A2 TB9 Habitatsgeschiktheidonderzoek b_NL.IMRO.0184.BPStaartweg-VA01_TB9
Tekst van het document
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk Versie: 1.0
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 1 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Colofon Titel
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Projectcode Versie Datum
P03398 1.0 13-07-2023
Opdrachtgever
Email Website
Buro Stedenbouw BV Kerkplein 5 8121 BM Olst Kerkplein 5 GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon Telefoon Email
M.W.J. Witjes 074 2020258 michael.witjes@dagnl.nl
Uitvoerder
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 2 van 17
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 4 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 5
2
Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling ................................................................................... 7
2.1
Gebiedsbeschrijving .......................................................................................................................... 7
2.2
Beoogde ontwikkeling ...................................................................................................................... 10
3
Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 11
4
Wettelijk kader ................................................................................................................................. 12
5
Verbodsbepalingen .......................................................................................................................... 13
6
Effecten van de werkzaamheden .................................................................................................... 14
6.1
Habitatgeschiktheidsbeoordeling kleine marters ............................................................................. 14
6.2
Habitatgeschiktheidsonderzoek ....................................................................................................... 14
6.3
Bureauonderzoek ............................................................................................................................ 14
6.4
Veldbezoek ...................................................................................................................................... 15
6.5
Conclusie ......................................................................................................................................... 15
Bronnen ........................................................................................................................................................... 17
Bijlagen Bijlage 1: Wet- en regelgeving Bijlage 2: Stappenplan ontheffingsplicht
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 3 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Samenvatting Om de verkeersveiligheid te vergroten wil de opdrachtgever een gedeelte van de Staartweg verbreden. Ook wordt er een fietspad gerealiseerd ten zuiden van de Staartweg. Het fietspad wordt aangelegd vanaf de Schelpenhoek tot aan de rotonde bij de Waaiershoek. Het tracé van het fietspad heeft een lengte van circa 500 m. De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend. Om in het kader van ruimtelijke ontwikkeling te voldoen aan de Wet natuurbescherming, heeft GRAS Advies op verzoek van Buro Stedenbouw BV een habitatgeschiktheidsonderzoek uitgevoerd op bovengenoemde locatie. Dit onderzoek vloeit voort uit de resultaten van een eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna (GRAS Advies, 2022). Het geeft uitsluitsel over de mogelijke aanwezigheid van de wettelijk beschermde kleine marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn) en hun essentiële habitatfuncties in het projectgebied. Het beoordeelt of deze soorten en hun functioneel leefgebied negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep en of verbodsbepalingen mogelijk worden overtreden. Met deze kennis is onderbouwd of de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs uitvoerbaar is of dat mogelijk een ontheffingsaanvraag of andere maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk zijn. De conclusie is als volgt: 1
De aanwezigheid van de volgende beschermde soort(en)groep(en) kan redelijkerwijs worden uitgesloten: ●
2
Kleine marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn).
De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het: a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur (Wnb Artikel 1.11).
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 4 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
1 Inleiding Om de verkeersveiligheid te vergroten wil de opdrachtgever een gedeelte van de Staartweg verbreden. Ook wordt er een fietspad gerealiseerd ten zuiden van de Staartweg. Het fietspad wordt aangelegd vanaf de Schelpenhoek tot aan de rotonde bij de Waaiershoek. Het tracé van het fietspad heeft een lengte van circa 500 m. De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen verplicht de Wet natuurbescherming te toetsen of aanwezige beschermde plant- en diersoorten geen negatieve effecten ondervinden van de beoogde ontwikkeling. Eerder uitgevoerd verkennend onderzoek (quickscan) naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna op de bovengenoemde locatie (GRAS Advies, 2022), kon de aanwezigheid van de volgende soorten niet uitsluiten: ●
Kleine marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn)
Op basis hiervan is nader onderzoek naar deze soortgroep verricht. Er is een habitatgeschiktheidsbeoordeling opgesteld. De benoemde soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor de uitvoering van de geplande activiteiten is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.
