Begroting 2026 - versie raad 3 november 2025
Tekst van het document
Door de tekorten te dekken en in te gaan op het appèl voor versterking wordt echter wel verwacht dat deze middelen afdoende zijn om deze doelstellingen te realiseren. Naast de wijziging van de begroting o.b.v. autonome ontwikkelingen zorgt deze extra investering voor een groei van de totale inwonersbijdrage 2026 van € 77.000. De begroting van de GGD is hierop aangepast. Moties bij de kadernota Urker taol In 2026 gaan we verder met het beleid uit de sport- en cultuurvisie. We blijven inzetten op het behouden en versterken van bestaande activiteiten. Onze focus ligt op meer jongerenparticipatie, het ondersteunen van verenigingen en aanbieders en het verder ontwikkelen van de bibliotheek als belangrijke ontmoetingsplek in de gemeente. We stimuleren cultuureducatie, zowel binnen- als buiten school. Verenigingen die willen groeien en professionaliseren krijgen ondersteuning. Zo zorgen we ervoor dat cultuur voor iedereen toegankelijk en van goede kwaliteit blijft. De gemeenteraad heeft een motie aangenomen van SGP, CDA, CU en GB. Daarin staat dat we de Urker taal waarderen en willen behouden. We stimuleren initiatieven, maar voeren zelf geen projecten uit. Wel werken we in 2026 een voorstel uit om binnen het bestaande cultuurbudget een vast bedrag te reserveren voor initiatieven rondom de Urker taal. Zo krijgen goede ideeën uit de samenleving een steuntje in de rug.
We onderzoeken ook hoe we de Urker taal zichtbaarder kunnen maken in de openbare ruimte. Denk aan tweetalige bewegwijzering, naamgeving of informatieve borden. Zo geven we de taal een herkenbare plek in het straatbeeld, binnen de mogelijkheden van ons beleid en budget. Motie buurtverenigingen en kerken Het versterken en behouden van sociale cohesie is onderdeel vanuit het Gezond en Actief Leef Akkoord. Hiervoor zijn diverse activiteiten ontwikkeld. Om de evenementenvergunningen en – faciliteiten, buurtverenigingen en kerken kostendekkend te maken zal gekeken moeten worden 29
naar een andere structurele dekking, dan eerder voorgesteld. Vooralsnog is besloten om af te zien van de voorgestelde bezuiniging ten laste van het begrotingssaldo. Investeringen Vervanging loslatende tegels zwembad In het zwembad laten tegels los. De kosten voor vervanging worden geclaimd bij de aannemer. Toch verwachten we dat niet het hele bedrag kan worden verhaald. Daarom nemen we een investeringsbedrag op in de begroting. Het college biedt hiervoor een apart voorstel aan de raad aan. Sporthal Zeeheldenwijk In juni 2025 heeft uw raad een informatienota ontvangen over de nieuwbouw van de sporthal in de Zeeheldenwijk. Tijdens de bespreking van de kadernota heeft uw raad een amendement aangenomen. Daarmee is er ruimte gekomen voor het vierde zaaldeel. Eind 2025 of begin 2026 ontvangt uw raad een voorstel. Wat mag het kosten? Programma (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Sport (beleid en accommodaties)
3.292
3.639
4.109
4.069
Cultuur, museum en media
1.362
1.209
1.207
1.176
Openbaar groen en recreatie
2.172
2.149
2.160
2.158
Participatie, toegang en eerste lijn
4.473
4.274
4.275
4.274
Inkomen, WSW en beschut werk
6.790
6.745
6.724
6.671
WMO / zorg 18+
4.492
4.492
4.492
4.517
Jeugdzorg
4.511
4.511
4.511
4.511
Totaal lasten
27.091
27.019
27.477
27.375
1.483
1.518
1.513
1.508
Cultuur, museum en media
203
203
303
303
Openbaar groen en recreatie
75
72
72
72
Participatie, toegang en eerste lijn
289
289
289
289
Inkomen, WSW en beschut werk
3.166
3.243
3.353
3.444
WMO / zorg 18+
140
300
300
300
Jeugdzorg
275
175
175
175
5.631
5.800
6.005
6.091
-21.460
-21.219
-21.472
-21.284
-ㅤ
-ㅤ
-ㅤ
-ㅤ
-21.460
-21.219
-21.472
-21.284
Lasten
Baten Sport (beleid en accommodaties)
Totaal baten
Saldo meerjarenbegroting voor reserves Mutaties reserves Saldo meerjarenbegroting na reserves
30
Paragrafen
31
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit. Dat wil zeggen de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn genomen. Beschikbare weerstandscapaciteit De gemeente Urk heeft geld nodig om financiële risico’s op te vangen. Dit noemen we de beschikbare weerstandcapaciteit. De gemeente Urk rekent de volgende onderdelen tot de beschikbare weerstandscapaciteit: 1. De algemene reserve; 2. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de volgende specifieke begrotingsposten: Reserve Participatie en Sociaal domein; 3. Stelpost onvoorziene uitgaven; 4. De onbenutte belastingcapaciteit; 5. De reserve grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie). 1. De algemene reserve De stand van de algemene reserve per 31 december. 2. De bestemmingsreserves participatie en sociaal domein Deze bestemmingsreserves zijn voor de jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende doeleinden.
Vanuit dat oogpunt kunnen deze reserves dan ook worden meegenomen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. De verwachte stand van deze specifieke bestemmingsreserves per 31 december. 3. Stelpost onvoorziene uitgaven In de begroting is voor dekking van onvoorziene uitgaven een structureel gelijkblijvende stelpost opgenomen. Er zijn nog wel andere stelposten geraamd binnen de begroting. Deze stelposten zijn echter allemaal aangewezen voor specifieke doeleinden. 4. De onbenutte belastingcapaciteit De financiële verhoudingswet (Fvw) bepaalt dat de eigen inkomsten van een gemeente een bepaald redelijk peil moeten hebben, wil zij in aanmerking komen voor een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 Fvw. De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die er nog is om de belastingen te verhogen. In het algemeen wordt gekeken naar de ruimte die aanwezig is om de OZB-tarieven nog te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit OZB wordt berekend door de gemeentelijke WOZ-waarden tegen het redelijk peil uit het gemeentefonds meicirculaire te vermenigvuldigen. Bij de afvalstoffen- en rioolheffingen is de nog onbenutte belastingcapaciteit alleen de ruimte totdat 100% kostendekking is gerealiseerd. Ten aanzien van de begraafrechten geldt het beleid dat de kosten voor 80% in rekening worden gebracht. Hier is theoretisch sprake van een structureel onbenutte ruimte in de begroting.
32
In 2026 is er geen sprake van onbenutte capaciteit voor de OZB. Voor de riool- en afvalstoffenheffing wordt wel een onbenutte belastingcapaciteit begroot. 5. De reserve grondzaken De verwachte stand van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken per 31 december. De weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Begroting
Begroting
2025
2026
Algemene reserve (vrije deel)
17.138
13.036
Bestemmingsreserves Participatie en Sociaal Domein
5.789
4.663
Stelpost onvoorziene uitgaven
25
25
Onbenutte belastingcapaciteit
550
621
Reserve grondzaken
3.765
2.067
Totaal
27.267
20.413
Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid (kans) dat een gebeurtenis met (negatieve) gevolgen zich voordoet. Risicomanagement komt dus op de eerste plaats. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, dan komt het weerstandsvermogen in beeld. We verdelen de risico’s van de gemeente in drie risicocategorieën:
Algemeen; Concreet; Specifiek.
Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s doen zich nooit voor, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. Eerst worden de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht. Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk zal voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s komen te liggen. Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden ook meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een risicoprofiel van 5%. Hieronder is een opsomming weergegeven van de belangrijkste of meest actuele algemene risico’s.
33
Economische situatie De economie is nu redelijk stabiel. Toch kunnen de oorlog in Oekraïne, de internationale handelsspanningen en de hoge inflatie zorgen voor verslechtering. Het is lastig om nu al te zeggen wat de financiële gevolgen precies zullen zijn.
Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen zijn stopgezet door een uitspraak van de Raad van State over de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem blijft voorlopig een risico. We berekenen dit risico en nemen het mee in de risicoparagraaf van projecten.
Open-einde-regelingen Door economische veranderingen kunnen meer mensen gebruikmaken van regelingen zoals bijstand en hulp voor minima. Ook de WMO en Jeugdwet brengen risico’s met zich mee, omdat ze geen vaste eindgrens hebben. Voor het sociaal domein en de Participatiewet zijn reserves opgebouwd. Die tellen mee in het weerstandsvermogen.
Grote investeringen Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen (Zeeheldenwijk), moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland (Buitendijkse haven en bedrijventerrein). Bijdragen in de uitbreiding en verbeteringen van de infrastructuur (o.a. Randweg).
Stijging van de rente Gemeenten lopen financiële risico's. Zo zorgt de oplopende rente er momenteel voor dat geld lenen duurder wordt, terwijl tegelijkertijd de inflatie hoog is en investeringen meer kosten. Ook binnen de grondexploitatie speelt de rente een rol. Daarom is het belangrijk dat deze frequent wordt geactualiseerd. In onze gemeente wordt deze jaarlijks herzien.
Onverwachte vervanging van activa Gemeente Urk heeft de nodige activa in bezit die jaarlijks en periodiek onderhoud behoeven. Het onderhoud hiervan wordt gedaan op basis van onderhoudsplannen waardoor de bijbehorende kosten in beeld zijn. Het risico bestaat dat er zich onverwachte vervangingen voordoen. Te denken valt hierbij aan de havenkades waarvoor een onderzoek loopt.
Netcongestie Netcongestie is een term die wordt gebruikt om de situatie te beschrijven waarin het elektriciteitsnetwerk de maximale capaciteit heeft bereikt en niet meer in staat is om alle gevraagde elektriciteit te transporteren. De infrastructuur van het elektriciteitsnet is door de versnelde energietransitie verouderd. De gevolgen van netcongestie kunnen zijn dat bedrijven en huishoudens geen extra elektriciteit kunnen afnemen, dat de levering van stroom vertraging oploopt en dat het netwerk instabieler wordt. Er worden verschillende oplossingen gezocht om netcongestie aan te pakken, zoals netverzwaring, het flexibel inzetten van energieverbruikers, en het stimuleren van lokale energieopslag.
Schaarste aan (drink)water In Nederland staat de beschikbaarheid van drinkwater onder druk, met name door klimaatverandering en een groeiende vraag. Er wordt verwacht dat er in 2030 meer drinkwater nodig zal zijn dan er beschikbaar is, met name door een stijgende vraag en de effecten van droogte. Binnen de gemeente Urk wordt er in verhouding veel water verbruikt
34
binnen de visverwerkende industrie. Het verminderen van het waterverbruik is essentieel, zowel in huishoudens als in de industrie en landbouw. Bewustwording van de gevolgen van waterverspilling draagt bij aan het verminderen van de vraag. Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening ingesteld voor wethouders-pensioenen en -wachtgelden. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven derhalve geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken. Specifieke risico’s Specifieke risico’s zijn risico’s die passen bij de situatie waarin de gemeente werkt. De specifieke risico’s bestaan uit:
Gewaarborgde geldleningen De gemeente Urk staat borg voor meerdere leningen. Op deze leningen wordt jaarlijks afgelost, waardoor het risico jaarlijks afneemt.
Grondverkopen (grondexploitatie) De risico inschatting van de grondverkopen in het kader van de grondexploitatie is op basis van de werkelijke boekwaarde van de complexen. Alle grondexploitaties worden jaarlijks bijgesteld en eventuele verwachte verliezen worden op dat moment genomen (ten laste van de reserve grondzaken wordt een voorziening ingesteld). Het opschuiven van de verkopen van gronden kan zeker gevolgen hebben. De kosten voor de rente kunnen hierdoor toe- of afnemen en worden de opbrengsten beïnvloed. De gemeente moet bij een verwacht tekort de grondexploitatie afboeken of een zogenaamde ‘voorziening’ opnemen in de gemeentebegroting. Het treffen van een afboeking is nodig als de huidige marktwaarde lager is dan de boekwaarde. Een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies en wordt na het afsluiten van de grondexploitatie geheel of gedeeltelijk gebruikt. Veiligheidsregio Vanaf 2024 heeft de Veiligheidsregio extra kosten gemaakt vanwege het verplichtend karakter met het landelijk Veiligheidsberaad. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat Rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Deze financiering heeft nog niet plaatsgevonden. Zolang er geen duidelijkheid is vanuit het Rijk lopen de deelnemende gemeenten risico.
Voor Urk is dat financieel meegenomen in de jaarrekening 2024 en voor 2025 is dat meegenomen bij de kadernota. In 2026 en 2027 dekken we deze kosten uit de egalisatiereserve van de veiligheidsregio. Bij verder uitstel blijft het risico voor de navolgende jaren bestaan.
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (NHG) Gemeente Urk heeft een overeenkomst met deze stichting tot zekerstelling voor de nakoming van betalingsverplichtingen van de stichting (achtervangovereenkomst) met betrekking tot de verstrekte hypotheekgaranties. Gemeenten en rijk namen, ieder voor 50%, deel in de achtervang van de Nationale hypotheek garantie. Per 1 januari 2011 is de achtervangfunctie van de gemeenten voor nieuw af te geven hypotheekgaranties vervallen. Vanaf deze datum is voor nieuw af te geven hypotheekgaranties sprake van een 100%
35
rijksachtervang. Het risico heeft dus alleen betrekking op de afgegeven garanties voor 1 januari 2011.
Energienet Urk Het Energienet Urk voorziet bedrijven op Port of Urk en woningen in de Zeeheldenwijk van warmte en kou. De organisatievorm joint venture is een samenwerkingsverband van de gemeente en een privaat warmtebedrijf, waarin de gemeente de meerderheid van de aandelen heeft. Voor de financiering staat de gemeente Urk garant voor de te verstrekken BNG-leningen aan het warmtebedrijf tot de invoering van het landelijke garantiefonds.
