CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Omgevingsvergunning flora en fauna activiteiten

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling Tam-IMRO plan OV-Hub hs 22a5.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PROVINCIE FLEVOLAND

Postbus 55 8200 AB Lelystad

Telefoon (0320)-265265 Fax (0320)-265260 E-mail provincie@Flevoland.nl

Gemeente Urk H. de Vries Postbus 77 8320 AB URK

Website www.flevoland.nl

Ol Verzenddatum

0 7 JULI 2025

Bijlagen

Uw kenmerk

11111

VI

Ons kenmerk

3403735

Onderwerp

Omgevingsvergunning voor een flora en fauna activiteit in verband met de sloop van een kinderboerderij aan de Urkerweg 62 te Urk Geachte lezer, Op 12 mei 2025 (aangevuld op 13 juni) hebben wij uw aanvraag ontvangen, voor een vergunning Flora- en fauna activiteit artikel 11.37 lid b en d Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor het verstoren en vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten en rustplaatsen van de huismus en de boerenzwaluw en van artikel 11.54 lid 1b (Bal) vanwege het vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de bunzing vanwege de sloop van een kinderboerderij aan de Urkerweg 62 te Urk. Het project of handeling vindt plaats op het grondgebied van de provincie Flevoland. Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn daarom gelet op artikel 11.3 en 11.24 van het Besluit activiteiten leefomgeving het bevoegd gezag. Wij hebben uw aanvraag beoordeeld op basis van de in artikel 8.741 van het Besluit kwaliteit leefomgeving genoemde voorwaarden en criteria, op grond waarvan een vergunning kan worden verleend. Bijgevoegd treft u ons besluit aan. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Flevoland, namens deze, Manager exp uur i/a

Inlichtingen bij

Doorkiesnummer

N. Bolt

0320-265778

Bezoekadres Visarenddreef 1 Lelystad

Bladnummer

2 Ons kenmerk:

3403735

Besluit van GEDEPUTEERDE STATEN VAN FLEVOLAND op een aanvraag voor een Omgevingsvergunning op basis van artikel 5.1 lid 2 onder g van de Omgevingswet voor een flora- en fauna-activiteit. Inhoudsopgave: Besluit A. Motivering besluit B. B.1 Wettelijk kader Provinciaal beleid B.2 Aanvraag B.3 B.4 Inhoudelijke beoordeling Conclusie B.5 Kennisgeving en afschriften C. Bezwaar D. Ondertekening E. Bijlage 1: Overzicht mitigerende maatregelen Bijlage 2: Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland A. Besluit Gedeputeerde Staten van Flevoland HEBBEN BESLOTEN om, conform aanvraag met bijbehorende bijlagen en aanvullingen, Omgevingsvergunning aan gemeente Urk te verlenen op basis van artikel 5.1 lid 2 onder g van de Omgevingswet voor een flora- en fauna-activiteit op grond van artikel 11.37 lid b (Bal) en d voor het verstoren en vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten en rustplaatsen van de huismus en boerenzwaluw en van artikel 11.54 lid 1b (Bal) vanwege het vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de bunzing vanwege de sloop van een kinderboerderij aan de Urkerweg 62 te Urk. Aan deze vergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorwaarden 1. Deze vergunning kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de vergunninghouder of haar rechtsopvolgers, of in opdracht van de vergunninghouder handelende (rechts)- personen.

2. De vergunninghouder blijft daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze vergunning. 3. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze vergunning en de bijbehorende brief op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. 4. Een week voordat wordt begonnen met de werkzaamheden op moet hiervan, per locatie, melding worden gedaan bij de OFGV via info@ofgv.nl, onder vermelding van het kenmerk van deze vergunning. 5. De vergunning is geldig vanaf de dag van afgifte tot 31 december 2030. Specifieke voorwaarden 6. De werkzaamheden (en het ongeschikt maken van gebouwen) worden uitgevoerd buiten de meest kwetsbare periode van de huismus van 1 maart tot 1 september. Werkzaamheden zullen enkel plaatsvinden tussen 1 september en 1 maart. Werkzaamheden vinden niet plaats tijdens een kouperiode met vorst. 7. De werkzaamheden wordt in fases uitgevoerd. In fase 1, eerste helft van 2026, worden de 2 kleinste schuren gesloopt. Ter mitigatie worden voor 1 juni 2025 2 tijdelijke huismuskasten met elk 2 nestgelegenheden opgehangen aan het zuidelijke gebouw (zie bijlage). Het gaat om 2 kasten van het type Unitura HMT2 of vergelijkbaar.

