CConstaterende datUrk
Koppel je AI →
Document · PDF

20230321 - Routekaart Verduurzamen gemeentelijk vastgoed Urk.pdf

Commissie Wonen, Werken en Veiligheid 26 april 2023, gemeente UrkBij agendapunt: Nota Vastgoed Urk15.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ROUTEKAART

Verduurzamen gemeentelijk vastgoed URK 1

Maart 2023

1.

INLEIDING

4.

SCENARIO’S

25

INLEIDING VERVANGING DOOR NIEUWBOUW OF RENOVATIE VERDUURZAMINGSMAATREGELEN VIER SCENARIO’S MAATREGELENPAKKET OP HOOFDLIJNEN

25 25 25 26 29

EFFECTIEF SCENARIO

33

4

1.1 1.2 1.3 1.4

AANLEIDING DE OPGAVE WERKWIJZE LEESWIJZER

4 4 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

2.

ONZE VISIE EN DE DUURZAAMHEIDSDOELEN

10

5.

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

VISIE ENERGIEPRESTATIES, DOELEN EN AMBITIES CO2 NEUTRAAL AFKOPPELEN VAN AARDGAS ZONNEPANELEN KANTOORKWALITEIT LABEL C 2023 ENERGIEPRESTATIE GEBOUW LABEL A 2023 RIJKS- EN EUROPESE REGELGEVING

10 10 10 10 10 11 11 11

5.1 MOTIVATIE KEUZE SCENARIO B 5.2 MAATREGELENPAKKET 5.3 KOSTEN 5.4 MAATREGELEN 10 JAAR 5.5 BATEN 5.6 RISICO’S

33 33 35 36 38 38

6.

CONCLUSIE EN AANBEVELING

40

3.

NULMETING - WAAR STAAT GEMEENTE URK NU?

14

6.1 6.2

INLEIDING CONCLUSIE EN AANBEVELING

40 40

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

INLEIDING HUIDIGE GEBOUWPORTEFUILLE IN KAART TOETS OP ENERGIEPRESTATIE, DOELEN EN AMBITIES TOETS RIJKS- EN EUROPESE REGELGEVING KOPPELKANSEN ADVIES URGENTE ONDERHOUD ISSUES ADVIES AANVULLEND ONDERZOEK

14 14 16 20 21 22 23

7.

BRONVERMELDING EN BIJLAGEN

42

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

LIJST MET ONDERZOCHTE GEMEENTELIJKE GEBOUWEN VERDUURZAMINGSMAATREGELEN ALGEMEEN SCHERMAFDRUK REKENMODEL VNG VASTGOEDKAART PER GEBOUW

43 45 48 51

Inhoud

1. Inleiding 3

Naast energie heeft de gemeente de nodige ambities op het vlak van circulariteit, klimaatadaptatie en mobiliteit. Waar toepasbaar en relevant, zijn deze als ‘koppelkans’ meegenomen in deze Routekaart.

1. Inleiding 1.1 AANLEIDING Gemeente Urk wil haar gemeentelijke vastgoed verduurzamen. Enerzijds om te voldoen aan de landelijk eisen. Maar meer nog om invulling te geven aan de ambities uit de gemeentelijke duurzaamheidsvisie. Urk maakt werk van rentmeesterschap vanuit een verantwoordingsplicht en vanuit een intrinsieke motivatie om te zorgen voor deze aarde. De gemeente geeft graag het goede voorbeeld door het gemeentelijk eigendom te verduurzamen.

De vastgoedportefeuille voor de Routekaart omvat 45 gemeentelijke gebouwen. Voor 37 daarvan is een conditiemeting gemaakt en voor 31 gebouwen een energielabel. De lijst met onderzochte gebouwen in dit onderzoek zijn opgenomen in BIJLAGE 1 LIJST MET ONDERZOCHTE GEMEENTELIJKE GEBOUWEN. In Figuur 1 zijn deze gebouwen op een kaart weergegeven.

1.2 DE OPGAVE Gemeente Urk wil een realistische, haalbare en betaalbare Routekaart naar een CO2-neutrale gemeentelijke gebouwvoorraad in 2050. Dit volgt uit de ambitie en wetgeving om in 2050 95% CO2-neutraal te zijn (ten opzichte van 1990). Als tussenstap wil zij in 2030 49% CO2 hebben bespaard (ten opzichte van 1990). CO2-neutraal betekent dat de gebruikte energie volledig wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Figuur 1 Lijst van gebouwen

Daarnaast heeft de gemeente wat betreft het eigen gemeentelijk vastgoed in de duurzaamheidsvisie een aantal concrete maatregelen en voorwaarden vastgelegd. Een en ander staat beschreven in hoofdstuk 2 en krijgt zijn uitwerking in het vervolg van deze Routekaart. Binnen de scope van de Routekaart ligt de focus op het terugdringen van het gebouwgebonden energiegebruik. Dit is alle energie die nodig is voor verwarmen, koelen, ventileren en verlichten van het gebouw.

4

5

Figuur 1 The natural step method, bewerking Buro Loo. Bron: the natural step

6

(B) en het wenselijk toekomstbeeld (A) scenario’s opgesteld. De scenario’s (C) zijn divers ingericht, omdat er verschillende manieren zijn in maatregelen en tijdspanne om de doelstelling van een CO2-neutraal gemeentelijk vastgoed te bereiken. Per scenario is beargumenteerd wat de voor- en nadelen zijn en welke gevolgen het scenario op hoofdlijn heeft voor inzet in tijd en geld.

1.3 WERKWIJZE Het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed vraagt om een gestructureerde aanpak. Bij verduurzamen van gemeentelijk vastgoed is de ‘the natural step’ methode gevolgd, zie Figuur 2. Ook de duurzaamheidsvisie van gemeente Urk hanteert deze stappenmethode. Het model helpt om het einddoel op te knippen in kleinere stappen en zo steeds duurzamer te worden. De ‘the natural step’ methode bestaat uit 4 stappen: ▪ A – onze visie en duurzaamheidsdoel: in 2050 CO2-neutraal gemeentelijk vastgoed. Maar ook de tussendoelen onderweg naar 2030 worden beschreven. ▪ B – de nulmeting – waar staat de gemeente nu? ▪ C – de scenario’s – de creatieve ideeën om de kloof tussen waar de gemeente nu staat en de visie / toekomstbeeld te overbruggen ▪ D – de concrete stappen na de keuze van het best passende scenario’s. (is het een stap in de richting van ons toekomstbeeld, is het een flexibele stap, is het een goede investering?)

Na analyses van de scenario’s ontstaat er één voorkeursscenario dat het best past bij de gemeente en de beschreven uitgangspunten. Na bestuurlijke besluitvorming wordt voor het gekozen scenario de stappen op korte, middel- en lange termijn in beeld gebracht (D).

1.3.1

Monitoring

Elke 4 jaar neemt de gemeente Urk het initiatief om te kijken of het einddoel nog steeds voor ogen is en of de genomen stappen het einddoel dichterbij halen. Deze periode is gekoppeld aan de verplichte EED toets en de monitoring zal extern en onafhankelijk worden uitgevoerd. Verder zal jaarlijks intern worden gemonitord wat de effecten van de genomen maatregelen zijn. Door dit geregeld te doen kan er bijtijds worden bijgestuurd en kunnen nieuwe ontwikkelingen geïmplementeerd worden in de aanpak. Daardoor blijft het einddoel voor ogen. De weg ernaartoe blijft flexibel en iteratief: maatregelen worden aangepast op basis van de nieuwe inzichten en stand van de techniek op dat moment.