Subsidie Energienet Urk De Provincie Flevoland heeft de Gemeente een subsidie toegekend voor de ontwikkeling van het Energienet Urk ter hoogte van € 2.500.000 ("Subsidie"). De Gemeente financiert kosten ten behoeve van de ontwikkeling van het Energienet Urk. Op de datum van deze Overeenkomst heeft de Gemeente € 1.000.000 onder de Subsidie ontvangen. De Gemeente verplicht zich hierbij om dit bedrag als agio te storten op de Aandelen die zij houdt ("Agiostorting") en de gemeente het (beperkte) risico opneemt in de paragraaf weerstandsvermogen als de middelen niet zouden terugvloeien.
In de onderstaande tabel worden de genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen.
Omschrijving
Grondslag Financieel risico (x € 1.000)
Risico profiel
Benodigde weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Eventuele opmerkingen
Algemene risico's
118.503
5%
5.925
Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s, om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.
Gewaarborgde geldleningen
4.074
5%-10%
306
Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2026.
Boekwaarde grondexploitaties woningbouw
33.282
10%
3.328
Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2026.
Boekwaarde grondexploitaties bedrijventerrein
30.093
20%
6.019
Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2026.
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (NHG)
32.000
5%
1.600
Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2026.
Begrotingsomvang 2026
Specifieke risico's
36
Energienet Urk gewaarborgde geldleningen
11.000
20%
2.200
Dit betreft de maximaal uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2026.
Verplichte agio storting Energienet Urk
1.000
25%
250
Dit betreft de verplichte agiostorting per ultimo 2026.
Totaal
229.952
19.628
Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen vertalen we in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en we de benodigde weerstandscapaciteit bepalen. Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen maken we gebruik van onderstaande waarderingstabel. Deze ratio moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0 (waarderingscode C). Het weerstandsvermogen bij de begroting 2026 is met een ratio van 1,0 voldoende. Bij de begroting 2025 was de ratio nog 1,5. Deze daling komt enerzijds door een stijging van de benodigde weerstandscapaciteit van circa € 1,5 miljoen als gevolg van benoemde risico's, maar vooral door een afname van de beschikbare weerstandscapaciteit van circa € 6,9 miljoen. De stand van de reserves aan het eind van het jaar 2026 laten een sterke daling zien, vooral de algemene reserve. Dit vraagt om aandacht en krijgt de komende tijd gerichte opvolging. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
2,0 >
Uitstekend
B
1,4 tot 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 tot 1,4
Voldoende
D
0,8 tot 1,0
Matig
E
0,6 tot 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen Het is voor gemeente verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. De kengetallen en analyse geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. Met kleuren groen, oranje en rood is de situatie gunstig, neutraal of ongunstig.
37
Kengetallen
Werkelijk Werkelijk Werkelijk Werkelijk Werkelijk 2020
2021
2022
2023
2024
Netto schuldquote
70%
86%
97%
118%
123%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
65%
81%
87%
108%
114%
Solvabiliteitsratio
37%
33%
30%
28%
25%
Grondexploitatie
47%
62%
66%
70%
65%
Structurele exploitatieruimte
2,5%
3,3%
5,7%
-4,2%
-7,4%
Belastingcapaciteit
118%
110%
99%
98%
99%
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
173%
159%
186%
176%
186%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
163%
152%
178%
168%
178%
Solvabiliteitsratio
24%
16%
15%
14%
14%
Grondexploitatie
83%
55%
66%
60%
65%
Structurele exploitatieruimte
1,5%
2,6%
2,0%
0,4%
0,3%
Belastingcapaciteit
105%
110%
110%
110%
110%
Kengetallen
Signaleringswaarden
gunstig
neutraal
ongunstig
Netto schuldquote
< 90%
> 90% en < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
> 90% en < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
> 20% en < 50%
< 20%
Grondexploitatie
< 30%
> 30% en < 40%
> 40%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
= 0%
< 0%
Belastingcapaciteit
< 95%
> 95% en < 125%
> 125%
In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen formuleren we 10 beleidskaders die onderverdeeld zijn in risicomanagement en weerstandsvermogen. Aan de hand van deze beleidskaders houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels leven we strak na en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten. De woonlasten (belastingcapaciteit) komen daarmee voor 2026 uit op 10% boven het landelijk gemiddelde (2025).
38
Toelichting en analyse samenhang kengetallen:
Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Zo brengen we duidelijk in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Door groei van de gemeente Urk (Zeeheldenwijk en Port of Urk) en de investeringen die gepland staan (sporthal, gemeentewerf etc.) is er de komende jaren een hogere behoefte aan liquide middelen. Dit resulteert in een hoge netto schuldquote, al ligt deze iets lager dan in de begroting 2025. Dit komt door een stijging van de begrotingsomvang. Daardoor lijkt de ratio stabiel, maar waakzaamheid blijft nodig. De structurele financiële verplichtingen moeten uiteindelijk wel opgebracht worden.
Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Voor de omvangrijke grondexploitatie en de geplande investeringen is veel vreemd vermogen nodig. Dit heeft effect op het balanstotaal en daarmee de solvabiliteit. Bij verkoop van gronden en aflossing van leningen neemt het vreemd vermogen weer af, waardoor de solvabiliteit verbetert. Tegelijkertijd daalt het eigen vermogen van de gemeente ten opzichte van voorgaande jaren. Door de investeringen in de komende jaren en daarmee de toename van het vreemd vermogen stijgt het balanstotaal. In combinatie met een lager eigen vermogen leidt dit tot een daling van de solvabiliteit. Ook hier is waakzaamheid geboden.
Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente Urk voert een actief grondbeleid. De gemeente Urk heeft een relatief omvangrijke grondexploitaties ten opzichte van de totale geraamde baten. Dit komt met name door de investeringen in de Zeeheldenwijk en Port of Urk. Door de verkoop van de gronden zal de boekwaarde weer dalen daardoor ook het percentage. Omdat grondexploitaties langlopende projecten zijn, zal de komende jaren dit percentage bovengemiddeld hoog blijven. In 2026 is deze gedaald ten op zicht van 2025, wat voornamelijk valt te verklaren is door de toename van de begrotingsomvang in 2026. De voorraden nemen tot en met 2027 toe tot € 66 miljoen. Door verkopen zal deze weer afnemen, maar de ratio blijft hoog. Daarom is het van belang om de ontwikkeling binnen de grondexploitatie nauwlettend te blijven volgen. Het achterblijven en opschuiven van verkopen heeft immers financiële gevolgen.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. De structurele exploitatieruimte is in de meerjarenbegroting positief. Dit betekent dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Wel is een daling van de ratio zichtbaar, wat erop wijst dat de exploitatieruimte afneemt. De gemeente ziet erop toe
39
dat deze ruimte behouden blijft en is zich bewust van de effecten van toekomstige keuzes.
Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Bij de belastingdruk wordt uitgegaan van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De woonlasten zijn bij de kadernota door de gemeenteraad verhoogd en komen in 2026 op 110% van het landelijk gemiddelde (prijspeil 2025).
