Begroting 2025
Tekst van het document
Visievorming nieuw wonen en werken Uit het Coalitieakkoord en College Uitvoeringsprogramma volgt het project ‘Nieuw wonen / Nieuw werken’. Hierbij wordt een strategie en visie opgesteld voor de volgende stap na de Zeeheldenwijk en Port of Urk. Op basis van de uitkomsten dient een bestuurlijke keuze gemaakt te worden voor het volgende woon- en werkgebied voor Urk. Visievorming Elektriciteitsnet 2025 en verder Netcongestie is dagelijks in het nieuws. De vraag naar elektriciteit neemt toe en het traditionele net is niet geschikt om alle vraag te verwerken. Voor de Urker samenleving is het zeer wenselijk dat de problemen ten gevolge van netcongestie beheersbaar blijven. Daarvoor is veelvuldig contact met de netbeheerder om dagelijkse problemen op te lossen. Daarnaast werken we mee aan nieuwe en innovatieve oplossingen. Hiervoor is externe en specialistische ondersteuning nodig. De jaarlijkse kosten voor de komende vier jaar worden geraamd op € 15.000.
25
Waternet Vitens kan in Noordelijk Flevoland onvoldoende drinkwater leveren om de vraag, ten gevolge van een groeiend bevolking en economie, bij te benen. De gemeente Urk heeft het voortouw genomen om een stuurgroep te vormen bestaande uit: de provincie Flevoland, gemeente Noordoostpolder, gemeente Urk, waterschap Zuiderzeeland, Rijkswaterstaat en Vitens. Deze stuurgroep buigt zich over de drinkwaterproblematiek en onderzoekt oplossingen voor de korte en lange termijn. Om in deze stuurgroep de juiste rol te nemen is externe specialistische ondersteuning nodig. De jaarlijkse kosten voor de komende vier jaar worden geraamd op € 25.000 per jaar. Opstellen uitvoeringsplan Oud Urk en programma Natuur en Landschap Voor het opstellen van een uitvoeringsplan Oud Urk en procesgelden voor het programma Natuur en Landschap is éénmalig € 25.000 noodzakelijk in 2025. Integrale visie op bedrijventerreinen Op het gebied van Economie worden in 2024 de volgende beleidsstukken opgeleverd: het programma Detailhandel, programma Recreatie en Toerisme en het programma Economische Zaken. Tevens wordt in 2024 gestart met de Integrale visie Bedrijventerreinen welke in 2025 wordt opgeleverd. Hiervoor is in 2025 éénmalig nog € 25.000 nodig.
INVESTERINGEN Bredeschool Zeeheldenwijk Op basis van nieuwe calculaties die ook door een extern bureau zijn getoetst, zullen de bouwkosten voor deze brede school met € 3.000.000 stijgen. Dit leidt tot aanvullende afschrijvingslasten. In de begroting was rekening gehouden met de start van de afschrijvingslasten vanaf 2026. De opleverdatum van de school zal niet eerder dan in 2026 zijn, waardoor de geplande afschrijvingslasten in 2027 starten en de gereserveerde lasten in 2026 éénmalig vrij zullen vallen. Nieuwbouw sanitaire voorzieningen Wijk 1-47 De vernieuwbouw van de sanitaire unit op de Westhavenkade wordt voorzien in 2025. De afschrijvingslasten starten in 2026. Strategische grondaankopen 2025 en verder Om ook in de toekomst te kunnen bouwen achten wij het raadzaam om gronden die beschikbaar komen en die de gemeente in de toekomst kan gebruiken voor ontwikkelmogelijkheden aan te schaffen. Dit noemen wij strategische aankopen. Om deze gronden te financieren zal gemeente Urk geld moeten lenen. Vooruitlopend op eventuele aankopen is het niet goed mogelijk om een inschatting van de kosten te maken. Wanneer een aankoop zich voordoet wordt deze op dat moment in het financiële meerjarenperspectief verwerkt. Financieringslasten van investeringen Voor het betalen van de in de kadernota opgenomen investeringen moet geld geleend worden. De rentelasten worden ingeschat op € 71.000.
26
Wat mag het kosten? Programma (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Havens en waterwegen
1.027
957
957
957
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
9.781
1.652
1.313
666
271
271
268
268
Economische promotie
1.314
3.137
1.487
987
Onderwijs
4.817
4.906
5.316
5.216
Totaal lasten
17.210
10.923
9.341
8.094
855
855
855
855
9.781
1.652
1.313
666
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
286
286
286
286
Economische promotie
473
473
473
473
Onderwijs
1.454
1.454
1.454
1.454
Totaal baten
12.849
4.720
4.381
3.734
Saldo meerjarenbegroting voor reserves
-4.361
-6.203
-4.960
-4.360
-ㅤ
-ㅤ
-ㅤ
-ㅤ
-4.361
-6.203
-4.960
-4.360
Lasten
Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
Baten Havens en waterwegen Fysieke bedrijfsinfrastructuur
Mutaties reserves Saldo meerjarenbegroting na reserves
27
Programma Leven Inhoud • Sport (beleid en accommodaties) • Cultuur, museum en media • Openbaar groen en recreatie • Participatie, toegang en eerste lijn • Inkomen, WSW en beschut werk • WMO / zorg 18+ • Jeugdzorg
Wat willen we bereiken? Bestaanszekerheid Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid, wat een bestaan omvat met voldoende en voorspelbaar inkomen, toegang tot een woning, onderwijs en zorg, evenals een financiële buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. De bestaanszekerheid van een flinke groep mensen in Nederland, maar ook op Urk staat onder druk. Dat heeft grote gevolgen voor de mensen die het betreft. Deze gevolgen zijn niet alleen financieel, maar veel breder zoals op het gebied van gezondheid, wonen en kansengelijkheid. De landelijke overheid praat al langere tijd over het verhogen van het bestaansminimum. De gemeente Urk voelt de urgentie en wil haar inwoners helpen. Zij heeft immers vanuit het Rijk de opdracht om bestaanszekerheid te bieden aan haar inwoners. Daarin spelen voor de gemeente veel thema’s: inkomensbeleid, het terugdringen van nietgebruik, de armoedeval, schuldhulpverlening, maatwerk binnen de Participatiewet, mantelzorg en chronisch zieken. De gemeente, het Rijk en de partners moeten dit integraal gaan oppakken. De nieuwe Participatiewet in balans is daarin een voor de gemeente belangrijke stap. De ambitie van het Rijk is om met de wets- en beleidswijzigingen, mensen een voldoende en zeker bestaansminimum bieden en ze te stimuleren deel te nemen aan de samenleving.
Er wordt meer maatwerk mogelijk, waarbij rekening wordt gehouden met mogelijkheden en individuele omstandigheden. De gemeente Urk wil daar, waar dat mogelijk is, al op vooruit lopen. Gezondheidszorg Vanuit het integraal zorgakkoord (IZA) moet er een samenwerkingsplan gerealiseerd worden tussen 2023-2026. Hierin staat passende, preventiegerichte, duurzame en gedigitaliseerde zorg centraal. In deze transformatie zetten we in op een verbinding tussen sub regionale (’t Vlie) en onze lokale zorginfrastructuur (Gezond op Urk). In het kader van IZA is het Regioplan Flevoland opgesteld met daarin de belangrijkste opgaven voor de zorgtransformatie. We kijken (sub)regionaal naar gegevensbeschikbaarheid, digitale innovatie, capaciteit en de arbeidsmarkt. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving Verankering van DURF en het IJslandse preventiemodel blijven we via een programmatische aanpak door ontwikkelen. Denk daarbij onder andere aan begeleide vrijetijdsbesteding, ouderbetrokkenheid en preventie en handhaving. Daarbij willen we ook bruggen bouwen met andere sectoren. Met de verankering van DURF zoeken we (nog) meer de verbinding met het beleidsveld Veiligheid. Samen worden diverse zaken opgepakt, zoals plan Golfbreker, de Visie Verantwoord Uitgaan op Urk en de persoonsgerichte aanpak.
