CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a - Groenbeleidsplan 2024 - concept

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 16 januari 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Concept-Groenbeleidsplan 2024 (ynhâldlik, presintaasje)14.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De inrichting is (klimaat)robuust.

-

De inrichting is te begrijpen voor onze inwoners doordat de groenelementen de omgeving beïnvloeden zoals het bedoeld is (ruimte bieden, ruimte verdelen en ruimte opfleuren).

-

De toegepaste soorten kunnen tegen een stootje en hoeven niet vaak gesnoeid te worden.

-

Gevaarlijke situaties met betrekking tot overzichtelijkheid komen niet voor.

Recreatief groen Om de functie goed te kunnen vervullen moet het recreatief groen aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

Het groen is bestand tegen intensief gebruik.

-

Het groen kan gebruikt worden voor recreatieve activiteiten zoals wandelen, fietsen, sporten, picknicken, spelen.

-

Het groen blijft bij een lage onderhoudsintensiteit goed functioneren.

Ecologisch groen Om de functie goed te kunnen vervullen moet het ecologisch groen aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

Het groen heeft de ruimte om zich op een natuurlijke wijze te ontwikkelen.

30

Het groen is bereikbaar voor de uitvoering van (mechanische)

-

onderhoudswerkzaamheden. Het groen biedt voedsel, veiligheid, voortplantingsmogelijkheid en

-

verplaatsingsmogelijkheid (de 4 V’s) voor een breed scala aan flora en fauna. Nieuwe speerpunten: •

Het realiseren van (klimaat)robuust ruimtelijk groen door realisatie van zo groot mogelijk aaneengesloten vlakken.

•

De inrichting is te begrijpen voor onze inwoners doordat de groenelementen de omgeving beïnvloeden zoals het bedoeld is (ruimte bieden, ruimte verdelen en ruimte opfleuren).

•

Meer kleur en meer biodiversiteit in het ruimtelijk groen door het aanplanten van vaste planten, bollen en bloeiende heesters.

•

Realiseren van schuil- en nestgelegenheid voor vogels en groeiplaatsen voor paddenstoelen door het creëren van plekken met dood hout.

•

Vergroten van de gebruikswaarde van het ecologisch groen door het aan te wenden voor waterberging en -infiltratie.

• Vervallen beleid of andere invulling: •

Er worden geen ondiepe plassen gemaakt om te dienen als speelplaats. De reden hiervoor is dat deze te veel onderhoud vragen.

•

Bij de netheidsgraad van het ruimtelijk groen streven wij naar een balans tussen meerwaarde voor de biodiversiteit en de netheid.

31

9.3

Groen in het buitengebied

9.3.1 Algemeen Dit betreft het openbaar groen in het buitengebied van onze gemeente. Dat is onder te verdelen in de volgende onderdelen: -

Elzensingels en dykswallen.

-

Bosjes en boomsingels.

-

Hagen.

-

Bermen.

-

Sloten.

-

Paden.

Gezamenlijk zorgen ze voor een aantrekkelijk en gevarieerd landschap met plaats voor wonen, werken, recreatie en natuur. Elzensingels en dykswallen Dit betreft de gemeentelijke elzensingels en dykswallen in de bermen. Elzensingels en dykswallen zijn de cultuurhistorische landschapselementen die de Noardlike Fryske Wâlden zo karakteristiek maken. Van oudsher fungeerden ze als veekering en bron van gerief- en brandhout. Tegenwoordig dienen ze vooral om de identiteit van het cultuurlandschap tot uitdrukking te brengen en deze aantrekkelijk te maken. Daarnaast bieden ze plaats en voedsel voor specifieke flora en fauna. Bosjes en boomsingels Dit betreft de gemeentelijke bosjes zoals het Atsjebosk en boomsingels. Meestal zijn het resthoeken die zijn ingeplant met inheemse bomen en struiken. Deze zijn vooral bedoeld om plaats en voedsel te bieden voor flora en fauna (vogelbosjes), waaronder een groot aantal insectenetende vogels. Hagen Dit betreft de (meidoorn)hagen langs de bermen. Ze dienen in de eerste plaats als scheiding tussen de weg en de agrarische percelen. Daarnaast zijn de hagen karakteristieke landschapselementen voor deze regio. Tot slot bieden ze plaats en voedsel voor flora en fauna. Bermen Dit betreft de bermen die zich langs de wegen en de fiets-, ruiter, men- en voetpaden bevinden.

Zij maken deel uit van de wegconstructie en geven het verkeer de mogelijkheid om uit te wijken. Hiermee hebben ze een verkeersfunctie. Daarnaast bieden zij plaats voor een diversiteit aan wilde plantensoorten. Deze bieden weer plaats en voedsel aan nuttige insecten zoals zweefvliegen, sluipwespen en bijen. Daarom zijn de bermen een belangrijk natuurlijk netwerk in het buitengebied met een grote biodiversiteit. Tot slot dragen ze, door de aanwezigheid van picknickplaatsen, bij aan het vergroten van de recreatieve waarde van het buitengebied. 32

Sloten Dit betreft de gemeentelijke sloten. Deze bevinden zich vooral langs de bermen. Ze zorgen voor de opvang en afvoer van het water en doen dienst als eigendomsscheiding, Daarnaast zijn de een verblijfplaats voor dieren en planten en vormt het een belangrijk natuurlijk netwerk waarin ze zich kunnen verplaatsen. Graspaden Dit betreft de graspaden in het buitengebied. Die doen dienst als ruitermenpad of als wandelpad. Ze vergroten de recreatieve waarde en de aantrekkelijkheid van het buitengebied.

