Overzicht vragen en antwoorden Kadernota 2026-2029 - versie 2.0
Tekst van het document
1 Overzicht vragen en antwoorden gemeenteraad TD Kadernota 2026-2029
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .....................................................................................................1 1.2 Ynlieding ........................................................................................................2 1.4 IN VOGELVLUCHT ............................................................................................5 2.1.3 Gemeentefonds ............................................................................................6 2.3 Ontwikkelingen in beleid ...................................................................................7
2
1.2 Ynlieding PvdA/GroenLinks 1.
In de Jaarstukken wordt gesproken over het afgeronde Biodiversiteitsplan. In de Kadernota (pagina 13) wordt dit kort genoemd in het Groenbeleidsplan, een punt dat in de Kadernota is vervallen. Aangegeven wordt dat daarin ambities zijn opgenomen die uitvoering geven aan het vastgestelde Beleidsplan Biodiversiteit. Echter, in het door het College voorgestelde te kiezen niveau zijn vrijwel alle biodiversiteit versterkende voorstellen geschrapt. Gezien de urgentie vraagt onze fractie zich af of niet op enigerlei wijze budget vindbaar is om uitvoering te geven aan het biodiversiteitsplan? Kan het in de jaarrekening 2024 genoemde overschot hiertoe dienen? Antwoord: In de begroting 2025-2028 is vanaf 2026 structureel € 140.000 beschikbaar voor biodiversiteit (2025; € 175.000). Het overschot van de jaarrekening 2024 is hiervoor niet geschikt. Bij structurele plannen hoort structureel geld.
VVD 1.
Vraag over pagina 8: Waren de leges in 2024 niet kostendekkend? Zo nee, welk percentage kostendekkendheid werd gerealiseerd? Antwoord: Op basis van de begroting 2024 was de kostendekkendheid van leges Omgevingsvergunningen 86%. Hoewel de tarieven in de legestabel gebaseerd zijn op kostendekkendheid, wordt de daadwerkelijke kostendekkendheid in belangrijke mate bepaald door de marktomstandigheden -het aantal aanvragen dat jaarlijks binnenkomt c.q. vergund wordt. De realisatie van de leges Omgevingsvergunningen lag ruim € 129.000 hoger dan begroot door een aantal grote bouwprojecten in onze gemeenten. Hierdoor was de gerealiseerde kostendekkendheid >100%.
2.
Vraag over pagina 8/9 extra verhoging OZB: Wat is het negatieve effect in €€€ als we de extra verhoging van driemaal 2,5% in de jaren 2026, 2027 en 2028 niet door laten gaan? Antwoord: Effect voor 2026: € 227.000 N Effect voor 2027: € 460.000 N Effect voor 2028: € 698.000 N (vanaf 2028 structureel € 698.000 N)
3.
Vraag over pagina 9 Praktijkondersteuner Huisarts (POH). Er wordt geschreven over eerdere evaluaties. Waar kunnen we deze vinden? Sinds wanneer is de POH actief in onze gemeente? In welke dorpen? Is de inzet van de POH in Tytsjerksteradiel enkel gericht op jeugd en welke leeftijdsgroep is dit? Antwoord: Vanwege de ontvlechting en de opbouw van de nieuwe organisatie kende de inzet van de POH-jeugd aanvankelijk enkele opstartproblemen. Op dit moment is er één POH-jeugd werkzaam binnen de gemeente. Per 1 juli 2025 start een tweede POH-jeugd, voor 32 uur
3 per week. De bedoeling is dat deze professional werkzaam zal zijn binnen alle zes huisartsenpraktijken. De POH-jeugd richt zich op jeugdigen van 0 tot 18 jaar en hun gezinnen. Inwoners van 18 jaar en ouder kunnen terecht bij de POH-GGZ. De gegevens van de eerdere evaluaties zijn toegevoegd in de bijlagen van dit document. In 2026 volgt een nieuwe evaluatie waarvoor o.a. zaken geregistreerd en gemeten worden als de hulpvraag, hoe deze is opgelost en welke zorgtrajecten daarmee zijn voorkomen. 4.