Ter mitigatie van de nesten van boerenzwaluw is voor 1 juli 2025 reeds permanente nestgelegenheid gerealiseerd onder de nabijgelegen brug over de Urkervaart. Het gaat hierbij om houten planken geschikt voor

Bladnummer

3 Ons kenmerk:

3403735

boerenzwaluwen om zelf nesten te bouwen. Deze planken bieden ruimte voor minimaal 24 alternatieve verblijfplaatsen die de boerenzwaluwen zelf kunnen maken. 8. Fase 2 van de werkzaamheden is de bouw van de nieuwe gymzaal. De nieuwbouw start rond sep/okt 2025 en is afgerond in de 2e helft van 2026. In de nieuwe gymzaal worden minimaal 14 huismusvoorzieningen ingebouwd. 9. In fase 3, 2e helft van 2027, van de werkzaamheden wordt het zuidelijke gebouw gesloopt. De huismuskasten worden binnen 200 meter van de oorspronkelijke nestlocatie opgehangen. De huismuskasten zijn minimaal 50cm van elkaar vandaan opgehangen en op tenminste drie meter hoogte. 10.Voor de bunzing wordt een takkenhoop aangelegd met daarin een bunzingkast. De takkenhoop dient te zijn gerealiseerd voordat de werkzaamheden starten. De takkenhoop is tenminste 3 m lang, 2 m breed en 1 m hoog. De takkenhoop wordt in of tegen bestaand struikgewas geplaatst zodat er voldoende dekking in de nabijheid is voor de bunzing om naar en van de takkenhoop te migreren. Tenminste 5 m om de takkenhoop heen worden geen kap of maaiwerkzaamheden uitgevoerd. De takkenhoop en het beheer van het groen in het plangebied dient te voldoen aan de eisen uit de Beheerwijzer landschappelijke kenmerken voor kleine marterachtigen (Zoogdiervereniging). De takkenhoop dient jaarlijks te worden onderhouden, dat kan in de periode september tot maart.

11.De hierboven genoemde maatregelen worden getroffen onder toezicht van een deskundig ecoloog.

B. Motivering Besluit Wettelijk kader

B.1

De Omgevingswet (Ow) en bijbehorende regelingen is het nationale wettelijke kader voor de toetsing van activiteiten, plannen, projecten en handelingen met mogelijke gevolgen voor de belangrijkste natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden en voor de soortenbescherming van in Nederland in het wild levende planten en dieren. De Ow kent drie beschermingsregimes, voor: de Vogelrichtlijnsoorten (artikel 11.37-11.40 Bal); • • de Habitatrichtlijnsoorten (artikel 11.46-11.48 Bal); • de Andere soorten (nationaal beschermd) (artikel 11.54 Bal). De volgende artikelen zijn van toepassing: Artikel 11.37 Bal (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen) 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b.

het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels;

c.

het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of

d.

het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.

Artikel 11.54 Bal (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor:

Bladnummer

4 Ons kenmerk:

3403735

a.

het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A;

b.

het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en

c.

het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.

Artikel 8.74j. Bkl (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten vogelrichtlijn) 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, 11.38, eerste lid, 11.39, eerste lid, of 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a.er geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit bestaat; b.de activiteit nodig is: 1°.in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°.in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°.voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°.ter bescherming van flora en fauna; 5°.voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of 6°.om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; en c.de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van deze soort. Artikel 8.741. Bkl (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten) 1.

