CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Ecologisch onderzoek

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente UrkBij agendapunt: Vaststelling Tam-IMRO plan OV-Hub hs 22a5.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

November 2023 Zorg voor ons landschap

Burgerparticipatie Landschapsbeheer stimuleert betrokkenheid van bewoners bij de natuur en het landschap in de eigen leefomgeving. Samen verantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de eigen ‘achtertuin’.

Landschap Singels, laanbomen, bermen, dijken, dorpsbossen, weilanden, akkers, stedelijk groen en groot open water zijn dragers van het landschap. Beheer, behoud en ontwikkeling van deze landschapselementen dragen bij aan de beleving van ons landschap.

Cultuurhistorie en Aardkunde De geschiedenis van Flevoland heeft mens en landschap bepaald. Om de eigen leefomgeving goed te begrijpen speelt kennis van het ontstaan van het gebied een belangrijke rol.

Soortenbeheer In het Flevolandse landschap horen tal van plant- en diersoorten. De (tijdelijke) aanvullende maatregelen die Landschapsbeheer uitvoert, dragen bij aan het realiseren van een zelf functionerend ecosysteem. Titel Auteur Datum Rapportnr

: Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk : Landschapsbeheer Flevoland : november, 2023 : LBF-2023-0

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03, 8232 JP Lelystad t: 0320-294939 e: flevoland@landschapsbeheer.net www.landschapbeheerflevoland.nl

2 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 4 Doel ..................................................................................................................................................... 4 2. Materiaal-methode............................................................................................................................. 5 2.1. Natura 2000 ............................................................................................................................... 5 2.2. Natuur Netwerk Nederland ........................................................................................................ 5 2.3. Bosopstanden ............................................................................................................................. 5 2.4. Beschermde soorten .................................................................................................................. 5 2.4.1 Bureaustudie. ....................................................................................................................... 5 2.4.2. Veldwerk............................................................................................................................... 5 3.

Resultaten .......................................................................................................................................... 9 3.1. Wet natuurbescherming – effect op doelsoorten Natura 2000 .............................................. 9 3.2. Wet natuurbescherming – bosopstanden .............................................................................. 11 3.3. Wet natuurbescherming- beschermde soorten ...................................................................... 12 3.3.1. Eerste analyse aanwezigheid beschermde soorten ........................................................ 12 3.3.2. Nader veldonderzoek ........................................................................................................ 15 3.4. Effecten op het Natuur Netwerk Nederland (NNN) ................................................................ 19 4. Hoe nu verder? ................................................................................................................................. 21 5. Literatuur ......................................................................................................................................... 22

3 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

1. Inleiding De gemeente Urk is voornemens om het terrein van de kinderboerderij aan de Urkerweg (figuur 1) anders in te richten. Daartoe zullen de bestaande gebouwen en bomen waarschijnlijk verdwijnen. Voorafgaand aan de herinrichting wil de gemeente Urk weten welke beschermde natuurwaarden wellicht aangetast worden door de ontwikkeling zodat zij maatregelen kan nemen om deze aantasting te compenseren. Figuur 1: Onderzoeksgebied Kinderboerderij Urk

De Wet natuurbescherming (Wnb) staat in deze effectbepaling centraal. Deze wet beschermt meerdere natuuraspecten. Het betreft: • gebieden (in de vorm van Natura2000 gebieden) • houtopstanden • stikstofdepositie • beschermde soorten Daarnaast zijn er gebieden aangewezen met bijzondere natuurwaarden middels het Natuur Netwerk Nederland. Voor deze gebieden zijn de specifieke natuurwaarden beschreven middels de ‘wezenlijke kenmerken en waarden’.

Doel Dit onderzoek zal gaan over de effecten op: • de soorten die van wezenlijk belang zijn voor de soorten van nabijgelegen Natura2000 gebieden en in hoeverre de werkzaamheden effect kunnen hebben op die doelstellingen van het Natura200 gebied. • de houtopstanden. • de beschermde soorten. • De mogelijke effecten op het Natuurnetwerk Nederland Een stikstofberekening middels Aerius is NIET opgenomen in deze rapportage. De gemeente Urk zal deze separaat moeten laten uitvoeren.

4 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

2. Materiaal-methode 2.1. Natura 2000 Middels de website https://www.natura2000.nl/gebieden/flevoland kan bekeken worden welke Natura2000 gebieden in de directe omgeving aanwezig zijn. Van elk Natura2000 is er een beschrijving van het terrein en de welke natuurwaarden van belang zijn. Op basis van de natuurwaarden en de ecologie van de betreffende soorten wordt bepaald of de geplande ruimtelijke omwikkeling effect heeft deze doelstellingen.