Vraag over pagina 9 We lezen: Capaciteit voor projectondersteuning ten behoeve van voortgang van (woningbouw)projecten en capaciteit voor projectleiding om recht te doen aan huidige ambities (woningbouw)projecten. Om de voortgang van onze projecten te waarborgen, is het essentieel dat voldoende capaciteit beschikbaar is voor zowel projectleiding als projectondersteuning. Een mogelijke manier om deze extra capaciteit te financieren, is door plankostenbijdragen en uren die binnen grondexploitaties vallen, als dekking te benutten. Vraag: Wat gaat er precies veranderen door deze nieuwe werkwijze? Betekent de insteek van zichzelf terugverdienen (business case) dat inwoners die in de toekomst een stuk grond willen kopen tegen een forse kostenstijging zullen aanlopen? Kunt u een inschatting geven hoeveel % de kosten zullen stijgen? Antwoord: Het is belangrijk om te onderstrepen dat er géén sprake is van een structurele kostenstijging voor inwoners of initiatiefnemers. De inzet van ambtelijke capaciteit voor projecten is op dit moment volledig opgenomen binnen de reguliere begroting. Dit geldt zowel voor interne uren als voor directe inzet op projecten. Waar mogelijk blijft het uitgangspunt dat uren voor projectleiding volledig uit de reguliere begroting worden bekostigd.
Tegelijkertijd constateren we dat bij specifieke ruimtelijke projecten de huidige capaciteit niet overeenkomt met de benodigde capaciteit. Daarom willen we gebruikmaken van plankostenbijdragen en opgenomen uren binnen grondexploitaties als dekking voor projectleiders- en ondersteuningscapaciteit. Deze keuze sluit aan bij het principe dat kosten die direct toerekenbaar zijn aan een concreet project, ook via dat project mogen worden verrekend.
5.
Vraag bij pagina 11/12 over de duurzaamheid checken van kantoorgebouwen. We lezen dat we deze nieuwe rijkstaak met de beschikbaar gestelde middelen niet kunnen uitvoeren. Het budget is toereikend voor het checken van vier bedrijven. Wat doen onze buurgemeenten op dit vlak? (geen knaken, geen taken)? Wat adviseert de VNG? Antwoord: De VNG biedt geen advies anders dan dat handhaving hierop een wettelijke taak is die door de gemeente moet worden uitgevoerd. Vraag staat uit bij buurgemeenten wat zij momenteel doen op dit vlak.
6.
Pagina 13. Kosten jeugdhulp. Waar zit de kostenstijging in Tytsjerksteradiel met name in? Antwoord: In de decemberwijziging 2024 hebben we reeds aangegeven dat de oorzaken voor het tekort voor jeugdhulp ontstaan door een nieuw inkoopbeleid die per 1 januari 2024 van kracht is geworden.
4 Er is sinds de nieuwe inkoop ook sprake van een nieuwe indeling in profielen. Waar voorheen profielen 1 t/m 7/8 mochten worden gebruikt, heb je nu te maken met profielen A. t/m F. De kosten van deze nieuwe profielen zijn gestegen, vanuit de gedachte om beter aan te sluiten bij de werkelijke kosten. Profiel B (een laag profiel dat veel wordt ingezet) is meer dan twee keer zo duur ten opzichte van de vorige inkoop (van € 2.100 naar € 5.000). De nieuwe indeling in profielen lijkt dus kostenverhogend te zijn. Naar ons mening zitten er dan ook hiaten in de nieuwe inkoopsystematiek die ervoor zorgen dat de kosten oplopen. Hier is zorgvuldig onderzoek naar gedaan door gemeenten en Onderzoekscentrum Publieke Inkoop en Opdrachtgeverschap (PPRC). Naar aanleiding van het PPRC-onderzoek en een memo over kostenbeheersing van gemeenten is een werkgroep gevormd om concrete actiepunten te ontwikkelen voor het beheersen van de jeugdhulpkosten met als doel de jeugdhulp beter beheersbaar, effectiever en efficiënter te maken. Ook worden er nu voorbereidingen getroffen voor een nieuwe inkoopsystematiek die per 1 januari 2028 van start gaat. Daarnaast past de kostenstijging bij de landelijke trend dat de jeugdhulpkosten van gemeenten steeds meer stijgen. We zijn op dit moment verder druk bezig om beter grip op de kosten binnen de Jeugdzorg te krijgen.
