Bijlage bij inspraakreactie Dhr. Riemersma (geanonimiseerd)
Tekst van het document
vla
verste
NIAY Doneer
Vast
Gemeene Tv
'
Re
Ingekom” 0% DEC. Aan de leden
van
de
gemeenteraad Tytsjerksteradiel
Ontvangen
Geachte volksvertegenwoordigers, Als vervolg op
7025
es
mijn korte invulling van de inspraakmogelijkheid op 20 november
2025 heb ik nog wat betreffende de door Sonac bestudeerd. heb ik uitstoot Daarnaast rapporten mij verdiept in een aantal rapporten door de provincie Fryslân uitgegeven (Provinciaal Blad 2023 nr 5848 blz. 7 tm 13, meer
En daarnaast de” Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten 2025”. (Bijlage It). Bijlage !). Tevens bijgevoegd een rapport “Hoe beoordeel je geur”.(Bijlage Ill) Ook toegevoegd : MERbeoordeling van 30-3-2023 door Royal Haskoning op de toenmalige aanvraag.
Vervolgens heb ik de rapporten van Olfasense van februari 2023 en januari 2025 en het rapport van Royal Haskoning dd 25 augustus 2023 doorgenomen. ik hieruit gehaald en hieronder beschreven. In het
De
voor
mijn betoog
relevante
onderdelen heb
rapport van Royal Haskoning ( Ruimtelijke onderbouwing Groen Gasinstallatie Sonac Burgum 2023) wordt gewag gemaakt van de gemetselde schoorsteen waarop de ketels 5, 2, 4 en de
dd 22 juni RTO
(Regeneratieve Thermische Oxidator) zijn aangesloten. Deze schoorsteen zou een hoogte van 42m, waar een groot deel van de uitstoot plaats vindt en dus ook de stank over het uitstroomgebied neervalt, Deze schoorsteen is ook de laagste van de drie schoorstenen en er vindt op grond daarvan ook de minste “verdunning” van de stank. Het hierboven genoemde rapport van de Provincie(de bijlage I) geeft aan dat de meethoogten 5m zijn. Wanneer mijn woning zich op ruim 16 m hoogte bevindt kunt u begrijpen, dat op die hoogte bij de zuidwestenwind een ruimere aanvoer van stank gegarandeerd is. De laatste ketel nr 7 die ruim 1000 uur per jaar op dierlijk vet gestookt zal worden heeft slechts een hoogte van 11 meter. hebben
In de
WABO( Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht) die vervangen is door de Omgevingswet beschreven, dat geur ook een onderdeel is van goede ruimtelijke ordening. (Bijlage IV Omschrijving en voorwaarden goede ruimtelijke ordening en Bijlage Vil Waarden luchtverontreiniging in Wetsbesluit). Daarmee valt de beoordeling hiervan onder de gemeentelijke bevoegdheid. De richtwaarden in de wet worden op een aantal plaatsen overschreden. De huidige
staat
aanvrage valt echter nog steeds onder de “oude” WABO Omdat
vanwege het moment
van
indienen.
algemeen toegankelijke verslaglegging van de controles van Rendac/Sonac Burgum duidelijke gegevens beschikbaar zijn over de uitslagen van de verplichte controles van de uitstoot heb ik een WOO-verzoek bij FUMO neergelegd voor het leveren van de resultaten van alle uitstootcontroles bij dit bedrijf gedurende de afgelopen twee jaar. er
in de
geen
In het
(SONA23BB8, januari2025 Bijlage V) wordt op blz. 7 in voetnoot 2 meting elders, namelijk Rendac Ecoson te Son (rapport RENS17B1 Olfasense en Askové-verslag 170534. 01). Daarin wordt een rendement van meer dan 92% aangegeven. Ook deze rapporten zijn door mij opgevraagd bij FUMO. Het is de vraag of dit rapport één op één vertaald kan/mag worden naar de situatie in Burgum. geurrapport
verwezen
In het
van
Olfasense
naar een
geurrapport Olfasense 2025 wordt onder 2.4.2.2 wordt
voor
de bestaande
luchtwasser
van
(Bloed, Haren en Veren deze afkorting wordt in het rapport vaak omgewisseld met BVH) verondersteld dat het rendement zou toenemen van 80 naar 85%. Dit wordt echter niet onderbouwd met meetgegevens elders en is dientengevolge onvoldoende aannemelijk gemaakt. Met betrekking tot de nieuwe viertraps chemische wasser wordt verwezen naar eerder genoemde meting bij Rendac/Ecoson te Son. BHV
drietal mij bekende meetrapporten Rendac/Ecoson te Son over 2017, 2018 en 2019 blijken de rendementen van soortelijke luchtwasser als volgt: Het betreft hier droger Noord en Zuid. Zie Uit
een
bijlagen hiervoor 2017 Op blz 18 vinden we een tabel met de rendementen: Tabel 6: Resultaten van de geurverwijderingsrendementsmetingen
Uitgaande
bij Rendac Son, 2017
Ingaande geurconcentratie
geurconcentratie
tou /m?]
Lous/m?]
[%]
10.200
116.887
6.739
94
10.400
122.002
1.502
99
10.600
25.437
2,015
92
10.800
35.544
1.393
91
2.520"
20066
658
98
6.164
3,9C7
37
3.631
2.114
4
419
746
-78%
1.861
3.419
84%
Biofilternummer
Droger Rendac, wasser
Oost
Droger Rendac, wasser
West
Droger Ecoson, wasser
Noord
Droger Ecoson, wasser
2018
Op
Zuid
blz 18 de
volgende
Tabel 4: Resultaten
van
Geurverwijderingsrendement
(gemiddeld)
tabel met de rendementen: de
geurverwijderingsrendementsmetingen bij Rendac Son,
2018
Ingaande geurconcentratie
Uitgaande geurconcentratie
Geurverwijderingsrendement
Lous/m°]
[oue/m°)
[%]
10.200
21.681
152
99
10.400
54.746
4,129
92
10.600
26.359
1.941
93
10.800
80.840
664
99
2,520
36.673
230
99
3,896
261
93
3.311
200
94
10.301
5.459
48
7.662
3.440
55
Biofiiter/wasser
Droger Ecoson, wasser
Noord
Droger Ecoson, wasser
Zuid
Droger Rendac, wasser Oost
Droger Rendac, wasser
West
2019 Wederom
op blz. 18 de
volgende
rendementen:
(gemiddeld)
Tabel
4: Resultaten
van
Biofilter/wasser
de
geurverwijderingsrendementsmetingen
Ingaande geurconcentratie
bij Rendac Son,
Uitgaande
Geurverwijderings-
geurconcentratie (gemiddeld)
four /m”)
rendement
/m’]
Lou
{%]
10.200
42.681
123
99,7
10.400
34
350
807
98
10.600
8.065
705
91
10
800
44.791
2983
94
2.520:
26.148
486
98
1.747
1.968
1.024
5,041
6.649
11.816
Droger
Fame
Lcoson,
wasser
Noord
Droger
Ecoson
wasser
Zuid
Droger
Rendac,
wasser
Oost
78
}
/
LA33
West
de betreffende 2 wassers
Kortom
N
„12
2.410
naars imina) úb
negatief rendement
en
Droger Rendac, wasser
2019
scoren
in 2 metingen
een
slechts ìn 1
dan 92%. Deze resultaten zijn onvoldoende om te onderbouwen meting dat een rendement van 80% haalbaar is op de nieuwe wasser. Bovendien zijn de meetresultaten over de 3 jaren duidelijk verschillend en wijzen niet op een voldoende betrouwbaar en constant resultaat. een
rendement
van
meer
Daarnaast is niet aannemelijk/bewezen dat de bestaande rendement van 85% kan halen.
wasser
van BHV
fabriek een verhoogd
Conclusie: Kortom
er
is onvoldoende zekerheid dat de fabriek binnen de is waarschijnlijk een onderschatting
aangevraagde geurvracht
aangevraagde geurvracht blijft. De van de werkelijk te verwachten
geurvracht. Bijlagen: Geuronderzoek Rendac Son, 2017 RENS17A2, december 2017 Olfasense B.V. Geuronderzoek Rendac Son, 2018 RENS18B3, juli 2018 Olfasense B.V. Geuronderzoek Rendac Son, 2019 RENS19B2, juni 2019 Olfasense B.V.