28
Onderwijs Voor de plannen omtrent de herhuisvesting van het Berechja College is een bestuursopdracht vastgesteld. Hierbij worden twee scenario's uitgewerkt: herhuisvesting op dezelfde locatie of herhuisvesting elders. In dit laatste geval wordt Port of Urk, in combinatie met de plannen rondom een Maritiem Campus, als een reële optie beschouwd. In 2025 zal dit onderzoek worden afgerond en moet een besluit worden genomen over het vervolg hierop.
Wat gaan we daarvoor doen? Regionale samenwerking In 2024 werken wij aan de governance voor de regionale samenwerking. Dit doen wij om de slagkracht in de regio rond Jeugdhulp en WMO te vergroten. Ook werken wij aan de uitvoering van de hervormingsagenda jeugd. Jeugdhulp met Verblijf In 2025 wordt de uitvoering met de nieuwe afspraken die bij de aanbesteding in 2024 over de diverse vormen van jeugdhulp zijn gemaakt verder opgepakt. Tevens wordt Thuis op Maat verder ingezet. Hiermee richten we ons op het voorkomen van uithuisplaatsing. En als dat niet kan: ernaar streven dat jeugdigen weer naar huis gaan of in een setting verblijven die op een thuissituatie lijkt. Aandacht voor Wonen en Zorg Woningen en de woonomgeving moeten toegankelijk zijn voor mensen met een beperking, uitnodigen tot ontmoeten en toegerust zijn op mensen met dementie. Daarnaast moeten we de zorg efficiënter organiseren zodat zorg en ondersteuning betaalbaar en beschikbaar blijft. Om hierin de juiste keuzes te maken werkt de gemeente naast het Programma wonen ook een Programma welzijn en zorg uit. Vaststelling hiervan staat gepland voor het 1e halfjaar 2025. Hierbij sluit Urk aan bij een breder traject dat vanuit het zorgkantoor en de provincie Flevoland het afgelopen jaar is ingezet. Maatjesprojecten Op dit moment subsidieert de gemeente maatjesprojecten als ‘Een goeie moat’ en ‘Een moat in ut gezin’.
Juist in de preventie dragen maatjesprojecten bij aan de zorgverlening. Dit willen we door ontwikkelen en uitbreiding naar schuldhulpmaatjes en stief academie en ondersteuning bij relatieproblematiek. Dit om te zorgen voor een stevige sociale basis op Urk. Anti-discriminatiebeleid / inclusiebeleid In 2025 wordt de jongerenparticipatie verder vorm gegeven, ingevuld en uitgevoerd. Met het SCAB wordt gekeken naar nieuwe aandachtsvelden op inclusie waarop in 2025 de aandacht wordt gelegd. Sport en cultuurvisie Met de sport- en cultuurvisie geven wij een nieuwe impuls aan sport- en cultuurparticipatie. We behouden de bestaande activiteiten en versterken die waar nodig. Daarnaast stimuleren, versterken en faciliteren we nieuwe activiteiten op het terrein van sport en cultuur. Hiermee borgen we de kennismaking met sport en cultuur en kan dit zich kwalitatief ontwikkelen. In 2025 zetten we in op de implementatie van de visie. Kunst & Cultuur. Een belangrijke drager voor kunst en cultuur is ons Museum. Het museum trekt de laatste jaren steeds meer bezoekers en vervult hiermee een belangrijke rol in het vertellen van het Urker verhaal. Om deze rol ook in de toekomst te kunnen blijven vervullen wordt er in 2025
29
een toekomst gericht bedrijfsplan geschreven voor het Museum. Hierin moet worden uitgewerkt waar we met het museum naar toe willen. Verder ontwikkelen WSP Urk Werkt Als gemeente organiseren we op grond van de Wet SUWI in het werkgeversservicepunt (WSP) ‘Urk Werkt’. Deze taak is belegd bij Concern voor Werk. Het WSP begeleidt werkgevers om nog meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan een gepaste werkplek te helpen ofwel de inclusieve arbeidsmarkt vorm te geven. De nieuwe infrastructuur arbeidsmarkt geeft een doorontwikkeling aan naar een Regionaal Werkcentrum (RWC) in 2026. Het werkgeversservicepunt zal een onderdeel zijn van de dienstverlening die aangeboden wordt in het RWC. De regionale samenwerking binnen de arbeidsmarktregio zal verder geïntensiveerd worden in het overgangsjaar 2025, waarin het RWC regionaal en lokaal vorm zal krijgen. Ook zullen de mogelijkheden voor een loket in de gemeente Urk worden onderzocht. Ook Concern voor Werk staat voor strategische keuzes binnen de nieuwe infrastructuur arbeidsmarkt en de samenwerking arbeidsmarktregio. Aanpassen organisatie sociaal domein Inburgering Als gevolg van regelgeving vanuit de Wet Inburgering is extra formatie in uitvoering nodig om deze specifieke taak uit te kunnen voeren. In 2025 is de formatie voor inburgering hierom uitgebreid met 0,25 fte.
De gemeente Urk heeft een achterstand op de huisvestingstaakstelling voor het huisvesten van vergunninghouders. We verwachten in 2025 een piek in het aantal inburgeraars te zien als de doorstroom in de sociale huursector ontstaat waardoor er meer vergunninghouders gehuisvest kunnen worden. Alle vergunninghouders zijn namelijk inburgeringsplichtig. Hierdoor zal het noodzakelijk zijn om (tijdelijk) extra formatie in te zetten, bovenop de 0,25 fte die in de kadernota is opgenomen. In aanvulling op het in de kadernota 2025 opgenomen bedrag hebben wij hiervoor aanvullend een bedrag van € 21.750 in de begroting verwerkt. Gespreksvoerders WMO/Jeugd + kwaliteitsmedewerker WMO/Jeugd Als gevolg van regelgeving vanuit de Wet Inburgering is extra formatie in uitvoering nodig om deze specifieke taak uit te kunnen voeren. In de begroting 2025 is uitgegaan van 1,5 fte. Uit formatie onderzoek was al gebleken dat een dubbele uitbreiding noodzakelijk is. Door het inwerken van nieuwe collega’s en de toenemende druk op de lokale toegang onder andere als gevolg van de hervormingsagenda jeugd zal er voor het komende jaar ook zeker meer formatie dan de opgenomen 1,5 fte noodzakelijk zijn. In aanvulling op het in de kadernota 2025 opgenomen bedrag hebben wij hiervoor aanvullend een bedrag van € 127.500 in de begroting verwerkt.
30
Wat mag het kosten? Programma (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Sport (beleid en accommodaties)
2.935
3.142
3.251
3.249
Cultuur, museum en media
1.208
1.208
1.206
1.206
Openbaar groen en recreatie
2.214
2.208
2.208
2.208
Participatie, toegang en eerste lijn
3.452
3.432
3.434
3.437
Inkomen, WSW en beschut werk
6.325
6.310
6.310
6.310
WMO / zorg 18+
3.897
3.801
3.801
3.801
Jeugdzorg
4.196
4.165
4.165
4.165
Totaal lasten
24.227
24.266
24.375
24.376
1.370
1.299
1.027
1.027
Cultuur, museum en media
188
188
188
188
Openbaar groen en recreatie
48
48
48
48
Participatie, toegang en eerste lijn
242
242
242
242
Inkomen, WSW en beschut werk
2.828
2.852
2.852
2.852
WMO / zorg 18+
140
300
300
300
Jeugdzorg
350
175
175
175
Totaal baten
5.166
5.104
4.832
4.832
-19.061
-19.162
-19.543
-19.544
-ㅤ
-ㅤ
-ㅤ
-ㅤ
-19.061
-19.162
-19.543
-19.544
Lasten
Baten Sport (beleid en accommodaties)
Saldo meerjarenbegroting voor reserves Mutaties reserves Saldo meerjarenbegroting na reserves
31
Paragrafen
32
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Onder weerstandsvermogen wordt verstaan het vermogen van de gemeente Urk om (onverwachte) verliezen en incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de continuïteit of de dienstverlening van de organisatie direct in gevaar komt of financiële noodmaatregelen nodig zijn. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, dat wil zeggen de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen.