9.3.2 Beleid We zetten de komende jaren vooral in op de bestaande speerpunten van het beleid. Elzensingels en dykswallen

1. Waarborgen van onze landschapskarakteristieken door het in stand houden van het areaal elzensingels en dykswallen. Bosjes en boomsingels

1. Behoud van de diversiteit in leefmilieus door het in stand houden van het areaal bosjes en boomsingels en deze waar nodig vitaler te maken.

2. Vergroten van ons areaal bos door meer bos en boomsingels aan te leggen. Hagen

1. Waarborgen van onze landschapskarakteristieken door het in stand houden van de hagen. Bermen

1. Vergroten van ons areaal bloemrijke bermen en verminderen van ons areaal storingskruiden (distel, ridderzuring en brandnetel) door onze bermen zoveel mogelijk te maaien en het maaisel af te voeren.

2. Behoud van de biodiversiteit door het in stand houden van de bloemrijke bermen. 3. Het beheersen van invasieve exoten (Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw) door te voorkomen dat er nieuw locaties bijkomen en bestaande haarden te beheersen. Sloten

1. Waarborgen functioneren van de sloten door ze te laten voldoen aan de eisen van het waterschap.

2. De biodiversiteit van de sloten verhogen zodat ze beter kunnen dienen als ecologische verbinding.

3. Het beheersen van invasieve exoten (Europese Unielijst) door te voorkomen dat er nieuwe locaties bijkomen en bestaande haarden te beheersen.

33

Graspaden 1. Waarborgen van goed functionerende graspaden door te zorgen voor een goede begaanbaarheid voor de paardensport en wandelaars. In bijlage 6 vindt u een overzicht van de speerpunten en in wijze waarop wij deze willen uitvoeren. In bijlage 10 vindt u een verdere uitwerking van deze speerpunten.

9.3.3 Beheer Elzensingels en dykswallen Ons beheer is gericht op het in standhouden van deze karakteristieke landschapselementen in de Noardlike Fryske Wâlden. Hierbij zetten wij de elzensingels en dykswallen periodiek af waarna ze weer mogen uitlopen. Vroeger werd dit gedaan om gerief- en brandhout te oogsten. Tegenwoordig wordt dit gedaan om deze landschapselementen vitaal te houden. Bij de gemeentelijke elzensingels streven we naar een kapcyclus van 20-25 jaar. Soms kan het nodig zijn om de elzensingel eerder af te zetten. De gemeentelijke dykswallen hebben een kapcyclus van 40-80 jaar. Bosjes en boomsingels Ons beheer is gericht op het behoud van de bosjes en boomsingels. Afhankelijk van de breedte en de oppervlakte worden ze periodiek afgezet of zodanig onderhouden dat er een boom-, struik- of kruidlaag ontstaat. Hagen Ons beheer is gericht op het in standhouden van de hagen en het behouden van de vorm. Daarom worden de hagen twee keer per jaar geknipt. Bermen Wij beheren de bermen met het oog op het vergroten van ons areaal bloemrijke bermen en verminderen van ons areaal storingskruiden (distel, ridderzuring en brandnetel) door onze bermen te maaien en het maaisel af te voeren. Het maaien van de bermen wordt gedaan op basis van het bermbeheerplan.

Hierin is een analyse gemaakt welke bermen geschikt zijn om ecologisch te maaien en welke beter gemaaid en afgevoerd kunnen worden met de maai-zuigcombinatie. Onder ecologisch bermbeheer verstaan wij gefaseerd maaien (15-30% per maaibeurt laten staan), hooilandbeheer (maaien en laten liggen, in andere werkgang harken en oprapen) of sinusmaaien (ca 40% per maaibeurt laten staan). Het beheersen van invasieve exoten (Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw) door te voorkomen dat er nieuw locaties bijkomen en bestaande haarden te onderdrukken. Tot slot zijn obstakels die de verkeersveilige uitwijkmogelijkheid belemmeren niet toegestaan. Dit in verband met aansprakelijkheid voor schade.

34

Sloten en waterpartijen Ons beheer van de sloten is gericht op het waarborgen van een goede afvoer van het overtollige water. De waterhuishoudkundige functie. De kaders hiervoor zijn opgesteld door Wetterskip Fryslân en het Beleid en Beheerplan Wateren van onze gemeente. Om de biodiversiteit op peil te houden laten wij, waar mogelijk, kleine oppervlakten met aantrekkelijke watervegetatie (zoals krabbenscheer) een jaar extra staan. Wij voeren het beheer uit door middel van het maaien van het droge deel van het talud en het hekkelen van het natte deel van de sloot. Het uitdiepen van de sloten vindt plaats in het kader van het baggerwerk. Onze sloten zijn te smal voor ecologisch slootbeheer volgens de richtlijnen van het waterschap. Deze schrijft vrije waterspiegel van 2,5 m breed voor. Wel zien wij mogelijkheden om de ecologische waarde van de sloten te verhogen door een deel van de oevervegetatie op de waterlijn en het droge deel van het talud te laten staan. Daarom laten wij op wisselende locaties delen over te slaan met het maaien/hekkelen. Graspaden Het beheer van de graspaden is erop gericht om ze goed begaanbaar te houden voor de paardensport en de wandelaars. Hiervoor worden ze kort gemaaid. Daarnaast worden de kuilen en sporen regelmatig opgevuld.