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a.er geen andere bevredigende oplossing bestaat; b.de activiteit nodig is: 1°.in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°.voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°.in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

Bladnummer

5 Ons kenmerk:

3403735

4°.voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; 6°.in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7°.voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8°.voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9°.voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10°.in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11°.in het kader van het bestendig beheren of

onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12°.in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of 13°.in het algemeen belang; en c.de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Bevoegdheid en overeenstemming met andere provincies Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn op basis van artikel 4.6 Omgevingsbesluit (Ob) het bevoegd gezag voor onderhavig project. B.2 Provinciaal beleid Omgevingsverordening provincie Flevoland In de Omgevingsverordening provincie Flevoland zijn door Provinciale Staten regels gesteld ter invulling van de taken die de provincie Flevoland heeft, voortvloeiende uit de Omgevingswet. Beleidsregels De beleidsuitgangspunten voor het verlenen van vergunningen van de Omgevingswet zijn opgenomen in de Beleidsregels uitvoering Omgevingswet Flevoland, onderdeel natuur.

B.3 Aanvraag Op 12 mei 2025 (aangevuld op 13 juni) hebben wij uw aanvraag ontvangen, voor een vergunning Flora- en fauna activiteit artikel 11.37 lid b en d Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor het verstoren en vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten en rustplaatsen van de huismus en de boerenzwaluw en van artikel 11.54 lid 1b (Bal) vanwege het vernielen van voortplantingsplaatsen en

Bladnummer

6 Ons kenmerk:

3403735

rustplaatsen van de bunzing vanwege de sloop van een kinderboerderij aan de Urkerweg 62 te Urk. Bij de aanvraag horen de volgende documenten: Stukken gebruikt bij beoordelin • aanvraa • DSO aanvraag Ecologisch onderzoek Projectplan

Kenmerk 3399786 3399788 3410212

De gemeente Urk is voornemens om het terrein van de kinderboerderij aan de Urkerweg anders in te richten. Daartoe zullen de bestaande gebouwen worden gesloopt. Daarnaast zal een gymzaal worden gerealiseerd. De werkzaamheden bestaan uit: • Sloop van de twee bijgebouwen en het hoofdgebouw binnen het projectgebied. • Bouw van een sporthal. • Aanleg van parkeerplaatsen. Inhoudelijke beoordeling B.4 De beoordeling van de aanvraag en de bijbehorende belangenafweging vindt plaats in 3 stappen; 1.alternatieven afweging; 2.wettelijk belang; 3.gunstige staat van instandhouding. Ad. 1: Alternatieven afweging Alternatieven voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling zijn overwogen. Hierbij is gekeken naar: • een andere locatie voor de ontwikkeling • een andere werkwijze om de werkzaamheden uit te voeren • een andere inrichting voor het plangebied • Een andere periode of fasering van de werkzaamheden Een alternatieve locatie voor de OV-hub is niet wenselijk, omdat de gekozen plek specifiek is aangewezen voor de ontwikkeling van dit knooppunt. Deze locatie is strategisch bepaald op basis van bereikbaarheid, bestaande infrastructuur en toekomstige mobiliteitsbehoeften. Momenteel beschikt Urk niet over een centraal busstation, wat betekent dat inwoners van het dorp langere afstanden moeten afleggen om toegang te krijgen tot openbaar vervoer.

Dit kan leiden tot extra reistijd, minder gebruiksgemak en mogelijk een verminderde toegankelijkheid van het OV, vooral voor groepen zoals scholieren, forenzen en ouderen. Door de OV-hub op de geplande locatie te realiseren, wordt een efficiëntere en beter bereikbare overstapmogelijkheid gecreëerd, wat de regionale bereikbaarheid en mobiliteit op Urk ten goede komt. Er is geen alternatieve werkwijze mogelijk, omdat de werkzaamheden buiten het broedseizoen moeten plaatsvinden om verstoring van beschermde vogelsoorten te voorkomen. Om aan de ecologische richtlijnen en wetgeving te voldoen, is ervoor gekozen de geplande ontwikkeling pas in september 2025 te starten in plaats van in juli 2025. Dit zorgt ervoor dat er geen conflict ontstaat met de broedperiode en draagt bij aan de bescherming van de lokale biodiversiteit. Daarnaast is hergebruik van de bestaande bijgebouwen niet mogelijk, omdat deze qua hoogteligging niet passend zijn binnen de nieuwe ontwikkeling. Bovendien is uit een bouwkundige inspectie gebleken dat het hoofdgebouw in zeer slechte staat verkeert. Vanwege de gebrekkige constructie en mogelijke veiligheidsrisico's is besloten om het gebouw te slopen en ruimte te maken voor een nieuwe, duurzame ontwikkeling op deze locatie. Een alternatieve inrichting van het projectgebied is niet mogelijk, omdat meerdere varianten zijn onderzocht en uitgewerkt.

