Bijlage 2 - Reactienota zienswijzen EOS
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen EOS (batterij) Stoppelsoal Aanleiding zienswijze De reden voor deze zienswijze is het voornemen van TenneT om een 380 kV-hoogspanningsverbinding te realiseren tussen de hoogspanningsstations Vierverlaten in de gemeente Groningen en Ens in de gemeente Noordoostpolder. Als de ligging en uitvoering van het voorkeursalternatief van de hoogspanningsverbinding in ogenschouw worden genomen is het onvermijdelijk dat er voor zowel de 380 kV-verbinding als de 220 kV-verbinding twee mastenrijen gebouwd moeten worden in de nabijheid van het energie opslagsysteem (batterij). Er is nog geen voorkeursbeslissing genomen, waarin het voorkeursalternatief en daarmee de route van de nieuwe hoogspanningsverbinding is vastgelegd. Tennet vindt dat in de besluitvorming over de batterij rekening moet worden gehouden met de verkenning naar de nieuwe 380 kV-verbinding. Zienswijzen De zienswijze bestaat uit twee onderdelen enerzijds wordt verzocht om de besluitvorming op te schorten en te wachten totdat er duidelijkheid is over het gekozen tracé. Anderzijds wordt verzocht om aanvullende voorschriften toe te voegen of te veranderen aan de te verlenen omgevingsvergunning. Hierna wordt een reactie gegeven waarom het niet mogelijk is 1. om de besluitvorming op te schorten en 2. in hoeverre de voorschriften kunnen worden aangevuld en aangepast. 1.
Het is op juridische gronden niet mogelijk om de besluitvorming op te schorten. Op dit moment is het nog niet duidelijk via welke route de hoogspanningsverbinding zal gaan. Uit het regio-advies van 11 november 2025 van betrokken gemeenten, provincies en waterschappen blijkt dat er een voorkeur is uitgesproken voor een uitvoeringsvariant met twee nieuwe masten van gelijke hoogte. Voor die uitvoeringsvariant gelden drie tracéalternatieven. Het meest waarschijnlijke tacéalternatief 1 heeft een zeer beperkt of geen raakvlak met het bouwplan. De tracéalternatieven 2 en 3 hebben een groot raakvlak met het bouwplan, omdat dan de hoogspanningsverbinding dwars over de beoogde batterij komt te liggen. De keuze voor een tracéalternatief moet gemaakt worden door de minister van Klimaat en Groene Groei (KGG). De verwachting van TenneT is dat de minister eind Q1 een ontwerpvoorkeursbeslissing neemt. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij besluitvorming bij een omgevingsvergunning geen rekening gehouden hoeft te worden met een onzekere toekomstige gebeurtenis, zie ECLI:NL:RVS:2025:2985 en ECLI:NL:RVS:2025:649. De vraag wanneer er sprake is van een onzekere toekomstige gebeurtenis is niet in zijn algemeenheid te beantwoorden, dat hangt af van de specifieke omstandigheden van het geval.
Om meerdere redenen is sprake van een onzekere toekomstige gebeurtenis, zowel inhoudelijk als procedureel, waarmee geen rekening gehouden kan worden bij het nemen van de beslissing om al dan niet een omgevingsvergunning en definitieve verklaring van geen bedenkingen te verlenen. Allereerst is het niet duidelijk wat de toekomstige gebeurtenis is. TenneT stelt in haar zienswijze dat de realisatie van de batterij in de knel komt met de hoogspanningsverbinding als de minister kiest voor tracéalternatief 2 of 3. Bij de keuze voor tracéalternatief 1 kan zowel de batterij als de hoogspanningsverbinding gerealiseerd worden, zonder dat beide ontwikkelingen elkaar in de weg zitten. TenneT verwacht dat de minister van KGG kiest voor tracéalternatief 1 dat in lijn is met het regioadvies van 11 november. Het is dus zeer onzeker dat de uiteindelijke keuze valt op tracéalternatief 2 of 3. Het ligt voor de hand dat tracéalternatief 1 wordt gekozen en er geen belemmering ontstaat. Daarnaast kan het nog lang duren voordat er voldoende zekerheid is over de toekomstige gebeurtenis. Zo dient de minister van KGG eerst een voorkeursbeslissing in ontwerp te nemen. Vervolgens is er de ruimte om een zienswijze in te dienen tegen de ontwerpvoorkeursbeslissing van de minister. Nadat de
zienswijzen zijn beantwoord, wordt er een definitieve voorkeursbeslissing genomen. Wanneer dat zal zijn is niet duidelijk. In het geval dat er daadwerkelijk eind Q1 2026 een ontwerpvoorkeursbeslissing is genomen, kan het nog maanden duren voordat er een definitieve voorkeursbeslissing wordt genomen. De voorkeursbeslissing biedt geen juridisch basis voor het aanleggen van de hoogspanningsverbinding. De juridische basis voor het bouwen van de hoogspanningsverbinding is namelijk het projectbesluit, dat is het moment van de daadwerkelijke besluitvorming. Het nemen van een definitieve voorkeursbeslissing betekent niet automatisch dat er een projectbesluit wordt genomen dat volledig in lijn is met de voorkeursbeslissing. Voordat een projectbesluit genomen kan worden, zal er eerst een ontwerpprojectbesluit ter inzage gelegd moeten worden. Tegen dit ontwerpbesluit kunnen ook weer zienswijzen worden ingediend. Kortom: het zal nog enkele jaren duren voordat er een juridische basis is voor het bouwen van de hoogspanningsverbinding. De verlening van de omgevingsvergunning voor de batterij kan op dit moment niet laten wachten vanwege een ontwerpvoorkeursbeslissing waarvan onduidelijk is wanneer die genomen wordt, en die naar alle verwachting ook geen problemen oplevert met de bouw van de batterij.
