Bijlage 10 AERIUS notitie projecten
Tekst van het document
Notitie Contactpersoon
Albert Brouwer
Datum
17 juni 2025
Kenmerk
N001-1302324BRA-V01
1 Aanleiding Binnen de gemeente Urk vinden regelmatig kleinere werkzaamheden plaats. Denk hierbij aan de bouw van één woning, renovaties, het leggen van kabels/leidingen of het kleinschalig aanpassen van infrastructuur. Bij deze werkzaamheden wordt regelmatig gebruik gemaakt van dieselaangedreven materieel, ook veroorzaken deze werkzaamheden enig verkeer. Dit type werkzaamheden kan voorkomen binnen de gehele gemeente. Voor elk van deze projecten zou – strikt genomen – getoetst moeten worden of het project vergunningsplichtig is als Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet. Daartoe moet een AERIUS-berekening gemaakt worden. Deze AERIUS berekeningen zijn duur en de doorlooptijd van deze berekeningen kan leiden tot vertraging in projecten. Dat is onpraktisch, zeker gezien de kleinschaligheid van veel projecten. Daarbij komt dat de gemeente Urk dermate ver verwijderd is van Natura 2000-gebieden dat kleine projecten in de regel geen stikstofdepositie veroorzaken op deze gebieden1. Om de vergunningverlening voor kleinschalige initiatieven te vereenvoudigen heeft de gemeente Urk aan TAUW de opdracht gegeven om te onderzoeken vanaf welke mate van stikstofuitstoot er de mogelijkheid ontstaat dat een project Natura 2000-vergunningplichtig is vanwege de depositie van stikstofverbindingen op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden.
Als die grens eenmaal duidelijk is, dan is voor alle projecten met minder stikstofuitstoot dan dat aangetoond dat er geen Natura 2000-vergunningplicht is vanuit het aspect stikstofdepositie.
1
De meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden, zijn gelegen op meer dan 15 kilometer afstand in het Natura 2000-gebied Rijntakken. De eerstvolgende habitats liggen in De Wieden, op meer dan 22 kilometer afstand.
Kenmerk
N001-1302324BRA-V01
2 Werkwijze en uitgangspunten De uitstoot van stikstofverbindingen bij kleinschalige projecten wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de inzet van brandstofaangedreven mobiele werktuigen. Dit zijn bijvoorbeeld graafmachines, hoogwerkers, shovels en kranen. TAUW heeft een serie van berekeningen gemaakt in AERIUS met een emissiebron van het type ‘mobiele werktuigen’. In deze serie berekeningen is gevarieerd met het dieselverbruik van de machines. Uit deze serie berekening volgt hoeveel uitstoot maximaal mogelijk is zonder dat er een stikstofeffect optreedt op relevante natuur. Deze hoeveelheid stikstofuitstoot is vertaald naar concrete inzet van mobiele werktuigen in termen van dieselverbruik (liter per jaar) en aantal draaiuren. Als de inzet van werktuigen bij een project onder deze waarden blijft en er zijn geen andere bronnen van stikstofuitstoot verbonden aan het project, dan is aangetoond dat dat project geen stikstofeffect heeft. Hierbij zijn de volgende uitgangpunten gehanteerd: De berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator versie 2024.2.1. Er is één emissiebron geplaatst in AERIUS, in het meest noordoostelijke punt van de gemeente Urk. Dat is een worst-case keuze: het is de locatie binnen de gemeente die het meest nabij stikstofgevoelige natuur in noordoostelijke richting ligt.
Alle andere locaties in de gemeente Urk liggen verder weg van stikstofgevoelige natuur in De Wieden en
Weerribben. Rijntakken ligt iets dichterbij, maar in een ongunstigere windrichting. De uitstoot van stikstofverbindingen is berekend met de AUB-methode, dat is de standaard werkwijze om uitstoot van mobiele werktuigen te berekenen en is ook als
zodanig ingebouwd in AERIUS Calculator. Het gemiddelde brandstofverbruik is geschat op 10 liter diesel per uur. Dat geeft dus een verhouding tussen het totale dieselverbruik en het aantal draaiuren van 10:1.
Aangenomen is dat het mobiele werktuigen betreft van STAGE klasse IV, met een vermogen tussen 75 – 560 kW. STAGE klasse IV betekent dat de werktuigen niet ouder zijn dan 12 jaar (bouwjaar 2014).
Gewerkt is met een AdBlue-verbruik van 6 % van het dieselverbruik, conform de aanbeveling die TNO geeft in haar onderbouwing van de AUB-methode2. Het dieselverbruik en daarmee de stikstofuitstoot van verkeer is inbegrepen bij de
totaalsom van dieselverbruik van de mobiele werktuigen. Er zijn meerdere opeenvolgende AERIUS berekeningen gemaakt, beginnend bij een dieselverbruik van 10.000 liter, 1.000 draaiuren van de werktuigen en 600 liter AdBlueverbruik. Als uit de AERIUS berekening volgt dat er nergens stikstofdepositie wordt berekend boven de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar, dan wordt de inzet met 10.000 liter diesel, 1.000 draaiuren en 600 liter AdBlue verhoogd en wordt de berekening nogmaals uitgevoerd.
2
TNO 2021 R12305, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021.
2/3
Kenmerk
N001-1302324BRA-V01
3 Resultaten en conclusie Met de uitgangspunten uit hoofdstuk 2 zijn meerdere AERIUS berekeningen uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat er 0,01 mol/ha/jaar stikstofdepositie wordt berekend op het Natura 2000gebied Weerribben als er 123.000 liter diesel per jaar wordt verbruikt door een project. Bij een dieselverbruik van 122.000 liter per jaar is er geen sprake van enige stikstofdepositie op relevante natuur. Gesteld kan worden: ALS een project binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Urk enkel emissies van stikstofverbindingen heeft vanwege de inzet van mobiele werktuigen en de generatie van
verkeer, en het betreft louter emissies in de bouwfase, DAN kan op voorhand gesteld worden dat er geen stikstofdepositie op relevante natuur zal optreden als er niet meer dan 122.000 liter diesel per jaar verbruikt zal worden. Er is dan geen sprake van vergunningplicht als Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet.
De onderstaande voorbeelden geven een beeld van het type projecten dat gerealiseerd kan worden met het genoemde dieselverbruik. Zo krijgt het abstracte getal enige concrete invulling. De genoemde kentallen zijn ervaringscijfers van TAUW, voortgekomen uit honderden projecten waarbij TAUW de stikstofadvisering verzorgd heeft. Het onderliggende uitgangspunt is dat de aannemer werkt met moderne dieselgestookte werktuigen, emissieklasse STAGE IV of beter. Dat impliceert een bouwjaar van het materieel van 2014 of later. Let wel, de genoemde voorbeelden zien enkel op de bouwfase. De gebruiksfase van projecten is sterk functiespecifiek en wordt niet gedekt door deze notitie. Middelgrote woningbouwontwikkelingen, zoals de bouw van maximaal 250 woningen per jaar. Een representatieve waarde voor deze ontwikkelingen ligt rond de 450 liter diesel
per woning, wat vertaalt naar afgerond 270 woningen per jaar. Voor bedrijfspanden, hallen en distributiecentra is een kental van 1 liter diesel per 1 m2 representatief. Dat betekent dat een bedrijfshal van omstreeks 122.000 m2 gebouwd moet kunnen worden zonder dat er een vergunningplicht als Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet ontstaat.
3/3
Kenmerk
Bijlage 1
N001-1302324BRA-V01
AERIUS berekening 122.000 liter diesel