In geen van deze scenario's bleek het mogelijk om de bestaande bijgebouwen te behouden zonder afbreuk te doen aan de functionele en ruimtelijke eisen van het project. De indelingsmogelijkheden zijn zorgvuldig afgewogen op basis van technische, ecologische

Blodnummer

7 Ons kenmerk:

3403735

en stedenbouwkundige aspecten, maar geen van de alternatieven bood een haalbare oplossing waarbij de bijgebouwen op een passende manier konden worden ingepast. Daarom is gekozen voor de huidige inrichting, die het best aansluit bij de doelstellingen van de ontwikkeling. Vanwege de grote behoefte aan een centrale OV-hub is het niet wenselijk om de werkzaamheden in een andere periode uit te voeren of gefaseerd te laten plaatsvinden. Een uitstel of gefaseerde aanpak zou leiden tot vertragingen in de realisatie van deze belangrijke OV-knooppunt, waardoor de bereikbaarheid en efficiëntie van het openbaar vervoer in de regio langer onder druk blijven staan. Door de werkzaamheden in één aaneengesloten periode uit te voeren, kan de OV-hu b sneller operationeel zijn en direct voorzien in de mobiliteitsbehoefte van de inwoners en reizigers. Ad. 2: Wettelijk belang De huismus en boerenzwaluw zijn beschermd volgens de vogelrichtlijn (art. 11. 37 Bal). Voor de huismus en boerenzwaluw wordt deze activiteit aangevraagd in het belang van Volksgezondheid en openbare veiligheid (Art. 8.74j, lid 1, onderdeel b.1 Bkl). De bunzing is een nationaal beschermde soort en valt binnen de categorie "andere soorten" (art. 11.54 Bal). Voor de bunzing wordt deze activiteit aangevraagd in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, inclusief gebruik (Art 8.74L, lid 1, onderdeel b Bkl).

Noodzaak OV-hub en aanpassing ruimtelijke inrichting Urk groeit de komende jaren richting het oosten. Behalve de ene halte aan de Michiel de Ruyterallee, zijn er in de Oranjewijk en ZHW geen bushaltes. Bovendien stopt de belangrijkste en meest gebruikte buslijn (141) niet bij de halte langs de Michiel de Ruyter allee. Dit alles is beschreven in de Visie op openbaar busvervoer op Urk (april 2019). De OV-hub moet het centrale opstappunt worden waar inwoners op alle lijnen in kunnen stappen. Door te zorgen voor voldoende fietsstalplaatsen en extra voorzieningen, moet de OV-hub vooral op de lange termijn een aantrekkelijk en centraal opstappunt worden. Hiermee is de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling afdoende onderbouwd. In het belang van volksgezondheid en openbare veiligheid Uit het rapport van Landschapsbeheer Flevoland (Landschapsbeheer Flevoland, 2023) is gebleken dat het huidige voegwerk van object niet meer voldoet aan de landelijk toegepaste eisen voor voegwerk in de buitensituatie. Ook zijn in de kopgevels te weinig spouwankers aanwezig. In de huidige staat vormt de bebouwing een risico voor de openbare veiligheid. In het recente verleden hebben zich instortingen voorgedaan van het gevelmetselwerk van met name hoge (woon)gebouwen ("baksteenregen").

