CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing

RAAD IEPEN POADIUM (RD) 16 april 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Zienswijze Tennet EOS Stoppelsoal (ynhâldlik)11.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tevens is het zonder vergunning niet toegestaan om in een grondwaterbeschermingsgebied schadelijke stoffen te hebben, te gebruiken, te vervoeren of op of in de bodem te brengen. Of om constructies van welke aard dan ook tot stand te brengen, te hebben of te gebruiken met het doel het vervoeren, bergen, opslaan, overslaan, storten of verzinken van schadelijke stoffen door, op of in de bodem mogelijk te maken (art. 4.49 Verordening Fryslân 2022). Voor een geringe hoeveelheid in of bij gebouwen die dienen voor normaal gebruik van dat gebouw, kan een vrijstelling gelden. Voor het EOS geldt dat dit geen milieubelastende activiteit als bedoeld in het Bal betreft. Daarnaast heeft het EOS niet ten doel om schadelijke stoffen te vervoeren, bergen, op- of over te slaan, te storten of verzinken. De schadelijke stoffen die aanwezig zijn, dienen voor het normaal gebruik van het systeem. Aanvullend geldt dat batterijen worden ontworpen op het niet ‘lekken’, lekken gebeurt alleen wanneer er Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 27

een calamiteit optreedt. Wanneer er een calamiteit optreedt, wordt hiervan automatisch melding gemaakt en zal een reparatieteam zo snel mogelijk ter plaatse zijn om het probleem te verhelpen en eventuele gelekte stoffen op te ruimen. Aangezien de EOS in afgesloten modules, in containers en op verharde fundamenten komen te staan is beïnvloeding van het grondwater als gevolg van eventuele lekkages niet aan de orde. Stoffen zullen op dat moment in de modules en vervolgens in de container worden opgevangen. In het hoogst onwaarschijnlijke geval van lekkages uit de container zullen stoffen op het fundament terecht komen (en daar blijven liggen). Een effect op grondwater is derhalve niet aan de orde. Ook hier geldt dat dit in het kader van de doorlopen Watertoets met het Waterschap nader wordt afgestemd. Watergangen en -keringen Er zijn enkele schouwwateren in de omgeving aanwezig. Het voornemen is hier niet op van invloed. Aan de zuidoostzijde van het plangebied is een regionale waterkering gelegen. Regionale keringen hebben een kernzone van 10 meter en een beschermingszone van 5 meter vanaf de kernzone. Ook hier geldt dat het voornemen niet van invloed is op het waterkerend vermogen van de wering of op het onderhoud ervan.

Conclusie Waterhuishouding Het voornemen is niet van invloed op het watersysteem of op waterkeringen in of nabij het plangebied. Het plan voldoet daarmee aan een goede ruimtelijke ordening voor het aspect waterhuishouding.

5.5

Overige aspecten Geluid Een Energieopslagsysteem is een type A-inrichting volgens het Besluit omgevingsrecht (Bor). De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit, maar er is geen vergunning voor het onderdeel milieu nodig. Voor de transformatoren, converters en koelingen geldt dat deze overdag (enig) geluid kunnen produceren. Hiervoor kan een vergelijking worden gemaakt met de in de VNGpublicatie vermelde categorie ‘elektriciteitsdistributiebedrijven van 10-100 MVA’. Het betreft hier een milieucategorie 2-inrichting met een grootste aan te houden richtafstand van 50 meter ten opzichte van een rustige woonwijk, vanwege het milieuaspect geluid. Voor het Energieopslagsysteem geldt dat de minimale afstand tot een woning meer dan 600 meter betreft. Er zal daardoor geen geluidsbelasting ter hoogte van geluidgevoelige objecten optreden als gevolg van de geluidsproductie van de transformatoren. Overigens zal de bestaande situatie met het onderstation van Tennet en de hoogspanningsleidingen in het gebied bepalend zijn voor de geluidsbelasting in de omgeving. Conclusie geluid Uit het oogpunt van geluid zijn er geen belemmeringen en is het plan uitvoerbaar. Het energieopslagsysteem voldoet vanuit het aspect geluid aan een goede ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 28

