CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Participatie zonnepark Skûlenboarch

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 28 augustus 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Participatie zonnepark Skûlenboarch5.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Riedsútstel

It Beslút Agindapunt Status Program Portefúljehâlder Amtner Bylage

: : : : : : :

28 augustus 2025 3 Besluitvormend Programma-overstijgend B. van Zandbergen J. Melessen Bijlage 1 - Financiële analyse

Saak- en stiknûmer

:

2025071610907 en 25ZG301606

Underwerp Participatie in zonnepark 'Skûlenboarch' Wy stelle jo foar te besluten om: 1. Een bedrag van maximaal € 6.900.000 bij wijze van pilot beschikbaar te stellen om te kunnen participeren als ondernemer in zonnepark ‘Skûlenboarch’ en hiermee een aandelenkapitaal met bijbehorend eigendom en zeggenschap te verwerven van ca. 70%; 2. Het treasurystatuut zodanig aan te passen, dat het mogelijk is dat we als gemeente als ondernemer participeren in Zonnepark ‘Skûlenboarch’ en dat hiervoor op grond van het nieuwe treasurystatuut op rechtmatige wijze de financiering van het aandelenkapitaal kan plaatsvinden; 3. Bij de participatie in Zonnepark ‘Skûlenboarch’ deze organisatie als verbonden partij te beschouwen op basis van een op te stellen privaatrechtelijke overeenkomst, die hier aan ten grondslag ligt; 4. Aan de gebiedscoöperatie een voorschot van € 75.000 beschikbaar te stellen om te komen tot een financial close en dit bedrag in 2025 mee te nemen ten laste van het begrotingssaldo; 5. De tekorten van het zonnepark ‘Skûlenboarch’ in zes van de eerste elf jaar van het project ten bedrage van € 333.000, waarvan € 198.000 in het jaar 2026 mee te nemen in de begroting 2026 en verder; 6. In te stemmen met de uitgangspunten en ontbindende voorwaarden zoals genoemd in het voorstel onder overwegingen.

Koarte gearfetting Het afgelopen jaar is naar aanleiding van een verzoek van de Coöperatie Enerzjyk Skûlenboarch U.A. (hierna: ‘de gebiedscoöperatie) uitvoerig onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om financieel te participeren in en/of (mede)eigenaar te worden van het drijvende zonnepark Skûlenboarch. Uiteindelijk hebben wij besloten dit niet te doen. Uw raad is daar in de vergadering van 20 maart 2025 over geïnformeerd. Ook de gebiedscoöperatie hebben we van dit besluit op de hoogte gesteld. De gebiedscoöperatie heeft vervolgens besloten andere opties te onderzoeken om te komen tot een alternatieve financiering. Dit leek te lukken. Op het laatste moment heeft

echter één van de beoogde investeerders zich alsnog teruggetrokken. Daarop heeft de gebiedscoöperatie zich op 9 juli 2025 opnieuw bij het college gemeld met de vraag of de gemeente alsnog zou willen participeren. Op 14 juli 2025 hebben wij in een extra collegevergadering besloten de vraag verder uit te werken en voor te leggen aan uw raad. Gelet op de ontwikkelingen stellen wij uw raad nu voor alsnog, onder voorwaarden, te participeren als ondernemer in zonnepark Skûlenboarch. Foech ried/kolleezje De raad is bevoegd om een financieel kader vast te stellen (budgetrecht). Ynlieding en histoarje Op 26 maart 2024 is een brief ontvangen van de gebiedscoöperatie. Zij doet in deze brief een verzoek tot ondersteuning van lokaal eigendom en vraagt de gemeente de mogelijkheden te onderzoeken om financieel te participeren in en/of mede-eigenaar te worden van het drijvende zonnepark Skûlenboarch. Het college heeft de mogelijkheden vervolgens uitvoerig laten onderzoeken en uitwerken. Op 19 december 2024 hebben wij uw raad door middel van een informerende bijeenkomst meegenomen in het proces rond de eventuele participatie in zonnepark Skûlenboarch. Op 11 februari 2025 is uw raad vervolgens in een Iepen Poadium uitgebreid geïnformeerd over de businesscase en de juridische aspecten die hiermee gemoeid zijn.