9.3.4 Randvoorwaarden Elzensingels en dykswallen Om de functie goed te kunnen vervullen moeten de elzensingels en dykswallen aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

De dichtheid is meer dan 90 %.

-

Het afzetten is op tijd uitgevoerd.

-

De dykswallen bevatten overstaanders (bomen die blijven staan) die hier op evenwichtige wijze in gesitueerd zijn.

Bosjes en boomsingels Om de functie goed te kunnen vervullen moeten de bosjes en boomsingels aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

De bomen en struiken vormen een dicht bosschage.

-

Bij bosjes en boomsingels die breder zijn dan 15 m streven wij naar een randbegroeiing van struikvormers.

Hagen Om de functie goed te kunnen vervullen moeten de hagen aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

De hagen zijn op tijd geknipt.

35

Bermen Om de functie goed te kunnen vervullen moeten de bermen aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

De bermen bestaan uit grasachtige en bloemrijke vegetatie.

-

Het gras rond de picknickplaatsen en banken is kort gemaaid.

-

De bermen bieden een verkeersveilige uitwijkmogelijkheid.

Sloten Om de functie goed te kunnen vervullen moeten de sloten aan de volgende randvoorwaarden voldoen: De watervegetatie belemmert de waterafvoerende functie van de sloten niet.

-

Graspaden Om de functie goed te kunnen vervullen moeten de graspaden aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

Het gras op de paden is kort gemaaid, met uitzondering van de bermen.

-

Er zitten geen diepe kuilen en sporten in de paden.

Nieuwe speerpunten: •

Behoud van de diversiteit in leefmilieus door het in stand houden van het areaal bosjes en boomsingels en deze waar nodig vitaler te maken.

•

Vergroten van ons areaal bos door meer bos aan te leggen.

•

Vergroten van ons areaal bloemrijke bermen en verminderen van ons areaal storingskruiden (distel, ridderzuring en brandnetel) door onze bermen zoveel mogelijk te maaien en het maaisel af te voeren.

•

Het beheersen van invasieve exoten (Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw) door te voorkomen dat er nieuw locaties bijkomen en bestaande haarden te beheersen.

•

De biodiversiteit van de sloten verhogen zodat ze beter kunnen dienen als ecologische verbinding.

•

Het beheersen van invasieve exoten in sloten en waterpartijen (Europese Unielijst) door te voorkomen dat er nieuwe locaties bijkomen en bestaande haarden te onderdrukken.

Vervallen beleid of andere invulling: •

Er worden geen ondiepe plassen gemaakt om te dienen als speelplaats. De reden hiervoor is dat deze te veel onderhoud vragen.

•

Bij de netheidsgraad van het ruimtelijk groen streven wij naar een balans tussen meerwaarde voor de biodiversiteit en de netheid.

36

9.4 Park De Klinze 9.4.1 Algemeen Park De Klinze is een park dat ontworpen is volgens de 19e eeuwse Engelse Landschapsstijl. Het is waarschijnlijk ontworpen door L.P. Roodbaard. Het park bestaat uit eikenlanen, bos, gazons, heestervakken en waterpartijen. Het geheel is vormgegeven in de Engelse landschapsstijl. Vanwege zijn gaafheid heeft het de status van 'rijksmonument'. Het is naast de parken Vijversburg (stichting) en Staniastate (Staatsbosbeheer) één van de belangrijkste trekpleisters van de Trynwâlden. De Klinze heeft vooral een lokale recreatieve functie. Verder heeft het park, vanwege de grootte en de inrichting, veel natuurwaarde. In het bijzonder voor de stinzenflora en de vogels.

9.4.2 Beleid We zetten de komende jaren vooral in op de bestaande speerpunten van het beleid.

1. Het versterken van de positie van het park in zijn omgeving door een balans te vinden tussen de belevingswaarden in het park en het park beter te verbinden met het netwerk van wandel- en fietspaden.

2. Het beter waarborgen van het beheer door het maken van een beheersplan. 3. Het versterken van de stinzenflora door het inventariseren van de aanwezige stinzenflora en het aanplanten van nieuwe stinzenflora.

4. Het vergroten van het park door het pad bij de ijsvijver door te trekken en het park daar uit te breiden. In bijlage 6 vindt u een overzicht van de speerpunten en in wijze waarop wij deze willen uitvoeren. In bijlage 11 vindt u een verdere uitwerking van deze speerpunten.

9.4.3 Beheer Park De Klinze Bij het beheer richten wij ons op het in een goede en originele staat te houden van dit park. Omdat dit een rijksmonument is zijn wij hiertoe verplicht. De bomen, bosschages, heesters worden extensief onderhouden. De gazons en de zandpaden onderhouden wij intensief. De vijvers en watergangen beheren wij conform het vastgestelde beleid in ons Beleids- en Beheerplan Wateren. De basis voor het beheer is het beheersplan. Hierin zijn de prioriteiten in het beheer gesteld om de essentie van het ontwerp van het park te behouden. Daarnaast is hierin vastgelegd welke werkzaamheden wij met welke frequentie uitvoeren. Tot slot is het onderhoud gericht op de instandhouding van de rijke stinzenflora.