Externe veiligheid Hoewel lithium-ion energiedragers geen groot risico vormen, zijn er risico’s aan verbonden. In de Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers (2020) heeft het Rijk, vooruitlopend op regelgeving, adviezen en maatregelen opgenomen om de veiligheid in de omgeving van de toepassingen van de lithium-ion energiedragers te verhogen. De adviezen zijn tevens gericht aan het bevoegd gezag dat te maken heeft met de beoordeling van externe veiligheidsrisico’s in verband met het gebruik van een energieopslagsysteem met lithium-ion energiedragers. Aan degenen die de energiedragers opslaan, een opslagsysteem beheren en aan andere actoren in de keten, zoals de importeurs of producenten, wordt geadviseerd kennis te nemen van de inhoud van deze circulaire en de voor hen relevante maatregelen te treffen in overleg met het bevoegd gezag. De circulaire heeft geen bindend karakter en kan daarom niet meer dan richtinggevend zijn. Het gestelde in de circulaire is niet afdwingbaar. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is bedoeld om mensen in de buurt van een bedrijf met gevaarlijke stoffen, of een gevaarlijke inrichting, te beschermen. Bij een ruimtelijk besluit rond zo'n bedrijf moet het bevoegd gezag rekening houden met veiligheidsafstanden ter bescherming van individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico).

Een opslagvoorziening valt binnen het toepassingsgebied van het Bevi wanneer; •

In de opslagvoorziening met lithium-ion energiedragers per opslagvoorziening niet meer dan 10.000 kg verpakte brandbare gevaarlijke stof, met onder meer fluorhoudende verbindingen wordt opgeslagen, en

•

de activiteit een plaatsgebonden risico hoger dan 10^06 per jaar buiten de inrichting kan veroorzaken.

Voor het voornemen geldt dat het geen opslagvoorziening betreft met meer dan 10.000 kg verpakte brandbare stoffen. Daarnaast is er geen sprake van een 10-6 per jaar buiten de inrichting. Daarmee valt het voornemen niet onder de werking van het Bevi. Uit het Bevi volgt dat met een vloeroppervlakte per opslagvoorziening kleiner of gelijk aan 2.500 m2 er vaste afstanden aan de orde zijn (artikel 4, 5de lid). Deze vaste afstanden zijn gespecificeerd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), waar een relatie wordt gelegd met de PGS-15. Hoewel een batterijopslagsysteem niet direct in het toepassingsgebied van de PGS-15 valt, geven de gegeven afstanden uit het Revi wel richting aan een passend beschermingsniveau. De genoemde afstanden uit het Revi, zijn in alle gevallen kleiner dan de minimale afstand tot kwetsbare objecten in de omgeving. De afstanden tot objecten van derden zijn eveneens voldoende groot om niet van invloed te zijn op hun activiteiten. Dit is eveneens in lijn met de circulaire. Ten aanzien van de locatiekeuze voor een opslagsysteem wordt in de circulaire geadviseerd de nabijheid van bevolkingsconcentraties te vermijden en naarmate dit minder mogelijk is een stringenter veiligheidsregime aan te houden. Dit in verband met rookontwikkeling in geval van brand.

Het vestigen van een grootschalig opslagsysteem nabij woonbebouwing is volgens de circulaire een afweging van risico versus bijdrage aan de energietransitie. Met voldoende preventieve brandbeheersmaatregelen die in samenspraak met de lokale brandweer en veiligheidsregio worden bepaald worden risico’s beperkt. Gezien de kortste afstand (ca. 600 meter) van het voorgenomen Energieopslagsysteem tot (beperkt) kwetsbare objecten, wordt geconcludeerd dat de locatie voldoet aan de richtlijnen uit de circulaire.

