B Planregels Tam-plan hs22a Urkerweg 62
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleidende bepalingen .......................................................................4
Artikel 1
Toepassingsbereik ................................................................................4
Artikel 2
Begripsbepalingen ................................................................................5
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen ...................................................................10
Hoofdstuk 2
Specifieke regels over functies .........................................................11
Artikel 4
Algemeen gebruiksverbod ...................................................................11
Artikel 5
Maatschappelijk – OV Hub...................................................................11
Artikel 6
Gemengd – OV Hub .............................................................................14
Artikel 7
Verkeer ...............................................................................................17
Artikel 8
Groen .................................................................................................19
Artikel 9
Water .................................................................................................22
Artikel 10
Leiding – Riool .................................................................................24
Hoofdstuk 3
Algemene regels over functies..........................................................26
Artikel 11
Aanvraagvereisten ...........................................................................26
Artikel 13
Anti-dubbeltelregel ..........................................................................27
Artikel 13
Parkeren .........................................................................................28
Hoofdstuk 4
Overgangsregels..............................................................................29
Artikel 14
Overgangsrecht ...............................................................................29
2
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling OV-Hub Urk in Urk en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de gemeente Urk. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
3
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende bepalingen
Toepassingsbereik
Omgevingsplan Urk
Dit plan wijzigt het omgevingsplan van de gemeente Urk in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan [een hoofdstuk 22a] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22a] van het omgevingsplan van de gemeente Urk. In de koppen van de artikelen en bijlagen behorende bij hoofdstuk 22a moet voor het artikelnummer ‘[22a.]’ gelezen worden. Als in dit plan wordt verwezen naar een artikel van ‘dit omgevingsplan’ dan wordt met ‘dit omgevingsplan’ gedoeld op het omgevingsplan gemeente Urk dat via de volgende link te raadplegen is Omgevingsplan gemeente Urk - Regels op de kaart - Omgevingswet - Regels op de kaart - Omgevingsloket (overheid.nl)
1.2
Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
Het volgende plan als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet is niet van toepassing op de locatie, als bedoeld in artikel 2.3 van dit TAM-IMRO plan. •
1.3
Bestemmingsplan Zeeheldenwijk met identificatienummer NL.IMRO.0184.BP2019ZHW-0302.
Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.
1.4
Verwijzing naar verbeelding
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0184.TAM22a.VA01.
4
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 2 2.1
Begripsbepalingen
van toepassing verklaring
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan. 2.2
aanvullende begrippen
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.40 gehanteerd. 2.3
plan
Het TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62 van de gemeente Urk met identificatienummer NL.IMRO.0184.TAM22a.VA01 bestaat uit: a. de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0184.TAM22a.VA01; b. de in dit plan opgenomen regels; en c. de daarbij behorende bijlagen; 2.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 2.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
2.6
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
2.7
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
2.8
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
2.9
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
5
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
2.10
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
2.11
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
2.12
brutovloeroppervlakte (bvo)
bruto-oppervlakte als bedoeld in NEN2580;
2.13
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw of bijbehorend bouwwerk;
2.14 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 2.15
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en deze die inrichting niet verbiedt;
2.16
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer wanden die tot de constructie behoren) omsloten ruimte vormt;
2.17
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 2.18
gevellijn
een als zodanig aangegeven lijn, die deel uitmaakt van een bouwperceel;
2.19
groenvoorzieningen
het geheel van de aanplant op een perceel dan wel het aanbrengen of voorzien van groen, niet zijnde
6
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
halfverharding of andere groene parkeeroplossingen; 2.20
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
2.21
horecabedrijf
horeca conform de Staat van horeca-activiteiten zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels; 2.22
installaties
een unit of eenheid als onderdeel van een samenhangend en vaak min of meer geavanceerd systeem dat een bepaald doel dient, zoals het verwarmen/koelen van ruimtes of de opwek/opslag van energie, niet zijnde windturbines of zonnepanelen;
2.23
kunstwerken
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke;
2.24
landschapswaarden
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch opzicht;
2.25
locatievlak
een geometrisch bepaald vlak die is aangewezen voor een functie; 2.26
maatschappelijke voorzieningen
voorzieningen inzake bewegingsonderwijs, sport en spelen alsook ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen; 2.27
normaal onderhoud
werkzaamheden met het doel objecten in zodanige conditie te houden of te brengen dat het voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt;
2.28
nutsvoorzieningen