Gemeente Urk wil met het verduurzamen van haar eigen vastgoed een voorbeeld zijn. Het toekomstbeeld is dat het gemeentelijk vastgoed in 2050 95% CO2-neutraal is (A). Een belangrijk uitgangspunt is dat de kosten zo laag mogelijk worden gehouden. Daarnaast zijn er een aantal tussendoelen en/of wettelijke verplichtingen. In deze rapportage wordt, met het toekomstbeeld voor ogen, gekeken naar de huidige situatie (B). De uitkomsten van de nulmeting worden gerapporteerd in dit rapport. Vervolgens zijn er vanuit de huidige situatie

7

1.4 LEESWIJZER Het rapport is als volgt opgebouwd: ▪ in hoofdstuk 1 is de aanleiding, de opgave en de werkwijze beschreven. ▪ in hoofdstuk 2 wordt de visie en de duurzaamheidsdoelen beschreven. ▪ in hoofdstuk 3 geeft op hoofdlijn de resultaten uit de nulmeting weer. ▪ in hoofdstuk 4 wordt de vertaalslag gemaakt hoe de gemeente van de huidige situatie naar de gewenste situatie kan komen aan de hand van 4 scenario’s, waarbij per scenario de voor- en nadelen en gevolgen voor inzet in tijd en geld in kaart zijn gebracht. ▪ in hoofdstuk 5 wordt het best passende scenario dieper uitgewerkt in maatregelen, kosten, baten en risico’s op hoofdlijn. ▪ in hoofdstuk 6 volgt de eindconclusie en aanbeveling voor de uitvoering. ▪ In hoofdstuk 7 is een lijst van gebruikte bronnen opgenomen

1.4.1

wat is op de langere termijn nodig om het huidige kwaliteitsniveau te behouden. Een Routekaart (Duurzame maatregelen gemeentelijk gebouwen Urk) met opgave van verbetermaatregelen voor de 31 gebouwen om naar 95% CO2-neutraliteit te komen. •

▪

Daarbij is niet voor elk gebouw de exacte route uitgestippeld tot 2050, maar wordt advies gegeven voor de totale vastgoedportefeuille van de gemeente voor de komende 10 jaar. Het is een routeverkenning, met een invulling van de komende 10 jaar en piketpaaltjes op de korte termijn. Er wordt maximaal 10 jaar vooruitgekeken, omdat de markt van energieprijzen behoorlijk fluctueert en de techniek zich snel verder ontwikkeld. Ook plannen met betrekking tot warmtenetten en wijkverduurzaming worden de komende jaren verder ontwikkelt.

Oplevering

Bij dit adviesrapport zijn diverse bijlagen opgeleverd. Het gaat om de volgende documenten: ▪ Energielabelcertificaat voor 31 gebouwen ▪ Meerjarig onderhoudsplan voor 37 gebouwen, met daarin: • wat is de huidige kwaliteit • welke acties zijn minstens op de korte termijn nodig

8

2. Onze visie en de duurzaamheidsdoelen 9

Tevens is er getoetst wat de status is van de gemeentelijke gebouwen op basis van Rijks- en Europese regelgeving met betrekking tot de invulling van verplichte energiebesparende maatregelen.

2. Onze visie en de duurzaamheidsdoelen 2.1 VISIE Gemeente Urk wil een realistische, haalbare en betaalbare Routekaart naar een CO2-neutrale gemeentelijke gebouwvoorraad in 2050. Dit volgt uit de landelijke wetgeving en ambitie om in 2050 95% CO2-neutraal te zijn (ten opzichte van 1990). Als tussenstap wil zij in 2030 49% CO2 hebben bespaard (ten opzichte van 1990).1 CO2-neutraal betekent dat de gebruikte energie volledig wordt opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

2.2 ENERGIEPRESTATIES, DOELEN EN AMBITIES Onderstaande doelen en mijlpalen zijn in doelstelling en waarde 1-op-1 uit de duurzaamheidsvisie en overige beleidsstukken dan wel uit wettelijke verplichtingen overgenomen. Waar nodig en nuttig wordt er een tekstuele toelichting gegeven.

2.3 CO2 NEUTRAAL

Wat betreft het eigen gemeentelijk vastgoed heeft de gemeente in de duurzaamheidsvisie op het vlak van energie de volgende doelstellingen en maatregelen op korte termijn vastgesteld: ▪ gemeentelijke gebouwen afkoppelen van aardgas ▪ zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen; ▪ kantoorgebouwen moeten voor 1 januari 2023 voldoen aan minimaal Energielabel C. Dit is een Rijksdoelstelling die de gemeente overneemt.2

Urk streeft ernaar in 2050 95% CO2 neutraal te zijn, met als tussenstap in 2030 een CO2-reductie van 49% ten opzichte van 1990.1

2.4 AFKOPPELEN VAN AARDGAS In 2020 is de ambitie uitgesproken om binnen een termijn van 3 jaar een routekaart te presenteren voor het aardgasvrij maken van de gemeentelijke gebouwen.2

2.5 ZONNEPANELEN

Naast energie heeft de gemeente de nodige ambities op het vlak van circulariteit, klimaatadaptatie en mobiliteit. ▪ Circulair inkopen en bouwen ▪ Gemeentelijke gebouwen klimaat adaptief ▪ Dorpdekkend laadstructuur schone energie

1

Zon op dak heeft de voorkeur op Urk. De gemeente wil het goede voorbeeld geven door alle daken van de gemeentelijke gebouwen te voorzien van zonnepanelen.2 Daarbij wordt wel rekening gehouden met eventuele bouwkundige beperkingen en de kans op vandalisme.

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), paragraaf Energie, p.8

2

10

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), Bijlage 1 Energie, p.45

2.6 KANTOORKWALITEIT LABEL C 2023

2.9 KOPPELKANSEN

Per 1 januari 2023 moet een kantoorgebouw minimaal het energielabel C hebben. Voldoet een kantoorpand niet aan deze voorwaarde dan mag het niet meer als kantoorpand gebruikt worden.3

2.9.1

De gemeente Urk wil het goede voorbeeld geven door zich te richten op circulair opdrachtgeverschap. In Nederland is de bouwsector verantwoordelijk voor 40 á 50% van het grondstofverbruik.7 Hier is dus winst te behalen. De focus voor de jaren tot en met 2050 ligt op: ▪ Alle gebouwen op Urk een materialenpaspoort, in de toekomst mogelijk wettelijk verplicht. ▪ Een lokaal/ regionaal grondstoffendepot ▪ Alle nieuwbouw (infrastructuur, gebouwen, etc.) wordt circulair/modulair gebouwd (2050)7

2.7 ENERGIEPRESTATIE GEBOUW LABEL A 2023 Voor 2030 wordt voor (bestaande) gebouwen gestreefd naar ten minste gemiddeld label A.4 Dat betekent dat er geen wettelijke verplichting is de gebouwen vóór 2030 naar label A te brengen.

2.8 RIJKS- EN EUROPESE REGELGEVING 2.8.1

Activiteitenbesluit wet Milieubeheer (EML toetsing)

Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht.5

2.8.2

Circulair inkopen en bouwen

2.9.2

Gemeentelijke gebouwen klimaat adaptief

De gemeente Urk neemt de verantwoording voor het klimaatbestendig bouwen en inrichten van wijken en bedrijfsterreinen en zorgt ervoor dat bewoners en bedrijven klimaat bewust handelen. Om het goede voorbeeld als trekker/aanjager te geven wenst de gemeente de gemeentelijke gebouwen klimaat adaptief te maken waarbij de focus ligt op wateroverlast verlagen, droogte verminderen en het verlagen van hittestress.1

Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED)

De EED Energie-audit is een verplichting die voortkomt uit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). Het doel ervan is om bedrijven en instellingen bewust te maken van hun energieverbruik én van de mogelijkheden om energie te besparen en te verduurzamen. Het gaat hier onder andere om het energieverbruik van gebouwen, industriële processen en installaties, inclusief het vervoer en de warmte.6 Rijksoverheid, Energielabel C kantoren, te raadplegen op www.rvo.nl/energielabel-c 4 Rijksoverheid, Energieakkoord voor duurzame groei (2013) 3.2.1 Perspectieven en doelstellingen, p.17

www.infomil.nl/activiteitenbesluit-energiebesparing www.rvo.nl/onderwerpen/eed 7 Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), paragraaf Circulair Bouwen & Demonteren, p.26

3

5 6

11

2.9.3

Dorpdekkende laadstructuur schone energie

Gemeente Urk heeft als doel een mooi, leefbaar en goed ontsloten dorp. Daarbij vormt duurzame mobiliteit de schakel tussen wonen, werken en vrije tijd. Het streven is ook dat luchtverontreiniging door het verkeer tot het verleden behoort. Onderdeel van deze duurzame mobiliteit is de inzet van een dorpdekkende laadstructuur voor E-mobility.8

2.9.4

Frisse Scholen

In de Sectorale Routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen beschrijven de raden van primair, voortgezet onderwijs en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) wat er met schoolgebouwen moet gebeuren om de duurzaamheidsambities te realiseren. Dit resulteert in een Programma van Eisen Frisse Scholen. Een Frisse School is een schoolgebouw (basis- of voortgezet onderwijs) met een laag energieverbruik en een gezond binnenmilieu. In een Frisse School is aandacht voor energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid.9

8

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), Bijlage 4 Mobiliteit, p.48

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (2021) Programma van Eisen Frisse Scholen 9

12

3. Nulmeting 13

3. Nulmeting - waar staat gemeente Urk nu?

• • • •

3.1 INLEIDING In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijn beschreven hoe de nulmeting is uitgevoerd. Daarnaast is uitgewerkt wat de onderzoeksresultaten zijn van deze gebouwanalyse. Bij dit onderzoeksrapport is het Excelbestand ‘Duurzame maatregelen gemeentelijk gebouwen Urk’ bijgevoegd waarin alle onderzoeksresultaten per gebouw worden weergegeven. De gebouwvoorraad die in dit onderzoek is meegenomen omvat 45 gemeentelijke gebouwen. Voor 37 daarvan is een conditiemeting gemaakt en voor 31 gebouwen een energielabel.

