Schriftelijke vragen fractie CU over bijstand
Tekst van het document
Schriftelijke vragen van de fractie van de ChristenUnie aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel als bedoeld in artikel 56 van het Reglement van Orde voor de Raad
Bijstandsuitkering, de menselijke maat Eastermar, 8 januari 2021
Geacht college, In december 2020 berichtten diverse media over een vrouw uit de gemeente Wijdemeren die ruim €7000,- moet terugbetalen omdat zij niet bij de gemeente had gemeld dat haar moeder af en toe boodschappen voor haar deed. De fractie van de ChristenUnie wil weten hoe in Tytsjerksteradiel wordt omgegaan met bijstandsgerechtigden die een kleine gift krijgen van bijvoorbeeld familie of vrienden of die regelmatig levensmiddelen ontvangen van de voedselbank. De Participatiewet verplicht gemeenten giften in mindering te brengen op de bijstand. De wet laat weinig juridische ruimte voor de menselijke maat. Gemeenten kunnen in eigen beleidsregels vastleggen tot welk bedrag giften niet worden meegeteld. De Fractie van de ChristenUnie is van mening dat bijstandsgerechtigden zich logischerwijs aan de regels zouden moeten houden. Voor veel mensen is echter de bijstandsuitkering te laag om rond te komen. Als lokale overheid zouden we moeten toejuichen dat inwoners van onze gemeente elkaar in deze gevallen ondersteunen, en dit niet moeten willen ‘bestraffen’ door mensen direct te korten op hun uitkering. Wij pleiten voor de menselijke maat; fraude moet bestraft worden, maar kleine giften of een tas met boodschappen moet gewoon kunnen zonder consequenties voor je uitkering. Niet gemelde giften zouden bovendien niet direct als fraude moeten worden aangemerkt.
Bij mensen die ter goeder trouw hebben gehandeld zou ruimte moeten zijn voor een waarschuwing in plaats van direct over te gaan tot het terugbetalen van teveel ontvangen bijstand. Daarvoor is een wijziging van de landelijke Participatiewet nodig. Vandaag kwam de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie naar aanleiding van deze zaak met een initiatiefwet die gemeenten in staat moet stellen in soortgelijke gevallen barmhartiger te handelen.
Naar aanleiding van de berichtgeving hebben wij de volgende vragen voor het college: 1. Hoeveel giften mag een bijstandsgerechtigde in Tytsjerksteradiel ontvangen zonder dat dit consequenties heeft voor de hoogte van de bijstandsuitkering? En geldt voor giften onder deze grens alleen een vrijstelling voor de gevolgen voor de uitkering of ook vrijstelling van de meldplicht?
2. Voor welke geldelijke en ‘in natura’ giften geldt in Tytsjerksteradiel een meldplicht voor bijstandsgerechtigden? Is het voor de gemeente mogelijk kleinschalige giften (bijvoorbeeld een tas met boodschappen) uit te zonderen voor deze meldplicht? In welke verordening of beleidsregels zou de gemeente dat kunnen opnemen?
3. Hoe vaak komt het jaarlijks voor dat bijstandsgerechtigden in onze gemeente gekort worden op hun uitkering in verband met ontvangen giften? En gaat het in deze gevallen om geldelijke of ‘in natura’ giften? Kunt u inzicht geven in de hoogte van deze giften/kortingen? 4. Hoe vaak worden (gemiddeld jaarlijks) inwoners van onze gemeente als ‘fraudeur’ bestempeld? Op basis waarvan gebeurt dit? Wat zijn de gevolgen hiervan voor de relatie met de gemeente? Heeft dit stempel ook gevolgen voor de relatie met andere (overheids)instanties? Hoe lang kleeft dit stempel aan de betreffende inwoners? En wat moeten/kunnen zijn doen om dit stempel weer kwijt te raken? 5. Komt het in Tytsjerksteradiel voor dat inwoners tijdelijk huisvesting aanbieden aan naasten zonder vaste verblijfplaats? Hanteert de gemeente in dergelijke gevallen grenzen aan de mate van tijdelijkheid? Hoe wordt in dergelijke gevallen omgegaan met de verstrekking van een bijstandsuitkering? Wij zien uw antwoorden met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet, Namens de fractie van de ChristenUnie Jantsje van der Veen