Reactie op toezegging - Kosten inkomensgrens 110%, 120% en 130%
Tekst van het document
Overzicht mogelijke extra uitgaven bij verhogen inkomensgrens van 110 naar 120 en 130% Conclusie De extra kosten van het verhogen van de inkomensgrens van 110% naar 120% zijn naar verwachting € 485.000. De kosten voor Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur stijgen niet. Voor deze subsidiepartijen houden wij namelijk al rekening met een inkomensgrens van 120%. Passen we de inkomensgrens aan van 110% naar 130%, dan stijgen de kosten met ongeveer € 1.000.000 per jaar. Bij het berekenen van de bedragen hebben wij geen rekening gehouden met: ▪ benodigde extra formatie omdat we meer aanvragen moeten afhandelen; ▪ toekomstige indexeringen.
#
Regeling
Inkomens grens
Uitgaven
Uitgaven 120%
1 2 3 4
Bijzondere bijstand
110%
€ 661.381
Individuele Inkomenstoeslag
110%
Compensatie eigen risico
5 6 7
Uitgaven130%
€ 881.841
Verschil 120% t.o.v. huidige uitgaven € 220.460
€ 1.102.302
Verschil 130% t.o.v. huidige uitgaven € 440.921
€ 583.100
€ 742.100
€ 159.000
€ 901.100
€ 318.000
110%
€ 137.700
€ 183.600
€ 45.900
€ 229.500
€ 91.800
Collectieve ziektekostenverzekering Stichting Leergeld
110%
€ 162.378
€ 222.300
€ 59.922
€ 276.900
€ 114.522
120%
€ 76.500
€ 76.500
€0
€ 98.550
€ 22.050
Jeugdfonds Sport & Cultuur
120%
€ 42.000
€ 42.000
€0
€ 54.000
€ 12.000
Volwassenenfonds Sport & Cultuur
120%
€ 49.000
€ 49.000
€0
€ 61.770
€ 12.770
€ 1.712.059
€ 2.197.341
€ 485.282
€ 2.724.122
€ 1.012.063
Totaal
Pagina 1 van 5
Algemeen Voor alle minimaregelingen geldt dat het open einde regelingen zijn. Voldoet de inwoner aan de voorwaarden, dan heeft deze inwoner recht op de regelingen. Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en het Volwassenenfonds Sport & Cultuur voeren de ‘meedoen regelingen’ voor ons uit. De regelingen bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, compensatie eigen risico en de collectieve ziektekostenverzekering voeren wij zelf uit. Bij de berekening van de bedragen zijn wij uitgegaan van de potentiële doelgroep die in aanmerking komt voor de minimaregelingen. Hiervoor hebben wij de cijfers van het CBS gebruikt (zie bijlage 1). Wij maken daarbij de kanttekening dat mogelijk niet alle huishoudens in aanmerking komen voor de regelingen. Op grond van de Participatiewet moeten wij een vermogenstoets doen. Het kan dan zijn dat huishoudens wel een laag inkomen hebben, maar dat er geen recht bestaat op de regelingen omdat het vermogen te hoog is. Onze rekenmethode gaat dus uit van een aantal aannames.
Rekenmethode Bijzondere bijstand
We gaan uit van de gemiddelde uitgaven over 2020 tot en met 2024 (€ 661.381). Inkomensgrens 120% ▪ € 661.381 / het aantal inwoners bij 110% (1.500) = € 440.921 ▪ € 440.921 x het aantal inwoners bij 120% (2.000) = € 881.841
Individuele Inkomenstoeslag
Inkomensgrens 130% ▪ € 661.381 / het aantal inwoners bij 110% (1.500) = € 440.921 ▪ € 440.921 x het aantal inwoners bij 130% (2.500) = € 1.102.302 We gaan uit van de vaste bedragen over 2025 per type huishouden: - € 662 voor een gezin - € 597 voor een alleenstaande ouder - € 464 voor een alleenstaande Wij hebben rekening gehouden met het sociaal minimum van tenminste 1 jaar (CBS gegevens). Om in aanmerking te komen moet het inkomen en vermogen minstens 3 jaar op het sociaal minimum te zitten. De aantallen vallen dus waarschijnlijk lager uit. Uitgaven bij inkomensgrens 110% ▪ € 662 x het aantal meerpersoonshuishouden bij 110% (300) = € 198.600 ▪ € 597 x het aantal eenouderhuishouden bij 110% (100) = € 59.700 ▪ € 464 x het aantal alleenstaandenhuishouden bij 110% (900) = € 324.800 Totaal uitgaven: € 583.100 Pagina 2 van 5