Een habitatgeschiktheidsonderzoek is een uitgebreid en afgestemd soortgericht onderzoek. Het bestaat uit een bureaustudie en één veldinventarisatie waarbij onderzoeksmethoden en richtlijnen uit erkende en soort specifieke kennisdocumenten en/of soortprotocollen worden toegepast. Met inachtneming van wettelijke kaders, de kenmerken van de beoogde ontwikkeling en de gerelateerde werkzaamheden wordt beoordeeld of aanwezige soorten, hun functioneel leefgebied en essentiële habitatfuncties negatieve effecten ondervinden van de beoogde ingreep. Indien een ontheffingsaanvraag of andere ecologische maatregelen en/of vervolgstappen noodzakelijk worden geacht, kan GRAS Advies adviseren en begeleiding bieden in het vervolgtraject. Verspreidingsgegevens In dit rapport is informatie verwerkt afkomstig uit de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF). Deze informatie mag (zolang de datavoorziening niet open en toegankelijk is) zonder toestemming van BIJ12 niet worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt. Indien relevant zal GRAS Advies verspreidingsgegevens die zijn verkregen door veldinventarisaties binnen en/of rondom het projectgebied na een periode van 2 jaar openbaar maken binnen de omgeving van de NDFF. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen.
Het is onlosmakelijk verbonden aan het verkennend onderzoek (quickscan) flora en fauna Staartweg te Urk, 2022. GRAS Advies adviseert, indien van toepassing, uitkomsten als verplichting vast te leggen voor de uitvoerende partij. Gebiedskenmerken van het huidige projectgebied en een globale beschrijving van de beoogde ontwikkeling zijn opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de toegepaste onderzoeksmethodiek, gevolgd door een beknopte samenvatting van het relevante wettelijk kader in hoofdstuk 4. De verbodsbepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden de effecten van de werkzaamheden beschreven. Ook is de conclusie in dit hoofdstuk
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 5 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Reikwijdte en beperkingen Dit aanvullend soortenonderzoek richt zich tot Hoofdstuk 3 Artikel 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming. Informatie met betrekking tot gebiedsbescherming, houtopstanden en stikstof vallen buiten de scope van dit onderzoek. De ecologen van GRAS Advies spannen zich maximaal in om onderzoek zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Desondanks zal nooit een volledig beeld van de aanwezige flora en fauna gegeven kunnen worden. GRAS Advies kan daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en/of fauna. Geldigheidsduur onderzoek: Momenteel bestaan er geen landelijke richtlijnen betreft de geldigheidsduur van aanvullende soortenonderzoeken. Desalniettemin kan bevoegd gezag hieraan een termijn koppelen en actuele gegevens vereisen. Doorgaans wordt een termijn van 3 jaar aanbevolen. GRAS Advies adviseert daarom de termijn van 3 jaar niet te overschrijden. Dit rapport gaat in op de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling zoals beschreven in paragraaf 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten en hun functioneel leefgebied leiden.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 6 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
2 Gebiedskenmerken en beoogde ontwikkeling 2.1
Gebiedsbeschrijving
Gegevens Adres: Plaats: Gemeente: Provincie:
Staartweg Urk Urk Flevoland
Locatie en omgeving Het projectgebied betreft een gedeelte van de Staartweg in Urk en een gedeelte van de naastgelegen vegetatie in de vorm van een bosschage, sloot en bermvegetatie. Het projectgebied wordt omgeven door bebouwing ten zuiden en het Urkerbos ten noorden van de weg. In het oosten grenst de Staartweg aan agrarische percelen. Terrein en kenmerken De lengte van het projectgebied bedraagt ca. 1,7 km. Afbeelding 2.2 toont een luchtfoto van het projectgebied, inclusief begrenzing. Het terrein wordt bepaald door een gedeelte van de Staartweg en de naastgelegen bermvegetatie en sloot. Binnen het projectgebied bevind zich tevens een bosschage.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 7 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 8 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Afbeelding 2.2: Luchtfoto met begrenzing van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 9 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Afbeelding 2.3: Impressie van het projectgebied.
2.2
Beoogde ontwikkeling
Om de verkeersveiligheid te vergroten wil de opdrachtgever een gedeelte van de Staartweg verbreden. Ook wordt er een fietspad gerealiseerd ten zuiden van de Staartweg. Het fietspad wordt aangelegd vanaf de Schelpenhoek tot aan de rotonde bij de Waaiershoek. Het tracé van het fietspad heeft een lengte van circa 500 m. De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 10 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
3 Onderzoeksmethodiek In het projectplan wordt een habitatsgeschiktheidsbeoordeling uitgewerkt voor kleine marterachtigen (paragraaf 6.3). De aanwezigheid van deze soortgroep kon op basis van de quickscan binnen een deel van het projectgebied niet bij voorbaat uitgesloten worden. Het veldbezoek voor de habitatgeschiktheidsbeoordeling is uitgevoerd in juli 2023 (Tabel 3.1). Tabel 3.1. Bezoekdatum habitatgeschiktheidsonderzoek in 2023.