voorziening ten behoeve van telecommunicatie en de gas- water en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen, en zendmasten;
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
7
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
2.29
ondergeschikte horeca
een onderdeel van een bedrijf of instelling, geen horecabedrijf zijnde, in welk onderdeel bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers en/of werknemers van dat bedrijf of die instelling; 2.30
opslag
de opslag van goederen, met uitzondering van het stallen van auto's ten behoeve van de verkoop;
2.31
overig bouwwerk - ander bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
2.32
omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in standhouden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk; 2.33
peil
de onderkant van de afgewerkte begane grond vloer ten opzichte van het naastgelegen maaiveld en de hoogte van de as van de weg;
2.34
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte (hieronder wordt mede begrepen een voer- of vaartuig), waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf waaronder begrepen een seksclub, een privé-huis, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 2.35
straatmeubilair
de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals: verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeerregulerende constructies, roadbarriers, afvalinzamelsystemen, brandkranen, informatie- en reclameobjecten, rijwielstandaards, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, beeldende kunst, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, antenne-installaties 5G e.d.;
2.36
waterbergend dak
een dak begroeid met beplanting of met waterbergend vermogen ten behoeve van duurzaamheid; 2.37
verbeelding
de digitale verbeelding van het omgevingsplan;
8
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
2.38
voorgevel
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels; 2.39
voorgevellijn
de naar de weg toegekeerde gevellijn van een bouwperceel;
2.40
waterhuishoudkundige voorzieningen
doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterpartijen, oevers en taluds, waterberging, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang, voorzieningen voor de waterhuishouding e.d.;
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
9
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 3 3.1
Meet- en rekenbepalingen
meetbepalingen
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen: 3.2
afstand
de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is; 3.3
het bebouwingspercentage
de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen op een bouwperceel, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van een bouwvlak indien dat in de planregels wordt aangegeven; 3.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen; 3.5
het bebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen;
3.6
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 3.7
goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
3.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
3.9
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
3.10
het verhardingspercentage
het al dan niet op de plankaart nader bepaalde percentage van gronden dat ten hoogste mag worden verhard, waarin ook het verharde deel van half- of deels verharde parkeeroplossingen mee wordt gerekend als verharding.
10
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Specifieke regels over functies
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in dit plan genoemde functies van de gronden.
Artikel 5 5.1
Maatschappelijk – OV Hub
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de gronden die zijn aangewezen als ‘Maatschappelijk – OV Hub’.
5.2
Functieomschrijving Maatschappelijk – OV Hub
Een locatie die is aangewezen als Maatschappelijk – OV Hub heeft de volgende functies: a. maatschappelijke voorzieningen inzake bewegingsonderwijs, sport en spelen met daarbij horende: b. ondergeschikte horeca; c. ondergeschikte detailhandel; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f.
water;
g.
nutsvoorzieningen;
h. wegen, voet- en fietspaden.
5.3
Bouwactiviteiten
5.3.1
Functionele relatie
Het bouwen van een bouwwerk is alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in 5.2, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan de regels voor een bouwactiviteit onder 5.3 – 5.6. 5.3.2
Bouwregels
Het bouwen van een gebouw is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 5.2 als: 1. 2. 3. 4.
de gebouwen binnen het bouwvlak worden gebouwd; de bouw- en goothoogte (m) niet meer bedraagt dan is aangegeven op de verbeelding; het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan is aangegeven op de verbeelding; er sprake is van voldoende ruimtelijke kwaliteit, waarbij getoetst wordt aan de Beleidsregels ruimtelijke kwaliteit, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden; 5. er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan dient te worden aan artikel 13; 6. de bouwhoogte ten behoeve van installaties met maximaal 2 meter wordt overschreden, in afwijking met het gestelde onder artikel 5.3.2 onder b, mits:
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
11
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
1. deze op minimaal 3 meter van de dakrand zijn gesitueerd of dermate zijn geïntegreerd in de bouwstijl van het gebouw dat deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte; 2. niet zorgen voor een overschrijding van de geluidwaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen van 45 LAr,LT dB overdag en 40 dB(A) LAr,LT nacht.
5.4
Bouwactiviteiten - bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bouwen van een bouwwerk – geen gebouw zijnde, is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 5.2 als: a. b. c. d.
5.5
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedraagt; de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedraagt; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 meter bedraagt. voldaan wordt aan de Beleidsregels ruimtelijke kwaliteit, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden.
Bouwactiviteiten – nutsvoorzieningen
Het bouwen van een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als: a. deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengt; b. de oppervlakte van het bouwwerk niet meer dan 15m² bedraagt; c. in afwijking van het gestelde in 5.4. onder c, de bouwhoogte van een bouwwerk voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedraagt.
