CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Startnotitie 'Kansrijk opgroeien in gemeente Tytsjerksteradiel'

RAAD IEPEN POADIUM (SD) 16 april 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Vaststellen startnotitie Kansrijk Opgroeien in Tytsjerksteradiel (ynhâldlik)3.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotysje ‘Kansrijk Opgroeien in gemeente Tytsjerksteradiel’ Beleidskader Jeugd & Onderwijs 2027–2031 Portefúljehâlder Amtner : Heart by riedsútstel Taheakke Saak- en stiknûmer

: D. Fokkema : Bart Steffens, Douwtje Oosting en Tina Talsma : Raadsvoorstel 'Startnotitie Kansrijk Opgroeien in Tytsjerksteradiel' :/ : 2026011918397 en 26ZG127014

1. Oanlieding en context 1.1 Ynlieding De gemeente Tytsjerksteradiel wil dat elk kind kansrijk, gezond en veilig opgroeit. Met deze startnotitie ‘Kansrijk Opgroeien in gemeente Tytsjerksteradiel’ schetsen we de hoofdlijnen voor het nieuwe beleidskader Jeugd en Onderwijs 2027–2031. Na de ontvlechting zijn beide beleidsdomeinen geharmoniseerd vanwege de grote overlap in samenwerkingspartners, verantwoordelijkheden en taken. Deze notitie vormt het vertrekpunt voor een gezamenlijke uitwerking met partners uit jeugd, onderwijs, opvang, GGD, KEaRN, Humanitas, bibliotheek, sport en cultuur, én met onze kernen en dorpsbelangen. We kiezen nadrukkelijk voor de beweging van zorg naar preventie, van individu naar mienskip en van versnippering naar een geïntegreerd pedagogisch ecosysteem. Onderwijs is hierin een kernpartner: samen werken we aan sterke overgangen in levensfasen, een rijke leer- en leefomgeving en toegankelijke schoolnabije ondersteuning. 1.2 Oanlieding In Nederland staat de kwaliteit en betaalbaarheid van onderwijs en jeugdhulp onder druk. Het aantal jeugdigen dat jeugdhulp ontvangt neemt toe, wat leidt tot hogere kosten en toenemende druk op de kwaliteit.

Deze groei wordt veroorzaakt door factoren binnen het jeugdstelsel, zoals marktwerking, medicalisering en personeelstekorten, maar ook door bredere maatschappelijke ontwikkelingen zoals bestaansonzekerheid, problemen in de volwassenen ggz en veiligheidsvraagstukken. Naast institutionele en maatschappelijke factoren spelen ook de draagkracht, zorgen en onzekerheden van ouders een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. Veel ouders ervaren druk bij het opvoeden, zeker in de eerste levensfase of bij complexe gezinssituaties. Bij een deel van de gezinnen ontstaan vraagstukken niet alleen door systeemfactoren, maar juist door stress, mentale druk, financiële zorgen of gebrek aan steun uit het netwerk.. In het onderwijs leiden bezuinigingen, lerarentekorten en een afnemende ondersteuningscapaciteit ertoe dat jeugdigen met extra ondersteuningsbehoeften vaker vastlopen of thuis komen te zitten. Hierdoor worden problemen doorgeschoven naar de jeugdzorg. Ook de beperkte toegang tot de volwassenen ggz, het woningtekort en afnemende sociale zekerheid zorgen voor instabiliteit in gezinnen, waardoor jeugdhulp steeds vaker fungeert als vangnet voor maatschappelijke problemen buiten het jeugddomein. Tegelijkertijd ervaren jeugdigen steeds hogere prestatiedruk, terwijl zij juist behoefte hebben aan stabiele relaties en een ondersteunende omgeving.

Veel uitdagingen worden nog te vaak individueel benaderd, terwijl zij voortkomen uit de leef- en leeromgeving. Door beter aan te sluiten bij de