2.2. Natuur Netwerk Nederland Op de website van de Provincie Flevoland met kaartmateriaal (https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=23fe78c756dd46439d4f7da795d 4c765) zijn de contouren van het NatuurNetwerk in Flevoland zichtbaar. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn per gebied beschreven. Er wordt een ecologische inschatting gemaakt of de geplande werkzaamheden in het studiegebied effect kunnen hebben op die wezenlijke kenmerken en waarden. Omdat het studiegebied buiten de begrenzing van het NNN-netwerk ligt betreft het uitsluitend de externe werking van de geplande ontwikkeling op deze waarden.

2.3. Bosopstanden Voor de bosopstanden verschilt de regelgeving of het onderzoeksgebied ligt binnen of buiten de bebouwde kom. Het betreft de definitie zoals die speciaal is vastgelegd door een gemeente voor bosopstanden. In dit geval is het dus noodzakelijk om inzicht te hebben hoe de gemeente Urk dit vastgelegd heeft. Voor de bosgebieden in de bebouwde kom gelden de lokale regels. Voor de bosgebieden gelden de regels van de Provincie.

2.4. Beschermde soorten 2.4.1 Bureaustudie. Op basis van expert judgement en waarnemingen in de Nationale Databank Flora en Fauna wordt bepaald welke beschermde soorten in het studiegebied voor kunnen komen. Gezien de geplande werkzaamheden is vervolgens bepaald of de werkzaamheden de beschermde soorten kunnen schaden. Voor deze soorten is dan nader onderzoek nodig. 2.4.2. Veldwerk Op basis van de eerste analyse van de mogelijk aanwezige beschermde soorten vragen vooral de soorten die niet vrijgesteld aandacht (in vet in tabel ). Veldbezoek: Een veldbezoek aan het gebied was nodig om: • meer inzicht te krijgen in de broedende vogels en dan in het bijzonder : o Roofvogels en uilen. Gezocht is naar nestlocaties in de aanwezige bomen en naar mogelijkheden voor kerkuil in de bestaande schuren o Bekeken is of er kansen zijn voor huiszwaluw aan buitenzijde gebouwen en zo ja hoeveel nesten het betreft o Bekeken is of er kansen zijn voor boerenzwaluw in de schuren en zo ja hoeveel nesten het betreft o Bekeken is of er kansen zijn voor broedende huismussen en zo ja hoeveel nesten het betreft o Meer inzicht in de kans op aanwezige holenbroeders in bomen. De bomen zijn bekeken op holtes. Enerzijds om te achterhalen of grote bonte specht 5 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

o

of spreeuw er broedt, anderzijds om het vleermuisonderzoek beter te kunnen inplannen. Een uitspraak te doen over de mogelijke aanwezigheid van otter, kleine marterachtigen, steenmarter en rugstreeppad.

De gevraagde onderzoeksinspanning voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen is vastgelegd in een soortenstandaard (BIJ12). Op basis van deze soortenstandaard dient de volgende onderzoeksinspanning uitgevoerd te worden: Huismus: Gierzwaluw:

Vleermuizen:

Twee bezoeken in de periode 1 april - 15 mei. Onderzoek vindt overdag (9.00 - 16.00 uur) plaats, het liefst bij zonnig weer. Drie bezoeken in de periode 1 juni - 15 juli. Onderzoek vindt plaats bij het invliegen in de avondschemer. Landschapsbeheer heeft een extra onderzoek afgelegd voor gierzwaluw. Indien bij het eerste bezoek geen aanleiding is te veronderstellen dat de gierzwaluw er broedt (bijvoorbeeld om dat helemaal geen dieren gezien worden) wordt het onderzoek afgebroken. Twee bezoeken in de periode 15 mei - 15 juli Twee bezoeken in de periode 15 augustus - 1 oktober Rond 15 augustus ook een onderzoek naar mogelijke massawinterverblijven. Onderzoek vindt bij voorkeur plaats in de ochtendschemer (invliegen) m.u.v. het zoeken naar massawinterverblijven dat in de middernacht plaatsvindt.

Huismus Voor de huismus wordt in het voorjaar gezocht naar een zonnige dag met relatief hoge temperaturen. Het gebied wordt geïnventariseerd door alle territorium indicerende dieren te noteren. Het betreft vooral tjilpende mannetjes, parende mussen, mussen die voer brengen, maar ook dieren die nestmateriaal onder het dak aanbrengen of waarvan de nesten gedeeltelijk zichtbaar zijn. Zeker in open schuren zal ook gekeken worden in de gebouwen. Door het koude voorjaar is het onderzoek laat opgestart en om die reden is ook een derde ronde toegevoegd. Het onderzoek naar boerenzwaluw en huiszwaluw kan meteen meeliften op dit onderzoek. Gierzwaluw Bij de gierzwaluw vindt het veldwerk plaats in de avond totdat het donker wordt. Ook hier wordt het studiegebied onderzocht waarbij in de eerste rondes vooral gekeken wordt of de gierzwaluw überhaupt aanwezig is. Afhankelijk van het aantal gierzwaluwen krijgen delen van het onderzoeksgebied meer of minder aandacht. Afhankelijk van het aantal vogels wordt besloten of er een keer vaker geïnventariseerd moet worden, om een goed beeld te krijgen. In tegenstelling tot de vleermuizen zwermen gierzwaluwen niet, ze vliegen vaak laag over een dak en plots vliegen ze hun nestplaats in. In dit onderzoek is bij de eerste ronde bepaald dat de gierzwaluw hier niet zal en kan broeden.

