CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Zienswijzennota Gytsjerk Munein

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 17 februari 2022, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Gytsjerk - Mûnein (inhoudelijk)30.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Notitie zienswijzen bestemmingsplan Gytsjerk – Mûnein

Versie 4, 4 februari 2022

Notitie zienswijzen bestemmingsplan Gytsjerk – Mûnein Inleiding 1.1 Status zienswijzennota 1.2 Procedure bestemmingsplan 1.3 Ingekomen zienswijzen 1.4 Bescherming persoonsgegevens Zienswijzen 2.1 Zienswijze 1 2.2 Zienswijze 2: Stichting “Trynwâlden op de kaart” 2.3 Zienswijze 3 2.4 Zienswijze 4: Stichting ter bevordering van de watersport in de Trynwâlden e.o. 2.5 Zienswijze 5 2.6 Zienswijze 6 2.7 Zienswijze 7 2.8 Zienswijze 8: IJsbaancommissie Gytsjerk 2.9 Zienswijze 9: Vereniging voor dorpsbelangen Giekerk 2.10 Zienswijze 10 2.11 Nummer 11: Reactie Provinsje Fryslân (geen zienswijze) 2.12 Zienswijze 12 Bijlagen • • • • • • • • • • • •

Zienswijze 1 Zienswijze 2: Stichting “Trynwâlden op de kaart” Zienswijze 3 Zienswijze 4: Stichting ter bevordering van de watersport in de Trynwâlden e.o. Zienswijze 5 Zienswijze 6 Zienswijze 7 Zienswijze 8: IJsbaan commissie Gytsjerk Zienswijze 9: Vereniging voor dorpsbelangen Giekerk Zienswijze 10 Reactie provincie nr. 11 (geen zienswijze) Zienswijze 12

Inleiding 1.1 Status zienswijzennota Deze zienswijzennota behoort bij het besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan “Gytsjerk – Mûnein 2021”. De zienswijzennota bestaat uit twee hoofdstukken. Hoofdstuk 1 is een algemeen (inleidend) hoofdstuk en bevat een overzicht van de ingekomen zienswijzen en de verdere procedure van het besluit. In hoofdstuk 2 is iedere zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Per zienswijze is daarbij aangegeven of deze ontvankelijk is en of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen zijn geanonimiseerd als bijlage bij deze zienswijzennota gevoegd.

1.2 Procedure bestemmingsplan De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure). Het ontwerpbestemmingsplan “Gytsjerk – Mûnein 2021” heeft na de publicatie op officiële bekendmakingen en de Staatscourant van 22 april 2021 tot en met 2 juni 2021 ter inzage gelegen en was digitaal beschikbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende deze termijn kon iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen. Na de zienswijzenronde beslist de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De gemeenteraad weegt hierbij de ontvangen zienswijzen mee. Tegen het vaststellingsbesluit kan binnen een termijn van zes weken beroep worden aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beroep heeft geen opschortende werking. Om te voorkomen dat het besluit tot vaststelling in werking treedt, zou een voorlopige voorziening kunnen worden aangevraagd bij de voorzieningenrechter van de Afdeling.

1.3 Ingekomen zienswijzen Tijdens de periode van terinzagelegging zijn er 11 zienswijzen ingediend en is gebleken dat er een aantal onjuistheden in het plan zitten. Daarnaast is na de ter inzage termijn nog een reactie door de Provinsje Fryslân ingediend. De zienswijzen en de reactie van de Provinsje Fryslân zijn bij deze nota gevoegd.

1.4. Bescherming persoonsgegevens In verband met de bescherming van de persoonsgegevens zijn de namen van de indieners van een zienswijze in deze nota geanonimiseerd. Dit geldt niet voor rechtspersonen.

Voordat hieronder op de ingediende zienswijzen wordt ingegaan wordt het juridische kader voor het gewijzigd vaststellen van een ontwerp bestemmingsplan geschetst. Uit jurisprudentie blijkt dat de raad bij de vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan wijzigingen kan aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Deze wijzigingen zijn slechts mogelijk wanneer de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang niet zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld. Wanneer dat wel het geval is, dient de wettelijke procedure opnieuw te worden doorlopen. Dit om de directe omgeving eerst de mogelijkheid te bieden om op het (ontwerp) plan (en dus de aanpassing) te reageren.

Zienswijzen 2.1 Zienswijze 1 De zienswijze heeft betrekking op het nog te bebouwen bouwvlak ten zuiden van de ijsbaan. Argument 1: Het bouwvlak ten zuiden van de ijsbaan maakt het mogelijk om tot aan de rand van de ijsbaan te bouwen. Dit maakt het realiseren van een rondgaand pad onmogelijk, een pad dat er oorspronkelijk overigens, zij het niet in ideale vorm, wel was. Beoordeling gemeente: De ligging van het betreffende bouwvlak, zoals opgenomen in het voorliggende ontwerp bestemmingsplan Gytsjerk – Mûnein 2021, voor “De Skuorre” is niet anders dan het bouwvlak zoals opgenomen in het (voorgaande) bestemmingsplan Gytsjerk – centrum 2005. Een rondgaand pad wordt met de verwezenlijking van de huidige bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan Gytsjerk - centrum ook al lastig. Dit is dus niet een gevolg van het nu voorliggende bestemmingsplan. Wanneer op dit moment een bouwplan voor het betreffende perceel wordt ingediend dat past binnen het ter geldende bestemmingsplan, is de gemeente verplicht de vergunning te verlenen. De bouwlocatie bevindt zich al enige tijd in de ontwikkelfase en er is een partij bezig om een bouwplan uit te werken. In het pakket aan ruimtelijke kaders is geen eis opgenomen voor een langzaam-verkeersroute langs de ijsbaan.

De keuze van de gemeenteraad om aan de noordzijde van het plein de bebouwing te realiseren leidt tot zichtbare gebouwen gericht op een zonnig en toegankelijk parkeerplein dat ook visueel onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte. Kritiek op de vorige inrichting van het centrum was juist, dat parkeerruimte grotendeels verscholen aan de achterzijde van de winkels was gesitueerd en dat dit geen positieve uitstraling had omdat bezoekers ook niet konden zien waar nog ruimte was. In het vorige bestemmingsplan is het bouwvlak van “De Skuorre” naar aanleiding van een zienswijze op dit vorige plan nog zoveel mogelijk in noordelijke richting (op de rand van de ijsbaan) geschoven om extra parkeerruimte te creëren. Deze stedebouwkundige uitgangspunten en planologische keuzes zijn opnieuw beoordeeld (zie hierna bij argument 2) en hebben geleid tot het voorstel om het bouwvlak te handhaven. Aan de stedebouwkundige inrichting, de parkeergelegenheid en de bewonersen bedrijfssituatie wordt een zwaarder gewicht toegekend dan aan de gewenste rondgang om de ijsbaan. Deze rondgang is overigens via de openbare weg nog steeds wel mogelijk, maar dan wellicht met een iets minder recreatief karakter.

Conclusie Met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan voor “De Skuorre” wordt het bouwvlak, zoals dat in het huidige bestemmingsplan is vastgelegd, niet aangepast. De stedebouwkundige motieven hiervoor wegen zwaarder dan de wens om een wandelpad rondom de ijsbaan. Dit argument geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Argument 2 Er bestaat zorg dat de te realiseren appartementen aan de zuidkant van de ijsbaan grote impact op het festiviteitenterrein, dat de ijsbaan ook is, zal hebben. Daarom wordt ervoor gepleit om aan de zuidkant van de ijsbaan geen appartementen te realiseren, maar om deze aan de Canterlandseweg en de Rinia van Nautaweg te positioneren. Beoordeling gemeente Evenementen op het ijsbaanterrein zijn in het huidige bestemmingsplan niet planologisch geregeld. Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”. Er zullen normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing worden opgenomen en tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd.