Datum veldbezoek
Tijdstip start
Tijdstip eind
Temperatuur in ⁰C
Wind Bft
Wind richting
Weer
10-7-2023
8.38
9.10
20
3
NO
Licht bewolkt
Het onderzoek wordt uitgevoerd om te beoordelen of de beoogde ruimtelijke ontwikkeling een mogelijk significant negatief effect heeft op (wettelijk) beschermde plant- en diersoorten. Hiervoor is het noodzakelijk om aanwezige soorten vast te stellen en locaties van habitatfuncties te bepalen. De door GRAS Advies gehanteerde onderzoeksmethodiek is globaal onder te verdelen in 3 stappen.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 11 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
4 Wettelijk kader Wet- en regelgeving omtrent natuurbeleid is voornamelijk geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Binnen deze kaderwet is Internationale en Europese wet- en regelgeving opgenomen en het biedt provincies de mogelijkheid op provinciaal niveau natuurbeleid toe te passen. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen en soortgelijke activiteiten dient deze wet in acht te worden genomen. De wet is gericht op het beschermen van gebieden, houtopstanden en soorten. Bijlage 1 bevat een uitgebreid overzicht betreft Wet- en regelgeving omtrent soorten. Beschermde soorten Alle in het wild levende plant- en diersoorten zijn tot op zekere hoogte beschermd. Hiervoor geldt de zorgplicht. De Wet natuurbescherming heeft de bescherming van soorten onderverdeeld in drie beschermingsregimes, namelijk 1. soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, 2. soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn (beide Internationaal beschermd) en 3. soorten die vallen onder Andere soorten (Nationaal beschermd). Deze verschillende beschermingsregimes hebben ieder specifieke verbodsbepalingen. Uitzonderingen op de verbodsbepalingen binnen de Wnb zoals beschreven onder Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten kunnen gelden indien: ● ● ●
een vrijstelling voor de specifieke soort geldt (nationaal beschermde soorten); gewerkt wordt met een Gedragscode (nationaal en internationaal beschermde soorten); een ontheffing is verkregen (nationaal en internationaal beschermde soorten).
Broedvogels Bij ruimtelijke ingrepen of activiteiten van soortgelijke aard, dient er zorg gedragen te worden voor broedvogels die effecten ondervinden van de geplande werkzaamheden. Nesten mogen niet worden beschadigd of vernield. Voor vogelsoorten die ieder jaar een nieuw nest bouwen geldt dat nesten beschermd zijn zolang de broedperiode van de soort duurt. Indien er soorten aanwezige zijn die vallen onder soorten met jaarrond beschermde nesten, is, indien deze groep effecten ondervindt van de werkzaamheden, te allen tijde een ontheffing nodig.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 12 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
5 Verbodsbepalingen Het gebruik van een deel van het projectgebied als leefgebied en/of verblijfplaats van de bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis), is gezien de geschiktheid van het gebied aannemelijk. Uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan bij de volgende soorten leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen: • Artikel 3.10 lid 1b voor de bunzing (beschermingsregime soorten Andere soorten) • Artikel 3.10 lid 1b voor de hermelijn (beschermingsregime soorten Andere soorten) • Artikel 3.10 lid 1b voor de wezel (beschermingsregime soorten Andere soorten) Andere beschermde soorten zijn tijdens het verkennend en aanvullend onderzoek niet aangetroffen en hun aanwezigheid is niet aannemelijk. De aanvraag voor ontheffing op de Wet natuurbescherming beperkt zich daarom tot de soorten bunzing, hermelijn en wezel. Wel geldt ten alle tijden de zorgplicht.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 13 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
6 Effecten van de werkzaamheden Om de negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op kleine marterachtigen zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en/of te compenseren, zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Hieronder worden de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op de aangetroffen soortgroep omschreven.
