Bijlage 1b - Gewijzigde planregels
Tekst van het document
Bijlage 2: Wijziging artikel 1 en 3 en toe te voegen dubbelbestemmingen Waarde-archeologie (3) en Waarde-archeologie (4) Artikel 1: Begrippen Begrip 9 (archeologische waarde) wordt hernummerd tot begrip 9.2 en na begrip 8 wordt begrip 9.1 archeologisch onderzoek toegevoegd met daarbij de volgende omschrijving:
Een onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of graven en/of begeleiden) verricht door een daartoe bevoegde instantie conform de kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie. Artikel 3: In artikel 3 wordt een aantal keren verwezen naar artikellid 3.2.1 onder A.2. Dat artikellid bestaat niet. Bedoeld wordt artikellid 3.2.1 onder A.1. Dat betekent dat de volgende artikelleden ter plaatse van de onderstreping ambtshalve gecorrigeerd worden: Artikellid 3.2.1 sub B: In afwijking van het gestelde in lid 3.2.1. onder A. mogen bestaande gebouwen met een grotere goot- en/of bouwhoogte dan vermeld in de in lid 3.2.1 onder A.1. genoemde aanduiding worden hersteld of vervangen, mits: 1. De goot- en of bouwhoogte niet meer bedraagt dan die van het te herstellen, verbouwen of vervangen bestaande gebouw; Artikellid 3.3 sub B en sub C (afwijken van bouwregels) Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: B. lid 3.2.1 onder A.1. en toestaan dat van een niet-inpandige bedrijfswoning de goothoogte ten hoogste 6 m en de bouwhoogte ten hoogste 12 m zal bedragen; C. lid 3.2.1 onder A.1. en toestaan dat van de hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een niet-inpandige bedrijfswoning, de goothoogte ten hoogste 6 m en de bouwhoogte ten hoogste 12 m zal bedragen.
Na artikel 4 (waarde landschap) worden de volgende twee nieuwe artikelen toegevoegd waarna de artikelen 5 tot en met 12 worden hernummerd tot de artikelen 7 tot en met 14. Artikel 5: Waarde-Archeologie (3) 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor “waarde-archeologie (3)” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met uitzondering van: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken of nieuwe bouwwerken waarbij t.o.v. de bestaande bouwwerken bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2; b. bouwwerken waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,30 m beneden maaiveld. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 en toestaan dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, mits: a. op basis van archeologisch historisch en karterend onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van (waarderend) archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2.
een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningplicht Ongeacht het bepaalde in regels bij de andere daar voorkomende bestemmingen is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden ten opzichte van het bestaande maaiveld en/of het mengen, diepploegen of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het graven of dempen van waterlopen en waterpartijen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 30 cm ten opzichte van het bestaande maaiveld; d. het verlagen van het waterpeil; e. het verrichten van andere graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m; f. het in de grond brengen van voorwerpen op grotere diepte dan 0,3 m;
5.4.2 Uitzonderingen op vergunningplicht
Het bepaalde in lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering of vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. op archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen gericht zijn, mits uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,30 m ten opzichte van het bestaande maaiveld en die niet betrekking hebben op het ontgronden of afgraven van terpen; e. betrekking hebben op bodemingrepen met een kleinere oppervlakte dan 2.500 m2;
5.4.3 Criterium De in lid 5.4.2 genoemde vergunning zal slechts worden verleend, mits: a. op basis van archeologisch historisch en karterend onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van (waarderend) archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits op basis van archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er geen te behouden archeologische waarden aanwezig zijn.
Artikel 6: Waarde-Archeologie (4) 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor “waarde-archeologie (4)” aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en), mogen op of in deze gronden geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met uitzondering van:
a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken of nieuwe bouwwerken waarbij t.o.v. de bestaande bouwwerken bodemingrepen nodig zijn met een oppervlakte kleiner dan 1.250 m2; b. bouwwerken waarbij geen grondroerende werkzaamheden plaatsvinden dieper dan 0,30 m beneden maaiveld. 6.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 en toestaan dat de in de andere daar voorkomende bestemming(en) genoemde hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, mits: a. op basis van archeologisch historisch en karterend onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van (waarderend) archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3.
een verplichting de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningplicht Ongeacht het bepaalde in regels bij de andere daar voorkomende bestemmingen is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren: a. het ontgronden, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden ten opzichte van het bestaande maaiveld en/of het mengen, diepploegen of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur; b. het graven of dempen van waterlopen en waterpartijen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en drainage en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 30 cm ten opzichte van het bestaande maaiveld; d. het verlagen van het waterpeil; e. het verrichten van andere graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m; f. het in de grond brengen van voorwerpen op grotere diepte dan 0,3 m;
6.4.2 Uitzonderingen op vergunningplicht Het bepaalde in lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen;
b. reeds in uitvoering of vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. op archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen gericht zijn, mits uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie; d. niet dieper gaan dan 0,30 m ten opzichte van het bestaande maaiveld en die niet betrekking hebben op het ontgronden of afgraven van terpen; e. betrekking hebben op bodemingrepen met een kleinere oppervlakte dan 1.250 m2;
6.4.3 Criterium De in lid 6.4.2 genoemde vergunning zal slechts worden verleend, mits: a. op basis van archeologisch historisch en karterend onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van (waarderend) archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat de archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad, dan wel; c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de werken en/of werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de werken en/of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits op basis van archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er geen te behouden archeologische waarden aanwezig zijn.