Uit onderzoek is gebleken dat de businesscase gezond is en dat er, behoudens een aantal aandachtspunten, ook geen sprake is van juridische belemmeringen. Op 27 februari 2025 heeft een opiniërende behandeling plaatsgevonden aan de hand van een vijftal vragen. Kern van de discussie was daarbij de politieke vraag: moet de gemeente Tytsjerksteradiel financieel participeren in het zonnepark Skûlenboarch om lokaal eigendom veilig te stellen en daarmee het publieke belang van de (lokale) energievoorziening in dit geval ook als publieke, gemeentelijke taak zien? Op basis van de discussie in uw raad hebben wij op 4 maart 2025 geconstateerd dat de politieke basis niet breed genoeg was om te investeren in zonnepark Skûlenboarch. In uw vergadering van 20 maart 2025 bent u hierover geïnformeerd. Uw raad heeft daarop een motie aangenomen waarin u het college verzoekt ‘de doar iepen te hâlden foar mooglike alternative opsjes oangeande it projekt, yn oerlis mei de gebiedskoöperaasje’. Wij hebben ons besluit en de motie op 24 maart 2025 met de gebiedscoöperatie besproken. De gebiedscoöperaatie heeft vervolgens besloten eerst andere opties te onderzoeken om te komen tot een alternatieve financiering. Dit leek te lukken. Op het laatste moment heeft echter één van de beoogde investeerders zich alsnog teruggetrokken.

Daarop heeft de gebiedscoöperatie zich, bij monde van haar adviseur Enber B.V., op 9 juli 2025 opnieuw bij het college gemeld met de vraag of de gemeente deze positie zou willen overnemen. Op 14 juli 2025 hebben wij in een extra collegevergadering besloten de vraag verder uit te werken en voor te leggen aan uw raad. Te berikken effekt In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat we ernaar streven dat wind- en zonprojecten voor (tenminste) 50% in lokaal eigendom komen. Lokaal eigendom is een belangrijk middel om maatschappelijk draagvlak voor de energietransitie te versterken, want hiermee blijven de baten van een project in de regio en profiteert de (directe) omgeving hiervan. Bij het zonnepark Skûlenboarch dreigt dit niet te lukken, omdat de gebiedscoöperatie de hiervoor benodigde financiering niet rond krijgt. Met dit voorstel willen wij tegemoetkomen aan het verzoek van de gebiedscoöperatie om te investeren en daarmee realisatie van het park én het lokaal eigendom zeker te stellen.

Arguminten 1. Het voorstel past in het ingezet Duurzaamheidsbeleid In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat we ernaar streven dat winden zonprojecten voor (tenminste) 50% in lokaal eigendom komen. Wij willen daarmee voorkomen dat de financiële opbrengsten van lokale energie opwek ten goede komen aan derden (investeerders) en zodoende niet in het gebied zelf terecht komen. Dit streven is ook opgenomen in de Zonneladder behorende bij onze Duurzaamheidsagenda (1 juli 2021) en door vertaald in de Anterieure Overeenkomst die is overeengekomen bij de ontwikkeling van het zonnepark Skûlenboarch. 2. Het voorstel past bij de ontwikkelingen op het gebied van Duurzaamheid a. Ons energiesysteem verandert fundamenteel. Minder centraal en meer decentraal. Veel hernieuwbare energie wordt lokaal in de buurt van vraag en aanbod met zon, wind en lokale warmtebronnen opgewekt. Een nieuw speelveld waarin ‘we’ zelf energie produceren en (georganiseerd) leveren aan anderen. Met deze systeemverandering dienen publieke belangen opnieuw te worden gewogen en geborgd. b. Het verzoek van de gebiedscoöperatie past in de bredere afweging die we willen maken om als (ANNO) gemeente(n) wel of niet te investeren in lokale systemen voor hernieuwbare energie-opwek. Dit verzoek komt echter wat te vroeg; een principiële discussie over dit onderwerp is nog niet gevoerd.

Die verlegenheid heeft er wel toe geleid dat wij behoorlijk geworsteld hebben met de vraag of wij er op dit moment wel goed aan doen een investeringsvoorstel aan uw raad voor te leggen. Kunnen wij ons, vooruitlopende op het beantwoorden van die principiële vraag wel als ondernemer begeven op de energiemarkt? Uiteindelijk menen wij van wel. Zonnepark Skûlenboarch biedt een uitgelezen kans om met een concrete casus bij wijze van pilot de kansen en risico’s in kaart te brengen. 3. Verkrijgen van een strategische positie in de energiemarkt Door te investeren wordt de gemeenten (mede)eigenaar en kan zij invloed uitoefenen op de locatie, inrichting en exploitatie van lokale energie-opwek. Dit zorgt ervoor dat de opwek beter aansluit bij de lokale behoeften en wensen. Als de gemeente investeert, dan verkrijgt de gemeente als producent van (hernieuwbare) energie ook een strategische positie in het afstemmen van het lokale aanbod en de vraag naar energie. Dit kan bijdragen aan een goed werkend elektriciteitsnetwerk (verminderen netcongestie, onbalans, etc.) wat essentieel aan het worden is voor lokale bedrijven én inwoners. Daarbij kan de gemeente vanuit deze positie actief sturen en inzetten op aanvullende maatregelen zoals bijvoorbeeld de inzet op de vorming van een energie hub. 4.

