Bijlage 5 - Schematisch overzicht Inkoopstrategie Wmo en participatie
Tekst van het document
SCHEMATISCH OVERZICHT INKOOPSTRATEGIE WMO EN PARTICIPATIE
OUDENZORG EN HULP BIJ HUISHOUDEN (WMO)
TOEGANG
HUIDIGE SITUATIE
NIEUWE SITUATIE
Ouderen met een ondersteuningsbehoefte melden zich bij de gemeente om in het kader van de Wmo en een indicatie te ontvangen voor een maatwerkvoorziening.
Ouderen melden zich of bij de gemeente voor een lichte toets of rechtstreeks bij de zorgaanbieder in het gebied. De zorgaanbieder onderzoekt dan wat de ondersteuningsbehoefte is, en wat iemand zelf kan en met behulp van zijn netwerk kan. Het ondersteuningsaanbod wordt daarop aansluitend in samenhang georganiseerd dichtbij in de eigen leefomgeving.
DIENSTEN/ PRODUCTEN
BEKOSTIGING
CONTRACT MANAGEMENT
RESULTAAT
Ouderen ontvangen meestal een indicatie voor ondersteuning die bestaat uit een combinatie van hulp bij huishouden, dagbesteding en vervoer. Ook ondersteuning van de mantelzorger maakt hier onderdeel van uit. Indicaties worden vaak voor een bepaalde periode afgegeven (dit varieert tussen een half jaar tot een jaar). Voor afloop van een indicatie doet de gemeente (sociaal werker) een heronderzoek. Op basis van dit heronderzoek wordt een nieuwe indicatie gesteld, of vindt verlenging plaats van de huidige indicatie of wordt de indicatie stopgezet. Tussentijds opschalen of afschalen van de zorg is administratief een tijdrovende klus voor zowel de zorgaanbieder als voor de gemeente.
De hoofdaanbieder kan naar eigen inzicht op- en afschalen naar behoefte van de inwoner en in aansluiting op de eigen kracht en die van het netwerk. Belangrijke toevoeging is dat de ondersteuning in de eigen leefomgeving van de inwoner dient te worden georganiseerd, waarbij er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de lokale voorzieningen, denk hierbij aan bibliotheken, buurt- en dorpshuizen e.d. Daarnaast dient met de ondersteuning ook aansluiting gezocht te worden met de informele zorgstructuren en het vrijwilligerswerk.
De diensten en producten worden betaald op basis van p*q. Dit betekent dat de activiteit die de zorgaanbieder levert per uur of dagdeel wordt betaald (ook wel uurtje-factuurtje genoemd).
Het bieden van samenhangend aanbod voor ouderen en de Hulp bij Huishouden wordt betaald in een totaalbudget dat is berekend op het aantal inwoners en op de zorgbehoefte in het betreffende gebied. De hoofdaanbieder krijgt een jaarlijks gebiedsbudget en dient hiervoor de zorg aan ouderen te leveren en de hulp bij het huishouden in dat gebied.
Binnen het huidige open housecontract is tussentijdse toetreding van zorgaanbieders gedurende de looptijd van het contract toegestaan. De gemeente kan hier beperkt invloed op uit oefenen. Het resultaat is dat er binnen het huidige Wmo-contract ruim 130 aanbieders zijn gecontracteerd. Hierbij zien we dat een klein deel van de aanbieders een groot deel van de inwoners bedienen en er een groot deel van aanbieders weinig tot zeer weinig inwoners bedienen.
Per gebied zal er één hoofdaanbieder worden gecontracteerd. Deze hoofdaanbieder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de geleverde diensten. De hoofdaanbieder zal samenwerken met andere organisaties om een samenhangend aanbod te kunnen organiseren. Dit zal binnen een constructie van hoofd- en onderaanneming vorm krijgen. Hierbij is de hoofdaanbieder verantwoordelijk voor de kwaliteit van de onderaannemers.
Binnen de p*q-bekostiging worden alle uren betaald die zijn ingezet betreffende een dient of een product. Er zijn geen financiële prikkels voor de zorgaanbieders om efficiënter te werken. Ook zijn er weinig prikkels om samen te werken met andere zorgorganisaties en tot innovaties te komen. Dit resulteert in een zogenaamde “open-eindefinanciering”. Er zijn naast de toegangsfunctie relatief weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente om de uitgaven te beperken.
Binnen de populatiebekostiging ligt een duidelijke financiële prikkel bij de zorgorganisatie om zo efficiënt mogelijk te werken. Immers, het budget staat vast en daarbinnen moet de zorgaanbieder de diensten leveren. Een bepaald percentage van het budget mag de zorgaanbieder investeren in personeel, innovatie en kwaliteit, als het lukt om binnen budget te blijven. Ook wordt hierdoor samenwerking met andere zorgaanbieders en lokale voorzieningen gestimuleerd.
SAMENHANGEND ONDERSTEUNINGSAANBOD VOOR JONGEREN EN HUIDIGE SITUATIE SITUATIE (JONG-)VOLWASSENEN VANUIT DE WMONIEUWE ÉN VOOR PARTICIPATIEWET SAMENHANGEND ONDERSTEUNINGSAANBOD JONGEREN EN (JONG-)VOLWASSENEN VANUIT DE WMO ÉN PARTICIPATIEWET HUIDIGE SITUATIE
TOEGANG
DIENSTEN/ PRODUCTEN
BEKOSTIGING
NIEUWE SITUATIE
Jongeren en volwassenen met een ondersteuningsbehoefte melden zich bij de gemeente om in het kader van de Wmo en een indicatie te ontvangen voor een maatwerkvoorziening. De gemeente voert onderzoek uit om te achterhalen of een maatwerkvoorziening nodig is.