Analyse Uit bovenstaande toelichting op de verschillende kengetallen en uit de overzichten kan geconcludeerd worden dat gemeente Urk de komende periode aanzienlijk in de rode (ongunstig) signaleringswaarden zit. Uitzondering hierop is de structurele exploitatieruimte. Deze is de hele meerjarenbegroting groen (gunstig). De groei van de gemeente, onder andere door de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk en een bedrijventerrein, in combinatie met de geplande investeringen (sporthal, gemeentewerf, integraal huisvestingsplan, etc.), zorgt voor een toenemende financiële druk. Het is daarom essentieel om deze projecten nauwgezet te blijven monitoren. Alleen zo kan worden gewaarborgd dat de gemeente aan haar financiële verplichtingen blijft voldoen. Dit vraagt om structurele aandacht en zal een terugkerend agendapunt zijn binnen de organisatie.
40
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor wonen, werken en recreëren zijn kapitaalgoederen nodig, zoals wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Dit niveau is voor een belangrijk deel van de kapitaalgoederen door uw raad vastgelegd in het beleidsplan integraal beheer openbare ruimte (IBOR) 2022-2027 in december 2021. In de beheerplannen periodiek onderhoud en vervanging worden per jaar de te onderhouden kapitaalgoederen en te vervangen productiemiddelen weergegeven. De totale kosten verschillen per jaar. Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen
Beleids- en beheerplan
Vastgesteld
Einde looptijd
Financieel vertaald
Achterstallig onderhoud
Beleidsplan IBOR 20222027
2021
2027
Ja
Nee
Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan
2015
Onbepaald
Ja
Nee
Gemeentelijk Water- en Rioleringsprogramma GWRP 2023-2028 Operationeel beheerplan
2022
2028
Ja
Nee
Maatwerkovereenkomst
2011
Onbepaald
Ja
Nee
Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan
2019
2029
Ja
Nee
Nota Vastgoed
2022
Onbepaald
Ja
Nee
2006
Onbepaald
Ja
Nee
Overkoepelend
Wegen
Riolering
Water Groen
Gebouwen Overig Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan
Nee 2006
Onbepaald
Ja
Toelichting op tabel Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) is het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 is het IBOR-Beleidsplan geactualiseerd en vastgesteld voor 2022-2027. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen en areaaltypen in de openbare ruimte. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een uniform te lezen beleids- en beheerplan. In 2025 is de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) via luchtfoto's gecontroleerd en geüpdatet. De beheerkaart in het beheersysteem passen we aan zodat er een goede basis ligt voor de beheerplannen en de aanbesteding van een nieuw beheersysteem in 2026. Deze
41
aanbesteding is nodig vanwege wettelijke regelgeving. Tegelijkertijd is dit een kans om kritisch te kijken naar de inrichting van het systeem en zowel de inrichting als het gebruik aan te passen naar huidige maatstaven en wensen. Denk hierbij aan nieuwe standaarden om informatie op te slaan en de mogelijkheden om in het veld buiten digitaal wijzigingen door te geven. Eind 2025 Stelt uw raad het Beleidsplan voor spelen, sporten en bewegen in de openbare buitenruimte (2025-2035) vast. In 2026 maken we het uitvoeringsplan en voeren we de eerste acties uit (zoals vervanging en aanpassingen speelplekken). Riolering valt buiten het beleidsplan IBOR vanwege de verplichtingen die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Voor riolering geldt het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan (GWRP) als het koepeldocument. In het GWRP heeft het onderdeel Stedelijk Water ook een prominente plek gekregen. Beide onderdelen, water en riolering, zijn meegenomen in de Beheerkalender Urk en vallen onder het proces van het opstellen van uniforme beheerplannen voor alle areaaltypen. Beeldkwaliteit 2025 In het vastgestelde IBOR-beleidsplan staan de afspraken hoe het er in de gemeente Urk uit moet zien. Per gebied en per onderdeel zijn de gewenste beheerkwaliteiten afgesproken. Om de kwaliteit te monitoren voeren wij jaarlijks diverse schouwrondes uit.
De activiteiten om de kwaliteit te kunnen halen vallen onder het dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen. Binnen de kaders wordt jaarlijks aan drie á vier wegen groot onderhoud of vervangingswerkzaamheden uitgevoerd. In 2026 loopt een aantal projecten door die in 2025 zijn gestart. De belangrijkste hiervan is de vervanging en verbreding van De Staartweg. We gaan de weg toegankelijk maken voor busverkeer en komen er bushaltes. Ook komen er een aantal veilige fiets- en voetgangersoversteekplaatsen. Het vrijliggende fietspad trekken we door. In 2026 worden De Abbert en De Vliestroom omgevormd van elementenverharding naar asfalt. De werkzaamheden voor De Abbert zijn nodig in verband met verzakkingen die zijn ontstaan na de rioleringswerkzaamheden in 2025. Dit is een normaal proces. Omdat De Abbert onderdeel is van de hoofdstructuur die uit asfalt zou moeten bestaan, wordt dit moment gebruikt om asfalt toe te passen. Het straatmateriaal van De Vliestroom heeft het einde van de levensduur bereikt en is aan vervanging toe. De Vliestroom is ook onderdeel van de hoofdstructuur, daarom komt hier ook asfalt. Door deze twee wegen tegelijk aan te pakken kunnen we de werkzaamheden aan beide wegen combineren en afstemmen. Jaarlijks vervangen we tien tot twintig lichtmasten en armaturen.
In 2024 hebben we samen met de gemeente Noordoostpolder een nieuw bestek gemaakt. Dit is in 2025 gegund. We gaan dit in 2026 uitvoeren. In 2026 staan voor de andere kapitaalgoederen vooralsnog geen grote, noemenswaardige vervangingen op de planning. Na het vaststellen van het speelbeleidsplan eind 2025, gaan we in 2026 het uitvoeringsplan opstellen. Eind 2026 staan de vervangingen op de planning. We communiceren tijdig met bewoners. Alle projecten stemmen we tijdig met elkaar af en vanuit IBOR en GWRP.
42
Kerncijfers Kapitaalgoederen
Objecten
Wegen
Weg binnen de bebouwde kom
106,94 km
Weg buiten de bebouwde kom
7,16 km
Riolering
Situatie 31-12-2025
Wegennet geasfalteerd
126.296 m2
Wegennet elementenverharding
889.751 m2
Lichtmasten
4.316 stuks
Rioolaansluitingen
8.344 stuks
Vrijverval-, druk- en persriolering
176 km
Tussen- en eindgemalen
16 stuks
Drukgemalen
9 stuks
Bergbezinksystemen
3 stuks
Water
Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijke en onbeschoeide oevers
Groen
Plantsoenen
1.671 are
Gras
6.758 are
Bomen
5.999 stuks
Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen) Gebouwen
Gemeentehuis/Bibliotheek Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee) Zwembad 't Bun
1 st
Onderwijs gebouwen ( basisonderwijs)
12 st
Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs) Binnensport accommodaties (gymzalen de Noord en Nagel) Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf (KCU) Gemeentelijke gebouwen algemeen (brandweer, sportvelden, begraafplaats, haven e.a.) Bedrijfsruimten (verhuurd, werf Hoekman)
2 st
Woningen ('Metz' en ambtswoning) Totaal Overig
434 stuks
Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)
2 st 1 st
2 st 1 st 19 st 1 st 2 st 43 objecten 24 stuks
43
Verklaring cijfers Naast de ontwikkelingen van groei van Urk, wijzigen de hoeveelheden areaal door inbreiding zoals Lemsterhoek en door omvorming van areaal binnen het bestaand gebied, zoals binnen het project De Singel. In 2026 voegen we de Michiel de Ruyterallee toe, dit vanwege de groei van Urk. Areaaluitbreidingen De reguliere beheerbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van beheervoorzieningen, worden jaarlijks met de areaal aanpassing aangepast. Wegen Het beleid is vastgelegd in het wegenbeleidsplan Urk (2015), dat integraal is vastgesteld met het IBOR-beleidsplan. Het Urker wegennet inspecteren we volgens de CROW-systematiek elke twee jaar. De maatregelen die daaruit voortvloeien worden verwerkt in de jaren erna. De geplande maatregelen stemmen we af met de andere beheerdisciplines en komen terug in het uitvoeringsprogramma. Riolering In het Gemeentelijk Water en Riolering Programma is het beleid voor het stedelijk oppervlaktewater en de gemeentelijke riolering beschreven. Zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en onderhoud en de vervangingsopgave. In het GWRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven. Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering.