We verwijzen verder dan ook graag door naar het Iepen Poadium van 4
september 2025 waarin wordt ingegaan op concrete lokale cijfers en ontwikkelingen.
5
1.4 IN VOGELVLUCHT D66 1.
Vraag: In de kadernota worden geen kosten genoemd voor de ontwikkeling van De Warren/ Burgum West. Dat gebied zou budgetneutraal ontwikkeld worden. Zijn geen kosten voor de gemeente voor bijvoorbeeld begeleiding van het proces, verdere besluitvorming, aanbesteding en dergelijke? Gaat de ontwikkeling van het gebied het komende jaar starten? Antwoord: Er worden uiteraard kosten gemaakt voor dit project. Deze zullen gedekt worden vanuit de opbrengsten. Er wordt verdere uitvoering gegeven aan het project op de manier zoals de gemeenteraad daarover heeft besloten.
FNP 1.
Vraag: Wij hebben met zijn allen het doel om de inhuur naar beneden te brengen. Het doel is onder de 10%. Welke acties worden er nu ondernomen. Wat zijn de verwachte resultaten qua procentuele daling per jaar. Wanneer verwachten we er te zijn conform de eigen planning. Antwoord: Ons doel is onder 10% inhuur te komen ten opzichte van vaste formatie. We zien inmiddels een dalende lijn in de inhuur op vaste formatie. Vanuit de gesprekken van de directie met het management wordt hier regelmatig aandacht aan besteed. Helaas is de exacte omvang in de breedte van de organisatie nu nog niet duidelijk. In de zomer hebben we een beter beeld van waar we staan met de inhuur versus de voorgenomen procentuele daling. We zullen dan ook zorgen dat de Raad via de griffie geïnformeerd wordt over stand van zaken voor 1 september.
6 2.1.3 Gemeentefonds VVD 1.
Pagina 19. Sluit aan bij vorige vraag. We lezen over €2,5 miljoen meerkosten voor jeugdzorg/ jeugdhulp. Waar gaat dit geld aan worden besteed? Antwoord: De meerkosten ad € 2,5 miljoen voor jeugdzorg/ jeugdhulp zullen worden besteed voor bestaand beleid. Op dit moment staat voor 2026 in het meerjarenperspectief een saldo van € 10.037.000. De realisatie over 2024 bedroeg €12.427.000, een stijging van € 3 miljoen t.o.v. 2023. Wanneer we 2024 als basisjaar zouden nemen en rekening houden met een reguliere indexatie over zowel 2025 als 2026 komen we uit op een tekort van € 3,2 miljoen. Wij zetten er echter op in dat door strakker beleid we enigszins de budgetten iets kunnen reduceren ten opzichte het jaar 2024 en begroten de lasten op € 12,5 miljoen. Wij merken overigens op dat we door het rijk voor het jaar 2026 via de meicirculaire worden gecompenseerd voor de stijgende kosten binnen de jeugdzorg voor een bedrag van € 2.861.000. (Pagina 20 Kadernota)
7 2.3 Ontwikkelingen in beleid VVD 1.