Circulair bouwen & slopen + materialenpaspoort Gemeentelijke gebouwen klimaat adaptief Dorpdekkende laadstructuur E-mobility Frisse Scholen

In dit hoofdstuk wordt per onderdeel beschreven wat het onderzoek inhoudt en wat op hoofdlijn de resultaten zijn. Soms wordt naar achterliggende documenten verwezen voor meer informatie.

3.2 HUIDIGE GEBOUWPORTEFUILLE IN KAART 3.2.1

De volgende onderdelen zijn in kaart gebracht: ▪ Huidige gebouwportefeuille: • Gebouwkwaliteit (bouwkundig en installatietechnisch) • Meerjarige Onderhoudsplannen • Energieprestatie Gebouwen (energielabels) ▪ Toets op de volgende energieprestaties, doelen en ambities : • CO2- neutraal gebouw • Aardgasvrij gebouw • Zonnepanelen op dak • Kantoor 2023 minimaal label C • Energieprestatie gebouw 2030 gemiddeld label A ▪ Toets Rijks- en Europese regelgeving • Activiteiten besluit wet Milieubeheer (EML) • Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED) ▪ Koppelkansen • Circulair inkopen

Gebouwkwaliteit

De bouwtechnische en installatietechnische staat van 37 gemeentelijke gebouwen is in beeld gebracht. Dit gaat over de huidige kwaliteit van het gebouw en de installaties. Hiervoor zijn alle gebouwen fysiek bezocht en visueel beoordeeld door gecertificeerde inspecteurs. De bevindingen zijn vastgelegd op basis van de normering: NEN 2767.  De resultaten zijn opgenomen in MJOP per gebouw, onder het kopje ‘NEN 2767 – Bevindingen’ Algemene conclusie onderzoek Gebouwkwaliteit De beoordeelde gemeentelijke panden zijn in redelijke, goede en enkele zelfs in uitstekende conditie.

14

3.2.2

verwarmingssysteem en de wijze waarop het wordt gebruikt. De energieprestatie wordt uitgedrukt in het aantal kilowattuur per vierkante meter gebruiksoppervlakte per jaar. (kWh/m²/jr) De energieprestaties van een gebouw worden berekend op basis van criteria zoals de thermische isolatie, de blootstelling van het gebouw aan de zon, maar ook de gebouwinstallatie voor verwarming, warm water, verlichting, ventilatie en tenslotte koeling.

Meerjarig onderhoudsplannen

Het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) brengt in beeld op welke termijn (groot) onderhoud wordt verwacht aan onderdelen van het gebouw. Voor 37 gemeentelijke gebouwen zijn MJOP’s opgesteld. In het MJOP is opgenomen wat de huidige kwaliteit van het gebouw is, welk onderhoud wanneer moet plaatsvinden en wat de kosten hiervan zijn. Daarnaast is per gebouw en per (installatie)component de verplichte cycli voor keuringen opgenomen. De MJOP’s zijn opgesteld voor de komende 20 jaar en hebben als doel om de huidige kwaliteit van het gebouw in stand te houden. De belangrijkste informatie hiervan is ook opgenomen in de Exceldatabase, tabblad ‘MJOP’. Dit MJOP zal samen met de te kiezen duurzaamheidsmaatregelen geïntegreerd worden tot een Duurzaam Meerjaren Onderhouds Plan (DMJOP).

Voor 31 gebouwen is de energieprestatie in beeld gebracht. Deze selectie van 31 is gebaseerd op de relevantie van de energieprestatie. De energielabelklasse wordt bepaald op basis van het primair fossiele energiegebruik, uitgedrukt in kilowattuur per m2 per jaar (kWh/m2 jaar). Het energielabel van de gemeentelijke gebouwen is bepaald volgens de berekeningsmethode NTA 8800 en is 10 jaar geldig.  De resultaten zijn opgenomen in de bijgevoegde kaarten per gebouw en een energielabelcertificaat is als bijlage bij dit adviesrapport opgeleverd.

 De resultaten zijn opgenomen in MJOP per gebouw. Deze zijn opgeleverd bij dit adviesrapport. Algemene conclusie onderzoek Onderhoudsplannen De beoordeelde gemeentelijke panden zijn op basis van de 20-jarige onderhoudsplanning prima in stand te houden. Het MJOP vormt de basis voor een Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan

3.3.3

Algemene conclusie onderzoek Energieprestatie Het merendeel van de beoordeelde gemeentelijke panden heeft een redelijk tot goede energieprestatie. Er zijn voldoende besparing mogelijkheden om de energieprestatie van de gebouwen verder te verbeteren.

Energieprestatie

De energieprestatie geeft aan hoeveel energie een gebouw jaarlijks verbruikt. Dit energieverbruik hangt af van de bouwkwaliteit van het gebouw en de isolatiewaarde van het dak en de gevels, maar ook van het

15

In Figuur 2 en Figuur 3 is de gebouwportefeuille weergegeven naar label en oppervlakte. 60% van de gebouwen bezit een label A of hoger en deze gebouwen zijn samen goed voor 67% van het gebouwoppervlak van de totale gebouwportefeuille van de gemeente.

Oppervlakte in m² 15032167

8132 Naast het bepalen van de energieprestatie (uitgedrukt in energielabels) geeft deze onderzoeksmethode een aantal suggesties voor energiebesparingen mee op basis van de bevindingen en resultaten. Deze globale besparingsadviezen zijn waar bruikbaar meegenomen in de verduurzamings-maatregelen en de Routekaartscenario’s.

24230

label A of hoger

label B

label C

label D of lager

Figuur 3 Labels en oppervlakte

Aantal gebouwen 4

3.3 TOETS OP ENERGIEPRESTATIE, DOELEN EN AMBITIES

3

3.3.1 6

label A of hoger

Gemeente Urk heeft ambitie en wil niet zozeer sturen op de labelverplichting, maar op de CO2-doelen waaraan zij zich gecommitteerd heeft: namelijk een CO2-neutrale gemeentelijke gebouwvoorraad in 2050. Als tussenstap wil zij in 2030 49% CO2 hebben bespaard.10 De CO2-uitstoot bedraagt in 2022 1.381.958 CO2 kilo per jaar.

21

label B

label C

label D of lager

De energieprestatie van de gebouwen is de energie voor verwarmen, koelen, ventileren en verlichting van het gebouw. De zogenaamde ‘’gebouwgebonden’’ energieprestatie. Het gebruiksgebonden energie deel wordt hier buiten beschouwing gelaten.

Figuur 2 Gebouwen naar label

10

CO2-neutraal gebouw

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), paragraaf Energie, p.8

16

In Tabel 1 is de CO2-uitstoot van de top-10 gemeentelijke gebouwen in kaart gebracht. Van deze 10 gebouwen vallen 8 in de categorie ‘scholen/opvang’. Samen zorgen zij voor zo’n 60% van de CO2-uitstoot van de totale gemeentelijke gebouwvoorraad. Dit heeft uiteraard te maken met het gebruiksoppervlak van de gebouwen. Deze top-10 van gebouwen beslaat namelijk ook 58% het totale gebruiksoppervlak. Voor het sturen op verlagen van de CO2-uitstoot is het interessant om als vertrekpunt de gebouwen met de grootste CO2-uitstoot onder de loep te nemen.

3.3.2

Gebouw

De Transitievisie Warmte beschrijft de route naar een aardgasvrij gebouwde omgeving. De route is nog niet volledig in beeld, maar wordt in kleine stappen uitgewerkt. De volgende eerste stappen uit de Transitievisie Warmte zijn voor dit onderzoek en de Routekaart Verduurzaming gemeentelijke gebouwen van belang: ▪ tussen 2022 en 2023 starten een aantal onderzoeken naar de wijken De Top, De Reede, Urkerhard en De Staart. In deze wijken lijkt zowel een warmtenet als een individuele oplossing kansrijk. ▪ gemeente blijft zoeken naar partijen die willen ondersteunen bij het aanleggen van een warmtenet in de Zeeheldenwijk. ▪ samen met delen van de Oranjewijk zal de Zeeheldenwijk één van de eerste aardgasvrije wijken zijn.12

Urk heeft de ambitie om in 2050 100% aardgasvrij te zijn. Als tussendoel zijn de volgende ambities gesteld: in 2030: 25% aardgasvrij en in 2040 65% aardgasvrij11. Conclusie Beleidsdoel Aardgasvrij Slechts 3 van de 34 onderzochte gebouwen is momenteel aardgasvrij. Het overgrote deel van de gebouwen is geschikt voor ombouw naar een warmtepompsysteem.