Wanneer “De Skuorre” is gebouwd en in gebruik wordt genomen dan zal een goed woon- en leefklimaat worden geborgd. Het verplaatsen van “De Skuorre” naar de Canterlandseweg en de Rinia van Nautaweg is door ons opnieuw beoordeeld. De stedenbouwkundige context van de bouwlocatie aan de noordzijde (locatie “De Skuorre”) omschrijven wij als volgt: Er is een bouwvlak van ca. 854 m2 met de mogelijkheid om te bouwen in 4 bouwlagen: commerciële plint op de begane grond en 3 bouwlagen appartementen. Aan de noordzijde van deze locatie is de open, groene setting van de ijsbaan en aan de zuidzijde het plein met een parkeerfunctie. Aan de oostzijde staat een woning (nr. 55) met een kleine “bouwkorrel” (2 lagen met een kap als 3e laag). De bouwkavel en deze woning hebben beide een totaal verschillende oriëntatie, maar komen wel overeen in materiaalgebruik en kleurstelling (baksteen en dakpannen). Hiermee is in verschijningsvorm nog sprake van, zij het in geringe mate, enige relatie. Aan de westzijde staat het nieuwe winkelpand “De Hoeve”.

Verplaatsing naar de zuidzijde van het parkeerterrein zou het volgende betekenen: 1. De ruimte tussen de bestaande panden daar, te weten de woontoren “de Kiosk” aan de oostzijde en het winkelpand “de Hoeve” aan de westzijde is te klein voor verplaatsing van het totale bouwvlak. Hier is ruimte voor ca. 544 m2 bebouwing (300 m2 minder dan aan de noordzijde). Vanwege de noodzakelijke ruimtelijke kwaliteit is een bouwafstand van minimaal 20 m ten opzichte van de locatie van “De Kiosk” noodzakelijk. 2. Aan de zuidzijde is sprake van een andere stedenbouwkundige context dan aan de noordzijde. Hier is het stedenbouwkundig van belang dat het bouwvolume ruimtelijk mee moet doen met de stedenbouwkundige context van het wegprofiel van de Canterlandseweg. Omdat hier overwegend lagere bouwhoogten zijn en er niet sprake

3. 4.

5. 6. 7.

is van openheid zou een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen stedenbouwkundig verantwoord zijn. Dit is één bouwlaag minder dan aan de noordzijde. Deze zuidelijke locatie heeft, gezien de ligging, als probleem dat de commerciële plint aan alle zijden van het gebouw aantrekkelijk en goed benaderbaar moet zijn. Dat maakt de architectonische opgave en invulling complex. Met een gebouw aan de zuidzijde wordt het winkelcentrum meer afgesloten van het dorp. De beleving wordt hierdoor “introverter” (zie ook ons reactie op argument 1). Met bebouwing aan de noordzijde doet het plein actiever mee in het stedenbouwkundig weefsel van het dorp. Het maximaal aantal te realiseren parkeerplaatsen op het gehele parkeerterrein zal ca. 8 parkeerplaatsen minder zijn (aan de zuidzijde verdwijnen er 44 stuks, aan de noordzijde kunnen er 36 stuks bijkomen). Aan de zuidzijde kan een ontwikkelaar geen parkeerplaatsen realiseren terwijl dat aan de noordzijde wel kan/ verplicht is. Financieel gezien leidt deze locatie tot een niet sluitende planontwikkeling. Dit komt door een kleiner bouwoppervlak en de voorgestelde geringere bouwhoogte waardoor er geen 15 maar 8 appartementen gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast zal het woongenot hier minder zijn en dit is van invloed op de verkoopbaarheid.

Conclusie Om de evenementen planologisch en juridisch goed te regelen is het nodig om een regeling voor evenementen in het bestemmingsplan op te nemen. Dit zullen we -ook mee naar aanleiding van andere ingediende zienswijzen – doen waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”. Daarmee is de impact van evenementen op de geluidsgevoelige functies begrensd. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van de planregels met een evenementenregeling (zie bijlage bij raadsvoorstel) en een aanvulling van de toelichting maar niet tot de gevraagde verschuiving van het bouwvlak omdat dit voor het gebruik van het terrein niet nodig is en wij dit functioneel en stedebouwkundig geen aanvaardbaar alternatief vinden.

2.2 Zienswijze 2: Stichting Trynwâlden op de kaart. In dit bestemmingsplan is de ijsbaan, gelegen in het hart van het dorp, aangegeven met een bestemming “groen”. Dat is ongewenst en baart ernstige zorgen ten aanzien van de bestemming, parkeren, geluid en borging. Argument 1 Bestemming Het ijsbaan terrein is geschikt gemaakt en wordt gebruikt als evenemententerrein, zoals bijvoorbeeld Tryn’s Rock en het dorpsfeest. Daarnaast is het de bedoeling van de stichting om het terrein tijdens de zomerperiode te gaan gebruiken voor het organiseren van 6 tot 8 (extra) jeugdevenementen. Dit in combinatie met bijvoorbeeld bootcamps, running e.d. Er wordt daarom gevraagd om de bestemming sport te behouden en het niet de bestemming groen te geven. Beoordeling gemeente Het ijsbaanterrein heeft in het geldende bestemmingsplan Gytsjerk - centrum 2005 de bestemming “sportdoeleinden 1”. Ook andere ijsbanen in onze gemeente hebben of deze

bestemming of een bestemming met bijbehorende functieaanduiding. Wij kunnen ons daarom vinden in het verzoek om, gelet op het gebruik van het ijsbaanterrein, de bestemming “sport” voor het terrein te behouden en deze bestemming weer aan het terrein toe te kennen. Hierdoor kan het terrein worden gebruikt voor sport en sportieve recreatie. Dit gebruik vindt hoofdzakelijk in de dagperiode plaats waarbij geen muziek ten gehore wordt gebracht. Wanneer bij het sportieve of recreatieve gebruik wel sprake is van versterkte muziek (bv. wanneer de ijsbaan open kan) dan heeft de muziek een ondergeschikte functie. Wel zal hiervoor een geluidsgrens in de planregels worden opgenomen. Een sportieve of recreatieve gebeurtenis kan onder sommige omstandigheden ook worden aangemerkt als een evenement (of worden gevolgd door een evenement). Evenementen op het ijsbaanterrein zijn in het huidige bestemmingsplan niet planologisch geregeld. Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”.

Er zullen normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing worden opgenomen en tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Wanneer “De Skuorre” is gebouwd en in gebruik wordt genomen, dan zal een goed woon- en leefklimaat worden geborgd (zie ook argument 3 hierna). Uit jurisprudentie blijkt dat, wanneer een gebruiksmogelijkheid al bestaat in het voorgaande bestemmingsplan er geen sprake is van een wezenlijk ander bestemmingsplan. Het is niet nodig om de procedure opnieuw te doen door een aangepast ontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen. Conclusie Wij kunnen ons vinden in de ingediende reactie om de bestemming “sport” weer aan het ijsbaanterrein toe te kennen. Om de evenementen planologisch en juridisch goed te regelen, is het nodig om een regeling voor evenementen in het bestemmingsplan op te nemen. Dit zullen we -ook mee naar aanleiding van andere ingediende zienswijzen – doen waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”. Daarmee is de impact van evenementen op de geluidsgevoelige functies begrensd. De ingediende reactie leidt tot een aanpassing van de planregels met een evenementenregeling (zie bijlage bij het raadsvoorstel) en een aanvulling van de toelichting.