5.6
Bouwactiviteiten - maatwerkvoorschriften a. Er kunnen aan een omgevingsvergunning voor bouwen voorschriften worden verbonden met het oog op: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; externe veiligheid; duurzaamheid.
b. Bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kunnen eisen worden gesteld aan de situering en maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: 1. de sociale veiligheid; 2. de verkeersveiligheid; 3. de duurzaamheid; en 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.7
Gebruiksactiviteit
5.7.1. Verbod Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden.
12
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
5.7.2.
Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: maatschappelijk gebruik
In afwijking van het gestelde in 5.7.1., kan het college een omgevingsvergunning verlenen voor ander maatschappelijk gebruik. 5.7.3. Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: maatschappelijk gebruik - beoordelingsregels Het college verleent de vergunning als: a. voldaan kan worden aan het gestelde in artikel 13, en; b. het beoogde maatschappelijke gebruik niet leidt tot geluidshinder voor het omliggende woonmilieu. 5.7.4
Binnenplanse omgevingsplanactiviteit: maatschappelijk gebruik - vergunningvoorschriften
Met het oog op 5.7.3 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden. 5.7.5. Voorwaardelijke verplichting verhardingspercentage De in lid 5.1 genoemde functies zijn slechts toelaatbaar, indien in het geval van een bouwperceel: 1. maximaal 80% van de oppervlakte is verhard; 2. het percentage onder 1 is overschreden mits: - de overschrijding in oppervlakte volledig wordt gecompenseerd door een waterbergend dak op bebouwing op hetzelfde bouwperceel;
5.8
Aanlegactiviteit
5.8.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. 2. 3. 4. 5.8.2
aanleg van watergangen en waterpartijen; dempen van oppervlaktewater; aanbrengen terreinverharding; aanleg van voet- en fietspaden. Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van 5.8.1 geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: 1. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; 2. op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning. 5.8.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen. 5.8.4
Vergunningvoorschriften
Met het oog op 5.8.3 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
13
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 6 6.1
Gemengd – OV Hub
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de gronden die in dit TAM-IMRO plan zijn aangewezen als ‘Gemengd – OV Hub’.
6.2
Functieomschrijving Gemengd – OV Hub
Een locatie die is aangewezen als Gemengd – OV Hub heeft de volgende functies, waarbij geldt dat deze ten behoeve moeten komen aan de openbaar vervoersfunctie: a. detailhandel; b. horeca, behorend tot horeca categorie 2, zoals opgenomen in Bijlage 1; c. bedrijven in de milieucategorie 1 of 2, voor zover opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten in Bijlage 2. met daarbij horende: d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f.
water;
g.
nutsvoorzieningen; en
h. wegen, voet- en fietspaden.
6.3
Bouwactiviteiten - algemeen
6.3.1
Functionele relatie
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in 6.2, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan de regels voor een bouwactiviteit onder 6.3 – 6.6. 6.3.2
Bouwregels
Het bouwen van een bouwwerk is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 6.2 als: a. De gebouwen binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding; c. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (m)' het maximum bebouwingspercentage van het bouwvlak per bouwperceel niet meer mag bedragen dan aangegeven op de verbeelding; d. Er sprake is van voldoende ruimtelijke kwaliteit, waarbij getoetst wordt aan het Beeldkwaliteitsplan Groene Clusters en Beeldkwaliteitsplan Herontwikkeling oude kinderboerderij. e. Er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, waarbij voldaan dient te worden aan artikel 13.
6.4
Bouwactiviteiten – nutsvoorzieningen
Het bouwen van een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als: a. Deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengt;
14
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
b. De oppervlakte van het bouwwerk niet meer dan 15m² bedraagt; c. In afwijking van het gestelde in 6.3.2. onder b, de bouwhoogte van het bouwwerk niet meer dan 3 meter bedraagt.
6.5
Bouwactiviteiten - bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bouwen van een bouwwerk – geen gebouw zijnde, is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 6.2 als: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedraagt; b. De bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedraagt; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 3 meter bedraagt. d. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de opwek van kleinschalige windenergie, voldoen aan de Beleidsregel Wind op Land zoals deze op het moment van de indiening van de aanvraag gelden; en e. De bouwhoogte ten behoeve van installaties met maximaal 2 meter wordt overschreden, in afwijking met het gestelde onder artikel 6.3.2. onder b mits: 1. Deze op minimaal 3 meter van de dakrand zijn gesitueerd of dermate zijn geïntegreerd in de bouwstijl van het gebouw dat deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte; 2. Niet zorgen voor een overschrijding van de geluidwaarden op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen van 45 LAr,LT dB overdag en 40 dB(A) LAr,LT nacht.