CO2-uitstoot tov CO2-uitstoot totale gebouwportefeuille (in %) 11,1%

Pieter Zandt scholengemeenschap Prinses Beatrixschool 7,1 % Petrus Dathenusschool 5,8 % Koningin 5,4 % Wilhelminaschool/Vuurbaak Harmpje Visserschool 5,3 % Zwembad 't Bun 4,8 % Groen van Prinstererschool 4,8 % De Regenboog 4,7 % Gemeentehuis 4,6 % Kindcentrum 4,5 % Tabel 1 Top-10 gebouwen hoogste CO2-uitstoot 11

Gebouwen van het aardgas af

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), Bijlage 1 Energie, p.45

Gemeente Urk, Transitievisie Warmte (2021), Spoor 2: uitvoeren onderzoek en ervaring opdoen, p.19 12

17

De gemeente heeft ook als doel beschreven om op korte termijn gemeentelijke gebouwen af te koppelen van het aardgas.13 Op dit moment zijn van de 31 onderzochte gebouwen slechts 3 gebouwen aardgasvrij, namelijk: Gymnastieklokaal Nagel, berging / kantoor sportveld ‘’de Vormt’’ en kantoor / berging begraafplaats de Vormt.

Zonnepanelen op gemeentelijke daken 7

3.3.3 Zonnepanelen op gemeentelijke gebouwen De gemeente heeft op korte termijn als doel, op het dak van elk gemeentelijk gebouw dat daarvoor geschikt is, zonnepanelen te leggen.12 In Figuur 4 is in beeld gebracht hoeveel gemeentelijke gebouwen op dit moment zonnepanelen hebben. Van de in totaal 34 onderzochte gebouwen hebben slechts 7 gebouwen op dit moment zonnepanelen op het dak liggen. In totaal is dit goed voor 167.585 Wp. Van de overige 26 daken van de gebouwen is het overgrote deel geschikt voor zonnepanelen. Van enkele gebouwen is het dak hiervoor niet geschikt.

26 wel aanwezig

niet aanwezig

Figuur 4 Aantal gemeentelijke gebouwen met zonnepanelen Conclusie Zonnepanelen Slechts 7 van de 34 onderzochte gebouwen heeft momenteel zonnepanelen. Het overgrote deel van de daken is geschikt voor de aanleg van zonnepanelen.

3.3.4

Kantoor 2023 minimaal label C

In het Bouwbesluit 2012 staat dat per 1 januari 2023 een kantoorgebouw minimaal het energielabel C moet hebben. Voldoet het gebouw niet aan deze eis dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden.

Van de 31 gemeentelijke gebouwen met een energielabel voldoen 13 gebouwen aan de kwalificatie ‘functie kantoor en/of bijeenkomst’. Van 13

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), Bijlage 1 Energie, p.45

18

deze gebouwen hebben 10 een energielabel C of beter (C, B, A t/m A+++++). Een 3-tal gebouwen heeft een energielabel D of slechter. Het gaat om de volgende 3 kantoorgebouwen met label D of lager. Gebouw Berging en kantoor sportveld ’de Vormt’

Label Uitzondering G het kantoor voldoet niet aan het criterium ‘het GO van de kantoor in het gebouw is minstens 50% van het totale GO van het gebouw’ Museum ’Het G het kantoor voldoet aan het Oude criterium ‘het kantoorpand is Raadhuis’ Urk een Rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument’ Voormalige D het kantoor voldoet aan het bank criterium ‘het kantoorpand wordt binnen 2 jaar gesloopt, getransformeerd of onteigend’ Tabel 2 Kantoorgebouwen met label D of lager

Conclusie label C-eis De beoordeelde gemeentelijke kantoorpanden voldoen aan de eis: per 1 januari 2023 minimaal label C.

Actie Voor dit kantoor is geen actie vereist

3.3.5

In het Energieakkoord voor duurzame groei (2013)14 staat: ‘Voor 2030 wordt voor (bestaande) gebouwen gestreefd naar ten minste gemiddeld label A.’ Dat betekent dat er geen wettelijke verplichting is de gebouwen vóór 2030 naar label A te brengen. Er is in beeld gebracht of de gemeente aan dit streven voldoet.

Voor dit kantoor is geen actie vereist Voor dit kantoor is (nu) geen actie vereist

Conclusie streefwaarde label A De gemeentelijke gebouwen voldoen (nu al) aan het streven dat alle gemeentelijke panden in 2030 gemiddeld een label A hebben. Van de gemeentelijke gebouwen voldoen 60% van de gebouwen aan de kwalificatie label A of beter (A t/m A++++). Zie paragraaf 3.3.3 Energieprestatie, Figuur 2 en Figuur 3. Deze gebouwen hebben 67% van het totale Gebruiksoppervlak (GO). De conclusie is dat de gemeentelijke gebouwen voldoen aan het streven dat alle kantoorpanden in 2030 gemiddeld een label A hebben.

Via de beslisboom ‘Energielabel kantoren’ is bekeken of er voor deze kantoren een uitzondering is, dan wel dat voor deze kantoren de Energielabel C verplichting om een actie zal vragen. Hieruit volgt dat om verschillende redenen deze kantoren niet hoeven te voldoen aan de eis: gemiddeld label C in 2023. De conclusie is dat alle gemeentelijk gebouwen voldoen aan de label C-eis.

14

Gebouw gemiddeld Label A in 2030 (streven)

https://www.rijksoverheid.nl/energieakkoord-voor-duurzame-groei

19

3.4 TOETS RIJKS- EN EUROPESE REGELGEVING  De resultaten zijn opgenomen in de bijgeleverde Exceldatabase op het tabblad ‘EML’

3.4.1 Activiteitenbesluit wet Milieubeheer (EML toetsing) Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Dit is de energiebesparingsplicht.

Door de stijgende energieprijzen worden de EML normen mogelijk aangepast omdat een investering sneller wordt terugverdiend met de hogere energieprijs. Dat betekent dat na aanpassing van de EML normen getoetst moet worden of alle gemeentelijke gebouwen aan de geactualiseerde EML normen voldoen.

Conclusie EML toets De gemeente heeft invulling gegeven aan de eis voor het opstellen van de EML rapporten. Waar de gemeente (nog) geen invulling heeft gegeven aan de uitvoering van de maatregel is dit gemotiveerd en valt de afwijking binnen de wettelijke uitzonderingsregels.

3.4.2

De EED Energie-audit is een verplichting die voortkomt uit de Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED). Er is geen EED audit rapport van 2019 beschikbaar. Voor het toetsen van de gebouwen is gebruik gemaakt van de Erkende Maatregelenlijst energiebesparing (EML).

De EML toets geldt voor bedrijven en instellingen die per jaar van 50.000 kWh of 25.000m3 aardgas of een equivalent daarvan verbruiken.15 Voor 19 bedrijfstakken zijn Erkende Maatregelenlijsten energiebesparing (EML) gemaakt met investeringen die zich snel terugverdienen. Voor 6 gemeentelijke gebouwen is (in 2019 door de gemeente) een toets gedaan of deze voldoet aan de EML-wetgeving. In die rapportages is opgenomen welke maatregelen als energiebesparing op korte termijn kunnen worden uitgevoerd en reeds zijn uitgevoerd. De gemeente heeft voor een aantal maatregelen gekozen om deze maatregel uit te voeren bij een natuurlijk vervangingsmoment. Deze natuurlijke vervangingsmomenten worden meegenomen in de DJMOP’s

15

Europese Energie-Efficiency Richtlijn (EED)

Conclusie EED toets Door het ontbreken van het auditrapport kan niet getoetst worden of de gemeente Urk voldoet aan de wettelijk (Europees) gestelde eis.

Het doel van de EED energie-audit is om bedrijven en instellingen bewust te maken van hun energieverbruik én van de mogelijkheden om energie te besparen en te verduurzamen. De energie-audit geeft een gedetailleerd overzicht van alle energiestromen binnen de onderneming en inzicht in mogelijke besparingsmaatregelen en de te verwachten effecten daarvan. Waar de

www.infomil.nl/activiteitenbesluit-energiebesparing

20

EML (paragraaf 2.2.8) zich met name richt op gebouwgebonden energieverbruik, gaat de EED verder en toetst ook energieverbruik van industriële processen, installaties en bijvoorbeeld vervoer.

▪ ▪

Aanbeveling Medio 2023 start waarschijnlijk de 3e ronde Energie-auditplicht EED16. Het advies is een audit rapport op te (laten) stellen en de verplichtingen als aanvulling op te nemen in de Routekaart.

Conclusie koppelkans Circulariteit In de Routekaart is het kansrijk om de te nemen maatregelen circulair in te kopen. Bij noodzakelijke aanpassingen van de gebouwen en/of gebouwonderdelen kan worden ingezet op circulaire alternatieven en bij nieuwbouw is een materialenpaspoort vereist.