Royal Haskoning : MER aanmeldnotitie 30-03-2023 en Luchtonderzoek Waarden luchtverontreiniging in Wetsbesluit
13-03-2023
Samenvatting en vraag: Er lijkt de provincie alles aan gelegen te zijn om de door SONAC/RENDAC gevraagde uitbreiding bij onze gemeente er door te drukken door op zeer korte termijn(voor halverwege december 2025) de verklaring van geen bezwaar te eisen. Dit is een wat zotte en onredelijke eis, daar waar de provincie vanaf 2023 de tijd heeft gehad om haar zaakjes op orde te krijgen. Ik verzoek de raad dan ook deze eis naast zich neer te leggen en zichzelf tijd te gunnen om de resultaten van mijn beide WOO-aanvragen af te wachten en bovendien in haar afweging mee te nemen het resultaat van de procedure bij de Raad van State die op 02-12-2025 heeft gediend. Ik besef terdege, dat ik u hiermee een berg informatie verstrek, waarvan de bestudering veel tijd zal vergen. Maar voor een beslissing over een stankvrij Burgum voor de verdere toekomst kunt u hieruit materiaal halen, waar u uw beslissing op kunt baseren.
ait
Omschrijving en voorwaarden Goede Ruimtelijke Ordenin 7
Okl
Best vet
goede ruimtelijke ordening omvat verschillende aspecten, waaronder
Een
tussen wonen,
werken, natuur
bodem, geluid, milieu, externe veiligheid, ecologie, water, luchtkwaliteit
archeologie. rekening
met
de balans
infrastructuur, en de toetsing aan factoren zoals
en
en
goede ordening zorgt voor een leefbare omgeving en houdt de belangen van zowel individuen als de gemeenschap.
Een
Belangrijke aspecten
van
goede ruimtelijke ordening:
een
Fysieke en milieufactoren:
«
Bodem: De kwaliteit
o
Geluid: Geluidsoverlast door
en
het
gebruik van de bodem.
o
bijvoorbeeld verkeer of bedrijven
moet
beperkt blijven. o
Milieu:
Het
gaat
om
milieuzonering, waarbij bedrijven
gescheiden worden gehouden
e
en
en
woningen
hinder wordt voorkomen.
veiligheid: Het beoordelen van risico's met betrekking tot bijvoorbeeld de aanwezigheid van bedrijven met gevaarlijke stoffen.
o
Externe
o
Ecologie:
o
Water: Het beheer
o
Luchtkwaliteit: Het zorgen
Het beschermen en van
integreren
van
natuurlijke gebieden.
waterhuishouding.
de
schone lucht.
voor een
_Sociaal-economische aspecten: werken: Het creëren
o
Wonen
o
Infrastructuur: Het
o
en
van
ruimte
voor
wonen
en
werken. andere
inpassen transportmogelijkheden.
van
Economie: Het inpassen
economische activiteiten binnen de
van
wegen, spoorwegen
en
gestelde grenzen. e
Structuur o
en
gebruik van de ruimte:
Functiemenging: Het vinden van functies in een gebied.
een
wa
sina) Vege omgerngs
balans tussen verschillende
Ruimtelijk beleid: Het opstellen en volgen van ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan.
o
Definitie van de
o
openbare ruimte: Het duidelijk afbakenen
openbare ruimtes door middel van gebouwen, Intensiteit van
o
e
groen.
ruimtegebruik: De mate waarin de ruimte wordt benut.
Adaptatie aan veranderingen: Het mogelijk maken dat er in de toekomst kan worden afgeweken van het bestemmingsplan, bijvoorbeeld door het wijzigingsbevoegdheden in het plan.
Wanneer is sprake 21
okt
2020
—
beantwoording
«
en
Flexibiliteit: o
«
muren
van
Home
Er
van
een
zijn verschillende omgevingsfactoren
van
de vraag of sprake is
vari
‘een
die van
invloed zijn op de
goede ruimtelijke ordening
| Ruimtelijke ordening Nederland
Bij ruimtelijke ordening draait wonen,
goede ruimtelijke ordening
werken, landbouw,
het
om
het vinden
natuur
en
infra.
van
balans
en
het maken
van
ruimte
voor
Ruimtelijke ordening Nederland
24 apr 2024 behoeften
—
van
De
inrichting
een
samenleving:
van een
gebied, regio of land weerspiegelt
de economische
activiteiten,
vooral de noden en
…
Omgevingswet die 1 januari 2024 ìs ingevoerd, spreekt niet langer over ‘een goede ruimtelijke ordening’ maar richt zich op het benutten en beschermen van de ‘fysieke leefomgeving. De achterliggende gedachte is daarbij dat er een samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures voor de regulering van de fysieke leefomgeving is. Niet alleen ruimtelijke ordening valt daaronder, maar ook water, bodem, lucht, infrastructuur, natuur, cultureel erfgoed, et cetera. De
Analytische methode WU rapport 2025: Goed combiluchtwassers-o-Wageningen University and Research 686559.pdf Stukken
uit
:
Chemische
3.1.7.2 Geurresultaten De geurmetingen zijn momentopnames
en
op.
van
biologische
(Bijtage 111)
geen continue metingen. Het beoordelen
geurrendementen per meetperiode (= 1 meting) levert beperkt inzichten geurresuitaten ook over het gehele project samen beoordeeld. In Tabel
benutten
Daarom
van
zijn de
12 zijn de resultaten weergeven van zowel de conventionele methode. De absolute waarden voor de geurconcentratie
methode (panel) als de chemisch(geuractiviteit) van de conventionele methode (uitgedrukt in OUe/ms3) en de chemisch analytische methode (uitgedrukt in SumOAV) zijn niet op dezelfde schaal en dienen niet rechtstreeks met elkaar vergeleken te worden. Relatieve vergelijkingen, bijvoorbeeld de beoordeling van het verwijderingsrendementen van de luchtwasser zijn wel mogelijk. Uit de chemisch analytische methode blijkt dat gedurende het jaar, H2S en methylmercaptaan de belangrijkste geurcomponenten te zijn. In sommige perioden verandert te samenstelling van de geur richting hogere concentraties van vetzuren en fenolen/indolen ten opzichte van de zwavelcomponenten, wat kan duiden op verhoogde fermentatieprocessen in de mest. De geurverwijderingsrendementen van de luchtwasser laten op de 5 meetmomenten over het jaar heen verdeeld een wisselend beeld zien. De verschillen zijn bij de conventionele methode groter, onder meer soms veroorzaakt door een grote spreiding tussen de duplometingen. Het voorgeschreven verwijderingsrendement voor geur van 45% wordt volgens de conventionele meetmethode op drie van de vijf meetmomenten gehaald. Volgens de chemisch analytische methode waren de rendementen op
analytische
alle momenten
rond of boven de 45%,
Vergelijking van de data uit het elektronisch logboek en de ventilatievracht door de luchtwasser geen duidelijke verklaring voor de grote verschillen in de efficiëntie van geurverwijdering.
geven
veroorzaakt door een grote spreiding tussen de duplometingen. Het voorgeschreven verwijderingsrendement voor geur van 45% wordt volgens de conventionele meetmethode op drie van de vijf meetmomenten gehaald. Volgens de chemisch analytische methode waren de rendementen op alle momenten
rond of boven de 45%,
Vergelijking van de data uit het elektronisch logboek en de ventilatievracht door de luchtwasser geen duidelijke verklaring voor de grote verschillen in de efficiëntie van geurverwijdering.