9.4.4 Randvoorwaarden Park De Klinze Om de functie goed te kunnen vervullen moet park De Klinze aan de volgende randvoorwaarden voldoen: -

Het historische karakteristieken en het ontwerp van het park is goed herkenbaar. 37

De onderdelen van het park zijn goed onderhouden en representatief.

-

Nieuwe speerpunten: (naast de instandhouding van het park) •

Het versterken van de positie van het park in zijn omgeving door een balans te vinden tussen de belevingswaarden in het park en het park beter te verbinden met het netwerk van wandel- en fietspaden.

•

Het beter waarborgen van het beheer door het maken van een beheersplan.

•

Het versterken van de stinzenflora door het inventariseren van de aanwezige stinzenflora en het aanplanten van nieuwe stinzenflora.

•

Het vergroten van het park door het pad bij de ijsvijver door te trekken en het park daar uit te breiden.

38

10 Onderhoudsbeeld openbaar groen “Wat je hebt moet je onderhouden”. Dat geldt ook voor ons kapitaalgoed Openbaar Groen. Goed onderhoud gaat verder dan een onkruidvrij plantvak en een netjes gemaaid gazon (het netheidsbeeld). Het heeft zijn uitstraling naar de hele woonomgeving, hoe onze inwoners zich voelen en wat zij van het openbaar groen vinden. Zie ook de resultaten van de enquête over het openbaar groen op het Denk Mee-platform in bijlage 14. Daarnaast houden wij door middel van onderhoud ook de technische staat van het groenelement in een goede staat. Dit zorgt ervoor dat het groenelement veilig is. Daardoor komt schade door onze groenelementen (bijvoorbeeld bomen) zelden voor. Onderhoudsbeeld = netheidsbeeld + technische staat.

Verder bepaalt het onderhoudsbeeld ook de toegevoegde waarde van het openbaar groen voor biodiversiteit. De flora en fauna is vaak gebaat bij een minder netjes onderhoudsbeeld. Wij streven ernaar om hier de juiste balans in te vinden. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat onze inwoners de wijze van onderhoud begrijpen doordat het doel hiervan duidelijk zichtbaar is. Bijvoorbeeld het zichtbaar zijn van wilde bloemen als het gras maar 2 keer per jaar gemaaid wordt. De ambities met betrekking tot het onderhoudsbeeld bepaald direct het benodigde budget voor het beheer van het kapitaalgoed openbaar groen en alles wat daarmee samenhangt. Daarom zetten wij beeldkwaliteit in als instrument om op politiek-bestuurlijk niveau te bepalen welk onderhoudsbeeld wij nastreven. Bij de uitvoering van het groenonderhoud bekijken wij per werk of wij dit op basis van frequentie of op basis van beeldkwaliteit doen. De raad heeft in de raadsvergadering van 19 december 2024 ervoor gekozen om het groen op een nader te bepalen (hoog/basis/laag) niveau te onderhouden.

39

11 Bewonersparticipatie in het openbaar groen Wij nodigen onze inwoners uit om samen met ons onze visie op het openbaar groen te realiseren. Dit doen wij door ze te informeren over wat ze kunnen doen en door ze te laten inspireren door inwoners die op dit moment al met bewonersparticipatie bezig zijn. Daarnaast delen wij onze visie op het openbaar groen en nodigen wij onze inwoners uit om mee te doen. Als inwoners stukken openbaar groen ecologisch willen beheren om de biodiversiteit te verhogen en hiervoor een uitvoerbaar en effectief plan hebben kunnen zij deze grond in bruikleen krijgen. Als een groep inwoners een initiatief hebben beoordelen wij deze op de volgende randvoorwaarden: -

Het moet bijdragen aan de realisatie van onze visie op het openbaar groen.

-

Het initiatief moet uitvoerbaar, effectief en te onderhouden zijn.

-

Het werk moet binnen de onderhoudswerkzaamheden passen waarin zelfbeheer mogelijk is.

-

Het beeld en het resultaat moeten passen in het beeld van het groen in de rest van de buurt/straat.

-

Het areaal moet een aaneengesloten geheel zijn.

-

Er dienen meerdere huishoudens aan deel te nemen waarbij één bewoner de rol van contactpersoon op zich neemt. Dit om kwetsbaarheid bij ziekte of verhuizing te verminderen.

-

Het te onderhouden groen dient zichtbaar een onderdeel te blijven van het openbaar groen.

Als wij akkoord gaan met het initiatief stellen wij een beheerovereenkomst op met de betreffende groep inwoners. Bewonersparticipatie in het openbaar groen is niet mogelijk bij werkzaamheden aan de bomen, bosplantsoen en de verjongingssnoei van de heesters. Voor deze werkzaamheden is specialistische vakkennis en een lange termijnvisie vereist. Tot slot is er wet- en regelgeving verbonden aan de uitvoering van werkzaamheden. Bijvoorbeeld Arbo, verkeersveiligheid, aansprakelijkheidsverzekeringen, en certificering om bepaalde werkzaamheden te mogen uitvoeren de gedragscode bij de Wet Natuurbescherming. Dit om schade, schadeclaims en boetes te voorkomen. Daarom kan het voorkomen dat bepaalde werkzaamheden (bijvoorbeeld bermmaaien en machinaal hekkelen) bij bewonersparticipatie alleen mogelijk zijn als zij deze laten uitvoeren door een daartoe geschikt bedrijf.