Argument 2 Parkeren Het is de vraag of de gemeente de mogelijkheid wil bieden om op het ijsbaanterrein te parkeren en of dat een breed gedragen wens vanuit te dorp is. Het parkeren op het ijsbaanterrein levert een belemmering op voor alle events en het gebruik van het terrein als ijsbaan en feestterrein. Na het bouwen van “De Skuorre” zal er nog steeds ruim voldoende parkeerruimte aanwezig zijn op het plein of in de directe omgeving van het centrum. Piekmomenten met enige parkeeroverlast zijn niet te voorkomen. Beoordeling gemeente Er wordt voorgesteld om de bestemming van het ijsbaan terrein bij de vaststelling van het bestemmingsplan te wijzigen in de bestemming “sport”. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor terreinen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en evenemententerrein

met daaraan ondergeschikt parkeervoorzieningen. Op basis van het voorliggende bestemmingsplan kan het ijsbaanterrein, wanneer het nodig is, in ondergeschikte mate worden gebruikt als parkeervoorziening. Wij zien, op basis van de ingediende reactie geen reden om de ondergeschikte parkeervoorziening uit de bestemmingsomschrijving “sport” te halen. Te meer omdat met de grote parkeerplaats in het centrum van Gytsjerk ruim wordt voorzien in parkeercapaciteit (zoals ook al door de stichting zelf wordt benoemd). Wanneer het zwembad veel publiek trekt, is in eerste instantie het parkeerterrein in het centrum het alternatief wanneer de parkeerplaats bij het zwembad vol is. Het ijsbaanterrein is er primair voor de sport(ieve) functie en die van evenemententerrein. Parkeren zou daar alleen incidenteel, als omstandigheden het toelaten en de parkeerbehoefte extreem groot is, kunnen worden toegestaan. Conclusie De noodzaak om op min of meer structurele basis in de zomer parkeren op de ijsbaan toe te staan, is er niet en dit is planologisch ook niet toegestaan. Het grote parkeerterrein in het centrum biedt voldoende parkeerruimte. Op basis van het bestemmingsplan is parkeren in ondergeschikte mate en incidenteel wel mogelijk. Wij zien geen aanleiding om het ondergeschikte parkeren uit de bestemmingsomschrijving “sport” te halen.

De ingediende reactie leidt dan ook niet tot een aanpassing van de nog aan het ijsbaanterrein toe te kennen bestemming “sport”. Argument 3 Geluid De nieuwbouw van “De Skuorre” baart zorgen voor wat betreft het geluidsniveau van evenementen en de daarbij behorende kans op mogelijke bezwaren van toekomstige bewoners. Er wordt gevraagd om dit planologisch en juridisch goed te regelen. Beoordeling gemeente Evenementen op het ijsbaanterrein zijn op dit moment niet planologisch geregeld. Wij begrijpen de zorg over mogelijke bezwaren op het houden van evenementen op het ijsbaanterrein van nieuwe bewoners van “De Skuorre”. Gelet op de ingediende reactie en gelezen de jurisprudentie nemen wij voor dit terrein een evenementenregeling op in de voorschriften van het bestemmingsplan waarbij de borging van een goed woon- en leefklimaat het uitgangspunt is en zoveel mogelijk zal worden aangesloten op het gemeentelijke evenementenbeleid “regels om te feesten”. Er zullen normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing worden opgenomen en tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Wanneer “De Skuorre” is gebouwd en in gebruik wordt genomen dan zal een goed woon- en leefklimaat zijn geborgd. Hierbij zal onderscheid worden gemaakt in zwaarte van het evenement: Categorie 1: Evenementen categorie 1 zijn evenementen waarbij geen geluidshinder optreedt.

Om dit te garanderen mag de geluidsimmissie ter plaatse van (aanwezige) woningen en andere geluidgevoelige functies niet meer bedragen dan 60 dB(A). Daarbij moet gedacht worden aan: -

evenementen waarbij geen geluidsemissie plaatsvindt omdat er geen versterkte of onversterkte geluidsbronnen bij aanwezig zijn;

-

evenementen met geluidsbronnen met een maximale geluidsimmissie van 60 dB(A) ter plaatse van de gevel van woningen.

Categorie 2: Evenementen categorie 2 zijn evenementen die geluidsimmissie opleveren tot ten hoogste 75 dB(A) en 90 dB(C). Bij deze evenementen kan door het gebruik van geluidsbronnen dus geluidshinder optreden. Door 75 dB(A) en 90 dB(C) als maximum te stellen kan, uitgaande van een geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van 20 dB bij nieuwbouw in combinatie met een beperkt aantal, een beperkte duur en tijdstippen, deze overlast worden gereguleerd. Om de overlast zoveel mogelijk te begrenzen is voor deze evenementen ook een norm van maximaal 90 dB(C) opgenomen. Onderzoek heeft aangetoond dat met name de lage frequenties (bastonen of dreunend geluid) tot geluidsoverlast leiden.

Categorie 3: Evenementen categorie 3 zijn evenementen met uitzonderlijke geluidsimmissie. Hiervoor geldt een maximum aantal, maximum duur en tijdstippen. Uit onderzoek is gebleken dat de geluidsimmissie van deze evenementen hoger is dan 75 dB(A) en 90 dB(C) op de plek waar een centrumgebouw is beoogd. Daarom is voor dit gebouw een specifieke zone opgenomen en mag op deze woningen gedurende een beperkt aantal dagen en een specifiek tijdvak de geluidsimmissie tot 80 dB(A) en 93 dB(C) bedragen. Zolang hier nog geen geluidgevoelige functie is, is de immissie op dit punt niet relevant. Omdat dit bestemmingsplan wel in de bouw van een centrumgebouw voorziet, is het toch belangrijk om normen op te nemen. Rondom dit gebouw is daarom een “overige zonehogere geluidsbelasting evenementen” opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat het een nieuw gebouw betreft waarbij de geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie 20 dB moet bedragen (Bouwbesluit). Verder is rekening gehouden met het belang dat deze lokale evenementen heeft voor de “Mienskip”. Dergelijke feesten dragen bij aan de cohesie van een dorp of streek waardoor hogere geluidsniveaus eerder worden aanvaard. Wel is er een beperking in tijdsduur en tijd in de regeling ingebouwd en zijn de geluidsnormen t.o.v. het evenementenbeleid vanwege een goed woon- en leefklimaat verlaagd.

Zo kan het bijvoorbeeld nodig zijn om voor een evenement het geluid in het dB(C) spectrum af te filteren om aan de in het bestemmingsplan opgenomen geluidsnorm te voldoen. Met de aangepaste normstelling voor geluid, het beperkte aantal dagen en de beperkte tijdsduur en het opnemen van een immissienorm voor dB(A) en dB(C) voor het geluid kan een goed woon- en leefklimaat ook op deze locatie worden geborgd. Dat op enig moment geluidsoverlast kan worden ondervonden is daarmee afgewogen tegen het belang van dit evenement. Wanneer gemeentebreed evenementenbeleid wordt opgesteld, zal ook hier een balans moeten worden gezocht. Dit soort lokale evenementen vinden meestal in het hart van het dorp plaats. Conclusie Om de evenementen planologisch en juridisch goed te regelen is het nodig om een regeling voor evenementen in het bestemmingsplan op te nemen. De ingediende reactie leidt dan ook tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Argument 4 Borging Er wordt op gerekend dat de gemeente zorg draagt voor voldoende mogelijkheden om in Gytsjerk een warm en goed functionerend dorpshart te behouden. Daar behoort, ook het ijsbaanterrein toe. Met voldoende mogelijkheden wordt bedoeld: • 4 avonden dorpsfeest (tot 2 uur ’s nachts); • tijdens de openingstijden van de ijsbaan, muziek op alle avonden in de winterperiode (tot 21:30 uur); • 3 dagen Tryn’s Rock (de oefendag/avond en de dag van het event (tot 24.00 uur, waarbij muziek om 23:30 uur stopt); • 8 dagen met avonden met mogelijkheden voor jeugdevents van de Stichting “Trynwâlden op de kaart” i.s.m. KEARN en BOB Oentsjerk tot 23:00 uur; • De opbouw en afbouwdagen van de events dienen ook te worden gewaarborgd (incl. testen van geluid); • Centrale ontmoetingsplak in het hart van het dorp voor alle inwoners van Gytsjerk (en evt. Trynwâlden); • bestemming sport, recreatie en evenemententerrein behouden. Beoordeling gemeente Het evenementenbeleid “regels om te feesten” gaat uit van de volgende evenementen: - 1 commercieel tentfeest tot 02:00 uur; - 1 dorpsfeest; - 1 oud- en nieuw feest; - Tryns rock festival (in open lucht met eindtijd voor muziek van 23:30 uur en eindtijd feest 24:00 uur); - Verder geldt voor evenementen tot 150 bezoekers met live/versterkte muziek vrijdag en zaterdag een eindtijd van 24:00 uur en op de andere dagen een eindtijd van 23:00 uur.