6.1
Habitatgeschiktheidsbeoordeling kleine marters
Binnen de provincie Flevoland geldt met de ingang van 19 januari 2021 een ontheffingsplicht voor de soorten bunzing, hermelijn en wezel. In de brochure ‘Toelichting beleid kleine marterachtigen’ staat het volgende aangegeven: De kleine marterachtigen zijn lastig te inventariseren soorten, waardoor de kans groot is dat zij ook bij een uitgebreid onderzoek worden gemist (Provincie Flevoland, 2023). Voor een ontheffingsaanvraag kleine marterachtigen is een habitatgeschiktheidsonderzoek of aanvullend onderzoek en zo nodig mitigatie- en compensatieplan benodigd.
6.2
Habitatgeschiktheidsonderzoek
De habitatgeschiktheid van het projectgebied is met bureauonderzoek en 1 veldbezoek onderzocht. Tijdens het bureauonderzoek is middels kaarten gekeken naar: • Ligging potentieel geschikte elementen en functies; • Ruimtelijke situatie; • Mogelijke verbindende functie van het terrein. Niet alleen het projectgebied zelf maar ook de directe omgeving is meegenomen in deze analyse. Met behulp van de NDFF zijn de gegevens van de afgelopen 10 jaar opgevraagd om een beeld te krijgen van de al bekende waarnemingen. Tijdens het veldbezoek is het terrein onderzocht op geschiktheid voor: • Verblijfplaatsen • Voortplantingsplaatsen • Foerageergebieden • Verbindingszones Op basis van de bovenstaande gegevens is een ecologische functiekaart gemaakt van het terrein met de voornaamste potentiële functies voor de bunzing, hermelijn en wezel. De hierboven genoemde functies worden in de desbetreffende kaart uitgelicht.
6.3
Bureauonderzoek
Vanuit de NDFF zijn de bekende waarnemingen binnen het projectgebied en de omgeving van de afgelopen 10 jaar verzameld (NDFF, 2023). Bunzing De bunzing heeft een voorkeur voor kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie (Zoogdiervereniging, 2023a). Binnen het projectgebied is een bosschage aanwezig met een naastgelegen sloot. Er zijn drie waarnemingen bekend van bunzing in het Urkerbos ten noorden van de Staartweg (NDFF, 2023).
Hermelijn Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 14 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
De hermelijn is een soort die in alle habitats voorkomt, van open plekken, akkers, bossen en vochtig terrein, als er voldoende dekking aanwezig is (Zoogdiervereniging, 2023b). Binnen het projectgebied is een bosschage aanwezig met een naastgelegen sloot. Er zijn geen waarnemingen bekend van de hermelijn binnen en in de directe omgeving van het projectgebied (NDFF, 2023). Wezel De wezel komt voor in gebieden met voldoende dekking en voedsel in de vorm van woelmuizen (Provincie Overijssel, 2022, Broekhuizen et al., 2016). Er is een bosschage aanwezig binnen het projectgebied. De wezel is in de afgelopen tien jaar twee keer waargenomen in het Urkerbos, ten noorden van de Staartweg (NDFF). Territoriumgrootte (Broekhuizen et al. 2016). Bunzing: Varieert van 10 tot enkele duizenden hectares. Afhankelijk van voedselaanbod. Hermelijn: Enkele tot tientallen hectares. Afhankelijk van voedselaanbod en jaargetijde. Wezel: Eén tot wel 10 ha. Afhankelijk van voedselaanbod en jaargetijde.
6.4
Veldbezoek
Op 10 juli 2023 is door een ecologische deskundige een veldbezoek uitgevoerd. De actuele situatie van het projectgebied en de omgeving is onderzocht op het gebied van functies voor kleine marterachtigen. Tijdens dit veldbezoek is ook gezocht naar sporen en holen die mogelijk als verblijfplaats kunnen functioneren. Vaste rust- en voortplantingsplaatsen De omgeving is geschikt voor diverse muizensoorten, haas en konijn. De holen van deze diersoorten zijn voor kleine marterachtige geschikt als vaste verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen holen van muis, konijn of haas aangetroffen in de bosschage en het aangrenzende grasveld binnen het projectgebied. Er zijn ook geen takkenrillen, boomholten, steenhopen etc. aanwezig die kunnen dienen als rust- of verblijfplaats voor kleine marterachtigen. Foerageergebied De opgaande begroeiing en met gras begroeide delen vormen mogelijk een foerageergebied binnen het aangewezen mogelijke leefgebied van kleine marterachtigen. Er zijn echter geen muizen- en konijnenholen aangetroffen, waardoor dit gebied matig geschikt lijkt als foerageergebied. Verbindingszones In de omgeving zijn meerdere habitats aanwezig die jaarrond geschikt zijn als leefgebied voor kleine marterachtigen.