De oorzaak van deze instortingen bleek te liggen in een sterke achteruitgang van de kwaliteit van het metselwerk, meestal gecombineerd met al dan niet ernstige corrosie dan wel volledig functieverlies van de spouwankers. Door uitvoeren van de beoogde werkzaamheden wordt dit risico voor de openbare veiligheid weggenomen. Wij achten het wettelijk belang hiermee afdoende onderbouwd.

Ad. 3: Gunstige staat van instandhouding Huismus De landelijke staat van instandhouding is voor de huismus beoordeeld als ongunstig-ontoereikend. De huismus komt voor in vrijwel alle atlasblokken van Nederland. Omdat het aantal atlasblokken met voorkomen van de huismus in de afgelopen 10 jaar niet substantieel is veranderd is de trend beoordeeld als stabiel. De soort komt overal voor met uitzondering van gebieden waar bebouwing ontbreekt of in wijken waar geen nestgelegenheid en/of voedsel aanwezig is. De soort heeft veel profijt van een gevarieerde, liefst wat rommelige, omgeving met siertuinen, groentetuinen, kleinschalige kippenhouderij en braakliggende gronden. Deze omstandigheden zijn steeds minder aanwezig binnen het stedelijk gebied. Leefgebieden voor de huismus nemen af door verstening en gebrek aan nestgelegenheden. De populatie huismussen is sinds 1975 ongeveer gehalveerd,

Bladnummer

8 Ons kenmerk:

3403735

versnipperd geraakt en kleiner geworden. De soort lijkt zich in het jaar 2000 weer te stabiliseren (Sovon 2022). Ook laat de laatste tien jaar een licht herstel als broedvogel zien (<5% toename per jaar). De stadsvogelbalans 2022 laat echter een andere trend zien. Vogelsoorten, waaronder de huismus, kenmerkend voor de groene leefomgeving in de stad gaan in aantal achteruit. Dit impliceert dat het groen in oppervlakte en/of kwaliteit is afgenomen. De huizenbroeders zijn gemiddeld met 10% achteruitgegaan. De provincie Flevoland heeft een relatief laag aantal huismussen in vergelijking met andere provincies (Nationale Databank Flora & Fauna, 2025). Binnen het projectgebied zijn 12 nestlocaties aangetroffen van huismus, welke kunnen dienen als nest- en rustlocatie. Om de gunstige staat van instandhouding van huismus binnen het projectgebied te waarborgen, worden afdoende mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. De gunstige staat van instandhouding komt niet in het geding. Boerenzwaluw De staat van instandhouding van de boerenzwaluw als broedvogel in Nederland wordt beoordeeld als 'gunstig'(Sovon, 2020). De landelijke trend laat een significante toename zien in de periode 1990-2017.

Over een langere termijn blijkt de soort sterk in aantal achteruit te zijn gegaan, als gevolg van, onder andere, pesticiden gebruik, intensivering en schaalvergroting van de landbouw en verminderde nestgelegenheid door nieuwe, dichte schuren. Binnen het projectgebied zijn 2 nestlocaties aangetroffen van boerenzwaluw, welke kunnen dienen als nest- en rustlocatie. Om de gunstige staat van instandhouding van boerenzwaluw binnen het projectgebied te waarborgen, worden mitigerende en compenserende maatregelen getroffen. Als gevolg van de werkzaamheden wordt er onder de brug tegenover het projectgebied meer nestgelegenheid gecreëerd. Hierdoor komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding. Bunzing I n 1994 lag het geschatte aantal individuen tussen de 36.000 en de 126.000 individuen. Er zijn geen

