CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Informerend raadsvoorstel uitspraak proefproces regenwatersystemen.doc

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 21 januari 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Uitspraak proefprocedure regenwatersystemen (informerend)1.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Riedsynformaasje Ried (of LIST) Agindapunt Status Program Portefúljehâlder Amtner Taheakke Presintaasje Iepen Poadium Saaknûmer

: : : : : : : : :

21 januari 2021 Vult de griffie in INFORMEREND 8 Volkshuisvesting, RO en stedelijke vernieuwing dhr. A. Bouwman Aukje van der Galien N.v.t. Zie de reeds op de LIST geplaatste stukken. Nee Z2018-13695 / S2020-28748

Underwerp Uitspraak proefproces regenwatersystemen De ynformaasje wurdt foar kundskip oanbean oan de ried. Koarte gearfetting Met dit raadsvoorstel willen wij u informeren over de uitspraak in het bij de rechtbank gevoerde proefproces met betrekking tot de regenwatersystemen. Wij lichten toe waarom het proefproces is begonnen, wat het vonnis inhoudt, welke directe consequenties het proefproces heeft en wat de vervolgstappen zijn. Ynlieding Tijdens de raadsvergadering van 10 december 2020 heeft wethouder Bouwman u geïnformeerd dat eerder die dag de uitspraak in het proefproces van de regenwatersystemen was ontvangen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de gemeente bij verkoop van woningbouwkavels in strijd met artikel 122 van de Woningwet heeft gehandeld door het afnemen van een regenwatersysteem verplicht te stellen en heeft daarom het beding betreffende het regenwatersysteem in de koopovereenkomst en de bepaling in de algemene voorwaarden nietig verklaard. De raad heeft vervolgens gevraagd dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 21 januari 2021. Graag voorzien wij u middels dit raadsvoorstel van aanvullende informatie naast de stukken die u reeds heeft ontvangen. Een voorstel over de consequenties van de uitspraak en de vervolgstappen die de uitspraak vraagt is in voorbereiding.

Vanwege de in acht te nemen zorgvuldigheid wordt deze u voor de raadsvergadering van 18 februari 2021 aangeboden. Kearnboadskip Vanaf 2008 is de gemeente bij de verkoop van woningbouwkavels het afnemen van een systeem voor hergebruik van regenwater gaan verplichten. Dit beleid is vastgelegd in de duurzaamheidsnota “It kin oars, it moat oars” die de raad in 2008 heeft vastgesteld. Sinds 2008 hebben 180 kopers van woningbouwkavels op basis van deze verplichting een regenwatersysteem afgenomen en voor dit systeem betaald. Daarnaast zijn er 12 kopers van woningbouwkavels en WoonFriesland (4 systemen) die niet hoefden te betalen voor het systeem. Inmiddels zijn er ook kopers die hun woning hebben doorverkocht, waardoor er een nieuwe eigenaar van het regenwatersysteem is.

Waarom zijn we dit proefproces begonnen? Bij raadsbesluit d.d. 19 juli 2018 is besloten om het afnemen van een regenwatersysteem bij het kopen van een woningbouwkavel optioneel aan te bieden. Dit vanwege de klachten over het functioneren van de regenwatersystemen. Toen rees de vraag of het optioneel aanbieden van een regenwatersysteem voor rechtsongelijkheid zou zorgen ten opzichte van de kopers die eerder verplicht waren het systeem af te nemen. Dit is intern juridisch getoetst. Bij deze interne juridische toets bleek dat het verplichten van het afnemen van een regenwatersysteem mogelijk strijdig was met artikel 122 van de Woningwet. Op grond van dit artikel is het voor gemeenten verboden om rechtshandelingen naar burgerlijk recht te verrichten ten aanzien van de in het Bouwbesluit gegeven voorschriften. Ook uit een externe juridische toets bleek dat dit risico reëel was. In diezelfde periode ontving de gemeente een klachtbrief van 32 eigenaren van regenwatersystemen. Met die brief dienden de eigenaren een officiële klacht in tegen de opgelegde verplichting voor de aanschaf en ingebruikneming van het regenwatersysteem. Deze eigenaren verlangen de aankoopprijs van het systeem en de installatiekosten terug.

Vanwege de juridische onduidelijkheid over de rechtmatigheid van de verplichting tot het afnemen van een regenwatersysteem en de klachten die de gemeente had ontvangen over de verplichting, is besloten om zelf de regie te houden en vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid en transparantie de rechter om duidelijkheid vragen. Het college is met de indieners van de klacht in gesprek gegaan en heeft afspraken met hen gemaakt om door twee van de kopers een proefproces tegen de gemeente te laten starten om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van het verplichten van het afnemen van een regenwatersysteem. De raad is op 14 februari 2019 geïnformeerd over het proefproces. Waar staan we nu? Op 9 december 2020 heeft de rechtbank vonnis gewezen en geoordeeld dat de tussen de twee kopers en de gemeente gesloten koopovereenkomsten op grond van artikel 3:40 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek partieel nietig (ongeldig) zijn, namelijk ten aanzien van de bedongen voorwaarde tot het afnemen van een regenwatersysteem en artikel 4.3 van de algemene verkoopvoorwaarden. Dit houdt in dat de bepalingen uit de koopovereenkomst en de algemene voorwaarden die zien op het regenwatersysteem worden geacht nooit te hebben bestaan. Voor het in rekening brengen van het regenwatersysteem bij de twee kopers door de gemeente was hierdoor geen rechtsgrond.