Beschikbare weerstandscapaciteit Het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. De gemeente Urk rekent de volgende onderdelen tot de beschikbare weerstandscapaciteit: a. De algemene reserve; b. De bestemmingsreserves die dienen ter egalisatie van de begrotingsposten sociaal domein en Participatiewet; c. Stelpost onvoorziene uitgaven; d. De onbenutte belastingcapaciteit; e. De reserve grondzaken (algemene weerstandsreserve grondexploitatie). a. De algemene reserve De stand van de algemene reserve naar verwachting per 31 december 2025. b. De bestemmingsreserves participatie en sociaal domein Deze bestemmingsreserves zijn voor de jaarlijkse egalisatie van de geraamde baten en lasten van de betreffende doeleinden. Vanuit dat oogpunt kunnen deze reserves dan ook worden meegenomen bij de bepaling van de weerstandscapaciteit. De verwachte stand van deze specifieke bestemmingsreserves per 31 december 2025. c. Stelpost onvoorziene uitgaven In de begroting is voor dekking van onvoorziene uitgaven een structureel gelijkblijvende stelpost opgenomen. Er zijn nog wel andere stelposten geraamd binnen de begroting. Deze stelposten zijn echter allemaal aangewezen voor specifieke doeleinden. d.
De onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit is de ruimte die er nog is om de belastingen te verhogen. In het algemeen wordt gekeken naar de ruimte die aanwezig is om de OZB-tarieven nog te verhogen. De onbenutte belastingcapaciteit OZB wordt berekend door de gemeentelijke tarieven te vergelijken met de tarieven in de algemene uitkering. Bij de afvalstoffen- en rioolheffingen is de nog onbenutte belastingcapaciteit alleen de ruimte totdat 100% kostendekking is gerealiseerd. Ten aanzien van de begraafrechten geldt het beleid dat de kosten voor 80% in rekening worden gebracht. Hier is theoretisch sprake van een structureel onbenutte ruimte in de begroting. In 2025 is er geen sprake van onbenutte capaciteit voor de OZB. Voor de riool- en afvalstoffenheffing wordt wel een onbenutte belastingcapaciteit begroot.
33
e. De reserve grondzaken De verwachte stand van het vrij aanwendbare deel van de reserve grondzaken per 31 december 2025. De weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Begroting
Begroting
2024
2025
Algemene reserve (vrije deel)
14.429
17.138
Bestemmingsreserves participatie en sociaal domein
6.500
5.789
Stelpost onvoorziene uitgaven
25
25
Onbenutte belastingcapaciteit
0
550
Reserve grondzaken
3.950
3.765
Totaal
24.904
27.267
Risico-inventarisatie (berekening benodigde weerstandscapaciteit) Een risico is de onzekerheid (kans) dat een gebeurtenis met (negatieve) gevolgen zich voordoet. Risicomanagement komt dus op de eerste plaats. Pas als een risico, ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement, toch optreedt en negatieve financiële gevolgen heeft voor de gemeente, dan komt het weerstandsvermogen in beeld. De risico’s van de gemeente worden ingedeeld in de volgende risicocategorieën: • Algemeen • Concreet • Specifiek Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat ze nooit allemaal tegelijk en met een maximale omvang zullen optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het ondenkbaar dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich daarentegen in hun maximale omvang manifesteren. Eerst worden de algemene risico’s zoveel mogelijk in beeld gebracht. Voor algemene risico’s worden in de regel geen afzonderlijke reserves aangehouden. De concrete risico’s zijn in principe zoveel mogelijk gedekt door de aanwezige reserves en voorzieningen. De nadruk zal voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit op de gemeentelijk specifieke risico’s komen te liggen. Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s.
De algemene risico’s worden ook meegenomen in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat deze moeilijk individueel zijn te bepalen, wordt daarbij uitgegaan van de jaarlijkse begrotingsomvang. Op basis van de uitgangspunten wordt uitgegaan van een risicoprofiel van 5%. Hieronder is een opsomming weergegeven van de belangrijkste of meest actuele algemene risico’s. • Economische conjunctuur De economisch conjunctuur is op dit moment stabiel, maar de oorlog in Oekraïne en de sterke inflatie zorgt mogelijk voor een verslechtering. Het is op dit moment moeilijk te bepalen hoe groot de financiële impact zal zijn.
34
•
•
•
Programma Aanpak Stikstof (PAS) Veel bouwplannen sneuvelden de afgelopen periode als gevolg van de uitspraak Raad van State met betrekking tot de Programmatische Aanpak Stikstof. Het stikstofprobleem zien we voorlopig als een risico. Het mogelijk risico wordt gekwantificeerd en meegenomen in de risicoparagraaf van het project. Open einde regelingen Door de economische ontwikkelingen kunnen aanspraken op verschillende regelingen toenemen. De uitgaven voor bijstand en minima kunnen daardoor stijgen. Ook bij de WMO en jeugdwet levert het open einde karakter risico’s op. Voor het sociaal domein en de participatiewet zijn reserves gevormd, deze worden meegenomen in het weerstandsvermogen. Grote investeringen Opgaven en uitdagingen liggen de komende jaren zowel op het terrein van wonen als werken. Om antwoord te kunnen geven op de blijvende en toenemende vraag naar woningen (Zeeheldenwijk), moet Urk fors investeren. Daarnaast wordt Urk gevraagd haar bijdrage te doen in de economische ontwikkeling van Noordelijk Flevoland (Buitendijkse haven en bedrijventerrein). Bijdragen in de uitbreiding en verbeteringen van de infrastructuur (o.a. Randweg).
Concrete risico’s Tot concrete risico’s worden risico’s gerekend waarvan de omvang van de te verwachten verplichtingen redelijkerwijs zijn in te schatten. Voor concrete risico’s worden bestemmingsreserves en voorzieningen ingesteld. De gemeente heeft bijvoorbeeld een reserve/voorziening ingesteld voor wethouders-pensioenen en -wachtgelden. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in voldoende mate af. Er hoeven derhalve geen aanvullende voorzieningen te worden getroffen, waarvoor eventueel de weerstandscapaciteit moet worden aangesproken. Specifieke risico’s Tot de specifieke risico’s worden risico’s gerekend welke gelden voor de specifieke omstandigheden waarin de gemeente opereert. De specifieke risico’s bestaan uit: • Gewaarborgde geldleningen De gemeente Urk staat borg voor zes leningen. Op deze leningen wordt jaarlijks afgelost, waardoor het risico jaarlijks afneemt. • Grondverkopen (grondexploitatie) De risico inschatting van de grondverkopen in het kader van de grondexploitatie is op basis van de werkelijke boekwaarde van de complexen. Alle grondexploitaties worden jaarlijks bijgesteld en eventuele verwachte verliezen worden op dat moment genomen (ten laste van de reserve grondzaken wordt een voorziening ingesteld).