Tabel 12 Geurresultaten conventioneel
(panel)
+
chemisch-
analytisch, uitgevoerd
op monster verkregen uit de ingaande een
en
uitgaande
luchtstroom uit de luchtwasser op locatie 1, Ventilatievrach tvan de ingaande lucht en de pH van het waswater in de luchtwasser op het moment van
monstername
zijn ook weergeven,
11
okt 2023
(perlode 1)
26 feb
2024
(periode 2)
6 mei
2024 (periode 3)
12 aug
2024
(periode 4)
22
geven
okt 2024
(periode 5)
(WAY LARA (wav
gYeA-TE-OB-OL
NON) NON) LIEN -
(wav yuer vuer yuer ue
NON)
TE-08-07 TBEe-jQBs-OdTo TE-0g-07 TE -Q8-O Z ut
-
zorsisuny gorsisuny Jorsisuny zorsisunsTe€-08-0 Z Be‘gijsdo “Igi/en“81 B‘garejsdo ul
ul UI UI
Beysdo Bejsdo “ven
Mnoga] 1Nve NueAnaven sa oadunven
ASpLEMJaGNA aBypuemjagna oBypuemjagnd aBpuemjagang dejsdo BugasongBusasoBgusasog Bu s og ui
za3f OOT
sad us
z53ospueg satuedap sasemyonj
yerw ow e
un Va
ua
sad iujs
ua
JejSiANWJEM
Bujoyemguo
Buporemuorersadng JoSseM/Jaduns 4ASEMAUIM] JASCMUIN zersadig 1arsiBaon zoasi8uon ua
vun 4vQ
jorsinag
JOOA dID
:seO :seg :SED :SLD :seg :se9 :se9 :se9 :seg‘SED
UAOID UA0ID UAOID UAOID LA0ID vaouD UI0ID ua0sD LAOIG UIOID
orsysaws
(eusnpuruajoprusBupon ou3snpuruajapiusBuipaon
‘(sjazoyw0ors mnoguimsers) ‘mnoquinisey8) ua
C o w n a g aypstuya aystuYdIL vero
joyspuesg Lada Bursedaor Buisedaor
ua
ui)
jorsjsaw KONA
pm
bom
Cauper®
Hoe
beoordeel je
geur?
geurhinder hangt af van uiteenlopende factoren, die stof-, tijd-, plaats- en persoonsgebonden kunnen zijn. De blootstellingsduur en blootstellingsfrequentie, concentratie en hedonische waarde zijn hiervan de belangrijkste. De ondervonden
«
Geurbelasting
e
Geurhinder
e
Aanvaardbaar hinderniveau
Geurbelasting Om
geur te toetsen, is een objectieve maat nodig. De hoeveelheid geur in de leefomgeving geven we in Nederland doorgaans weer als een geurbelasting. Dit is een geurconcentratie uitgedrukt in Europese geureenheden per kubieke meter lucht bij een bepaalde percentielwaarde. Een voorbeeld is oue/ms als 98-percentiel. Andere veel gebruikte percentielen zijn 99,5- en 99,9-percentiel. Soms is de maat van de geurconcentratie in het veld uitgedrukt in snuffeleenheden in plaats van our.
Geurhinder Gebruikelijk is het uitdrukken van de geurhinder in het percentage van de populatie (% gehinderden). Dit is het percentage van de populatie dat ‘soms of vaak’
last van die geur ondervindt. Een dosis-effectrelatie tussen geurbelasting en het percentage geurgehinderden geeft meer inzicht in de geurhinder. Maar er bestaat niet één dosis-effectrelatie die van toepassing is op alle geuren meer
en
situaties. De ondervonden
af van:
«
_blootstellingsduur
«
_blootstellingsfrequentie
geurhinder hangt
onder
16-11-2025, 18:49
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 | Lokale wet-
en
regelgeving
nl
Dverheid Lokale wet- en regelgeving
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 Geldend
van
25-07-2025 t/m heden
intitulé
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 Gedeputeerde Staten van Fryslân; Gelet op het besluit van
Gedeputeerde Staten
Gelet op artikel 4:81
de Algemene wet
van
van
Fryslân
van
8 juli 2025;
bestuursrecht,
Gelet op paragraaf 5.1.1 van de Omgevingswet, paragraaf 22.3.6.1 van de Bruidsschat omgevingsplan, paragraaf 5.1.4.6.1 kwaliteit leefomgeving en de hoofdtukken 2, 3 en 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving: Besluiten
vast te stellen de
van
het Besluit
volgende regeling:
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 Artikel 1 In deze
beleidsregels wordt verstaan
onder:
aanvraag voor een vergunning op grond van artikelen 5.1, 5.3, en/of 5.4 van de Omgevingswet;
aanvraag:
een
aanvaardbare
invulling van het niveau
van geurbelasting veroorzaakt door een milieubelastende activiteit op een geurgevoeli object of gebouw dat als aanvaardbaar wordt beoordeeld als bedoeld in artikel 5.92 lid 2 van het Besluit kwaliteit
geur:
leefomgeving;
bedrijfswoning:
omgevingsplan À volgens heeft aai bedrijfswoning woning milieubelastende activiteit; binding heeft die
het en/of een
de functie die een functionele
met de
bestaande
geurbron:
beste beschikbare technieken
een
ge
waarvoor
melding is ingediend; (BBT):
een
vergunning geldt of een
Het meest doeltreffende en geavanceerde ontwikkelingsstadium van de activiteiten en exploitatiemethoden waarbij de praktische bruikbaarheid van speciale technieken om het uitgangspunt voor de emissiegrenswaarden en teandere vormen is aangetoond, met vergunningvoorwaarden als doel emissies en gevolgen het milieu in zijn geheel te voorkomen, of wanneer dit niet mogelijk is, te beperken, waarbij wordt verstaan onder:
voor
technieken: zowel de toegepaste technieken als de waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld
wijze
beschikbare:
op zodanige schaal ontwikkeld dat de betrokken technieken, kosten en baten in aanmerking jenomen, economisch en technisch haalbaar in de trokken industriële context kunnen worden toegepast, onafhankelijk van de vraag of die technieken wel of niet binnen Nederland worden toegepast of geproduceerd, mits
zij voor de exploitant op redelijke voorwaarden toegankelijk zijn,
beste: het meest doeltreffend voor het bereiken van een algemeen niveau van bescherming van het milieu hoog
in
https:/lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742744#artikel_6
zijn geheel;
1/8
16-11-2025, 18:49
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 | Lokale wet- en regelgeving oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een
wateronttrekkingsactiviteit.
nieuwe
geurbron:
geurbron die zal worden gerealiseerd of een geurbron waarvande geuremissie wordt met meer dan 10 miljoen Europese odourunits verhoogd een daarop gerichte melding of daarvoor verkregen vergunning of een geurbron die zonder voorafgaande vergunning of melding is gerealiseerd; een
bestaande
perudtua Nieuw Nationaal Model
(NNM):
het
verspreidingsmodel voor luchtverontreiniging dat als en standaard te gebruiken model bekend
consensus
staat; de wijze van gebruik van het NNM dient te zijn volgens de Handreiking NNM (uitgave Informatiepunt
Leefomgeving, IPLO);
NEN-EN 13725
NVN
Europese en Nederlandse norm voor bepaling van geurconcentratie door dynamische olfactometrie;
de
voor de bepaling van de Nederlandse voornorm van een
28184;
hedonische waarde
geur;
NTA 9065-1, NTA 9065-2;
Nederlandse Technische Afspraak Geurmetingen Deel 1: Opzet, uitvoering en rapportage van geuronderzoeken, juni 2023 en Deel 2: Monstername en analyse, juni 2023;
percentielwaarde:
percentage van de tijd (als percentage van de uren jaar) waarin een bepaalde uurgemiddelde geurconcentratie niet wordt overschreden;
richtwaarde:
milieukwaliteitsnorm waarmee rekening gehouden moet worden bij bestaande geurbronnen en die in acht moet worden genomen bij nieuwe geurbronnen;
streefwaarde:
milieukwaliteitsnorm waarmee rekening gehouden moet worden bij bestaande en nieuwe geurbronnen. Onder deze waarde wordt in principe geen geur meer
per
waargenomen;
vergunning:
een ve van de
op grond Omgevingswet.
nne
van artikelen
5.1, 5.3, en/of 5.4
Artikel 2 1.
2.
_ Deze beleidsregel is van toepassing op besluiten waarbij een aanvaardbare geur wordt vastgesteld. _In afwijking van het eerste lid is deze beleidsregel niet van toepassing op milieubelastende activiteiten waarvoor in de paragrafen 5.1.4.6.2, 5.1.4.6.3 en 5.1.4.6.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving algemene regels zijn gesteld.
Artikel 3
1.
Indien Gedeputeerde Staten bepalen dat een milieubelastende activiteit potentieel geurhinder kan veroorzaken, of een redelijk vermoeden hebben dat geurhinder bij geurgevoelige gebouwen niet tot een aanvaardbare geur wordt beperkt, dient een aanvraag voor een vergunning, aanvraag voor maatwerkvoorschriften of melding een geuronderzoeksrapport overeenkomstig de NTA 9065-1 en de NTA 9065-2 te bevatten.
2.