40

12 Invasieve exoten Invasieve exoten zijn (met betrekking tot dit groenbeleidsplan) planten die hier van nature niet voorkomen en waarbij het aantal explosief toeneemt. (Dieren die invasieve exoten zijn, worden door andere overheden bestreden.) Daarbij verdringen ze inheemse planten (bijvoorbeeld grote waternavel), kunnen ze constructies vernielen (bijvoorbeeld Japanse duizendknoop) of overlast veroorzaken bij mensen (bijvoorbeeld reuzenberenklauw). Daarom zetten wij ons in om verspreiding van invasieve exoten te voorkomen en ze op bestaande locaties te beheersen. Op Europees niveau is de bestrijding en beheersing van invasieve exoten vastgelegd in de Exotenverordening. Deze heeft een lijst vastgesteld van een aantal schadelijke exotische planten en dieren waarbij het verboden is ze te bezitten, verhandelen, kweken, transporteren en te importeren. De zogenoemde Unilijst. Ze zijn op de Unielijst geplaatst omdat ze in delen van de EU schade toebrengen aan de biodiversiteit en/of ecosysteemdiensten. Of ze zullen dat in de toekomst waarschijnlijk gaan doen. Ze kunnen ook nadelige gevolgen hebben voor de menselijke gezondheid, veiligheid of de economie. De provincie is door het rijk aangesteld als bevoegd gezag voor de bestrijding of beheersing van invasieve exoten. Daarom heeft de provincie beleid hiervoor opgesteld (Beleidsnotitie invasieve exoten Fryslan 2023-2029).

Wij sluiten daarbij aan. Daarbij focussen wij ons op de unilijstsoorten en de Japanse duizendknoop (staat niet op de unielijst, maar er geldt hiervoor wel een nationaal handelsverbod). Ook blijven wij alert op de aanwezigheid van watercrassula en dijkviltbraam. Het beheersen van reuzenberenklauw, Japanse duizendknoop, reuzenbalsemien en de smalle waterpest in het openbaar groen behoort tot het regulier groenonderhoud. Andere planten van de Unielijst die wij tegenkomen zullen in eerste instantie ook verwijderd of beheerst worden met het regulier groenonderhoud. Mocht dit een grotere inspanning vragen dan het regulier groenonderhoud kan bieden, dan geven wij dit aan. Een groot aantal soorten van de Unielijst die in onze gemeente kunnen voorkomen zijn water- en oeverplanten. Onze groenmedewerkers en de aannemer die de waterplanten verwijderd zullen geïnformeerd worden over het herkennen, vastleggen van de locatie en het verwijderen van de planten. In bijlage 13 is een overzicht gegeven van Unielijstsoorten die op dit moment (2024) in onze gemeente voor (kunnen) komen. Herhalend op de speerpunten bij bermen en sloten zetten wij ons in op het voorkomen dat er nieuwe locaties bijkomen en op het beheersen van bestaande haarden. Op locaties met enkele exemplaren zullen de maatregelen gericht zijn op verwijdering.

41

13 Jacobskruiskruid Op sommige plekken in onze bermen komt Jacobskruiskruid voor. Deze plant is een pionierssoort die groeit op zonnige plekken in schrale bermen, weilanden en open terreinen. Voorwaarde voor de kieming van deze plant zijn open plekken in de zode en zonlicht. Eenmaal gevestigd vormt deze plant een groot wortelgestel waardoor hij moeilijk te verwijderen is. In beginsel is deze plant een tweejarige soort. Maar door regelmatig maaien of begrazen kan deze plant ook meerdere jaren blijven staan. Jacobskruiskruid is een inheemse plantensoort die enerzijds zeer waardevol is voor de biodiversiteit. De plant is een belangrijke bron van nectar en stuifmeel voor meer dan 150 insectensoorten zoals bijen, (zweef)vliegen en dagvlinders. Naast voedselbron heeft de plant ook een functie in de voorplantingscyclus van insectensoorten (bijvoorbeeld de sint jacobsvlinder). Sommige soorten zijn zelfs geheel aangewezen op deze plant. Anderzijds is dit een plant die een gifsoort (pyrrolizidine alkaloiden) bevat. In grote hoeveelheden kan deze stof dodelijk zijn voor landbouwdieren zoals paarden en koeien. Vanwege de vieze smaak laten de dieren het bij het grazen staan. Maar in gedroogde vorm (hooi) verliest deze plant zijn vieze smaak, maar blijft het giftig. Daarom zien sommige houders van landbouwdieren deze soort niet graag in de berm.

Om duidelijkheid te bieden aan bijvoorbeeld houders van landbouwdieren volgen wij het onderstaande protocol met betrekking tot het wel of niet maaien bij meldingen die binnenkomen over jacobskruiskruid. Vanaf 1 juni wordt er alleen gemaaid conform het onderstaand protocol. Deze regels gelden tot en met 2 weken voor aanvang van de tweede maaibeurt (september/oktober). Protocol bestrijding Jacobskruiskruid Stap

Situatie

Actie

1

Er is een verzoek bij ons binnen

Wij bezoeken de locatie om te

gekomen om jacobskruiskruid te controleren of jacobskruiskruid op bestrijden.

deze locatie aanwezig is. Ga naar 2.