Het plan van de gemeente om na inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeentebreed planologisch evenementenbeleid op te stellen is door het uitstellen van deze wet niet uitgevoerd. Jurisprudentie en de zienswijzen leiden ertoe dat in dit plan al een regeling moet worden opgenomen. Bij een planologische regeling staat – anders dan in het evenementenbeleid – de ruimtelijke afweging (een goed woon- en leefklimaat) centraal. Met de in het bestemmingsplan op te nemen planologische regeling worden normen voor de geluidsimmissie op de gevel van geluidsgevoelige bebouwing opgenomen en gelden tijdvakken waarin dit geluid maximaal mag worden geproduceerd. Niet het evenement of de openbare orde en veiligheid maar een goed woon- en leefklimaat is daarbij het uitgangspunt. Dat betekent overigens niet dat het belang van het evenement niet mag worden meegenomen. Voor een beperkt aantal momenten en in een beperkte mate kan onduldbare overlast aanvaardbaar worden gevonden. In het bestemmingsplan wordt -dit alles overwegende- de raad voorgesteld de volgende planologische regeling op te nemen zodat tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan in ieder geval dient te worden gerekend: A. Het gebruik van de bouwwerken en gronden voor de in lid 25.1 onder B genoemde evenementen tenzij de gronden zijn aangeduid als “evenemententerrein”, met dien verstande dat onder de hierna genoemde

1.

2.

3.

4. 5.

6.

voorwaarden in een kalenderjaar de volgende evenementen zijn toegestaan: Maximaal 20 evenementendagen in categorie 1 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 22:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 22:00 uur; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 1 of 2 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 23:00 uur. Op 2 van deze evenementendagen mag op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 24:00 uur als eindtijd worden aangehouden; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 3 die beginnen na 14:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag beginnen na 13:00 uur en eindigen voor 23:00 uur. Op 4 van deze evenementendagen mag wanneer de evenementendag is begonnen op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 02:00 uur als eindtijd worden aangehouden. Onder een evenementendag wordt niet verstaan het opbouwen en afbreken van het evenement en het testen van het geluid; Het aantal bezoekers dat op een evenementendag gelijktijdig aanwezig is bedraagt ten hoogste 1.000. Op 2 evenementendagen per kalenderjaar mag dit aantal ten hoogste 1.300 bedragen; De geluidsbelasting op woningen en andere geluidgevoelige functies vanwege evenementen mag niet meer bedragen dan: 1. Voor evenementen in categorie 1: 60 dB(A); 2.

Voor evenementen in categorie 2: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C; 3. Voor evenementen in categorie 3: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C, met dien verstande dat voor aanwezige woningen ter plaatse van de aanduiding “overige zone-hogere geluidsbelasting evenementen” een geluidsbelasting van 80 dB(A) respectievelijk 93 dB(C) is toegestaan voor ten hoogste 4 aaneengesloten uren per evenementendag, welk tijdvak moet eindigen voor 01:00 uur;

Conclusie De voorgestelde planologische regeling maakt evenementen met een begrenzing van de immissie op de geluidgevoelige gevels van (bestaande) woningen en andere geluidgevoelige functies mogelijk.

2.3 Zienswijze 3 Met het voorliggende bestemmingsplan wordt het, op het perceel kadastraal bekend gemeente Giekerk, sectie F, nummer 2179, gevestigde bedrijf gelegaliseerd door aan het perceel de bestemming “Bedrijf – 1” met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag hoveniersbedrijf” toe te kennen. De zienswijze richt zich tegen de nieuwe bestemming van het perceel en bestaat uit de volgende argumenten.

Argument 1 Bestemming Het perceel kent een oppervlakte van 908m². Dan wordt maar een deel van het perceel bestemd als “Bedrijf – 1” met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag hoveniersbedrijf”. Voor het overige ziet het ontwerp op een bestemming “Wonen – twee onder één kap”. Een deel van het perceel met laatstgenoemde bestemming wordt op dit moment gebruikt voor buitenopslag. Er wordt een toelichting gemist op de keuze om een deel van het perceel nog tot “wonen” bestemd te laten. Het onbebouwde deel (voor zover gelegen in het ontwerp) is nu ook (in strijd met de huidige en de beoogde bestemming) bedrijfsmatig in gebruik. Het gaat hier om een gedeeltelijke legalisatie. In dit verband is nog van belang dat de exploitant van het hoveniersbedrijf weliswaar eigenaar is van de woning R. van Nautaweg 21, maar daar niet woont of heeft gewoond. Er is dus geen relatie tussen het wonen ter plaatse en het hoveniersbedrijf en die is er ook nooit geweest. De gedachte achter het beperken van de bestemming “bedrijf – 1” met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag hoveniersbedrijf” tot het aanwezige gebouw is wellicht dat alleen een bedrijf in categorie 2 (bedrijfsvloeroppervlak <500m²) gewenst is, en niet een bedrijf in categorie 3.1 (bedrijfsvloeroppervlak >500m²). Een bedrijf op de betreffende locatie is echter helemaal niet wenselijk.

Ook omdat eraan wordt gehecht dat in de loods geen (licht) ontvlambare stof of materiaal wordt opgeslagen, zoals diesel en (tuin)machines. Binnen milieucategorie 2 is dat ook niet toegestaan, maar met de onduidelijke status van het tot “wonen” bestemde deel is het ook niet duidelijk of het uiteindelijk niet toch feitelijk een categorie 3.1 bedrijf is. Beoordeling gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan Gytsjerk – Mûnein wordt onder paragraaf 4.5 Bedrijf – 2 ingegaan op bestemming voor het betreffende perceel. Helaas is hier een foutje ingeslopen. Aan het betreffende perceel is op basis van de regels namelijk de bestemming “Bedrijf – 1” toegekend. De toelichting zal hierop worden aangepast en vernummerd. Hierbij merken wij op dat de toelichting onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan, maar geen juridische status heeft. De regels in combinatie met de planverbeelding zijn het juridische deel van een bestemmingsplan. Het klopt dat het perceel, kadastraal bekend gemeente Giekerk, sectie F, nummer 2179 in totaal 908m² groot is (zie onderstaan fragment kadaster)

Een deel van dit perceel (325m²) heeft in het voorliggende bestemmingsplan de bestemming “Bedrijf – 1” met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag hoveniersbedrijf” gekregen (zie onderstaand fragment planverbeelding).

Een klein gedeelte van de woonbestemming, direct aansluitend aan en gelegen ten westen van de bedrijfsbestemming wordt inderdaad ook gebruikt ten behoeve van de opslag van het hoveniersbedrijf. (zie onderstaande luchtfoto).