Democratische legitimatie Een investering door de gemeente betekent verder dat de baten in principe, naar rato van die investering, alle inwoners van onze gemeente toekomen. Het is vervolgens aan de gemeenteraad om te besluiten hoe die baten besteed zullen worden. Die kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden voor andere duurzame projecten of om de lokale economie te versterken. Maar ook om wegonderhoud te plegen of het maatschappelijk voorzieningenniveau in de afzonderlijke dorpen op peil te houden. De democratische legitimatie van de besteding van de baten is met de gemeente als investeerder met andere woorden gewaarborgd.

Oerwagings Op 4 maart 2025 hebben wij besloten niet te investeren in het zonnepark ‘Skûlenboarch’, omdat wij de politieke basis op dat moment niet breed genoeg vonden. Wij hebben uw raad daarover geïnformeerd in uw vergadering van 20 maart 2025. Uw raad heeft vervolgens een motie aangenomen waarin u het college verzoekt ‘de doar iepen te hâlden foar mooglike alternative opsjes oangeande it projekt, yn oerlis mei de gebiedskoöperaasje’. Deze, breed gedragen, motie is voor ons aanleiding om nu alsnog met een investeringsvoorstel te komen. Belangrijke overwegingen daarbij zijn: 1.

De termijn voor de SDE++ subsidie dreigt te verlopen Er moet minimaal een Engineering, Procurement, and Construction (EPC) contract liggen vóór 1 september om de SDE++ subsidie zeker te stellen. Een EPC is een projectleveringsmodel waarbij één aannemer verantwoordelijk is voor alle aspecten van een project, van ontwerp en inkoop tot constructie en oplevering. Dit model wordt vaak gebruikt in sectoren zoals de bouw, energie en infrastructuur. Alleen de aandeelhouder (nu dus Groen Leven/Baywa) kan een dergelijk contract ondertekenen. De termijn is een paar keer opgerekt (eerdere deadline lag op 1 juni) en de RVO heeft aangegeven dat dit nu toch echt het laatste uitstel zou zijn. Daar zit dus geen rek meer in, al hebben wij er bij de huidige aandeelhouder (Groen Leven/ Baywa), via Enber B.V., op aangedrongen alles in het werk te stellen alsnog uitstel bij de RVO te bepleiten omdat niet voorzien kon worden dat een investeerder op het laatste moment afhaakte. Een verzoek hiertoe ligt inmiddels bij het RVO. Het missen van de SDE++ subsidie zou feitelijk het definitieve einde van het project ‘Skûlenboarch’ binnen de huidige businesscase betekenen. De bank zal in dat geval namelijk niet meer c.q. niet meer onder dezelfde condities een seniorlening verstrekken.

2.

De investering valt lager uit Om de positie van investeerder over te kunnen nemen is een bedrag van € 6,9 miljoen benodigd. Dat is aanzienlijk lager dan de € 12,5 miljoen die in eerste instantie genoemd is. Een investering van € 6,9 miljoen betekent dat de gemeente, naar rato, ook ca. 70% van de aandelen/zeggenschap moet hebben.

3.

De businesscase is verbeterd Als gevolg van aanvullende onderhandelingen van Enber B.V. met Groen Leven /Baywa is de businesscase op basis van het IRR verbeterd van 7,2 naar ca. 8,8%. Voor het overige blijft de eerder gepresenteerde businesscase actueel. Opgemerkt moet worden dat het IRR mede afhangt van de uitganspunten c.q. voorspellingen waarmee gerekend wordt. Andere marktpartijen die (ook) gevraagd zijn de positie over te nemen zijn inmiddels afgehaakt, omdat zij op basis van eigen onderzoek en eigen uitgangspunten tot een lager IRR komen waardoor de businesscase voor hen niet interessant meer is. Idealiter hadden wij natuurlijk ook zelf onderzoek willen laten uitvoeren, maar de tijd daartoe ontbreekt. Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FFSE; investeerder) en de ING (seniorlening) accepteren de uitgangspunten c.q. voorspellingen van de businesscase overigens wel.