Dit is geen vastgesteld document. Water Per 1 januari 2011 is de zogenaamde maatovereenkomst in werking getreden tussen de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland waarbij het onderhoud van het stedelijke water zoals het maaien van de oevers en het baggeren is overgedragen aan het waterschap. Het onderhoud aan de beschoeiingen en de stuwen is tegelijkertijd overgedragen. Volgens deze overeenkomst blijft de gemeente Urk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van duikers, grondkeringen en droogvallende bermsloten en dergelijke. De overeenkomst is per 2025 geactualiseerd waarbij het maaien van de oevers meer is afgestemd op de stedelijke beleving. Groen Jaarlijks onderhouden we het openbaar groen volgens het beleid. Dit doen we op basis van beeldkwaliteit. Concern voor Werk doet het onderhoud voor ons. Een klein deel doet wijkbeheer of een externe partij. Haven Voor de havenkades van Urk wordt momenteel gewerkt aan een vervangingsplan op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd. De resultaten van de onderzoeken geven aan dat aan dat 1 km van de kades die bij de gemeente in eigendom zijn op korte termijn vervangen moet worden. Aan de hand van een plan van aanpak wordt in 2026 en 2027 de vervangingsopgave verder voorbereid en uitgewerkt tot een concreet contract zodat in 2028/2029 uitgevoerd kan worden.
Tegelijkertijd wordt duidelijk welke investeringen nodig zijn op welk moment. Gebouwen Het beheerplan gemeentelijke gebouwen is in mei 2023 vastgesteld als onderdeel van de Nota Vastgoed Urk. Daarin is nadrukkelijk aandacht geschonken aan het verduurzamen van de 44
gemeentelijke gebouwen. De financiële gevolgen van dit nieuwe plan zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2024-2027. Onder meer het verduurzamen brengt substantiële kosten met zich mee. Financiële vertaling (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
IBOR Groen
891
891
891
891
1.192
1.291
1.503
1.489
Water
81
81
81
81
Civiele kunstwerken
679
676
682
676
Meubilair
56
56
56
56
Openbare verlichting
157
164
170
177
Reiniging
330
330
330
330
Recreatie
219
222
226
224
Overig
21
21
21
21
3.626
3.732
3.960
3.945
Gemeentehuis/bibliotheek
559
664
642
462
Monumentale gebouwen
79
77
77
76
Zwembad
785
780
773
768
Binnensport accommodaties
150
150
148
147
Kindcentrum
253
252
250
249
Gemeentelijke gebouwen
386
382
380
377
Subtotaal Gebouwen
2.212
2.305
2.270
2.079
Verharding
5.838
6.037
6.230
6.024
Verharding
Subtotaal IBOR
Gebouwen
Risico In de afgelopen jaren heeft op de budgetten binnen IBOR geen inflatiecorrectie plaatsgevonden. Dit geldt ook voor het komend jaar. Dit betekent dat steeds minder gedaan kan worden voor het beschikbare budget en dat die trend zich voorzet. Daarmee komt de kwaliteit van het areaal steeds verder onder druk te staan en daarmee de ambities uit het IBOR-beleidsplan. Bij het herzien van het IBOR-beleidsplan zal dit in financiële zin naar voren komen.
45
Financiering Inleiding De financieringsfunctie omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de gemeente. De gemeente moet steeds over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Om investeringen te financieren trekt de gemeente geldleningen aan met een langere looptijd. De wet financiering decentrale overheden (Fido) en het Treasurystatuut bepalen de kaders voor de financieringsactiviteiten van de gemeente Urk. De financieringsmiddelen worden aangetrokken op de geld- en kapitaalmarkt. In deze paragraaf beperken wij ons tot het weergegeven van de financieringspositie lang, de kasgeldlimiet (korte schuldnorm) en renterisiconorm (lange schuldnorm). Onder de financieringsfunctie valt niet het garanderen van rente en aflossing van geldleningen van derden, die worden per verzoek aan het bestuur voorgelegd. Financiering lang De financieringspositie van de gemeente Urk geeft het volgende beeld: Bedragen (x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
(Im-)materiële vaste activa
90.803
110.599
155.036
Financiële vaste activa
8.171
8.063
7.929
Voorraden (grondexploitaties)
57.430
63.492
63.089
Totaal vaste activa en voorraden
156.403
182.154
226.054
42.216
43.765
35.676
Voorzieningen
5.488
5.138
6.507
Langlopende leningen (> 1 jaar)
98.831
98.831
101.709
Totaal financieringsmiddelen
146.535
147.734
143.892
-9.869
-34.420
-82.163
Financieringsmiddelen: Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
Financieringstekort of -overschot
Het financieringstekort ontstaat als meer investeringen gefinancierd moeten worden dan er langlopende leningen zijn aangetrokken of reserves zijn gerealiseerd. Ook financieren we de grondposities (boekwaarden voorraden bouwgronden in exploitatie). Deze laatste financieringsbehoefte is van kortere duur, namelijk tot het moment dat de voorraden worden verkocht. De gemeente Urk past totaalfinanciering toe. Daarbij worden op basis van de werkelijke totale liquiditeitsbehoefte (het saldo van uitgaven en ontvangsten) leningen aangetrokken. Argumenten voor het toepassen van totaalfinanciering zijn efficiency, schaalvoordelen en inzichtelijkheid. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn randvoorwaarden bij de gemeentelijke financieringsactiviteiten. Per ultimo 2024 was sprake van een financieringstekort van ruim € 9 miljoen, dat tijdelijk werd afgedekt met kasgeldleningen ter grootte van € 10 miljoen.
