CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

LIST - 1-20 - Bijlage 1 - Aangepaste ruimtelijke onderbouwing Skûlenboarch 10 maart 2021

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 25 maart 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) zonnepark Skûlenboarch (besluitvormend)12.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

Versie 1.9 10 maart 2021

Inhoud 1.

INLEIDING ............................................................................................. 4

1.1

Aanleiding ..................................................................................................... 4

1.2

Locatie .......................................................................................................... 4

1.3

Behoefte ....................................................................................................... 5

1.4

Planologisch-juridisch kader ......................................................................... 6

1.5

Leeswijzer ..................................................................................................... 7

2.

BELEIDSKADER ...................................................................................... 8

2.1

Rijk ................................................................................................................ 8

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte................................................... 8

2.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking ..................................................... 8

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .......................................... 9

2.1.4

Energieakkoord......................................................................................... 9

2.1.5

Energierapport........................................................................................ 11

2.1.6

Energieagenda ........................................................................................ 11

2.1.7

Klimaatakkoord....................................................................................... 11

2.1.8

Nationale Omgevingsvisie ...................................................................... 12

2.1.9

Conclusie................................................................................................. 13

2.2

Provincie ..................................................................................................... 13

2.2.1

Grutsk op ‘e Romte! ............................................................................... 13

2.2.2

Omgevingsverordening .......................................................................... 14

2.2.3

Romte foar Sinne .................................................................................... 16

2.2.4

Sinnefjilden yn it lânskip ......................................................................... 17

2.2.5

Conclusie................................................................................................. 17

2.3

Gemeente ................................................................................................... 18

2.3.1

Principe-uitspraak................................................................................... 18

2.3.2

Duurzaamheidsagenda ........................................................................... 18

2.3.3

Conclusie................................................................................................. 19

3.

PLANBESCHRIJVING ............................................................................ 20

3.1

Huidige situatie ........................................................................................... 20

3.2

Cultuurhistorie ............................................................................................ 21

3.3

Ruimtelijk ontwerp ..................................................................................... 22

3.3.1

Uitgangspunten ...................................................................................... 22

3.3.2

Inrichtingsschets ..................................................................................... 23

3.3.3

Bouwplan en verdere uitwerking ........................................................... 26

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

2

4.

OMGEVINGSASPECTEN ....................................................................... 31

4.1

m.e.r.-plicht ................................................................................................ 31

4.2

Wet geluidhinder ........................................................................................ 31

4.3

Wet milieubeheer ....................................................................................... 31

4.4

Luchtkwaliteit ............................................................................................. 32

4.5

Stikstof ........................................................................................................ 32

4.6

Externe veiligheid ....................................................................................... 33

4.7

Bodem......................................................................................................... 35

4.8

Water .......................................................................................................... 36

4.9

Ecologie....................................................................................................... 37

4.10

Archeologie en cultuurhistorie ................................................................... 40

4.11

Reflectie en duisternis ................................................................................ 41

5.

UITVOERBAARHEID ............................................................................. 42

5.1

Economische uitvoerbaarheid .................................................................... 42

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid............................................................. 42

BIJLAGEN ....................................................................................................... 43

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

3

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Zandwinplas Skûlenboarch is aangekocht door Enerzjyk Skûlenboarch BV, een samenwerkingsverband van vier noordelijke ondernemers (hierna: ‘initiatiefnemer’). De zandwinning is in september 2020 beëindigd. Enerzjyk Skûlenboarch BV wil de zandwinplas en het direct aangrenzende gebied herontwikkelen ten behoeve van een drijvend zonnepark, recreatief medegebruik en natuurwaarden. Enerzjyk Skûlenboarch BV werkt hierbij samen met omwonenden, energiecoöperaties, verenigingen van plaatselijk belang, bedrijven, sportvissers en vele anderen. Uitgangspunt is dat het zonnepark na realisatie (deels) in eigendom komt van een lokale energiecoöperatie, zodat een deel van de inkomsten in de regio blijft.1 Daarbij wordt, conform het nationale Klimaatakkoord en De Friese ZonneWIJzer van de Friese Milieufederatie, gestreefd naar een evenredige verdeling van lusten en lasten.

Afbeelding 1.1 Ligging projectgebied (bron ondergrond: Google Maps)

1.2 Locatie Het projectgebied ligt globaal genomen tussen industrieterrein Skûlenboarch/Minnes Paadsje (noordzijde), Bosweg/Westerein (oostzijde), Joerelaan (zuidzijde) en Mounekamp (westzijde). Een groot deel van de zandwinplas is afgeschermd met opgaande beplanting. Alleen vanaf het recreatiestrand aan de zuidoostoever en vanaf de noordzijde is er daardoor direct zicht op de plas. Het noordelijke deel van de zandwinplas is onderdeel van de gemeente Achtkarspelen, terwijl het zuidelijke deel in de gemeente Tytsjerksteradiel is gelegen (zie afbeelding 1.3). Binnen een straal van 800 m - gerekend vanaf het middelpunt van de plas - zijn tien woon- of bedrijfspercelen aanwezig. Op grotere afstand van het projectgebied liggen de

1 Dit kan een samenwerkingsverband tussen bestaande coöperaties zijn of een specifiek voor het zonnepark op

te richten energiecoöperatie. Gemakshalve wordt in dit rapport van ‘coöperatie’ in het enkelvoud gesproken.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

4

dorpskernen Drogeham, Eastermar, Heegsân, Jistrum, Kootstertille en Skûlenboarch. Zoals te zien is in afbeelding 1.1, valt het recreatiestrand langs de zuidoostoever van de zandwinplas buiten de begrenzing van het projectgebied. Dit strand is in eigendom van de gemeente Achtkarspelen. Verder ligt het industrieterrein Skûlenboarch, op één bedrijfskavel langs de noordoever na, eveneens buiten het projectgebied.

Afbeelding 1.2 Projectgebied t.h.v. industrieterrein Skûlenboarch

1.3 Behoefte Zonnepark In het Energieakkoord voor duurzame groei (2013) is overeengekomen dat in 2020 van al het energieverbruik 14% afkomstig moet zijn van hernieuwbare bronnen. Voor 2023 ligt dat aandeel op 16%. Dit is noodzakelijk om de uitstoot van broeikasgassen en daarmee de gevolgen van klimaatverandering te beperken. In het VNklimaatakkoord van Parijs (2015) is vastgelegd dat de opwarming van de aarde met maximaal 1,5-2 graden Celsius mag stijgen ten opzichte van pre-industriële tijdperk. Om dat te kunnen bereiken moeten de Europese broeikasgasemissies in 2050 met 80-95% zijn gereduceerd ten opzichte van het peiljaar 1990. De Nederlandse regering heeft de doelstellingen van Parijs onder meer vertaald in het Klimaatakkoord. Hieruit blijkt dat er in 2030 84 TWh aan hernieuwbare elektriciteit moet worden opgewekt, waarvan 35 TWh op land.2 Uit analyses van het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de (inter)nationale doelstellingen alleen haalbaar zijn als de energietransitie op korte termijn versneld wordt. Los van dit landelijke beeld staat de provincie Fryslân er op dit moment goed voor. Nederland is op basis van het Klimaatakkoord ingedeeld in dertig energieregio’s. De 2 Een TWh komt overeen met het totale jaarlijkse elektriciteitsgebruik in een stad als Den Bosch. 84 TWh is onge-

veer gelijk aan 70 procent van het huidige jaarlijkse elektriciteitsverbruik in Nederland.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