3.5 KOPPELKANSEN De Duurzaamheidsvisie (2020) en Transitievisie Warmte (2021) zijn doorgenomen op koppelkansen. Door koppelkansen mee te nemen in de Routekaart blijft de gemeente op koers met andere aangenomen visies/ambities. De koppelkansen worden hier kort aangestipt en in de verschillende uitgewerkte scenario’s (hoofdstuk 3) concreet gemaakt.

3.5.1

Bij renovatie of inkoop gebruiken we zoveel mogelijk recyclebare of hernieuwbare grondstoffen. We zetten in op circulair bouwen & slopen en een materialenpaspoort17

3.5.2

Klimaatadaptatie

Urk wil in 2050 Klimaat robuust zijn. Dit betekent dat bij extreem weer de schade aan gebouwen, infrastructuur of vitale functies zoveel mogelijk beperkt blijft. In de uitvoeringsagenda Duurzaamheid staan de volgende doelen met betrekking tot verduurzaming gemeentelijk vastgoed voor de korte termijn: gemeentelijke gebouwen klimaat adaptief maken. De focus ligt op; ▪ wateroverlast: verlagen door waterberging op o.a. daken, zoals vegetatiedaken en polderdaken. ▪ droogte: verminderen en het behouden van water door het afkoppelen van hemelwater van daken (en het areaal oppervlakte water uit te breiden)

Circulariteit

Urk heeft als doel om in 2030 50% minder (primaire) grondstoffen te gebruiken. Met als einddoel om in 2050 een economie/samenleving zonder afval te hebben bereikt. In de uitvoeringsagenda Duurzaamheid staan de volgende doelen met betrekking tot verduurzaming gemeentelijk vastgoed voor de korte termijn: ▪ Ons beheer is er op gericht om zo veel mogelijk reststromen van gebouwen te recyclen.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: www.rvo.nl/europese-energieefficiency-richtlijn-eed/eed

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), paragraaf Circulair Bouwen & Demonteren, p.26

16

17

21

▪

hittestress: verlagen door klimaatbestendig (ver)bouwen met toepassing van goede gevel- en dakisolaties, zonwering, ventilatie en koeling.18

3.5.4

Een slecht binnenmilieu in scholen heeft een negatief effect op de gezondheid, leerprestaties en functioneren van leerlingen en onderwijzend personeel. Bij ver- en nieuwbouwplannen is het dus belangrijk vooraf eisen te stellen aan het ontwerp van het gebouw en de installaties. Naast een goed binnenmilieu is daarbij ook een laag energiegebruik van scholen essentieel. Scholen kunnen een vergoeding krijgen voor huisvestingsvoorzieningen en de gemeente is verantwoordelijk voor het betalen van (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. De gemeente gaat graag met schoolbesturen in overleg voor passende oplossingen bij het realiseren van energiezuinige en gezonde scholen.

Conclusie koppelkans Klimaatadaptatie Met het aanpassen van de gebouwen naar de gewenste energetische kwaliteit is het meewegen en invullen van klimaatadaptatie meer dan gewenst.

3.5.3

Mobiliteit

Urk werkt aan een emissieloze mobiliteit in 2050. In de uitvoeringsagenda Duurzaamheid staat het volgende doel met betrekking tot verduurzaming gemeentelijk vastgoed voor de korte termijn: ▪ dorpdekkend laadstructuur schone energie19

Conclusie koppelkans Frisse Scholen Bij nieuwbouw of renovatie is het belangrijk om al in een vroeg stadium eisen te formuleren aan het ontwerp van het gebouw en de installaties. Het uiteindelijke doel is een zo gezond, comfortabel en energiezuinig mogelijke school binnen het beschikbare budget.

Gemeente neemt in de uitvoering van de routekaart mobiliteit niet als zelfstandige koppelkans mee, maar besteedt wel aandacht aan het toepassen van meer zonnepanelen (waar nodig en mogelijk) om in de (toekomstige) laadbehoefte te kunnen voorzien.

3.6 ADVIES URGENTE ONDERHOUD ISSUES Met het in beeld brengen van de conditie en energieprestatie van het gemeentelijk vastgoed zijn enkele urgente onderhoudsissues geconstateerd. Deze zijn reeds besproken en daarop zijn passende maatregelen genomen.

Conclusie koppelkans E-Mobiliteit Met het toepassen van meer zonnepanelen kan een directe koppeling gemaakt worden door meer laadfuncties aan te brengen rondom gemeentelijke gebouwen.

18

Frisse Scholen

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), Bijlage 3 Klimaatadaptatie, p.47

19

22

Gemeente Urk, Duurzaamheidsvisie (2020), Bijlage 4 Mobiliteit, p.48

3.7 ADVIES AANVULLEND ONDERZOEK Met het in beeld brengen van de conditie en energieprestatie van het gemeentelijk vastgoed ontbrak hier en daar informatie of blijkt aanvullend onderzoek nodig om invulling te geven aan de verbetermaatregelen waaronder onderhoudscontracten, asbestrapportages en huurcondities en/of overeenkomsten. Het advies is om bij het vaststellen van het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen vooraf inzichtelijk te maken of het plan voldoet aan wettelijke bouwbesluitnormen, constructieve capaciteit en afspraken met onderhoudspartijen, huurders en gebruikers. Bij het uitvoeren van energiebesparende maatregelen uit de Routekaart, zal er waar mogelijk, zoveel mogelijk gebruikt worden gemaakt van provinciale en landelijke subsidieregelingen. Hierdoor kunnen de kosten van de uitvoering en de terugverdientijd van sommige maatregelen gereduceerd worden.

23

4.

Scenario’s 24

van de technische en/ of economische levensduur zijn en door nieuwbouw wordt vervangen. In de Sectorale Routekaart is de vernieuwingsgraad berekend op 1,38% per jaar. Wanneer voor de gemeentelijke gebouwen op Urk de vervanging op 40 jaar gezet wordt zal 60% van de huidige gebouwenvoorraad vervangen zijn en voldoen deze aan de gewenste CO2 doelstelling. Vanuit circulaire doelstellingen is het mogelijk wenselijk om de levensduur van de gebouwen te verlengen. Hierdoor zullen gebouwen aangepast moeten worden om de CO2 doelstelling te halen.

4. Scenario’s 4.1 INLEIDING In hoofdstuk 1 is de aanleiding en de opgave besproken. In hoofdstuk 2 zijn de doelen beschreven. En in hoofdstuk 3 is uiteengezet wat de kwaliteit van de gebouwportefeuille is en hoe het gemeentelijk vastgoed scoort ten opzichte van landelijke doelstellingen en verplichtingen. In dit hoofdstuk wordt de visie op het vernieuwen van gemeentelijke gebouwen voor 2050 aan het einde van de technische en/of economische levensduur beschreven. Ten tweede wordt gekeken naar een deel van het gemeentelijke vastgoed waarvoor specifieke maatregelen worden genomen. Hier staan ook een aantal inspirerende maatregelen van verduurzaming met voor en nadelen en wordt ingegaan op de mogelijke route die gevolgd kan worden om de doelstellingen te bereiken.

4.3 VERDUURZAMINGSMAATREGELEN Om de doelstelling in het Klimaatakkoord (CO2-arm en aardgasvrij) te halen zijn aanvullende maatregelen nodig aan de gebouwen die voor 2050 nog niet toe zijn aan vervanging of renovatie. Dit gaat verder dan instandhouding van het vastgoed en betekent een meer-investering. Afhankelijk van het bouwjaar is de isolatie redelijk tot goed en is het gebouw voorzien van isolerende beglazing. Voor het verdergaand verduurzamen van gebouwen die nog niet toe zijn aan vervanging of renovatie is een extra investering nodig. Voor 60% van de voorraad is deze ‘versnelling’ van toepassing. In de aanpak wordt uitgegaan van integrale verduurzaming op natuurlijke momenten van planmatig onderhoud. Door het moment te benutten dat toch al wordt geïnvesteerd in een gebouw, zoals bij de vervanging van de klimaatinstallaties, dakbedekking, kozijnen en verlichting, kunnen gereserveerde budgetten in het Meerjarenonderjarenhoudsplan (MJOP) worden ingezet. In het Wijk-uitvoerings-Plan (WUP) wordt beschreven wanneer welke wijk aardgasvrij zal zijn. Op dat moment, maar liefst eerder, dient het gebouw aangepast te zijn met een alternatieve warmtebron en installatie.

In dit hoofdstuk worden een aantal scenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s zijn gebaseerd op een verschillende ambitieniveaus met daarbij verschillende maatregelpakketten.