Het onderzoek naar boerenzwaluw en huiszwaluw kan meteen meeliften op dit onderzoek. Vleermuizen Voor het inventariseren van een groter gebied is inventariseren in de ochtend noodzakelijk. In de schemer zijn de dieren ongeveer een halfuur aan het zwermen bij de invliegopening aan een woning (bijvoorbeeld een dakrand, of spouwventilatie-opening of loodflap). In dit halfuur moet de onderzoeker deze locatie dus passeren om het verblijf te kunnen vinden. Ruim voor de start van de schemer zijn de onderzoekers in het gebied en gaan op zoek naar de zwermende dieren. Elke

6 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

plek in het onderzoeksgebied wordt minimaal 3 keer bezocht. De plek waar het laatste dieren zijn aangetroffen wordt vaak nog eens extra gecontroleerd. Meervleermuis, laatvlieger en gewone dwergvleermuis zijn de belangrijkste huisbewonende vleermuissoorten van Flevoland. Ook de ruige dwergvleermuis wordt regelmatig in huizen aangetroffen. Het tijdstip waarop de dieren inzwermen verschilt. Meervleermuis vroeg in de schemer, dwergvleermuizen laat in de schemer en laatvlieger ertussen in. Omdat we altijd voor de start van de schemer in het gebied zijn, zouden we alle drie de soorten moeten kunnen aantreffen. In bijlage 1 staan de data weergegeven waarop het onderzoek heeft plaatsgevonden. Voor het vleermuisonderzoek geldt tevens het volgende: De temperaturen waren altijd boven de 10°C in de periode mei-augustus en boven de 7°C in september, er was geen neerslag en de wind was minder dan 5 Bf. Dwergvleermuizen zwermen in de ochtendschemer gedurende ongeveer een half uur nabij de verblijfplaats alvorens binnen te gaan. Dit is een ideaal tijdstip om een verblijfplaats van een vleermuis te vinden. In de paartijd roepen de mannetjes van de gewone dwergvleermuis in de ochtend vooral vanuit de paarplek en de mannetjes roepen nauwelijks meer vliegend, wat in de avond vaak het geval is. Vleermuizen worden geïnventariseerd met vleermuisdetectoren.

Tijdens het onderzoek is door verschillende medewerkers van Landschapsbeheer gebruik gemaakt van de volgende apparatuur Petterson 100, Petterson D240x, Batlogger en Skye 200. Het onderscheid tussen een kraamkolonie, zomerverblijf en paarverblijf is enerzijds afhankelijk van het aantal dieren en/of de periode van het jaar: • Aantal dieren > 10 in periode mei - 15 juli is een kraamkolonie • Aantal dieren < 10 in periode mei - 15 juli of geen roepactiviteit in periode 15 juli - 1 oktober is een zomerverblijf • Roepend dier in de periode 15 juli - 1 oktober is paarverblijf. Rugstreeppad Voor de rugstreeppad worden in de avondschemer en/of nacht 3 veldbezoeken gebracht in de periode 15 maart-15 juli. Daarbij wordt geluisterd naar kooractiviteit. Voorkeur om een bezoek te realiseren om een warme, vochtige avond.

7 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

Tabel 1: Data waarop onderzoeken hebben plaatsgevonden per soort(groep).

huismus gierzwaluw vleermuis rugstreeppad

8-mei 22-mei 23-mei 5-jun 6-jun 6-jun 20-jun 18-aug 18-aug 7-sep

x x

extra info

x x x

13°

x

15°

x x x x x

19° 16°

x

15°

8 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

3. Resultaten 3.1. Wet natuurbescherming – effect op doelsoorten Natura 2000 Westelijk van het onderzoeksgebied ligt het Natura2000 gebied IJsselmeer, oostelijk van de Ketelbrug ligt het Natura2000 gebied Ketelmeer & Vossemeer (figuur 2). Op grotere afstand ligt het Zwarte meer en het meer stikstofgevoelige De Wieden.

Figuur 2: Het onderzoeksgebied in relatie tot Natura2000 gebieden in de omgeving.