Het is een omissie in het bestemmingsplan dat dit deel van het perceel geen bedrijfsbestemming heeft gekregen maar een woonbestemming heeft behouden. Wij stellen

de raad dan ook voor om aan dit deel van het perceel ook de bestemming “Bedrijf – 1” toe te kennen. Met het herstellen van deze omissie wordt het bedrijfsperceel 450m². De oppervlakte van het bouwvlak wordt niet vergroot. Dat blijft 325m². Hiermee wordt een te grote versnippering van de bestemmingen voorkomen en het doet ook recht aan de sinds jaar en dag ontstane bedrijfssituatie. De oppervlakte van het bedrijfsperceel is en blijft, ook na de uitbreiding, onder de 500m². Dit betekent dat het hoveniersbedrijf in principe een categorie 2 bedrijf is (zie onderstaand fragment van de VNG milieu– en bedrijvenzonering).

Zelfs met de hiervoor aangegeven uitbreiding van het bedrijfsperceel blijft de oppervlakte van het bedrijfsperceel onder de 500m². Dit betekent dat het in ieder geval niet gaat om een categorie 3.1 bedrijf. Door de activiteiten op het bedrijfsperceel te beperken en alleen opslag ten behoeve van een hoveniersbedrijf (zie ook hierna) toe te staan is er sprake van categorie 1 bedrijfsactiviteiten. Conclusie Om een te grote versnippering en een onduidelijke plansituatie te voorkomen wordt het bedrijfsperceel nog iets vergroot (zonder hieraan een bouwmogelijkheid toe te kennen). Gelet op de aard en omvang van het bedrijf zijn wij van mening dat de opslag van het hoveniersbedrijf kan worden aangemerkt als een categorie 1 bedrijf. Dit argument leidt tot een aanpassing (vergroting) van het bedrijfsperceel en een aanpassing van de toelichting. Argument 2 Richtafstand In de toelichting van het ontwerp is aangegeven dat het ter plaatse gaat om een gemengd gebied, met een verkleining van één afstandsstap tot gevolg. Er is geen rekening gehouden met het feit dat de percelen aan de westkant grenzen aan agrarische waarden met landschappelijke waarde (bestemmingsplan Buitengebied 2013). Dat geeft meer gewicht aan de kwalificatie “rustige woonwijk” of “rustig Buitengebied”. Relevant is ook de status van het nabijgelegen Natura 2000-gebied de Groote Wielen.

De genoemde korte afstand van een bedrijventerrein maakt dit niet anders. Dat bedrijventerrein is er wel, maar de ontsluiting ervan is gelegen aan de zuidkant van het bedrijventerrein. De afstand tussen de Woning R. van Nautaweg 21A te Gytsjerk en die van de ontsluiting is niet kort, maar aanzienlijk. De ligging aan een hoofdontsluitingsweg komt geen betekenis toe, omdat de woning R. van Nautaweg 21A van die weg af is gekeerd en niet door wegverkeer (of een andere geluidsbron) relevant wordt belast. Tussen het perceel en de weg bevinden zich twee woningen (huisnummers 21 en 23); ter hoogte van de woning van R. van Nautaweg 21A is dat nr. 21.

Het argument dat de Singel ook wordt gebruikt ter ontsluiting van een achterliggend agrarisch bedrijf gaat niet op, omdat het ontwerp - plan de Singel zélf bestemt tot "Groen Groenvoorzieningen". De Singel is eigendom van de gemeente, maar kent niet de bestemming "weg" en heeft in die zin dus ook geen publiek karakter. De bestemming "Groen - Groenvoorzieningen" onderstreept ook juist de landschappelijke waarde van de Singel, die in het naastgelegen bestemmingplan "Buitengebied 2013" ook de dubbelbestemming "Waarde - Landschap (Woudenlandschap)" heeft. Het gebruik van de Singel is in het ontwerp dan ook beperkt tot onderschikt semi agrarisch gebruik (door de exploitant van één achterliggend agrarisch bedrijf). Het ontwerp gaat dus juist uit van "rustig buitengebied". De Singel is ook een fietspad. Uitsluitend aanwonenden mogen met een auto of tractor gebruik maken van het pad. In de gegeven omstandigheid kan niet worden gesproken van een gemengd gebied. Daarvoor ligt het accent te zwaar op de landschappelijke waarde en "rustig buitengebied" van de directe omgeving als geheel. Er bestaat en/of wordt dan ook geen deugdelijke reden gegeven voor het toepassen van een verkleining van één afstandsstap. Daarmee is juiste richtafstand geen 10 meter, maar 30 meter. Beoordeling gemeente De mogelijke keuze van deze bedrijfsbestemming kent een lange voorgeschiedenis.

Voor het bijgebouw aan de Singel is in 2007 een bouwvergunning verleend. Het gebouw was ter vervanging van een bestaand bijgebouw waarin de bewoner van de Rinia van Nautaweg 21 hobbymatig vee hield.

Oude gebouw: foto van 25 januari 2008

Na realisatie van de nieuwe loods in 2008 waren er al aanwijzingen dat de loods ook nog voor de opslag van het hoveniersbedrijf werd gebruikt.

Nieuwe gebouw: foto van 2012 met opslagactiviteiten hoveniersbedrijf

Het bestemmingsplan Gytsjerk 2006 laat een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis toe mits deze activiteit in de bijlage is genoemd en de oppervlakte mag niet meer zijn dan 30% van de bestaande bebouwing en ook nooit meer dan 50 m2 bedragen. Een hoveniersbedrijf wordt in deze bijlage niet genoemd. Ook het in de zienswijze genoemde feit dat eigenaar zelf niet woonachtig is in de woning R. van Nautaweg 21 en er dus geen relatie tussen het betreffende bedrijf en de voornoemde woning is, is dan relevant. De gemeente heeft in het verleden niet op deze feiten gehandhaafd. In 2018 is een vergunning voor de uitbreiding van de loods gevraagd. Hiertegen is – ook door uw cliënt- een zienswijze ingediend. De vergunning voor de uitbreiding is verleend en hiertegen is beroep ingesteld door een andere partij. In de uitspraak LEE 19/1348 WaboA Ber1 van 4 oktober 2019 oordeelt de rechter dat de gemeente ten onrechte is uitgegaan van het op de aanvraag vermelde gebruik ten behoeve van “het wonen”.

Bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan moet volgens de uitspraak van de rechtbank niet slechts te worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar dient mede te worden beoordeeld of het bouwwerk in strijd met de bestemming moet worden geoordeeld indien redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of mede zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan die waarin de bestemming voorziet. Het bestreden besluit is naar het oordeel van de rechtbank reeds hierom niet deugdelijk gemotiveerd. De tijdens de rechtszaak overlegde foto’s en hetgeen ter zitting over het mogelijke gebruik is gezegd, maken dat rechtbank afleidt dat de gemeente waarschijnlijk aanknopingspunten heeft dat het bouwwerk voor andere doeleinden wordt gebruikt. De rechter is van oordeel dat het op de weg van de gemeente ligt om hier nader onderzoek naar te doen. De gemeente heeft gevolg aan deze uitspraak gegeven en de vergunning voor de uitbreiding van het gebouw geweigerd en in het kader van het nieuwe bestemmingsplan GytsjerkMûnein nader onderzoek gedaan naar het gebruik en een ruimtelijk passende bestemming van dit gebouw. Het is vervolgens aan de planwetgever (de gemeenteraad) om hierover te besluiten. Kan de bedrijfsactiviteit niet worden inbestemd, dan zal deze beëindigd moeten worden.