Uitgangspunten en ontbindende voorwaarden Ons beluit om uw raad een investeringsvoorstel voor te leggen is gebaseerd op een advies en een financiële analyse die onder grote tijdsdruk naar beste eer en geweten in vakantieperiode zijn geformuleerd. De businesscase ziet er gezond uit, maar het feit dat marktpartijen als investeerder afhaken, geeft wel te denken. Verder is er sprake van een aantal risico’s en onzekerheden die zoveel mogelijk moeten worden uitgesloten. In dat kader vinden wij het verstandig te werken met een aantal uitgangspunten en ontbindende voorwaarden:

Uitgangspunten • Als we investeren, dan geldt dat de aandelen/zeggenschap en revenuen naar rato van het ingebracht vermogen zal moeten worden verdeeld. Investeert de gemeente ca. € 6,9 miljoen, dan betekent dit dus naar rato van haar inbreng een aandelenbelang/zeggenschap van ca. 70%; • Het FSFE en de ING mogen niet op het laatste moment nog afhaken. Extra investeerders zijn welkom om de totale gemeentelijke investering zoveel mogelijk te beperken; Ontbindende voorwaarden • De EPC overeenkomst met de aannemer dient op het moment van toetreding van de gemeente, door de huidige aandeelhouder (GroenLeven/Baywa) zijn afgesloten en afgehecht waarbij ook geldt dat alle bouwrisico’s c.a. afdoende zijn afgedekt.

We gaan uit van een ‘turn key’ oplevering; • De SDE++ subsidie moet op het moment van overname door de gemeente, door de huidige aandeelhouder (GroenLeven/Baywa), zeker gesteld zijn, waarbij ook geldt dat de bouwtijd realistisch moet passen binnen de voorwaarden (de termijn waarop het park gereed moet zijn); • Op het moment van toetreding door de gemeente dienen de uitkomsten van de reeds uitgevoerde en nog uit te voeren ‘due diligence’ onderzoeken op financieel, juridisch en technisch vlak voor de gemeente conveniërend te zijn (geen verrassingen) Alternativen Een alternatief om aan het verzoek van de gebiedscoöperatie tegemoet te komen, is het (deels) financieren van de benodigde middelen tegen een marktconforme rente. In dat geval gaan uit van een investering van € 6,9 miljoen, onderverdeeld in een initiële investering van € 1 miljoen tegen 51% van de aandelen (vereiste om afspraken te kunnen maken met de OVEF) en een vervolginvestering van maximaal € 5,9 miljoen, waarbij te zijner tijd wordt besloten in welke vorm deze vervolginvestering wordt gegoten. Als dat een lening betreft, dan betekent dat minder (financieel) risico, maar ook minder aandelen/zeggenschap/opbrengst. Bovendien vinden wij dat bij een gemeentelijke investering ook past dat de opbrengsten daarvan zoveel mogelijk ten goede komen aan alle inwoners van onze gemeente.

Een alternatief is ook om het realiseren van een dergelijk zonnepark aan de markt over te laten, omdat de principiële discussie over de vraag of wij als gemeente ons op deze markt moeten bewegen nog niet gevoerd is. Daarbij bestaat het risico dat het zonnepark niet binnen de huidige businesscase kan worden gerealiseerd en het doel rond het lokale eigendom niet kan worden behaald. Kanttekenings/risiko’s 1. Stroomprijs lager dan verwacht na afloop van de SDE++ tussen jaar 16 en 30 De stroomprijs waar in de businesscase vanuit wordt gegaan, kan in de praktijk hoger, maar ook lager uitvallen. Gedurende de eerste 15 jaar, wordt dit risico weggenomen door de SDE++ subsidie, maar daarna vormt de prijsontwikkeling dus in principe een risico. Dit risico is vooraf ook onderkend. De stroomprijs in de businesscase is door een erkende onafhankelijke partij (Aurora) volgens conservatief profiel getoetst. 2. Tijdig operationeel zijn van het park Aanvankelijk was het de bedoeling dat het park in Q3 2025 zou worden opgeleverd en in bedrijf zou worden gesteld. In maart was Q1 2026 in beeld, mits er tijdig opdracht kan worden gegeven om de noodzakelijke materialen te bestellen. Met het verdere uitstel begint de planning kritisch te worden omdat het park op grond van de voorwaarden bij de SDE++ subsidie vóór 1 mei 2026 operationeel zou moeten zijn.

