Bijlage 2 - Wijzigingen in de planregels
Tekst van het document
Bijlage 2
WIJZIGING IN DE PLANREGELS
Ambtshalve wijzigingen: 1. Titel en naam bestemmingsplan: De naam van het bestemmingsplan wordt (op alle plaatsen in het document) gewijzigd van Gytsjerk- Mûnein 2019 in Gytsjerk-Mûnein 2021. 2. Artikel 3.3.1 en volgende: verwijzing bijlage 2 GVVP Deze bijlage wordt als bijlage 5 bij de planregels toegevoegd. Waar in de planregels naar deze bijlage wordt verwezen wordt de volgende tekst toegevoegd “welke als bijlage 5 bij
deze planregels is bijgevoegd”.
3. Artikel 3.6.2 functieverbreding lid 3 Lid 3 van dit artikel wordt:
de niet agrarisch aanverwante bedrijfsactiviteiten ten hoogste 40% van de oppervlakte van het bouwvlak van het agrarisch aanverwant bedrijf bedragen; Er wordt een nieuw lid 4 aan dit artikel toegevoegd:
de niet agrarische aanverwante bedrijfsactiviteiten: a. overeenkomen met die van bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2 en bedrijven die naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn; 4. Artikel 7 Bedrijf-1 In artikellid 7.1 vervalt lid B (bedrijfskantine) en worden de hierna volgende artikelleden en verwijzingen in het artikel herletterd. In artikellid 7.2.1 vervalt in artikel A lid 2 de tekst: met dien verstande dat voor niet
inpandige bedrijfswoningen bedrijfswoningen: a. de goothoogte ten hoogste 4 m zal bedragen; b. de bouwhoogte ten hoogste 9 m zal bedragen. Artikel 7.3 (afwijken van de bouwregels) en 7.3.1. vervallen en de rest van het artikel wordt hernummerd. In het nieuwe artikel 7.3 (specifieke gebruiksregels) vervalt in lid A de tekst tenzij de
gronden zijn aangeduid als “bedrijfswoning” In het nieuwe artikel 7.4 (Afwijken van specifieke gebruiksregels) vervalt lid A en wordt lid B herletterd tot lid A.
5.
Artikel 7 Bedrijf-2
Tijdens de ter inzage termijn is geconstateerd dat de bestemming Bedrijf-2 geen mogelijkheid kent om bij de bedrijfswoning behorende gebouwen en overkappingen anders dan in het bouwvlak te bouwen. De planregel 8.3 wordt met een lid A zoals hieronder aangegeven aangevuld en de hierna volgende leden worden herletterd:
8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: A. lid 8.2.1 onder A.1. en toestaan dat de bij de bedrijfswoningen behorende gebouwen en overkappingen geheel of gedeeltelijk buiten een bouwvlak worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte van deze buiten het bouwvlak gebouwde gebouwen en overkappingen ten hoogste 60 m² zal bedragen; 2. de goothoogte ten hoogste 3 m zal bedragen; 3. de bouwhoogte ten hoogste 6 m zal bedragen;
6. Artikel 17 Groenvoorziening Mee vanwege ingediende zienswijzen krijgt de ijsbaan een andere specifiekere bestemming dan Groenvoorziening (zie ook hierna). Dat betekent dat in artikel 17 het volgende vervalt:
Artikel 17.1 lid C (Een ijsbaan en gebouwen en overkappingen ten behoeve van een ijsbaan, ter plaatse van de aanduiding “ijsbaan”) waarbij de overige artikelleden van lid 17.1 worden herletterd. Artikel 17.2.2 bouwwerken met een dak t.b.v. een ijsbaan vervalt in zijn geheel. 7. Artikel 34 Wonen – vrijstaande woningen In dit artikel loopt de nummering niet juist door en er staan loze artikelnummers in.
Artikellid 34.2.2 wordt artikellid 34.2.3. De hierna genoemde loze artikelen 34.2.3 en 34.2.2 vervallen. 8. Artikel 49 Algemene voorwaardelijke verplichting m.b.t. parkeren In lid 1 wordt gemeld dat de bijlage 2 van het GVVP als bijlage 3 bij de regels van het bestemmingsplan is opgenomen. Dat was niet het geval.