De toegang blijft in de nieuwe situatie hetzelfde, met het verschil dat de sociaal werkers in de gebiedsteams nu meer ruimte hebben om het goede gesprek te kunnen voeren met de inwoners. Immers voor ouderen en voor hulp bij huishouden heeft de gebiedsteammedewerker nog een kleine rol. De tijd die hiermee wordt bespaard geeft ruimte om samen met de inwoner goed in kaart te brengen wat de ondersteuningsbehoefte is en wat de inwoner hierin zelf kan doen en met zijn netwerk.
Jongeren en volwassenen ontvangen meestal een indicatie voor ondersteuning die bestaat begeleiding, dagbesteding en vervoer. Hierbij zien we dat met name jongeren eerst Wmo-ondersteuning ontvangen om daarna een reintegratietraject te ontvangen om weer terug naar school of naar werk te gaan. Indicaties worden vaak voor een bepaalde periode afgegeven (dit varieert tussen een half jaar tot een jaar). Voor afloop van een indicatie doet de gemeente (sociaal werker) een heronderzoek. Op basis van dit heronderzoek wordt een nieuwe indicatie gesteld, of vindt verlenging plaats van de huidige indicatie of wordt de indicatie stopgezet. Tussentijds opschalen of afschalen van de zorg is administratief een tijdrovende klus voor zowel de zorgaanbieder als voor de gemeente.
In de nieuwe inkoop zal naast losse producten ook trajecten worden ingekocht. De diensten die worden ingezet zijn gericht op een zinvolle daginvulling en worden vorm gegeven vanuit het perspectief van de inwoner (weer naar school, naar werk of meedoen in de samenleving). Dit aansluitend op de eigen kracht en de kracht van het netwerk. Door te werken met trajecten wordt het mogelijk om binnen het traject maatwerk te bieden. De zorgaanbieder kan binnen het gestelde trajectplan de inzet afstemmen op de behoefte van de inwoner.
De diensten en producten worden betaald op basis van p*q. Dit betekent dat de activiteit die de zorgaanbieder levert per uur of dagdeel wordt betaald (ook wel uurtje-factuurtje genoemd).
De wijze van bekostiging blijft ongewijzigd. Wel wordt het mogelijk om een traject in te zetten. Een trajectprijs wordt vooraf vastgesteld en is gebaseerd op p*q. Binnen het trajecttarief dient de zorgaanbieder het afgesproken resultaat te behalen
CONTRACT MANAGEMENT
RESULTAAT
Binnen het huidige open house-contract is tussentijdse toetreding van zorgaanbieders gedurende de looptijd van het contract toegestaan. De gemeente kan hier beperkt invloed op uit oefenen. Het resultaat is dat er binnen het huidige Wmo-contract ruim 130 aanbieders zijn gecontracteerd. Hierbij zien we dat een klein deel van de aanbieders een groot deel van de inwoners bedienen en er een groot deel van aanbieders weinig tot zeer weinig inwoners bedienen.
In de nieuwe situatie zal een geslotenopen-house-contract worden afgesloten. Dit betekent dat tussentijdse toetreding van nieuwe aanbieders slechts mogelijk is op initiatief van de gemeente. Ook zullen zorgaanbieders die een jaar lang geen cliënten hebben bediend actief uitstromen uit het contract. Hierdoor heeft de gemeente meer grip op het totaal aantal gecontracteerde aanbieders.
Binnen de p*q-bekostiging worden alle uren betaald die zijn ingezet betreffende een dient of een product. Er zijn geen financiële prikkels voor de zorgaanbieders om efficiënter te werken. Ook zijn er weinig prikkels om samen te werken met andere zorgorganisaties en tot innovaties te komen. Dit resulteert in een zogenaamde “open-eindefinanciering”. Er zijn naast de toegangsfunctie relatief weinig sturingsmogelijkheden voor de gemeente om de uitgaven te beperken.
In de nieuwe situatie is er meer ruimte voor de gemeente om een sterke regierol in te vullen in de toegang. De toegang is voor de gemeente een sterk instrument om te kunnen sturen op de instroom en resultaat. Door de regierol van de gebiedsteammedewerkers beter te kunnen faciliteren zal er meer een beroep worden gedaan op de eigen kracht van inwoners en zal er meer worden ingezet op voorliggende voorzieningen.
VERV0ER NAAR DAGBESTEDING HUIDIGE SITUATIE
NIEUWE SITUATIE
Binnen het huidige contract zijn zorgaanbieders zelf verantwoordelijk om het vervoer van en naar de dagbesteding te organiseren. Vervoer wordt op verschillende manieren georganiseerd. Zo zijn er organisaties die werken met vrijwilligers en/of hebben een eigen bus voor vervoer. De organisatie van vervoer vraagt veel van aanbieders en de tarieven die zij hiervoor ontvangen zijn vaak niet toereikend.
Binnen de nieuwe inkoop gaan we er vanuit dat vervoer van en naar de dagbesteding zoveel mogelijk op eigen kracht (voor en door inwoners) wordt georganiseerd. Daar waar dit niet kan, wordt onderzocht of de organisatie van het vervoer neergelegd kan worden bij Jobinder of bij de hoofdaanbieder ouderenzorg en HH in het gebied.