Wij gaan er vanuit dat die deadline met het verlengen van de termijn ook is opgeschoven, maar hebben daar geen zekerheid over. Vandaar dat wij een realistische bouwtijd als ontbindende voorwaarde willen opnemen. 3. Lagere opbrengst in MWh/jaar In de businesscase wordt uitgegaan van een opbrengst per MWh/jaar. Dit is gebaseerd op ‘due diligence’ onderzoek door een erkende onafhankelijke partij (Every). Het blijft echter een prognose en dat betekent dat de opbrengst in de praktijk hoger, maar ook lager kan zijn. Uit een uitgevoerde stresstest blijkt overigens dat de businesscase ook bij een lagere opbrengst van de panelen nog steeds gezond is. 4. Eventuele ontmanteling van het park is kostenneutraal meegenomen in de businesscase In de businesscase is er van uitgegaan dat een eventuele ontmanteling van het park op termijn kostenneutraal kan plaatsvinden, omdat de waarde van de restmaterialen naar verwachting op zal wegen tegen de sloopkosten. Dit is een algemeen geaccepteerd uitgangspunt in vergelijkbare situaties, maar vormt niettemin een zeker risico. Overigens kan het ook zijn dat de waarde van de restmaterialen te zijner tijd de kosten van de sloop overschrijdt. 5. Er wordt uitgegaan van 100% afname van energie door OVEF; dit is nog niet helemaal zeker Uitgangspunt is dat er via de OVEF 100% afname is van de energie.

Dit hangt echter nog wel af van de vraag wat de verhouding in zonne- en windenergie is binnen de portefeuille van de OVEF en of er meerdere projecten voor lokale energie opwek binnen het werkgebied van de OVEF in ontwikkeling zullen zijn. 6. Een aantal onderzoeken is nog niet afgerond Een aantal ‘due diligence’ onderzoeken moet nog worden afgerond. Due diligence verwijst in brede zin naar het proces van het onderzoeken en verifiëren van informatie over een bedrijf of investeringsmogelijkheid. Op financieel, juridisch en technisch vlak moet nog een aantal van deze onderzoeken worden uitgevoerd. Die mogen natuurlijk geen verrassingen opleveren, vandaar dat we hier een ontbindende voorwaarde voor willen opnemen. 7. Onzeker is nog of er gerekend moet worden met dividendbelasting In de businesscase is geen rekening gehouden met het eventueel afdragen van dividendbelasting. Het is op dit moment onzeker of wij als gemeente dit moeten doen. Dit zal nog door een fiscaal jurist moeten worden uitgezocht. Wanneer er dividendbelasting dient te worden afgedragen, dan heeft dit uiteraard een negatief effect op het rendement. Juridyske aspekten Eigendom, zeggenschap en hoofdstructuur De gebiedscoöperatie betreft de gezamenlijke coöperatie van Plaatselijk Belang Drogeham, Plaatselijk Belang Kootstertille, Doarpsbelang Jistrum-Skûlenboarch en Enerzjyk Eastermar.

In de onderhandelingen met het FSFE en de, inmiddels afgevallen, investeerder is er vanuit gegaan dat het zonnepark Skûlenboarch na realisatie voor 51% in eigendom komt van gebiedscoöperatie, voor 29,9% van het FSFE en voor 19,1% van de investeerder. Mocht de gemeente instappen, dan is het één op één overnemen van de positie van de investeerder op basis van deze uitgangspunten vanuit gemeentelijk perspectief geen optie, omdat we aan de regels rond staatsteun moeten kunnen voldoen én een partij als de OVEF dan geen energie zou kunnen afnemen van het park. Dat kan alleen als een gemeente over een meerderheid van de eigendom en zeggenschap (daarmee de aandelen) beschikt.

Uitgangspunt bij een investering van maximaal € 6,9 miljoen zou dan ca. 70% aandelen/zeggenschap voor de gemeente moeten zijn om aan de regels rond staatsteun te kunnen voldoen (zie hierna). Treasurystatuut In beginsel is de gemeente overheid en geen bankier. De gemeente richt zich op publieke taken en heeft haar investeringskaders vastgelegd in het gemeentelijke treasurystatuut.. Waar de markt kan voorzien is in beginsel geen ruimte voor een overheid als ondernemer, investeerder en/of financier. Voorgaande laat onverlet dat het treasurystatuut interne regelgeving betreft en indien gewenst kan worden aangepast om bij uitzondering ruimte te bieden voor participatie door de gemeente in energieprojecten en initiatieven, waarbij de gemeente als ondernemer optreedt. Het aanpassen van het treasurystatuut is dus mogelijk, uiteraard voor zover dit niet strijdig is met de vigerende wet- en regelgeving op Europees en nationaal niveau. Wet markt- en overheid, staatssteun en aanbestedingsrecht Een belangrijke vraag die we ons moeten stellen is hoe we voorkomen dat een investering of financiering wordt aangemerkt als ongeoorloofde staatssteun.

