Beantwoording technische vragen SGP Ontwikkeleingen en beleidsplan sociaal domein.docx
Tekst van het document
Informatienota Onderwerp
Beantwoording vragen Cie II n.a.v. ontwikkelingen en beleidsplan Sociaal Domein. Datum
Aan
20 oktober 2022
Leden van de raad en commissieleden
Zaaknummer
Van
012345
College van B&W
Informatienota
Voorafgaand aan de commissievergadering van 25 oktober 2022 zijn door de SGP-fractie technische vragen gesteld over het agendapunt ‘Ontwikkelingen en beleidsplan sociaal domein’. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Bij punt 1.1 van het raadsvoorstel wordt gesproken over een tussenrapportage. Wordt hier T1 mee bedoeld? Klopt. In principe mag de opmerking ook breder geïnterpreteerd worden. Niet alleen in de 1e TR benoemen we ontwikkelingen die effect hebben op de uitvoering van het Sociaal Domein, maar ook in de jaarrekening en begroting benoemen we belangrijke ontwikkelingen. Hoe moeten wij op pagina 11 van Financiële Ontwikkelingen de kolom ‘reservering’ interpreteren? Als dekking van uitgaven worden onttrekkingen vanuit de reserve begroot voor programma 1 en 2. Op basis van het raadsbesluit (d.d. 17 april 2019) om overschotten van het Sociaal Domein toe te voegen aan de reserve ziet u dat er een toevoeging is geweest op sommige reserves. Dat verklaart het verschil tussen begroting en jaarrekening. Tijdens de behandeling van de jaarrekening 2021 en 1e TR 2022 zijn de in het overzicht genoemde reserveringen grotendeels toegelicht in de commissie-/raadsvergadering. Op pagina 12 van Financiële Ontwikkelingen wordt gesproken over doorboeken via de reserve naar exploitatie.
Wie is bevoegd om boekingen naar en uit reserves te doen? Omdat deze vraag een eerder gestelde vraag raakt verwijzen wij voor de beantwoording gemakshalve naar de memo, die is opgesteld naar aanleiding van de behandeling van de jaarrekening 2021 en 1e TR 2022. Op pagina 13 van Financiële Ontwikkelingen (Regionale jeugdhulpkosten) wordt gesproken over een mogelijk nabetaling inzake het risicodossier Jeugdhulp met Verblijf. Is dat de claim van € 4,7 miljoen die bij het samenwerkingsverband is neergelegd? Klopt, in zoverre dat de claim niet bij het samenwerkingsverband is neergelegd, maar dat de claim door het samenwerkingsverband bij de regio is neergelegd. In het accountantsverslag bij de jaarrekening 2021 heeft u kunnen lezen dat deze claim niet verwerkt is in de jaarrekening maar later verwerkt moet worden. Op dit moment loopt onderzoek naar de rechtmatigheid van de claim. Op pagina 13 van Financiële Ontwikkelingen (Regionale jeugdhulpkosten) staat dat het financiële effect van de invoering van het woonplaatsbeginsel moeilijk weer te geven is. Is de verwachting dat het positief of negatief zal uitpakken? Of is zelfs dat niet te voorspellen? In 2021 hebben we een voorzichtige berekening gemaakt van de mogelijke effecten van de invoering van het woonplaatsbeginsel. Zoals verwacht zullen de totale kosten van de jeugdzorg dalen.
Tegelijkertijd daalt de specifieke uitkering Voogdij. Op basis van de toen bekende gegeven is deze daling groter dan de te verwachten minder kosten. De door het Rijk toegezegde extra jeugdzorgmiddelen hebben wij aangewend ter compensatie van dit negatief effect. Dit alles is
verwerkt in de 1e TR 2022. De feitelijke zorglasten 2022 moeten uitwijzen of de toen gedane aannames kloppen. We moeten immers niet alleen rekening houden met de Q (aantallen) maar ook met de P (prijs). Daarbij moeten we ook rekening houden met de effecten van het woonplaatsbeginsel in de regio. Omdat dit in de regio nog niet goed inzichtelijk is zou, vanuit solidariteitsafspraken, dit voor 2022 een hogere kostentoerekening voor Urk met zich mee kunnen brengen. In de regio wordt hard gewerkt om dit alles inzichtelijk te krijgen. Op pagina 14 van Financiële Ontwikkelingen (SD in meerjarenperspectief) is bij de post Regionale afspraken Jeugdzorg (aankoopcentrale) o.b.v. de jaarrekening een bedrag van ruim € 2 miljoen te zien. Toch staat er voor de komende jaren maar een fractie van dit bedrag begroot? Hoe is dit grote verschil te verklaren? Dit heeft te maken met de invoering van het woonplaatsbeginsel. Diverse (pleegzorg)kosten komen niet meer voor rekening van de gemeente Urk, maar komen ten laste van andere gemeenten (in de regio en daarbuiten). Of het beschikbare budget in meerjarenperspectief toereikend is moet worden bezien (kijkend naar de open house aanbesteding en regionale ontwikkelingen).
Op pagina 15 van Financiële Ontwikkelingen (SD in meerjarenperspectief) laat de post Inkomsten uitgaven BUIG eerst twee jaar een positief resultaat zien en is er een uitgaven van €2 miljoen begroot? Hoe is dit verschil te verklaren? Het desbetreffende overzicht is extracomptabel opgesteld. Abusievelijk is het minteken bij de bedragen niet goed overgenomen in het overzicht. De bedragen van € 2 miljoen zijn net als voorgaande jaren dus inkomsten en is dus in lijn met voorgaande jaren. De financiële bijlage hebben we, om misverstanden te voorkomen, geactualiseerd en iBabs gezet.. Daarin is ook onderstaande tekstuele wijziging doorgevoerd. Op pagina 16 van Financiële Ontwikkelingen (Reserve SD) staat dat diverse beklemmingen op blz. 23 worden toegelicht. Het document telt echter 22 pagina’s. Een wijziging in het document is spijtig genoeg niet goed tekstueel doorgevoerd. De beklemming ziet u op dezelfde pagina in de linker kolom. Wel moet worden opgemerkt dat de beklemming niet meer een juist beeld geeft, omdat voorgesteld wordt om de reserve Sociaal Domein af te ramen naar € 4,5 miljoen (bijlage 1 bij begroting 2023 commissie I) Op pagina 13 van Inhoudelijke Ontwikkelingen wordt gesproken over het maken van overbruggingsafspraken met bestaande aanbieders.
Is dit juridisch mogelijk in relatie tot de vrije markt en concurrentie? Ja, juridisch is geconcludeerd dat de Aanbestedingswet (art. 2.163d) ruimte biedt voor uitzondering in geval van noodzaak om de bestaande, aflopende overeenkomsten in samenspraak met de aanbieders tijdelijk extra te verlengen om de overbrugging voor 2023 te realiseren.