46
Volgens de prognose moet in de loop van 2026 voor ruim € 82 miljoen langlopende leningen worden aangetrokken. De uiteindelijke behoefte en het moment waarop gefinancierd wordt, zijn afhankelijk van het uitvoeren van het investeringsschema en het tempo van het bouwrijp maken van gronden en de verkopen daarvan. De ervaring leert dat het daadwerkelijk realiseren van voorgenomen investeringen trager verloopt dan gedacht (planningsoptimisme). Het gevolg is dat de werkelijke liquiditeitsbehoefte in de praktijk lager uitvalt dan het begrote financieringstekort. Volgens de Wet Fido mag je niet eerder lenen dan dat de middelen daadwerkelijk nodig zijn. Ook moet de looptijd van de leningen passen bij de verwachte duur van de liquiditeitsbehoefte. Voor de kosten van de financiering is vervolgens de marktrente op het moment van het afsluiten van de benodigde leningen bepalend. Onderstaande tabel maakt de mutaties in de geldleningen en de invloed daarvan op de gemiddelde rente zichtbaar. De onder renterisico op vaste schuld vermelde mutaties zijn in deze tabel verwerkt. Bedragen (x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025 Begroting 2026 *
Stand per 1 januari
78.463
98.831
110.941
Nieuwe leningen
25.000
-
-
Aflossingen
4.632
7.890
9.232
Rentelast
1.909
1.899
2.277
Gemiddelde rentepercentage
2,15%
2,00%
2,14%
Stand per 31 december
98.831
90.941
101.709
(*) De beginstand van de begroting 2026 wijkt af van de eindstand van 2025, als gevolg van het aantrekken van een lening van € 20 miljoen (met een looptijd van 20 jaar en een vaste rente van 2,96%). Kasgeldlimiet (norm voor korte schuld) Een instrument om de omvang van de kortlopende financieringsmiddelen te bewaken is de kasgeldlimiet. Deze bedraagt voor 2026 € 10,1 miljoen (8,5 % van het begrotingstotaal). Van de ontwikkeling van de werkelijke liquiditeitspositie in relatie tot de toegestane kasgeldlimiet kunnen we het volgende overzicht geven. Bedragen (x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Grondslag = omvang begroting
82.365
77.684
118.503
Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
7.001
6.603
10.073
totaal netto vlottende schuld
6.082
34.420
82.163
toegestane kasgeldlimiet
7.001
6.603
10.073
919
-27.817
-72.090
Toets kasgeldlimiet
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
47
Er was in de eerste maanden van 2025 sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Die ongewenste situatie is opgelost door het aantrekken van een langlopende lening in april 2025 van € 20 miljoen, met een looptijd van 20 jaar en een vaste rente van 2,96%. Daarna werd de kasgeldlimiet gemiddeld niet overschreden. Door investeringsuitgaven in 2025 en 2026 en door noodzakelijke herfinancieringen is, zoals hierboven al werd aangegeven, het aantrekken van lange financiering voor ultimo 2026 noodzakelijk. Dat maakt ook deze tabel over de kasgeldlimiet duidelijk: zonder het aantrekken van lange financiering overschrijdt gemeente Urk de kasgeldlimiet in 2026. Renterisiconorm (norm voor lange schuld) De renterisiconorm is in de Wet Fido bepaald met als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet Fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal van de begroting. De omvang van de begroting 2026 geldt volgens de wet ook als grondslag voor de toetsing van de daaropvolgende jaren.
Er zijn geen leningen aangetrokken waarvan de rente tussentijds kan worden herzien. Nieuw af te sluiten leningen worden zodanig gestructureerd dat de renterisiconorm ook in de toekomst niet wordt overschreden. De renterisiconorm voor 2026 bedraagt ruim € 23 miljoen (20% van het begrotingstotaal). Deze norm wordt in de volgende tabel gerelateerd aan het werkelijke renterisico. Bedragen (x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
82.365
77.684
118.503
Renterisiconorm (20 %)
16.473
15.537
23.701
Renterisico op vaste schuld (aflossingen)
4.632
7.890
9.232
-
-
-
11.841
7.647
14.469
Grondslag = omvang begroting per 1-1 Toetsing renterisiconorm
Renterisico door renteherziening Ruimte (+) / Overschrijding (-)
Uit het overzicht blijkt dat de gemeente Urk binnen de norm blijft. Financieringsbehoefte en strategische afwegingen De financieringsbehoefte van de gemeente gaan we in de komende periode nader onderzoeken. Mede in het licht van de aanzienlijke externe financiering die naar verwachting nodig is om de ambities voor de komende jaren te realiseren. Bij deze beoordeling betrekken we verschillende inhoudelijke en uitvoeringsaspecten. Denk hierbij aan de volgorde en spreiding van projecten in de tijd, de weging van investeringskeuzes en de inzet van personeel. Deze benadering sluit aan bij het streven naar een meerjarig gezond financieel kader, waarin ruimte blijft voor het realiseren van beleidsdoelen binnen verantwoorde financiële grenzen.
48
Financiering kort (kasbeheer) De lasten minus de baten van de jaarbegroting en ook de investeringen, worden in eerste instantie gefinancierd met kort geld, financieringsmiddelen met een looptijd van één jaar of korter. Hierbij maken we gebruik van de instrumenten 'rekening-courantkrediet', 'daggeldleningen' en 'kasgeld-leningen'. Bij het gebruiken van deze instrumenten zien we erop toe dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Zodra dat dreigt te gebeuren, vindt consolidatie plaats, door het aantrekken van langlopende leningen. Hierbij spelen we zo goed mogelijk in op de verwachte renteontwikkelingen. De handelingen over het beheer geschieden conform het gestelde in het treasurystatuut. Crediteurenbeheer Het aantal inkoopfacturen en de gemiddelde doorlooptijd in dagen (van binnenkomst tot betaling daarvan) bedroeg in: Gemiddelde doorlooptijd facturenafhandeling
2022
2023
2024
Aantal facturen
8.225
9.393
9.656
18
20
20
Gemiddelde doorlooptijd
Kredietrisico Het door de gemeente Urk verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van de betaling van rente en aflossing van leningen is toegestaan voor zover het om het financieren van een publieke taak van de gemeente gaat. Wat tot de publieke taak van de gemeente behoort, bepaalt de gemeenteraad (Wet Fido). De gemeente Urk heeft de volgende leningen rechtstreeks aan derden verstrekt: Bedragen (x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Leningen Sociale Zaken (o.b.v. 25%)
364
435
364
Stichting Sportaccommodaties Urk
2.694
2.579
2.458
Startersleningen en r.c. Stichting Volkshuisvesting Nederland
4.810
4.747
6.800
Totaal
7.868
7.761
9.622
Toelichting Lening Sociale Zaken Het onderdeel leningen verstrekt in het kader van Sociale Zaken-regeling (SoZa-regelingen) heeft voornamelijk betrekking op de verstrekking van kredieten op grond van het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ-kredieten) aan bedrijven. Voor deze leningen ligt het grootste deel van het risico (75%) bij de rijksoverheid. De rest van het risico ligt bij de gemeente. Lening Stichting Sportaccommodatie Urk De gemeente loopt over deze verstrekte geldleningen een beperkt risico. De Stichting Sportaccommodatie Urk (SSU) heeft de opstallen als onderpand gegeven. Verder beoordelen we jaarlijks, aan de hand van de jaarstukken, de financiële positie van de SSU.