2a

De plant staat op grond die

Ga naar 3.

eigendom is van de gemeente. 2b 3a

De plant staat niet op grond van

Melder wordt doorverwezen naar de

de gemeente.

grondeigenaar.

De plant staat op minder dan 50

Ga naar 4.

m vanaf een in gebruik zijn de hooiland of weidegrond waar zichtbaar paarden of runderen grazen.

42

3b

De plant staat op meer dan 50 m Geen bestrijding. vanaf een in gebruik zijn de hooiland of weidegrond waar zichtbaar paarden of runderen grazen.

4a

In het betreffende hooiland of

Bestrijden als er sprake is van een

weidegrond staat geen

haard (75-100 planten per 100 m2).

jacobskruiskruid of dit wordt actief bestreden. 4b

In het betreffende hooiland of

Geen bestrijding.

weidegrond staat jacobskruiskruid dat niet actief bestreden is.

43

14 Uitvoering beleid Het beleid moet vertaald worden van papier naar de openbare ruimte. Het grootste deel van het beleid voeren wij integraal uit bij de planvorming en het onderhoud. Daarnaast zijn er specifieke maatregelen die nodig zijn voor het realiseren van het groenbeleid. Deze voeren wij naast het reguliere beheer van het kapitaalgoed openbaar groen uit. De maatregelen die wij snel kunnen realiseren voeren wij op korte termijn uit. De maatregelen die meer voorbereiding vragen voeren wij op middellange termijn uit. De maatregelen die wij bij voorkeur uitvoeren in werk met werksituaties. (Bijvoorbeeld bij groot onderhoud of reconstructie.) willen wij op de lange termijn uitvoeren. In de bijlage van het groenbeleidsplan staat bij de speerpunten toegelicht hoe wij de maatregelen willen uitvoeren. Korte termijn (1 jaar) •

Aanvang planten bollen in gazons bomenlanen.

•

Meer natuurlijk/bloemrijk gras in de dorpen.

•

Realiseren van takkenrillen in bosschages.

•

Realiseren van ecokunstwerken.

•

Opstellen van een bermbeheerplan.

•

Meer maaien en afvoeren, minder klepelen of helemaal stoppen met klepelen.

•

Inventariseren sloten die geschikt zijn voor ecologisch slootschonen zodat dit onderhoud op 50% van deze sloten toegepast kan worden.

•

Analyseren knelpunten recreatief gebruik en privacy bewoners pand.

•

Inventariseren van de aanwezige stinzenflora park De Klinze.

•

Aanplanten van nieuwe stinzenflora park De Klinze.

•

Los van de speerpunten: Verbeteren onderhoudsbeeld openbaar groen (vaker schoffelen heestervakken, vaker maaien gazons). Dit afhankelijk van de keuze die de raad maakt bij de beheer scenario’s.

•

Voorkomen dat er nieuwe locaties met Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw bijkomen.

•

Inzet op bestrijding jacobskruiskruid.

•

Uitvoeren achterstallige snoei bomen.

Middellange termijn (2 tot 5 jaar) •

Laanstructuren van bomen inventariseren of bepalen en waar nodig herstellen.

•

Vergroten boomspiegels waar dit nodig is.

•

Vakken met bloeiende heesters realiseren in de woonwijken.

•

Vaste plantenborders realiseren in winkelcentra en op ontmoetingsplekken.

•

Vitaler maken van bestaande bosjes en boomsingels.

•

Meer bosjes en boomsingels aanleggen.

•

De ecologische waarde van de slootoevers verhogen door pleksgewijs delen van de droge oever 1 keer in de 2 jaar te maaien (oftewel een jaar te laten overstaan). 44

•

Uitwerking van het park als erfgoedbiotoop in kader van pilotproject parklandschappen.

•

Het maken van een beheerplan voor het park.

Lange termijn (bij werk met werksituaties) •

Uitvoering planmatige vervanging niet vitale bomen.

•

Samenvoegen van functiegebieden van de openbare ruimte.

•

Maken van wadi’s en verlaagde gazons.

•

Uitbreiding van het park aan de oostzijde van de ijsvijver en padenstructuur verbinden met Hjelburd.

•

Uitbreiding van het park aan de oostzijde van de ijsvijver en het pad hieromheen doortrekken.

45

15 Financieel De kosten voor het realiseren van de speerpunten kunnen op de volgende wijze gedekt worden: -

Door de onderhoudsbudgetten.

-

Door de kredieten voor realisatie nieuwbouw en reconstructie.

-

Door de middelen voor het Beleidsplan Biodiversiteit.

-

Door extra middelen.

In het bijgevoegde overzicht (bijlage ccc) zijn achter de speerpunten de wijze waarop de kosten gedekt worden aangegeven.

15.1 Uitvoering binnen onderhoudsbudgetten Dit betreffen de speerpunten die wij uit kunnen voeren binnen de groenbudgetten. Dit door kostenneutraal keuzes te maken in uitvoering van het onderhoud.