precieze gegevens van de bunzingstand bekend in Nederland. De landelijke staat van instandhouding wordt ingeschat als ongunstig tot slecht. De bunzing komt verspreid voor over het hele land (met uitzondering van de Waddeneilanden). De soort vertoont in het NEM-meetnet 'Dagactieve Zoogdieren' over de periode 1997-2013 een negatieve trend. Op basis van waarnemingen is te zien in de periode 1950 - 2006 dat de bunzing met bijna 30% is afgenomen. De populatietrend is niet te bepalen door de afwezigheid van een jaarlijkse systematische telling. De soort heeft voorkeur aan landschappen waar houtwallen, greppels en sloten staan. Als dag rustplaats worden voornamelijk bestaande holen, takken- en steenhopen, duikers en rommelschuurtjes gebruikt. De soort komt ook voor in bebouwde omgevingen met veel groen. De bunzing is een soort dat goed kan zwemmen en duiken. De soort verplaatst zich langs lijnvormige elementen. Binnen het projectgebied kan de soort zich verplaatsen langs de bosschages en watergangen. Er is geen goed beeld van de staat van instandhouding van de bunzing in Flevoland (Provincie Flevoland,2021). De trend in Flevoland is vergelijkbaar met de rest van Nederland. De soort komt met name voor in de Oostvaardersplassen, Lelystad en het Kuinderbos. De soort neemt af in OostFlevoland en de Noordoostpolder.

Met de geplande mitigatie/compensatie gaan de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot verlies van verbindende lijnvormige elementen. De geplande beplanting versterkt de huidige elementen en zorgt voor jaarrond dekking waardoor naast leefgebied ook migratieroutes beschikbaar zijn. Ook is de beplanting en dekking aantrekkelijker voor prooisoorten wat leidt tot voldoende voedselaanbod. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarmee naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van de bunzing. Mitigatie De volgende mitigerende maatregelen worden voorgesteld:

Bladnummer

9 Ons kenmerk:

3403735

Huismus Ecologische begeleiding De werkzaamheden vinden plaats, waar nodig, onder toezicht van een deskundig ecoloog. Verder wordt er gewerkt met een ecologisch werkprotocol om negatieve effecten op overige beschermde soorten te voorkomen. Kwetsbare periode Bij de uitvoering van de werkzaamheden (ongeschikt maken) wordt rekening gehouden met de meest kwetsbare periode van de huismus (Tabel 7.1). Deze loopt van 1 maart tot 1 september. Werkzaamheden zullen dus enkel plaatsvinden tussen 1 september en 1 maart rekening houdend met koude periode en/of vervolglegsel, dit wordt beoordeeld door een deskundig ecoloog. Naast rekening te houden met de gewenningsperiode zullen ook de huidige verblijfplaatsen tijdig ongeschikt gemaakt worden, dit conform het kennisdocument huismus (B1112, 2023). Middels deze manier van werken vindt er geen verstoring plaats in het broedseizoen (de meest kwetsbare periode voor huismus). Na het ongeschikt maken van het pand vindt een controle plaats om te bepalen of het pand natuurvrij is. Deze controle wordt vastgelegd in een logboek. Oorspronkelijke situatie • Binnen het projectgebied zijn 7 nesten aangetroffen. Mitigerende- en compenserende maatregelen huismus • Sloop vindt plaats buiten kwetsbare periodes • De werkzaamheden wordt in fases uitgevoerd. • In fase 1 worden de 2 kleinste schuren gesloopt. Sloop vindt plaats van in de eerste helft van 2026.

In de deze schuren bevinden zich in totaal 2 huismusnesten. • Ter mitigatie van deze nesten worden voor 1 juni 2025 2 tijdelijke huismuskasten met elk 2 nestgelegenheden opgehangen aan het zuidelijke gebouw (Afbeelding 7.1). Het gaat om 2 kasten van het type Unitura HMT2. Deze kasten hebben elk 2 nestgelegenheden. • Fase 2 van de werkzaamheden is de bouw van de nieuwe gymzaal. In deze gymzaal worden minimaal 14 huismuskasten geplaatst. Dit is ter compensatie van de in totaal 7 gevonden nesten. De nieuwbouw start rond de 2e helft van 2025 en is afgerond rond de 2e helft van 2026. • In fase 3 van de werkzaamheden wordt het zuidelijke gebouw gesloopt. Sloop vindt plaats rond de 2 helft van 2027. Dit is een jaar na de afronding van de gymzaal en daarmee is ook de benodigde gewenningstijd voor alle gecompenseerde huismusnesten in acht genomen. • De huismuskasten worden binnen 200 meter van de oorspronkelijke nestlocatie opgehangen. • De huismuskasten zijn minimaal 50cm van elkaar vandaan opgehangen en op tenminste drie meter hoogte. • Om huismussen voldoende tijd te geven om de alternatieve nestlocaties te ontdekken wordt rekening gehouden met de gewenningsperiode van minimaal drie maanden voorafgaand aan de werkzaamheden. • De huismuskasten moeten minimaal 3 maanden voor de start van de beoogde werkzaamheden zijn opgehangen.