Is een bestemming wel mogelijk, dan zal hinder en gevaar voor woningen gereguleerd worden en krijgt de ondernemer zekerheid over de uit te oefenen activiteiten op deze locatie (zie ook hierna). De huidige rechtens onzekere situatie is voor alle betrokken partijen ongewenst. Mee naar aanleiding van de zienswijze is ook in het kader van het Activiteitenbesluit naar de aard van de bedrijfsactiviteiten gekeken. Het bedrijf kan met een melding volstaan en gelet op de aard van de activiteiten (opslag t.b.v. een hoveniersbedrijf) levert dit milieutechnisch gezien geen problemen op. Opslag vindt dan plaats overeenkomstig de milieunormen. Er worden overigens geen licht ontvlambare stoffen opgeslagen. De handreiking bedrijven en milieuzonering is een hulpmiddel voor milieuzonering in ruimtelijke planvorming. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: • het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; • en tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen (blz. 11 van de handreiking).

De bij de handreiking behorende activiteitenlijst bevat een scala aan typen bedrijvigheid. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten relevant: • het betreft “gemiddeld” moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; • de richtafstanden hebben betrekking op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied; • bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (productie, opslag, kantoor, parkeerterrein) kunnen de deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd. Het bedrijfstype dat in dit geval het meest op de ter plaatse uit te oefenen bedrijfsactiviteiten lijkt is SBI-2008 code 016 nummer 4: plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven bedrijfsoppervlak <= 500 m2. Volgens de tabel geldt vanwege geur en geluid dan een richtafstand van 30 meter. In de tabel wordt voor geluid dan aangegeven dat de voor geluid bepalende activiteit meestal continu (dag en nacht) in bedrijf is. De ter plaatse uit te oefenen bedrijfsactiviteiten leveren niet continu (dag en nacht) geluid op. De geluidsbelasting is overwegend in de dagperiode (07:00-19:00). Omdat het een bedrijf is dat gespecialiseerd is in tuinaanleg en -onderhoud, vinden de werkzaamheden op locatie plaats.

Dat betekent dat ’s ochtends materiaal en materieel wordt opgehaald om elders de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Ter plaatse wordt geen kantoor gehouden, komen geen klanten, wordt niet gekweekt en zijn geen modeltuinen, vindt geen productie plaats ed. De deelactiviteit die hier plaatsvindt betreft een afzonderlijk te zoneren opslagactiviteit. Het grootste deel van de opslag betreft het materieel. De meeste materialen wordt op de werklocatie afgeleverd. Producten die niet geheel zijn toegepast (bv. bestrating) wordt soms -getuige de foto’s- tijdelijk op het perceel opgeslagen. Hiervoor is een kleine buitenruimte nodig. Het gaat niet om geurverspreidende producten. Van continue geluids- of geurveroorzakende activiteiten is geen sprake. In het ontwerpbestemmingsplan is maatwerk geleverd door niet een hoveniersbedrijf (categorie 2) maar een bedrijf 1 met een specifieke functieaanduiding “bedrijf-opslag hoveniersbedrijf” toe te staan. De aard van de bedrijfsactiviteiten en het hierop toegespitste maatwerk rechtvaardigen een kleinere richtafstand. Dit komt in de toelichting op het bestemmingsplan onvoldoende tot uitdrukking. De toelichting zal op dit onderdeel worden aangevuld. Wij hebben niet alleen naar de aard van de bedrijvigheid maar ook naar de aard van de omgeving gekeken. De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden voor het gebiedstype 'rustige woonwijk'.

In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Of bij een gebied dat langs een drukke ontsluitingsweg ligt. Een 'gemengd gebied' kan ook een argument opleveren om een kleinere richtafstanden aan te houden. De woningen R. van Nautaweg 21 en 21A liggen aan een ontsluitingsweg van Gytsjerk. Dat de woning niet aan de kant van de weg is gesitueerd, zegt niets over het gebied waarin de woning is gelegen. Op relatief korte afstand van voornoemde panden ligt een bedrijventerrein met diverse functies, waaronder detailhandels functies. Voor het overige hebben de percelen aan de R. van Nautaweg een woonbestemming. Dat het perceel aan de westkant aansluit op het buitengebied doet niet af aan het feit dat het betreffende perceel ligt in een gebied dat is aan te merken als “gemengd gebied”. Met het oog op het voorgaande blijven wij dan ook van mening dat er hier niet gesproken kan worden van een

“rustige woonwijk”. Ook gelet op deze omgevingsaspecten vinden wij een (lichte) bedrijfsbestemming op de betreffende locatie ook acceptabel.

Dat het perceel op een afstand meer dan 300 meter van het natura 2000 gebied “de Groote Wielen” ligt (hieronder een fragment van het natura 2000 gebied De Groote Wielen) doet daar niets aan af. De activiteiten hebben geen significant effect op dit gebied.

De Singel heeft inderdaad een bestemming groen-groenvoorziening maar heeft ook een ontsluitingsfunctie waarbij de zwaarste functie het agrarisch verkeer is. De Singel is mede voor dit gebruik geasfalteerd. Wij hebben dit geduid om juist aan te geven dat de Singel meer is dan een “landschapselement”. De Singel is openbaar en wordt gebruikt door aanliggende erven en is mede bedoeld voor de toegang naar deze loods (een andere toegang is er niet). Conclusie Wij blijven van mening dat dit gebied kan worden aangemerkt als een gemengd gebied. Wij zijn dan ook van mening dat er hier niet gesproken kan worden van een “rustige woonwijk”. Wij vinden een lichte bedrijfsbestemming in deze zone acceptabel mee gelet op het feit dat de bestemming met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – opslag hoveniersbedrijf” wordt beperkt tot alleen opslag van dit bedrijf (maatwerk m.b.t. een deelactiviteit). Gelet op de toegestane activiteiten op het betreffende perceel en de aard van de omgeving is een categorie 1 bedrijfsfunctie met een maximaal aan te houden afstand van 10 meter tot aan gevoelige functies ruimtelijk aanvaardbaar. Dit argument leidt niet tot een aanpassing van het ontwerpplan maar leidt wel tot een aanvulling in de toelichting.

Argument 3 Richtafstand wordt niet gehaald Gemeten dient te worden vanaf de grens van het tot "Bedrijf 1" bestemde perceel, tot de uiterste situering van (de gevel van) een milieugevoelig object. In de toelichting staat ten aanzien van de woning Rinia van Nautaweg 21a het volgende aangegeven:

De woning Rinia van Nautaweg 21a staat op bijna 30 meter afstand van het bedrijf. Voor zover bij deze woning nog ruimte is voor vergunningsplichtige of vergunningsvrije woninguitbreiding, dan zal de woonbebouwing nooit op minder dan 10 meter afstand van het bedrijf komen.

Hiermee wordt in de eerste plaats miskend dat de juiste richtafstand 30 meter is, en niet 10 meter. Maar, in de tweede plaats: in beide gevallen (30 meter of 10 meter) wordt een onjuiste uitleg gegeven aan het begrip "woonbebouwing". Het gaat er niet om hoe cliënten op dit moment hun perceel gebruiken, maar wat hun mogelijkheden zijn. Daarop wordt gedoeld met de regel, dat wordt gemeten tot de uiterste situering van een milieugevoelig gebouw (Afdeling RvS 6 april 2016, r.o. 19, ECLl:NL:RVS:2016:899). Het ontwerp plan geeft nog vele mogelijkheden als hiervoor bedoeld. Op grond van lid 33.2.2 onder A.3 en lid 33.3 onder C zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan ("vergunbaar") tot een gezamenlijke oppervlakte van 250 m², in plaats van de hiervoor genoemde 150m² (waarvan 50m² voor bedrijf of beroep). Er kunnen dus nog "forse" bijbehorende bouwwerken bij. Dat mogen ook bijbehorende bouwwerken zijn buiten het bouwvlak, en ook bijbehorende bouwwerken die ruimte bieden voor beroepsactiviteiten, als bedoeld in lid 33.1 onder B van het ontwerp (vgl. Afdeling RvS 3 mei 2017, ECLl:NL:RVS:2017: 1191). De vrijstaande garage kan worden omgebouwd tot kantoor, of elders op het perceel kan een nieuw vrijstaand kantoor worden gebouwd, dan wordt de woonfunctie in overwegende mate behouden en het "kantoorwerk" zou ook een ruimtelijke uitstraling hebben die in overeenstemming is met de woonfunctie.

