CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 Toelichting t_NL.IMRO.0184.BPStaartweg-VA01_01112023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente UrkBij agendapunt: Bestemmingsplan Hooilanden – Staartweg11.977 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

24

dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd.

De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein. Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend stedelijk afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het stedelijk afvalwater plaats. Het ‘gebiedseigen water’ wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak aterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken). De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Nationaal Water Programma Het Nationaal Water Programma bestaat uit het landelijke en regionale waterbeleid, vastgesteld op basis van de Waterwet en de Wet Ruimtelijke Ordening. In het plan zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en -beheer beschreven voor de periode 2022-2027. Het programma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het programma geeft invulling aan de Europese richtlijnen waaronder de KRW, Richtlijn overstromingsrisico’s, de Kaderrichtlijn Mariene Strategie en de EU-richtlijn Marine Spatial Planning. Het programma geldt als structuurvisie voor de ruimtelijke aspecten. Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht.

Investeringen in het watersysteem zorgt dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater. De waterschapsverordening vervangt de Keur bij inwerkingtreding van de Omgevingswet.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

25

4.6.2 Digitale watertoets Het doel van de watertoets is om in vroeg stadium in overleg te treden met het waterschap over de voorgenomen ontwikkeling. De watertoets is op 25 oktober 2022 uitgevoerd op www.dewatertoets.nl. Op basis hiervan heeft het waterschap Zuiderzeeland een wateradvies uitgebracht. De watertoets is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. De samenvatting van de watertoets is opgenomen als bijlage 6 van de bijlagen bij toelichting. 4.6.3 Advies waterschap Op basis van de uitgevoerde digitale watertoets dient de normale procedure gevolgd te worden. In het advies zijn verschillende thema’s benoemd die in de waterparagraaf opgenomen en, afhankelijk van de concrete invulling van het plan, moeten worden aangevuld. Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering. Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Voor het onderdeel regionale waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing.

Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld: Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunt wateroverlast: Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer ' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. Vanaf het moment van vaststelling van de beleidsregel is de situatie van het beheergebied op dat moment het referentiekader geworden, oftewel de nulsituatie. De compensatieplicht geldt zodanig voor de netto toename van het verhard oppervlak voor een bouwvlak sinds begin 2013.

Randvoorwaarde(n) wateroverlast Het plangebied ligt in stedelijk gebied. De Staartweg wordt over een lengte van circa 1.300 m aan de zuidzijde verbreedt met 0,5 meter. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling netto met circa 650 m2 toe. Samen met enkele aanpassingen aan bestaande inritten, kruisingen en rotondes neemt het verharde oppervlakte van de Staartweg toe met circa 750 m2. Tevens wordt aan de zuidzijde een nieuw fietspad gerealiseerd. Het verharde oppervlak van het fietspad bedraagt 1.660 m2. Het fietspad wordt gerealiseerd ter plaatse van een bestaande sloot. Deze sloot wordt ten behoeve van het fietspad gedempt. De te dempen sloot heeft een oppervlak van circa 1.885 m2. Per saldo verdwijnt er dus 1.885 m2 aan open water en neemt het verharde oppervlak toe met 2.410 m2.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

26

Compensatie toename verhard oppervlak Omdat de toename van het verharde oppervlak groter is dan 750 m2, dient er gecompenseerd te worden. De compensatie is gerealiseerd in het aanleggen van natuurvriendelijke oevers in de watergang aan de noordzijde van de Staartweg in het natuurgebied Staartreservaart. De natuurvriendelijke oevers zijn aangelegd vanaf de locatie van de Orcaruiters tot de rotonde in de Staartweg ter hoogte van de Nagel. Voor de aanleg van de natuurvriendelijke oevers is afstemming geweest met het waterschap. Het waterschap heeft hiervoor een watervergunning verleend. Ter plekke van de te dempen watergang wordt onder het nieuwe fietspad een IT-riool aangelegd. Deze rioolbuis neemt een deel van de functie van de te dempen watergang over. Via een systeem van duikers wordt de rioolbuis verbonden met de bermsloot aan de zuidzijde van Staartweg, die ten oosten van de aansluiting met de Waaiershoek ligt. Thema Schoon water Slechte kwaliteit kwelwater: Bij het ontwerp van een nieuw watersysteem moet rekening gehouden worden met de hoeveelheid kwel en de kwelwaterkwaliteit. Het plangebied is (gedeeltelijk) gelegen in een gebied met kwel van matige tot slechte kwaliteit. Het waterschap wordt vroegtijdig betrokken voor advies over het ontwerp van het nieuwe watersysteem.