dagelijkse leefwereld en druk bespreekbaar te maken, vergroten we de veerkracht van jeugdigen en gezinnen en voorkomen we onnodige problematisering. Deze ontwikkelingen vragen om een aanpak die gericht is op positief opgroeien, preventie, een sterk pedagogisch netwerk, toegankelijk en passend onderwijs, vermindering van prestatiedruk en meer bestaanszekerheid. Dit vergt meer samenwerking tussen domeinen. Landelijke en regionale ontwikkelingen bieden kaders, maar veel opgaven zijn lokaal. Deze moeten worden vertaald naar beleid dat inzet op het versterken van de pedagogische basis, domeinoverstijgende samenwerking, toegankelijke jeugdhulp en een gezamenlijke visie op normaliseren en preventie. 1.3 Context De ontwikkelingen in onderwijs en jeugdhulp die hierboven zijn geschetst, doen zich ook in Fryslân en in alle gemeenten binnen onze regio voor. In de aangescherpte Fryske Regiovisie Jeugdhulp en in de voorbereiding op de nieuwe regionale inkoop van Specialistische Jeugdhulp en Wonen (SJH) is daarom vastgelegd dat ondersteuning zo veel mogelijk moet plaatsvinden in de leefwereld van jeugdigen zelf. In de zomer van 2026 wordt het definitieve beleidskader voor deze nieuwe inkoopstrategie vastgesteld. Dit sluit aan bij de beweging richting normaliseren, preventie en een sterke pedagogische basis.

Gemeenten voeren hierin de regie en hanteren het principe ‘lokaal, tenzij…’, waarbij elk ondersteuningsvraagstuk start met een brede contextanalyse van gezin, netwerk, onderwijs en sociaal domein. Onderwijs en de sociale basis vormen daarbij de eerste vindplaats van signalen én de plek waar lichte, passende ondersteuning idealiter begint. Vanaf 2028 bieden de nieuwe contracten ruimte voor gemeenten om gefaseerd uit te stappen uit regionaal ingekocht ambulant aanbod zodra lokale teams en voorzieningen voldoende zijn versterkt. Regionale samenwerking blijft wel nodig voor onder andere woon- en verblijfsvoorzieningen. Deze beweging vraagt om stevige lokale teams, een hechte samenwerking met onderwijs en een sterk pedagogisch netwerk in dorpen en wijken. Voor jeugdhulpaanbieders betekent dit dat meer ondersteuning lokaal of gebiedsgericht wordt georganiseerd, dichter bij jeugdigen en gezinnen. Voor Tytsjerksteradiel betekent dit dat landelijke en regionale opgaven moeten worden vertaald naar beleid dat past bij onze kernen en mienskippen. Dit vraagt om het verder versterken van de pedagogische basis, toegankelijke en lichte ondersteuning dicht bij het kind, en een gezamenlijke visie op normaliseren, preventie en domeinoverstijgende samenwerking.

Zo sluiten we aan bij de regionale koers én creëren we ruimte voor lokale oplossingen die aansluiten bij de schaal, kracht en samenredzaamheid van onze gemeente.

2. Doelstellingen en gewenste resultaten 2.1 Doelstellingen 1. Vastleggen van een gezamenlijke visie en richtinggevende uitgangspunten, gebaseerd op preventie, mienskipskracht en een sterke pedagogische basis. 2. Bepalen van de inhoudelijke koers en prioriteiten, inclusief de beweging van zorg naar preventie, versterken van de pedagogische basis, en meer verbinding tussen onderwijs, jeugdhulp en de mienskip. 3. Schetsen van het procesmatige, juridische en financiële kader, zodat college en raad een compleet overzicht hebben van wettelijke kaders, beleidsontwikkelingen, betrokken partners en financiële randvoorwaarden.

2.2 Gewenste resultaten 1. Een duidelijke en bestuurlijk gedragen koers voor jeugd en onderwijs waarin visie, opgaven en richtinggevende principes helder zijn vastgelegd en dienen als vertrekpunt voor verdere uitwerking met partners. 2. Inzicht in wettelijke, regionale en lokale ontwikkelingen, waardoor het beleidskader stevig is ingebed in relevante wetgeving en regionale kaders. 3. Een afgebakend en gedeeld begrip van de belangrijkste opgaven, zoals normaliseren, ondersteuning dichtbij, doorlopende ontwikkellijnen, verbinding met onderwijs en het versterken van mienskipskracht. 4. Een afgesproken proces- en besluitvormingsstructuur, inclusief planning, betrokkenheid van partners, rol van LEA/adviesraad en benodigde besluitvorming door raad en college 5. Een hoofdlijn van monitoring en indicatoren, met richtinggevende indicatoren die in het beleidsplan SMART worden uitgewerkt, conform raadsafspraak. 6. Een financieel kader op hoofdlijnen met uitgangspunten voor preventieve sturing, gebiedsgerichte inzet en benutting van bestaande middelen en structuren. 7. Een versterkte basis voor ouders en opvoeders door het bieden van toegankelijke, preventieve opvoedondersteuning, gericht op het vergroten van zelfvertrouwen, veerkracht en handelingsvaardigheid in de dagelijkse opvoeding.