• Ontwikkelingen sociaal domein Voor wat betreft de regionale afspraken in het sociaal domein zijn er enkele financiële risico’s die de nodige aandacht vragen. Voor de lange en de korte termijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het zorglandschap Wmo en dan met name de (door)decentralisatie van beschermd wonen. De invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen zijn wederom uitgesteld. De voorgenomen invoeringsdatum van beide maatregelen was 1 januari 2024, maar zowel het rijk als de gemeenten constateren dat dit tijdspad te krap is. De nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2025. Deze taak laat nog steeds financiële vragen onbeantwoord voor zowel de regio als de afzonderlijke gemeenten. Ook zijn er risico’s in de regionale afspraken rond jeugdhulp met verblijf. De Jeugdwet verplicht gemeenten om voor de zwaardere vormen van hulpverlening samen te werken. Het gaat om de inkoop van de meeste zware/complexe vormen
35
•
•
•
•
van jeugdzorg. Tot slot geldt dat een belangrijke zorgaanbieder financiële problemen kent en van de regio gevraagd wordt om (extra) financieel bij te dragen. Veiligheidsregio Onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad is in 2022 gewerkt aan het implementatieplan voor het afschaffen van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam ‘verplichtend karakter’. Elementen die voor de brandweerorganisaties Flevoland en Gooi en Vechtstreek van belang zijn. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat Rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Een landelijk besluit moet duidelijkheid scheppen over de betaalbaarheid. De gevolgen die het landelijke besluit heeft voor de regio, worden voorgelegd aan het algemeen bestuur. Dat zal leiden tot een structurele wijze van financieren. Zolang er geen duidelijkheid is vanuit het Rijk lopen de deelnemende gemeenten risico. Voor Urk is dat financieel meegenomen in de begroting voor het jaar 2025. Bij verder uitstel blijft het risico voor de navolgende jaren bestaan. Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (NHG) Gemeente Urk heeft een overeenkomst met deze stichting tot zekerstelling voor de nakoming van betalingsverplichtingen van de stichting (achtervangovereenkomst) met betrekking tot de verstrekte hypotheekgaranties.
Per 1 januari 2011 is de achtervangfunctie van de gemeenten voor nieuw af te geven hypotheekgaranties vervallen. Vanaf deze datum is voor nieuw af te geven hypotheekgaranties sprake van een 100% rijksachtervang. Het risico heeft dus alleen betrekking op de afgegeven garanties voor 1 januari 2011. Vergoeding PMD Gemeente Urk krijgt voor het ingezamelde plastic afval (PMD) een vergoeding in verband met het recyclen van grondstoffen. De onderliggende overeenkomst tussen gemeenten en producentenorganisatie Verpact loopt eind 2024 af. De ketenovereenkomst is door gemeenten opgezegd per 1 januari 2025 omdat er verschil van inzicht is over de invulling ervan. Voor 2025 en verder is er nog geen duidelijkheid over de hoogte van de vergoeding. Mede op advies van ROVA benoemen wij dit risico. Energienetwerk Urk Het Energienet Urk voorziet bedrijven op Port of Urk en woningen in de Zeeheldenwijk van warmte en kou. De organisatievorm joint venture is een samenwerkingsverband van de gemeente en een privaat warmtebedrijf, waarin de gemeente de meerderheid van de aandelen heeft. Voor de financiering zal de gemeente Urk garant gaan staan voor de te verstrekken BNG-leningen aan het warmtebedrijf tot de invoering van het landelijke garantiefonds.
In de onderstaande tabel worden de genoemde risico’s, voor zover mogelijk, gekwantificeerd. Deze risico’s kunnen zich eventueel op zowel de korte als de lange termijn voordoen.
36
Grondslag Financieel risico (x € 1.000)
Omschrijving
Risico profiel
Benodigde weerstandscapaciteit (x € 1.000)
Eventuele opmerkingen
3.884
Het is gewenst, gezien de geïnventariseerde algemene risico’s, om een deel van de beschikbare algemene weerstandscapaciteit hiervoor in te zetten. Conform de vastgestelde beleidskaders wordt een richtlijn gehanteerd, waarbij 5% van de ‘omzet’ als risicobedrag wordt opgevoerd.
Algemene risico's
Begrotingsomvang 2024
77.684
5%
Specifieke risico's Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2025. Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen woningbouw per ultimo 2025. Dit betreft de geraamde boekwaarde van grondexploitatiecomplexen bedrijventerreinen per ultimo 2025. Dit betreft de uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2025.
Gewaarborgde geldleningen
4.593
5%
344
Boekwaarde grondexploitaties woningbouw
44.904
10%
4.490
Boekwaarde grondexploitaties bedrijventerrein
28.514
20%
5.703
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (NHG)
34.000
5%
1.700
Vergoeding PMD
125
40%
50
De vergoeding voor het ingeleverde plasticafval in verband met het recyclen van grondstoffen.
2.000
Dit betreft de maximaal uitstaande geldleningen waar de gemeente Urk garant voor staat per ultimo 2025.
Energienet Urk gewaarborgde geldleningen
10.000
Totaal
20%
18.171
Ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt vertaald in een ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald.
Weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit = Benodigde weerstandscapaciteit
37
Om de ratio voor het weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van onderstaande waarderingstabel. Deze ratio moet in ieder geval hoger zijn dan 1,0. Het weerstandsvermogen bij de begroting 2025 is met een ratio van 1,5 ruim voldoende. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 tot 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 tot 1,4
Voldoende
D
0,8 tot 1,0
Matig
E
0,6 tot 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen Het is voor gemeenten verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. De kengetallen en analyse geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht aan de gemeenteraad over de financiële positie van de gemeente Urk. Met behulp van de stoplichtkleuren groen, oranje en rood wordt respectievelijk de situatie gunstig, neutraal of ongunstig aangegeven. Kengetallen
Werkelijk Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
Begroot
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Netto schuldquote
118%
132%
173%
189%
200%
185%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
108%
122%
163%
179%
188%
174%
Solvabiliteitsratio
28%
27%
24%
22%
21%
19%
Grondexploitatie
70%
58%
83%
72%
75%
70%
Structurele exploitatieruimte
-0,6%
2,0%
1,5%
-1,6%
-1,7%
-0,6%
Belastingcapaciteit
98%
99%
105%
105%
105%
105%
Signaleringswaarden
gunstig
neutraal
ongunstig
< 90%
> 90% en < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90%
> 90% en < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
> 20% en < 50%
< 20%
Grondexploitatie
< 30%
> 30% en < 40%
> 40%
Structurele exploitatieruimte
> 0%
= 0%
< 0%
Belastingcapaciteit
< 95%
> 95% en < 125%
> 125%
Netto schuldquote
In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen zijn 10 beleidskaders geformuleerd die onderverdeeld zijn in risicomanagement en weerstandsvermogen. Aan de hand van deze beleidskaders houdt gemeente Urk haar financiële weerbaarheid op peil. Deze regels worden strak nageleefd en hebben hun waarde inmiddels bewezen. De afgelopen jaren is er
38
fors geïnvesteerd in het voorzieningenniveau. Dit uit zich in een stijging van de woonlasten. De woonlasten (belastingcapaciteit) komen daarmee voor 2025 uit op 5% boven het landelijk gemiddelde (2024). Toelichting en analyse samenhang kengetallen: Toelichting: • Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Door groei van de gemeente Urk (Zeeheldenwijk en Port of Urk) is er de komende jaren een hogere behoefte aan liquide middelen, dit uit zich in een hogere netto schuldquote ten opzichte van voorgaande jaren. • Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
Voor de omvangrijke grondexploitatie is ook veel vreemd vermogen nodig voor de aankoop van de gronden. Dit heeft effect op de solvabiliteit. Bij de verkoop van de gronden wordt het vreemd vermogen weer verlaagd en zal de solvabiliteit stijgen. Het eigen vermogen van de gemeente Urk daalt licht naar verwachting de komende jaren. • Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de boekwaarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De gemeente Urk voert een actief grondbeleid. De gemeente Urk heeft een relatief omvangrijke grondexploitaties ten opzichte van de totale geraamde baten. Dit komt met name door de investeringen in de Zeeheldenwijk en Port of Urk. Door de verkoop van de gronden zal de boekwaarde weer dalen daardoor ook het percentage. Omdat grondexploitaties langlopende projecten zijn, zal de komende jaren dit percentage hoog blijven. • Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om éénmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Het structurele saldo is voor het komende jaar positief, er komen meer inkomsten binnen dan dat er uitgaven zijn.