49
Lening Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland (SVn) verstrekt namens gemeente Urk startersleningen en leningen voor woningonderhoud. Gebruikte rentepercentages De totale rentelast rekenen we aan de verschillende begrotingsonderdelen toe. Dit doen we op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften). Deze toerekening geschiedt naar rato van de boekwaarden van de activa die voor die onderdelen worden ingezet. Voor de begroting 2026 is dit 'omslagpercentage' bepaald op 2,1%. Het is de deling van de rentelast op de boekwaarden van de vaste activa op 1 januari. Daarmee is tevens aangegeven dat dit percentage slechts indirect een relatie heeft met de werkelijke rentepercentages waarvoor lang- en kortlopende financiering daadwerkelijk wordt aangetrokken. Om te anticiperen op de stijging van het omslagpercentage is in de begroting een omslagpercentage van 2,1 gehanteerd. Uitgaande van nota Grondbeleid 2024 van het BBV worden aan de grondexploitaties rentekosten in rekening gebracht met het omslagpercentage van 2,0 over de boekwaarden van de voorraden onderhanden werk grondexploitaties op 1 januari.
Daarbij wordt voor de grondexploitatie Zeeheldenwijk een correctie toegepast (afslag) aan de hand van de werkelijke rentelast van de lening die in 2018 specifiek voor de financiering van deze grondexploitatie werd aangetrokken. De ontwikkeling van de toekomstige rentelasten, van het financieringstekort en van het omslagpercentage worden weergegeven in de onderstaande tabel:
50
Ontwikkeling rentelast
2026
2027
2028
2029
Te financieren activa 1- 1
128.098.000 162.966.000 162.321.000 156.939.000
Te financieren voorraden grond
40.523.000
42.303.000
46.161.000
42.104.000
Te financieren voorraden grond met project financiering
21.743.000
20.786.000
19.824.000
18.856.000
A Totaal vaste activa + voorraad grond 1-1
190.364.000 226.055.000 228.306.000 217.899.000
Leningen o/g schuldrestant 1-1
89.132.000
80.854.000
72.946.000
69.115.000
Leningen o/g schuldrestant 1-1 met projectfinanciering
21.809.000
20.855.000
19.895.000
18.930.000
B Totaal leningen o/g schuldrestant 1-1
110.941.000 101.709.000
92.841.000
88.045.000
C Reserves en voorz. (interne financiering)
43.871.000
42.183.000
41.622.000
39.252.000
D Financieringstekort (A -/- B -/- C)
35.552.000
82.163.000
93.843.000
90.602.000
20.000
20.000
20.000
20.000
Te ramen rentelast reeds aangegane leningen
1.929.000
1.776.000
1.653.000
1.555.000
Te ramen rentelast reeds aangegane leningen met projectfinanciering
350.000
333.000
316.000
299.000
Te ramen rentelast 3,0% over financieringstekort
1.067.000
2.465.000
2.815.000
2.718.000
Te ramen totale rentelast c.a.
3.366.000
4.594.000
4.804.000
4.592.000
1,79%
2,08%
2,15%
2,16%
Te ramen diverse kosten financiering
Gemiddelde omslagpercentage exclusief projectfinanciering
51
Bedrijfsvoering Inleiding De bedrijfsvoering ondersteund en adviseert de ambtelijke en bestuurlijke organisatie. De inwoner verwacht van de gemeente Urk dat zij haar gelden rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteedt. We verwachten ook dat de gemeente een betrouwbare partner is. Deze verwachtingen vormen de basis voor onze manier van werken en helpen ons om onze publiekelijke doelen te realiseren. Het succes van deze doelen staat of valt met de kwaliteit van onze bedrijfsvoering. Informatievoorziening / ICT Informatievoorziening en ICT Een veranderende samenleving vereist een gemeentelijke organisatie die daarop inspeelt. Een efficiënte informatievoorziening, steunend op een veilige informatiestructuur en werkplek, is daarvoor randvoorwaardelijk. In 2026 zetten wij verder in op het invullen van de visie en strategie op de informatievoorziening. Leidend hierin is dat de kosten voor Informatievoorziening in de pas blijven lopen bij de landelijk gemiddelde kosten voor Informatievoorziening. Wij passen hier ook de processen en middelen verder op aan. In 2026 organiseren wij een strategisch informatieoverleg. Met behulp van dit overleg zijn wij in staat om de regiefunctie rondom Informatievoorziening in te vullen en daardoor onze leveranciers optimaal aan te sturen. Wij ronden de planvorming van het Informatiebeleidsplan 2026-2028 in 2026 af.
De ontwikkeling van de informatievoorziening gaan ook de komende jaren door. Uitgangspunten hierbij zijn de afspraken die bij de VNG-ledenvergadering zijn gemaakt. Informatiebeheer Informatiebeheer in een gemeente is essentieel. Voor het verbeteren van het informatiebeheer zijn bij de kadernota 2026 aanvullende middelen verstrekt. Hiermee optimaliseren wij de processen welke leiden tot archivering en trainen wij de gebruikers op informatiegebruik en informatieveiligheid. Wij starten in 2026 met een project om de opgelopen achterstand op het terrein van archivering in te lopen en het proces zodanig vorm te geven dat nieuwe achterstanden worden voorkomen. Om het informatiebeheer de komende jaren op orde te houden passen we de inrichting van bestaande applicaties aan. Hiermee sluiten we aan bij de huidige eisen voor een goed archiefbeheer en ontwikkelingen zoals de Wet open overheid (Woo). Inkoop en aanbestedingen Het inkoop- en aanbestedingsbeleid De gemeente Urk heeft een inkoop- en aanbestedingsbeleid. Dit beleid sluit aan op de huidige wet- en regelgeving, maar ook op de doelstellingen van de gemeente. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid gaat bijvoorbeeld in op de volgende onderdelen:
Juridische uitgangspunten (onder andere de beginselen bij inkoop); Ethische en ideële uitgangspunten (onder andere duurzaamheid en social return on investment); Economische uitgangspunten (onder andere lokale economie en het midden- en kleinbedrijf (MKB).
52
Evaluatie van het oude inkoop- en aanbestedingsbeleid heeft geleid tot een nieuw inkoop- en aanbestedingsbeleid voor de periode 2024-2027. In 2026 geven we dit beleid verder in de organisatie vorm. Medewerkers Personeel De gemeente Urk groeit qua inwoners, bedrijven een maatschappelijke instellingen. Het gemeentebestuur heeft veel ambities. De organisatie van de gemeente Urk moet daarin meegroeien. Dat vereist een continue investering in de kwantiteit en kwaliteit van de ambtelijke organisatie. Het blijft door de situatie op de arbeidsmarkt een uitdaging om voldoende en gekwalificeerde medewerkers aan te trekken. Het blijft nog steeds nodig om voor bepaalde moeilijk vervulbare vacatures tijdelijk personeel in te huren. Ons beleid is erop gericht om daar waar dat lukt tijdelijke inhuur om te zetten in eigen medewerkers. Arbeidsmarktcommunicatie De arbeidsmarkt blijft ook de komende jaren krap. Dat blijft ook in 2026 een creatieve manier van werken vragen om de vacatures in te kunnen vullen. Daarvoor zetten we in 2026 alle mogelijke middelen in die daarvoor nodig zijn. Het beleid rondom werving en selectie wordt daarom in 2026 hierover herijkt, zodat dit in overeenstemming is met de heersende praktijk. De Ondernemingsraad wordt daarbij betrokken.