Pagina 36. Visie op dienstverlening. We lezen over een budget van €37.500 voor het realiseren van de visie op dienstverlening. Wat gaat er concreet gebeuren met dit budget? Antwoord: In 2026 wordt er vanuit het budget van € 37.000 het volgende gerealiseerd: 1. Uitbreiding van het aantal dienstverleningskanalen waarop we klantfeedback verzamelen, waarmee we vervolgens eventueel de dienstverlening aanpassen. 2. Investering in het dienstverlenings-DNA van onze collega’s d.m.v. training en workshops. 3. Beeldbrieven. Tekst wordt waar mogelijk vervangen door afbeeldingen/ foto's om zo onze correspondentie nog toegankelijker te maken. 4. Softwareaanpassingen, waardoor dienstverleningskanalen beter op elkaar aansluiten. 5. Implementatie van ontvangstbevestiging, termijnverlenging bij storing en het ‘terug tonen’ van informatie ingevoerd in een webformulier. Daarnaast verplichte versturing van notificaties bij het plaatsen van een bericht in een ‘berichtenbox’ of MijnOmgeving. Deze aanpassingen zijn de resultaten van de Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer (Wmebv), die per 1-1-2026 in werking treedt. Deze wet heeft ten doel om de rechtspositie van burgers ten aanzien van de overheid te versterken. Door de Wmebv krijgen burgers en ondernemers het recht om op digitale wijze met de overheid te communiceren.
Het wetsvoorstel verplicht bestuursorganen om de kanalen die daartoe gebruikt kunnen worden formeel aan te wijzen.
2.
Pagina 38. We lezen over het voornemen om een Bibob adviseur aan te stellen voor 0,5 fte. Is het niet kwetsbaar om hier zelf een functie voor te creëren met de juridisch specialistische kennis die het vraagt? Kunnen we de benodigde Bibob adviezen niet beter inkopen bij bijvoorbeeld gemeente Leeuwarden of Smallingerland? Antwoord: Nee. Bibob is geen standaardproduct dat eenvoudig extern ingekocht kan worden. Het vraagt om maatwerk, lokale kennis en zorgvuldigheid, juist vanwege de juridische complexiteit en de bestuurlijke gevoeligheid die met deze advisering gepaard gaan. Door een eigen Bibob-adviseur (0,5 fte) aan te stellen, borgen wij de kwaliteit en continuïteit van het Bibob-proces binnen onze organisatie. Dit heeft meerdere voordelen: Snellere doorlooptijden, doordat afstemming met interne afdelingen direct en efficiënt verloopt; Betere integratie met lokaal beleid en bestuurlijke wensen; Bescherming van vertrouwelijke informatie, die anders (bij externe inhuur) onnodig breed wordt gedeeld; Professionalisering van onze eigen organisatie, met opbouw van interne expertise; Bovendien is er sprake van een structurele werklast, die expliciet is vastgelegd in het bestaande Bibob-beleid van onze gemeente. Daarin is de functie van Bibob-adviseur reeds benoemd. In dat licht is het niet alleen logisch, maar noodzakelijk dat we deze functie nu invullen.
3.
Pagina 41. Voorstel tot uitbreiding formatie juridische beleidsmedewerkers tot 3,3 fte. Bij het voorstel voor uitbreiding BOA capaciteit op pagina 39 krijgen we een benchmark van andere gemeenten. Dit ontbreekt hier. Hoeveel juridisch beleidsmedewerkers is gemiddeld? En in omringende gemeenten? Antwoord: Wij hebben hier geen benchmark voor gemaakt omdat de reden om deze formatie te verhogen twee jaar geleden, gelegen was in de flinke verhoging van de werkdruk en
8 de werkvoorraad. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld de hoeveelheid handhavingsverzoeken die jaarlijks binnenkomt die structureel ruim verdubbeld is. Dit gaat over werkvoorraad die erg specifiek is per gemeente en direct gerelateerd is aan wettelijke taken en risico’s op uit te betalen boetes bij ingebreke blijven. Deze verhoging in formatie zou, ware het niet dat wij een ontvlechting in gingen, structureel zijn geweest. Echter, in het kader van de ontvlechting was afgesproken om op dat moment geen structurele uitzettingen te doen. De werkvoorraad met de risico’s op ingebreke stellingen en wettelijke taak, is echter gebleven. 4.