Voor de jaren 2026, 2027 en 2028 zijn er minder inkomsten uit het gemeentefonds vanuit het Rijk i.v.m. de nieuwe financieringssystematiek. Hierdoor is de begroting dan ook niet sluitend voor die jaren. • Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Bij de belastingdruk wordt uitgegaan van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De woonlasten zijn in 2025 105% van het landelijk gemiddelde (prijspeil 2024).
39
Analyse De beide netto schuldquotes laten een stijging zien in de jaren 2025 tot en met 2027. In 2028 daalt de positie weer. De stijging van het percentage komt dan ook voort uit de lagere begrotingsomvang in met name 2027 waarop dit percentage berekend wordt. De lagere omvang heeft onder andere betrekking op de lagere ontvangsten van het Rijk uit het gemeentefonds. Door deze lagere inkomsten en de wel aanwezige structurele lasten in de begroting ontstaat voor de jaren vanaf 2026 een niet sluitende begroting. Hierdoor zal een beroep moeten worden gedaan op de algemene reserve die dan ook verminderd. Doordat ook de totale balansomvang afneemt resulteert dit in een lichte daling van de solvabiliteit. Zoals al aangegeven zijn de inkomsten vanuit het Rijk vanaf 2026 aanzienlijk lager en waardoor de wel aanwezige structurele lasten zorgen voor een negatieve structurele exploitatieruimte.
40
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor wonen, werken en recreëren zijn kapitaalgoederen nodig, zoals wegen, riolering, kunstwerken, groen, verlichting en gebouwen. De kwaliteit van deze kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het onderhoudsniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Dit niveau is voor een belangrijk deel van de kapitaalgoederen door uw raad vastgelegd in het beleidsplan integraal beheer openbare ruimte (IBOR) 2022-2027 in december 2021. In de beheerplannen periodiek onderhoud en vervanging worden per jaar de te onderhouden kapitaalgoederen en te vervangen productiemiddelen weergegeven. De totale kosten verschillen per jaar.
Beleidsdocumenten Kapitaalgoederen
Beleids- en beheerplan
Overkoepelend
Beleidsplan IBOR 20222027 Beleidsplan wegen Urk Wegenbeheerplan Gemeentelijk Water- en Rioleringsprogramma Urk 2023-2028 Operationeel beheerplan Maatwerkovereenkomst Groenbeleidsplan Urk Groenbeheerplan Beheerplan gebouwen Vervangingsplan masten en armaturen Speelplekkenbeheerplan Kunstwerken beheerplan
Wegen Riolering
Water Groen Gebouwen Overig
Vastgesteld
Einde looptijd
Financieel vertaald
Achterstallig onderhoud
2021
2027
Ja
Nee
2017
Onbepaald
Ja
Nee
2022
2028
Ja
Nee
2011 2019
Onbepaald 2029
Ja Ja
Nee Nee
2022 2006
Onbepaald Onbepaald
Ja Ja
Nee Nee
2006
Onbepaald
Ja
Toelichting op tabel Het beleidsplan IBOR (Integraal Beheer Openbare Ruimte) wordt beschouwd als het overkoepelend beleidsdocument voor de openbare ruimte. In 2021 is het IBOR-Beleidsplan geactualiseerd en vastgesteld voor 2022-2027. Onder het IBOR vallen de verschillende kapitaalgoederen en areaaltypen in de openbare ruimte. Het is de intentie om per kapitaalgoed toe te werken naar een beleids- en beheerplan. In 2024 is een start gemaakt met het opstellen van uniform te lezen beheerplannen voor de diverse areaaltypen. De eerste stap hiervoor is de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) via luchtfoto's te controleren en te updaten. Het uitwerken van de beheerplannen wordt vervolgd in 2025. In 2024 ook een start gemaakt met het opstellen van het beleidsplan Spelen. Deze zal in 2025 definitief worden vastgesteld. Riolering valt enigszins buiten het beleidsplan IBOR vanwege de verplichtingen die voortvloeien uit de wet milieubeheer. Voor riolering geldt het Gemeentelijk Water en Rioleringsplan (GWRP) als het koepeldocument. Het beheerplan is het onderliggend
41
document. In het GWRP heeft het onderdeel Stedelijk Water ook een prominente plek gekregen. Beide onderdelen, water en riolering, zijn meegenomen in de Beheerkalender Urk en vallen onder het proces van het opstellen van uniforme beheerplannen voor alle areaaltypen.
Programma uitvoering Integraal Beheer Openbare Ruimte In het vastgestelde IBOR-beleidsplan staan de afspraken hoe het er in de gemeente Urk uit moet zien. Per gebied en per onderdeel zijn de gewenste beheerkwaliteiten afgesproken. Om de kwaliteit te monitoren voeren wij schouwrondes uit. De activiteiten om de kwaliteit te kunnen halen vallen onder het dagelijks beheer, groot onderhoud en vervanging van de kapitaalgoederen. Binnen de kaders wordt jaarlijks aan drie á vier wegen groot onderhoud uitgevoerd. In 2025 loopt een aantal groot onderhoudsprojecten door die in 2024 zijn gestart. Daarnaast is in 2024 gestart met de voorbereiding van een tweetal projecten, Pyramideweg en Hofsteeplein, waarvan de uitvoering in 2025 plaats zal vinden. Het Hofsteeplein valt ook onder het GWRP. De activiteiten voor de riolering zijn daarin gedekt. Voor 2025 en verder staan onder andere de Almerelaan, Vliestroom en Langedam op de planning. Daarvoor is vooralsnog in totaal € 730.000 opgenomen in de begroting voor 2025 en 2026. Voor verlichting vervangen wij regulier jaarlijks gemiddeld tien tot twintig lichtmasten en armaturen. In 2024 is in samenwerking met gemeente Noordoostpolder een nieuw bestek gemaakt, wat in 2025 zal worden gegund. Mogelijk zal een nieuwe aanbesteding hogere kosten met zich meebrengen. In de begroting 2025 is hier geen rekening mee gehouden.
In 2025 staan voor de andere kapitaalgoederen vooralsnog geen grote, noemenswaardige vervangingen op de planning. Voor spelen wordt na het vaststellen van het speelbeleidsplan, dat in 2024 is opgesteld, een speelbeheerplan opgesteld. Dit plan leidt, naar verwachting, tot de nodige vervangingen. Deze zijn nog niet concreet te benoemen. Alle projecten zijn en worden integraal afgestemd met elkaar en vanuit IBOR en GWRP.
Kerncijfers Kapitaalgoederen
Objecten
Wegen
Weg binnen de bebouwde kom
84 km
Weg buiten de bebouwde kom
5,6 km
Riolering
situatie 31-12-2024
Wegennet geasfalteerd
103.407 m2
Wegennet elementenverharding
915.783 m2
Lichtmasten
4.184 stuks
Rioolaansluitingen
8.358 stuks
Vrijverval-, druk- en persriolering
176 km
Tussen en eindgemalen
21 stuks
Drukgemalen
9 stuks
Bergbezinksystemen
3 stuks
42
Water
Oppervlaktewater in beheer bij het waterschap en/of derde, incl. beheer natuurlijk en onbeschoeide oevers
Groen
Plantsoenen
1.517 are
Gras
6.705 are
Bomen
5.917 stuks
Openbare speelplaatsen en –plekken (speeltoestellen)
Gebouwen
Overig
418 stuks
Gemeentehuis/Bibliotheek
1
Monumentale gebouwen (oude Raadhuis en toren Kerkje a\d Zee)
2
Zwembad
1
Onderwijs gebouwen ( basisonderwijs)
11
Onderwijs gebouwen (voortgezet onderwijs)
2
Binnensport accommodaties (gymzalen / sporthallen)
2
Peuterspeelzaal / kinderdagverblijf
1
Gemeentelijke gebouwen algemeen (brandweer, sportvelden, begraafplaats, haven e.a.)