5

provincie Fryslân is daar één van. Binnen de energieregio’s werken overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties samen aan de energietransitie. Afspraken worden vastgelegd in een Regionale Energiestrategie (RES). Uit de concept-RES voor Fryslân blijkt dat de provincie in 2030 tenminste 2,3 TWh aan duurzame energie op land wil gaan produceren en dat deze doelstelling gehaald wordt op grond van wat er gerealiseerd of vergund is.3 De gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel hebben de ambitie uiterlijk in 2040 energieneutraal te zijn. In 2017 werd 5,9% van het energieverbruik binnen Tytsjerksteradiel duurzaam opgewekt. Voor Achtkarspelen ging het om 6,5% (ter vergelijking: voor de gehele provincie bedroeg dit 11,8%).4 Dit betekent dat beide gemeenten nog een forse opgave hebben om de doelstelling voor 2040 te kunnen halen. Recreatie/Natuur De rand van de zandwinplas wordt recreatief gebruikt. Hoewel er hekwerken aanwezig zijn en het gebied grotendeels verboden terrein is, wordt er volop gewandeld, gefietst, gecrost, gezwommen en gevist. Feitelijk is alleen de zuidoostoever, waar het recreatiestrand ligt, openbaar toegankelijk voor recreanten. Het illegale gebruik door derden leidt soms tot gevaarlijke situaties (o.a. zwemmen nabij instabiele oevers) of tot overlast (o.a. lawaai van crossmotoren, zwerfafval, drugshandel).

Er is dus volop behoefte aan recreatie in het gebied, maar dat vraagt om goede voorzieningen en om toezicht zodat de veiligheid van de recreanten gewaarborgd is. Uit natuuronderzoek is gebleken dat de rand van de zandwinplas bijzondere natuurwaarden bevat. Ook biedt het gebied potenties voor het uitbouwen van de plaatselijke biodiversiteit. Het beschermen van bestaande natuurwaarden (ook tegen recreanten) en het creëren van nieuwe natuur zijn onderdeel van de planvorming. 1.4 Planologisch-juridisch kader Het projectgebied maakt deel uit van twee bestemmingsplannen: ‘Bestemmingsplan omgeving Skulenboarch’ van de gemeente Achtkarspelen (vastgesteld dd. 20 november 2014) en ‘Bestemmingsplan omgeving Skulenboarch’ van de gemeente Tytsjerksteradiel (vastgesteld dd. 20 november 2014). Het water en de nog te ontgraven delen zijn bestemd als ‘Bedrijf - Zandwinning’. Voor de randzone geldt de bestemming ‘Groen’. De zuidelijke rand is mede bestemd als ‘Leiding - Gas’ vanwege de plaatselijk aanwezige aardgastransportleidingen. Het recreatiestrand aan de zuidoostkant heeft de bestemming ‘Recreatie - 2’. Ongeveer driekwart van de zandwinplas en randzone ligt binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie Skûlenboarch’ en/of ‘geluidzone - industrie Westkern’. Natuurontwikkeling en het beoogde recreatief medegebruik, zijn mogelijk op grond van de huidige bestemmingsplannen.

De bestemming ‘Groen’ staat ‘beplanting’ en ‘voetpaden’ toe. Ondergeschikt daaraan mogen deze gronden eveneens gebruikt worden voor ‘dagrecreatief medegebruik’, ‘parkeervoorzieningen’, ‘openbare nutsvoorzieningen’, 3 Er is nog geen doorkijk naar 2050 gegeven, het jaar waarin de provincie energieneutraal wenst te zijn. 4 Meest recente cijfers, ontleend aan klimaatmonitor.nl.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

6

inclusief de daarbij behorende ‘verhardingen’ en ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’. Het zonnepark is geprojecteerd binnen de bestemming ‘Bedrijf - Zandwinning’. Binnen deze bestemming gaat het primair om de ‘winning en opslag van zand’ en om ‘water’. Ondergeschikt aan deze functies zijn ‘openbare nutsvoorzieningen’ toegestaan.5 De aanleg van een zonnepark met de omvang van maximaal 24,5 ha, valt hier niet onder. Er zal dus op grond van een uitgebreide voorbereidingsprocedure (ex art. 2.12 lid 1, sub a onder 3° Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) van het bestemmingsplan moeten worden afgeweken.6 Daarbij moet aangetoond worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend rapport voorziet daarin.

Afbeelding 1.3 De twee vigerende bestemmingsplannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.5 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk gaat in op het beleidskader van Rijk, provincie en gemeente. Hoofdstuk 3 laat op hoofdlijnen zien hoe het projectgebied na het verlenen van de omgevingsvergunning (tijdelijk) wordt ingericht. In hoofdstuk 4 is het planvoornemen getoetst aan diverse wet- en regelgeving, onder meer op het gebeid van milieu, water, archeologie en ecologie. De laatste twee hoofdstukken hebben betrekking op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan.

5 En verder: taluds, wegen en paden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzie-

ningen; beplanting en bebossing; bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6 Zie verder paragraaf 2.3.1

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

7

2.

Beleidskader

2.1 Rijk 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld door het (voormalige) ministerie van Infrastructuur en Milieu. De SVIR heeft betrekking op de periode tot 2040 en heeft als motto: ‘Nederland concurrerend, leefbaar en veilig’. Om dit motto te kunnen bereiken zijn de volgende drie doelen gesteld: • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De bovengenoemde doelen zijn uitgewerkt in dertien nationale belangen. Voor onderhavig planvoornemen is met name nationaal belang nr. 2 relevant; ‘ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie’. Het ministerie beseft dat de verdere integratie van de Europese energiemarkt ervoor zorgt dat er een steeds groter beroep op internationale verbindingen wordt gedaan en dat hoogspanningsverbindingen mogelijk om uitbreiding vragen. Het Rijk wijst daarbij de tracés van hoogspanningsverbindingen (vanaf 220 Kilovolt) en locaties voor de opwekking van elektriciteit (vanaf 500 Megawatt) aan, en zorgt voor de inpassing hiervan.

De SVIR zet daarnaast in op “een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor de meer decentrale opwekking van elektriciteit.” 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Nationaal belang nr. 13 uit de SVIR luidt: ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening, inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dat betekent dat het systeem zo ingericht moet zijn dat integrale planvorming en besluitvorming op elk schaalniveau mogelijk is en dat alle belangen goed kunnen worden afgewogen. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. “Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio’s leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen.” Om beide te bereiken is de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen.

Het doel van deze ‘laddertoets’ is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de aanleg van een zonnepark niet als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ in het kader

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

8

van deze ladder kan worden aangemerkt.7 Dit betekent dat de ‘Laddertoets’ niet op dit plan van toepassing is. Wel wordt in deze ruimtelijke onderbouwing aandacht geschonken aan genoemde gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed (hoofdstuk 4). Tevens wordt ingegaan op de behoefte (paragraaf 1.3). 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid uit de SVIR. In het Barro zijn regels opgenomen die de beleidsruimte van andere overheden inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Het gaat hier om de dertien nationale belangen die in paragraaf 2.1.1 genoemd zijn. Deze hebben geen inperkende werking voor onderhavig planvoornemen. Titel 2.8 ‘Elektriciteitsvoorziening’ is wel van indirect belang, omdat het zonnepark voor teruglevering en transport van stroom afhankelijk is van het elektriciteitsnet dat door het Rijk wordt aangelegd en beheerd. De initiatiefnemer kan via afspraken met derden beschikken over een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Het bevoegd gezag is hiervan op de hoogte gesteld.