Het projectgebied niet in verbinding met deze gebieden door het ontbreken van lijnachtige (vegetatie)elementen zoals struweel en ruigtekruiden, direct aangrenzend aan het projectgebied. De aanwezige sloot heeft geen oevervegetatie en is ook geen verbindingsroute naar mogelijk geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen.
6.5
Conclusie
Het is niet aannemelijk dat bunzing, hermelijn en wezel gebruik maken van het terrein voor de volgende functies: • Foerageergebied • Verblijfplaats • Migratieroute Het projectgebied bevat veel begroeiing en een sloot zonder oevervegetatie. De geïsoleerde ligging, het ontbreken van mogelijke rust- en verblijfplaatsen, sporen en het kleine oppervlakte (ca. 0,25 ha) maakt het gebied matig geschikt voor kleine marterachtigen. In de directe omgeving is veel hoogwaardig leefgebied aanwezig, waardoor het projectgebied geen essentieel leefgebied betreft. In een kaart zijn de ecologische functies binnen het projectgebied en in de directe omgeving weergegeven (Afbeelding 6.1). Op basis van het bureauonderzoek en ecologische functiekaart kan het beschadigen of vernielen van potentiële rustplaatsen en/of voortplantingsplaatsen worden uitgesloten. Er is daarom geen ontheffing nodig.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 15 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Afbeelding 6.1: Kaart projectgebied (rood kader) met ecologische functies. Mogelijk foerageergebied (lichtgroen) met deel projectgebied (rode pijl), jaarrond geschikt habitat (donkergroen) en migratieroute (donkergroene lijn met lichtgroen accent).
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 16 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Bronnen •
Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. en Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Zoogdiervereniging. Natuur van Nederland 12. ISBN 978-90-5011-534-6. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
•
GRAS Advies (2022). Rapportage Quickscan Wet natuurbescherming Staartweg te Urk. Versie 1. Huissen. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
• •
Hunink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
• •
Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. December 2016. Versie 1.3, 5p.
•
Nationale Databank Flora en Fauna (z.d.). https://ndff-ecogrid.nl/ Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
•
Netwerk Groene Bureaus (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Juli 2017. Versie juli 2017.
• •
Overheid.nl (2021). Wet natuurbescherming. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01 Datum geraadpleegd:10-07-2023.
•
Provincie Flevoland. https://www.flevoland.nl/getmedia/9174fe12-0b86-4e27-864ee0f49e1fe7cc/7906-publicatie-marterachtigen_03.pdf. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
•
Zoogdiervereniging (2021). Wet natuurbescherming. https://www.zoogdiervereniging.nl/wnb. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
•
Zoogdiervereniging (2023a). https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bunzing. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
•
Zoogdiervereniging (2023b). https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/hermelijn. Datum geraadpleegd: 10-07-2023.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Pagina 17 van 17
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Bijlage 1: Wet- en regelgeving Wet- en regelgeving omtrent natuurbeleid is voornamelijk geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is beleid geregeld in provinciale verordeningen en binnen het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Wet- en regelgeving is gericht op de bescherming van: ● ● ●
gebieden houtopstanden soorten
Gebiedsbeschermingsregimes zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming hoofdstuk 2 en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening hoofdstuk 2 (Natuurnetwerk Nederland). Beschermingsregimes van houtopstanden zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Onderstaande informatie omvat enkel soortenbeschermingsregimes die zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) is een kaderwet die sinds 2017 van kracht is. Deze wet is naast het beschermen van natuurgebieden en houtopstanden, gericht op het beschermen van inheemse en in het wild levende plant- en diersoorten. Verplichtingen vanuit Internationale en Europese wet- en regelgeving zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn hierin opgenomen. Gelijktijdig heeft er decentralisatie van bevoegd gezag plaatsgevonden waardoor provincies verantwoordelijk zijn voor natuurbeleid- en bescherming binnen de wettelijke kaders van de Wnb en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het biedt provincies de mogelijkheid om op regionaal niveau natuurbeleid toe te passen en in bepaalde gevallen soorten vrij te stellen van hun beschermde status. Onder de Wnb worden alle in het wild levende plant- en diersoorten en natuurgebieden tot op zekere hoogte beschermd, ongeacht of een soort of het gebied wettelijk beschermd is of niet.