4.2 VERVANGING DOOR NIEUWBOUW OF RENOVATIE Tussen 2020 en 2050 wordt ongeveer 40% van de doelstelling gerealiseerd door gebouwen op een natuurlijk moment te vervangen door nieuwbouw. (De panden met een monumentale status zijn vanzelfsprekend uitgezonderd). Het gaat vaak om gebouwen met een bouwjaar van vóór 1992 die een lage energieprestatie hebben. Hierdoor is het besparingseffect groot. Vernieuwing gaat over gebouwen die tussen nu en 2050 aan het einde

25

Voor de complete opsomming van verduurzamings-maatregelen en de voor en nadelen ervan verwijzen we u naar Bijlage 2: Verduurzamingsmaatregelen Algemeen.

4.4 VIER SCENARIO’S Het energiegebruik van de hele gebouwde omgeving is tussen 1990 en 2019 gedaald met ongeveer 18,5%. Tussen 2020 en 2050 zal het energiegebruik verder dalen. Dit komt voor een groot deel door vervangende nieuwbouw en daarnaast door het verplicht uitvoeren van de energiebesparende maatregelen, aangevuld met de verduurzaming van bestaand vastgoed. Voor het ontwerp van de scenario’s is onder andere gebruik gemaakt van onderstaande variabelen: ▪ Wettelijke verplichtingen (EML, EED, kantoorlabel C en A) ▪ Natuurlijke vervangingsmomenten ▪ Kostenefficiëntie (terugverdientijden) ▪ Hoofddoelen (voldoen aan wettelijke eis, energie/CO2-besparing en aardgasvrij) ▪ Subdoelen (geld besparen, comfort verhogen, koppelkansen op gebied van circulariteit en klimaatadaptatie, voorbeeldfunctie) De scenario’s zijn beschreven op het niveau van de totale portefeuille van het gemeentelijk vastgoed. Er zijn 4 verschillende scenario’s uitgewerkt. Hieronder worden de scenario’s op basis van ambitieniveau beschreven. In paragraaf 4.5 Maatregelenpakket zijn ze uitgewerkt in een maatregelenpakket op hoofdlijn.

26

we de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed door naar de volgende generaties en laten we niet het goede voorbeeld zien.

Scenario A ‘Bij het oude blijven’ Dit scenario is een minimale variant. Het is er op gericht om te voldoen aan de minimale huidige wettelijke eisen en verplichtingen. De eigen ambities worden in de tijd weggeschoven. De maatregelen om de CO2 doelen te halen worden vlak voor de deadline van de wetgeving uitgevoerd. Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 voldoet de gebouwportefeuille op dit moment aan de wettelijke eisen en verplichtingen. Dat betekent dat met de keuze voor dit scenario op korte termijn geen extra inzet wordt gepleegd op verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed. Dit gebeurt alleen wanneer vanuit landelijke overheid aanvullende eisen of verplichtingen worden gesteld aan het gemeentelijk vastgoed of wanneer bepaalde wijken aardgasvrij worden. In dit scenario wachten we met nemen van maatregelen tot de gebouwen of gebouwonderdelen zijn afgeschreven en vervangen we op dat moment het betreffende gebouw of gebouwonderdeel naar een duurzame kwaliteitsnorm. Nieuwe gebouwen worden naar bouwbesluit gerealiseerd, zonder extra duurzaamheidsdoelen te stellen. Koppelkansen vanuit klimaatadaptatie en circulariteit worden ook in tijd weggeschoven.

Scenario B ‘Wettelijke kaders en eigen ambities’ In dit scenario nemen we met name de terugverdientijden als uitgangspunt voor de te nemen maatregelen. Binnen 5 jaar zijn alle panden voorzien van LED-verlichting en plaatsen we zonnepanelen op alle gemeentelijke daken die hiervoor geschikt zijn. Daarnaast zetten we in op gedrag- en gebruikersbeïnvloeding omdat daar nog veel winst te behalen is. Maatregelen voor verbetering van de gebouwschil en installaties worden uitgevoerd op het moment van natuurlijke vervanging. In het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) van de gebouwen wordt duurzaamheid meegenomen. Daarnaast kijken we bij welke renovatieprojecten we gebouwen actief kunnen verduurzamen. Nieuwbouw zal voldoen aan minimaal de Energieneutraal (ENG) norm. Hierdoor wordt er actief gestuurd op de CO2 doelen van 2030 en 2050 en bij aanpassingen van de wetgeving blijven deze doelen in zicht. Waar mogelijk wordt er gekeken naar koppelkansen met betrekking tot circulariteit en klimaatadaptie. Kanttekeningen scenario B Dit scenario vraagt in de komende jaren geen bovenmatige inspanning en investering in duurzaamheid, maar voldoet aan de wettelijke kaders en huidige ambitie. Maar dit scenario laat toch ook extra kansen op CO2besparing liggen.

Kanttekeningen scenario A Dit scenario scoort ondermaats bij de ambitie van Urk. Het scenario voldoet op dit moment aan de landelijke wettelijke eisen en verplichtingen van energielabelverplichting en EML/EED maatregelen. Maar het scenario past niet bij de uitgesproken ambities van de gemeente Urk: 49% CO2-reductie in 2030 en CO2- neutraliteit in 2050. Door dit scenario te kiezen, schuiven

27

Scenario C ‘Versnelde verduurzaming’

Scenario D ‘Vooruitstrevende verduurzaming’

In dit scenario is de ambitie om versneld de CO2-uitstoot zoveel mogelijk te verlagen. Dat sluit aan bij het feit dat het gemeentelijk vastgoed op Urk van redelijke kwaliteit is. Met dit scenario geeft de gemeente een goed voorbeeld aan haar bewoners. Er is een goed beeld van die gebouwen die een relatief hoge CO2-uitstoot hebben en waar verbetermogelijkheden liggen om deze naar beneden te brengen. Er is in dit scenario extra aandacht voor schoolgebouwen, waarbij de ambitie is deze naar Frisse Scholen klasse B te brengen. Nieuwe gebouwen worden minimaal ENG (energieneutraal) uitgevoerd en waar mogelijk zelfvoorzienend. Bovenop de maatregelen die genoemd worden onder scenario B zetten we extra stappen om de energievraag van de gebouwen zoveel en zo snel mogelijk te beperken. In dit scenario is Urk binnen 20 jaar CO2-neutraal. Dit vergt extra inzet, tijd en middelen, maar deze extra stap is wel haalbaar.

De gebouwkwaliteit en energetische kwaliteit van het gemeentelijk vastgoed is al redelijk op orde. In dit scenario kiezen we daarom voor een nog ambitieuzere en versnelde route naar CO2-neutraliteit en aardgasvrij. Gemeente Urk positioneert zich daarmee als voorbeeldgemeente. Wat nu gedaan kan worden dat wordt opgepakt. Binnen 10 jaar zijn de gemeentelijke gebouwen op Urk CO2-neutraal. Hiermee krijgen we een koploperspositie op het gebied van duurzaamheid waarmee de gemeente zich goed kan profileren. Dit scenario pakt voor de energieprestatie van de gebouwen goed uit, maar vraagt een grote financiële inspanning. Nieuwe gebouwen worden energieneutraal (ENG) en zelfvoorzienend gebouwd. Het versneld vervangen van gebouwonderdelen en gebouwinstallaties t.o.v. de technische levensduur kan negatief doorwerken in de circulaire gedachte en ambitie om zuinig om te springen met materialen en juist de levensduur van gebouwen en gebouwonderdelen te verlengen.

Kanttekeningen scenario C Dit scenario haalt CO2-doelstellingen in tijd naar voren, maar vraagt ook om investeringen voor verduurzaming van de gebouwenvoorraad sneller te nemen. Op korte termijn wordt veel CO2 bespaard.

Kanttekeningen scenario D CO2 winst wordt gemaximaliseerd. De voorsprong blijft behouden, maar ambities op het vlak van circulariteit komen mogelijk in het gedrang. Binnen korte termijn grote financiële investeringen nodig.

28

In scenario A worden geen zonnepanelen op de gemeentelijke gebouwen geplaatst. In scenario B en C worden uiterlijk in 2025 op alle geschikte daken zonnepanelen geplaatst, waarbij de jaaropbrengst gelijk is aan het gebouwgebonden energiegebruik. In scenario D zijn uiterlijk in 2027 alle geschikte daken voorzien van zonnepanelen, waarbij de jaaropbrengst gelijk is aan het gebouwgebonden én gebruiksgebonden gebruik.

4.5 MAATREGELENPAKKET OP HOOFDLIJNEN Elk scenario kent een set aan maatregelen passend bij het ambitieniveau van het betreffende scenario. Zie ook tabel 3 op de volgende pagina. Binnen de maatregelen zijn twee opties om het ambitieniveau bij te stellen: ▪ het tijdspad van de uit te voeren maatregelen te verkorten of te verlengen. ▪ het kwaliteitsniveau van de maatregelen naar beneden of boven bij te stellen.