Afbeelding 2.1 Zuidrand van de zandwinplas

2.1.4 Energieakkoord Het Energieakkoord voor duurzame groei (6 september 2013) is een convenant dat afspraken bevat over energiebesparing, duurzame energie en werkgelegenheid. Bij dit convenant zijn, naast het kabinet, onder meer werkgevers, vakbonden en milieuorganisaties betrokken. De ondertekenaars zetten zich in voor de volgende doelen: 7 ABRvS, 23 januari 2019, ECLI:NL:2019:178. Het beoogde recreatieve medegebruik is reeds mogelijk op grond

van de geldende bestemmingsplannen en derhalve evenmin te beschouwen als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

9

• • • • •

Een besparing van het finale energieverbruik met gemiddeld 1,5 procent per jaar. 100 Petajoule aan energiebesparing in het finale energieverbruik van Nederland per 2020.8 Een toename van het aandeel van hernieuwbare energieopwekking [in 2013 ruim 4 procent] naar 14 procent in 2020. Een verdere stijging van dit aandeel naar 16 procent in 2023. Ten minste 15.000 voltijdsbanen.

Het Energieakkoord is uitgewerkt in tien pijlers. De tweede pijler is: ‘het opschalen van hernieuwbare energieopwekking’. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energie, en de inzet van biomassa. “Uitgangspunt is een kosteneffectieve uitrol die zekerheid biedt voor investeerders, additionele werkgelegenheid creëert, innovaties uitlokt waardoor de kosten worden verlaagd en die bijdraagt aan versterking van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven in deze sector.” De convenantpartners willen met deze aanpak, in combinatie met energiebesparing (de eerste pijler), in 2023 16% hernieuwbare energie realiseren en 14% in 2020.

Afbeelding 2.2 Het recreatiestrand aan de zuidoostkant van de zandwinplas

‘Decentrale opwekking’ vormt de derde pijler van het energieakkoord. Burgers krijgen meer mogelijkheden om zelf hernieuwbare energie op te wekken en lokale en regionale initiatieven worden waar nodig en mogelijk door gemeenten, provincies en de rijksoverheid ondersteund. De vierde pijler zorgt ervoor dat het energietransportnetwerk gereed is voor een duurzame toekomst. Partijen spreken af zich voor 8 1 Petajoule energiebesparing in het finale energieverbruik komt overeen met het jaarlijkse gemiddelde elektri-

citeitsverbruik van circa 15.000 huishoudens.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

10

te bereiden op deze veranderende toekomst, zodat aanpassingen snel tot stand kunnen komen wanneer deze nodig en gewenst zijn. Daarbij wordt ook ingezet op Europese samenwerking. De overige pijlers zijn niet direct relevant voor onderhavig plan. 2.1.5 Energierapport In het ‘Energierapport - Transitie naar duurzaam’ (ministerie van Economische zaken, januari 2016) geeft het kabinet een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Om de transitie naar duurzame energie vorm te geven zijn drie uitgangspunten geformuleerd: 1) sturen op CO2-reductie; 2) verzilveren van economische kansen die de energietransitie biedt en 3) integratie van ‘energie’ in het ruimtelijk beleid. Met name het derde uitgangspunt is van belang voor onderhavig plan. “Een CO2-arme energievoorziening heeft meer ruimte nodig dan de huidige energievoorziening. Nieuwe, schone vormen van opwekking, opslag en transport van energie moeten worden ingepast, in de buurt van waar we ook wonen, werken en recreëren. Door gebruik van een combinatie van energiezuinige technieken en CO2-arme opwekking zal het uiterlijk van woonwijken, industrieterreinen en landelijke gebieden veranderen”, aldus het Energierapport.

Om deze opgave goed te laten verlopen benadrukt het kabinet de noodzaak van vroegtijdig overleg in elke fase van het besluitvormingsproces, het benutten van gebiedseigen kenmerken van regio’s, innovaties en mogelijkheden van meervoudig ruimtegebruik en een heldere rolverdeling tijdens het planproces. Over deze rolverdeling zegt het Energierapport: “de verantwoordelijkheid voor het ruimtelijke ordeningsproces ligt bij provincies of gemeenten. Voor participatie van belanghebbenden is de initiatiefnemer primair verantwoordelijk, die samenwerkt met het bevoegd gezag.” 2.1.6 Energieagenda De ‘Energieagenda - Naar een CO2-arme energievoorziening’ (ministerie van economische zaken, december 2016) is tot stand gekomen op basis van de ‘Energiedialoog’ die naar aanleiding van het Energierapport is gevoerd. Ook in deze Energieagenda wordt benadrukt dat de energietransitie grote impact heeft op de fysieke leefomgeving en dat deze leidt tot een grote ruimtelijke opgave. Voor het kabinet zijn gebiedskenmerken en gebiedswaarden uitgangspunt voor de besluitvorming rond energieprojecten.

“De ruimtelijke inpassing van energieprojecten vindt plaats binnen de kaders van integraal ruimtelijk ontwerp op regionale schaal, waarvoor een participatief besluitvormingsproces gevolgd moet worden.” Hierbij wordt het belang van meervoudig ruimtegebruik, functiecombinaties, samenhang met andere gebiedsopgaven en een evenredige verdeling van lasten en lusten onderstreept. 2.1.7 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord door de minister van Economische Zaken en Klimaat aan de Tweede kamer aangeboden. Het centrale doel van dit Klimaatakkoord is “het terugdringen van de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% ten opzichte van 1990”. Het Klimaatakkoord bevat afspraken voor vijf sectoren: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit. Voor elektriciteit is afgesproken dat in 2030 70% van het totale gebruik uit hernieuwbare bronnen afkomstig moet zijn. Daarbij wordt, zoals gezegd, uitgegaan

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

11

van 35 TWh hernieuwbaar opgewekte stroom op land. Bij ‘stroom op land’ krijgt de regio een grote rol. Er zijn dertig energieregio’s benoemd, waaronder die van de provincie Fryslân (zie ook paragraaf 1.3). Elke regio moet uiterlijk eind 2021 een Regionale Energie Strategie (RES) vaststellen. In de RES wordt aangegeven hoe de energietransitie gestalte krijgt. Onderdeel van deze hoe-vraag is de ruimtelijke inpassing. Er zijn vier principes geformuleerd waarmee rekening moet worden gehouden: • Streef naar zuinig en (zoveel mogelijk) meervoudig ruimtegebruik. • Breng vraag naar en aanbod van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk dicht bij elkaar. • Combineer opgaven en ga indien nodig over tot uitruilen en herbestemmen. • Sluit zo goed mogelijk aan bij gebied specifieke ruimtelijke kwaliteit. In aanvulling op deze principes geeft het Klimaatakkoord aan dat bij de totstandkoming en inpassing van hernieuwbare elektriciteit, de impact op natuur en landschap integraal moet worden meegewogen. Daarnaast wordt er aandacht gevraagd voor mogelijkheden om natuurelementen te creëren en ecologische knelpunten op te lossen. 2.1.8 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving.

Het richt zich op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt. Er zijn 21 nationale belangen geformuleerd. Eén daarvan is het ‘bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving’. Als uitwerking van dit nationale belang is in de Uitvoeringsagenda Nationale Omgevingsvisie 2021-2024 de ‘zonneladder’ opgenomen. De zonneladder geeft een voorkeursvolgorde voor zon-PV aan, namelijk: “op daken en gevels van gebouwen, dan op onbenutte terreinen in bebouwd gebied en indien nodig locaties in het landelijk gebied.” In figuur 12 is dit gevisualiseerd. Het zonnepark op de zandwinplas van Skûlenboarch valt binnen trede 3. De zoneladder is inmiddels vertaald in het beleid van de provincie Fryslân en gemeente Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel en komt in paragraaf 2.2 en 2.3 aan bod in relatie tot onderhavig planvoornemen.