Ze vallen onder de zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb), (zie Kader - Zorgplicht). Soortenbescherming is opgenomen in de Wnb onder hoofdstuk 3. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal- en nationaal beschermde soorten verdeeld over 3 verschillende beschermingsregimes, ieder met specifieke verbodsbepalingen (Artikel 3.5 t/m 3.10). Internationaal beschermde soorten zijn soorten die vallen onder de categorie Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn (inclusief de verdragen van Bern en Bonn). Nationaal beschermde soorten vallen onder de categorie Andere soorten. De bijlage behorend bij hoofdstuk 3, Artikel 3.10 Wnb geeft een overzicht van nationaal beschermde diersoorten (Onderdeel A) en plantensoorten (Onderdeel B). Figuur 1 toont verbodsbepaling per beschermingsregime. Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern (wilde dieren en planten inclusief hun natuurlijke leefmilieus) en Bijlage I van het Verdrag van Bonn (trekkende wilde diersoorten). Deze richtlijnen zijn opgesteld om de biodiversiteit in Europa in stand te houden en bevatten meerdere bijlagen waarin lijsten met soorten zijn opgenomen.
Onder Andere soorten vallen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage Wnb, onderdeel A, inclusief vaatplanten genoemd in de bijlage Wnb, onderdeel B. De verboden benoemd in Artikel 3.10 lid a en b zijn niet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze soorten zich in gebouwen of op erven bevinden. Anders dan internationaal beschermde soorten is het beschermingsregime omtrent Andere soorten milder. Zo is het niet verboden eieren te rapen of dieren opzettelijk te verstoren. Deze uitzonderingen zijn gebaseerd op de belangen beschreven onder Artikel 3.10 lid 2a t/m 2i waaronder bijvoorbeeld ruimtelijke inrichting, kleinschalige bouwactiviteiten of bestendig beheer en ter voorkoming van schade of overlast (Overheid.nl, 2021).
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Zorgplicht De Wet natuurbescherming gebiedt onder Artikel 1.11: 1. Een iedere neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt (Overheid.nl, 2021).
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 lid 1 Het is verboden van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Artikel 3.1 lid 3 Het is verboden eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. Artikel 3.1 lid 4 en 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. N.v.t.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Artikel 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Artikel 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Beschermingsregime Andere soorten Artikel 3.10 lid 1a Het is verboden in het wild levende dieren opzettelijk te doden of te vangen. Artikel 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. N.v.t.
N.v.t.
Artikel 3.5 lid 5 Het is verboden planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 lid 1c Het is verboden vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Figuur 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingsregime. Bron: Overheid.nl (2021); Zoogdiervereniging (2021).
Essentieel leefgebied Nest-, rust- en voortplantingsplaatsen worden in de Wnb nadrukkelijk beschermd (Figuur 1). Deze bescherming geldt niet voor bijvoorbeeld vliegroutes, migratieroutes en foerageergebieden. Echter, onder deze beschermde plaatsen worden ook alle essentiële onderdelen verstaan die het nest of de rust- of verblijfplaats als zodoende laten functioneren, ook wanneer deze gebieden niet samenvallen. Essentiele leefgebieden zijn daarom gebieden van wezenlijk belang voor het functioneren van de nest- rust- of voortplantingsplaats, wanneer er geen alternatieven zijn om eventuele aantasting daarvan op te vangen (Raad van State, 2021).
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Vogels met jaarrond beschermde nesten Het verbod op beschadiging en vernieling van nesten houdt in dat er bij ruimtelijke ingrepen rekening dient te worden gehouden met broedende vogels en vogels die hun nest jaarrond als verblijfplaats gebruiken. De broedperiode is soortspecifiek. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest, of zijn hiertoe in staat. Voor deze vogelnesten geldt dat ze enkel in het broedseizoen als broedgeval onder de bescherming van Artikel 3.1 van de Wnb staan. Voor werkzaamheden buiten het broedseizoen is voor deze soorten (op enkele uitzonderingen na) geen ontheffing nodig. Van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bestaat een dynamische lijst die als beleidsdocument onderdeel is van de Wnb. Hierin zijn vogels op basis van nestgebruik ingedeeld in 5 categorieën die hieronder worden weergegeven. Soorten en categorieën kunnen per provincie verschillen. In Lijst met beschermde soorten Wet natuurbescherming (Hunink, 2022) staat een overzicht van vogels met jaarrond beschermde nesten per provincie. 1 2 3 4 5
jaarrond gebruikte nesten (buiten het broedseizoen ook vaste rust- of verblijfplaats) * zeer honkvaste (koloniebroeders) of afhankelijk van bebouwing* zeer honkvaste broeders of afhankelijk van bebouwing (geen koloniebroeders) * vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest* definitie van 5, 5a en 5b verschilt per provincie, en varieert van honkvast en voldoende flexibel tot kwetsbaar en afhankelijk van de lokale Staat van instandhouding (zie Kader - Gunstige staat van instandhouding van een soort).