3. Wetjouwing en ûntwikkelingen 3.1 Wetjouwing

•

•

•

• • •

Jeugd Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) verplicht gemeenten om bij al hun beleid en uitvoering het belang van het kind voorop te zetten, gelijke ontwikkelkansen te bevorderen en te zorgen voor bescherming, participatie en toegang tot passende ondersteuning voor alle jeugdigen. De Jeugdwet legt de verantwoordelijkheid bij gemeenten voor preventie, jeugdhulp, jeugd‑ggz, opvoedondersteuning en maatwerkvoorzieningen, inclusief het organiseren van toegang, toewijzing, kwaliteit, veiligheid en beschikbaarheid van hulp, het sturen op normaliseren, eigen kracht, sociale netwerken en laagdrempelige ondersteuning, én het uitvoeren van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in samenwerking met Veilig Thuis. De Wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg verplicht gemeenten om de beschikbaarheid en continuïteit van (specialistische) jeugdzorg te borgen, waarvoor sterkere regionale samenwerking, gezamenlijke inkoop en structurele afstemming noodzakelijk zijn. Onderwijs Volgens de Wet Kinderopvang zijn gemeenten verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op de kwaliteit van kinderopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang, en dragen daarnaast zorg voor de lokale uitvoering en toeleiding van voorschoolse educatie (VE/VVE).

De Leerplichtwet verplicht gemeenten tot het handhaven van leer- en kwalificatieplicht, het aanpakken van schoolverzuim, thuiszitters en voortijdig schoolverlaten, in samenwerking met scholen en RMC-/leerplichtstructuren. Hoewel gemeenten geen verantwoordelijk gezag hebben binnen het samenwerkingsverband (SWV), zijn zij volgens de Wet Passend Onderwijs wel verantwoordelijk voor de afstemming met SWV’s, het organiseren van jeugdhulp in en rondom school, deelname aan regionale onderwijs–jeugdhulpstructuren en het ontwikkelen en uitvoeren van de thuiszittersaanpak.

• •

•

•

•

•

Vanuit de Landelijke Norm Basisondersteuning werken gemeenten samen met schoolbesturen en SWV’s om op iedere school een minimaal niveau van basisondersteuning te realiseren, wat wordt geborgd via de LEA en de regionale jeugd- en onderwijsketens. Volgens de Wet Vrij en Veilig Onderwijs moeten gemeenten met scholen samenwerken aan sociale veiligheid, de preventie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag en het borgen van een veilige leeromgeving, waarbij aanvullend lokale veiligheidstaken kunnen ontstaan afhankelijk van de definitieve inwerkingtreding van de wet. Hoewel de WPO / WVO / WEC / WEB (Onderwijswetgeving) geen directe uitvoeringstaken aan gemeenten toekennen, zijn gemeenten wel verantwoordelijk voor het onderwijsachterstandenbeleid (OAB/GOAB), de toeleiding naar en samenwerking rondom voorschoolse educatie, en de uitvoering van de Lokale Educatieve Agenda (LEA). Op basis van Artikel 23 Grondwet (Vrijheid van onderwijs) moeten gemeenten de gelijke behandeling van scholen waarborgen en samenwerken binnen de kaders van de onderwijsvrijheid, zonder inbreuk te maken op de autonomie van scholen.

Overig Op grond van de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ 0–18 jaar), waaronder ontwikkelingsmonitoring, vaccinaties en screening, waarmee de JGZ een belangrijke partner is in vroegsignalering en preventie. De wetten Wmo en Participatiewet stellen gemeenten in staat om een stabiele basis voor gezinnen te bevorderen (zoals armoedebestrijding, versterking van de sociale basis en deelname aan de samenleving). De samenhang met het jeugddomein is verankerd in een landelijk convenant Stevige lokale teams voor een integrale opdracht binnen het sociaal domein.

3.2 Oare beliedsûntwikkelingen •

•

•

• •

Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van jeugdhulp, het versterken van samenwerking tussen partners en het vergroten van de financiële houdbaarheid van het stelsel. De agenda vraagt daarnaast om een bredere blik op het jeugddomein, passend bij de bevindingen van de Commissie Van Ark (2025). Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming stimuleert een werkwijze waarin gezinsgericht, integraal en rechtsbeschermend wordt gewerkt. De aanpak wordt verder ontwikkeld via proeftuinen, met een nadrukkelijke focus op sterke lokale teams en duidelijke regionale governance. De landelijke veranderstrategie wordt in 2026 verder uitgewerkt. De Fryske Regiovisie Jeugdhulp biedt een gezamenlijke regionale koers gericht op het versterken van de sociale basis, domeinoverstijgend samenwerken en het opbouwen van stevige lokale teams die passende ondersteuning dichtbij gezinnen organiseren. Onderwijs De Provinciale werkgroep onderwijs–zorg zet in op doorlopende ontwikkellijnen, het voorkomen van uitval en het realiseren van passende onderwijs–zorgarrangementen binnen Fryslân.