Afbeelding 2.3 Voorkeursvolgorde zon-PV (Uitvoeringsagenda NOVI 2021-2024).

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

12

2.1.9 Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij de wens van het Rijk om decentrale opwekking van hernieuwbare energie te faciliteren (SVIR, nationaal belang nr. 2). Daarbij wordt rekening gehouden met de gevolgen van de aanleg van het zonnepark voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed (SVIR, nationaal belang nr. 13). Deze aspecten komen in hoofdstuk 4 aan bod. Dat er sprake is van voldoende behoefte aan het zonnepark (eis uit SVIR) is reeds gebleken uit paragraaf 1.3. Als een versnelling van de energietransitie uitblijft, worden de nationale en gemeentelijke doelstellingen voor duurzaam opgewekte energie niet gehaald. In het Energierapport en de Energieagenda vraagt het Rijk aandacht voor een goede ruimtelijke en maatschappelijke inpassing van energieopgaven. In hoofdstuk 3 en 5 wordt ingegaan op deze aandachtspunten. Hieruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken leidend zijn geweest voor het parkpontwerp en dat aan de totstandkoming hiervan een uitgebreid inspraak- en participatietraject is voorafgegaan. Onderhavig planvoornemen voldoet aan de nationale zonneladder. Door het zonnepark aan te leggen op een zandwinplas wordt landbouwgrond en natuur ontzien. Tevens is sprake van de gewenste functiecombinaties (zie ook paragraaf 2.2.3 en 3.3). Daarnaast wordt voldaan aan de bepalingen uit het Klimaatakkoord.

Aan het principe van zuinig en meervoudig ruimtegebruik wordt tegemoet gekomen door het zonnepark op een zandwinplas aan te leggen en deze plas mede te benutten voor recreatie en natuur (zie paragraaf 3.3). Vraag en aanbod van opgewekte elektriciteit blijven dicht bij elkaar doordat het zonnepark deels of geheel in eigendom komt van een plaatselijke energiecoöperatie. De bewoners van de dorpen rondom de plas krijgen volop kans te participeren in het park. Verder is bij het ontwerp voor het zonnepark rekening gehouden met de lokale gebiedskwaliteiten (zie hoofdstuk 3). Tenslotte is het planvoornemen niet in strijd met de Nationale Omgevingsvisie. Het zonnepark draagt bij aan het ‘bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland’ en strookt met de principes van de ‘zonneladder’ (zie paragraaf 2.2.2 en 2.3.2). 2.2 Provincie 2.2.1 Grutsk op ‘e Romte! In Grutsk op ‘e Romte! - Structuurvisie 2014 (vastgesteld dd. 1 april 2014) worden de landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voorzien.

Het doel hiervan is: “behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, adviseren en inspireren.” De provincie hanteert voor de doorwerking van ‘Grutsk op ‘e Romte!’ een tweesporenbeleid: bestuurlijke borging gebeurt via de (planologische) Samenwerkingsagenda en juridische borging via de Verordening Romte Fryslân (zie paragraaf 2.2.2). Gemeenten moeten in ruimtelijke plannen motiveren hoe ze met de provinciale belangen uit Grutsk zijn omgegaan. Het projectgebied ligt binnen deelgebied ‘Noordelijke Wouden’ en behoort deels tot het ‘dykswallenlandschap’ (zuidelijke plas) en deels tot het ‘singellandschap’

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

13

(noordelijke plas).9 Kenmerkend voor beide landschapstypes is “een opstrekkende verkaveling vanuit de beek op de zandruggen van de uitlopers van het Drents plateau.” De provincie streeft binnen de Noordelijke Wouden onder meer naar het behoud van: de kleinschaligheid van het landschap, de opstrekkende percelen, elzensingels/dyswallen en de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het natuurlijke reliëf in de vorm van dekzandruggen en pingoruïnes. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de invulling van het projectgebied. Daaruit blijkt dat de cultuurhistorische en landschappelijke waarden als uitgangspunt voor het ruimtelijk ontwerp zijn genomen. Op dit punt wordt tevens verwezen naar hoofdstuk 4 waarin het planvoornemen getoetst is aan de ‘Cultuurhistorische Kaart Fryslân’ en de ‘Friese Archeologische Monumentenkaart Extra’. Beide provinciale kaarten geven geen specifieke waarden, aandachtspunten of belemmeringen voor het projectgebied.

Afbeelding 2.4 De zandwinplas vanuit zuidelijke richting

2.2.2 Omgevingsverordening De Verordening Romte Fryslân 2014 (gewijzigd vastgesteld dd. 21 februari 2018)10 bevat instructies op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) over de inhoud van gemeentelijke ruimtelijke plannen en over de onderbouwing en motivering in de plantoelichting. Kortgezegd geeft de Verordening weer wat in een ruimtelijk plan wel (toestemming) of niet (verbod) is toegestaan. Bij een verbodsbepaling geeft de Verordening vaak ook afwijkingsbepalingen. Daaruit blijkt onder welke voorwaarden de ontwikkeling toch is toegestaan ('ja, mits'). De gemeente zal bij de toepassing van die afwijkingsbepaling afdoende moeten motiveren dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Bij het vooroverleg over ruimtelijke plannen kunnen 9 Zie de Landschapstypenkaart. 10 In deze ruimtelijke onderbouwing is gebruik gemaakt van de geconsolideerde versie die op ruimtelijkeplannen.nl

staat (dd. 8 augustus 2018) en van de ‘Ontwerp Wijziging Verordening Romte Fryslân 2014 (zon)’ van 30 juni 2020.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

14

gemeenten met de provincie afspraken maken over de invulling van de voorwaarden. Sturingsfilosofie De Verordening is gebaseerd op een tweesporenbenadering, met als uitgangspunt het beginsel van de Wro; ‘lokaal wat kan, centraal wat moet’. Deze twee sporen zijn: 1. Heldere, transparante rechtsgelijke afbakening van provinciale en gemeentelijke belangen; 2. Ontwikkelingsgerichte samenwerking gebaseerd op gezamenlijke belangen die bij voorkeur vorm worden gegeven in een planologische samenwerkingsagenda en daarop gebaseerde afspraken en die, voor zover nodig, juridisch worden geborgd door middel van de Verordening. De Verordening regelt de provinciale belangen die op voorhand door moeten werken naar gemeentelijke ruimtelijke plannen (spoor 1). Het gaat dan om belangen die niet doelmatig of doeltreffend op gemeentelijk niveau kunnen worden afgewogen en behartigd, omdat de effecten het lokale niveau overstijgen. Uitgangspunt is dat niet meer geregeld wordt dan noodzakelijk is. Dubbele regelgeving wordt ook vermeden. Verder is rekening gehouden met de verantwoordelijkheid van gemeenten. Binnen kwantitatieve en kwalitatieve randvoorwaarden is ruimte voor lokaal maatwerk. In het ontwikkelingsgerichte spoor levert de provincie actief haar bijdrage met kennis en inzicht, investeringen, programma's en projecten, organisatieen regiekracht (spoor 2).

Voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid wordt nadrukkelijk ingezet op vooroverleg met gemeenten en afstemming tussen gemeenten. Zonneparken Artikel 9.4 t/m 9.6 uit de Verordening Romte Fryslân 2014 gaan over opstellingen voor zonne-energie. Artikel 9.4.1 bepaalt dat het niet toegestaan is om een omgevingsvergunning te verlenen voor opstellingen voor zonne-energie op landbouwgronden. Het projectgebied valt daar niet onder, aangezien dit een zandwinplas betreft. De zonneladder uit de NOVI is verwerkt in artikel 9.5.1. Een zonnepark in het landelijk gebied kan volgens dit artikel alleen worden toegestaan als dit noodzakelijk is vanwege het gemeentelijk beleid en met inachtneming van de volgende prioritering: 1. op daken en gevels; 2. op gronden binnen het bestaand stedelijk gebied; 3. op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond zoals vuilstorten nutsvoorzieningen, zandwinputten en infrastructuur; 4. op landbouwgronden of in natuurgebieden Onderhavig planvoornemen valt binnen trede 3 van de zonneladder. Het gemeentelijk beleid komt in paragraaf 2.3.2 aan bod. Daaruit blijkt dat het beoogde zonnepark duidelijk in een plaatselijke behoefte voorziet, die niet (alleen) op daken en gevels dan wel (uitsluitend) binnen bestaand bebouwd gebied kan worden opgevangen.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

15

In de Verordening is bepaald dat in een ruimtelijk plan kan worden voorzien in een opstelling voor zonne-energie op “een zandwinlocatie of een voormalige zandwinlocatie, voor zover deze geen onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur” (artikel 9.6.2b).11 Hierbij is als voorwaarde gesteld dat de omgeving betrokken wordt bij het planproces en dat hierbij de mogelijkheden voor financiële participatie worden verkend (artikel 9.6.2.3). Verder geldt dat in het ruimtelijk plan moet worden onderbouwd “dat de opstelling inpasbaar is binnen de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten en [dat] een ruimtelijk inrichtingsplan [wordt] opgesteld, waarvan de uitvoering zo nodig als voorwaardelijke bepaling in het ruimtelijk plan is opgenomen.” Onderhavig planvoornemen voldoet aan deze voorwaarden. Er is sprake van een zandwinplas die geen onderdeel is van de ecologische hoofdstructuur (zie ook ‘toetsing projectgebied’). De omgeving van de zandwinplas is uitgebreid betrokken bij het planproces. Ook de mogelijkheden voor (financiële) participatie zijn daarbij verkend. Het streven is dat het zonnepark deels of geheel in eigendom komt van een lokale energiecoöperatie. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het inrichtingsplan. Daaruit blijkt dat de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten van het projectgebied de basis vormen voor de nieuwe inrichting.

In de omgevingsvergunning wordt de uitvoering van dit inrichtingsplan juridisch geborgd. Toetsing projectgebied • Begrenzing bestaand bebouwd gebied: het projectgebied ligt in het buitengebied. • Kernenstructuur en netwerkverbindingen: niet van toepassing. • Natuur: het bosperceel aan de noordoostkant van de zandwinplas behoort tot ‘Natuur buiten de EHS’. Alleen het meest westelijke deel van dit perceel ligt binnen de grenzen van het projectgebied. Voor ‘Natuur buiten de EHS’ geldt dat er sprake moet zijn van een “passende bestemming met gebruiksregels gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van natuurwaarden”. In paragraaf 1.4 is op het ter plaatse geldende bestemmingsplan ingegaan. Daarnaast wordt verwezen naar het ecologisch onderzoek waaruit naar voren is gekomen dat negatieve effecten binnen dit natuurgebied worden uitgesloten (zie paragraaf 4.9). • Glastuinbouwlocaties Noordwest Fryslân: niet van toepassing. • Reserveringszones versterking primaire waterkeringen: niet van toepassing. • Havenkom Harlingen: niet van toepassing. • Weidevogelgebieden: niet van toepassing. • Bijzondere afwijkingen: niet van toepassing. 2.2.3 Romte foar Sinne De notitie Romte foar Sinne (vastgesteld provinciale staten dd. 18 februari 2015) geeft aan onder welke voorwaarden de provincie ruimte wil bieden aan opstellingen van zonnepanelen.

Evenals de NOVI (zie paragraaf 2.1.8) gaat Romte foar Sinne uit van een voorkeursvolgorde voor zon-PV: 1) plaatsing van zonnepanelen op daken; 2) meervoudig ruimtegebruik op de grond; 3) enkelvoudige opstellingen in het 11 Dit is ook al mogelijk op grond van de Verordening zelf (vgl. artikel 9.4.1.5).

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

16

veld. Zonneparken op zandwinplassen zijn onder de tweede categorie te scharen. Voor wat betreft de inpassing van zonneparken wordt aandacht gevraagd voor aanwezige zichtlijnen. Een goede landschappelijke inpassing betekent niet dat de panelen altijd uit het zicht worden geplaatst. Een verantwoord ontwerp waarbij de panelen onderdeel worden van de stedelijke omgeving is ook mogelijk. De omvang van een zonnepark dient bij voorkeur afgestemd te zijn op de aard en schaal van de plaatselijke energievraag. Samenwerking van meerdere dorpen is eveneens mogelijk. 2.2.4 Sinnefjilden yn it lânskip In de notitie Sinnefjilden yn it lânskip (september 2017) zijn de vertrekpunten voor ruimtelijke inpassing van zonnevelden in het landschap opgenomen. Het ruimtelijk/landschappelijk goed inpassen van zonnevelden betekent dat een zonneveld ‘logisch aansluiting vindt bij de kenmerken van de omgeving en daar kwaliteiten aan toevoegt’. De provincie heeft tien vertrekpunten geformuleerd. Deze kunnen als handreiking en inspiratie dienen bij de realisatie van een zonnepark. Het gaat om: 1. Bepaal bewust de ambitie; 2. Maak een doorkijk naar de lange termijn; 3. Kies een locatie die aansluit bij omgevingskenmerken, karakter, maat en schaal; 4. Benut kansen voor multifunctioneel gebruik; 5. Gebruik en herstel de landschapsstructuur; 6. Houd het landschap zichtbaar; 7.

Neem afstand in acht bij infrastructuur, bebouwing, natuur en cultuurhistorische waarden; 8. Maak een landschappelijke rand; 9. Volg in alles de verkaveling, zorg voor een eenduidige opstellingsrichting 10. Creëer een verzorgd totaalbeeld; De eerste twee vertrekpunten hebben betrekking op de oriëntatiefase van projecten (Wat voor type zonneveld is gewenst?). Het derde vertrekpunt betreft de locatiefase (Waar zou het zonneveld het best kunnen ‘landen’?). De overige vertrekpunten gaan over de inrichtingsfase (Hoe zou het zonneveld eruit kunnen zien?) en zijn meegenomen bij het opgestelde inrichtingsplan dat in hoofdstuk 3 aan bod komt. 2.2.5 Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij het provinciale beleid in de zin dat het bijdraagt aan de doelstelling om in 2050 100% onafhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen.12 Het project voldoet aan de Verordening Romte Fryslân 2014, die zonneparken toestaat op een (voormalige) zandwinlocatie die geen onderdeel is van de ecologische hoofdstructuur. In het ontwerp voor het zonneperk is rekening gehouden met de waarden van deelgebied ‘Noordelijke Wouden’ uit Grutsk op ‘e Romte! en met de vertrekpunten uit Sinnefjilden yn it lânskip. Het resultaat is een samenhangend parkontwerp, passend binnen de schaal en (cultuurhistorische) kenmerken van het plaatselijke landschap. Dit wordt toegelicht in hoofdstuk 3. Aan de 12 Zie hiervoor o.a.

de notitie Sinnefjilden yn it lânskip (2017) en Concept-RES (10 maart 2020). Klimaatmonitor.nl

geeft aan dat het aandeel hernieuwbare energie in 2018 11,8% bedroeg. Recentere cijfers zijn nog niet beschikbaar.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

17

maatschappelijke inpassing is zorg besteed via een uitgebreid traject van inspraak en door mogelijkheden voor participatie te bieden. In hoofdstuk 5 komt dit aan bod. Ook de gewenste functiemenging wordt bereikt door gebruikmaking van een zandwingebied en door een meerwaarde voor natuur en recreatie te creëren (zie hoofdstuk 3 en 4).