* Exacte definitie kan afwijken.
Uitzonderingen op verbodsbepalingen Uitzonderingen op de verbodsbepalingen binnen de Wnb zoals beschreven onder Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten kunnen gelden indien: ● ● ●
een vrijstelling voor de specifieke soort geldt (nationaal beschermde soorten); gewerkt wordt met een Gedragscode (nationaal en internationaal beschermde soorten); een ontheffing is verkregen (nationaal en internationaal beschermde soorten).
Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling, is er een stappenplan opgesteld door het Ministerie van Economische Zaken. Deze is toegevoegd in de volgende Bijlage. Vrijstelling: Binnen de groep Andere soorten (nationaal beschermd), kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies zijn bevoegd om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan de ontheffingsplicht voor (doorgaans algemeen voorkomende) soorten en soorten dus vrij te stellen van hun beschermde status. Hunink (2022) toont een overzicht van deze soorten in Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming, onderverdeeld in beschermingsstatus en provincie. Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod en geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van die vrijstelling voldoet, zoals een gedragscode (RVO, 2013). Gedragscode: Indien er bij ruimtelijke ingrepen een verbodsbepaling overtreden wordt, kan in sommige gevallen een vrijstelling van de ontheffingsplicht gelden wanneer er gebruik wordt gemaakt van specifieke richtlijnen in een door de minister goedgekeurde gedragscode (Artikel 3.31 Wnb). Door het volgen van deze gedragslijnen kan schade zoveel mogelijk worden voorkomen.
Reeds goedgekeurde Gedragscodes zijn enkel bruikbaar bij ruimtelijke ingrepen binnen gebieden in eigendom van gemeenten en terreinen in beheer, onderhoud en/of eigendom van de provincie. Hierop betrekking hebbende relevante gedragscodes zijn te vinden op de site van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog geen gedragscodes goedgekeurd voor Europees beschermde soorten. Ontheffing: In alle andere gevallen zijn in het kader van ruimtelijke ontwikkeling uitzonderingen op verbodsbepalingen enkel mogelijk wanneer een ontheffing is verkregen. De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen ligt bij de provincie. Voor een ontheffingsverlening moet het belang van het overtreden van de verbodsbepaling
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
worden aangetoond. Deze zijn afhankelijk van het beschermingsregime. Een ontheffing of vrijstelling wordt uitsluitend verleend indien: ● ● ●
er geen andere bevredigende oplossing bestaat (Artikel 3.8 lid 5a Wnb); zij het belang dient zoals benoemd in Artikel 3.3 lid 4, 3.8 lid 5 en 3.10 lid 2 Wnb, waaronder volksgezondheid en openbare veiligheid; de ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (Artikel 3.8 lid 5c Wnb).
Indien binnen een gemeente op gebiedsniveau wordt gewerkt en een gebiedsontheffing wordt aangevraagd, kunnen maatregelen in een Soortenmanagementplan (SMP) worden opgenomen. Ontheffingsplicht Indien er door beoogde ontwikkelingen verbodsbepalingen worden overtreden waarbij vrijstellingen en/of een gedragscode niet van toepassing zijn, geldt de ontheffingsplicht. Bij de ontheffingsaanvraag moet worden aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn die desbetreffende verbodsbepaling kan voorkomen. Daarnaast moet het een noodzakelijk wettelijk belang dienen aansluitend op het beschermingsregime van de desbetreffende soort waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd (Artikel 3.3 lid 4b, 3.8 lid 5b en 3.10 lid 2a Wnb) (zie Kader - Wettelijk belang per beschermingsregime) en moet worden aangetoond dat de staat van instandhouding van de desbetreffende soort door beoogde ontwikkelingen niet verslechtert (zie Kader Gunstige staat van instandhouding van een soort). Het verspreidingsgebied van de soort, aantallen, trends, het effect van de beoogde ontwikkeling op de soort en de te nemen mitigerende of compenserende maatregelen ten gunste van de soort zal in de beoordeling worden overwogen (Ministerie van Economische Zaken, 2016).