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 29

Aanvullend wordt opgemerkt dat voor de lithium-ion batterijen een PGS (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) is vastgesteld, PGS 37 Lithium-ion accu’s: opslag en buurtbatterijen. Deze PGS-richtlijn heeft betrekking op de bedrijfsmatige opslag van lithium-ion batterijen en accu’s en op Energie Opslag Systemen (EOS) waarin grote hoeveelheden energie worden opgeslagen, ook wel ‘buurtbatterij’ genoemd. Het modulaire EOS voldoet aan alle gestelde voorwaarden voor een typical 1 batterij zoals opgenomen in PGS-37-1. In de Bijlage is een PGS 37-1 compliance- document toegevoegd. Dit document behandeld alle PGS 37-1 eisen en argumentatie hoe en of het typical 1 systeem hieraan voldoet. Hierin wordt onder ander brandveiligheid van de systemen geëist. Deze moeten bijvoorbeeld getest en gecertificeerd zijn op brandwerendheid (zie M9, M10) middels UL-9540A certificering. Dit borgt tevens dat er geen sprake is van externe veiligheidsrisico’s/ beperkingen op activiteiten in de omgeving. Aangezien een EOS een nieuw fenomeen is voor veel gemeentes en veiligheidsregio's is er op voorhand al een overleg geweest met veiligheidsregio Friesland. Hierin zijn bereikbaarheid, aanrijroutes en bluswatervoorzieningen ten aanzien van het EOS besproken. De opmerkingen van de veiligheidsregio zijn verwerkt in het ontwerp.

Conclusie externe veiligheid Het voornemen voldoet vanuit het aspect externe veiligheid aan een goede ruimtelijke ordening.

Bodemkwaliteit Voor het energieopslagsysteem geldt dat de batterijen elektrolyt bevatten. Dat betekent dat er in theorie sprake is van een bodembedreigende activiteit. Het is echter uitgesloten dat de stof in de bodem terecht komt. Batterijen worden ontworpen op het niet ‘lekken’, lekken gebeurt alleen wanneer er een calamiteit optreedt. Wanneer er een calamiteit optreedt, wordt hiervan automatisch melding gemaakt en zal een reparatieteam zo snel mogelijk ter plaatse zijn om het probleem te verhelpen en eventuele gelekte stoffen op te ruimen. Daarnaast zijn de batterijen voorzien in afgesloten modules, die vloeistofdicht zijn en in containers staan. Aangezien de batterijen voorzien zijn in opslagkasten is hiervoor sprake van een gesloten installatie en zullen stoffen dus nooit op de bodem terecht komen, maar in de kast blijven. Daarmee is er sprake van een verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging in lijn met de NRB. Aanvullend staan de containers op betonnen fundaties, waardoor in het hoogst onwaarschijnlijke geval van lekkages deze nooit direct op de bodem terecht zullen komen. Overigens trekt een dergelijke substantie niet in de bodem, maar blijft er eerder op liggen. Effecten zijn kunnen worden uitgesloten.

Het NRB 2012 schrijft voor verschillende bodembedreigende activiteiten specifieke combinaties van voorzieningen en maatregelen (‘cvm’) voor welke leiden tot een verwaarloosbaar bodemrisico. Bovenstaande beschrijving geeft reeds aan dat er een verwaarloosbaar risico optreedt door het toepassen van vloeistofdichte opvangvoorzieningen. Een risico voor de bodem is derhalve niet aan de orde. Conclusie bodem Het plan voldoet voor het aspect bodemkwaliteit aan een goede ruimtelijke ordening. Voorafgaand aan de uitvoering zal een 0-meting worden uitgevoerd om de kwaliteit van de bodem en grond vast te stellen.

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 30

Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is een wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van kracht geworden. De hoofdlijnen van deze regelgeving zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet Milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien deze voldoet aan één van deze voorwaarden: •

er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;

•

een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;

•

een project 'in niet betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;

•

een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie (toestemming) heeft verleend.