Afbeelding 2.5 Noordzijde zandwinplas met industrieterrein Westkern op de achtergrond

2.3 Gemeente 2.3.1 Principe-uitspraak Er zijn op dit moment twee bestemmingsplannen voor het projectgebied van kracht. In paragraaf 1.4 is hier reeds op ingegaan. Geconstateerd is dat de aanleg van het zonnepark niet past binnen de geldende bestemmingen en derhalve vraagt om het doorlopen van een uitgebreide voorbereidingsprocedure voor het planologisch afwijken. Deze afwijking betekent niet dat de huidige bestemmingsplannen worden gewijzigd. Er wordt alleen een ‘laag’ toegevoegd aan het geldende planologisch-juridische kader, op grond waarvan het zonnepark tijdelijk is toegestaan. De colleges van burgemeester en wethouders zijn gevraagd medewerking te verlenen aan deze (buitenplanse) afwijking van de twee bestemmingsplannen. Dit heeft op 30 juni 2020 geleid tot een principe-uitspraak waarin beide colleges verklaren “een positieve grondhouding ten aanzien van de verdere uitwerking van het plan” te hebben. 2.3.2 Duurzaamheidsagenda Op 18 februari 2021 is de Duurzaamheidsagenda Tytsjerksteradiel vastgesteld. De gemeente spreekt hiermee de ambitie uit om in 2040 energieneutraal te zijn. De inzet voor de komende jaren is hoofdzakelijk gericht op energiebesparing en realisatie van zonnepanelen op daken. Daarnaast ondersteunt de gemeente lokale initiatieven bij plannen voor zonne-energie.

Met het concept beleidskader 'Zonneladder' beoogt de gemeente onder andere te voorkomen dat waardevolle

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

18

landbouwgronden worden 'opgeofferd' ten behoeve van zonneparken. In aansluiting bij de Verordening Romte Fryslân 2014, is de volgende zonneladder opgenomen: 1. Zon op daken en erven in het dorp en het buitengebied 2. Zon op overige terreinen in het dorp en het buitengebied 3. Zon op gronden in het buitengebied, aangrenzend aan bestaande bebouwing 4. Zon op gronden in het buitengebied, in de nabijheid van een energieknooppunt 5. Zon op overige gronden in het buitengebied Het zonnepark op de zandwinplas bij Skûlenboarch valt binnen trede 2. Voor het ontwikkelen van zonneparken binnen treden 2 t/m 5 gelden de volgende voorwaarden: - Omwonenden, grondeigenaar en overige belanghebbenden worden vroegtijdig en actief betrokken bij de ontwikkeling van het zonnepark. - Het zonnepark komt voor ten minste 50% in lokaal eigendom. - Het zonnepark wordt zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. - De gronden waarop het zonnepark wordt ontwikkeld, zijn minder geschikt voor landbouw. - De gronden waarop het zonnepark wordt ontwikkeld, dragen actief bij aan het versterken van de biodiversiteit. Aan alle vijf de voorwaarden moet worden voldaan, wil medewerking kunnen worden verleend aan een verzoek om een zonnepark. In paragraaf 2.1.9 en 2.2.5 is reeds aangetoond dat aan al deze voorwaarden wordt voldaan.

Op dit punt wordt tevens verwezen naar bijgevoegd document ‘Onderbouwing provinciale zonneladder project Skûlenboarch’. Hieruit blijkt dat het zonnepark in een concrete, lokale behoefte voorziet, die niet (alleen) op daken en gevels dan wel (uitsluitend) binnen bestaand bebouwd gebied kan worden opgevangen. 2.3.3 Conclusie Voorliggend plan komt tegemoet aan de doelstelling van de gemeenten Achtkarspelen en Tytsjerksteradiel om in 2040 energieneutraal te zijn. Voor de aanleg van het zonnepark zal moeten worden afgeweken van de voor het projectgebied geldende bestemmingsplannen. De colleges van burgemeester en wethouders hebben inmiddels aangeven ‘een positieve grondhouding’ ten aanzien dit plan te hebben.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

19

3.

Planbeschrijving

3.1 Huidige situatie Tot en met september 2020 is er zand gezogen binnen het projectgebied. De laatste zandafgraving vond aan de oostzijde plaats, parallel aan de Westerein. Daarna is de zandwinplas opgeleverd aan Enerzjyk Skûlenboarch BV. Dit is gebeurd volgens het ‘Eindplan’, dat onderdeel is van de ontgrondingsvergunning. Het Eindplan is weergegeven in afbeelding 3.1. De maatregelen uit dit Eindplan zijn inmiddels uitgevoerd.

Afbeelding 3.1 Eindplan volgens ontgrondingsvergunning

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

20

De zandwinplas heeft op dit moment een oppervlak van circa 49 hectare.13 Het grootste deel van de rand rond de plas behoort tot het projectgebied. Zie afbeelding 1.1 voor de begrenzing. Daaruit blijkt dat het recreatiestrand aan de zuidoostkant erbuiten valt. Deze is in eigendom van de gemeente Achtkarspelen. Ook aan de zuidkant liggen percelen van derden (zoals het gemaal van wetterskip Fryslân). Deze percelen liggen eveneens buiten het projectgebied en blijven buiten beschouwing. De afbeeldingen 1.1, 1.2, 2.1, 2.3 en 2.4 geven een goede indruk van de huidige situatie binnen het projectgebied. Het gaat om een grootschalige waterplas die aan één zijde door zware industrie (noorden) en voor het overige door vegetatie en/of zandige oevers wordt omgeven. Aan de noordoost-, zuid- en westkant liggen bospercelen. Aan de noord- en oostkant is het gebied opener, deels door de recente afgraving. Formeel is het projectgebied afgesloten voor bezoekers, maar de aanwezige hekwerken zijn op diverse plekken opengebroken (ondanks periodiek herstelwerk). Rondom de plas heeft zich daardoor in de loop der jaren een voetpad gevormd. De noordoostkant van het projectgebied wordt na beëindiging van de zandwinning ingericht als ‘heischraal grasland’. Langs de plaatselijke oever komen tevens ‘takkenbossen’, zodat dit gebied landschappelijk is ingepast en ontoegankelijk wordt.

Verder krijgt de noordelijke oever van de zandwinplas steenbestorting. Daarnaast wordt her en der in het projectgebied riet aangeplant of voorzien in andere beplanting. Op twee plekken waar vroeger singelbeplanting stond, worden bomenrijen geplant. 3.2 Cultuurhistorie Begin jaren zeventig is gestart met de zandafgraving bij Skûlenboarch. Tien jaar eerder is het Prinses Margrietkanaal/Knillesdjip verbreed en een begin gemaakt met de aanleg van het plaatselijke industrieterrein. In de eerste twee decennia werd er alleen zand gezogen in het deel van de plas dat direct aan de zuidzijde van het industrieterrein grenst en onderdeel is van de gemeente Tytsjerksteradiel. Vanaf de jaren negentig werd gestart met de afgraving van het noordelijk deel, dat op het grondgebied van de gemeente Achtkarspelen ligt. In 2014 zijn beide delen met elkaar verbonden. Een jaar later is het recreatiestrandje aan de zuidoostzijde aangelegd. In afbeelding 3.2 zijn enkele historische kaarten opgenomen, die het voorgaande illustreren. Uit de oudste kaart van omstreeks 1950 is tevens op te maken dat er op de plek van de zandwinplas ooit een fraai coulisselandschap lag. Kenmerkend voor dit landschapstype is een opstrekkende verkaveling (lange, smalle percelen) en houtwallen/dykswâllen met elzen op de perceelgrenzen.