Tijdspad

Schatting afname CO2 per scenario

4.5.1

Schatting verloop CO2-afname per scenario in tijd

De ambitie van de gemeente Urk is dat al het gemeentelijk vastgoed in 2050 95% CO2-neutraal moet zijn. Om daar te komen hebben we nog 28 jaar. In het minst ambitieuze scenario (A) nemen we maximaal de tijd om maatregelen uit te voeren. We voldoen aan de wettelijke verplichtingen en de eigen ambities worden in de tijd vooruitgeschoven. Dat betekent dat er onrealistische veel uitgestelde maatregelen (en kosten) tussen 2045 en 2050 genomen moeten worden. Het meest ambitieuze scenario (D) staat voor versnelde verduurzaming. Omdat de gemeente haar eigen vastgoed al goed op orde heeft, versnellen we in de uitvoering van maatregelen om binnen 10 jaar CO2neutraal te zijn. De maatregelen passend bij scenario’s B en C zitten tussen deze twee uitersten in.

2022

2025

2030

2035

2040

2045

2050

Jaren Scenario A

Scenario B

Scenario C

Scenario D

Figuur 5 Schatting verloop CO2-afname per scenario

4.5.3 4.5.2

1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000 400.000 200.000 0

Impact op verloop CO2 afname

De twee opties om het ambitieniveau bij te stellen leidt per scenario tot een wisselend verloop van de verwachte CO2-afname, de investeringsverwachting en afschrijftermijn. Het is in deze fase van het

Kwaliteitsniveau

Het kwaliteitsniveau van de maatregelen verschillend zijn. Als voorbeeld voor de maatregelen ‘zonnepanelen’, zien de scenario’s er als volgt uit.

29

onderzoek enkel mogelijk om te laten zien hoe de CO2-afname er op hoofdlijn binnen de scenario’s uit zal komen te zien. Na een bestuurlijke keuze voor het beste scenario, kan de CO2-afname, investeringsverwachting en afschrijftermijn meer in detail worden uitgewerkt. In Figuur 5 is per scenario op hoofdlijn weergegeven hoe de CO2-afname er naar schatting uitziet.

Maatregelen Energiebesparingsplicht Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder of alle toepasselijke EML maatregelen zijn getroffen EML toets In 2023 wordt de EML toets opnieuw uitgevoerd in verband met gewijzigde terugverdientijden. EED In 2023 wordt uitvoering gegeven aan de EED. Zonnepanelen Binnen 5 jaar op alle geschikte daken zonnepanelen plaatsen. De jaaropbrengst is gelijk aan de gebouwgebonden energie (obv ledverlichting en warmtepompen) Aardgasvrij Alle gasgestookte ketels worden op natuurlijke vervangingsmomenten of op basis van de Wijkuitvoeringsplannen vervangen door (hybride) warmtepompen. Vóór het aangeven jaar zijn deze vervangen LED

30

Scenario A

Scenario B

Scenario C

Scenario D

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Aardgasvrij 2050

Hybride of aardgasvrij 2040

Aardgasvrij 2040

✓

✓

✓

Aardgasvrij 2050

Binnen 5 jaar zijn alle gloeilampen, halogeenlampen, spaarlampen, TL en PL verlichting vervangen door LED lampen of armaturen (we wachten niet meer op natuurlijke vervangingsmomenten). Energetische kwaliteit De energetische kwaliteit van de gebouwen en installaties worden op de natuurlijke vervangingsmomenten verbeterd naar BENG. Energetische kwaliteit bij renovatie en nieuwbouw heeft minimaal ENG-niveau. Frisse scholen Binnen 5 jaar voldoen alle schoolgebouwen aan Frisse Scholen klasse B. Gedragsverandering Inzetten op energiebesparing door gedragsbeïnvloeding van gebouweigenaren en gebouwgebruikers. Monitoring Aanschaf monitoringssysteem om energiegebruik goed te monitoren om op basis van inzicht maatregelen te treffen. Circulair Minimaal 50% van alle grondstoffen van in deze Routekaart genoemde maatregelen zijn circulair. Vanaf 2050 worden alle maatregelen 100% circulair ingekocht. Alle maatregelen worden zoveel als mogelijk losmaakbaar ontworpen en gemonteerd zodat herbruikbaarheid wordt bevorderd. Alle nieuwbouw en verbouwplannen worden uitgebreid gedocumenteerd met een materialenpaspoort Klimaatadaptatie Er wordt per gebouw bepaald of het van het riool wordt afgekoppeld en op welke manier Tabel 3 Maatregelenpakket per scenario

31

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

5. Effectief scenario 32

5. Effectief scenario 5.1 MOTIVATIE KEUZE SCENARIO B De gemeente heeft in haar Duurzaamheidsbeleid (2020) en de Transitievisie Warmte (2021) haar ambities en doelen vastgelegd. Het scenario B ‘Wettelijke kaders en eigen ambities’ is het meest passende scenario bij het huidige ambitieniveau van de gemeente Urk. Het scenario voldoet aan de wettelijke kaders en eigen vastgestelde beleidsambities. In dit scenario word met name de terugverdientijden als uitgangspunt voor de te nemen maatregelen genomen. Daarnaast vergt dit geen bovenmatige inspanning of investering. Het maakt daarnaast optimaal gebruik van koppelkansen op het vlak van circulariteit en klimaatadaptatie. In dit scenario is 95% van het gemeentelijk vastgoed in 2050 aardgasvrij en CO2-neutraal. Conclusie effectief scenario Het scenario B ‘Wettelijke kaders en eigen ambities’ is het meest passende scenario bij het huidige ambitieniveau van de gemeente Urk.

5.2 MAATREGELENPAKKET Het maatregelenpakket van scenario B is uitgewerkt in

Tabel 4.

33

Maatregel

Ambitieniveau scenario B

Energiebesparingsplicht

▪

EML toets EED

▪ ▪

Zonnepanelen

▪

Aardgasvrij

▪

LED-verlichting

▪

Energetische kwaliteit

▪

Energetische kwaliteit nieuwbouw Gedragsverandering

▪

Nieuwbouw heeft minimaal ENG-niveau.

▪ ▪

Koppelkans circulair

▪

Inzetten op energiebesparing door gedragsbeïnvloeding van gebouweigenaren en gebouwgebruikers. Aanschaf monitoringssysteem om energiegebruik goed te monitoren om op basis van inzicht maatregelen te treffen. Minimaal 50% van alle grondstoffen van in deze Routekaart genoemde maatregelen zijn circulair. Vanaf 2050 worden alle maatregelen 100% circulair ingekocht. Alle maatregelen worden zoveel als mogelijk losmaakbaar ontworpen en gemonteerd zodat herbruikbaarheid wordt bevorderd. Alle nieuwbouw en verbouwplannen worden uitgebreid gedocumenteerd met een materialenpaspoort. Er wordt per gebouw bepaald of het van het riool wordt afgekoppeld en op welke manier

▪

Koppelkans klimaatadaptatie

▪ ▪

Energiebesparingsplicht: alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder of alle toepasselijke EML maatregelen zijn getroffen (we wachten niet meer op natuurlijke vervangingsmomenten). In 2023 wordt de EML toets opnieuw uitgevoerd in verband met gewijzigde terugverdientijden. In 2023 wordt uitvoering gegeven aan de EED. Binnen 5 jaar op alle geschikte daken zonnepanelen plaatsen. De jaaropbrengst is gelijk aan de gebouwgebonden energie (obv ledverlichting en warmtepompen) Alle gasgestookte ketels worden op natuurlijke vervangingsmomenten of op basis van de Wijkuitvoeringsplannen vervangen door (hybride) warmtepompen. Waar mogelijk wordt er aangesloten op collectieve warmtebronnen. Vóór 2050 zijn alle gasgestookte ketels vervangen. Binnen 5 jaar zijn alle gloeilampen, halogeenlampen, spaarlampen, TL en PL verlichting vervangen door LED lampen of armaturen (we wachten niet meer op natuurlijke vervangingsmomenten). De energetische kwaliteit van de gebouwen en installaties worden op de natuurlijke vervangingsmomenten verbeterd naar BENG-niveau en aanvullende renovatieprojecten worden naar ENG-niveau verbeterd.

Tabel 4 Maatregelenpakket scenario B op hoofdlijn

34

5.3 KOSTEN 5.3.1

Indicatie kosten t/m 2050

De bekostiging van scenario ‘Wettelijke kaders en eigen ambities’ valt uiteen in twee componenten, namelijk: ▪ Vervangingskosten (nieuwbouw of renovatie) ▪ Verduurzamingsmaatregelen

Scenario B C D INVESTERING Reguliere vervanging 2.600.000 2.100.000 1.600.000 Verduurzamingskosten 12.400.000 14.300.000 16.200.000 Aardgasvrij 1.600.000 1.600.000 1.600.000 Totaal 16.500.000 18.000.000 19.400.000

Door de investeringen te doen op natuurlijke momenten, maatregelen te combineren in de uitvoering en een daarop aansluitende aanbestedingsstrategie kan een zo hoog mogelijke energiebesparing per geïnvesteerde euro (of vierkante meter) worden bereikt.