15.2 Uitvoering binnen kredieten voor realisatie nieuwbouw en reconstructie Dit betreffen de speerpunten die wij uit kunnen voeren binnen de kredieten die beschikbaar worden gesteld voor realisatie van nieuwbouw en reconstructie van de openbare ruimte. Dit door de uitvoering van de speerpunten mee te nemen in het ontwerp en de uitvoering.

15.3 Uitvoering binnen de middelen voor het Beleidsplan Biodiversiteit Dit betreffen de speerpunten die wij uit kunnen voeren met de middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de uitvoering van het Beleidsplan Biodiversiteit.

15.4 Uitvoering door extra middelen Dit betreffen de speerpunten waarvoor wij extra middelen nodig hebben om ze uit te voeren. Hierbij hebben wij onderscheid gemaakt tussen speerpunten waarbij de benodigde middelen op dit moment in te schatten zijn en speerpunten waarbij de benodigde middelen nog niet zijn in te schatten. Dit omdat er eerst nog geïnventariseerd moet worden welke maatregelen nodig zijn of omdat er bijvoorbeeld eerst een bermbeheerplan gemaakt moet worden. Daarnaast zijn de effecten op de onderhoudsbudgetten pas bekend als de raad een keuze heeft gemaakt bij de onderhoudsscenario’s. In het overzicht hebben wij onderscheid gemaakt in periodieke middelen en structurele middelen. Wij gebruiken de term ‘periodieke middelen’ omdat de uitvoering in meerdere jaren moet gebeuren. Dit vanwege de omvang van de werkzaamheden. Voor de volgende speerpunten kunnen wij de benodigde middelen nu al inschatten: Laanstructuren van bomen inventariseren en waar nodig herstellen Op basis van de inventarisatie van de laanstructuren kunnen wij bepalen waar het nodig is deze te herstellen of uit te breiden. Zo op het eerste gezicht lijken de mogelijkheden hiervoor beperkt. Dit door de aanwezigheid van andere bomen, geschiktheid van de standplaats en de aanwezigheid van kabels en leidingen. Naar schatting gaat het om het 46

planten van 370 bomen (1% van de 37.000 bomen die in het openbaar groen staan). De kosten hiervan zijn geraamd op € 74.000. Het planten van 370 extra bomen brengt een uitzetting van de onderhoudskosten van € 10.500 met zich mee. Dit nemen wij mee in met het areaalaccres in de begrotingscyclus. Bollen aanplanten in gazons bomenlanen Dit betreft het aanplanten van ca 6.500 m2 bollen in bomenlanen langs de hoofdroutes in de dorpen. De kosten hiervan zijn geraamd op € 163.000. Vakken met bloeiende heesters realiseren in de woonwijken Dit betreft het aanplanten van 8.000 m2 heesters in de woonwijken. Dit op logische zichtlocaties. De kosten hiervan zijn geraamd op € 130.000. Het planten van 8.000 m2 extra heesters brengt een uitzetting van de onderhoudskosten van € 24.000 met zich mee. Dit nemen wij mee in met het areaalaccres in de begrotingscyclus. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de heestervakken minimaal op basisniveau moeten worden onderhouden om het gewenste effect te bereiken. Als dit onderhoudsniveau lager is heeft het juist een negatief effect. Vaste plantenborders realiseren in winkelcentra en ontmoetingsplekken Dit betreft het aanleggen van 350 m2 vaste plantenborders in de winkelcentra en bij ontmoetingsplekken.

De kosten hiervan zijn geraamd op € 17.500 Het planten van 350 m2 extra vaste plantenborders brengt een uitzetting van de onderhoudskosten van € 7.000 met zich mee. Dit nemen wij mee in met het areaalaccres in de begrotingscyclus. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de vaste plantenborders minimaal op basisniveau moeten worden onderhouden om het gewenste effect te bereiken. Als dit onderhoudsniveau lager is heeft het juist een negatief effect. Realiseren van ecokunstwerken Dit betreft het aanleggen van 10 ecokunstwerken op verschillende locaties in het openbaar groen van de gemeente. De kosten hiervan zijn geraamd op € 10.000. Voorkomen dat er nieuwe locaties met Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw bijkomen Dit betreft extra inzet voor het opsporen en verwijderen van kleine locaties (1-10 planten) van Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Hiervoor hebben wij 0.5 fte en een auto nodig. De kosten hiervan zijn geraamd op € 45.000. Uitvoering onderhoud In het kader van de uitvoering van het reguliere onderhoud vragen wij voor de volgende werkzaamheden extra middelen.

47

Extra inzet bestrijding Jacobskruiskruid bij hooiland en weides met runderen en paarden. Dit betreft extra inzet voor het behandelen van meldingen over Jacobskruiskruid en het maaien én afvoeren van Jacobskruiskruid in haarden bij hooiland en weides met runderen en paarden. De kosten hiervan zijn geraamd op € 10.000.

Uitvoeren achterstallige snoei bomen Dit betreft het uitvoeren van achterstallige snoei van de bomen. Dit naar aanleiding van de boomveiligheidscontrole (VTA: Visual Tree Assessment) Het betreft ca 10.000 bomen in het buitengebied (dat is 65% van de bomen in het buitengebied) en 4.400 bomen in de dorpen (dat is 20% van de bomen in de dorpen). In alle onderhoudsscenario’s worden deze bomen meegenomen in de reguliere snoeirondes. Als de bomen op basisniveau/B-kwaliteit worden onderhouden is, worden de bomen 1 keer in de 4 jaar gesnoeid. Omdat deze bomen een snoeiachterstand hebben, kost het meer tijd om ze te snoeien. De extra kosten hiervan zijn geraamd op € 99.000. Als wij de uitvoering spreiden over 4 jaar is dit ca € 24.750 per jaar.

