geborgd in de beeldkwaliteitsplannen voor de Overgangszone, het Nieuwe Dorp en de Akkers. Voor het Nieuwe Dorp gold en geldt nog altijd vrijheid in materialisatie. Voor de Overgangszone en het nieuw bestemde gebied met deze herziening ‘de Akkers’ geldt dat baksteen is aangewezen als hoofdmateriaal. Bij de Overgangszone kan een combinatie gezocht worden met

plaatmateriaal, waar bij de Akkers als secundair materiaal gecertificeerd hout is opgenomen. Ook is bij de Akkers aandacht voor materialenpaspoorten. Hiermee wordt gebruik van uitlogende bouwmaterialen in het nieuwe gebied beperkt.

Drooglegging / ontwatering Het plangebied Zeeheldenwijk moet over voldoende drooglegging en ontwatering beschikken om toekomstige bewoners droge voeten te kunnen garanderen. Voor de ontwateringsituatie is een drainageplan3 opgesteld. Er wordt voldoende ontwatering gehaald door de combinatie van ophogen en het toepassen van drainage. In verband met de aanwezigheid van ijzerrijk grondwater en de kans op dichtslibben (oxidatie/ ijzervlokken) is gekozen voor de aanleg van onderwater drainage wat geheel gescheiden is van het hemelwaterafvoersysteem. Hieronder de belangrijkste ontwerpuitgangspunten: • Drooglegging is > 1,20 m bij streefpeil van 5,70 m – NAP uitgaande van: • Wegpeilen 4,10 m – NAP • Vloerpeilen 3,80 m – NAP • Drooglegging bij maximaal waterpeil 4,80 m – NAP is 70 cm. • Voldoende ontwatering met behulp van drainage: • Drainage onder laagste grondwaterniveau aanleggen 5,90 m – NAP (permanent onder water); • Ontwatering instelniveau moet flexibel instelbaar zijn, ontwateringspeil 5,40 m - NAP • Drainage is volledig gescheiden van het HWA-riool, • Ontwateringspeil wordt in een aparte regelput (bij de HWA uitstroomputten) aangelegd. • De uitstroomleidingen HWA en drainage komen uit in één gecombineerde uitstroombak.

• Drain PVC 100 mm omhuld met PP450 en 20 cm aan drainzand; • Doorspuitputten toepassen (max afstand 250m): • Achterpaden verdekt onder bestrating (goede revisie vereist) • In de rijbanen worden inspectieputten toegepast met opschrift ‘drainage’ • Onderhoud op basis van monitoring grondwaterstanden door plaatsen peilbuizen aan te sluiten op het gemeentelijk meetnet. (onderwaterdrainage is onderhoudsarm, alleen optreden bij niet functioneren) Vuilwatersysteem De inzameling en transport van het huishoudelijke- en bedrijfsafvalwater van de Zeeheldenwijk wordt verzorgd door een vacuüm rioleringssysteem. De woningen worden daarbij met een “traditionele” vrij verval leiding of rechtstreeks op een vacuüm bufferput aangesloten. De bufferputten worden onder vacuüm leeggezogen. Het afvalwater wordt vervolgens via het vacuümleidingnetwerk afgevoerd naar het vacuümrioolgemaal in de Zeeheldenwijk. Het vacuümrioleringssysteem is ontworpen op een gefaseerde aanleg van de verschillende deelgebieden. De totale afvoercapaciteit bedraagt 75 m3/u.

3

Drainageplan ontwikkeling Zeeheldenwijk Urk van 11 maart met als referentie D10006029:111

Het vacuümrioolgemaal transporteert het afvalwater, via het rioolgemaal Zwolsehoek (Riepel), naar het te realiseren hoofdrioolgemaal in Port of Urk. Dit hoofdgemaal voert het afvalwater van respectievelijk de Zeeheldenwijk, bedrijventerrein Port of Urk en Zwolsehoek (de Riepel) en de maritieme servicehaven af op bestaande hoofdtransportleiding langs de Urkerweg naar de AWZI Tollebeek van het waterschap Zuiderzeeland. De realisatie van het hoofdrioolgemaal Port of Urk en de aansluiting daarvan op de persleiding van het waterschap Zuiderzeeland maken onderdeel uit van het afvalwaterakkoord 2022-2030 (7-10-2022) tussen de gemeente Urk en het waterschap Zuiderzeeland. Het hoofdgemaal komt na oplevering in eigendom en beheer van het waterschap. Klimaatadaptatie Onder 4.9.5. in de toelichting bij het bestemmingsplan “Herziening Zeeheldenwijk” is opgenomen hoe wordt omgegaan met duurzaamheid en klimaatadaptatie in het plan. Relevant voor het thema water is de volgende passage: “…Duurzaamheid is een belangrijke pijler voor de Zeeheldenwijk. Zo is er in de regels vastgelegd dat er ten aanzien van een bouwperceel minimaal 10% moet worden ingericht ten behoeve van groenvoorzieningen. Dit maximale verhardingspercentage van 90% is exclusief half verharde parkeeroplossingen.

Voor de maatschappelijke onderwijs- en opvang voorzieningen in het centrumgebied ligt het verhardingspercentage op maximaal 40% om een stuk ruimtelijke kwaliteit te creëren en uitvoering te geven aan de Duurzame Gebiedsontwikkelingskaarten zoals deze bij het ontwerpen van wijken en bedrijventerreinen benut worden binnen de gemeente Urk. De kaarten geven weer wat eisen en wensen zijn op het gebied van duurzaamheid en maken hierbij onderscheid tussen gebiedstypes en opbrengst per maatregel. Voor de woongebouwen waarbij gebouwd wordt op de rooilijn en er geen sprake is van verharding of groen rondom, is de regel toegevoegd dat platte daken voorzien moeten worden van een vegetatiedak, en buitenruimtes groen ingericht dienen te worden. Tot slot wordt de Zeeheldenwijk aardgasvrij ontwikkeld en wordt er aangesloten op een koude warmte net.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=140c41b2-4b7b-4925-880c-f73e69fa69be