Bij de realisatie van de hierboven beschreven compenserende maatregelen is in overleg met het waterschap rekening gehouden met het kwelwater. Goede structuurdiversiteit Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef-, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Randvoorwaarden Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden in oppervlaktewater.

Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. Uitlogende materialen Lozingen op oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) zijn meldingsplichtig, aanvullende voorwaarden kunnen

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

27

worden gesteld. Voor lozingen in kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen worden voorwaarden gesteld door het waterschap. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Uitgangspunten Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt daarbij gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater worden voorkomen. Onder schoon hemelwater wordt verstaan: · Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit lager dan 1000 voertuigen per dag; · Hemelwater vanaf parkeerplaatsen met minder dan 50 plaatsen; · Hemelwater van daken/woningen waarbij geen voor het watersysteem schadelijke uitloogbare stoffen zijn gebruikt; · Hemelwater van onverhard terrein; · Hemelwater van centrumgebieden (met uitzondering van marktterreinen).

Thema Voldoende Water Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. De planontwikkeling leidt niet tot nieuwe peilvakken. De planontwikkeling heeft geen gevolgen voor het streefpeil van het oppervlaktewater in of in de omgeving van het plangebied.

Het functioneren van het huidige watersysteem (doorstroming, afwatering, realiseren van het gewenste peil) zal door de planuitvoering niet verslechteren. Dempen bestaand oppervlaktewater In het plangebied wordt water gedempt. Voordat met enige demping wordt gestart, dient de compensatie van open water (verleggen, verbreden of nieuw aanleggen) te zijn aangelegd. De voor

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

28

demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het Besluit Bodemkwaliteit en /of de waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Om het nieuwe fietspad te kunnen realiseren wordt de bestaande bermsloot gedempt. Het tracé van het fietspad volgt de bestaande bermsloot. Ter plekke van de te dempen watergang wordt onder het nieuwe fietspad een IT-riool aangelegd. Deze rioolbuis neemt een deel van de functie van de te dempen watergang over. Via een systeem van duikers wordt de rioolbuis verbonden met de bermsloot aan de zuidzijde van Staartweg, die ten oosten van de aansluiting met de Waaiershoek ligt. Het huidige watersysteem blijft daarmee grotendeels intact. 4.6.4 Conclusie Het aspect ‘water’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.7 Cultuurhistorie 4.7.1 Beoordelingskader Volgens artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingslocatie en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. 4.7.2 Onderzoek Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd dorps- of stadsgezicht. De in het plangebied aanwezige bebouwing is niet aangewezen als een rijks- of gemeentelijk monument. In de directe omgeving van het plangebied komen geen aangewezen rijks- of gemeentelijke monumenten voor. De in het plangebied aanwezige bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische of architectonische waarde, die behouden dient te worden. Voor het plangebied is een stedenbouwkundig plan opgesteld dat past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. 4.7.3 Conclusie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.8 Besluit milieueffectrapportage 4.8.1 Beoordelingskader Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging van het Besluit m.e.r. volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije m.e.r.-