22
Bedrijfsruimten (werf Hoekman)
1
Woningen
1
Bruggen (auto-, fiets-, voetgangersbrug)
24 stuks
Verklaring aanpassing cijfers Naast de ontwikkelingen van groei van Urk, wijzigen de hoeveelheden areaal door inbreiding zoals Lemsterhoek en door omvorming van areaal binnen het bestaand gebied. In 2025 zal het te beheren gebied worden uitgebreid met Oranjewijk Zuid. Areaaluitbreidingen De reguliere beheerbudgetten openbare ruimte, inclusief de budgetten ter voeding van beheervoorzieningen, worden jaarlijks met de areaal aanpassing aangepast. Wegen Het beleid is vastgelegd in het wegenbeleidsplan Urk (2015), dat integraal is vastgesteld met het IBOR-beleidsplan. Het Urker wegennet wordt conform de CROW-systematiek elke twee jaar geïnspecteerd. De maatregelen die daaruit voortvloeien worden verwerkt in de jaren erna. De geplande maatregelen worden afgestemd met de andere beheerdisciplines. In 2024 heeft de nieuwe inspectie plaatsgevonden. Deze levert de input voor de actualisatie van het beheerplan. Riolering In het Gemeentelijk Water en Riolering Programma is het beleid voor het stedelijk oppervlaktewater en de gemeentelijke riolering beschreven. Zowel ten aanzien van de inrichtingsopgaven, het beheer en onderhoud en de vervangingsopgave. In het GWRP is een doorkijk gemaakt voor de lange termijn en zijn de maatregelen voor de planperiode concreter beschreven.
Om zorg te dragen voor de realisatie van de beheeropgaven op het gebied van de riolering wordt gewerkt met een operationeel beheerplan riolering. Dit is geen vastgesteld document.
43
Water Per 1 januari 2011 is in werking getreden de bestuursovereenkomst tussen de Flevolandse gemeenten en het waterschap Zuiderzeeland waarin het onderhoud van het stedelijke water, de beschoeiingen en de stuwen is overgedragen aan het waterschap. Volgens deze overeenkomst blijft de gemeente Urk verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van duikers, grondkeringen en droogvallende berm sloten en dergelijke. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Water en Riolering Programma. Groen Jaarlijks wordt het openbaar groen onderhouden conform het beleid. Dit wordt gedaan op basis van beeldkwaliteit. Het grootste deel wordt onderhouden door Concern voor Werk en een klein deel wordt gedaan door het wijkbeheer of externe partijen. Haven Voor de haven van Urk wordt in 2025 gewerkt aan een beheerplan op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in 2024. De resultaten van de onderzoeken geven inzicht in de huidige staat van de haven. De verwachting is dat er achterstallig onderhoud is. In 2025 zal blijken of en zo ja in hoeverre sprake is van achterstallig onderhoud en welke investeringen nodig zijn om de haven weer op orde te brengen. Gebouwen Het beheerplan gemeentelijke gebouwen is in mei 2023 vastgesteld als onderdeel van de Nota Vastgoed Urk. Daarin is nadrukkelijk aandacht geschonken aan het verduurzamen van de gemeentelijke gebouwen.
De financiële gevolgen van dit nieuwe plan zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Onder meer het verduurzamen brengt substantiële kosten met zich mee.
44
Financiering Inleiding De financieringsfunctie van de gemeente omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de gemeente. De gemeente moet altijd over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de gemeente geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de gemeente moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen en de daarmee samenhangende risico’s te beperken. De financieringsmiddelen die nodig zijn voor het uitvoeren van de begroting waaronder het doen van investeringen worden aangetrokken op de geld- en kapitaalmarkt. In deze paragraaf beperken wij ons tot het weergegeven van de financieringspositie lang, de kasgeldlimiet (korte schuldnorm) en renterisiconorm (lange schuldnorm). Onder de financieringsfunctie valt niet het garanderen van rente en aflossing van geldleningen van derden; deze worden per verzoek aan het bestuur voorgelegd.
Financiering lang De financieringspositie van de gemeente Urk kan als volgt in beeld worden gebracht (bedragen x € 1.000). rekening 2023
begroting 2024
begroting 2025
(Im-)materiële vaste activa
83.976
102.504
110.599
Financiële vaste activa
8.292
7.844
8.063
Voorraden (grondexploitaties)
56.330
48.230
63.492
Totaal vaste activa en voorraden
148.598
158.578
182.154
46.227
44.411
43.765
Voorzieningen
7.105
4.806
5.138
Langlopende leningen (> 1 jaar)
78.463
73.831
98.831
Totaal financieringsmiddelen
131.795
123.048
147.734
financieringstekort of -overschot
-16.803
-35.530
-34.420
Bedragen (x € 1.000)
Financieringsmiddelen: Eigen vermogen: Vreemd vermogen:
Het financieringstekort ontstaat als meer investeringen gefinancierd moeten worden dan er langlopende leningen zijn aangetrokken of reserves zijn gerealiseerd. Ook de grondposities (boekwaarden voorraden bouwgronden in exploitatie) moeten worden gefinancierd. Deze laatste financieringsbehoefte is van kortere duur, namelijk tot het moment dat de voorraden worden verkocht. De gemeente Urk past totaalfinanciering toe. Daarbij worden op basis van de werkelijke totale liquiditeitsbehoefte (het saldo van uitgaven en ontvangsten) leningen aangetrokken. Argumenten voor het toepassen van totaalfinanciering zijn efficiency, schaalvoordelen en inzichtelijkheid. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn randvoorwaarden bij de gemeentelijke financieringsactiviteiten.
45
Volgens de prognose moet in de loop van 2025 voor € 34 miljoen langlopende leningen worden aangetrokken. De uiteindelijke behoefte en het moment waarop gefinancierd wordt, zijn afhankelijk van het uitvoeren van het investeringsschema en het tempo van het bouwrijpmaken van gronden en de verkopen daarvan. De ervaring leert dat het daadwerkelijk realiseren van voorgenomen investeringen trager verloopt dan gedacht (planningsoptimisme). Het gevolg is dat de werkelijke liquiditeitsbehoefte in de praktijk lager uitvalt dan het begrote financieringstekort. Volgens de Wet fido mag niet eerder worden geleend dan dat de middelen daadwerkelijk nodig zijn. Ook moet de looptijd van de leningen passen bij de verwachte duur van de liquiditeitsbehoefte. Voor de kosten van de financiering is vervolgens de marktrente op het moment van het afsluiten van de benodigde leningen bepalend. Die rentestand is onzeker en moeilijk te schatten. In de kadernota 2026 wordt nader beoordeeld of de huidige budgetten voor het dekken van rentekosten ook op termijn voldoende zijn. Onderstaande tabel maakt de mutaties in de geldleningen en de invloed daarvan op de gemiddelde rente zichtbaar. De onder renterisico op vaste schuld vermelde mutaties zijn in deze tabel verwerkt. Bedragen (x € 1.000)
rekening 2023
begroting 2024
begroting 2025
Stand per 1 januari
85.138
78.463
98.831
25.000
0
Nieuwe leningen Aflossingen
6.675
4.632
7.890
Rentelast
1.419
1.909
1.899
Gemiddelde rentepercentage
1,73%
2,15%
2,00%
Stand per 31 december
78.463
98.831
90.941
Kasgeldlimiet (norm voor korte schuld) Een instrument om de omvang van de kortlopende financieringsmiddelen te bewaken is de zogenaamde kasgeldlimiet. Die bedraagt voor 2025 € 6,6 miljoen (8,5 % van het begrotingstotaal van € 77,7 miljoen). Van de ontwikkeling van de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet kan het volgende overzicht worden gegeven (bedragen x € 1000):
46
rekening 2023
begroting 2024
begroting 2025
Grondslag = omvang begroting
74.259
82.365
77.684
Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
6.312
7.001
6.603
totaal netto vlottende schuld
13.052
35.530
34.420
toegestane kasgeldlimiet
6.312
7.001
6.603
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
-6.740
-28.529
-27.817
Bedragen (x € 1.000)
Toets kasgeldlimiet
Er was in de laatste maanden van 2023 en de eerste maanden 2024 sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Die ongewenste situatie is opgelost door het aantrekken van een langlopende lening begin maart 2024 van € 25 mln. (3,13%). Door investeringsuitgaven in 2024 en 2025 en door noodzakelijke herfinancieringen is, zoals hierboven al werd aangegeven, het aantrekken van lange financiering voor ultimo 2025 noodzakelijk. Dat maakt ook deze tabel over de kasgeldlimiet duidelijk: zonder het aantrekken van lange financiering overschrijdt gemeente Urk de kasgeldlimiet in 2025.