De opgave teams vanuit de Regionale Educatieve Jeugd Agenda (REJA) werken aan; Duidelijke samenwerkingsafspraken tussen onderwijs- en jeugdwetgeving, (potentiële) thuiszittende jeugdigen en een passend aanbod voor thuiszittende jeugdigen, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en aan de samenwerking rond onderwijs voor jeugdige nieuwkomers.

• • •

•

• •

•

De provincie werkt toe naar kerndoeldekkend Fries in 2030, ondersteund door de inzet van skoalstipers die scholen begeleiden bij taalonderwijs en implementatie. De Beweging naar inclusief onderwijs (richting 2035) beschrijft de ontwikkeling naar een inclusieve leeromgeving waarin onderwijs en jeugdhulp nauwer samenwerken. Deze ontwikkeling loopt parallel aan de landelijke normering van ondersteuning. Voor de Actualisatie curriculum (basisvaardigheden, burgerschap, digitale geletterdheid) zijn in september 2025 de definitieve conceptkerndoelen opgeleverd. Deze worden naar verwachting per 1 augustus 2027 wettelijk van kracht. De vernieuwing versterkt de verbinding tussen onderwijs en het jeugddomein, onder meer op het gebied van mediawijsheid, AI‑vaardigheden en burgerschap. De Wet van school naar duurzaam werk heeft als doel om kansengelijkheid te vergroten door jongeren tot 27 jaar met een (risico op) afstand tot de arbeidsmarkt beter te begeleiden bij de overgang van school naar werk én bij het behouden van werk. De wet verplicht scholen, Doorstroompunten en gemeenten om samen te werken aan passende ondersteuning, zodat jongeren uit o.a. pro, vso, mbo en voortijdige schoolverlaters duurzaam aan werk kunnen deelnemen.

Overig De Friese Preventie Aanpak omvat regionale samenwerking en een integrale levensloopbenadering (Lyts – Jong – Grut - Wiis) op thema’s als basisvaardigheden, kansrijk opgroeien, mentale gezondheid, gezond leven en een gezonde leefomgeving. Daarnaast sluit deze koers aan op de gemeentelijke Visie Sociale Basis die momenteel in ontwikkeling is, waarin het versterken van netwerken, preventie en mienskipskracht centraal staat en die richtinggevend wordt voor de samenhang tussen jeugd, onderwijs en het sociaal domein. Jeugd, onderwijs en preventie hangen sterk samen met andere lokale domeinen. Veel vraagstukken zijn verweven met bestaanszekerheid, wonen, veiligheid en volwassenenzorg. Dit vraagt om domeinoverstijgende besluitvorming en een goede aansluiting bij lokale kaders, zoals gezondheid, sport, cultuur, Wmo, participatie, armoede en schulden. (Deze ontwikkelingen worden in de definitieve beleidsnotitie juridisch onderbouwd met verwijzing naar de betreffende kaders en besluiten.)

4. Ynhâldlik kader 4.1 Fisy Tytsjerksteradiel is een gemeente waarin alle kinderen en jongeren veilig, gezien en ondersteund opgroeien. Preventie staat centraal: vroeg, dichtbij en integraal. Onderwijs, kinderopvang, GGD, gemeentelijke gebiedsteams, KEaRN en de mienskip werken als één systeem rondom het kind. 4.2 Wat wolle wy berikke Onze aanpak rust op vijf samenhangende kernprincipes die richting geven aan hoe we jeugdigen, gezinnen, scholen en professionals ondersteunen. Deze principes vormen samen het fundament van een sterk pedagogisch ecosysteem waarin jeugdigen gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. 1. Normaliseren en inclusief onderwijs Niet elke uitdaging of tegenslag vraagt om zorg. Opgroeien betekent ook vallen, opstaan en opnieuw leren. Daarom zetten we niet primair in op individuele zorgtrajecten, maar op het versterken van de

