9. Verslag gesprek BGM en secretaris
Tekst van het document
Verslag Gesprek verkenners coalitievorming 2026 Datum: 31 maart 2026 Tijd: 20.00 uur Locatie: gemeentehuis Urk Aanwezig: Sj. Simonse, J. Simonse, S. Roest (gemeentesecretaris), B. Jaspers Faijer (burgemeester) en A. Brands (griffier)
1. Opening De heer J.N. Simonse heet een ieder hartelijk welkom en geeft in het kort aan wat het doel is van dit gesprek. In de afgelopen weken zijn gesprekken gevoerd met alle fracties. De verkenners willen ook graag daarbij het inzicht van de burgemeester en gemeentesecretaris gebruiken. 2. Grote opgaven gemeente Urk De burgemeester geeft aan dat Urk een ambitieuze gemeente is met grote projecten. Urk wil graag de schouders onder projecten zetten, heeft lef en wil daar hard voor werken. Het schrikt er dan ook niet van terug als van alles in gang is gezet. Daarbij geldt ook dat Urk niet past in standaardmodellen voor financiering. Al deze ambities en projecten zorgen er echter wel voor dat er regie op de agenda moet zijn. Vooral gezien de financiële consequenties. Urk kent grote ambities met een beperkte beurs. Dat vraagt iets van bestuur en organisatie. De basis behoort op orde zijn en dat vraagt van de organisatie continuïteit in capaciteit. Met name op strategisch niveau. Mevrouw Roest zegt dat die ontwikkeling in gang is gezet. Daarbij hoort ook, aldus de burgemeester, dat keuzes goed voorgelegd moeten worden aan de gemeenteraad. Regelmatig worden scenario’s gemist. Daarnaast geldt dat aanbevelingen uit oudere onderzoeken nog steeds opgeld doen.
Mevrouw Roest geeft aan het de ambtelijke dienst, vooral de medewerkers die op Urk wonen, toch wel raakt over dat wat over hen gezegd werd in campagnetijd. Dit punt komt ook naar voren in de burgemeestersbrief. Voor wat betreft grenswijziging met NOP merkt de burgemeester op dat er vooruitgang is geboekt in de bestuurlijke afspraken tijdens de NOP-Urk dag. Voor velen zit in de wens van wijziging ook een roep van herkenning vanuit het verleden. Een goede verstandhouding is dan ook noodzakelijk. Vanuit NOP zit ook het sentiment van de polderpioniers, die niet zomaar grond opgeven. Urk wil wel mee met de Spuiweg-variant, zoals de provincie en de buurgemeente voorstaan, maar dan wel onder voorwaarden. Voor wat betreft een financiële bijdrage heeft Urk namelijk een kostendrager nodig. Dat kan gevonden worden in woningbouw, waarvoor een grenswijziging noodzakelijk is. 3. Formatie in college In de gesprekken is door partijen aangegeven dat uitbreiding van het college, gezien de grote opgaven, niet onrealistisch is. Hoewel hij de overweging snapt geeft de burgemeester aan dat het gaat om de motivatie / rechtvaardiging van de uitbreiding. Uit eigen ervaring geeft hij aan dat een volle portefeuille wel prettig werken is. Daarnaast ligt het volgens hem niet zozeer aan het aantal taken, maar aan de
bestuurskracht van de wethouder. Een kandidaat-wethouder kan wellicht onervaren zijn, maar wel bekwaam. Zware opgaven vragen naar zijn mening iets van competenties van wethouders, niet zozeer van de ervaring van de wethouders. Naar zijn mening leek de verdeling van drie wethouders goed werkbaar. Mevrouw Roest vult aan dat in de Gemeentewet opgenomen is hoeveel wethouders een gemeente mag hebben. Dat is maximaal 20% van het aantal raadsleden. Voor Urk zou dat 3,8 fte, afgerond 4, betekenen (20% x 19). Wanneer er sprake is van deeltijdwethouders dan is de norm 25% van het aantal raadsleden. Daarnaast vult zij er, vanuit eigen ervaring, op aan dat na fte-uitbreiding het voor het college van belang is dat er voor iedere inhoudelijke portefeuille genoeg capaciteit en middelen beschikbaar zijn om de ambities te kunnen realiseren. Zij heeft eerder bij een andere gemeente ervaren dat een groter college ook meer ambities gerealiseerd wil zien dan dat er financieel aan ruimte is. Beiden geven aan dat uitbreiding ook extra structurele kosten met zich meebrengt (tussen € 150.000-€ 200.000.) De tegemoetkoming van het Rijk voor wethouders is niet gelabeld, met andere woorden het is aan de gemeenteraad om de gelden vrij te besteden waaraan zij wil. Ook wordt aangegeven dat deeltijdwethouders in de praktijk niet werkt, omdat de wethouder toch altijd aanwezig wil zijn of behoort te zijn.