Het contrast met de zandwinplas kan haast niet groter zijn: de kleinschaligheid en groene beslotenheid heeft plaats gemaakt voor een grote open ruimte. Toch is er ook een zekere continuïteit tussen verleden en heden. Het coulisselandschap van de Noardlike Fryske Wâlden dankt haar bestaan en inrichting mede aan de systematische veenafgravingen die er vanaf de Middeleeuwen hebben plaatsvonden. Hoewel van een geheel andere orde, geldt dat ook voor het ontstaan van de zandwinplas. Daar doet alleen het

13 Dit is het wateroppervlak. Het landoppervlak binnen het projectgebied bedraagt circa 16 ha.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

21

groen in de randzone nog denken aan het coulisselandschap dat er ooit aanwezig was.

Afbeelding 3.2 Topografische kaarten omstreeks 1950, 1982, 1993 en 2013 (bron: topotijdreis.nl)

3.3 Ruimtelijk ontwerp 3.3.1 Uitgangspunten Uit de beleidsanalyse van hoofdstuk 2 is naar voren gekomen dat de plaatselijk aanwezige ‘gebiedskenmerken en gebiedswaarden’ (Energieagenda) en ‘ruimtelijke kwaliteit’ (Klimaatakkoord) de basis vormen voor de inpassing van zonneparken in het landschap. Het is een ruimtelijke opgave die vraagt om een integrale benadering, met als uitgangspunt: het beperken van de impact op natuur en landschap, meervoudig ruimtegebruik en het creëren van samenhang met andere gebiedsopgaven. Het projectgebied is onderdeel van de ‘Noordelijke Wouden’. De daarvoor kenmerkende kavelstructuren en landschapselementen zijn door de zandwinning letterlijk weggegraven. Zoals blijkt uit paragraaf 3.2 is het voormalige landschap alleen in de randen van de zandwinplas nog te herkennen. Deze vervullen daarmee een dubbele functie: de groene randen met deels nog oude boomwallen zorgen voor de inpassing van het zonnepark én herinneren aan het singel-/dyskwallenlandschap dat hier aanwezig was. In het inrichtingsplan dat in paragraaf 3.3.2 aan bod komt, worden enkele concrete ‘meekoppelkansen’ voor het landschap benoemd. Het idee is dat de oude landschapsstructuren daarmee weer ‘leesbaar’ worden gemaakt.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

22

In het kader van de participatie en het inspraaktraject is met diverse organisaties en gebiedsgebruikers gesproken. Er blijkt behoefte te zijn aan dagrecreatie in het projectgebied. Wandelen en vissen zijn daarbij het meest genoemd. De aanwezige natuur en het groene karakter vormen volgens velen belangrijke gebiedskwaliteiten. Er worden ook problemen benoemd. Hangjongeren, motorcrossers/quads en drugsdealers zorgen voor overlast (o.a. zwerfafval, stichten van brandjes, lawaai, gevoel van onveiligheid). Het illegaal zwemmen op diepe plekken en nabij instabiele oevers zorgt voor gevaarlijke situaties. Ook voor deze gebiedsopgaven zijn in het inrichtingsplan meekoppelkansen opgenomen. Daarbij gaat het om het versterken van natuurwaarden, toevoegen van dagrecreatieve functies en beperken van overlast. In paragraaf 3.1 is het Eindplan besproken. Deze heeft als doel te voorzien in een landschappelijke inpassing van de zandwinplas. Daarmee is dus reeds sprake van een inbedding van het projectgebied/zonnepark binnen het landschap. Het Eindplan is het resultaat van de afspraken die zijn gemaakt tussen de zandwinner en de provincie/gemeenten in het kader van de ontgrondingsvergunning. Alleen daar waar dit van meerwaarde wordt geacht, is ervoor gekozen om dit Eindplan aan te vullen.

3.3.2 Inrichtingsschets Aan het slot van dit hoofdstuk is de inrichtingsschets voor het projectgebied opgenomen. Deze geeft op hoofdlijnen aan hoe het zonnepark ruimtelijk wordt ingepast. Ook de ‘meekoppelkansen' voor dagrecreatie en natuur zijn in de inrichtingsschets opgenomen. De schets is een coproductie van +PEIL architecten en LAOS Landschapsarchitectuur en gebaseerd op de vertrekpunten uit de notitie ‘Sinnefjilden yn it lânskip’. Er kunnen vier ‘lagen’ in de inrichtingsschets onderscheiden worden: • Energie: de aanleg van een drijvend zonnepark met een omvang van maximaal 24,5 hectare. In plaats van zand zal er dus energie gewonnen gaan worden. Het zonnepark vormt daarmee de nieuwe economische motor van het projectgebied. De opbrengsten uit ´zon´ kunnen deels geherinvesteerd worden in de randen. • Recreatie: het benutten van de recreatieve potentie door de aanleg van een wandelpad rondom de plas (inclusief aansluiting bij het Binnefiet-pad buiten het projectgebied), een MTB-track14 en visgelegenheden aan de noordkant, een uitkijkpunt aan de oostkant, een bootcampcircuit14 bij het recreatiestrandje (in overleg met de gemeente Achtkarspelen) en een vogelspotplek aan de zuidkant. • Ecologie: het creëren van rietoevers aan de noordkant (cf. Eindplan), heischraal grasland aan de oostkant (cf.

Eindplan), een klif voor oeverzwaluwen en taluds voor wilde bijen aan de oostkant, het vergroten van de biodiversiteit in het ‘heuvelbos’ aan de zuid(west)kant, het ontzien van waardevolle natuur aan zuid- en westkant en het behoud van foerageergebied voor vleermuizen en vogels. • Landschap: het zichtbaar maken van de oude kavelstructuur door drijvende rieteilanden in het zuidelijk deel van de plas (mits uitvoerbaar), het creëren van 14 De technische uitwerking hiervan gebeurt in samenwerking met lokale verenigingen die hierin geïnteresseerd

zijn.

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

23

een bomenlaan aan de noord- en oostkant (cf. Eindplan), de aanleg van compensatiebos en struweel aan de (noord)oostkant (cf. Eindplan) en het creëren van een (voet)verbinding met het Binnefiet-pad ten zuiden van het projectgebied. Landschap als drager De landschappelijke ‘laag’ is de drager voor de andere drie lagen en deze sluit direct aan bij het Eindplan dat gericht is op de ruimtelijke inpassing van de zandwinplas. Met dit Eindplan wordt het landschap reeds in belangrijke mate versterkt. In de eerste plaats door de boscompensatie aan de noord- en oostkant, maar ook door het gedeeltelijk herstellen van de laanbeplanting die vroeger aanwezig was op de grens van de destijds losstaande zandwinplassen (zie afbeelding 3.2 en 3.3). Daarop voortbordurend zijn in de inrichtingsschets drijvende rieteilanden in het zuidelijk deel van de plas ingetekend. Deze liggen op de plek van voormalige houtwallen en zijn eveneens bedoeld om de oude landschapsstructuur en cultuurhistorie weer zichtbaar te maken. De rieteilanden vormen tevens een afscherming van het industriegebied en zonnepark, gezien vanuit het zuidelijke deel van het projectgebied. Dit zuidelijke deel is landschappelijk gezien het fraaist en wordt door dagrecreanten het meest benut en gewaardeerd. Er is nog wel nader onderzoek nodig om te beoordelen of het aanleggen van de rieteilanden technisch en/of economisch uitvoerbaar is.