6.6
Bouwactiviteiten - maatwerkvoorschriften
a. Er kunnen aan een omgevingsvergunning voor bouwen voorschriften worden verbonden met het oog op: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4. de sociale veiligheid; 5. externe veiligheid; 6. duurzaamheid. b. Bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kunnen eisen worden gesteld aan de situering en maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: 1. 2. 3. 4.
6.7
de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de duurzaamheid; en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Gebruiksactiviteit - algemeen
6.7.1. Strijdig gebruik Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 6.2 genoemde functies van de gronden, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: a. als seksinrichting;
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
15
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
b. in strijd met het bepaalde in artikel 13 ten aanzien van het parkeren. 6.7.2. Voorwaardelijke verplichting verhardingspercentage De in lid 6.1 genoemde functies zijn slechts toelaatbaar, indien in het geval van een bouwperceel: 1. maximaal 80% van de oppervlakte is verhard;
6.8
Aanlegactiviteit
6.8.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. aanleg van watergangen en waterpartijen; 6.8.2
Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van 6.8.1 geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; en b. op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning. 6.8.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen. 6.8.4
Vergunningvoorschriften
Met het oog op 6.8.3 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
16
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 7 7.1
Verkeer
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de gronden die in dit TAM-IMRO plan zijn aangewezen als ‘Verkeer’.
7.2
Functieomschrijving Verkeer
Een locatie die is aangewezen als Verkeer heeft de volgende functies: a. ontsluitingswegen gericht op de afwikkeling van het doorgaande verkeer; en b. een busstation voor streekbussen met bijbehorende voorzieningen; Met daarbij horende: a. in- en uitvoegstroken; b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; d. kunstwerken; e. groenvoorzieningen, bermen en taluds; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. straatmeubilair; en i. voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer.
7.3
Bouwactiviteiten - algemeen
7.3.1
Functionele relatie
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in 7.2, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan de regels voor een bouwactiviteit onder 7.3 – 7.6. 7.3.2
Bouwregels
Het bouwen van een bouwwerk is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 7.2 als: a. de bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedragen; en b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter bedragen.
7.4
Bouwactiviteiten – nutsvoorzieningen
Het bouwen van een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als: a. deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengt; b. de oppervlakte van het bouwwerk niet meer dan 15m² bedraagt; c. in afwijking van het gestelde in 7.3.2 onder b, de bouwhoogte van een bouwwerk voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedraagt.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
17
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
7.5
Bouwactiviteiten - bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bouwen van bouwwerken – geen gebouwen zijnde, is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 7.2 als: b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedraagt; c. De bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedraagt; d. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 meter bedraagt; e. Voldaan wordt aan de Beleidsregels ruimtelijke kwaliteit, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden; en f. Voldaan wordt aan de Beleidsregels parkeren, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden.
7.6
Bouwactiviteiten - vergunningvoorschriften a. Er kunnen aan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voorschriften worden verbonden met het oog op: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De verkeersveiligheid; De milieusituatie; De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; De sociale veiligheid; Externe veiligheid; en Duurzaamheid.
b. Bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: 1. 2. 3. 4.
7.7
De sociale veiligheid; De verkeersveiligheid; De duurzaamheid; en De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Gebruiksactiviteit - algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2 genoemde functies van de gronden, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik in strijd met het bepaalde in artikel 13 ten aanzien van het parkeren.
7.8
Aanlegactiviteit
7.8.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. 7.8.2
Aanleg van watergangen en waterpartijen; Dempen van oppervlaktewater; Aanbrengen terreinverharding; en Aanleg van wegen. Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van 7.8.1 geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. Het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; en b. Op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning.
18
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
7.8.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen. 7.8.4
Maatwerkvoorschriften
Met het oog op 7.8.3 kunnen aan de omgevingsvergunning maatwerkvoorschriften worden verbonden.
Artikel 8 8.1
Groen
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de gronden die in dit TAM-IMRO plan zijn aangewezen als ‘Groen’.
8.2
Functieomschrijving Groen
Een locatie die is aangewezen als Groen heeft de volgende functies: a. Groenvoorzieningen; b. Water; c. Kunstwerken; met daarbij horende: d. Voet- en fietspaden; e. Speelvoorzieningen; f. Vlonders en steigers; g. Straatmeubilair; h. Nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen ten behoeve van het koude- warmtenet; en i. Voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer.
