Antwoorden technische vragen verordening huisvesting Onderwijs 2026
Tekst van het document
1
Fractie CU
2
CU
Technische vragen agendapunt 4a Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs Urk 2026 (commissie Organisatie en Leven d.d. 18 november 2025) Vraag Antwoord Juridische status van het VNG-model en Het Integraal Huisvestingsplan Urk 2025-2044 is door de raad vastgesteld in toekomstige wetgeving haar vergadering van 3 juli 2025. Daarmee is dat het geldige beleidskader van In het raadsvoorstel staat dat de nieuwe de gemeente Urk. Dit beleidskader loopt vooruit op de te verwachten verordening is gebaseerd op een conceptmodel wetswijziging. Wanneer de Tweede Kamer hierover besloten heeft, is onze van de VNG dat nog niet juridisch is getoetst en lokale wetgeving daar al op voorbereid. Het onderwerp is door de Tweede vooruitloopt op de landelijke Wet planmatige Kamer als niet-controversieel is aangemerkt. De verwachting dat er een aanpassing van de verordening nodig zal zijn is aanpak onderwijshuisvesting. Kan het college uiteenzetten welke juridische risico’s dit daardoor nihil. Mocht het wetgevingsproces toch anders verlopen en aanpassing wel nodig zijn, met zich meebrengt? Hoe groot acht het dan wacht het college het advies van de VNG af voor de definitieve wijzigingen college de kans dat de Urker verordening na invoering van de landelijke wetgeving (die nog die nodig zijn.
door de Tweede Kamer moet worden De juridische houdbaarheid is geborgd door aansluiting bij bestaande wettelijke behandeld) opnieuw gewijzigd moet worden? bepalingen in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op het Welke stappen zijn voorzien om tijdig bij te Voortgezet Onderwijs (WVO). sturen als de uiteindelijke wet afwijkt van de uitgangspunten in het IHP en de verordening?
Uitwerking van het meerjarenonderhoudsplan Een van de belangrijkste wijzigingen is de verplichting om een meerjarenonderhoudsplan op te stellen. In artikel 28 van de verordening staat dat het college een staat van onderhoud kan laten opmaken en daarbij het meerjarenonderhoudsplan of bewijs van uitgevoerd onderhoud kan opvragen. Op welke manier moeten scholen hun onderhoudsplan aanleveren en zijn daar minimale eisen voor? Hoe wordt gecontroleerd dat het onderhoudsplan realistisch is en daadwerkelijk wordt uitgevoerd? Bestaat er ondersteuning
Scholen hebben nu al een MJOP, die jaarlijks wordt getoetst door de accountant bij de presentatie van de jaarrekening. Controle hierop vindt daar plaats, door onder andere te kijken of het opgestelde MJOP realistisch is. De gemeente kan steekproefsgewijs een visuele controle of NEN-inspectie laten uitvoeren. Hier is tot op heden geen aanleiding toe omdat de onderwijsgebouwen er goed bijstaan. Dit is onder andere gebleken uit de opgesteld MJOP’s vanuit de vastgoednota. Deze MJOP’s zijn (in 2023) opgesteld op basis van een visuele controle. Het opstellen van een MJOP van de scholen wordt door schoolbesturen uitbesteed aan een bureau. Daar waar nodig ondersteunt onze vastgoedafdeling dit bureau.
voor scholen die moeite hebben een volledig onderhoudsplan op te stellen?
3
CU
Criteria voor renovatie en bepaling van de renovatiefactor Renovatie wordt als afzonderlijke voorziening toegevoegd. Volgens de verordening moet een renovatie de kwaliteit en duurzaamheid van een schoolgebouw op het niveau van nieuwbouw brengen en de levensduur met minstens 25 jaar verlengen. De vergoeding voor renovatie wordt gebaseerd op werkelijke kosten en hangt af van een renovatiefactor van 60–70 % van de nieuwbouwkosten, afhankelijk van het type onderwijs. Kan het college (globaal) toelichten welke objectieve criteria worden gehanteerd om te bepalen of renovatie in plaats van vervangende nieuwbouw wordt gekozen? Wordt er een bepaalde methodiek gebruikt? Worden duurzaamheidsdoelstellingen meegewogen bij deze keuze?
De keuze tussen renovatie en vervangende nieuwbouw wordt bepaald aan de hand van de technische levensduur (NEN 2767 score <3, Functionele veroudering (onderwijskundige geschiktheid, energieprestatie, BENG-norm en kosten- batenanalyse op basis van de renovatiefactor 60%-70% van nieuwbouw. De gemeente hanteert hierbij de methodiek uit het VNG-afwegingskader renovatie en weegt duurzaamheid (Co2-reductie, circulariteit) expliciet mee.
4
CU
Flexibiliteit in de meerjareninvesteringsraming en het IHP Het IHP omvat een investeringsraming voor 16 jaar en een vierjarig uitvoeringsplan, en de verordening stelt dat projecten in de investeringsraming automatisch als aangevraagd gelden. Tegelijkertijd moeten onvoorziene omstandigheden zoals calamiteiten of snelle demografische veranderingen kunnen worden opgevangen.