Uitgaven bij inkomensgrens 120% ▪ € 662 x het aantal meerpersoonshuishouden bij 110% (400) = € 264.800 ▪ € 597 x het aantal eenouderhuishouden bij 110% (100) = € 59.700 ▪ € 464 x het aantal alleenstaandenhuishouden bij 110% (900) = € 417.600 Totaal uitgaven: € 742.100 Uitgaven bij inkomensgrens 130% ▪ € 662 x het aantal meerpersoonshuishouden bij 110% (500) = € 331.000 ▪ € 597 x het aantal eenouderhuishouden bij 110% (100) = € 59.700 ▪ € 464 x het aantal alleenstaandenhuishouden bij 110% (1.100) = € 510.400 Totaal uitgaven: € 901.100 Compensatie eigen risico
We hanteren in onze berekening het compensatiebedrag van 2025. Dit is € 153 per persoon. Wij gaan ervan uit dat vooral mensen met een chronische ziekt het eigen risico volledig gebruiken. Op 1 januari 2022 had ruim 60% van de Nederlandse bevolking één of meer chronische aandoeningen. Een ‘chronische aandoening’ is een aandoening waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel 1. Inkomensgrens 110% ▪ 60% van het aantal personen (1.500) = 900 ▪ 900 x € 153 = € 137.700 Inkomensgrens 120% ▪ 60% van het aantal personen (2.000) = 1200. ▪ 1.200 x 153 = € 183.600 Inkomensgrens 130% ▪ 60% van het aantal personen (2.500) = 1500. ▪ 1.500 x 153 = € 229.500
1
Chronische aandoeningen en multimorbiditeit | Leeftijd en geslacht | Volksgezondheid en Zorg Pagina 3 van 5
Collectieve ziektekostenverzekering (kinderen tot 18 jaar zijn gratis meeverzekerd met de ouders)
We gaan uit van de gemiddelde uitgaven over 2020 tot en met 2024 (€ 162.378). Inkomensgrens 120% ▪ € 162.378 / (het aantal inwoners bij 110% (1.500) minus het aantal kinderen (250)) = € 130 ▪ € 130 x (het aantal inwoners bij 120% (2.000) minus het aantal kinderen bij 120% (290) = € 222.300 Inkomensgrens 130% ▪ € 162.378 / (het aantal inwoners bij 110% (1.500) minus het aantal kinderen (250)) = € 130 ▪ € 130 x (het aantal inwoners bij 130% (2.500) minus het aantal kinderen bij 120% (370) = € 276.900
Stichting Leergeld (kinderen van 4 tot 18 jaar)
We gaan uit van de verstrekte subsidie 2025: € 76.500
Jeugdfonds Sport & Cultuur (kinderen van 4 tot 18 jaar)
We gaan uit van de verstrekte subsidie 2025: € 42.000
Volwassenenfonds Sport & Cultuur (inwoners vanaf 18 jaar).
We gaan uit van de verstrekte subsidie 2025: € 49.000
Inkomensgrens 130% ▪ € 76.500 / door het aantal kinderen tussen de 4 en de 18 jaar bij 120% (210) = € 365 per kind ▪ € 365 x het aantal kinderen tussen de 4 en de 18 jaar bij 130% (270) = € 98.550
Inkomensgrens 130% ▪ 42.000 / door het aantal kinderen tussen de 4 en de 18 jaar bij 120% (210) = € 200 per kind ▪ € 200 x het aantal kinderen tussen de 4 en de 18 jaar bij 130% (270) = € 54.000
Inkomensgrens 130% ▪ 49.000 / (het aantal personen bij 120% (2.000) minus aantal kinderen bij 120% (290)) = € 29 per volwassenen ▪ € 29 x (het aantal personen bij 130% (2.500) minus het aantal kinderen bij 130% (370)) = € 61.770
Pagina 4 van 5
Bijlage 1: overzicht aantal inwoners per inkomenscategorie | gemeente Tytsjerksteradiel Inkomens tot 130% sociaal minimum2 % Aantal huishoudens 100% 400 101% 700 105% 800 110% 1.000 120% 1.300 130% 1.600
Aantal personen 700 1.000 1.200 1.500 2.000 2.500
Inkomens tot 130% sociaal minimum voor kinderen3 % Leeftijd 0 t/m 5 jaar 101% 50 105% 70 110% 80 120% 80 130% 100
Leeftijd 6 t/m 11 jaar 70 90 90 110 140
Leeftijd 12 t/m 17 jaar 30 60 80 100 130
Totaal 150 220 250 290 370
Type huishouden4 Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Eenouderhuishouden Totaal
110%* 700 300 100 1.100
120%* 900 400 100 1.400
130%* 1.100 500 100 1.700
100%* 200 200 0 400
* Tenminste 1 jaar op het sociaal minimum
StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2024) Microsoft Power BI 4 StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2024) 2 3
Pagina 5 van 5