Het
geuronderzoeksrapport bevat in ieder geval: beschrijving van de huidige geursituatie en een analyse
a.
een
b.
_de aard, omvang en
ce.
een
d.
__een
eventueel bestaande hinder;
van
waardering van de geur die bij de milieubelastende activiteit(en) vrijkomt;
berekening van de geurimmissie bij geurgevoelige gebouwen activiteiteiten; motivering van de in de berekening toegepaste hoogte mits er minimaal twee informatiebronnen van herkomst zijn de informatiebronnen goed gemotiveerd en openbaar zijn;
https:/Aokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742744#artikel_6
ten
gevolge van de aangevraagde milieubelastende
van
de geuremissie. Daarbij is het gebruik
en
het de oorspronkelijke
van kengetallen mogelijk, rapportages van geurbronmetingen betreft en
3/8
a.
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 | Lokale wetcategorie A: een geurgevoelig gebouw gelegen in gebiedscategorie wonen of buitengebied;
b.
categorie B: een geurgevoelig gebouw gelegen in gebiedscategorie werken;
16-11-2025, 18:49
c.
en
regelgeving
C: andere gebouwen waar hoofdzakelijk mensen verblijven, niet zijnde geurgevoelige gebouwen als bedoeld onder a. en _ categorie b., gelegen in gebiedscategorie wonen, werken of buitengebied;
categorie D: andere gebouwen waar hoofdzakelijk mensen verblijven, niet zijnde geurgevoelige gebouwen als bedoeld onder a. en b., gelegen op een industrieterrein, waar volgens het omgevingsplan Seveso-inrichtingen, IPPC-installaties of industriële rmer(beoordelings)plichtige projecten als bedoeld in afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit zijn toegestaan. Gedeputeerde Staten toetsen voor de categorieën geurgevoelige gebouwen A, B en C de geurimmissie van de milieubelastende activiteit(en) aan de waarden die zijn opgenomen in tabel 1 en in voorkomende gevallen als bedoeld in artikel 8, lid 2 aan de waarden die zijn opgenomen in tabel 2. d.
2.
Tabel
1
Categorie geurgevoelige gebouwen Categorie B
Categorie A
Type
geur
Hinderlijk
Streef
waarde
_ 0,15
Categorie
C
Grens-
waarde
Grenswaarde
Streef. waarde
Richt-
Grens-
waarde
Streef. waarde
Richt-
waarde
waarde
waarde
0,5
1,5
0,5
1,5
5
4,5
8
15
Richt-
Tabel 2
Categorie geurgevoelige gebouwen Categorie A
Categorie B
Categorie
C
Type
Streefwaarde
Richt-
waarde
Grenswaarde
Streefwaarde
Richtwaarde
Grens-
waarde
Streef. waarde
Richtwaarde
Grens-
geur
Zeer
0,05
0,15
0,5
0,15
1,5
19
0,5
1,5
5
Minder hinderlijk
0,5
1,5
5
1,5
5
15
5
15
50
Niet
1,5
5
15
5
15
50
15
50
150
hinderlijk
waarde
hinderlijk
3.
4,
Gedeputeerde Staten stellen voor geurgevoelige gebouwen categorie D, in afwijking van de vast op het niveau dat bereikt kan worden door het treffen van maatregelen;
5, 6
en
7, de aanvaardbare geur
streef-, richt- en grenswaarden als bedoeld in tabel 1 en 2 van het tweede lid geven immissie geurconcentraties weer in ouE per m° _ De en bepaald als
zijn
5.
arti- kelen
98-percentielwaarden;
_In
specifieke gevallen kunnen Gedeputeerde Staten geurgevoelige gebouwen in het buitengebied aanmerken als geurgevoelige gebouwen categorie B.
Artikel 10
Gedeputeerde Staten toetsen de geurimmissie van de milieubelastende activiteit in geval van de aanwezigheid van kortdurende of sterk fluctuerende geurbronnen aan de waarden genoemd in artikel 9, waarbij de waarden vermenigvuldigd worden met een factor die als volgt afhankelijk is van de percentietwaarde: a.
_apercentielwaarde 98: factor 1
b.
_percentielwaarde 99,5: factor 2
c.
_percentielwaarde 99,9: factor 4
Artikel 11
Gedeputeerde Staten hanteren
ten aanzien van de
(beoordeling van) cumulatie
https:/lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742744#artikel_6
van
geurbronnen
de
volgende uitgangspunten: 5/8
16-11-2025, 18:49
Beleidsregel geur door milieubelastende activiteiten (niet-veehouderijen) 2025 | Lokale wet- en regelgeving vormen voor het toetsings- en afwegingskader dat ten grondslag ligt aan de beleidsregels.
Daarnaast zijn begrippen opgenomen die de basis Artikel 2
Gedeputeerde
staten hanteren deze beleidsregel bij: a. besluitvorming op aanvragen om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. bij het wijzigen van voorschriften, verbonden aan een vergunning als bedoeld onder a; c. het stellen van maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.13 van het Bal; d. toezicht, waaronder in ieder geval wordt verstaan toezicht op de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.11, van het Bal. Deze beleidsregel geldt voor vergunningverlening op grond van de Omgevingswet voor milieubelas- tende activiteiten die geurhinder kunnen veroorzaken en onder de bevoegdheid van GS vallen. Deze beleidsregel geldt ook voor het stellen van maatwerkvoorschriften voor die bedrijven, De in deze beleidsregel beschreven benadering en gepresenteerde normering kan ook toegepast worden bij de ruimtelijke
ordening. Doelstelling van de ruimtelijke ordening is een gezonde fysieke leefomgeving. Deze beleidsregel is een invulling van de zogenaamde ‘omgekeerde werking’, waarmee voor omgevingsplannen de aan te houden afstand tot een geurbron uit de milieuregelgeving wordt afgeleid. De in deze beleidsregel gegeven normering voor geurgevoelige gebouwen kan rechtstreeks worden opgenomen in de voorwaarden van een omgevingsplan of worden gehanteerd bij vergunningverlening voor een omgevingsplanactiviteit.
Deze beleidsregel wordt toegepast bij milieubelastende activiteiten waarbij de geuremissie kan worden uitgedrukt in European odourunits per tijdseenheid, Bij een geuremissie, uitgedrukt in snuffeleenheden door snuffelploegmetingen, kan de systematiek van deze beleidsregel niet toegepast worden. De systematiek van de beleidsregel kan wel aanknopingspunten geven voor de afweging.
Artikel 3 Dit artikel
bepaalt welke gegevens overlegd moeten worden bij een aanvraag om een vergunning of maatwerkvoorschrift of een melding voor milieubelastende activiteit die potentieel geur veroorzaakt. Duidelijk moet zijn welke milieugevolgen veroorzaakt worden door de milieubelastenden activiteit. Indien GS bepalen dat een milieubelastende activiteit potentieel geurhinder kan veroorzaken of dat er sprake is van een ‘redelijk vermoeden’ van geurhinder, dient een geuronderzoek te worden uitgevoerd conform de NTA 9065-1 en de NTA 9065-2, De NTA gaat expliciet in op de mogelijke onderzoeksmethoden voor geur. In het artikel staan de eisen voor een geuronderzoeksrapport, waaronder de effecten van de maatregelen op de geuremissie. Uit artikel 8.9 van het Bkl volgt dat een milieubelastende activiteit alleen verleend mag worden als de initiatiefnemer de beste beschikbare technieken (BBT) toepast. Ook geldt op grond van artikel 2.11 van het Bal een specifieke zorgplicht voor degene die een milieubelastende activiteit verricht. Deze houdt onder andere toepassing van de BBT in. De effecten van de maatregelen op de geurimmissie moeten inzichtelijk worden gemaakt met verspreidingsberekeningen middels een actuele versie van het Nieuw Nationaal Model. een
Artikel 4 De toegestane geuremissie of geurimmissie wordt bepaald met verspreidingsberekeningen. Emissie- eigenschappen, zoals de uittredesnelheid en de warmte-inhoud worden niet in de voorschriften vastgelegd. Deze eigenschappen zijn uitgangspunten voor de verspreidingsberekening, waarop de voorschriften zijn gebaseerd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe geurbronnen van milieubelastende activiteiten. Bij bestaande geurbronnen is het vaak moeilijker en duurder om maatregelen te nemen of met dezelfde maatregelen evenveel te bereiken als bij nieuwe geurbronnen. Het onderscheid in normering voor bestaande geurbronne en nieuwe geurbronnen wordt behandeld in de artikelen 5, 6 en 7. Artikel 5 GS stellen de aanvaardbare geur voor bestaande geurbronnen op de richtwaarde vast, of zoveel lager als redelijk mogelijk is. Afwijken naar boven kan tot ten hoogste de grenswaarde, en als het reeds vergunde geurhinderniveau lager is, tot deze vergunde waarde. Bij het vaststellen van de aanvaardbare geur wordt getoetst of de geurbelasting wordt gereduceerd met toepassing van de beste beschikbare of technieken.
