Bijlage 2c - Richtlijnen mbt houtsingels en dykswâlen
Tekst van het document
Richtlijnen met betrekking tot houtsingels en dykswâlen 8.a. Richtlijnen voor het verwijderen van houtsingels en dykswâlen Bij herinrichting van percelen (bijvoorbeeld ten behoeve van samenvoeging van buurpercelen) mogen houtsingels worden gerooid, dykswâlen worden verwijderd en zo nodig sloten worden gedempt, voor zover deze op de houtsingelkaart zijn aangeduid met “houtsingel of haag bestaand (wel vergunbaar)”. Daarbij dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: 1. De gemiddelde oppervlakte van percelen cultuurgrond die behoren tot het bedrijf van de aanvrager, mag na het uitvoeren van het inrichtingsplan niet meer bedragen dan de “gemiddelde oppervlakte” zoals die op de “houtsingelkaart” voor het betreffende deelgebied is vastgelegd. 2. De verhouding tussen de breedte en de lengte van ieder in de herinrichting betrokken perceel moet na herinrichting gerelateerd zijn aan de per landschapstype op de houtsingelkaart af te leiden gebruikelijke breedte-lengteverhouding.
8.b. Richtlijnen voor de inrichting van houtsingels Het verlies aan houtsingels dient te worden gecompenseerd overeenkomstig de provinciale notitie “Uitvoering van de Boswet”, zoals vastgesteld door GS van Fryslân op 21 oktober 1997, alsmede de 'nota bos en boscompensatie', zoals vastgesteld door G.S. op 7 september 1999, waarbij de compensatie bij voorkeur plaatsvindt ter plaatse van de op de “houtsingelkaart” aangegeven aanduiding “houtsingels, gewenste verbinding (voorkeur compensatie)”. Herstel of compensatie van houtsingels dient in ieder geval plaats te vinden door het realiseren van een eenzijdige houtsingel langs de perceelsgrens. De houtsingel mag worden verdeeld over de eigendommen van buren, mits er in landschappelijk opzicht sprake is van één singel. Zo kan een singel voor de helft aan de ene zijde van de sloot worden geplant, terwijl het andere deel langs de andere zijde wordt geplant. Indien een tweerijige houtsingel (een singel die aan weerszijden van een sloot staat) dient te worden hersteld of gecompenseerd dan mag dit plaats vinden in de vorm van een nieuwe tweerijige singel of in de vorm van twee enkele singels. In het laatste geval dient twee maal de lengte van de te verwijderen singel te worden gerealiseerd. Bij het herstel of de compensatie van houtsingels gelden de volgende richtlijnen:
Tijdstip aanplanten van houtsingels Het aanplanten c.q. bijplanten van houtsingels dient plaats te vinden in het plantseizoen. Het plantseizoen is de periode van 1 november tot en met 15 april. In het daarop volgende groeiseizoen dient niet aangeslagen beplanting voor 15 december dat jaar te worden vervangen (het zogenaamde inboeten).
Richtlijnen voor het aanbrengen van houtsingels
Afstand in de rij: maximaal 1,00 meter; Sortiment: 80 % zwarte els (alnus glutinosa), 20 % aanvullen met bijvoorbeeld eik, es, berk, lijsterbes, vlier, meidoorn e.d.; De uiteindelijke bedekking van een houtsingel dient ten minste 90% te bedragen. Zie hieronder.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 204
Deugdelijke afrastering Langs de nieuwe (of versterkte) singel moet een deugdelijke afrastering worden geplaatst om vraat aan de jonge loten te voorkomen. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen: Bij beweiding met rundvee/paarden en/of pony’s geldt dat: de afrastering op een afstand van 1 meter of meer uit de hartlijn van de beplantingsrij moet worden aangebracht; de afrastering moet bestaan uit palen waartussen minimaal 2 puntdraden of 1 schrikdraad zijn/is gespannen, waarvan de onderste niet lager dan op een hoogte van 65 centimeter boven de grond mag worden bevestigd. Bij beweiding met schapen geldt dat: de afrastering op een afstand van 0,5 meter of meer, uit de voet van de beplanting aangebracht moet worden; de afrastering moet bestaan uit palen, waartussen schapengaas is gespannen. In alle gevallen geldt dat: de afrastering in goede staat moet worden gehouden; er zorg voor moet worden gedragen, dat ook bij wisselende beweiding de houtopstand niet beschadigd wordt door dieren.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 205
Instandhouden van de houtsingel : Er mogen geen werkzaamheden worden verricht die schadelijk zijn voor de houtsingel. Geen chemische bestrijdingsmiddelen of meststoffen gebruiken en niet branden in of in de directe omgeving van de houtsingel.
8.c Richtlijnen voor de inrichting van dykswâlen (houtwallen) Het verlies aan houtwallen dient te worden gecompenseerd overeenkomstig de provinciale notitie “Uitvoering van de Boswet”, zoals vastgesteld door GS van Fryslân op 21 oktober 1997, alsmede de 'nota bos en boscompensatie', zoals vastgesteld door G.S. op 7 september 1999,waarbij de compensatie bij voorkeur plaatsvindt ter plaatse van de op de “houtsingelkaart” aangegeven aanduiding “houtsingelcompensatiezone”.
Situatieschets De hoogte van de dykswâl dient 80 à 100 centimeter te bedragen. De breedte van de dykswâl dient op maaiveldhoogte circa 2 à 4 meter te bedragen.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 206
De in deze situatieschets genoemde maat heeft uitsluitend betrekking op de hoogte van de dykswâl en op de wijze van afrasteren en is niet bedoeld als maatstaf voor verschaling
Richtlijnen voor het beplanten van dykswâlen Bosplantsoen 2-jarig, maat 60 - 80 cm./meidoorn 3-jarig bosplantsoen: Afstand in de rij: 0.75 meter; Sortiment: a. 70 % Quercus robur – zomereik; b. 10 % Sorbus aucuparia – lijsterbes; c. 10 % Crataegus monogyna – meidoorn; d. 10 % Sambucus nigra – vlier.
Deugdelijke afrastering Voor de beplanting dient een veekerende afrastering te worden geplaatst (zie hiervoor bij richtlijnen voor de inrichting van houtsingels). Langs de nieuwe (of versterkte) dykswâl moet een deugdelijke afrastering worden geplaatst om vraat aan de jonge loten te voorkomen. De afrastering dient te worden geplaatst overeenkomstig weergegeven op bovenstaande schets. De afrastering moet in goede staat worden gehouden en er moet zorg voor worden gedragen, dat ook bij wisselende beweiding de houtopstand niet beschadigd wordt door dieren.
Gemeente Tytsjerksteradiel, Regels bestemmingsplan Buitengebied 2013 Identificatienummer NL.IMRO.0737.00BPVI - vg01 blz 207