In het voorgaande traject hebben wij dan ook juridisch advies gevraagd aan Straatman en Koster Advocaten op de volgende drie onderdelen: a) Aanbesteding b) Staatssteun c) Wet markt en overheid Op basis van de door Straatman en Koster uitgebrachte advies heeft de gemeente een aantal aandachtspunten mee gekregen om het staatsteunrisico op de belangrijkste onderdelen te minimaliseren dan wel uit te sluiten. Het belangrijkste aandachtspunt betreft dat elke financiële participatie van de gemeente tegen markconforme condities dien te geschieden en dat dit objectief kan worden onderbouwd. Deze onderbouwing kan bijvoorbeeld worden gevonden in objectieve waardebepaling (aandelen) dan wel door het hanteren van marktconforme voorwaarden en rente bepaling (share holders loan). Idealiter had de gemeente hiervoor zelf een externe deskundige ingeschakeld om de huidige businesscase vooraf op marktconformiteit te laten beoordelen. Gelet op het korte tijdsbestek is hier geen tijd en ruimte meer voor. Echter ING en FSFE zijn beide financiële instellingen waarbij het risicodragend participeren in projecten tot hun corebusiness behoort. In deze moeten wij erop kunnen vertrouwen dat ING en FSFE de huidige businesscase en de voorgenomen transactie gedegen en zorgvuldig op haar merites hebben beoordeeld.

Dit ook met de wetenschap dat FSFE (deelneming provincie Fryslân) een instelling is die vanwege haar publieke aandeelhouder mede gebonden is aan het zelfde staatsteunrechtelijk kader alwaar de gemeente mee te maken heeft. Door zoveel mogelijk dezelfde financiële voorwaarden en condities als de FSFE (termsheets) te hanteren zou daarmee het risico op ongeoorloofde staatsteun tot een aanvaardbaar laag niveau moeten zijn gebracht. Precedentwerking Het besluit om deel te nemen in zonnepark Skûlenboarch moet gedragen worden door een deugdelijke motivering. Door de omstandigheden van een geval toe te lichten, ontstaat meer ruimte voor het bieden van maatwerk. Ongewenste precedentwerking kan met een uitgebreide en goede motivering worden voorkomen. Als goed kan worden gemotiveerd dat, gelet op de omstandigheden van het geval, maatwerk geboden is, dan zal in andere gevallen minder snel een succesvol beroep kunnen worden gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Er is dan minder snel sprake van ‘een gelijk geval’. Door ‘Skûlenboarch’ als pilot aan te merken, kan hiervoor een oplossing gevonden worden.

Governance Als de gemeente als investeerder optreedt zijn er mogelijk ongewenste gevolgen voor wat betreft governance (twee petten: mogelijke bestuurlijke spagaat als eigenaar/bestuurder in relatie tot politiek bestuurlijke besluitvorming en inspraak/afhankelijkheid). Bij de verdere inrichting en structurering van de projectorganisatie zal hier, mocht besloten worden in te stappen, nader overleg met de gebiedscoöperatie over moeten plaatsvinden en zal de governance op een juiste manier ingeregeld en gewaarborgd dienen te worden zodat voormelde spagaat voorkomen wordt. Met het oog daarop wordt vanuit Straatman en Koster ook geadviseerd om de gemeentelijke rol binnen de projectorganisatie te beperken tot die van aandeelhouder, waarbij het bestuur en eventueel RvC van de projectorganisatie worden benoemd door gemeente, maar bestaan uit onafhankelijke externe personen (niet in dienst van gemeente).Dat geldt dus ook voor het meerderheidsbelang: als de gemeente geen meerderheidsbelang heeft, dan kan de OVEF ook geen stroom van het park afnemen. Investeerder = verbonden partij Als de gemeente een financieel belang gaat nemen en mede-eigenaar wordt van zonnepark Skûlenboarch is de Nota Verbonden Partijen van toepassing. In deze nota is een afwegingskader opgenomen hoe de gemeente overgaat tot deelname in een verbonden partij.