Binnen dit onderzoek wordt uitsluitend gekeken naar de effecten op de (fauna)doelstellingen en niet op de mogelijke stikstofeffecten. Dit onderdeel wordt separaat onderzocht. Gezien de geringe grootte van het onderzoeksgebied en de afstanden tot de verschillende Natura2000 gebieden ligt alleen een ecologische relatie met het IJsselmeer voor de hand. De meeste doelsoorten van het IJsselmeer hebben een relatie met de omstandigheden die het gebied zelf biedt. Voor de natuurwaarden in het Natura2000 gebied heeft de sloop van het gebouw en de nieuwe ontwikkeling (op afstand van het Natura2000 gebied zelf) daardoor geen effect. Zeker voor de vegetatietypen heeft de aanleg van de ontwikkeling geen direct effect. Voor de aangewezen broedvogels heeft de aanleg ook geen effect het gebouw en de omliggende gronden voor geen van de broedvogels van het Natura2000 gebied essentieel is. Bij de niet-broedvogels zijn ook geen soorten aanwezig die in het onderzoeksgebied voorkomen. Naast de vogels zijn er ook enkele habitatrichtlijnsoorten die een plek moeten krijgen in het Natura2000 gebied. Daarvan is alleen de meervleermuis van belang voor dit project. De 9 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

doelstelling is dat de meervleermuispopulatie van het IJsselmeergebied gelijk blijft. De meervleermuis huist echter niet in het Natura2000 gebied zelf maar moet elke nacht van het vaste land het IJsselmeer opvliegen. Daarvoor zijn vliegroutes van wezenlijk belang van de verblijfplaats naar het IJsselmeer. Maar ook van de verblijfplaats naar andere jachtgebieden want bij sterke wind foerageert de meervleermuis niet of minder op het IJsselmeer maar op andere beschutte waterrijke gebieden in de polder, waaronder de Urkervaart. Over het belang van de Urkervaart is wel enige informatie. Dieren van kraamkolonies uit Kuinre gebruiken de Urkervaart om tot minimaal Urk te komen (Reinhold, 2007) en ook later is aangetoond dat er meervleermuizen gebruik maken van de Urkervaart als verbindingsroute (Reinhold 2018). Ook de kraamkolonie van Urk (gevonden in 2020 (van der Hout & van Leeuwen, 2020) en met 64 dieren in 2023) zal gebruik maken van de Urkervaart, zeker als het een winderige nacht betreft. Dieren van beide verblijven maken dus onderdeel uit van de foeragerende dieren op het Natura2000 gebied IJsselmeer. De ontwikkeling in het onderzoeksgebied heeft echter geen invloed op de passerende meervleermuizen boven de nabijgelegen Urkervaart. Tussen het onderzoeksgebied en de Urkervaart ligt nog de Urkerweg en de groenstrook met hoge beplanting.

Daardoor zal een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het onderzoeksgebied geen invloed uitoefenen op de vliegroutes boven de Urkervaart.

10 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

3.2. Wet natuurbescherming – bosopstanden Onderscheid moet gemaakt worden in de bosopstanden binnen en buiten de bebouwde kom. Daarbij is het de gemeente Urk die bepaalt waar de precieze begrenzing loopt. Bomen binnen de bebouwde kom zijn dan de verantwoordelijkheid van de gemeente zodat een kapvergunning o.i.d. via de gemeente verloopt. Kappen van bomen buiten de bebouwde kom vallen onder de verantwoordelijkheid van de Provincie via de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden. Raadpleging van het bestand bij de gemeente Urk leert dat alle bomen op haar grondgebied binnen de bebouwde kom staan (figuur 3). De kapmelding dient dus te verlopen via de gemeente Urk.

Figuur 3: Begrenzing van de houtopstanden. In oranje valt 'buiten de bebouwde kom', het overige gebied valt binnen de 'bebouwde kom' (art 4.1a Houtopstanden). Bron gemeente Urk 19 feb 2019.

11 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

3.3. Wet natuurbescherming- beschermde soorten 3.3.1. Eerste analyse aanwezigheid beschermde soorten Onderstaande tabel beschrijft een eerste quick-scan van de mogelijk aanwezige beschermde soorten (bureaustudie). Uiteindelijk moet duidelijk worden of deze soorten daadwerkelijk aanwezig zijn en of zij hinder ondervinden van de geplande werkzaamheden. Middels veldonderzoek is dit nader onderzocht. Tabel 2 (Mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten in het studiegebied. Het betreft de beschermde planten en dieren volgens de Wet natuurbescherming zoals die mogelijk voorkomen in Flevoland onderverdeeld in het wetsartikel waarin de soort beschreven staat. De lijst is ruim geïnterpreteerd zodat bij de analyse of beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, er geen soorten vergeten worden. De beschermde nesten van enkele vogels zijn onderverdeeld in categorieën zoals de Provincie Flevoland die vastgesteld heeft januari 2021. 1=nesten die ook buiten het broedseizoen door vogels gebruikt worden; 2 nesten van honkvaste koloniebroeders; 3= nesten van honkvaste vogels; 4=vogels die jaarlijks zelfde nest gebruiken en niet of nauwelijks in staat zijn zelf een nest te bouwen; 5a=honkvaste nesten maar wel flexibel. In beginsel jaarrond beschermd tenzij ecoloog anders aantoont; 5b=honkvaste nesten maar wel flexibel. In beginsel niet jaarrond beschermd tenzij ecoloog anders aantoont.