Kortom: dat de "woonbebouwing nooit op minder dan 10 meter afstand van het bedrijf zal komen", is onjuist. Laat staan op minder dan 30 meter. Nota bene: de huidige vrijstaande garage van cliënten (die ook geschikt gemaakt zou kunnen worden voor gebruik als kantoorruimte) staat op nog geen 5,5 meter afstand van de grens van de voorgenomen bestemming.

Beoordeling gemeente Het gebouw staat op 27 meter afstand uit de bestaande woning van de indiener van de zienswijze. In het nieuwe bestemmingsplan worden de mogelijkheden om buiten het bouwvlak te bouwen weliswaar verruimd (het betreft een gesplitste woning maar in het nieuwe bestemmingsplan krijgt elke woning zijn regeling voor bouwen buiten het bouwvlak) maar er is in alle redelijkheid geen plan voor een aan- of uitbouw te bedenken waarbij de woonfunctie binnen de richtafstand van 10 meter zou komen. Daarbij komt, dat bij recht 150m² aan bebouwing buiten het bouwvlak wordt opgericht en dat deze bebouwing reeds op het perceel aanwezig is. Op basis van de bestemmingsplanregels is het mogelijk om via een afwijkingsvergunning onder omstandigheden tot 250m² aan bebouwing buiten het bouwvlak op te richten. Dit vereist dan wel een nadere ruimtelijke afweging. De woning wordt in de planologie aangemerkt als gevoelige functie. Bijbehorende bebouwing zoals een garage en dergelijke niet. Dit geldt ook voor het mogelijk geschetste scenario om in de garage een kantoorfunctie onder te brengen. De bestemming maakt (op beperkte schaal) een beroep of bedrijf aan huis mogelijk. Wanneer dit (mede)gebruik in of aan de woning plaatsvindt, dan is er lastig onderscheid te maken in de bedrijfs- en de woonfunctie.

Wordt het beroep of bedrijf echter in een vrijstaand bijgebouw uitgeoefend (het bestemmingsplan verbiedt het bewonen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken), dan is dit onderscheid wel te maken. De handreiking bedrijven en milieuzonering is bedoeld om hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies te voorkomen maar is niet bedoeld om richtafstanden te geven voor bedrijfsfuncties onderling. Conclusie De woning staat op voldoende afstand om bij het bestemde gebruik hinder en gevaar voor de woonfunctie te beperken/voorkomen. Het scenario dat bij bouwplannen de woning onaanvaardbaar dicht op het bedrijf zou kunnen komen is onaannemelijk. Wanneer in de theoretische situatie in de vrijstaande garage een aan huis toegelaten beroep- of bedrijfsfunctie zou komen, dan is dit nog steeds geen probleem omdat dit geen gevoelige functie betreft en de richtafstanden niet zijn bedoeld voor bedrijfsfuncties onderling. Samengevatte zienswijze Het ontwerp ziet op een gebruik van het "Bedrijf 1 – opslag hoveniersbedrijf", terwijl dat gebruik niet mogelijk is. De beoogde bestemming past ook niet in de omgeving ("rustig buitengebied") en van een gemengd gebied is geen sprake. De noodzaak van een legalisatie (de achtergrond van de bestemming) is niet duidelijk.

In de directe omgeving zijn voldoende bedrijfskavels beschikbaar, bijvoorbeeld op het te ontwikkelen bedrijventerrein "Sanjesfjild Trynwâlden". De raad wordt gevraagd om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, namelijk met handhaving van de huidige bestemming "wonen". Commentaar gemeente Zoals uit het gemeentelijk commentaar op de ingediende zienswijze blijkt, zijn wij van mening dat het maatwerk om ter plaatse een categorie 1 bedrijf met de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf -opslag hoveniersbedrijf” toe te staan recht doet aan de situatie die al lang geleden is ontstaan en zich hier al lange tijd voordoet. Voor alle partijen ontstaat dan duidelijkheid wat op dit perceel kan en mag en aan welke voorwaarden het bedrijf zich moet houden (o.a. via een in te dienen melding Activiteitenbesluit). De huidige situatie levert immers een voor alle partijen rechtens onzekere situatie op. Het gesprek met de

burgemeester waaraan gerefereerd wordt had juist betrekking op de gevolgen en de afhandeling van de rechtszaak (de vergroting van de loods is niet doorgegaan), handhaving en de bevoegdheid van de planwetgever bij vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan een planologische keuze te maken. Het horen van belanghebbenden in het kader van een bestemmingsplan vindt niet plaats door middel van een gesprek met de burgemeester maar middels het indienen van een zienswijze bij de gemeenteraad waarna de planwetgever alle belangen afwegende tot een keuze kan komen. Conclusie De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan voor wat betreft de omvang van het bedrijfsperceel en een aanvulling van de toelichting maar niet een aanpassing van de bestemming.

2.4 Zienswijze 4: Stichting ter bevordering van Watersport in de Trynwâlden e.o. Het is de bedoeling om watersporters en andere recreanten, kennis te laten maken met de culturele, maatschappelijke en natuurhistorische elementen en activiteiten die het dorp Gytsjerk en in ruimste zin, de gehele Trynwâlden, te bieden heeft. Door het bewust aantrekken van toeristen en passanten krijgt het dorp en het gehele gebied meer naamsbekendheid en wordt de leefbaarheid vergroot. Argument 1 Uitbreiding haven Om het hiervoor aangegeven doel te bereiken is het plan opgevat om de haven uit te breiden en voor een deel in te richten voor (varende) passanten en campingbezoekers. Te denken valt aan (vaar)passanten met sloepen en kleine boten afkomstig uit de nieuwe waterrijke wijken aan de oostzijde van Leeuwarden, aan watersporters die de Elfstedenroute varen en kanovaarders die de nieuwe route langs de Bouwepet willen gaan verkennen en een overnachtingplaats halverwege zoeken. Daarnaast is het de bedoeling om ruimte te bieden aan de recreanten die met een camper, caravan of tent het dorp willen bezoeken. Om genoemde watersporters en recreanten aan te trekken, heeft de stichting het plan opgevat om de vaarroute te bewegwijzeren en, eventueel in samenwerking met de zakenclub Trynwâlden, foldermateriaal te ontwikkelen waarin het dorp Gytsjerk en de omgeving van het dorp worden gepromoot.