In de nota staat: ‘De keuze voor een verbonden partij (m.u.v. wettelijk bepaalde) wordt gemaakt omdat dezelfde activiteiten kunnen worden uitgevoerd met meer efficiency, kwaliteit of continuïteit. Daarnaast zijn er verbonden partijen die wettelijk verplicht zijn.’ Deelname aan een verbonden partij vindt feitelijk alleen plaats als dat noodzakelijk is voor het algemeen belang. Wanneer het oordeel is dat er géén sprake is van een algemeen belang, zou de gemeente dit aan de markt over moeten laten en kan de gemeente niet deelnemen. Als de conclusie wordt getrokken dat door een belang te nemen in zonnepark Skûlenboarch het algemeen belang wél wordt gediend dan is de Wet Markt- en overheid van toepassing en komt langs deze weg ook het eventuele staatssteunvraagstuk om de hoek kijken. Uit het advies van Straatman en Koster komt naar voren dat de Wet Markt- en overheid geen aanvullende gezichtspunten of verplichtingen kent dan hetgeen reeds uit de algemene staatssteunregels volgt. Met het ondervangen van het staatssteunrisico wordt er tevens voldaan aan Wet Markt en overheid. Wij stellen uw raad voor Zonnepark Skûlenboarch als verbonden partyij te beschouwen op basis van een op te stellen privaatrechtelijke overeenkomst die hieraan ten grondslag ligt en bieden u de mogelijkheid uw wensen of bedenkingen kenbaar te maken.

Finânsjes De seniorlening (€ 22,5 miljoen) is zeker gesteld en de businesscase is verder verbeterd. Probleem is nu dat de beoogd investeerder een ‘gat’ in de begroting achterlaat van zo’n € 6,9 miljoen (maximaal). Enber B.V. heeft ons nu, namens de gebiedscoöperatie, gevraagd of de gemeente deze positie kan c.q. wil overnemen. Verder hebben zij ook een alternatief geschetst waarin de gemeente in eerste instantie maximaal € 1 miljoen bijdraagt om de aandelen van Groen Leven/BayWa over te kunnen nemen en dat dan later naar de wijze van inbreng van de resterende € 5,9 miljoen gekeken wordt. Dat is minimaal nodig om Groen Leven/Baywa) het EPC contract te kunnen laten ondertekenen. Om alle aandelen inclusief de projectrechten over te kunnen nemen is ca. € 4 miljoen nodig; het FSFE zou dan de overige € 3 miljoen beschikbaar moeten stellen voor dit doel. Het FSFE heeft aangegeven dat het risico op een koop van de aandelen met alleen de projectrechten te risicovol is zonder dat er zicht is op een volledige financial close. Een besluit van de raad zal daarom ook uit moeten gaan van een investering van € 6,9 miljoen dan wel minimaal een vervolginvestering moeten bevatten (€ 1 miljoen + maximaal € 5,9 miljoen: het geschetste alternatief). De gemeente neemt in deze situatie

dan het risico op volledige vervolgfinanciering. In onze financiële analyse (bijlage) zijn wij dan ook uitgegaan van een totale investering van € 6,9 miljoen. Om het proces verder te brengen en te komen tot een financial close (afronding diverse juridische ‘due dillegence’ onderzoeken) is naar schatting nog een bedrag van circa € 50.000 benodigd. Via de FSFE had de gebiedscoöperatie € 200.000 ten behoeve van de voorbereidingen beschikbaar. Dit budget is uitgeput en de juridische werkzaamheden zijn daarop voor dit moment opgeschort. Daarnaast maakt Enber B.V. ook nog de nodige kosten waar op dit moment geen dekking voor is. Enber B.V heeft aangegeven in deze fase voor eigen rekening en risico hun werkzaamheden af te ronden, maar zal bij financial close natuurlijk wel betaald moeten worden voor haar diensten. Ingeschat wordt dat hier nog eens ca. € 25.000 mee is gemoeid. Wij stellen uw raad daarom voor de nog te verwachten kosten van € 75.000 onderdeel te laten vormen van de totale projectkosten en ten laste te brengen van het begrotingssaldo. Hiermee delen dan de verschillende deelnemers in deze kosten. Op basis van de te ontvangen geldstromen is er, bij een investering van de volledige € 6,9 miljoen, in de eerste elf jaren zesmaal sprake van een (kas)tekort om aan onze eigen renteverplichtingen te kunnen voldoen.

