Inspraakreactie mevr. Leenstra (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Sinds ruim 40 jaar wonen wij op de Hillamaweg, ongeveer 20 meter vanaf de kruising met het Sminiaplein. Hierdoor ken ik het plein als voetganger, fietser en als automobilist. Ik kom er elke dag en ik zou mezelf daarom ervaringsdeskundige willen noemen – ook al omdat ik als 80 jarige bij de ouderen hoor. Ik was dan ook erg blij met de aankondiging van de evaluatie – vooral toen ik las dat het doel was: Een veilig kruispunt met hoge belevingswaarde. En ik herken mezelf in alle ingebrachte knelpunten mbt het kruispunt, maar in het onderzoek vind ik daar te weinig van terug. De wijze waarop het verslag tot stand gekomen is doet me twijfelen of het wel representatief is. Bijvoorbeeld zijn de oversteek- metingen op het kruispunt gedaan tussen 88.30u en 16.30 – 17.00 uur. Dit is niet echt het uur waarop ouderen en moeders met kleine kinderen daar oversteken. En ook worden er op dat tijdstip nog geen boodschappen gedaan vanuit onze wijk. Dus de conclusie over de aantallen oversteekbewegingen per dag kunnen niet kloppen. De metingen betreffende de snelheid op het kruispunt werden gedaan terwijl er een zichtbaar meetapparaat stond en iedere automobilist weet dat je dan automatisch op de rem trapt omdat je geen bekeuring wil riskeren. Dus ook die uitslagen lijken mij gekleurd.
En dan de twijfel of de metingen die hoge snelheden gemeten hebben wel goed zijn … Hoe stiller het is – hoe harder er gereden wordt dat is mijn observatie. Zowel in het onderzoek als het advies is de focus op de veiligheid en wordt de beleving ondergeschikt gemaakt. Vandaar ook de conclusie in het afrondende advies: een voorkeursalternatief waarbij nauwelijks de beleving zal verbeteren. De veiligheid is uiteraard erg belangrijk maar zoals het nu is voelt het niet eerlijk. Gevoelens zijn ook argumenten die belangrijk zijn. Een ‘shared space’ wordt het genoemd waarbij de kruising zo wordt ingericht dat er door de mensen als gelijkwaardige deelnemers zelf rekening gehouden zal worden met elkaar.
Voor mij is de beleving niet die van een shared space, maar gewoon een drukke weg die ik moet oversteken. Vaak prima te doen maar je weet het nooit zeker. Dan bemoedigen we elkaar als er weer een oudje met een rollator blijft staan , terwijl ik inschat dat we het best halen en gaan we samen. Of als fietser: kom op we hebben echt voorrang. Maar het geeft altijd stress: dan schiet er ineens een fietser langs me heen die ik niet aan zag komen. Of toetert er een auto boos terwijl ik toch echt op de fiets voorrang had. En ja het is waar: ik heb wat meer tijd nodig om op en af te stappen van mijn fiets, of te beslissen of die auto die er aan komt te vertrouwen is. 15% die geen voorrang verleent volgens de evaluatie: dat is best veel hoor. En zelfs al rijden de auto’s 30km weet je nog altijd niet zeker of ze wel gaan stoppen. Hoe zouden automobilisten kunnen weten dat het een shared space is? Dat vraag ik me af. De auto’s zijn in de meerderheid en overheersen. Maar een blijvende aanwezigheid van een snelheidsmeter met display zal zeker helpen omdat dat tot lagere snelheid leidt. Wij – oudere voetgangers - willen allemaal zo graag een zebrapad. Een zebra geeft ongelijkheid zegt het rapport, maar die ongelijkheid is er nu ook: fietsers die tegelijk met mij als voetganger oversteken – allebei naast de plantenbak – hebben wel voorrang en ik niet, dat is best lastig.
Ik hoop dat het mogelijk zal zijn meer duidelijkheid te scheppen vooral voor de voetgangers. Het liefste een zebrapad, maar een gemarkeerde oversteekplaats met ‘pas op: fietsers en voetgangers’ zou dat niet kunnen? Devi Leenstra Blom