Renterisiconorm (norm voor lange schuld) De renterisiconorm is in de Wet fido bepaald met als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Het renterisicobedrag wordt volgens de Wet fido berekend als de som van de renteherzieningen en de aflossingen. Het totale renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal van de begroting. De omvang van de begroting 2025 geldt volgens de wet ook als grondslag voor de toetsing van de daaropvolgende jaren. Er zijn in het verleden geen leningen aangetrokken waarvan de rente tussentijds kan worden herzien. Nieuw af te sluiten leningen worden zodanig gestructureerd dat de renterisiconorm ook in de toekomst niet wordt overschreden. De renterisiconorm voor 2025 bedraagt € 15,5 mln.: 20% van het begrotingstotaal van € 77,7 mln. Deze norm wordt in de volgende tabel gerelateerd aan het werkelijke renterisico (bedragen x € 1.000).
47
Bedragen (x € 1.000) Grondslag = omvang begroting per 1-1
rekening 2023
begroting 2024
begroting 2025
74.259
82.365
77.684
14.852
16.473
15.537
6.675
4.632
7.890
0
0
0
8.177
11.841
7.647
Toetsing renterisiconorm Renterisiconorm (20 %) Renterisico op vaste schuld (aflossingen) Renterisico door renteherziening
Ruimte (+) / Overschrijding (-)
Uit het overzicht blijkt dat gemeente Urk binnen de norm blijft.
Financiering kort (kasbeheer) De lasten minus de baten van de jaarbegroting en ook de investeringen worden in eerste instantie gefinancierd uit het liquiditeitenoverschot en indien afwezig, door kortlopende leningen met een looptijd van één jaar of korter. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de instrumenten “rekening-courantkrediet”, “daggeldleningen” en “kasgeld-leningen”. Bij het gebruiken van deze instrumenten wordt er op toegezien dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden. Zodra dat dreigt te gebeuren, vindt consolidatie plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Hierbij wordt zo goed mogelijk geanticipeerd op de verwachte renteontwikkelingen. De handelingen over het beheer geschieden conform het gestelde in het treasurystatuut.
Crediteurenbeheer De gemiddelde doorlooptijd (van binnenkomst tot betaling) is 2 tot 3 weken. Er worden jaarlijks tussen de 7.500 en 8.000 inkoopfacturen van crediteuren verwerkt.
Kredietrisico Het door de gemeente Urk verstrekken van leningen aan derden en het garanderen van de betaling van rente en aflossing van leningen is toegestaan voor zover het om het financieren van een publieke taak van de gemeente gaat. Wat tot de publieke taak van de gemeente behoort, bepaalt de gemeenteraad (Wet financiering decentrale overheden). De gemeente Urk heeft de volgende leningen rechtstreeks aan derden verstrekt: rekening 2023
begroting 2024
begroting 2025
Leningen Sociale Zaken (o.b.v. 25%)
435
208
435
Stichting Sportaccommodaties Urk
2.807
2.694
2.579
Startersleningen en r.c. Stichting Volkshuisvesting Nederland
4.747
4.651
4.747
Totaal
7.989
7.553
7.761
Bedragen (x € 1.000)
De gemeente loopt over deze verstrekte geldleningen een beperkt risico. De Stichting Sportaccommodatie Urk heeft de opstallen (sporthallen De Schelp en De Vlechttuinen) als onderpand gegeven. Verder wordt jaarlijks, aan de hand van de jaarstukken, de financiële positie van de SSU beoordeeld. Het onderdeel leningen verstrekt in het kader van Soza-regelingen heeft voornamelijk betrekking op de verstrekking van BBZ-kredieten aan bedrijven. Met betrekking tot deze
48
leningen ligt het grootste deel van het risico (75%) bij de rijksoverheid. De rest van het risico ligt bij de gemeente.
Gebruikte rentepercentages De totale rentelast moet aan de verschillende begrotingsonderdelen worden toegerekend, op grond van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften). Deze toerekening geschiedt naar rato van de boekwaarden van de activa die voor die onderdelen worden ingezet. Voor de begroting 2025 is dit "omslagpercentage" bepaald op 1,9%. Het is de deling van de rentelast op de boekwaarden van de vaste activa op 1 januari. Daarmee is tevens aangegeven dat dit percentage slechts indirect een relatie heeft met de werkelijke rentepercentages waarvoor lang- en kortlopende financiering daadwerkelijk wordt aangetrokken. Om te anticiperen op de stijging van het omslagpercentage is in de begroting een omslagpercentage van 1,9 gehanteerd. Uitgaande van notitie Grondbeleid 2023 van het BBV worden aan de grondexploitaties rentekosten in rekening gebracht met het omslagpercentage van 1,9 over de boekwaarden van de voorraden onderhanden werk grondexploitaties op 1 januari. Daarbij wordt voor de grondexploitatie Zeeheldenwijk een correctie toegepast (afslag) aan de hand van de werkelijke rentelast van de lening die in 2018 specifiek voor de financiering van deze grondexploitatie werd aangetrokken.
De ontwikkeling van de toekomstige rentelasten, van het financieringstekort en van het omslagpercentage worden weergegeven in de onderstaande tabel: 2025
2026
2027
2028
A1 te financieren activa 1- 1
101.952.000 118.662.000 131.589.000 127.129.000
A2 te financieren voorraden grond
55.575.000
totaal vaste activa + voorraad grond 11
63.492.000
53.217.000
50.395.000
157.527.000 182.154.000 184.806.000 177.524.000
B leningen o/g schuldrestant 1-1
98.831.000
90.941.000
83.042.000
75.508.000
reserves en voorz. (interne financiering)
50.050.000
48.903.000
45.381.000
43.607.000
D financieringstekort (A -/- B -/- C)
8.646.000
42.310.000
56.383.000
58.409.000
te ramen diverse kosten financiering
20.000
20.000
20.000
20.000
te ramen rentelast reeds aangegane leningen
1.899.000
1.714.000
1.584.000
1.483.000
te ramen rentelast 3,5% over financieringstekort
303.000
1.481.000
1.973.000
2.044.000
te ramen totale rentelast c.a.