Ziekteverzuim(begeleiding) Vanaf 1 januari 2025 is voor twee jaar een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met een bedrijfsarts voor de ziekteverzuimbegeleiding. Dit is met toepassing van de Arbowet een maatwerkregeling. Deze overeenkomst eindigt per 1 januari 2027. Zodat in het tweede kwartaal van 2026 een voorstel wordt ontwikkeld op welke wijze de ziekteverzuimbegeleiding vanaf 1 januari 2027 kan worden gecontinueerd. Ook hierbij wordt de Ondernemingsraad betrokken. Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) Volgens de wet op de Arbeidsomstandigheden moet de gemeente Urk beschikken over een actuele RI&E. In het derde kwartaal van 2025 zijn deze RI&E’s geactualiseerd voor alle gemeentelijke gebouwen. Een plan van aanpak maakt daar onderdeel van. Deze plannen van aanpak ontwikkelen we in samenwerking met de VGWM-commissie en Ondernemingsraad begin 2026. De preventiemedewerker monitort de verdere uitwerking van deze plannen van aanpak in overleg met de aanspreekpunten Arbo. Nieuw functiewaarderingssysteem In de begroting 2025 is aangegeven dat we dat jaar gaan gebruiken om te onderzoeken aansluiting te realiseren bij het functiewaarderingssysteem HR-21. Het is niet gelukt om dat onderzoek te starten als gevolg van de werkdruk bij het team HR. In overleg met de Ondernemingsraad is afgesproken om in ieder geval in het begrotingsjaar 2026 dit onderzoek wel af te ronden.
Daarbij wordt onderzocht wat de voor- en nadelen en de kosten zijn van het actualiseren het huidige functieprofielenboek of over te gaan tot het functiewaarderingssysteem HR-21. In- en uitdiensttreding (on- en offboarding) Nieuw indiensttredende medewerkers werken we volledig in en zij krijgen een introductie binnen onze organisatie. Dit (digitale)proces ontwikkelen we door in 2026. Daarnaast is het nodig om het (digitale)proces van uitdiensttredende medewerkers verder te optimaliseren. Ook dat werken we uit in het begrotingsjaar 2026.
53
Overzicht salarissen, toelagen en vergoedingen Overzicht salarissen, toeslagen en vergoedingen Ambtelijke organisatie
Rekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 16.881.873
19.934.809
21.322.000
College van B & W
631.911
653.000
669.000
Gemeenteraad
317.051
335.981
350.000
Griffie
168.664
261.019
280.000
Rekenkamer
12.000
12.000
12.000
18.011.500
21.196.809
22.633.000
Totaal Kosten inhuur derden
Rekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026
Kosten inhuur
4.299.327
2.155.500
400.000
Totaal
4.299.327
2.155.500
400.000
Huisvesting De huidige beschikbare ruimte voor huisvesting voor de gemeentelijke organisatie wordt met fase 1 en 2 van het project herinrichting gemeentehuis zo optimaal mogelijk ingericht en gebruikt. Deze ruimte is onvoldoende om hiermee nog jaren verder te kunnen. Daarom wordt actief gewerkt aan het uitplaatsen van de bibliotheek. Wanneer er meer duidelijkheid is over de mogelijke nieuwe plek voor de bibliotheek komt er een voorstel aan uw raad. De kosten hiervoor zijn nog niet opgenomen in deze begroting. Samenwerking en ontwikkelingen Op gebied van ‘inkoop’ werken we samen met de gemeenten Dronten en Noordoostpolder (de zogenaamde DUN-gemeenten). Naast gezamenlijke aanbestedingen komen ook thema’s als circulair inkopen, social return on investment en het werken met groslijsten bij meervoudig onderhandse aanbestedingen binnen deze samenwerking aan bod. Zo wordt er onder andere gewerkt aan een eenduidige werkwijze voor de inzet van social return on investment binnen de gemeenten en een groslijstsystematiek voor enkel- en meervoudige onderhandse aanbestedingen van civieltechnische opdrachten. In het verleden is er regelmatig een Regionaal Inkoop Overleg Flevoland (RIOF) geweest waarin actuele onderwerpen en ontwikkelingen werden besproken. Dit overleg is weer opgestart.
Aanbestedingskalenders delen we en waar mogelijk werken we samen met gelijksoortige aanbestedingstrajecten. Communicatie 2026 is het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen. In 2026 wordt op basis van het nieuwe coalitieakkoord, het communicatiebeleidsplan en de participatievisie focus aangebracht in de communicatie. Zodat helder is waar de gemeente Urk voor staat en gaat. Betrokkenheid van inwoners, organisaties en bedrijven wordt gewaardeerd en gestimuleerd en krijgt steeds meer een plaats in de algemene planvorming en uitvoering. Dit professionaliseren we doordat we actief uitvoering geven aan de participatievisie.
54
Het medialandschap is continue in ontwikkeling. Communicatie ontwikkelt mee met een actueel social mediabeleid. We ontwikkelen een mediamonitor, zodat we kunnen volgen wat de effecten zijn van wat we communiceren en hoe de gemeente in de media onder de aandacht wordt gebracht. We monitoren, evalueren, adviseren en stellen bij. In 2025 is de nieuwe huisstijl ingevoerd. In 2025 is daarnaast de kroon op het wapen van Urk aangevraagd. De verwachting is dat we deze kroon in 2026 ontvangen. Dit wapen introduceren we in 2026 feestelijk en passen we toe in de middelen waar het wapen mag worden toegepast. Zoals de ambtsketen. Juridische zaken Inmiddels zijn de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik overheidsinformatie (Who) van kracht. De Woo is de vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo beoogt een meer transparante en actief openbaar makende overheid. Daarom kent deze wet de verplichting om uit eigen beweging bepaalde categorieën informatie openbaar te maken. Daarom is hiervoor ook een aparte paragraaf opgenomen in de begroting. Ook schrijft de wet maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. De Who verplicht gemeenten om op verzoek overheidsinformatie als open data beschikbaar te stellen voor hergebruik. Dat hergebruik kan zowel maatschappelijke als commerciële doelstellingen hebben.
Binnen onze organisatie wordt ook in 2026 gewerkt aan de implementatie van de nieuwe wetgeving. Daarnaast wordt verder gewerkt aan de steeds voortschrijdende wettelijke verplichtingen op het gebied van privacy. Rechtmatigheidsverantwoording Met de rechtmatigheidsverantwoording legt het college van burgemeester en wethouders verantwoording af over de naleving van de regels, die relevant zijn voor het financiële reilen en zeilen van de gemeente. Over de naleving van de voorwaarden voor subsidies en Europese bestedingen bijvoorbeeld, maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik en lasten, waarvoor geen voorafgaande dekking opgenomen was in de begroting. De verantwoordelijkheid van het college voor de rechtmatigheid wordt hiermee benadrukt doordat het college een verantwoording over rechtmatigheid af moet geven in plaats van de accountant. In de paragraaf bedrijfsvoering geeft het college een toelichting op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Wij richten de processen zo in, dat onrechtmatigheden worden voorkomen dan wel tot een minimum worden beperkt. Hierbij helpen de bevindingen van de (tussentijdse) accountantscontrole ons.