8.3
Bouwactiviteiten - algemeen
8.3.1
Functionele relatie
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in 8.2, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan de regels voor een bouwactiviteit onder 8.3 – 8.6. 8.3.2
Bouwregels
Het bouwen van een bouwwerk is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 8.2 als: a. Bruggen voor langzaam verkeer gebouwd worden, mits de doorvaarthoogte en -breedte hiervan met de desbetreffende vaar- of waterweg beheerder zijn afgestemd; b. De bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedragen; en c. De bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter bedragen.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
19
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
8.4
Bouwactiviteiten – nutsvoorzieningen
Het bouwen van een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als: a. deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengt; b. de oppervlakte niet meer dan 15m² bedraagt; en c. in afwijking van het gestelde in 8.3.2. onder c, de bouwhoogte van bouwwerken voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedraagt.
8.5
Bouwactiviteiten - bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bouwen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 8.2 als: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedraagt; b. De bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedraagt; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 meter bedraagt; d. Voldaan wordt aan de Beleidsregels ruimtelijke kwaliteit, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden; en
8.6
Bouwactiviteiten - vergunningvoorschriften
1. Er kunnen aan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voorschriften worden verbonden met het oog op: a. b. c. d. e. f.
De verkeersveiligheid; De milieusituatie; De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; De sociale veiligheid; Externe veiligheid; en Duurzaamheid.
2. Bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: a. b. c. d.
8.7
De sociale veiligheid; De verkeersveiligheid; De duurzaamheid; en De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Gebruiksactiviteit - algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 8.2 genoemde functies van de gronden, waaronder in ieder geval wordt begrepen: het gebruik van
gronden en bouwwerken ten behoeve van parkeren.
20
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
8.8
Aanlegactiviteit
8.8.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. Aanleg van watergangen en waterpartijen; b. Dempen van oppervlaktewater. 8.8.2
Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van 8.8.1 geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. Het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; en b. Op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning. 8.8.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen. 8.8.4
Vergunningvoorschriften
Met het oog op 8.8.3 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
21
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 9 9.1
Water
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de gronden die in dit TAM-IMRO plan zijn aangewezen als ‘Water’.
9.2
Functieomschrijving Water
Een locatie die is aangewezen als Water heeft de volgende functies: a. Watergangen, waterpartijen, oevers en taluds; b. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. Instandhouding en ontwikkeling van daar voorkomende natuur- en landschapswaarden; en d. Kunstwerken
9.3
Bouwactiviteiten - algemeen
9.3.1
Functionele relatie
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in 9.2, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan de regels voor een bouwactiviteit onder 9.3 – 9.6. 9.3.2
Bouwregels
Het bouwen van een bouwwerk is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 9.2 als: a. Bruggen voor langzaam verkeer gebouwd worden, mits de doorvaarthoogte en -breedte hiervan met de desbetreffende vaar- of waterweg beheerder zijn afgestemd; b. De bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedragen; en c. De bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 5 meter bedragen.
9.4
Bouwactiviteiten – nutsvoorzieningen
Het bouwen van een nutsvoorziening is uitsluitend toegestaan als: a.
deze de verkeersveiligheid niet in het geding brengt;
b.
de oppervlakte van het bouwwerk niet meer dan 15m² bedraagt;
c. in afwijking van het gestelde in 9.3.2. onder c, de bouwhoogte van een bouwwerk voor nutsvoorzieningen niet meer dan 3 meter bedraagt.
9.5
Bouwactiviteiten - bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bouwen van een bouwwerk – geen gebouw zijnde is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 9.2 als: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 2 meter bedraagt; b. De bouwhoogte van palen en masten niet meer dan 10 meter bedraagt; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 3 meter bedraagt; d. Voldaan wordt aan de Beleidsregels ruimtelijke kwaliteit, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden; en e. Voldaan wordt aan de Beleidsregels parkeren, zoals deze op het moment van indiening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gelden.
22
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
9.6
Bouwactiviteiten - vergunningvoorschriften
a. Er kunnen aan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen voorschriften worden verbonden met het oog op: 1. 2. 3. 4.
De (water)verkeersveiligheid; Bescherming van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden van het omringende gebied; De landschappelijke inpassing; en Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
b. Bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kunnen nadere eisen worden gesteld aan de situering en maatvoering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: 1. 2. 3. 4.