dagelijkse opgroei- en opvoedkracht rondom de jeugdige: thuis, op school, in de buurt en binnen de mienskip. Door te normaliseren, verwachtingen realistisch te houden en ruimte te geven aan gewone ontwikkeluitdagingen, voorkomen we onnodige problematisering en medicalisering. 2. Ondersteuning dichtbij het kind organiseren Elk kind heeft recht op leren en ontwikkelen in een veilige en stimulerende omgeving. Daarom werken we gebiedsgericht aan een toegankelijk en samenhangend netwerk van ondersteuning, voorzieningen en ontmoetingsplekken. Ouders, scholen, kinderopvang, JGZ, buurtteams en jeugdprofessionals trekken hierin gezamenlijk op. Door ondersteuning letterlijk en figuurlijk dichterbij te organiseren, verlagen we drempels, vergroten we de vindbaarheid en kunnen we sneller en effectiever handelen wanneer dat nodig is. 3. Van individu naar mienskip We maken bewust de beweging van individuele interventies naar collectieve, laagdrempelige vormen van ondersteuning. Veel vragen van jeugdigen en gezinnen kunnen beter worden opgevangen binnen de kracht van de gemeenschap: via groepsaanbod, ontmoeting, oudernetwerken, sportverenigingen, cultuur, het onderwijs en lokale initiatieven. Deze mienskipsgerichte benadering versterkt sociale samenhang, vermindert de druk op individuele hulp en biedt ondersteuning die eerder, informeler en vaak effectiever is. 4.

Doorlopende ontwikkelingslijnen We streven naar soepele overgangen in de ontwikkeling van jeugdigen: van peuteropvang naar basisschool, van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs en later naar vervolgonderwijs of werk. Sterk ouderpartnerschap is hierin van groot belang, met nadruk op de eerste 1000 dagen van een kind, beginnend in de zwangerschap van de moeder. Ouders zijn gelijkwaardige partners in het leeren ontwikkelproces van hun kind. Door de samenwerking tussen onderwijs, zorg, werk en het sociaal domein te versterken, voorkomen we uitval en vergroten we toekomstkansen. 5. Integraliteit en een lerende aanpak Jeugdigen ontwikkelen zich niet in hokjes. Daarom werken onderwijs, jeugd, gezondheid en andere domeinen nauw met elkaar samen. We sturen op integraliteit, gedeelde verantwoordelijkheid en een gezamenlijke ondersteuningslogica. Daarbij hoort een lerende, datagedreven en adaptieve manier van werken: we volgen wat werkt, benutten data en praktijkervaringen, en passen beleid en uitvoering aan wanneer dat nodig is. Zo bouwen we stap voor stap aan duurzame oplossingen die aansluiten bij de leefwereld van jeugdigen en gezinnen.

4.3 Hjoeddeistich belied Huidig beleid We bouwen voort op: • Onderwijsbeleid • Cultuurbeleid • Sportbeleid • Gezondheidsbeleid • Armoedebeleid • Visie Sociale Basis Per gebied wordt inzichtelijk gemaakt welke initiatieven en voorzieningen bijdragen aan de pedagogische basis. De Preventiematrix helpt om dit in samenhang te versterken. 4.4 Weromsjen en ynsichten hjoeddeistich belied

Na de ontvlechting starten we met een nulpunt. Voor alle gebieden brengen we met onze samenwerkingspartners opnieuw in kaart: • Welke vragen en kansen er zijn; • Welke pedagogische kracht aanwezig is; • Welke partners samenwerken en hoe; • Welke voorzieningen en ondersteuning beschikbaar zijn. Dit vormt het vertrekpunt voor het opbouwen van een dekkende, inclusieve en preventieve pedagogische basis in alle gebieden en kleine kernen. Vanuit deze analyse ontstaat een helder beeld van wat werkt, wat ontbreekt en waar versterking nodig is. Deze inzichten gebruiken we om onze koers voor de komende jaren gericht vorm te geven. 4.5 Nij belied De inzichten uit 5.3 vertalen we naar een nieuwe beleidskoers waarin we gericht bouwen aan een samenhangend, gebiedsgericht en toekomstbestendig stelsel voor jeugd en onderwijs. Deze koers kenmerkt zich door vijf bewegingen: 1. Van versnippering naar een samenhangende pedagogische basis; 2. Van zorggestuurd naar preventiegedreven werken; 3. Van losse samenwerking naar structurele ketenafspraken; 4. Van ad‑hoc naar doorlopende ontwikkellijnen; 5. Van statisch naar lerend beleid.