Soortgroep broedende vogels nest 1 nest 1 nest 2 nest 2 nest 2 nest 3 nest 3 nest 3 nest 4 nest 4 nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a nest 5a

Nederlandse naam allen kerkuil steenuil gierzwaluw huismus roek boerenzwaluw grote gele kwikstaart torenvalk bosuil ransuil boomvalk buizerd havik oehoe ooievaar raaf rode wouw sperwer wespendief zwarte wouw

VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR

f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n n n n n n n n n n n n n

x x x x x

x x

x

x

x x x x x x

x

x x x x x

x x

x

x

12 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

nest 5a nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b nest 5b

zeearend blauwe reiger draaihals groene specht grote bonte specht huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht middelste bonte specht oeverzwaluw

VR VR VR VR VR VR VR VR VR VR

f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n n

nest 5b nest 5b nest 5b Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

spreeuw tapuit zwarte specht aardmuis bever boommarter bosmuis bosvleermuis bunzing damhert das dwergmuis dwergspitsmuis edelhert eekhoorn egel franjestaart gewone bosspitsmuis gewone dwergvleermuis gewone grootoorvleermuis haas hermelijn huisspitsmuis kleine dwergvleermuis konijn laatvlieger meervleermuis noordse woelmuis otter ree rosse vleermuis rosse woelmuis ruige dwergvleermuis steenmarter tweekleurige vleermuis veldmuis vos

VR VR VR

f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n

f f f f f f f f f

n n n n n n n n n

AS

x

AS AS

x

HR

HR AS AS AS AS AS AS AS AS

x x

AS

x

AS AS AS

x

x

HR HR HR

AS

x x x

AS

x

HR HR HR HR HR HR AS

x

HR AS HR AS AS

x x

n n n n n n n n n n n n n n n n

x x x x x x x

x x

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

x

x

x x

x x

x x x

x x x x x x x x x x x x

13 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Amfibiëen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Weekdieren Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Insecten Mossen Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten Planten

waterspitsmuis watervleermuis wezel woelrat wolf alpenwatersalamander bruine kikker gewone pad kamsalamander kleine watersalamander meerkikker bastaard kikker rugstreeppad vroedmeesterpad levendbarende hagedis ringslang zandhagedis beekprik grote modderkruiper houting kwabaal steur platte schijfhoren gevlekte witsnuitlibel grote vos grote vuurvlinder grote weerschijnvlinder noordse winterjuffer rivierrombout teunisbloempijlstaart sleedoornpage tonghaarmuts akkerboterbloem bergnachtorchis blaasvaren bruinrode wespenorchis geelgroene wespenorchis glad biggenkruid groensteel grote bosaardbei kluwenklokje muurbloem naakte lathyrus smalle raai stofzaad wilde ridderspoor wolfskers

AS HR AS AS

x

AS AS AS

x x

AS AS

x x

AS

x

HR

HR

HR HR AS AS HR AS AS

f f f f f f f f f f f

n n n n n n n n n n n

x x x x x x x x x x x

x x x x

f f f f f f

n n n n n

x x x x x x

x x

f

x x x

?

HR AS HR HR HR AS HR AS HR HR AS B AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS AS

f f ? f f f f f f f f? f f f f f f f f f f f f f f f f

n ? n n n n n n n ? n n

n n n n

n n

x ? x ? ? ? x ? x ? x x

x

x x x x x x x x x x x x x

14 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

Gebouwbewonende soorten Beschermde (en niet vrijgestelde) soorten die in gebouwen verblijven lopen binnen dit project een groot risico omdat de panden waarschijnlijk gesloopt gaan worden. Voor deze soorten is nader veldonderzoek derhalve nodig. Het gaat dan om kerkuil, gierzwaluw, huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw, spreeuw, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, grootoorvleermuis, steenmarter. Boombewonende soorten Beschermde soorten (en niet vrijgesteld) die in bomen verblijven lopen binnen dit project een reële kans om hinder te ondervinden omdat bomen gekapt gaan worden. Het gaat dan om buizerd, sperwer, ransuil, boomvalk, torenvalk, grote bonte specht, spreeuw, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en grootoorvleermuis. Soorten van ruigte Beschermde soorten die in ruigte kunnen voorkomen in bosstroken of oevers hebben, gezien de geplande werkheden, kans om hinder te ondervinden. Reden om in het veld ook aandacht te geven aan waterspitsmuis, otter, kleine marterachtigen en de teunisbloempijlstaart.