Dit betekent dat deze voor 1 juni 2025 worden opgehangen. Boerenzwaluw Ecologische begeleiding De werkzaamheden vinden plaats, waar nodig, onder toezicht van een deskundig ecoloog. Verder wordt er gewerkt met een ecologisch werkprotocol om negatieve effecten op overige beschermde soorten te voorkomen. Oorspronkelijke situatie • Binnen het projectgebied zijn 12 boerenzwaluw nesten aangetroffen. Mitigerende- en compenserende maatregelen • Sloop vindt plaats buiten kwetsbare periodes • In fase 1 worden de 2 kleinste schuren gesloopt. Sloop vindt plaats van in de l e helft van 2026.

Bladnummer 10 Ons kenmerk:

3403735

In de deze schuren bevinden zich in totaal 10 boerenzwaluwnesten. • Ter mitigatie van deze nesten wordt voor 1 juli 2025 permanente nestgelegenheid gerealiseerd onder de nabijgelegen brug over de Urkervaart. Het gaat hierbij om houten planken geschikt voor boerenzwaluwen om zelf nesten te bouwen. Deze planken bieden ruimte voor minimaal 24 alternatieve verblijfplaatsen die de boerenzwaluwen zelf kunnen maken. • Bij de sloop van de zuidelijke schuur in de 2e helft van 2027 is de mitigatie en compensatie voor de boerenzwaluwnesten daarom ook al gerealiseerd. Bunzing Om het verlies aan mogelijk aanwezige verblijfplaatsen te compenseren worden voorafgaand aan de werkzaamheden alternatieve verblijfplaatsen aangeboden. Oorspronkelijke situatie Er zijn geen verblijfplaatsen van de bunzing (Mustela putorius) aangetroffen tijdens het aanvullend onderzoek. Daarentegen is er wel een geschikt habitat aangetroffen van deze soort. De soort kan niet worden uitgesloten door de aanwezigheid van de watergang en de bosschages rondom het projectgebied. Compenserende maatregelen Voor deze soort moet er gecompenseerd worden met het oog op (tijdelijke) vermindering van groene structuren binnen het projectgebied. Om dit te ondervangen kan er gebruik gemaakt worden van een takkenhoop met een bunzingkast. Van Unitura kan de BNZT1 Bunzingkast gebruikt worden.

Er wordt aangeraden om 1 kast te plaatsen om de mogelijk aanwezige bunzing een verblijfplaats bieden. Deze kast kan in de bosschages geplaatst worden die behouden blijven of in de nieuw aangeplante groenstructuren. De kast moet onder blad- of takkenhopen geplaatst worden, zodat het een beschutte verblijfplaats voor de bunzing creëert. Bovenwettelijke maatregelen Vleermuisvoorzieningen worden als bovenwettelijke maatregel gerealiseerd in de sporthal die in het projectgebied gebouwd gaat worden. Voor vleermuizen zijn er geen verblijven die gemitigeerd of gecompenseerd moeten worden. Om in de nieuwbouw bovenwettelijke maatregelen te willen treffen, biedt dat ook mogelijkheden voor inbouwkasten. De kasten die hiervoor gebruikt kunnen worden zijn van Vivara Pro Type IB VL 33 Vleermuis inbouwkast. Het aantal kasten dat in de sporthal ingebouwd kan worden hangt af van de plaatsing van de ingebouwde huismuskasten en hoeveel beschikbare ruimte er overblijft. B.5 Conclusie De aangevraagde vergunning past binnen de wettelijke regels. Er zijn geen permanente effecten op de gunstige staat van instandhouding van de huismus, boerenzwaluw en bunzing te verwachten. De aanvraag past binnen de door de provincie Flevoland vastgestelde beleidsregels. Wij zijn van mening dat de gevraagde vergunning voor de beoogde situatie kan worden verleend.