De verbinding met het omliggende landschap krijgt tenslotte vorm door aansluiting te creëren met het Binnefiet-pad rond de ter plaatse aanwezige pingoruïne.

Afbeelding 3.3 Landschappelijke laag

Afbeelding 3.4 Ecologische laag

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

24

Hierna wordt in detail op enkele bijzonderheden en deelgebieden van het (toekomstige) projectgebied ingegaan. Het zonnepark komt in paragraaf verder 3.3.3 aan bod. Natuurwaarden Enerzjyk Skûlenboarch BV heeft BügelHajema Adviseurs BV opdracht gegeven voor het uitvoeren een uitgebreid ecologisch onderzoek. Daarbij zijn niet alleen de huidige natuurwaarden in kaart gebracht, maar is ook gekeken naar de potentie van het projectgebied voor de ontwikkeling van nieuwe natuur. In paragraaf 4.9 wordt dit uitgebreid beschreven. De belangrijkste ingrepen zijn samengevat in afbeelding 3.4. Wandelgebied (toezicht/educatie) Er wordt een wandelpad rond de zandwinplas aangelegd. De kwetsbare natuur aan de zuid- en westzijde wordt hierbij ontzien. Het ‘rondje plas’ duurt ongeveer een uur en voert langs verschillende landschapstypes: bos, heischrale graslanden, recreatiegebieden, industrie en open water. Aan de oostzijde wordt een uitkijkpunt over het drijvend zonnepark gecreëerd en aan de zuidzijde een vogelspotplek. Het ‘rondje plas’ vervult meerdere functies. Er is behoefte aan wandelgebied. Deze wandelaars kunnen bijdragen aan de sociale controle rond de plas. Op dit moment zijn er veel plekken waar weinig of geen toezicht is en met regelmaat illegale of criminele activiteiten plaatsvinden. Het rondje plas kan helpen om dit tegen te gaan.

Verder leent de wandelroute zich goed voor verschillende educatieve doeleinden. Langs het rondje plas kan - bijvoorbeeld met gebruikmaking van QR-codes en/of bebording - de historie van het gebied en het verhaal van de energietransitie verteld worden. Ook kan de wandelaar gewezen worden op de plaatselijke flora en fauna. Een koppeling met de lokale volksverhalen van Dam Jaarsma is ook denkbaar.

Afbeelding 3.5 Recreatieve laag

Sportvisserij De zandwinplas staat bij plaatselijke sportvissers bekend om zijn roofvis. Op dit moment kan er niet legaal gevist worden. Het plan is om de noordzijde van de plas

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

25

openstellen voor sportvissers. Hier worden meerdere visstekken gecreëerd. Tevens komt er een vissteiger die toegankelijk is voor mindervaliden. De technische uitwerking hiervan gebeurt in samenwerking met Hengelsportvereniging De Rietvoorn. Beheer Er wordt een beheersmaatschappij opgericht die zorgdraagt voor het onderhoud van het zonnepark en de randzone. Deze beheersmaatschappij houdt het zonnepark schoon en draaiende. Tevens stelt zij jaarlijks een bedrag beschikbaar voor het onderhoud van de natuur- en recreatievoorzieningen. De onderhoudswerkzaamheden worden zoveel mogelijk uitgevoerd door lokale bedrijven en zo mogelijk aangestuurd vanuit de betrokken verenigingen van dorpsbelang en energiecoöperaties. 3.3.3 Bouwplan en verdere uitwerking In de inrichtingsschets is een contour opgenomen waarbinnen het drijvend zonnepark gerealiseerd wordt. Deze contour geldt als uiterste bouwgrens. Het zonnepark krijgt een maximale omvang van 24,5 hectare (50% van het totale wateroppervlak). Hoe het zonnepark feitelijk gebouwd wordt hangt af van allerlei technische en financiële aspecten. Verschillende varianten zijn denkbaar. Afbeelding 3.7 laat zien hoe het zonnepark binnen de contour gebouwd kan worden. De definitieve invulling wordt bepaald in overleg met het EPC-bedrijf dat het zonnepark gaat bouwen.

Voor onderhavig plan wordt vooralsnog en bij wijze van ‘worst-case-scenario’ uitgegaan van een optimale benutting van het gebied binnen de contour (24,5 hectare). In afbeelding 3.10 is een visualisatie van het zonnepark opgenomen. Het betreft hier een alternatieve bouwvariant, waarbij het park is opgedeeld in twee losse velden. In figuur 11 is hiervan een inrichtingsschets opgenomen (omvang: 23 hectare).

Afbeelding 3.6 Illustratie beoogd type drijvend zonnepark (Zim Float)

Het zonnepark beslaat maximaal 50% van het wateroppervlak. Globaal valt de ligging van het zonnepark samen met de begrenzing van de geluidzones van de aangrenzende industrieterreinen (vergelijk afbeelding 1.3 en 3.12). In afbeelding 3.6 is een illustratie opgenomen van het type zonnepark dat de initiatiefnemer voor ogen heeft. Dit type zonnepark bestaat uit een aantal drijvende ‘modules’, die afzonderlijk circa 1,4 ha groot zijn. De modules zijn opgebouwd uit meerdere ‘boten’, die

Ruimtelijke onderbouwing Enerzjyk Skûlenboarch

26

aan elkaar gekoppeld zijn en op hun plek gehouden worden door (verticale) bodemverankering. Afbeelding 3.8 bevat een technische tekening van een afzonderlijke ‘boot’. De hoogte van de panelen boven wateroppervlak bedraagt maximaal 1 m.

Afbeelding 3.7 Optimalisatiemodel (circa 24,5 hectare)

Het zonnepark zelf bestaat uit ‘glas-glas panelen’. Dit type zonnepanelen zijn licht doorlatend. Er komen ook lichtstraten binnen de modules. Daarmee kan zonlicht tot het wateroppervlak en de diepere lagen van de plas blijven doordringen. De elektriciteitskabels worden aan de onderzijde van de panelen bevestigd (zie afbeelding 3.9). De omvormers en transformatoren zijn volledig geïntegreerd binnen het drijvende zonnepark, zodat hiervoor geen ruimte op de aangrenzende oevers hoeft te worden vrijgemaakt. In combinatie met de bodemverankering betekent dit dat de oever en de aangrenzende strook van circa 30 m geheel gevrijwaard blijven van bouwwerken en/of bekabeling. Alleen voor de hoofdaansluiting van het zonnepark wordt een verbinding met de oever gemaakt. Dit gebeurt aan de noordwestzijde van het projectgebied op de braakliggende industriekavel. Op deze kavel komt het inkoopstation te liggen. Dit is schakel tussen het zonnepark en het elektriciteitsnetwerk. Daarmee wordt de opgewekte stroom dus op het elektriciteitsnetwerk gebracht. Een inkoopstation bestaat uit schakelaars en een hoofd(elektriciteits)meter. Het gebouw heeft een oppervlak van circa 30 m2 en een bouwhoogte van maximaal 5 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=15ad2182-63a9-4796-a9b8-3bd2ffb178db