3.3.2. Nader veldonderzoek Kerkuil Er zijn tijdens de bezoeken aan de gebouwen geen sporen van de kerkuil aangetroffen. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort. Gierzwaluw Er zijn geen waarnemingen gedaan van de gierzwaluw. Onze verwachtingen waren al niet heel hoog maar voor de zekerheid is er een veldbezoek aan besteed. Bekeken wordt dan of er a: dieren boven de locatie blijven vliegen (als indicatie voor een mogelijke nestplek) b: of er daadwerkelijk dieren in de schemer invliegen. Beide situaties deden zich niet voor en ook de dakconstructie biedt de gierzwaluw ook geen kansen om te nestelen. Beide rechtvaardigt de conclusie dat er geen dieren broeden. Verder rekening houden met de gierzwaluw in de uitvoer is dan ook niet nodig. Huismus Er zijn 7 nesten aangetroffen van de huismus (figuur 4). De twee waarnemingen in het noordelijke deel van het gebied zijn beoordeeld als één territorium. De huismus is een vogelsoort waarvan de nesten vallen onder categorie 2 van de Wnb. Jaarrond beschermde nesten van een semikolonievogel.

15 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

De nesten zijn zowel in de gebouwen als onder het dak gevonden.

Figuur 4: Resultaten van de inventarisatie van de huismus.

De aanwezigheid van deze nesten gaat in het vervolgtraject zeker aandacht vragen. Deze nestplaatsen mogen niet zomaar verdwijnen. Bij een eventuele sloop van het gebouw moet ervoor gezorgd worden dat deze nesten op een andere plek in de directe omgeving weer gerealiseerd worden (wellicht tijdelijk en op een later moment structureel) Een ontheffing Wet natuurbescherming zal waarschijnlijk nodig zijn waarbij er per huidig nest 2 nesten voor retour moeten komen. Dit omdat het aanbieden van alternatieve nesten niet altijd succesvol is. Boerenzwaluw Er zijn 12 nesten aangetroffen van de boerenzwaluw (figuur 5). Het gaat om nesten die in de schuren aanwezig zijn. De boerenzwaluw is een vogelsoort waarvan de nesten vallen onder categorie 3 van de Wet natuurbescherming: Jaarrond beschermd nesten.

16 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

o

Figuur 5: Nesten van boerenzwaluw (rood) en huiszwaluw (blauw) in en om de gebouwen.

De aanwezigheid van deze nesten gaat in het vervolgtraject zeker aandacht vragen. Deze nestplaatsen mogen niet zomaar verdwijnen. Bij een eventuele sloop van het gebouw moet ervoor gezorgd worden dat deze nesten op een andere plek in de directe omgeving weer gerealiseerd worden (wellicht tijdelijk en op een later moment structureel). Een ontheffing Wet natuurbescherming zal waarschijnlijk nodig zijn waarbij er per huidig nest minimaal 2 nesten voor retour moeten komen. Dit omdat het aanbieden van alternatieve nesten niet altijd succesvol is. Torenvalk Er is geen nest aangetroffen van de torenvalk. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort. Buizerd Er is geen nest aangetroffen van de buizerd. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort. Boomvalk Er is geen nest aangetroffen van de boomvalk. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort. Grote bonte specht Er is geen nestholten aangetroffen van de grote bonte specht. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort. 17 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

Huiszwaluw Een van de drie gebouwen had 11 nesten van de huiszwaluw (figuur 5) . Aan de oostzijde was een nestkom aanwezig die gedurende het veldwerk niet gebruikt is: het betreft een nest van het voorgaande jaar. De huiszwaluw is een vogelsoort waarvan de nesten onder categorie 5b vallen. Dit betekent dat het honkvaste nesten maar wel flexibel. In beginsel zijn deze nesten niet jaarrond beschermd tenzij een ecoloog anders aantoont. Het aantal nesten is hoog door de combinatie van beesten op de kinderboerderij en de aanwezigheid van een open container waar de (vaste) mest in wordt opgeslagen. Dit verhoogt de aanwezigheid van insecten wat het aantrekkelijk maakt voor huiszwaluwen. De aanwezigheid van modder op en rond de gebouwen (nestmateriaal) werkt ook positief voor de aanwezigheid van huiszwaluwen. De realisatie van de Zeeheldenwijk in de directe nabijheid en uiteindelijk een nieuwe kinderboerderij in deze wijk zal ervoor zorgen dat de dieren de eerstkomende jaren voldoende uitwijkmogelijkheden hebben. Er is daarom geen reden om extra maatregelen te nemen voor deze soort. Met deze soort hoeft dan ook verder geen rekening gehouden te worden. Spreeuw Er is geen nestholten of andere broedplaatsen aangetroffen van de spreeuw. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort.