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

29

beoordeling. Dit geldt voor activiteiten die wel worden genoemd in het Besluit m.e.r., maar vanwege de omvang van de activiteit (onder de drempelwaarde) geen m.e.r.(beoordelings)plicht kent. Voorliggend plan voorziet in de verbreding van een bestaande weg en het aanleggen van een fietspad. Deze (her)ontwikkeling is geen project waarvoor vanwege de omvang daarvan op grond van de C-lijst een m.e.r.-plicht geldt. Wel kan de activiteit worden gezien als een wegverbreding van een bestaande weg, zoals genoemd in kolom 1 van de D-lijst. De daarbij in kolom 2 aangegeven drempels worden echter ruimschoots onderschreden. Op basis daarvan geldt geen verplichting tot een m.e.r.-beoordeling. 4.8.2 Onderzoek Op grond van de toetsing aan de selectiecriteria kan uitgesloten worden dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Er bestaat derhalve geen verplichting voor het volgen van een m.e.r. (beoordelings) procedure. 4.8.3 Conclusie Het aspect 'besluit m.e.r.' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

30

5. Toelichting op de regels 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzes voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ wordt de verbreding van de Staartweg en de aanleg van een vrijliggend fietspad mogelijk gemaakt. Dit bestemmingsplan is mede gebaseerd op het bestemmingsplan ‘Hooilanden’ en opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.

De regels zijn, voor zover nodig, op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •

Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.

5.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 5.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • •

artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

31

5.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven. Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • • •

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag worden afgeweken van de aangegeven bestemmingen en bouwregels;

In paragraaf 5.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangegeven waarom daarvoor is gekozen. 5.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en voorzien in algemene bouw, afwijking en wijzigingsregels om relatief kleine bouwwerken of afwijkingen van de regels uit Hoofdstuk 2 mogelijk te maken. 5.2.4 Overgangs- en slotregels In Hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 12 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In artikel 13 is de officiële benaming van dit bestemmingsplan opgenomen.

5.3 Nadere toelichting op regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Tot slot is aansluiting gezocht bij de regels uit het geldende bestemmingsplan ‘Hooilanden’ van de gemeente Urk, zoals vastgesteld op 13 januari 2013. Deze regels zijn gedeeltelijk overgenomen en specifiek gemaakt voor onderhavige situatie.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

32

6. Financiële uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.

6.2 Exploitatie De Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) gaat ervan uit dat bij het bestemmingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld tenzij het kostenverhaal anders verzekerd is. De voorgenomen werkzaamheden worden uitgevoerd op initiatief van de gemeente Urk. Op grond van Grondexploitatiewet dient gelijktijdig of vooraf aan de vaststelling van het bestemmingsplan een exploitatieplan te worden vastgesteld door de gemeenteraad. In het exploitatieplan dient in elk geval rekening gehouden te worden met het kostenverhaal.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

33

7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).

7.2 Vooroverleg Het wettelijk vooroverleg met de betrokken partners (in dit geval Provincie Flevoland en Waterschap Zuiderzeeland) is goed afgerond. De Waterparagraaf is aangevuld op basis van nieuw beleid vanuit het Waterschap, de positie van de rioolleiding is aangepast in overleg met het Waterschap en er is een Habitatsonderzoek uitgevoerd in het kader van ecologie op verzoek van de Provincie. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de toelichting.

7.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van maandag 31 juli tot en met maandag 11 september ter inzage gelegen, samen met het Hogere Waarde Besluit Staartweg Urk. Tijdens deze periode zijn er drie zienswijzen ingediend, waarvan twee binnen bovengenoemde termijn. De zienswijzen zijn in de Reactienota zienswijzen kort samengevat, thematisch weergegeven en van een gemeentelijke reactie voorzien. De Reactienota zienswijzen is opgenomen als bijlage 8 van de bijlagen bij toelichting.

1 november 2023 | Bestemmingsplan ‘Hooilanden - Verbreding Staartweg’ | Buro Stedenbouw

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=8cfbe483-e0ef-4007-ad79-bd6fee91a37a