Mogelijk heeft u ook nog een vergunning nodig voor een van de andere activiteiten genoemd in artikel 5.2 van de Omgevingswet. Kennisgeving en afschriften C. Van dit besluit zal conform artikel 3.42 tweede lid van de Algemene wet Bestuursrecht door ons kennis worden gegeven door middel van publicatie op de website van de provincie Flevoland. Afschriften van dit besluit worden verzonden aan: • Omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek t.a.v. de afdeling handhaving.

Bladnummer

11 Ons kenmerk:

3403735

D. Bezwaar Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na datum van verzending van deze brief schriftelijk bij ons bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend te zijn en voorzien van uw naam en adres, dé datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Nadere informatie over de bezwaarprocedure treft u aan in het hierna volgende informatieblad. E.

Ondertekening

Hoogachtend, Gedeputeerd- Staten van Flvoland, namens de e Manager ex uur i/a

J. vanider

Bladnummer

12 Ons kenmerk:

3403735

Bijlage 1: overzicht mitigerende maatregelen

Kaart met vervangende kasten voor huismus

Figuur met plekken onder de brug (oranje lijnen) waar boerenzwaluwen kunnen nestelen

Bladnummer

13 Ons kenmerk:

3403735

Locatie takkenhoop met bunzingkast

Bladnummer

14 Ons kenmerk:

3403735

Bijlage 2: Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland Bezwaar Tegen onze besluiten kunt u op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na datum van verzending ervan bij ons schriftelijk bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend en voorzien te zijn van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. U dient het bezwaar in op onze website https: / /www.flevoland.nl/loket/producten / bezwaar-tegen-beslissing-provincie-6365. Verzoek om voorlopige voorziening Wanneer u van mening bent dat, in afwachting van de behandeling van uw bezwaarschrift, een voorlopige voorziening moet worden getroffen, kunt u een verzoek daartoe indienen bij de voorzieningenrechter. Het adres is Rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, voorlopige voorzieningen, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Uw verzoek om voorlopige voorziening wordt pas in behandeling genomen wanneer u griffierecht heeft betaald. De rechtbank laat u weten hoe hoog het griffierecht is en op welke wijze u dit kunt overmaken. Overslaan van de bezwaarschriftenprocedure Op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht kunt u in uw bezwaarschrift aangeven dat u de bezwaarschriftenprocedure wilt overslaan en rechtstreeks in beroep wilt gaan bij de bestuursrechter.

In artikel 7:1 a tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat wij een dergelijk verzoek in ieder geval moeten afwijzen wanneer: A) het bezwaarschrift is gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit. B) tegen het besluit door een andere belanghebbende ook een ander bezwaarschrift is ingediend waarin zo' n verzoek niet is gedaan en dit bezwaarschrift ontvankelijk is. Wij stemmen alleen in met het verzoek om de bezwaarschriftenprocedure over te slaan, wanneer de zaak daarvoor geschikt is. Wanneer dit het geval is, zenden wij het bezwaarschrift door aan de bevoegde rechter. Proceskostenvergoeding Tot slot wijzen wij u er nog op dat u op grond van artikel 7:15, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht bij ons - voordat wij een besluit hebben genomen op uw bezwaarschrift - een verzoek kunt indienen om de kosten die u redelijkerwijs in verband met de behandeling van uw bezwaarschrift moet maken, te vergoeden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om kosten van rechtsbijstand, kosten van een getuige/deskundige; reis- en verblijfkosten, kosten van uittreksels uit openbare registers, telefoongesprekken. Bij het indienen van zo'n verzoek moet u het bedrag van de vergoeding aangeven en stukken overleggen waaruit blijkt dat u deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt.

Bij het besluit dat wij op het bezwaarschrift nemen, wordt tegelijkertijd een besluit genomen op een ingediend verzoek om vergoeding van de kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=57cc2d63-9c2e-479c-ba42-2bdabb98892a