Het totale tekort bedraagt over deze periode € 333.000, waarvan € 198.000 in het eerste jaar (2026). In jaar elf worden de tekorten (te ontvangen gelden vs. te betalen rente) ingelopen. De tekorten (met name in 2026) in de eerste jaren worden ten laste van het begrotingssaldo gebracht. Het voorstel past, zoals onder het kopje ‘juridisch’ reeds is aangegeven, niet binnen het huidige treasurystatuut en de Nota Verbonden Partijen. Bij een positief besluit van uw raad is aanpassing hiervan, gelet op de rechtmatigheid, noodzakelijk. Ynwenners- en oerheidspartisipaasje Het project ‘Skûlenboarch’ is een mooi voorbeeld van burgerparticipatie. Alle (bestuurs)leden zijn vrijwilligers die met hart en ziel proberen een mooi project voor de Mienskip van de grond te krijgen. Wat dit project extra uniek maakt, is het feit dat we het hier over vier verschillende dorpen in twee gemeenten hebben. Kommunikaasje Na besluitvorming door uw raad zal een nadere uitwerking in samenspraak met de gebiedscoöperatie en haar adviseurs plaatsvinden. Yntegraliteit Bij dit voorstel zijn de teams Financiën, Juridische Zaken, Grondzaken en Duurzaamheid betrokken. Previnsje Niet van toepassing. Gearwurking Het zonnepark ‘Skûlenboarch’ ligt in de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel.

Het hernieuwde verzoek tot financiering/investering van de gebiedscoöperatie is alleen voorgelegd aan het college van Tytsjerksteradiel, omdat Achtkarspelen in een eerder stadium al is afgehaakt. Investeren in zonnepark ‘Skûlenboarch’ past binnen de bredere afweging die we willen maken om als (ANNO) gemeente(n) wel of niet te investeren in lokale systemen voor hernieuwbare energie-opwek.

Dit betekent dat Achtkarspelen in een later stadium alsnog, tegen een marktconforme prijs, aan zou kunnen sluiten. Ook de overige ANNO gemeenten kunnen, gelet op de intergemeentelijke samenwerking op het gebied van de lokale opwek van energie, op een later tijdstip worden aangehaakt. Verder kan worden opgemerkt dat voor dit project mogelijk een claim kan worden gelegd op de middelen die recentelijk in het kader van de (nieuwe) Regiodeal zijn toegekend. Ferfolchtrajekt Na besluitvorming door de raad, zal één en ander in overleg en samenwerking met de gebiedscoöperatie verder worden uitgewerkt binnen de door de raad gestelde kaders. De raad zal via de LIST verder van de voortgang op de hoogte worden gehouden. Burgum, 19 augustus 2025 Het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel, secretaris,

burgemeester,

dhr. drs. J. Krul

mevr. C. Schokker-Strampel

Riedsbeslút De raad van de gemeente Tytsjerksteradiel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.19 augustus 2025, punt nummer 3 Beslút: 1. Een bedrag van maximaal € 6.900.000 bij wijze van pilot beschikbaar te stellen om te kunnen participeren als ondernemer in zonnepark ‘Skûlenboarch’ en hiermee een aandelenkapitaal met bijbehorend eigendom en zeggenschap te verwerven van ca. 70%; 2. Het treasurystatuut zodanig aan te passen, dat het mogelijk is dat we als gemeente als ondernemer participeren in Zonnepark ‘Skûlenboarch’ en dat hiervoor op grond van het nieuwe treasurystatuut op rechtmatige wijze de financiering van het aandelenkapitaal kan plaatsvinden; 3. Bij de participatie in Zonnepark ‘Skûlenboarch’ deze organisatie als verbonden partij te beschouwen op basis van een op te stellen privaatrechtelijke overeenkomst, die hier aan ten grondslag ligt; 4. Aan de gebiedscoöperatie een voorschot van € 75.000 beschikbaar te stellen om te komen tot een financial close en dit bedrag in 2025 mee te nemen ten laste van het begrotingssaldo; 5. De tekorten van het zonnepark ‘Skûlenboarch’ in zes van de eerste elf jaar van het project ten bedrage van € 333.000, waarvan € 198.000 in het jaar 2026 mee te nemen in de begroting 2026 en verder; 6. In te stemmen met de uitgangspunten en ontbindende voorwaarden zoals genoemd in het voorstel onder overwegingen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel van 28 augustus 2025.

De griffier,

De voorzitter,

mevr. mr. A. Dam

mevr. C. Schokker-Strampel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=d63045b8-120b-439f-93aa-0004a1e6de99