5. Útfieringsprogramma 5.1 Ontwerp en Start (2026) • Kwantitatief onderzoek en analyse naar relevante cijfers uit gemeente Tytsjerksteradiel • Inventarisatie van lokale voorzieningen en ontwikkeling gebiedsgerichte Preventiematrix • Opzetten gemeentebrede kennis- en afstemmingsstructuur per gebied • Vaststellen definitieve beleidsnotitie ‘Kansrijk Opgroeien in Tytsjerksteradiel’ 5.2 Implementatie (2027) • Vaste samenwerkingslijnen* per gebied oprichten • Onderzoek naar hiaten in preventie en ontwikkeling nieuw aanbod of samenwerkingsstructuur • Leren in de praktijk en continue bijsturing 5.3 Verbreding en Borging (2028) • Eén herkenbare werkwijze per gebied en werkwijze onderdeel van dagelijks handelen • Interne verbreding naar armoede, wonen, gezondheid, cultuur en sport 5.4 Verdieping (2029) • Focus op inhoudelijke prioriteiten per gebied • Versterken bewonersinitiatieven en lokale netwerken • Verdere kwaliteitsverbetering op basis van monitoring 5.5 Evaluatie en vervolg (2030) • Integrale eindevaluatie (taal, preventie, jeugdhulp, samenwerking, welbevinden) • Nieuwe koers voor 2030–2034

* Bestaande uit o.a. gemeentelijk gebiedsteam, KEaRN, GGD, Humanitas, GIS-medewerker, POH-Jeugd

6. Prosedureel kader 6.1 Bestuurlijke besluitvorming 1. Vaststelling startnotitie door gemeenteraad 2. Vaststelling Beleidsplan Jeugd & Onderwijs 6.2 Samenwerking • LEA als Strategisch Platform Jeugd • Thematische werkgroepen (bijvoorbeeld taalontwikkeling, welbevinden, ouderpartnerschap, ontwikkellijnen) • Betrekken van ouders en jeugdigen via panels en scholen • Kleinschalige en gebiedsgerichte afstemming 6.3 Monitoring en rapportage • Tussenevaluatie in 2028 • Jaarlijkse gebiedsgesprekken • Eindevaluatie 2030 6.4 Communicatie • Regelmatige updates richting partners • Terugkoppeling naar dorpen en inwoners • Transparantie over voortgang en resultaten

7. Juridysk kader Het beleidskader is volledig gedekt door alle wetgeving en ontwikkelingen uit paragraaf 4.

8. Finansjeel kader Het financiële kader geeft een eerste richting aan hoe de gemeente Tytsjerksteradiel de gebiedsgerichte versterking van de pedagogische basis en de preventieve koers voor jeugd en onderwijs wil financieren. Daarbij gaan we uit van wat er al aanwezig is: in vrijwel alle dorpen bestaat een stevige basis van voorzieningen, initiatieven en samenwerkingen. Het uitgangspunt is daarom om deze bestaande structuren te benutten en te versterken, in plaats van nieuw aanbod op te tuigen. Het definitieve financiële kader en de bijbehorende inzet worden pas bepaald in het definitieve beleidsplan, zodra per gebied in kaart is gebracht welke voorzieningen beschikbaar zijn, hoe partners al samenwerken en welke aanvullende ondersteuning nodig is om tot een volledig dekkende en toekomstbestendige pedagogische basis te komen. 8.1 Uitgangspunten voor financiële sturing • •

Preventie staat centraal in de financiële sturing Gebiedsgerichte inzet van middelen

•

Meerjarige zekerheid voor partners

8.2 Dekking en inzet van middelen • • • • • • • • • •

Rijksbijdragen en gemeentelijke middelen GOAB/OAB (VE, VVE, taal, doorlopende lijnen) Jeugdhulpbudget (ambulante en specialistische hulp) Middelen Passend Onderwijs OCW-impulsen basisvaardigheden Incidentele subsidies voor innovatie Bibliotheek en taalprogramma’s Cofinanciering via bibliotheek/dBos, Regiodeal, STO, provincie Middelen gezondheidsbeleid en armoedebestrijding Eventuele aanvullende middelen vanuit de raad

8.3 Financiële ruimte voor intensivering Mogelijke aanvraag voor gerichte middelen voor: • Versterking pedagogische basis in dorpen • Doorlopende ontwikkellijnen • Professionalisering rondom normaliseren, vroegsignaleren en mienskipsgericht werken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=81dc340a-6429-4476-9d65-72e78d590efc