9.7
De milieusituatie; De duurzaamheid; De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; en De sociale veiligheid.
Gebruiksactiviteit - algemeen
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 9.2 genoemde functies van de gronden, waaronder in ieder geval wordt begrepen: a. In strijd met het bepaalde in artikel 13 ten aanzien van het parkeren.
9.8
Aanlegactiviteit
9.8.1
Vergunningplicht
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. Het vergraven en egaliseren van gronden; b. Het aanleggen van waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en kolken; c. Werken en werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tengevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; d. Het dempen van oppervlaktewater. 9.8.2
Uitzondering vergunningplicht
Het verbod van 9.8.1 geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. Het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; en b. Op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning. 9.8.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen. 9.8.4
Vergunningvoorschriften
Met het oog op 9.8.3 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
23
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 10 10.1
Leiding – Riool
Toepassingsbereik
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de gronden die in dit TAM-IMRO plan zijn aangewezen als ‘Leiding – Riool’.
10.2
Functieomschrijving Leiding - Riool
Het voor 'Leiding - Riool' aangewezen gebied is behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), ook bedoeld voor een strook ten behoeve van een rioolpersleiding en het onderhoud en beheer daarvan.
10.3
Bouwactiviteiten - algemeen
10.3.1 Functionele relatie Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien deze ten dienste staan van de functies genoemd in 10.2, waarbij geldt dat voldaan dient te worden aan de regels voor een bouwactiviteit onder 10.3 – 10.4. 10.3.2 Bouwregels Het bouwen van een bouwwerk is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de functies genoemd in 10.2 en de reeds daar voorkomende functies als: a. Het gebouwen betreft ten behoeve van het leidingbeheer, dan wel het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; of b. Het gebouwen betreft waarbij de maximale bebouwde oppervlakte per gebouw niet meer bedraagt dan 25m².
10.4
Aanlegactiviteit
10.4.1 Vergunningplicht Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. Het vergraven en egaliseren van gronden; b. Het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; c. Het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakte verhardingen; d. Het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; e. Het ophogen van gronden en aanleggen van (geluids)wallen.
10.4.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod van 10.4.1 geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. Het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; en b. Op het tijdstip waarop dit artikel in werking treedt in uitvoering zijn of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip verleende omgevingsvergunning. 10.4.3 Beoordelingsregels
24
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door de uitvoering van de werken en werkzaamheden, dan wel door de daarvan te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de functies die het plan beoogt te beschermen. 10.4.4 Vergunningvoorschriften Met het oog op 10.4.3 kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
25
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels over functies
Aanvraagvereisten
a. De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat: 1. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit in dit plan; en 2. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan. b. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels.
26
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 12
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
27
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Artikel 13
Parkeren
1. Bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken dient, indien de omvang of de functie van een gebouw en/of het terrein daartoe aanleiding geeft, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's, motorfietsen, fietsen, of andere voertuigen, op eigen terrein in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op of onder het gebouw, en/of op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw of terrein behoort. Deze ruimte mag niet overbemeten zijn, gelet op het gebruik of de bewoning van het gebouw, waarbij rekening moet worden gehouden met de eventuele bereikbaarheid per openbaar vervoer. De parkeergelegenheid bij het beoordelen van een aanvraag omgevingsvergunning voor gebruik, bouwen of afwijken wordt bepaald aan de hand van de Beleidsregels 'Parkeren Urk' of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s); 2. De onder 1 bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare auto's. Aan deze eis wordt voldaan door vast te houden aan de richtlijnen en maatvoering conform de Beleidsregels 'Parkeren Urk' of later door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde vervangende beleidsregel(s); 3.
Indien de functie van een gebouw of het terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort; 4. Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a, b en c: a. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit; en b. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien; en c. dient daarbij te voldoen aan de afwijkingsregels als opgenomen in de Beleidsregels 'Parkeren Urk' of later door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen vervangende beleidsregel(s). 5. Ruimte(n) voor het bepaalde onder 1, 2 en 3 dient, voor zover de aanwezigheid van deze ruimten krachtens deze regels nodig is, beschikbaar te blijven. Ander gebruik is verboden.
28
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62" (concept)
TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangsregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
14.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 14.1.2 Uitzondering Het bepaalde in 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan.
14.2
Overgangsrecht gebruik
14.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en daarmee in strijd is, mag worden voortgezet. 14.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 14.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan zoals dat gold voor voor inwerkingtreding van dit plan.
"TAM-omgevingsplan h22a Urkerweg 62"
29