Het laatste zinsdeel van artikel 49 lid 1 wordt nu “die is opgenomen als bijlage 5 bij de regels van dit bestemmingsplan” 9. Artikel 51 Overige regels In artikel 51 wordt verwezen naar de andere bestemmingsplanregels die als bijlage 4 bij de regels zijn opgenomen. Dit bijlagenummer klopt niet.
Het laatste zinsdeel van artikel 51 wordt nu “zoals opgenomen in bijlage 6 bij de regels van dit bestemmingsplan”
Wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen De zienswijzen die betrekking hebben op de bestemming van de ijsbaan leiden tot een aanpassing van de bestemming maar ook tot het opnemen van een evenementenregeling in het bestemmingsplan. Dit leidt tot de volgende wijzigingen: 1. Artikel 1 begrippen. Aan artikel 1 begrippen wordt voor na het begrip “erotisch getinte vermaaksfunctie” het begrip “evenementen” toegevoegd (nr. 48) en de andere begrippen worden hernummerd. Het begrip evenementen wordt als volgt omschreven:
evenement: een publieke activiteit met een tijdelijk, plaatsgebonden en van het reguliere gebruik afwijkend karakter, plaatsvindend in de open lucht of in tijdelijke onderkomens en in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak, waaronder begrepen commerciële, culturele, religieuze, recreatieve en/of sportieve of daarmee gelijk te stellen activiteiten zoals markten, braderieën, beurzen, kermissen, festiviteiten, wedstrijden, bijeenkomsten, festivals, en dergelijke. Waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden: Categorie 1: evenementen waarbij geen geluidsbronnen aanwezig zijn dan wel evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 60 dB(A) bedraagt; Categorie 2: evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C) bedraagt; Categorie 3: evenementen waarbij geluidsbronnen aanwezig zijn en de geluidsbelasting op woningen ten hoogste 75 dB(A) respectievelijk 90 dB(C) bedraagt, uitgezonderd de in deze planregels bedoelde woningen in de zone waar het geluidsniveau ten hoogste 80 dB(A) respectievelijk 93 dB(C) mag bedragen.
Verder worden aan artikel 1 de volgende verklarende begrippen toegevoegd: -
-
Geluidsbelasting op woningen het invallende equivalente geluidsniveau, bepaald gedurende één minuut, ter plaatse van woningen, uitgedrukt in A-gewogen niveau (LAeq-1 minuut) en/of C-gewogen niveau (LCeq-1 minuut); Equivalent geluidsniveau het energetisch gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse gedurende een bepaalde termijn optredende geluid; A-gewogen niveau geluidsniveau waarvan het spectrum is beoordeeld met een A-weging: een spectrale weging die is gebaseerd op de gevoeligheid van het menselijk gehoor voor verschillende frequenties en die wordt uitgedrukt in dB(A);
-
-
-
C-gewogen niveau geluidsniveau waarvan het spectrum is beoordeeld met een C-weging: een spectrale weging waarin de lage tonen nadrukkelijk worden meegewogen en die wordt uitgedrukt in dB(C) Geluidsbronnen (bij evenementen) Versterkte en onversterkte muziek en versterkte spraak die ten gehore wordt gebracht gedurende een evenement, stemgeluid van bezoekers van het evenement wordt niet als geluidsbron beschouwd.
Evenementendag
Het etmaal waarop een evenement wordt gehouden. Meerdaagse evenementen bestaan uit meerdere evenementendagen. Een ééndaags evenement dat eindigt op de dag hierop volgend vóór 02:00 uur wordt als één evenementendag geteld.
Artikel 2 Wijze van meten Aan artikellid 2.1 wordt als lid L een meetvoorschrift voor het meten van het equivalent geluidsniveau toegevoegd.
L. equivalent geluidsniveau: Het energetische gemiddelde van de fluctuerende geluiddrukniveaus van het ter plaatse optredende geluid gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (ministerie van VROM 1999) en gemeten volgens het meetprotocol “Geluid bij evenementen” zoals dat hoort bij het Evenementenbeleid “Regels om te feesten”. Het meetprotocol is als bijlage 7 bij de planregels gevoegd.