Calamiteiten of incidenten die de voortgang van het onderwijs in gevaar brengen zijn redenen om een spoedaanvraag in te dienen. Spoedcriteria zijn bijvoorbeeld calamiteiten (brand, instorting, onveilig binnenklimaat), onvoorziene leerlingengroei (meer dan 10 afwijking ten opzichte van de prognose), wettelijke verplichting (bijv. brandveiligheidseis). De raad wordt bij urgente voorzieningen betrokken middels een apart raadsvoorstel.
Hoe gaat het college de raad betrekken bij urgente voorzieningen die niet in de investeringsraming staan? Zijn er bepaalde criteria wanneer iets een spoedaanvraag is of kan zijn? zo ja welke, zo nee hoe wordt dit dan wel bepaald?
5
CU
Toepassing van de NEN 2767-rapportage Bij aanvragen voor vervangende nieuwbouw of renovatie moet een bouwkundige rapportage worden overgelegd die volgens NEN 2767 is opgesteld. In de bijlage bij de verordening staat dat vervanging alleen nodig is als de conditiemeting niet langer voldoet aan minimaal conditie 3 of als de levensduur minder dan 25 jaar kan worden verlengd. Kunt u toelichten wie de NEN 2767-keuring uitvoert en wie de kosten hiervan draagt? Hoe wordt gewaarborgd dat de methode consistent wordt toegepast bij alle scholen, zodat aanvragen eerlijk worden beoordeeld?
De NEN 2767 is een in het vastgoedplan van de gemeente Urk opgenomen criterium. Daarmee is de NEN 2767 een norm die geldt voor alle gemeentelijk vastgoed, inclusief de scholen. De verschillende hoogtes van de conditiemeting geven de (gebruiks)staat van een gebouw aan. De inspectie zelf wordt uitgevoerd door een gecertificeerd bouwkundig inspectiebureau.
6
CU
Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden Zijn er voorbeelden van vorderingen of van verhuur? Zo ja, welke?
7
CU
Einde gebruik gebouwen en terreinen Het lijkt alsof achteraf overeenstemming moet worden gevonden over achterstallig onderhoud. Dit lijkt vrijblijvend. Hoe verhoudt zich dat met
Het is mogelijk dat scholen ruimte binnen de school beschikbaar stellen voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Zo kan de school beslissen om dat te doen ten behoeve van bijvoorbeeld een zondagschool of voor wijkgerichte activiteiten. Ook vanuit de gemeente bekostigde zorg, zoals groepstrainingen voor sociale weerbaarheid kan worden gegeven binnen een schoolgebouw. Dit zijn passende vormen voor medegebruik. Scholen reserveren middelen voor het onderhoud van het gebouw. Wanneer een schoolgebouw niet meer gebruikt wordt voor de bestemming onderwijs dan wordt samen met de school de balans opgemaakt voor wat er in het meerjaren onderhoudsplan resteert aan middelen voor het onderhoud.
het handhaven van het meerjarenonderhoudsplan? 8
CU
Prognose leerlingen Worden voor leerlingprognoses landelijke criteria gebruikt? Zo ja, wijkt Urk hierin door de bevolkingsopbouw niet af van de standaard criteria? En hoe gaan wij daar als gemeente mee om?
9
SGP
Op blz. 58 van de verordening is te lezen: 'Bij aanbestedingen van opdrachten onder het Europese drempelbedrag kan het college op verzoek van het bevoegd gezag besluiten van het bepaalde in de tabel af te wijken.' Wat wordt precies met deze zin bedoeld?
De leerlingenprognose wordt om de drie jaar geactualiseerd. Om rekening te houden met de bevolkingsopbouw en -ontwikkeling wordt naast een zogenoemde trendanalyse ook een individualiseringanalyse uitgevoerd. De trendanalyse volgt de landelijke ontwikkelingen, waarin ook de gegevens uit DUO worden meegenomen. In de individualiseringsanalyse worden de voor Urk specifieke kenmerken meegenomen, zoals het woningbouwprogramma, de demografische samenstelling (grote gezinnen, leeftijdsopbouw en migratiepatroon) binnen Urk. Wanneer het lokale beeld erg afwijkt van het landelijke beeld dan wordt daar in de definitieve versie rekening mee gehouden. De leerlingenprognose wordt samen met het onderwijs opgesteld en vastgesteld. Deze zin betekent dat wanneer het bedrag van de opdracht onder de grens van Europese aanbesteding ligt, het college kan besluiten om bijvoorbeeld niet meervoudig of nationaal aan te besteden. Dit kan alleen op verzoek van het bevoegde gezag (het schoolbestuur) en op grond van zwaarwegende argumenten. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van de Harmpje Visserschool met het gebouw van Kentalis. Vanwege de installatie in het eerst gebouwde deel van de school was het verstandig om de opdracht aan dezelfde aannemer te gunnen, omdat systemen anders niet op elkaar zouden aansluiten. Dat is een voorbeeld van een zwaarwegende reden.