GS weigeren de vergunning geheel gedeeltelijk, indien met redelijkerwijs te verlangen geurreducerende maatregelen of voorzieningen geen geurhinderniveau bereikt kan worden dat gelijk is aan of lager dan de grenswaarde, dan wel, als deze lager is, de eerder vergunde waarde. Voordat GS een ontwerpbesluit vaststellen, stellen zij de vergunningaanvrager in de gelegenheid de aanvraag te wijzigen en alsnog zodanige maatregelen of voorzieningen aan te vragen zodat positief op de aanvraag kan worden besloten. Artikel 6 GS stellen bij één of meer nieuwe geurbronnen de aanvaardbare geur op de streefwaarde vast, of zoveel lager als redelijk mogelijk is. Uitgangspunt is dat in nieuwe situaties bij nieuwe geurbronnen nieuwe hinder moet worden voorkomen. De streefwaarde wordt beschouwd als niveau waarbij geen geurhinder optreedt. De richtwaarde vormt dan de maximale waarde waartoe eventueel kan worden afgeweken van de streefwaarde, Ook bij nieuwe geurbronnen wordt voor het vaststellen van de aanvaardbare geur getoetst of de geurbelasting wordt gereduceerd met toepassing van de beste beschikbare technieken. Net als bij artikel 5 weigeren GS de vergunning geheel of gedeeltelijk, indien met redelijkerwijs te verlangen maatregelen of voorzieningen geen aanvaardbare geur bereikt kan worden.
Ook hier stellen GS, voordat zij een ontwerpbesluit vaststellen, de vergunningaanvrager in de de aanvraag te wijzigen en alsnog zodanige maatregelen of voorzieningen te treffen dat positief op de aanvraag kan worden besloten.
geroerd, Artikel 7 De
geurbelasting van nieuwe geurbronnen binnen een vergunde milieubelastende activiteit worden als nieuwe geurbron conform artikel 6 getoetst. Indien wordt voldaan aan de waarden van artikel 6 worden de gezamenlijke geurbronnen (bestaand en nieuw) getoetst aan de normen voor bestaande geurbronnen, conform artikel 5. Artikel 8 NVN
2818 beschrijft een werkwijze voor het vaststellen van de aard van een geur of hinderpotentieel, hedonische waarden (een verdeling in mate van (on)aangenaamheid) van een geur.
aan
de hand
van
één of meer
Afgelopen jaren heeft een expertgroep geur, bestaande uit de Omgevingsdienst Midden West Brabant (OMWB), Omgevingsdienst regio Arnhem (ODRA), Buro blauw, Olfasense, Witteveen+Bos en diverse ervaren geuradviseurs, een vergelijkingsonderzoek uitgevoerd. Hierbij werd
gekeken naar tien praktijkgeuren, waaruit bleek dat de NVN 2818 voor het beoordelen van industriële geur onvoldoende betrouwbaar is het niveau van geurhinder te bepalen. Daarom heeft de normcommissie geurmetingen van NEN besloten de NVN 2818:2019 ‘Geurkwaliteit Sensorische bepaling van de hedonische waarden van een geur met een olfactometer' in te trekken omdat de gebruikte methode niet betrouwbaar is gebleken. om
-
https:/lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742744#artikel_6
718
praviasje fryslân fryslân qp
Taqvincte
Sonac09
195786,18; 577123,44
Mounepad 12
60
60
59
beoordelingshoogte voor de punten bedraagt 5 meter De grafische weergave is te vinden in de bijlage 1 De
7,3
_Ruisunits 73.1 Binnen 1 jaar na het in werking treden van deze beschikking moeten de eigen vrachtwagens zijn voorzien van een achteruitrijalarm dat een kraakgeluid (witte ruis) produceert in plaats van het bekende piepende geluid,
74
Controle meting 74,1 Binnen 6 maanden
74.2
na het in werking treden van deze beschikking dient de werkelijke geluidsemissie en -immissie te worden bepaald en te worden getoetst aan grenswaarden in de voorgaande voorschriften. De resultaten hiervan dienen binnen die termijn schriftelijk aan het bevoegd gezag te worden gerapporteerd. Indien uit het rapport blijkt dat niet aan de grenswaarden van de vergunning wordt voldaan, moet tevens zijn aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn genomen worden om alsnog aan de geluidsniveaus te kunnen voldoen. Het treffen van de maatregelen en de termijn behoeven de goedkeuring van het bevoegd gezag. Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrie-
lawaai, uitgave 1999, 8
LUCHT 8.1 Keuring en onderhoud regeneratieve thermische naverbrander (RTO) 8.1.1 De RTO wordt ten minste eenmaal per twee jaar gekeurd op veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid. 8.12 Een keuring als bedoeld in voorschrift 8.1.1 omvat mede: de afstelling van de verbranding; het systeem voor de toevoer van brandstof en verbrandingslucht; de afvoer van verbrandingsgassen; een meting van koolmonoxide (CO), gemeten voor de onder a genoemde afstelling, uitgedrukt in mg/Nm, bij een zuurstofpercentage van 3%.
eon
8.1.3
keuring als bedoeld in voorschrift 81,1 wordt verricht door een bedrijf dat beschikt een geldig certificaat dat is afgegeven door een instantie die door een accreditatieinstantie is geaccrediteerd om uitvoering te kunnen geven aan de Deelregeling voor stookinstallaties, onderdeel uitmakende van de Certificatieregeling voor het kwaliteitsmanagementsysteem ten behoeve van het uitvoeren van onderhoud en inspectie aan Een
over
8.14 8.1.5
8.16
8,17
8.18
technische installaties, van de stichting SCIOS, Indien uit een keuring als bedoeld in voorschrift 8.1.1 blijkt dat de stookinstallatie onderhoud behoeft, vindt dat onderhoud binnen vier weken na de keuring plaats. Het verslag van de keuring, bedoeld in voorschrift 8.1.1, ondertekend door degene die de keuring heeft verricht, ligt binnen twee maanden na uitvoering van de keuring bij de stookinstallatie ter inzage voor het bevoegd gezag en wordt voor een periode van ten minste zes jaar bewaard, Na uitvoering van onderhoud als bedoeld in voorschrift 8.1.4 ligt een bewijs van uitvoering van dat onderhoud, gedateerd en ondertekend door degene die het onderhoud heeft uitgevoerd, binnen vier weken na uitvoering van het onderhoud bij de stookinstallatie ter inzage voor het bevoegd gezag en wordt voor een periode van ten minste zes jaar bewaard.
Indien een stookinstallatie bij keuring dan wel na uitvoering van onderhoud, als bedoeld in voorschrift 8.1.4, voldoet aan de eisen voor veilig functioneren, optimale verbranding en energiezuinigheid, controleert degene die de inrichting drijft dat de stookinstallatie is afgemeld in het afmeldsysteem van de stichting SCIOS, Het verslag en de afmelding als bedoeld in de voorschriften 8,1.6 en 8,1.7 bevat ten minste de volgende gegevens: naam en adres van de gebruiker; adres waar de stookinstallatie is opgesteld; unieke identificatie van de stookinstallatie;
SND
Pravinciaal
blad 2023 nr. 5838
nominaal thermisch
24 mei 2023
ingangsvermogen (MWth)
van
de stookinstallatie;
provinsje fryslân muvincie Fryslân
8.35
baarheidsinterval worden afgetrokken ten behoeve van de toetsing aan de emissieeis, zoals bedoeld in voorschrift 8.2.1, De waarde van het 95%-betrouwbaarheidsinterval van individuele waarnemingen, op basis waarvan de gemiddelden worden berekend en die getoetst worden aan een emissie-eis, is bij continue metingen niet groter dan de volgende percentages van de emissie-eis: . Stikstofoxiden (NO,) : 20; Totaal Stof
.