Artikel 25 Sport Voor de duidelijkheid is hieronder het gehele artikel 25 Sport gegeven waarbij de wijzigingen/aanvullingen cursief en in geel zijn aangeduid.
Artikel 25 Sport 25.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Sport‘ aangewezen gronden zijn bestemd voor: A. sport en sportieve recreatie;
B. evenementen, ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein', met inachtneming van de in lid 25.3 opgenomen specifieke gebruiksregels; C. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van: 1.
sport en sportieve recreatie, waaronder sportzalen, zwembaden,
verenigings-
en
kleedgebouwen,
gebouwen
ten
behoeve
van
onderhoud en beheer, al dan niet in combinatie met horeca, categorie
1 of 2, mits de horecavloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 50% van het bebouwde deel van het bouwvlak van de voorziening, met een maximum van 200 m²;
met daaraan ondergeschikt:
C. restauratieve voorzieningen; D. groenvoorzieningen;
E. parkeervoorzieningen; F. speelvoorzieningen;
G. wegen, straten en paden; H. water;
I. openbare nutsvoorzieningen;
J. productiegebonden en sport gerelateerde detailhandel, niet zijnde detailhandel
in
voeding-
en
genotmiddelen,
mits
de
verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van die detailhandel niet meer
bedraagt dan 10 % van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bedrijfsgebouwen op het bouwperceel, met een maximum van 25 m²;
met de daarbij behorende: K. erven en terreinen;
L. bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken, waaronder tribunes en lichtmasten.
25.2 Bouwregels
25.2.1 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken A. Voor het bouwen van de in lid 25.1 genoemde hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: 1.
een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken zullen binnen
2.
ter plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m)
een bouwvlak worden gebouwd;
en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de
bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding
aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen;
B. In afwijking van het gestelde in lid 25.2.1 onder A. mogen bestaande
gebouwen met een grotere goot- en/of bouwhoogte dan vermeld in de in
lid 25.2.1 onder A.2. genoemde aanduiding worden hersteld, verbouwd of vervangen, mits: 1.
de goot- en/of bouwhoogte niet meer bedraagt dan die van het
te herstellen, verbouwen of vervangen bestaande gebouw. 25.2.2 Bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde
Voor het bouwen van de in lid 25.1 onder L. genoemde bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde, gelden de volgende regels:
A. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen,
met
dien
verstande
dat
de
bouwhoogte
van
erf-
en
terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m zal bedragen;
B. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen bijbehorende
bouwwerken zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat: 1.
de bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten en
2.
de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal
3.
de bouwhoogte van lichtmasten ten hoogste 15 m zal bedragen.
lichtmasten, en palen ten hoogste 10 m zal bedragen; bedragen;
25.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
A. het gebruik van de in lid 25.1 genoemde gronden en bouwwerken voor bewoning;
B. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
C. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan de in lid 25.1 genoemde detailhandelsfuncties.
1.
2.
3.
4.
D. Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de in lid 25.1 onder B genoemde evenementen tenzij de gronden zijn aangeduid als “evenemententerrein”, met dien verstande dat onder de hierna genoemde voorwaarden in een kalenderjaar de volgende evenementen zijn toegestaan: Maximaal 20 evenementendagen in categorie 1 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 22:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 22:00 uur; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 1 of 2 die beginnen na 08:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag te beginnen na 13:00 uur en eindigend voor 23:00 uur. Op 2 van deze evenementendagen mag op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 24:00 uur als eindtijd worden aangehouden; Maximaal 5 evenementendagen in categorie 3 die beginnen na 14:00 uur en eindigen voor 23:00 uur of op een zondag beginnen na 13:00 uur en eindigen voor 23:00 uur. Op 4 van deze evenementendagen mag wanneer de evenementendag is begonnen op een vrijdag, zaterdag of dag voorafgaand aan een officiële feestdag 02:00 uur als eindtijd worden aangehouden. Onder een evenementendag wordt niet verstaan het opbouwen en afbreken van het evenement en het testen van het geluid;
5. Het aantal bezoekers dat op een evenementendag gelijktijdig aanwezig is bedraagt ten hoogste 1.000. Op 2 evenementendagen per kalenderjaar mag dit aantal ten hoogste 1.300 bedragen; 6. De geluidsbelasting op woningen en andere geluidgevoelige functies vanwege evenementen mag niet meer bedragen dan: 1. Voor evenementen in categorie 1: 60 dB(A); 2. Voor evenementen in categorie 2: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C; 3. Voor evenementen in categorie 3: 75 dB(A) respectievelijk 90 d(B)C, met dien verstande dat voor aanwezige woningen en andere geluidgevoelige functies ter plaatse van de aanduiding “overige zone-hogere geluidsbelasting evenementen” een geluidsbelasting van 80 dB(A) respectievelijk 93 dB(C) is toegestaan voor ten hoogste 4 aaneengesloten uren per evenementendag, welk tijdvak moet eindigen voor 01:00 uur;
