Inspraakreactie dhr. J. Riemersma - Bijlage III - Chemische Analytische methode WU rapport 2025: Goed benutten van biologische combiluchtwassers
Tekst van het document
Stukken uit : Chemische Analytische methode WU rapport 2025: Goed benutten van biologische
combiluchtwassers-o-Wageningen University and Research 686559.pdf (Bijlage III)
3.1.7.2 Geurresultaten De geurmetingen zijn momentopnames en geen continue metingen. Het beoordelen van geurrendementen per meetperiode (= 1 meting) levert beperkt inzichten op. Daarom zijn de geurresultaten ook over het gehele project samen beoordeeld. In Tabel 12 zijn de resultaten weergeven van zowel de conventionele methode (panel) als de chemischanalytische methode. De absolute waarden voor de geurconcentratie (geuractiviteit) van de conventionele methode (uitgedrukt in OUE/m3) en de chemisch analytische methode (uitgedrukt in SumOAV) zijn niet op dezelfde schaal en dienen niet rechtstreeks met elkaar vergeleken te worden. Relatieve vergelijkingen, bijvoorbeeld de beoordeling van het verwijderingsrendementen van de luchtwasser zijn wel mogelijk. Uit de chemisch analytische methode blijkt dat gedurende het jaar, H2S en methylmercaptaan de belangrijkste geurcomponenten te zijn. In sommige perioden verandert te samenstelling van de geur richting hogere concentraties van vetzuren en fenolen/indolen ten opzichte van de zwavelcomponenten, wat kan duiden op verhoogde fermentatieprocessen in de mest. De geurverwijderingsrendementen van de luchtwasser laten op de 5 meetmomenten over het jaar heen verdeeld een wisselend beeld zien. De verschillen zijn bij de conventionele methode groter, onder meer soms veroorzaakt door een grote spreiding tussen de duplometingen.
Het voorgeschreven verwijderingsrendement voor geur van 45% wordt volgens de conventionele meetmethode op drie van de vijf meetmomenten gehaald. Volgens de chemisch analytische methode waren de rendementen op alle momenten rond of boven de 45%. Vergelijking van de data uit het elektronisch logboek en de ventilatievracht door de luchtwasser geven geen duidelijke verklaring voor de grote verschillen in de efficiëntie van geurverwijdering. veroorzaakt door een grote spreiding tussen de duplometingen. Het voorgeschreven verwijderingsrendement voor geur van 45% wordt volgens de conventionele meetmethode op drie van de vijf meetmomenten gehaald. Volgens de chemisch analytische methode waren de rendementen op alle momenten rond of boven de 45%. Vergelijking van de data uit het elektronisch logboek en de ventilatievracht door de luchtwasser geven geen duidelijke verklaring voor de grote verschillen in de efficiëntie van geurverwijdering. 11 okt 2023 26 feb 2024 6 mei 2024 12 aug 2024 22 okt 2024 Tabel 12 (periode 2) (periode 3) (periode 4) (periode 5) Geurresultaten (periode 1) conventioneel (panel) + chemischanalytisch, uitgevoerd op een monster verkregen uit de ingaande en uitgaande luchtstroom uit de luchtwasser op locatie 1. Ventilatievrach t van de ingaande lucht en de pH van het waswater in de luchtwasser op het moment van monstername zijn ook weergeven.
Datum Ventilatievracht Niet bekend (m3/u) pH 6,2 Conventionele methode Ingaand conc 3329 geur (OUE/m3) Uitgaand conc 3015 geur (OUE/m3) Verwijderings9% rendement geur (%) Chemisch analytische methode Ingaand conc n.b. geur (SumOAV) Uitgaand conc n.b. geur (SumOAV) Verwijderingsn.v.t. rendement geur (%)
Niet bekend
103000
182500
88000
4,9
7,3
4,4
7,5
4759
2871
1332
6902
573
2949
507
2253
88%
-3%
62%
67%
1589
2061
2949
4410
438
1010
898
2059
72%
51%
39%
53%
3.1.7.3 Deelconclusies De metingen leveren de volgende conclusies op: • Verzuring van waswater in deze biologische combi-luchtwasser ontstaat als: a. de nitrificatiesnelheid te hoog is (mogelijk als gevolg van teveel biomassa); b. het ammoniakaanbod in de ingaande lucht (flink) afneemt; c. de hoeveelheid afgevoerde spuiwater niet in balans is met de productie van zuur (instellingen). • Als de pH van het waswater te laag is - lager dan 6,5 - wordt ammoniak niet langer in nitraat omgezet maar in andere stikstofgassen zoals N2O, NOx en N2. De gassen N2O en NOx zijn schadelijk in het milieu. • Met handmatige aanpassingen van instellingen voor spuiwater hoeveelheid of EC grenswaarde is het mogelijk om de pH te corrigeren na verzuring van het waswater. Verder kan door het aanpassingen van instellingen de stabiliteit (voorkomen van verzuring) van pH worden verbeterd. Het vereist echter kennis van de biologische werking van de luchtwasser om dit goed te doen. Binnen deze locatie is het nog onvoldoende gelukt om zodanig te anticiperen op de veranderende ammoniakaanbod dat de pH binnen de bandbreedte bleef gedurende een lange periode. Meer praktijkervaring is nodig om hier algemene suggesties of instellingen voor te vinden.
• Het aanpassen van instellingen is te automatiseren; met aangepaste software van de luchtwasser kan deze de instellingen aanpassen op basis van gemeten parameters als pH, spui-frequentie, etc. Voor een goede vormgeving van zulke adaptieve software is verder onderzoek/testen nodig. De eerste resultaten van een semi-automatische regeling laten een goed resultaat zien. • Voor geurverwijdering is het beeld erg variërend. De luchtwasser kan drie veelvoorkomende zwavelhoudende componenten niet of slecht verwijderen: methylmercaptaan, dimethylsulfide en waterstofsulfide (H2S). Eerste inschatting volgens de chemisch analytische methode is dat deze stoffen tot wel 90% van alle geur veroorzaken in de lucht die nog uit de luchtwasser komt. Voor een lage geuremissie uit de stal zijn maatregelen nodig om de vorming van deze componenten te voorkomen bijvoorbeeld door aanpassingen aan de voersamenstelling of stalmanagement. Andere groepen van geurstoffen (vetzuren, fenolen en indolen) lijken over het algemeen goed verwijderd te worden.