Op pagina 42 lezen we dat er momenteel (nagenoeg) niks gedaan wordt aan thema’s zoals jeugd, alcohol, drugs, sociale veiligheid, ondermijning en extremisme. Hoe kan dit met 1,58 fte aan veiligheidsadviseurs? Hoeveel veiliger moet Tytsjerksteradiel worden als er 1 fte extra aan veiligheidsadviseur bij komt? Graag SMART formuleren. Op welk terrein moet de veiligheid toenemen? Met hoeveel procent etc.? Antwoord: De huidige formatie van 1,58 fte voor veiligheid is bijzonder laag. Zoals uit de bijgevoegde benchmark blijkt, heeft Tytsjerksteradiel – met 0,48 fte per 10.000 inwoners – veruit de laagste capaciteit van alle Friese gemeenten. Veiligheid is een breed en veranderlijk domein. De maatschappelijke opgaven worden complexer, diffuser en raken steeds vaker aan andere beleidsterreinen, zoals het sociaal domein. Thema’s als jeugd, middelengebruik, sociale veiligheid, ondermijning en extremisme vragen structurele aandacht. Met de huidige formatie is dat niet haalbaar. De beschikbare capaciteit wordt volledig benut voor structurele taken zoals:Coördinatie van veiligheidsoverleggen; Deelname aan verplichte regionale netwerken (o.a. RIEC, VRF); Reactieve inzet op incidenten en ad-hocvraagstukken. Vanuit de regio wordt bovendien stevig ingezet op de aanpak van ondermijning, en van Tytsjerksteradiel wordt verwacht hierin niet achter te blijven.
We hebben daarom, ondanks de beperkte formatie, al geïnvesteerd in een stevigere aanpak van ondermijning. Denk aan het aanjagen van casuïstiek, bewustwording binnen de organisatie en deelname aan regionale trajecten. Dat gaat echter ten koste van andere belangrijke thema’s: jeugd, alcohol, sociale veiligheid en polarisatie blijven hierdoor grotendeels liggen. Er is simpelweg geen ruimte voor thematische, preventieve of integrale aanpak. Daarom is uitbreiding met 1 fte noodzakelijk. Deze uitbreiding maakt het mogelijk om: Thematisch en preventief te gaan werken; Regie te nemen op lokale veiligheidsvraagstukken; De samenhang tussen beleid, uitvoering en partners te versterken; De coördinatie en structurering van veiligheid binnen de gemeente te verbeteren. Daarnaast gaan we veiligheid steviger positioneren binnen de afdeling Handhaving. De uitbreiding maakt het mogelijk om regie en afstemming tussen beleid en uitvoering beter te borgen, en de verbinding tussen veiligheidsbeleid en de uitvoerende taken van handhaving te versterken. Vanaf 2026 streven we naar structureel meer zichtbaarheid, regie en effectiviteit op actuele veiligheidsthema’s. Dit betekent o.a. een verbreding van de thematische inzet, meer preventieve acties en een betere samenwerking met ketenpartners.
9
Capaciteit fte
Aantal inwoners
Fte per 10.000 inwoners
Landopp. (km2)
Wateropp. (km2)
Tytsjerksteradiel Waadhoeke Harlingen Sudwest-Fryslan De Frsyke Marren
1,58 4,5 3,5 8,67
32.823 46.718 16.188 90.883
0,48 0,96 2,16 0,95
149 285 25 523
13 30 363 385
3,58
51.992
0,69
351
198
Weststellingwerf Ooststellingwerf Heerenveen Opsterland Smallingerland NEF Dantumadiel
2,4 2,25 3,8 2,89 5,4 4,67 2
26.467 25.837 51.637 30.054 56.098 45.875 19.138
0,91 0,87 0,74 0,96 0,96 1 1,04
220 223 190 224 94 378 85
8 3 8 3 8 139 3
Gemeente
5.