25.4 Wijzigingsbevoegdheid
25.4.1 Functieverruiming/ -beperking bestaande functie(s) Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
A. de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits: 1.
de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het
bestaande bouwvlak zal bedragen;
B. in een bouwvlak in een aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m)
en maximum bebouwingspercentage (%)” een andere goothoogte en/of andere
bouwhoogte
aangegeven, mits:
en/of
ander
bebouwingspercentage
wordt
1.
het bebouwingspercentage van het bouwperceel ten hoogste
2.
de goothoogte van een gebouw ten hoogste 10 m zal bedragen;
80% zal bedragen; 3.
de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 15 m zal bedragen;
C. een nieuw bouwvlak wordt aangegeven, mits: 1.
de oppervlakte ten hoogste 50 m² zal bedragen;
D. een aangegeven bouwvlak wordt verwijderd. 25.4.2 Functieverandering
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
A. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) “Maatschappelijk – Medisch en Zorg’, ‘Maatschappelijk – Sociaal-cultureel en Religie’, mits: 1.
de betreffende functie op een adequate wijze wordt ontsloten;
2.
er voldoende parkeergelegenheid en stallinggelegenheid op
eigen terrein of in de onmiddellijke nabijheid aanwezig is;
B. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Wonen Woongebouw’, alsmede de oppervlakte van het (de) bouwvlak(ken) wordt
vergroot dan wel de ligging van een (de) aangegeven bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits: 1.
de bouwhoogte van een woongebouw ten hoogste 15 m zal
2.
de vergroting ten hoogste 25% van de oppervlakte van het
3.
de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is
bedragen;
bouwvlak zal bedragen;
dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde; 4.
rekening wordt gehouden met de aanwezige, juridisch geregelde
5.
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van
woningbouwcapaciteit in Gytsjerk;
de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
C. de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming ‘Bedrijf – 1’ of
‘Bedrijf – 2’, ‘Tuin’ en/of ‘Verkeer – Verblijf’, alsmede de ligging van een (de) aangegeven bouwvlak(ken) wordt gewijzigd, mits: 1.
rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van
de omgeving (dorpskern, dorpsuitloper) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen; 2. 3.
de betreffende functie op een adequate wijze wordt ontsloten;
er voldoende parkeergelegenheid en stallinggelegenheid op
eigen terrein of in de onmiddellijke nabijheid aanwezig is; 4.
de bestaande woonfunctie van de bedrijfswoning bij het bedrijf
gehandhaafd blijft. 25.4.3 Algemene criteria Burgemeester
en
wethouders
kunnen
toepassing
geven
aan
de
in
lid 25.4.1 en 25.4.2 bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: A. het straat- en bebouwingsbeeld; B. de milieusituatie; C. de woonsituatie;
D. de landschappelijke waarden;
E. de cultuurhistorische waarden; F. de archeologische waarden; G. de natuurwaarden;
H. de verkeersveiligheid;
I. de ontsluitingssituatie;
J. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
en mits er sprake is van: •
voldoende parkeergelegenheid welke in stand wordt gehouden,
overeenkomstig de normen in de beleidsregels uit bijlage 2 van het GVVP.
Als deze beleidsregels worden gewijzigd wordt met die wijziging rekening gehouden.