Wettelijk belang per beschermingsregime ● Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten: In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid, veiligheid van het luchtverkeer, ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of ter bescherming van flora of fauna. ● Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten en soorten van Bern en Bonn: In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid, of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom of in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats. ● Beschermingsregime Andere soorten: In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daaropvolgende gebruik van het gebied of het gebouwde. Gunstige staat van instandhouding van een soort In principe wordt hiermee bedoeld dat de populatie levensvatbaar is en dat ook op lange termijn zal blijven binnen het natuurlijke habitat waar hij voorkomt en dat het natuurlijke verspreidingsgebied niet kleiner wordt en het habitat van de soort groot genoeg is om de populatie van die soort ook op langere termijn in stand te houden.
De soort mag geen effecten ondervinden die een zodanige invloed hebben dat er op langere termijn een negatieve verandering zou kunnen plaatsvinden van de verspreiding van de soort en de grootte van de populatie waardoor het voortbestaan van de soort in gevaar komt (Overheid.nl, 2021). Onder de internationale beschermingsregimes wordt het omschreven als: ● ●
Vogelrichtlijnsoorten: De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding (SvI) van de desbetreffende soort. Habitatrichtlijnsoorten: Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige SvI te laten voortbestaan
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Instandhoudingsdoelstellingen Deze doelstellingen zijn geformuleerd voor alle voorkomende soorten en habitats binnen Natura 2000-gebieden met als doel het bereiken van een landelijke gunstige staat van instandhouding voor alle door de richtlijnen beschermde soorten en habitats (zie Kader - Gunstige staat van instandhouding van een soort). Natura 2000-gebieden worden geselecteerd op grond van het voorkomen van habitattypen en soorten die vanuit Europees perspectief bescherming behoeven (Natura2000, z.d.). Natura 2000-gebieden kennen een strikt beschermingsregime. Indien ontwikkelingen in of nabij een gebied plaatsvinden die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen mogelijk de kwaliteit van aangewezen habitats of de habitats van aangewezen soorten verstoren of verslechteren, moet hiervoor een vergunning worden aangevraagd bij de provincie (Zoogdiervereniging, 2021; Overheid.nl, 2021). Invasieve exoten Invasieve exoten zijn soorten die schade kunnen toebrengen aan bijvoorbeeld biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Ze kunnen inheemse soorten verdringen of zelfs doen uitsterven. Ook kunnen ze schadelijk zijn voor de gezondheid en veiligheid van mensen en economische schade toebrengen. In de Europese Unie is een verordening van kracht (nr. 1143/2014) ter preventie en beheersing van invasieve uitheemse exoten (NVWA, z.d.).
Deze soorten zijn terug te vinden op Unilijst Invasieve soorten op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA, 2022). Deze verordening is opgenomen in de Wet natuurbescherming en gedeputeerde staten zijn (op enkele uitzonderingen na) verantwoordelijk dat in de provincie deze soorten zoveel mogelijk worden teruggebracht (Artikel 3.19 Wnb). Het is verboden exoten vallend onder deze aangewezen groep te zaaien, planten, kweken, telen, te laten voortplanten, te verhandelen, in bezit te hebben of vrij te laten (Artikel 3.34 en 3.39 Wnb) (RVO, 2022). Er zijn provincies die de bestrijding van soorten in hun beleid hebben opgenomen die niet op deze lijst vermeld staan. Het gaat hierbij vaak om soorten uit de duizendknoop familie. Sinds 1 januari 2022 geldt wel het verbod op handel in Aziatische duizendknopen (NVWA, 2021). Regelingen omtrent bestrijding van deze soortengroep en andere soorten zijn doorgaans te vinden op websites van desbetreffende gemeenten.
Projectcode: P03398 Versie: 1.0
Rapportage Aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Staartweg te Urk
Bijlage 2: Stappenplan ontheffingsplicht
(Ministerie van Economische Zaken, 2016) Projectcode: P03398 Versie: 1.0