Pagina 46 strategisch adviseur netcongestie en externe projecten voor 0,34 fte. Hoe kan dit zo specifiek 0,34 fte zijn? Antwoord: De inschatting is dat de benodigde capaciteit voor deze functie 1,0 fte is. Er is al een bestaande capaciteit voor deze functie van 0,66 fte. De extra benodigde capaciteit is daarom te berekenen op: 1,0 – 0,66 = 0,34 fte.
6.
Pagina 49. Sluit aan bij vraag 3. We lezen over een “bewezen preventieve werking die een POH-GGZ jeugd” kan bieden. Waar is dit bewijs? We lezen ook over omliggende gemeenten die al een aantal jaren hiermee werken en dat uit onderzoek gebleken is dat het een kostenbesparing op specialistische jeugdhulp oplevert. Kunt u dit onderzoek toezenden? Hoeveel heeft de inzet gekost en hoeveel was de besparing? Antwoord: Er is nog beperkt wetenschappelijk bewijs specifiek over de preventieve werking van de POH-GGZ jeugd. https://www.p3nl.nl/kennishiaat-effectief-bewezen-interventies-bij-kinderen Maar een aantal studies en ervaringsrapporten laten wel veelbelovende resultaten zien: Pilotonderzoek en implementatiecomplexiteit Een Nederlands pilotonderzoek naar de inzet van POH-GGZ in de jeugd laat zien dat een goede implementatie complex is, en dat de effectiviteit nog onvoldoende onderzocht is. https://www.henw.org/artikelen/ervaringen-en-perspectief-van-de-poh-jeugd Vroege signalering en ontlasting van de tweede lijn Onderzoeken en praktijkervaringen tonen aan dat POH-GGZ jeugd vroeg psychosociale problemen signaleert en vaak kortdurende behandeling biedt.
10 • •
Eén bron geeft aan dat als de POH-Jeugd voorkomt dat de situatie verergert, specialistische zorg wordt ontlast en kosten dalen. https://www.henw.org/artikelen/ervaringen-en-perspectief-van-de-poh-jeugd Volgens gebruikers van de MatriXmethode, toegepast door POH-GGZ jeugd, werd 80–90 % van de cliënten binnen 2 à 3 gesprekken adequaat geholpen in de huisartsenpraktijk, zonder verwijzing naar tweede lijn. https://matrixmethode.nl/poh-ggz-ervaringen/
Observationale studies suggereren effect Een recent observationeel onderzoek wijst erop dat de inzet van POH-GGZ kan leiden tot minder behandeltrajecten in zowel basis- als specialistische GGZ. Kanttekening: een observationeel ontwerp kan geen causale conclusies trekken, maar het wijst wel op een positief verband. https://www.henw.org/artikelen/ontlast-poh-ggz-de-zorg Gemeente Weststellingwerf heeft in een memo (https://findo.nl/jaarstukken/Jaarstukken_2019_GEMEENTE19_0098.pdf) onder meer genoemd dat: • De POH-Jeugd in 2019 86 cliënten heeft gezien of gesproken; • Van die 86 cliënten zijn er 66 geholpen zonder doorverwijzing naar specialistische zorg; • Dit leidde tot een besparing van bijna € 93.000. 7.
Pagina 49. Er wordt structureel budget gevraagd voor 1 fte praktijkondersteuner. In welke dorpen zal deze fte worden ingezet? Is het aantal jeugdzorgtrajecten in de dorpen vergelijkbaar in relatie tot aantal jeugdige inwoners of zijn er dorpen waar in vergelijking meer trajecten nodig zijn? Antwoord: Op 1 juli 2025 start de nieuwe POH-jeugd voor de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze functie, ter grootte van 1 fte, zal worden ingezet bij alle huisartsenpraktijken binnen de gemeente. De urenverdeling is in eerste instantie gebaseerd op het aantal ingeschreven patiënten per praktijk. Aangenomen wordt dat in sommige gebieden de hulpvraag groter zal zijn. In de praktijk zal moeten blijken hoe de inzet het best verdeeld kan worden, zodat de urenverdeling hierop afgestemd kan worden.