Voor de uitbreiding van de (passanten) haven en de realisatie van een camper/kampeerterrein is een wijziging van het huidige bestemmingsplan noodzakelijk. Het gaat hierbij om het perceel kadastraal bekend gemeente Giekerk, sectie C nummer 4075 en deel van het aangrenzende weiland kadastraal bekend gemeente Giekerk, sectie C nummer 3887. Beoordeling gemeente Zoals in de reactie al wordt aangegeven is voor de plannen een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Deze wijziging kan niet zonder meer in het voorliggende bestemmingsplan worden meegenomen. Hiervoor is de planprocedure te ver gevorderd. Door de gevraagde wijziging van het bestemmingsplan ontstaat namelijk een wezenlijk ander plan. De impact op de omgeving (naastgelegen woningen en bedrijven) is hier wezenlijk van belang. De consequenties (inclusief omgevingsaspecten, zoals flora en fauna,

stikstofdepositie e.d.) van de gewenste wijziging dienen eerst in kaart te worden gebracht alvorens deze eventueel (gemotiveerd) door te kunnen voeren. Dit vereist nadere onderzoeken en betekent ook dat opnieuw een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Met het oog op het voorgaande wordt voorgesteld om de bestemmingsplanprocedure niet af te breken om dit verzoek nader planologisch te onderzoeken. Wel willen wij de vraag op een andere manier oppakken en bekijken of de gevraagde wijziging ruimtelijk acceptabel is. Wanneer blijkt dat het verzoek past binnen de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid en een goede ruimtelijke ordening, zou de bestemming alsnog kunnen worden aangepast via een herziening van het bestemmingsplan (postzegelplan) of, wanneer de Omgevingswet in werking is, met een omgevingsplan of omgevingsvergunning. Conclusie De ingediende reactie leidt op dit moment niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan of het afbreken van de huidige planprocedure. Wel zal in overleg met de indiener worden voorgesteld om de zienswijze als een principeverzoek in behandeling te nemen zodat hiervoor een eigen ruimtelijke afweging kan worden gemaakt.

2.5 Zienswijze 5 In 1978 en ook in 1993 is er een verzoek ingediend om op een perceel grond aan de Gytsjerksterhoeke te Gytsjerk een woning te mogen bouwen (Kadastraal bekend 1761, groot 1765 m²) weergegeven op onderstaande tekening. Deze verzoeken zijn destijds afgewezen.

Nu opnieuw een verzoek omdat in de Actief van 21 april 2021 is te lezen dat er een nieuw bestemmingsplan voor o.a. locatie Gytsjerk ligt.

Argument 1 Woningbouwprogramma Volgens de “Woningbouwprogramma Tytsjerksteradiel 2021” zijn er nog twee woningen “beschikbaar” om te bebouwen in het zgn. buitengebied:

Beoordeling gemeente Het betreffende perceel maakt geen onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Gezien de ligging van het plangebied (grotendeels overeenkomstig het plangebied van het nu nog geldende bestemmingsplan voor Gytsjerk) zien wij geen aanleiding dat in alle redelijkheid gekozen had moeten worden voor een andere begrenzing. Het eventueel opnemen van het voorliggende plan bij de vaststelling van het bestemmingsplan betekent een uitbreiding van het plangebied. De gevraagde uitbreiding van het plangebied betekent een wezenlijke aanpassing van het ontwerp - bestemmingsplan. Op dit moment wordt gekeken waar, in welke omvang en welk type (vrijstaand, halfvrijstaand, rijenbouw of appartementen) woningbouw in onze gemeente kan plaatsvinden. Dat geldt ook voor de twee (extra) opgenomen woningen in het woningbouwprogramma voor Gytsjerk (waarvan overigens niet gezegd is dat die woningen in het buitengebied moeten komen: dit zal volgens de ladder van de duurzame verstedelijking moeten worden afgewogen). Hier komt nog bij dat voor het opnemen van woningbouwplannen diverse omgevingsaspecten een rol spelen. Er is met het verzoek geen inzicht gegeven in de omgevingsaspecten waardoor het verzoek ook niet zondermeer kan worden meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

Met het oog op het voorgaande wordt voorgesteld om de bestemmingsplanprocedure niet af te breken om dit verzoek nader planologisch te onderzoeken. De vraag kan als principeverzoek worden opgepakt waarbij ook de locatiekeuze voor buitenstedelijke woningen een rol speelt. Conclusie De ingediende reactie leidt op dit moment niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan of het afbreken van de huidige planprocedure. Wel zal in overleg met de indiener worden voorgesteld om de zienswijze als een principeverzoek in behandeling te nemen zodat hiervoor een eigen ruimtelijke afweging kan worden gemaakt.

Argument 2 Provinciale verordening Daarnaast voldoet bebouwing op genoemd perceel aan de geldende provinciale criteria van artikel 2.25 van de provinciale verordening Romte over toevoegen stedelijke functies in

bebouwingslinten en bebouwingsclusters buiten bestaand stedelijk gebied. Op grond hiervan kan op een perceel in of aansluitend op een bestaand bebouwingslint of -cluster een nieuwe stedelijke functie worden toegestaan met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de nieuwe functie leidt tot een afronding of verdichting van een bebouwingslint of bebouwingscluster, en b. de omvang van de stedelijke functie is afgestemd op de omgeving. Beoordeling gemeente Dat de gewenste ontwikkeling mogelijk past binnen de uitgangspunten van het provinciale beleid, betekent niet dat een gemeente zondermeer medewerking verleend aan dergelijke verzoeken. Wij moeten aan de provinciale verordening toetsen maar ook andere omgevingsaspecten (milieu, geluid, luchtkwaliteit e.d) spelen namelijk een rol bij het ontwikkelen van (nieuwe) locaties. Het gemeentelijk en provinciaal beleid is vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik erop gericht om in eerste instantie geschikte (ruimtelijk en stedenbouwkundig) woningbouwlocaties binnen het bestaand stedelijk gebied te benutten en wanneer die redelijkerwijs niet beschikbaar zijn dan pas te kijken naar mogelijk geschikte locaties buiten het bestaand stedelijk gebied.

Zoals in ons commentaar op argument 1 al is aangegeven zitten wij op dit moment nog in het verkennende stadium en is het nu nog te vroeg om nieuwe woningbouwlocaties planologisch te regelen. Conclusie De ingediende reactie leidt op dit moment niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan. Wel zal in overleg met de indiener worden voorgesteld om de zienswijze als een principeverzoek in behandeling te nemen zodat hiervoor een eigen ruimtelijke afweging kan worden gemaakt.

2.6 Zienswijze 6 Het perceel kadastraal bekend gemeente Giekerk, sectie F, nummers 1785 en 3224, respectievelijk gelegen tussen de Canterlandseweg en de nieuwbouwwijk Oer de Feart I en II te Gytsjerk en aan de Canterlandseweg waren onderdeel van het bestemmingsplan Buitengebied 1997, Gemeente Tytsjerksteradiel. Thans zijn ze opgenomen in het Ontwerp Bestemmingsplan “Gytsjerk-Mûnein 2021” met een dubbel bestemming: agrarisch- cultuurgrond en waarde- woudenlandschap. Argument 1 Bestemming De bestemming is een beetje vreemd want het perceelsnummer 1785 ligt grotendeels tussen de bestaande bebouwing en het perceel vormt door het in het ontwerp-bestemmingsplan Gytsjerk-Mûnein 2021 op te nemen een onderdeel van het dorp Gytsjerk. Een bestemming ‘wonen’ voor een deel van het perceelsnummer 1785 zou dan ook veel logischer zijn. Beoordeling gemeente De agrarische bestemming op het betreffende perceel is niet vreemd omdat het hier gaat om een conserverend plan en het perceel in het geldende bestemmingsplan ook een agrarische bestemming heeft. Bovendien is de oppervlakte van het perceel zodanig dat het gebruik als agrarisch cultuurgrond niet is uit te sluiten. Overigens is het ook niet juist dat dit gebied nu

nog onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan Buitengebied 1997. Dit gebied maakte ook al onderdeel uit van het bestemmingsplan Gytsjerk 2006. Conclusie Dit argument leidt niet tot een aanpassing van het voorliggende bestemmingsplan. Het perceel is niet vanuit het bestemmingsplan buitengebied “overgeheveld” en bovendien betekent het feit dat een perceel in een “komplan” ligt niet dat hier ook een woonbestemming aan dient te worden gegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=43e4cab0-2180-43a5-8d56-e3d628f1e960