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit ‘in betekenende mate’ is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet: •

woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;

•

infrastructuur: minimaal 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);

•

kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Op basis van de NIBM-tool (Niet In Betekenende Mate) is de (worst-case) bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit berekend. Worst case uitgaande van 50 (weekdaggemiddelde) extra vervoersbewegingen, waarvan 25 % vrachtverkeer, volgt dat de maximale bijdrage NO2 (0,15) en PM10 (0,01) de grens voor NIBM (1,2) niet overschrijdt. Zelfs bij 350 extra bewegingen, zou er geen overschrijding plaatsvinden. Figuur 5.3 Uitsnede berekening NIBM-tool

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 31

Conclusie luchtkwaliteit Onderhavig plan maakt een ontwikkeling mogelijk dat niet onder één van bovenstaande categorieën onder te brengen is en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ zal verslechteren. Daarom hoeft niet nader op het aspect luchtkwaliteit te worden ingegaan.

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 32

6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Krachtens de Wet ruimtelijke ordening, waarin in afdeling 6.4 bepalingen zijn opgenomen betreffende de grondexploitatie, geldt de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Besluit ruimtelijke ordening. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is kostenverhaal verplicht in geval van: •

De bouw van één of meer woningen en hoofdgebouwen;

•

Uitbreidingen van gebouwen met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen;

•

De verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;

•

Eén of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren bij ingebruikname voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte ten minste 1.500 m2 bedraagt;

•

De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

De voorliggende goede ruimtelijke onderbouwing voorziet in de realisatie van energieopslagsysteem. Onder ‘Gebouw’ wordt verstaan een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Echter is een EOS niet voor mensen toegankelijk en valt dus niet in de categorie ‘Gebouwen’. Aangezien hiermee geen sprake is van de bouw van een hoofdgebouw zoals bedoeld in artikel 6.2.1. sub b van het Besluit ruimtelijke ordening, is kostenverhaal niet verplicht.

Planschade Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan planschade ontstaan. De Wro voorziet in een regeling voor vergoeding van planschade. Op basis van artikel 6.1 Wro wordt aan degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van de afwijking van het bestemmingsplan, tegemoetgekomen, wanneer de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet anderszins is verzekerd. Voor de aanleg van de EOS is een planschadeovereenkomst opgesteld. Deze is als bijlage toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemers willen dat het voornemen niet alleen een bijdrage levert aan de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening, maar dat de realisatie van het project in goede harmonie met de omgeving en met een positieve impact voor de betrokkenen plaatsvindt. Als onderdeel daarvan is voor het gehele energiepark een participatietraject doorlopen, waarbij zowel gemeente als andere stakeholders, waaronder omwonenden betrokken zijn bij de locatie en inrichting van het gebied. Hoewel dit proces met name toezag op de realisatie van het zonnepark, als bepalende ontwikkeling in het gebied, zag dit proces eveneens toe op een Energieopslagsysteem als integraal onderdeel van het energiepark. Een verslag van het participatietraject is bijgevoegd als bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing.

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 33

Ter visie legging De aanvraag, de bijlagen en de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing zijn allen onderdeel van de omgevingsvergunning. De ontwerpversie hiervan wordt gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze termijn wordt aan eenieder de gelegenheid geboden een zienswijze in te dienen. Het college van burgemeester en wethouders neemt vervolgens een definitief besluit over het afgeven van de omgevingsvergunning. De raad moet hiervoor een verklaring van geen bedenkingen afgeven.

Beroep/hoger beroep Na verlening van de omgevingsvergunning wordt deze voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode wordt aan belanghebbenden die tijdig een zienswijze hebben ingediend tegen de ontwerpvergunning of daartoe redelijkerwijs niet in staat zijn geweest, de gelegenheid geboden om beroep instellen tegen de omgevingsvergunning bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wanneer besloten wordt tot het toepassen van de coördinatieregeling. Indien niet wordt besloten tot het toepassen van de coördinatieregeling staat er eerst beroep open bij de bestuursrechter en daarna bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien binnen de beroepstermijn geen beroep wordt ingesteld, is de omgevingsvergunning na het verstrijken van de beroepstermijn onherroepelijk. Belanghebbenden kunnen eventueel ook een voorlopige voorziening vragen tegen de omgevingsvergunning.

Ruimtelijke onderbouwing 723136 Energieopslagsysteem Stoppelsoal | V7.0 | 18-3-2025 Pagina 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=9aa7aabe-e0f9-4a06-80b0-4735a13074d7