Kleine marterachtigen (wezel, bunzing, hermelijn) Op het terrein zijn geen van de marterachtigen aangetroffen. Maar gezien de omgeving kan bunzing niet uitgesloten worden door de aanwezigheid van de watergang en de bosschages. Het betekent dat rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van de bunzing bij de uitvoer van de werkzaamheden en dat een ontheffing Wnb voor deze soort nodig is. Een alternatief leefgebied zal dus op termijn gerealiseerd moeten worden. Vleermuizen Van de huisbewonende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, grootoorvleermuis) zijn geen verblijfplaatsen gevonden in de gebouwen. Van de boombewonende vleermuizen (rosse vleermuis, watervleermuis, grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis) zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen in de bosschages (er zijn ook geen holten in deze bomen aangetroffen). Er hoeft daardoor ook verder geen rekening gehouden te worden met deze soorten. Otter De otter loopt met enige regelmaat rond de Urkervaart (ter Woord, 2018; Reinhold, 2018 en verschillende verkeersslachtoffers in 2021-2023). Het onderzoeksgebied is niet heel geschikt als voortplantingsgebied voor de otter omdat het gebied redelijk intensief gebruikt wordt. De watergang bij de Kruin zal, net als de Urkervaart, zeker ook gebruikt worden.

Daarmee ligt het onderzoeksgebied wel ingeklemd tussen twee gebieden die in gebruik zijn bij de otter. Vanuit de Wet natuurbescherming is er geen verplichting om meer rekening te houden met de soort. Wel kan overwogen worden om met de herinrichting van het gebied wel rekening te houden met de eisen van de soort. Steenmarter Er zijn geen sporen van steenmarter waargenomen. Er hoeft tijdens de uitvoer van de werkzaamheden geen rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van de soort. Waterspitsmuis De waterspitsmuis is op Urk niet uit te sluiten. Reden om de soort toch even mee te nemen in de beoordeling. De soort is sterk gebonden aan water dat weinig bevriest in de winter (dankzij kwel 18 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

of stroming). Dergelijk water is in het studiegebied niet aanwezig. Daarnaast is het oppervlak water in het gebied te klein om een essentieel onderdeel te zijn voor de soort. Er Hoeft verder geen rekening gehouden te worden met de soort. Teunisbloempijlstaart De oevers zijn bekeken op de aanwezigheid van wilgenroosjes. De waardplant van deze nachtvlinder. Deze zijn niet aanwezig evenals de teunisbloem. Reden om verder geen aandacht te besteden aan deze soort.

3.4. Effecten op het Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het onderzoeksgebied grenst aan het NNN-gebied Urkervaart en ligt op grotere afstand van het Toppad. De wezenlijke kenmerken en waarden laten zich schetsen door: Urkervaart • Natte verbindingszone voor vissen • Foerageergebied van en corridor voor meervleermuis en watervleermuis • Verbindingszone en potentieel leefgebied voor otter Het onderzoeksgebied blijkt voor geen van de doelsoorten van het NNN-gebied van belang. Er is derhalve ook geen relatie tussen het studiegebied en de wezenlijke kenmerken en waarden van het nabijgelegen NNN-gebied. De Urkerweg vormt ook wel een harde barrière tussen het onderzoeksgebied en het NNN-gebied. Ook indirect zal een nieuwe ontwikkeling van het onderzoeksgebied geen (indirect) effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied.

Toppad: • Broedgebied voor moerasvogels • Stapsteen in Natte As: rust- en foerageergebied voor watervogels • Variatie in unieke flora met zilt grasland, laagveenvegetatie (met hoogveenontwikkeling) en relicten van vochtige- tot natte duinvallei Lokale wezenlijke kenmerken en waarden • Weidevogels in bufferzone De sloop van de (voormalige) stadsboerderij en nieuwe ontwikkelingen op deze grond zullen geen effect hebben op deze wezenlijke kenmerken en waarden omdat het gebied nu ook geen rol speelt voor moeras-, water- en weidevogels of bijzondere vegetaties. Er is derhalve geen relatie tussen het onderzoeksgebied en dit NNN-gebied.

19 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

Figuur 6: Het Natuur Netwerk Nederland in de directe omgeving van het studiegebied.

Het onderzoeksgebied heeft geen relatie met de wezenlijke kenmerken en waarden van de twee nabijgelegen NNN-gebieden. Tevens gaat er geen oppervlakte van het NNN gebied verloren door de ontwikkelingen in het onderzoeksgebied. Er hoeft dus verder geen rekening gehouden te worden met het onderwerp Natuur Netwerk Nederland.