15.5 Nader te bepalen kosten Van de volgende speerpunten kunnen wij de benodigde middelen op dit moment nog niet inschatten. Als de kosten van deze onderdelen inzichtelijk zijn zullen wij de benodigde middelen aanvragen bij de kadernota. Dit uitgezonderd van de financiële effecten van de keuze voor de onderhoudsscenario’s. Hiervoor vragen wij om de benodigde middelen bij de vaststelling van dit groenbeleidsplan beschikbaar te stellen. Vitaler maken van bestaande bosjes en boomsingels Voor het bepalen van de maatregelen willen wij eerst een inventarisatie uitvoeren om de eigendomssituatie van de bosjes, de soorten, de vitaliteit en de wenselijkheid tot vitaliseren in beeld te brengen. Op basis va deze gegevens kunnen wij beoordelen of het vitaler maken van de bestaande bosjes en boomsingels binnen het onderhoudsbudget kan gebeuren of dat er extra middelen voor nodig zijn. Meer maaien en afvoeren, minder klepelen van bermen of zelfs helemaal stoppen met klepelen Voor het bepalen van het maairegime laten wij eerst een bermbeheerplan maken (besluit Beleidsplan Biodiversiteit). Op basis daarvan bepalen wij hoeveel bermen wij ecologisch gaan beheren en op welke wijze en hoeveel bermen niet geschikt zijn voor ecologisch beheer. Voor deze bermen kunnen wij besluiten om te blijven klepelen. Deze keuzes bepalen ook hoeveel extra middelen hiervoor nodig zijn.

Om het areaal bloemrijke bermen te vergroten en het areaal storingskruiden (ridderzuring, brandnetel, distel) te verminderen is het te overwegen om helemaal te stoppen met klepelen. De onderstaande tabel geeft een beeld van de financiële effecten.

48

Huidig maairegime klepelen

Alleen maaien en afvoeren

en maaien en afvoeren 1e ronde deels 1 m langs de

€ 150.000 (huidige

weg, 2e ronde hele breedte

maairegime)

Beide rondes hele breedte

€ 180.000

€ 228.000 € 303.000

Speerpunten met betrekking tot De Klinze Voor de speerpunten met betrekking tot De Klinze zijn wij bezig met de verkenning van het uitvoeren van het pilotproject Parklandschappen. Dit houdt in dat wij naast het positioneren van de parken De Klinze, Staniastate en Vijversburg in de recreatieve sector ook De Klinze uitwerken als erfgoedbiotoop. Daarnaast zijn wij bezig met een grondruil met de bewoners van het park. Als dit is afgerond kunnen wij een plan maken voor de uitbreiding van het park. Tot slot is voor het aanplanten van de stinzenflora nodig om eerst te inventariseren wat er al staat. Daarom kunnen wij voor deze onderdelen nog geen beeld geven van de kosten. Financiële effecten beheerscenario’s Bij de opiniërende behandeling van het groenbeleidsplan bieden wij de raad 3 onderhoudsscenario’s aan. Dit voor een laag, basis en hoog onderhoudsniveau. Dit doen wij middels een rapport van Cyber advies – ‘Doorrekening begroting en beheerscenario’s t.b.v. het Beleidsplan Groen’. Pas als de raad een keuze gemaakt heeft, is er inzicht in de financiële effecten op de onderhoudsbudgetten voor het kapitaalgoed openbaar groen. Dit zullen wij aan de raad voorleggen bij de besluitvormende behandeling van het groenbeleidsplan.

15.6 Beknopt overzicht aanvullende middelen Speerpunt Laanstructuren van bomen inventariseren of bepalen

Periodieke

Structurele

middelen

middelen

€ 74.000

en waar nodig herstellen. Uitvoering planmatige vervanging niet vitale bomen.

€ 375.000

Naar aanleiding van boomveiligheidscontrole veel

€ 99.000

bomen met achterstallige snoei. Extra kosten te spreiden over 4 jaar a € 24.7500 per jaar. Bollen aanplanten in gazons bomenlanen.

€ 163.000

Vakken met bloeiende heesters realiseren in de

€ 130.000

woonwijken. Vaste plantenborders realiseren in winkelcentra en

€ 17.500

ontmoetingsplekken. Realiseren van ecokunstwerken. Het beheersen van invasieve exoten (Japanse

€ 10.000 € 45.000

duizendknoop en reuzenberenklauw) door te voorkomen dat er nieuw locaties bijkomen en bestaande haarden te onderdrukken.

49

Extra inzet bestrijding jacobskruiskruid bij hooiland

€ 10.000

en weides met runderen en paarden.

Het betreft hier totaalbedragen van de uitgaven waar wij nu al een schatting van kunnen maken. De besteding kan plaatsvinden op basis van de planning van de maatregelen zoals deze in hoofdstuk 12 zijn aangegeven. Voor een uitgebreid overzicht van de dekking voor de speerpunten, zie bijlage 6.

50

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=dbfd4261-3d23-45f4-a823-9324bf93f568