8.36
8.3.7
30,
Voorafgaand aan de emissiemetingen dient een meetplan ter goedkeuring aan het bevoegde gezag te worden gezonden. Het bevoegde gezag dient minimaal twee een weken van tevoren op de hoogte gebracht te worden van de datum van de uitvoering van de metingen teneinde in de gelegenheid gesteld te worden aanwezig te kunnen zijn. Voor de resultaten van emissiemnetingen of controle van temperaturen geldt dat: . deze worden vastgelegd in een rapport; . de resultaten van emissiemetingen worden gerapporteerd bij standaard luchtcondities voor temperatuur en druk en bij droog afgas; . de resultaten van emissiemetingen worden gecorrigeerd voor de meetonzekerheid indien de te toetsen emissie-eis wordt overschreden; emissies van verbrandingsprocessen worden herleid op een lumegehalte zoals vermeld in de tabel in voorschrift 8,21,
.
8.3.8
:
De van
afgas
met
een
vo-
metingen, bedoeld in voorschrift 8.3.1, met inbegrip van berekeningen en bepalingen emissieparameters, de registratie en rapportage van de meting, moet voldoen
aan:
Normbladen voor periodieke metingen Zuurstof (02)
van
emissies naar lucht
Meetmethode periodieke metingen NEN-EN 14789
Stikstofoxiden (NOx)
NEN-EN 14792
Totaal stof
NEN-EN 13284-1 of -2
Kwaliteitsborging geautomatiseerde metingsystemen
NEN-EN
Bekwaamheid laboratoria
NEN-EN-ISO/EC
Monsternamestrategie, meetdoel, -plan en -rapportage
NEN-EN 15259
8,4
puntbron
Ketel 5
bij het
dierlijk vet niet meer zijn dan:
Emissie-eis NO,
Emissie-eis Stof (Nm’)
mg/Nm’ 243 mg/Nm’ bij 3 volume % zuurstof
20
243
Ketel 7
9
17025
Emissies bij het stoken van dierlijk vet in ketels 5 en 7 (Maatwerkvoorschriften) 84.1 De emissie van stikstofoxiden (NO) en stof uit de volgende puntbronnen mag stoken op
Nasm
14181
bij 3 volume % zuurstof
mg/Nm’ bij 3 volume % zuurstof 20 mg/Nm’ bij 3 volume % zuurstof
GEUR 9,11
De
afgassen met non-condensables en de afgassen van de AWZI buffertank dienen te worden behandeld ìn de RTO installatie. De afgassen uit de RTO dienen vervolgens door de SO,
te
gaswasser worden geleid alvorens deze worden geëmitteerd naar de buitenlucht. In geval het uitvallen of onderhoud van de RTO installatie dienen de genoemde afgasstromen naar de stoomketels te worden geleid conform het protocol zoals voorgeschreven in voorschrift 9,1,2. Er dient een protocol te worden opgesteld waarin het verbranden van de verschillende afgasstromen in de RTO-installatie wordt beschreven. In dit protocol is onder meer vermeld hoe de verbranding van nc's in stoomketels moet plaatsvinden. Hiermee wordt de beheersing en verbranding van de afgassen en onderhoud van het op de RTO aangesloten afgassysteem (van afzuiging tot behandeling in de RTO en SO,-scrubber) geborgd. Tevens dient het fun-
van
9,12
geren van de stoomketels als backup voor de RTO-installatie te worden beschreven. Daarnaast moet actualisatie van dit protocol plaatsvinden indien zaken met betrekking tot de RTO-installatie wijzigen.
Provinciaal blad 023 nr, 5818
24
mei 2023
provinsje frystâa wvinche
Fryslân
gp
moeten indien mogelijk uitgevoerd zijn overeenkomstig NEN-EN 15259. het aantal gegronde klachten daartoe aanleiding geeft, moet vergunninghouder op een gemotiveerd verzoek van het bevoegd gezag een onderzoek verrichten naar de oorzaak van de klachten en de maatregelen dan wel voorzieningen om geuroverlast te voorkomen. Indien na implementatie van de geurbeperkende mogelijkheden de klachten blijven aanhouden dient op verzoek van het bevoegde gezag een geuronderzoek bestaande uit geurmetingen en berekeningen conform de NTA 9065, aantonen dat de geuremissie(s) de in dit hoofdstuk opgenomen normen niet overschrijden. Dit geuronderzoek dient conform voorschrift 9.1.8
9,110 gn
Meetpunten Wanneer
te worden uitgevoerd, Elk jaar moet de geursituatie worden
geëvalueerd, Vóór 1 april van ieder kalenderjaar wordt het rapport van deze evaluatie, betreffende het voorafgaande kalenderjaar, ter goedkeuring aan het bevoegd gezag overgelegd. Het rapport moet tenminste bevatten: 1 de resultaten van uitgevoerde geurmetingen, waarbij tenminste de volgende aspecten worden gerapporteerd: de gereinigde geuremissies; de relevante afgasparameters tijdens de metingen;
9112
-
-
de verwerkingscapaciteit per
-
vn 4.
van het geurbeheerplan; geurklachtenanalyse betreffende het verslagjaar en een vergelijking met de voorafgaande jaren; _een overzicht van genomen maatregelen en uitgevoerde onderzoeken en de resultaten
evaluatie een
en
5.
effecten hiervan;
_ het programma van geuremissiemetingen voor de aansluitende 12 maanden; -
-
-
-
6.
HANDELEN 10.1
te meten
bronnen;
meetperiode(n); aantal metingen; de representatieve worden verricht.
verwerkingscapaciteit per productielijn waarbij
de
in voorkomende gevallen een motivatie waarom maatregelen, onderzoeken metingen niet volgens plan zijn of worden uitgevoerd.
IN STRIJD MET
EEN
metingen en
geur-
BESTEMMINGSPLAN
Instandhoudingstermijn 1011 De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal 10 jaar vanaf inwerkingtreding van deze beschikking tot uiterlijk 29 oktober 2029, Na afloop van deze termijn dienen de voor verlening van de omgevingsvergunning bestaande toestand en gebruik te zijn hersteld dan wel een nieuw bestemmingsplan te zijn vastgesteld. In dit laatste geval dient er te zijner tijd een aanvraag omgevingsverguning te worden ingediend voor de permante plaatsing van
1.
verwerkingslijn.
deze installaties,
_PROCEDURELE ASPECTEN bs
1.2,
Gegevens aanvrager Op 25 februari 2022 hebben wij een aanvraag om een vergunning ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen van Sonac Burgum B.V. (verder: Sonac) aan de Damsingel 27 te Sumar voor een revisievergunning milieu, De aanvraag is geregistreerd onder olo-nummer 6723093. Projectbeschrijving De revisievergunning is aangevraagd in verband met: . Een verhoging van de verwerkingscapaciteit tot een maximum van 700.000 ton slachtbijproducten per jaar (Categorie 3 en in beperkte mate Categorie 2 als bedoeld in 9 en 10 van de Verordening dierlijke bijproducten (EG, nummer 1069/2009); . Voor de twee nieuwe reeds aanwezige ketels 5 en 7 wordt ook vetstook aangevraagd. Hiermee zullen alle ketels (weer) op zowel aardgas als op vet (Categorie 1,2 en 3 vetten) kunnen worden gestookt. Tevens worden voor deze ketels maatwerkvoorschriften aangevraagd ten aanzien van de verruiming van emissiegrenswaarden voor NO, en stof;
Provinciaal
blad 2023.nr. 5846
24 mei 2023
provinsje fryslân saqvincle fryslân gp
m.e,r,
besluit
23 december
2021
2021-FUMO-0050649
23 december
2021
2021-FUMO-0059594
m.e.t-beoordeling in kader van revisievergunning en uitbreiding verwerkingscapaci-
teit
Melding
omgevingsvergunning
25 januari
2021-FUMO-0059290
2022
De hierboven aan
Sloopmelding pompgebouw/verdeelstation buiten gebruik zijnde vettanks
van
Airclassifier pluimveelijn
genoemde vergunning waar een bij staat, is volgens de Invoeringswet Wabo gelijkgesteld omgevingsvergunning voor onbepaalde tijd.
een
1,4,
*
Richtlijn industriële emissies (Rie) De activiteiten van de inrichting zijn genoemd Rie. Deze categorieën hebben betrekking op; .
.
van
bijlage 1 van de
het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer en de destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 t per dag.