20 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

4. Hoe nu verder? Wet natuurbescherming-Natura 2000 Op het leefgebied van de doelsoorten van de Natura2000gebieden zijn door de geplande werkzaamheden geen effecten te verwachten. Daarmee is er geen effect op de doelsoorten van deze gebieden. Of de werkzaamheden een effect hebben op de stikstofuitstoot en daarmee een indirect effect hebben op de kwaliteit van Natura2000 gebieden is niet onderzocht en dient nog wel beoordeeld te worden. Wet natuurbescherming- Houtopstanden De houtopstanden liggen in de bebouwde kom zoals die vastgesteld is voor de houtopstanden. Daarmee dient de regelgeving van de gemeente Urk gevolgd te worden en zal de kap derhalve met de gemeente Urk besproken moeten worden. Wet natuurbescherming -Beschermde soorten De ontwikkeling heeft effect op een aantal niet vrijgestelde beschermde soorten. Het betreft: • Huismus • Boerenzwaluw • Bunzing Deze soorten gaan aandacht vragen. Er dient bedacht te worden hoe deze soorten gemitigeerd moeten worden. Het zou mooi zijn als er uiteindelijk plek komt in de nieuwe kinderboerderij in de Zeeheldenwijk, maar in de periode tussen sloop en realisatie van het nieuwe gebouw zullen de dieren ook een plek moeten hebben. Deze tijdelijke mitigatie zal in de directe omgeving plaats moeten vinden.

Voor huismus zou een actie in de buurt waarbij aan bestaande huizen extra huisvesting voor de huismus gerealiseerd wordt, voor de boerenzwaluw is de tijdelijke mitigatie lastiger omdat gezocht moet worden naar donkere, droge ruimtes waar de dieren vrij hun nest kunnen bouwen. Bruggen, schuren en carports lenen zich meer voor een dergelijke mitigatie. Voor de bunzing zal in de nabijheid meer dekking en foerageerplaatsen gerealiseerd moeten worden: dit kan een plek zijn waarbij het beheer en inrichting meer afgestemd is op de bunzing en/of een nieuwe locatie waar bunzing mogelijkheden krijgt. Voor deze soorten zal, in overleg met de Provincie Flevoland, als bevoegd gezag, een activiteitenplan opgesteld moeten worden en een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd moeten worden. In dit plan staat o.a. een planning van de werkzaamheden waarbij rekening gehouden wordt met de kwetsbare perioden van de soorten, en de manier waarop de broedplaatsen weer gemitigeerd gaan worden (eventueel gefaseerd in tijdelijk en op langere termijn). Rekening dient gehouden te worden dat de mitigatie maanden voor de werkzaamheden in het studiegebied gerealiseerd moet zijn. Voor de aangetroffen huiszwaluw ziet Landschapsbeheer Flevoland voldoende broedkansen in de nabijheid zodat er met deze soort geen rekening gehouden hoeft te worden.

Natuurnetwerk Nederland De werkzaamheden en ontwikkelingen hebben geen (direct of indirect) effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Dit onderdeel vraagt derhalve geen extra aandacht.

21 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

5. Literatuur Hout, van der M. en A. van Leeuwen, 2020, Onderzoek naar vleermuizen op Urk Rapport RA2027402, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen Provincie Flevoland, 2010. Spelregels EHS, EHS-kaart en EHS-doelbenadering: een handreiking bij ruimtelijke ontwikkelingen. – Rapport Provincie Flevoland nr 1012819 Reinhold, J., 2018. Beschermde soorten nabij de Urkervaart bij Urk. – Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF-2018-027 Rijsewijk, A.C. van, W. Bosman & R. Zollinger i.o. Prov.Flevoland, 2005. Gebiedsdekkend onderzoek naar het voorkomen van de rugstreeppad in de provincie Flevoland. -rapport RAVON Tercera, 2018, Omgevingsverordening Flevoland. -Rapport NL.IMRO.9924.VflFlevoland-VA01 Wielink, R., 2021. Nader onderzoek boomsingel Industrieweg Urk. -Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF-2021-034 Wielink, R., 2022a. Rugstreeppadden nabij Oranjewijk. -jaarverslag onderzoek 2020-2025. Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF-2022-059 Wielink, R., 2022b. Rugstreeppad in de Zeeheldenwijk. -Rapport Landschapsbeheer Flevoland LBF2022-039 Woord, G. Ter, 2018. Is de Noordoostpolder ottervriendelijk? Rapport uitgegeven in eigen beheer

22 Natuurwaarden bij de Kinderboerderij Urk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=58bafd6f-7be6-41dd-9eee-883daeab9a76