Ten overvloede kan nog opgemerkt worden dat het overigens niet anders zal worden in het geval dat er rekening gehouden moet worden met de tracéalternatieven 2 en 3 bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de batterij. Het is vaste rechtspraak dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met ruimtelijke initiatieven van particulieren als een dergelijk initiatief voldoende concreet is. Een bestemmingsplan gold onder de Wro als het ruimtelijke instrument waarin de wenselijke toekomstige ontwikkeling van een gebied wordt neergelegd. In dit geval is er geen sprake van een het vaststellen van een bestemmingsplan of van een particulier initiatief waarvan de ruimtelijke aanvaardbaarheid moet worden beoordeeld. Er wordt desondanks toch rekening gehouden met de tracéalternatieven 2 en 3. Beide tracéalternatieven zijn op dit moment onvoldoende concreet omdat alle seinen erop wijzen dat tracéalternatief 1 hoogstwaarschijnlijk het gekozen alternatief zal zijn. Er bestaat geen reden om te veronderstellen dat er in de ontwerpvoorkeursbeslissing wordt gekozen voor tracéalternatief 2 of 3. 2. Het aanpassen en toevoegen van voorschriften zal deels gehonoreerd worden. In de zienswijze verzoekt TenneT nog om – in de situatie dat er een omgevingsvergunning wordt verleend – een vijftal voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden.
Een voorschrift kan alleen aan een omgevingsvergunning worden verbonden als dat voorschrift nodig is met het oog op – in dit geval – een goede ruimtelijke ordening.
TenneT verzoekt om een extra voorschrift op te nemen waarin met een rapport aangetoond moet worden dat het te bouwen systeem voldoet aan PGS 37 – 1. Reactie: In eerste instantie is dit voorschrift niet opgenomen, omdat de aanvraag dit al aangeeft. Aan de omgevingsvergunning zal voor de duidelijkheid (maar wel ten overvloede) een voorschrift worden verbonden dat de batterij moet voldoen aan de PGS 37-1. Verder is het streven van de overheid om eind 2026 de conceptregelgeving voor verankering van de PGS’en bieden, zie de brief van de staatssecretaris van I&W van 19 december 2025, ‘Voortgang strategische aanpak batterijen 2025’. Dat betekent dat de bouw van de batterij tegen die tijd hoogstwaarschijnlijk wettelijk al in overeenstemming moet zijn met PGS 37-1. Het voorgestelde voorschrift voor het indienen van een rapport is overbodig en leidt tot onnodige kosten voor de aanvrager.
TenneT verzoekt een voorschrift dat het legplan voor het zonnepark, inclusief batterij en inkoopstation, vooraf met hun wordt afgestemd.
Reactie: De aangevraagde omgevingsvergunning heeft geen betrekking op het zonnepark, een voorschrift over het zonnepark kan om die reden niet aan deze omgevingsvergunning worden verbonden. Daarnaast impliceert afstemming van het legplan dat TenneT toestemming zou moeten verlenen aan EOS Stoppelsoal B.V. om de batterij te mogen bouwen. TenneT is geen bevoegd gezag bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de daadwerkelijke bouw van de batterij.
Er wordt vergunning verleend voor een periode van 30 jaar na gereed melding van het project. Tennet verzoekt te verduidelijken dat het hier om de gereed melding betreft zoals bedoeld in artikel 2.21 Besluit bouwwerken leefomgeving (dan wel een vergelijkbaar artikel uit de Wabo). Reactie: Er zal een voorschrift toegevoegd worden aan de omgevingsvergunning dat het bouwwerk gereed gemeld moet worden volgens artikel 1.25 bouwbesluit (het bouwbesluit is van toepassing vanwege het overgangsrecht) en dat de 30 jaar termijn vanaf die gereedmeldingsdatum geld.
Tennet verzoekt op tekening met een duidelijke lijn aan te geven waarbinnen het EOS moet blijven (bouwvlak). Dit is onvoldoende duidelijk in de tekening waarnaar wordt verwezen in onderstaand voorschrift. Reactie: Een nieuwe tekening is opgevraagd ter verduidelijking van het volgende voorschrift: ‘’ Minimaal 3 weken voor de start van de bouw van de batterij, dient er een definitief bouwplan (tekening) ter beoordeling door de gemeente te worden ingediend. Dit bouwplan moet binnen de contour (BESS AREA) zijn conform tekening “NLD.2961.DEV.M2.001.0.N_Stoppelsoal EOS v2 0.5CLayoutA0”.
Tennet geeft aan dat het voorschrift waarin de capaciteit van de batterij wordt beoogd te begrenzen onvoldoende duidelijk is. Verzocht wordt duidelijk aan te geven dat het totale vermogen van de batterij 15 MW bedraagt, de opslagcapaciteit is 60 MWh afgestemd op een 4 uurs-systeem. Reactie: De aanvrager is gehouden om conform de aanvraag het project te realiseren. Ter verduidelijking (maar wel ten overvloede) zal een voorschrift voor het vermogen en opslagcapaciteit worden toegevoegd.