Daarom
ìs de Richtlijn industriële emissies op de een IPPC installatie.
inrichting
van
toepassing
en
betreft het
inrichting met Vergunningplicht een
1,5.
in categorieën 1.1 en 6.5
De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage |, onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De meest relevante categorieën zijn vermeld in de onderstaande tabel.
Categorie
Omschrijving
1.4
Inrichtingen waar een of meer stookinstallaties met een nominaal vermogen groter dan 20 kilowatt aanwezig zijn, waarin een andere stof wordt verstookt dan: aardgas, propaangas, butaangas, vloeibare brandstoffen, biomassa, houtpellets of vergistinggas. Het betreft hier het meeverbranden van non condensables in een regeneratieve
onder a
thermische naverbrander 1.4 onder
(RTO)
Inrichtingen waar een of meer elektromotoren of verbrandingsmotoren aanwezig zijn met een totaal geïnstalleerd motorisch vermogen van 15 MW of meer met uitzondering van windturbines Inrichtingen voor het vervaardigen, bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van dierlijke of plantaardige
c
6.1
oliën of vetten
Inrichtingen voor het vervaardigen of bewerken van dierlijke of plantaardige oliën of vetten en voor het opslaan van dierlijke of plantaardige oliën of vetten in opslagtanks met een gezamenlijke inhoud groter dan 150 mî
6.3 8.1
onder d
Inrichtingen voor het bewerken, verwerken, opslaan of overslaan van producten, die bij het slachten van dieren vrijkomen Inrichtingen voor het verwerken van dierlijke bijproducten tot eiwit, olie, vet, gelatine, collageen, dicalciumfosfaat, bloedproducten of farmaceutische producten Inrichtingen voor de verwerking van dierlijke bijproducten, bedoeld in artikel 24, eerste lid, onder a, van de EG-verordening dierlijke bijproducten, voor zover het betreft categorie 1- en categorie 2-materiaal als bedoeld in artikel 8 respectievelijk artikel 9 van die verordening
8.3 onder m 8.3, onder o
Op grond
van categorieën 1.4, onder a en c, 6.3 en 8.3, onder m, is sprake van vergunningactiviteiten. Daarnaast heeft de vergunning betrekking op een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, te weten categorie 1.1 (het stoken in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van 50 MW of meer) en categorie 6.5 (de destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag) van bijlage | van de RIE. De inrichting is daarom mede gelet op artikel 2.1, lid 2 van het Bor vergunningplichtig.
plichtige
—
—
1,6.
Bevoegd
17.
Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de inrichting. Dit volgt uit artikel 2.4 van de Wabo juncto artikel 3.3, lid 1 van het Bor. De activiteiten van de inrichting zijn genoemd in Bijlage |, onderdeel C, categorie 1.3, onder b en categorie 8.2 onder b van het Bor en daarnaast betreft het een inrichting waartoe een IPPC-installatie behoort, zoals genoemd in Bijlage |, categorieën 1.1 en 6.5 van de Richtlijn Industriële Ernissies, Coördinatie met de Waterwet Het Wetterskip Fryslân is bij de vergunningaanvraag betrokken. Na interne berekeningen is het Wetterskip tot de conclusie gekomen dat het voornemen van Sonac om de verwerkingscapaciteit te verhogen niet zal leiden tot overschrijdingen van het debiet dan wel de lozingsparameters van de bestaande watervergunning. Een nieuwe watervergunning is niet nodig.
gezag
Coördinatie is niet aan de orde. 1.8.
Bestemmingsplan
blad 2023 nr. 5048 _ 24 mei 2023
Provini
Oleg
TS
1,
Re HatkoningDHv
À vz
sonac
Enhancing Society Together
HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings
Notitie Bevoegd
n:
geza
(geanonimiseerd) 22
Datum:
juni 2023
(geanonimiseerd) ns kenmerk: =DE
N=,
et
ZZ
Ra
Onderwerp:
Ruimtelijke onderbouwing
(geanonimiseerd) Groen Gasinstallatie Sonac
Burgum
Inleiding
1
De innovatieve fabriek
Sonac Burgum is gelegen op het bedrijventerrein Burgum-Sumar aan de Sonac Burgum, onderdeel van Darling Ingredients International, verzamelt en
van
Damsingel 27 te Sumar. verwerkt dierlijke bijproducten.
Figuur De
1
-
Luchtfo
nac
Burgum 2021 (Cyclomedia)
dierlijke bijproducten zijn voornamelijk afkomstig
van
voor
menselijke consumptie goedgekeurde
dieren; zogenaamde Categorie 2 en 3 dierlijke bijproducten. Deze grondstoffen worden duurzaam verwerkt tot producten (o.a. melen en vetten), die worden afgezet in de diervoedersector, de meststoffen sector, de energiesector en de farmaceutische sector. Voor het verwerken van de dierlijke bijproducten zijn er nu negen verwerkingslijnen waar op jaarbasis maximaal 700.000 ton dierlijke bijproducten worden verwerkt.
2
Groen Gasinstallatie
Sonac
is nu voornemens een nieuwe 10° productielijn te realiseren, een zogenaamde Groen Gasinstallatie. Met deze Groen Gasinstallatie wordt met verschillende reststromen (voornamelijk dierlijke bijproducten) een duurzaam alternatief voor aardgas geproduceerd, groen gas, dat beschikbaar komt
Burgum
voor
onze
regio.
Het
gaat bij deze reststromen om biomassa die niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden: bijvoorbeeld producten die over de datum zijn en vallen onder de dierlijke bijproducten verordening.
22 juni 2023
BH7896-1B-FN-230621-0956
Door
1/8
Lt,
Vros HaskoningDHV
sonac
stoppen
met het
gebruik van aardgas, omdat dit een fossiele brandstof is. Helemaal stoppen met nu is gasgebruik nog niet mogelijk. Daar waar gas nog nodig is, kan aardgas vervangen worden door Daarom is door de overheid de ambitie uitgesproken om de productie van groen gas flink te groen gas. naar 2 miljard m° in 2030 (Bron: Milieu Centraal). verhogen, 2.2
Binding met Burgum
Al
bijna 100 jaar (opgericht in 1926) wordt op deze locatie dierlijke bijproducten verwerkt en vormt het bedrijf een stabiele werkgever in de gemeente Tytsjerksteradiel. Deze productielocatie is historisch zo gegroeid. De huidige voorzieningen en installaties zijn van een zeer hoogwaardig niveau en zijn de afgelopen jaren aangepast met aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Dit alles altijd in goed overleg met omwonenden en bevoegde gezagen (gemeente, provincie, Wetterskip en FUMO). Groen
2.3
Gasinstallatie
De nieuwe Groen
Burgum.
Dit deel
en
bestemmingsplan in de noordwesthoek van het terrein
Gasinstallatie is geprojecteerd van
verleden
van
Sonac
het terrein is nu nog onbebouwd en voorzien van bomen en struiken, in het door Sonac zelf. Om de ruimtelijke impact richting Burgum zo klein mogelijk te
aangeplant zijn de drie grootste installaties, de voorvergister en de twee hoofdvergisters (ieder afzonderlijk ongeveer 24 meter hoog en 25 meter in diameter) in de lijn noord-zuid geprojecteerd. Hierdoor is het aanzicht vanuit Burgum gezien zo “klein” mogelijk gehouden. Door deze situering wordt nu echter wel het bestemmingsplanvlak, waarbinnen Sonac mag bouwen, overschreden. De vergisters staan nu voor een klein deel in het bestemmingsplanvlak “Groenvoorziening” geprojecteerd. houden
Planologisch
3
kader
“Burgum Sumar bedrijventerrein bestemmingsplanvlak verwerkingsbedrijf dierlijke slachtbijproducten” en passen binnen de geldende
De locatie van Sonac Burgum ligt binnen het huidige bestemmingsplan kanaalzone 2008”. Alle vergunde activiteiten liggen binnen het huidige
“Bedrijventerrein planregels.