2.222.000
3.215.000
3.577.000
3.547.000
1,41%
1,76%
1,94%
2,00%
C
gemiddelde omslagpercentage
49
Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering heeft als reikwijdte de gemeentelijke organisatie, niet alleen de ambtelijke organisatie, maar ook de “bestuurlijke” organisatie. De burger verwacht van de gemeente dat de gelden rechtmatig, doelmatig en doeltreffend besteed worden. Ook verwacht men dat de gemeente een betrouwbare partner en transparant is. Deze verwachtingen zijn tevens uitgangspunt voor de bedrijfsvoering en ondersteunen de uitvoering van de doelstellingen. Het welslagen van die doelstellingen is in belangrijke mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Personeel De gemeente Urk groeit qua inwoners, bedrijven een maatschappelijke instellingen. Het gemeentebestuur heeft veel ambities. De organisatie van de gemeente Urk moet daarin meegroeien. Dat vereist een continue investering in de kwantiteit en kwaliteit van de ambtelijke organisatie. Het blijft door de situatie op de arbeidsmarkt een uitdaging om voldoende en gekwalificeerde medewerkers aan te trekken. Het blijft nog steeds nodig om voor bepaalde moeilijk vervulbare vacatures tijdelijk personeel in te huren. Ons beleid is er op gericht om daar waar dat lukt tijdelijke inhuur om te zetten in eigen medewerkers. Arbeidsmarktcommunicatie De arbeidsmarkt blijft de komende jaren krap. Dat vereist een creatieve manier van werken in het vervullen van de vacatures.
Daarvoor is een arbeidsmarktcommunicatie plan vastgesteld. Vacatures worden niet alleen in- of extern opengesteld, maar potentiële kandidaten worden ook rechtstreeks benaderd. We experimenteren met een aanbrengbonus. De organisatie en de medewerkers presenteren zich met behulp van filmpjes. De inzet van LinkedIn als wervingsmiddel is vergroot. Ziekteverzuim(begeleiding) Als gevolg van een beleidswijziging van onze arbodienst over de inzet van de bedrijfsarts hebben wij besloten het contract met de arbodienst per 1 januari 2025 op te zeggen. We hebben via een uitvraag bij verschillende bedrijfsartsen uiteindelijk een overeenkomst gesloten met onze huidige bedrijfsarts. Hij verzorgt vanaf 1 januari 2025 de ziekteverzuimbegeleiding. De inzet van de bedrijfsmaatschappelijk werkster draagt er aan bij dat medewerkers zich minder snel ziek melden en/of sneller weer aan het werk kunnen. Dat geldt ook voor de inzet van de fysiotherapeut en de psycholoog vanuit het Bedrijfszorgpakket. Dit alles heeft een positieve invloed op het ziekteverzuimcijfer. Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) Volgens de wet op de Arbeidsomstandigheden moet de gemeente Urk beschikken over een actuele RI&E. Deze zijn echter van 2019 en moeten daarom worden geactualiseerd. Met instemming van de Ondernemingsraad is er voor gekozen om deze voor de hele organisatie in 2025 te actualiseren.
Integriteit In het vierde kwartaal van 2024 is dit onderwerp op verschillende manieren in de organisatie geborgd. Integriteit vraag continu aandacht voor alle medewerkers werkzaam voor gemeente Urk. Immers ambtenaar zijn, houdt niet op na 8 uur. Ook in 2025 blijft dit onderwerp de nodige aandacht vragen.
50
Nieuw functiewaarderingssysteem Ons huidige functiewaarderingssysteem is van mei 2006 en daarom gedateerd. In het arbeidsvoorwaardenakkoord 2024-2025 is afgesproken dat er zoveel mogelijk aangesloten wordt bij het functiewaarderingssysteem HR21. Hierdoor kunnen gelijke functies nog beter met elkaar worden vergeleken binnen als buiten de gemeente Urk. Ook sluit de terminologie beter aan bij de huidige tijd. Daarom wordt het jaar 2025 gebruikt om de transitie te maken naar een nieuw functiewaarderingssysteem. Huisvesting De huidige beschikbare ruimte voor huisvesting voor de gemeentelijke organisatie wordt met fase 1 en 2 van het project herinrichting gemeentehuis zo optimaal mogelijk ingericht en gebruikt. Deze ruimte is onvoldoende om hiermee nog jaren verder te kunnen. Daarom wordt actief gewerkt aan het uitplaatsen van de bibliotheek. Wanneer er meer duidelijkheid is over de mogelijke nieuwe plek voor de bibliotheek komt er een voorstel aan uw raad. De kosten hiervoor zijn nog niet opgenomen in deze begroting. Informatievoorziening en ICT Een veranderende samenleving vereist een gemeentelijke organisatie die daarop inspeelt. Een van de speerpunten is een goede informatievoorziening en een goede informatiestructuur waardoor gemeenten de dienstverlening aan inwoners en bedrijven kunnen optimaliseren. De overheid digitaliseert steeds verder.
Belangrijke aspecten hierbij zijn: digitale dienstverlening aan inwoners en ondernemers, digitale duurzaamheid, digitale veiligheid en privacy. In 2024 wordt een Informatiebeleidsplan 2024-2028 door de raad vastgesteld. Basis voor dit plan is de evaluatie van het informatiebeleidsplan 2020 aangevuld met nieuwe ontwikkelingen. De ontwikkeling van de informatievoorziening en ICT zal ook de komende jaren doorgaan. Leidraad is dat de financiën structureel in de pas blijven bij het gemiddelde in Nederland. Informatiebeheer Voor het verbeteren van het informatiebeheer zijn de komende jaren aanvullende middelen nodig. In overleg met onze toezichthouder op het archief, de Provincie, is hiertoe een plan van aanpak opgesteld. Om het informatiebeheer de komende jaren op orde te houden wordt de inrichting van bestaande applicaties aangepast om aan te sluiten bij de huidige eisen voor een goed archiefbeheer en ontwikkelingen zoals de Wet open overheid (Woo). Het inkoop- en aanbestedingsbeleid De gemeente Urk heeft een inkoop- en aanbestedingsbeleid. Dit beleid sluit aan op de huidige wet- en regelgeving, maar ook op de doelstellingen van de gemeente. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid gaat bijvoorbeeld in op de volgende onderdelen: • • •
Juridische uitgangspunten (onder andere de beginselen bij inkoop); Ethische en ideële uitgangspunten (onder andere duurzaamheid en social return on investment); Economische uitgangspunten (onder andere lokale economie en het midden- en kleinbedrijf (MKB).
Evaluatie van het oude inkoop- en aanbestedingsbeleid heeft geleid tot een nieuw inkoop- en aanbestedingsbeleid voor de periode 2024-2027. In 2025 wordt dit beleid verder in de organisatie geïmplementeerd. Samenwerking en ontwikkelingen Op gebied van ‘inkoop’ wordt er samengewerkt met de gemeenten Dronten en Noordoostpolder (de zogenaamde DUN-gemeenten). Naast gezamenlijke aanbestedingen komen ook thema’s als circulair inkopen, social return on investment en het werken met
51
groslijsten bij meervoudig onderhandse aanbestedingen binnen deze samenwerking aan bod. Zo wordt er onder andere gewerkt aan een eenduidige werkwijze voor de inzet van social return on investment binnen de gemeenten en een groslijstsystematiek voor enkel- en meervoudige onderhandse aanbestedingen van civieltechnische opdrachten. In het verleden is er regelmatig een Regionaal Inkoop Overleg Flevoland (RIOF) geweest waarin actuele onderwerpen en ontwikkelingen werden besproken. Dit overleg is weer opgestart, aanbestedingskalenders worden gedeeld en waar mogelijk wordt samengewerkt met gelijksoortige aanbestedingstrajecten. Communicatie Sinds de invoering van de Omgevingswet zijn inwoners steeds meer betrokken bij de (uitvoering van de) taken van de overheid en hebben hier een mening over. Inwoners betrekken, informeren en verantwoording aan hen afleggen zijn hierbij belangrijke aspecten. Op alle beleidsvelden is de advisering en ondersteuning van communicatie onmisbaar. Afgelopen jaar is een participatievisie en een communicatiebeleidsplan geformuleerd en vastgesteld. In 2025 implementeren wij deze visie verder in de organisatie. Initiatieven van inwoners, organisaties en bedrijven worden gewaardeerd en gestimuleerd en krijgen steeds meer een plaats in de algemene planvorming en uitvoering. Sociale media spelen een grote rol in de communicatie tussen en met onze inwoners.