De twee kopers hebben de aanschafkosten daarom onverschuldigd betaald (artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek) waardoor de gemeente aan beide kopers € 4.840,00 moet terugbetalen. Daarnaast hebben de kopers installatiekosten gemaakt omdat het systeem op hun kosten moest worden geïnstalleerd. De rechtbank oordeelt dat deze verrichte prestaties naar hun aard niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt, op grond van artikel 6:210 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek dient de gemeente de waarde van de prestaties te vergoeden. Het is daarom redelijk dat de gemeente de installatiekosten van respectievelijk € 661,00 en € 847,00 aan de twee kopers vergoed. De hiervoor bedoelde bepalingen in de koopovereenkomsten en de algemene voorwaarden zijn nietig, omdat de gemeente in strijd met artikel 122 van de Woningwet heeft gehandeld door het afnemen en aansluiten van een regenwatersysteem contractueel verplicht te stellen bij de aankoop van door haar uitgegeven woningbouwkavels. Het verplichten van een regenwatersysteem is een voorschrift dat valt onder het onderwerp milieu. De wetgever heeft het stellen van milieueisen bij (ver)bouw als een exclusieve bevoegdheid van de rijksoverheid aangemerkt en daartoe het onderwerp milieu in het Bouwbesluit opgenomen.

Het verplicht stellen van een regenwatersysteem is een duurzaamheidsmaatregel waarmee wordt beoogd verantwoord watergebruik te bewerkstelligen teneinde daarmee de milieubelasting door het bouwen terug te dringen. Daarmee is het een bouwtechnisch voorschrift ten aanzien van een onderwerp waarin al is voorzien in het Bouwbesluit. Door middel van het contractueel opleggen van een regenwatersysteem streefde de gemeente een verdergaand

2

kwaliteitsniveau na dan de wetgever heeft beoogd en publiekrechtelijk is geregeld. De gemeente heeft dus hogere eisen gesteld aan de duurzaamheid en/of milieubelasting dan wettelijk voorgeschreven en dat is op grond van artikel 122 van de Woningwet niet toegestaan. Welke consequenties heeft deze uitspraak? Het oordeel van de rechtbank geldt alleen voor de rechtsverhouding van diegenen die partij zijn in de procedure. In dit geval heeft dat als consequentie dat de nietigheid van de bepalingen over het regenwatersysteem in de koopovereenkomst en de algemene voorwaarden slechts geldt tegenover de twee kopers die deze proefprocedure zijn begonnen. Op basis van het vonnis heeft de gemeente daarom slechts de verplichting om de aanschaf- en installatiekosten te vergoeden aan de twee eisers in de procedure. Naast deze twee kopers zijn er nog 178 andere kopers die verplicht een regenwatersysteem moesten aanschaffen bij de koop van hun woningbouwkavel. Daarnaast zijn sommige woningen met regenwatersysteem doorverkocht en heeft een aantal eigenaren van een regenwatersysteem niet voor hun systeem hoeven te betalen. Dit proefproces is gestart om duidelijkheid te krijgen over de rechtmatigheid van de verplichting tot het afnemen van een regenwatersysteem.

Nu deze duidelijkheid er is, dient een besluit te worden genomen over de consequenties van de uitspraak voor alle andere (voormalige) eigenaren van regenwatersystemen. De uitspraak is negatief voor de gemeente. De gemeente kan om die reden overwegen om in hoger beroep te gaan. Binnen 3 maanden na de uitspraak dient de gemeente in dat geval een dagvaarding in hoger beroep aan de wederpartij uit te reiken. Dit betekent dat het hoger beroep vóór 10 maart 2021 moet zijn ingesteld. Of het verstandig en kanshebbend is om in hoger beroep te gaan en welke consequenties de uitspraak voor andere betrokkenen heeft, wordt op dit moment uitgezocht. In de raadsvergadering van 18 februari 2021 zullen de consequenties en vervolgstappen aan u worden voorgelegd. Kommunikaasje De eigenaren van regenwatersystemen en de personen die een woningbouwkavel met een verplicht regenwatersysteem van de gemeente hebben gekocht zijn meteen na ontvangst van de uitspraak door de gemeente geïnformeerd over de uitspraak. Er is daarnaast een persbericht gepubliceerd. De brief en het persbericht zijn op 11 december 2020 op de LIST geplaatst en aan dit agendapunt toegevoegd. Ferfolchtrajekt In de raadsvergadering van 18 februari 2021 zullen wij de consequenties en de vervolgstappen naar aanleiding van de uitspraak in het proefproces aan u voorleggen.

Burgum 12 januari 2021 Het college van burgemeester en wethouders van Tytsjerksteradiel secretaris loco-burgemeester mw. H.M. van Gils

mw. G. Hoekstra-Mozes

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=44810c1b-6813-44b9-9fd9-5b278ec24d4e