Beiden betreuren het dat er in de wandelgangen veel gesproken wordt over kandidaat-wethouders. Veel is ook van ‘horen zeggen.’ Datzelfde geldt voor de schijnbare slechte relatie met het bedrijfsleven of wat ook. Vaak is het ook een vorm van napraten. Belangrijkste is dat het college als een team gaat werken. En dat zit dus op het competentievlak: uit onderzoek van de wethoudersvereniging bleek dat de competentie ‘kunnen samenwerken’veruit de belangrijkste is. Het feit dat je slim bent, maakt je nog geen goede wethouder. Ook moet men bewust zijn van het gevaar van ondermijning. De burgemeester geeft aan het begrijpelijk te vinden dat SGP de verantwoording voelt en de grote verkiezingswinst terugbetaald wil zien. Dat betekent echter niet dat niet geluisterd zou moeten worden naar anderen. Integendeel, de wijsheid van de minderheid toevoegen aan het besluit van de meerderheid (Deep Democracy) is en blijft belangrijk. Dat zit niet alleen in houding en gedrag, maar ook bijvoorbeeld in structuren. Hoe zet je de ander maximaal in zijn rol? De structuurwijziging naar o.a. het BOB-vergadermodel moet hierin ook de komende raadsperiode aan bijdragen. Alle partijen moeten, volgens de burgemeester, blijven oefenen in het vermogen tot het aangaan van positieve conflicten (pyramide van Lencioni) en het laten functioneren van het zelfreinigend vermogen (‘hoe willen we raad zijn?’). 4.
De gemeenteraad als lekenbestuur De burgemeester geeft aan groot voorstander te zijn van een lekenbestuur. Ieder fractie heeft het goede voor met Urk en dat is zichtbaar in de gemeenteraad. Er is een hoge betrokkenheid wat zich soms ook uit in het detailniveau. Volgens de verkenners is de volksvertegenwoordigende rol bij menig partij ook in het gesprek gebleken. De burgemeester geeft echter wel aan de wisseling in de gemeenteraad met onervaren raadsleden toch wel fors te vinden. Het college wil graag (nog) meer openheid geven, maar dat vraagt ook iets van het niveau van vragen stellen. Niet elk probleem is voor de gemeente, maar soms vooral of met name voor en van de gemeenschap. Volgens de burgemeester is het de kunst om gesprek met elkaar te blijven voeren: in welke
2
samenleving wil je wonen? Waar wil je naar toe met Urk? Dat betekent dat we met elkaar verantwoordelijkheid moeten nemen én naar elkaar toe ook verantwoording moeten afleggen. 5. Overige zaken De verkenners geven aan dat ze openheid en transparantie voorstaan bij het overleggen van het eindverslag. Zo kunnen de verslagen met de fracties het advies onderbouwen. Daarnaast moet het gesprek ook onderling plaatsvinden en niet zozeer met de verkenners. De burgemeester adviseert om tegelijk ook zaken mee te geven waar in het formatieproces over gesproken moet worden. De griffier zal de fracties vragen om verslagen openbaar te maken. Ook wordt benoemd dat toegewerkt wordt naar de presentatie van het eindverslag op dinsdag 14 april. 6. Sluiting De heren Simonse bedanken eenieder voor de aanwezigheid en het open gesprek. Hiermee is de vergadering beëindigd.
3