KAPITAALLASTEN Reguliere vervanging 51.000 42.000 79.000 Verduurzamingskosten 441.000 622.000 812.000 Aardgasvrij 56.000 69.000 33.000 Totaal (max piek) 550.000 730.000 920.000 Tabel 3 Investeringskosten en kapitaallasten voor scenario B, C en D obv rekenmodel VNG

In Tabel 3 is voor de scenario’s B, C en D weergegeven wat de investeringskosten en kapitaallasten zijn. Voor scenario A is dit niet berekend, omdat dit scenario niet voldoet aan de wettelijke eisen en eigen ambities van de gemeente. Voor de berekening is gebruik gemaakt van het rekenmodel Verduurzaming maatschappelijk vastgoed van VNG20. In Bijlage 3 Printscreens Rekenmodel is een weergave van dit rekenmodel opgenomen.

20

5.3.2

Vervangingskosten

Vanwege het lange termijnperspectief zijn natuurlijke momenten voor vastgoed van groot belang. Dit zijn de momenten waarop het gebouw, of gebouwonderdeel, zijn technische en/of economische levensduur bereikt en waarop opnieuw in het gebouw wordt geïnvesteerd. Naast (vervangings)investeringen bevat het MJOP (Meerjaren Onderhouds Plan) momenten waarop grotere ingrepen, zoals het vervangen van het

www.vng.nl/rekenmodel verduurzamen maatschappelijk vastgoed

35

dak of de klimaatinstallaties, zijn gepland. Ook een verandering van huurder of het gebruik kan zo’n natuurlijk moment zijn om te investeren in functionele verbeteringen.

5.3.3

5.4 MAATREGELEN 10 JAAR In het rekenmodel van de VNG wordt niet voor elk gebouw de exacte route uitgestippeld tot 2050. Om toch zicht te krijgen op maatregelen en kosten voor specifieke gebouwen is op basis van de informatie uit de energie labels in deze routekaart beschreven wat er per gebouw moet gebeuren in de komende 10 jaar om op het gekozen scenario te blijven. Het is een routeverkenning, met een invulling van de komende 10 jaar en piketpaaltjes op de korte termijn. Er wordt maximaal 10 jaar vooruitgekeken, omdat de markt van energieprijzen behoorlijk fluctueert en de techniek zich snel verder ontwikkeld. Ook plannen met betrekking tot warmtenetten en wijkverduurzaming worden de komende jaren verder ontwikkelt.

Verduurzamingskosten naar ENG

Met het verduurzamen van de bestaande voorraad naar energieneutraal zijn aanvullende maatregelen en kosten nodig. Deze maatregelen zorgen voor een energieprestatie tot het niveau ENG.

5.3.4

Noodzakelijke versnelling

Het realiseren van de doelstelling in het Klimaatakkoord (CO2-arm en aardgasvrij) betekent dat aanvullende maatregelen nodig zijn aan de gebouwen die vóór 2050 nog niet toe zijn aan vervanging of renovatie. Dit gaat verder dan instandhouding van het vastgoed en betekent een meer-investering.

5.3.5

5.4.1

Specifieke investeringskosten 10 jaar

In het volgende overzicht zijn alle nodige investeringen voor duurzaamheid in beeld gebracht voor de gehele portefeuille. Per gebouw is op basis van kentellen welke investeringen voor duurzaamheidsmaatregelen moet gedaan worden. Hierbij wordt gekeken naar het plaatsen van PV panelen, aanbrengen van LEDverlichting en het gas loos maken van een gebouw. In Figuur 7 is een totaal overzicht van de kosten en bijbehorende tijdlijn. In Bijlage 4 is voor 31 gebouwen een kaart opgenomen met daarin de resultaten van het energielabel en de investeringskosten en tijdlijn voor de duurzaamheidsmaatregelen.

Aardgasvrije resterende gebouwen

Door het toepassen van voorgenoemde route van vervangen en verduurzamen komt de CO2-reductie gemiddeld uit op 95%. Dit betekent dat voor een deel van het gemeentelijk vastgoed geen aanvullende verduurzaming nodig is en kan worden volstaan met enkel aardgasvrij maken. De berekening van de kosten voor zowel verduurzaming tot ENG, de kosten van een integrale verduurzaming als ook de kosten voor het maatregelenpakket ‘’aardgasvrij maken’’ zijn gebaseerd op de kostenkengetallen van VNG.

Figuur 7 Overzicht totale kosten en tijdlijn 10 jaar

36

37

dat de ambitie om in 2050 een voor 95% CO2-neutrale gemeentelijke gebouwenvoorraad te hebben gehaald wordt. Ook wordt het tussendoel (49% CO2-besparing) gehaald.

5.5 BATEN 5.5.1

Gedeeltelijk terugverdienen

Investeringen in energiebesparende maatregelen verdienen zichzelf (voor een deel) terug. Echter, ingrijpende maatregelen verdienen zich lang niet altijd terug. Investeringen die leiden tot een significante kwaliteitsverbetering, bijdragen aan levensduurverlenging en/of betrekking hebben op het voldoen aan wet- en regelgeving, kunnen worden geactiveerd en over meerdere jaren afgeschreven.

5.5.2

Naast de wettelijke eisen voldoet dit scenario ook aan de eigen geformuleerde ambities op het gebied van aardgasvrije gebouwen, zonnepanelen op eigen vastgoed en de doelstelling dat kantoorgebouwen voor 1 januari 2023 voldoen aan minimaal Energielabel C. Naast deze meetbare doelen wordt met dit scenario gestreefd naar een gezonde leefomgeving in de gemeentelijke gebouwen. Daarmee voldoet de gemeente aan haar voorbeeldfunctie en laat zij het goede voorbeeld zien voor bewoners en buurtgemeenten.

Gedeeltelijk onrendabel

Wanneer het CO2-reductiedoel volledig moet worden gerealiseerd binnen de gebouwschil, zijn de kosten gedeeltelijk onrendabel. Het vraagt dus een uitgekiende aanpak om deze eenmalige lasten op het meest gunstige moment te nemen. Dat zal voor ieder gebouw anders zijn.

5.6

RISICO’S

Een aantal ontwikkelingen op (intern)nationaal niveau hebben invloed op de planvorming en uitvoering van de DMJOP’s. In de markt zien we naast gebrek aan personeel steeds meer gevolgen van de schaarste van grondstoffen en de hoge olieprijzen, zoals exponentiele prijsstijgingen, leveringsproblemen en vraaguitval door onhaalbare businesscases.

De aanpak gaat uit van verduurzaming van deze gebouwen naar energieneutraal. Dit betekent dat voor veel gebouwen financieel onrendabele investeringen nodig zijn. Onrendabel betekent dat de investering zich niet terugverdienen. Bijvoorbeeld doordat voor het goed functioneren van energieconcepten aanvullende (onrendabele) maatregelen nodig zijn. Daarnaast kan de wijkgerichte aanpak betekenen dat zich eerder dan gepland een natuurlijk moment aandient om het gebouw te verduurzamen, omdat het van het aardgas af moet.

Tegelijkertijd zien we ook een toename aan urgentie om aan de slag te gaan. Zeker met de huidige energiemarkt geldt meer dan ooit dat energie en CO2 besparen ook direct geld besparen is.

Met de maatregelen in scenario B ‘Wettelijke kaders en eigen ambities’ voldoet de gemeente aan de wettelijk vastgestelde eisen. Dat betekent

38

6. Conclusie en aanbeveling

39

6. Conclusie en aanbeveling

kantoorgebouwen voor 1 januari 2023 voldoen aan minimaal Energielabel C.

6.1 INLEIDING

Naast deze meetbare doelen wordt met dit scenario gestreefd naar een gezonde leefomgeving in het gemeentelijk vastgoed. Daarmee laat de gemeente het goede voorbeeld zien aan bewoners en buurtgemeenten.

Gemeente Urk wil haar gemeentelijk vastgoed verduurzamen. Het doel is een realistische, haalbare en betaalbare Routekaart naar een 95% CO2neutrale gemeentelijke gebouwvoorraad in 2050. Hieronder is de conclusie van dit onderzoek samengevat.

Met dit rapport en de bijlagen ligt er een zorgvuldig afgewogen advies over de te kiezen route, het maatregelenpakket en de ambitie in tijd. Na het bestuurlijke besluit zullen de beschreven duurzame maatregelen per gebouw worden opgenomen in het MJOP met als resultaat een geïntegreerd Duurzaam-Meer-Jaren-Onderhouds-Plan (DMJOP).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Urk&id=7a4c2398-8015-406f-a3ab-4c146b234bb4