4
-
Afwijken bestemmingsplan
St
-
bouwhoogte
afwijken van de maximale bouwhoogte van 10,0 meter, voor “bouwwerken geen gebouw zijnde”, zijn in de periode 2019-2022 een drietal installaties tijdelijk vergund (Omgevingsvergunning bouwdeel, milieudeel en afwijken bestemmingsplan). De gemeente Tytsjerksteradiel heeft in deze procedures schriftelijk aangegeven dat het bestemmingsplan op termijn zal worden geactualiseerd en dat de maximale bouwhoogte wordt aangepast in het nieuwe bestemmingsplan/omgevingsplan. In verband met het
gaat hierbij om
de
u
_RTO-installatie
(bouwhoogte
=
8 Vettanks
=
Vettank Cat. 2
Het
volgende vergunde
bij ingang
Zuid
scrubber
installaties
(tijdelijk vergund
tot 29 oktober
2029):
12,77 meter) 29 oktober 2024;
(bouwhoogte 18,56 meter) tijdelijk vergund
lijn (bouwhoogte 19,21 meter) tijdelijk vergund
tot 15
tot 15
september 2025;
september
2025.
bestemmingsplan is op het moment van aanvragen van deze veranderingsvergunning nog niet geactualiseerd. Het verzoek is nu dan ook om de installaties van de Groen Gasinstallatie die ook niet voldoen aan de genoemde maximale bouwhoogte op dezelfde wijze te vergunnen (tijdelijk tot 29 oktober 2029). Het
22 juni 2023
BH7896-1B-FN-230621-0956
3/8
1,
IS AadkoningDHv
sonac
Naast de
overige
opgaand
groen. De
opstallen wordt de noordzijde “verzacht” door een ruime hoeveelheid hoog, goede landschappelijke inpassing is een voorwaarde om de vergunning te verlenen.
4
Milieu-
en
industriële
omgevingsaspecten
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten milieu- en omgevingsaspecten in beeld worden gebracht die een relatie hebben met de nieuwe Groen Gasinstallatie. De primaire beoordeling van milieu ligt bij de provincie Fryslân. De milieuaspecten worden geborgd in het milieudeel van de nieuwe WABOvergunning. De milieu- en omgevingsaspecten worden in de volgende paragrafen beschreven.
4.1
Ecologie
plangebied waar de Groen Gasinstallatie wordt gerealiseerd maakt onderdeel uit van het terrein van Sonac Burgum en is onderdeel van het bedrijventerrein kanaalzone Burgum Sumar. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door bosplantsoen en bebouwing. De westzijde wordt begrensd door bosplantsoen, een sloot en de berm, met talud, van de verhoogd aangelegde Van Harinxmaweg. Ten zuiden en oosten van het plangebied ligt de bestaande bebouwing van Sonac Burgum. Het
het terrein is grofweg 25 jaar geleden tijdelijke natuur aangelegd door Sonac Burgum. De afgelopen 25 jaar is dit deel van het terrein dichtgegroeid met houtopslag, hoofdzakelijk met beuken en boswilg. Het betreffende terreindeel is door een ecoloog geïnventariseerd. In de noordwesthoek van
aanvraag omgevingsvergunning ingediend bij de provincie Fryslân voor het kappen van de bomen in de noordwesthoek van het terrein. Van de ecologische inventarisatie is een rapportage opgesteld die als “Bijlage 2 Natuurtoets” bij de aanvraag voor de kapvergunning is gevoegd
Op 24 april 2023
is een
—
(aanvraag De
nummer
2023-FUMO-0075714).
algehele conclusie
van de Natuurtoets
is dat
een
negatief effect op de
natuur kan worden
uitgesloten.
ahli
bn
water gebruikt en komt er water vrij. De aangevoerde Bij de activiteiten van Sonac Burgum een vochtgéhalte (65-75%) dat tijdens het productieproces vrijkomt als grondstoffen hebben hoog afvalwater. Daarnaast wordt grondwater wordt ingezet als koelwater, spoel- en schoonmaakwater, leidingwater in hoofdzaak als ketelvoedingswater, drinkwater en enkele specifieke toepassingen.
en
Ook het afvalwater van de Groen Gasinstallatie wordt afgevoerd naar de eigen afvalwaterzuivering (AWZI). De afvalwaterstroom vanuit de Groen Gasinstallatie is qua vuillast en samenstelling vergelijkbaar met de afvalwaterstromen vanuit de andere 9 productielijnen. Bij de Groen Gasinstallatie wordt het afvalwater wel extra voorbehandeld
vergunde AWZI Margrietkanaal. De De
heeft AWZI
Gasinstallatie te kunnen
4.3
met
een
DAF-unit
en
een
stikstof-stripper.
hoog zuiveringsrendement en loost het gezuiverde water op het Prinses heeft voldoende vergunde capaciteit om de afvalwaterstroom uit de Groen
een
behandelen.
Externe Veiligheid
Alle voorzieningen bij Sonac Burgum voldoen aan de wettelijke eisen voor wat betreft veiligheid. Dit betreft voor de opslag van gevaarlijke stoffen het voldoen aan afstandseisen en opslagvoorzieningen die voldoen aan de
22 juni 2023
geldende PGS-richtlijnen (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen).
BH7896-1B-FN-230621-0956
5/8
rkHaskoningDHV al
sondac
de
var
Groen Gasinstallatie zal voornamelijk afkomstig zijn van de banddroger. De van een chemische wasser om de, met name ammoniak houdende
zal worden voorzien
banddroger lucht, te reinigen alvorens te worden geëmitteerd. De drooglucht voor de banddroger wordt onttrokken bestaande gebouwen (kelder) en uit het nieuw te realiseren Groen Gas gebouw. Doordat het nieuwe Groen Gas gebouw wordt afgezogen en het productieproces gesloten is, zal er geen relevante diffuse geuremissie optreden van uit deze nieuwe productielijn.
uit
Daarnaast zullen alle geurrelevante procesinstallaties (o.a. opslagtanks) worden voorzien van afzuiging, waarbij de afgezogen lucht wordt aangesloten op het bestaande non-condensables systeem, waarbij deze geurstromen worden vernietigd door ze te verbranden in de reeds vergunde Regeneratieve Thermische Oxidatie heeft hetzelfde De
verwijderingsrendement
geurbelasting
46
(RTO) installatie met als back-up de (stoom) ketels 2 en 4. Deze back-up
van
de
omgeving
installatie
als de RTO.
zal door de nieuwe Groen
Gasinstallatie niet veranderen.
Geluid
Sonac
Burgum is gelegen op een geluid-gezoneerd bedrijventerrein. Voor het geluidonderzoek voor de nieuwe Groen Gasinstallatie is het bestaande akoestisch model aangevuld met de geprognotiseerde geluidbronnen De nieuwe
wegtalud
van
deze nieuwe installatie.
productielijn, wordt gerealiseerd in de noordwesthoek van de inrichting, met daarachter het verhoogd liggende Van Harinxmaweg en het fietspad van de Damsingel.
van de
De hoofdconclusie van het geluidonderzoek is dat Sonac Burgum kan voldoen aan de gestelde normering. De inpasbaarheid binnen de geluidszone moet uiteindelijk worden getoetst door het
bevoegd
gezag.
4.7
Bodem
De nieuwe
bedrijfsactiviteiten van de Groen Gasinstallatie zijn getoetst aan de Nederlandse Richtlijn Bodembescherming 2012 (NRB). Daarbij is beoordeeld of de bij een activiteit te gebruiken stoffen bodembedreigend zijn en met welke combinatie van voorzieningen en maatregelen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd. handelingen en de opslag van grond en hulpstoffen en diverse activiteiten binnen de nieuwe Groen Gasinstallatie zijn beoordeeld als potentieel bodembedreigend. Deze bodembedreigende activiteiten zijn opgenomen in een bodemrisicoanalyse. Hieruit blijkt dat voor alle activiteiten zodanig voorzieningen en maatregelen zijn getroffen dat er sprake is van een verwaarloosbaar bodemrisico. De
4.8 De
Verkeer aanvoer
van
en
vervoer
grond- en hulpstoffen en de daarbij
behorende
transportbewegingen
kunnen
24 uur per dag en zeven dagen per week plaatsvinden. De vervoersbewegingen ten behoeve Groen Gasinstallatie passen binnen de vergunde totale vervoersbewegingen. De vergunde
gedurende van
de
vervoersbewegingen zullen qua aantallen niet wijzigen, die zijn namelijk al gebaseerd op de huidige vergunde maximale totale verwerkingscapaciteit van de totale inrichting van Sonac Burgum en deze zal niet veranderen.
vergat 22 juni 2023
IN
ek
vers ve AW BH7896-1B-FN-230621-0956
718