CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ruimtelijke onderbouwing

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 13 april 2022, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen (VVGB) aanvraag omgevingsvergunning perceel Gaestmabuorren 5 Burgum20.871 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing Gaestmabuorren 5 (bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte) Gemeente Tytsjerksteradiel

Colofon:

Opdrachtgever: Gaestmabuorren 5 9257 MA Burgum 1 Contactpersoon: Uitgevoerd door: Contactpersoon: Telefoon: Telefax: Email: Projectnummer:

mr. A.J. Spoelstra Omgevingsadviseur

Datum:

Drogeham, februari 2022

0512-369900 0512-369901 info@spoelstra-advies.nl AJS/98

INHOUDSOPGAVE

pagina

HOOFDSTUK 1 INLEIDING

4

1.1 1.2 1.3

4 5 5

Aanleiding voor het project Projectgebied Leeswijzer

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING

6

2.1 2.2 2.3

6 6 7

Ontstaansgeschiedenis Huidige erfsituatie Beoogde situatie

HOOFDSTUK 3 BELEID 3.1 3.2 3.3

8 Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

8 8 10

HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN

11

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

11 11 11 12 13 14 14 15 17 17 17 17

Milieuzonering Geluid Geur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodem Ecologie Archeologie Water Landschappelijke inpassing Kabels en leidingen Conclusie

HOOFDSTUK 5 UITVOERBAARHEID

18

5.1 5.2

18 18

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 2 -

BIJLAGE 1

Principebesluit

BIJLAGE 2

Onderzoek verkeerslawaai en industrielawaai

BIJLAGE 3

Bodemonderzoek

BIJLAGE 4

Aeriusberekening met toelichting daarop

BIJLAGE 5

Ecologische quickscan

BIJLAGE 6

Digitale watertoets en mailverkeer daaromtrent

BIJLAGE 7

Bouwtekeningen woning en bedrijfsruimte

BIJLAGE 8

Welstandsadvies

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 3 -

HOOFDSTUK 1. INLEIDING

1.1

Aanleiding voor het project

Initiatiefnemer is eigenaar van het perceel met opstallen aan de Gaestmabuorren 5 te Burgum. De opstallen bestaan uit een vrijstaande woning met twee loodsen. De meest zichtbare en noordelijke loods heeft een oppervlakte van ca. 625 m2. De daarachter en meest zuidelijk gesitueerde loods heeft een oppervlakte van ca. 400 m2. Het betreft een voormalig agrarisch bedrijf waarin eveneens een viskwekerij gehuisvest is geweest. Beide loodsen worden thans gebruikt als caravanstalling. Beide loodsen en met name de meest noordelijk gesitueerde loods, ontsieren echter de landelijke en groene omgeving sterk. Deze loods is uitgevoerd in witte damwandbeplating en springt van veraf reeds in het oog. Initiatiefnemer is dan ook voornemens deze loodsen te slopen en daarvoor in de plaats een nieuwe (bedrijfs)woning (150 m2) met een kleine bedrijfsloods (250 m2) ten behoeve van zijn bouwaannemingsbedrijf te realiseren. De huidige woning blijft daarnaast bestaan. De voorgenomen bouw van de woning met bedrijfsloods is in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Tytsjerksteradiel. Aan het perceel is een woonbestemming met de aanduiding “B7” toegekend. Dit betekent dat het perceel is bestemd voor woonhuizen in combinatie met ruimte voor een caravanstalling. Ter plaatse is echter één woning toegestaan.

Realisering van de beoogde bedrijfs- woning met bedrijfsruimte op dit perceel is enkel mogelijk na verlening van een toereikende omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan. Bij brief d.d. 19 juli 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tytsjerksteradiel meegedeeld medewerking te willen verlenen aan dit initiatief. Daarnaast krijgt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse een aanzienlijke impuls met de sloop van de witte loodsen en past de nieuw te realiseren woning goed op de voorgestelde locatie op het perceel. Tot slot worden de mogelijkheden van omliggende percelen niet belemmerd door deze ontwikkeling (bijlage 1). Het college heeft initiatiefnemer dan ook verzocht de voorgestane planologische wijziging te initiëren. Het plan beoogt hierin te voorzien.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 4 -

1.2 Projectgebied Zoals uit het bovenstaande duidelijk is geworden omvat het projectgebied het onderhavige agrarische sperceel. Het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.

Figuur 1: globale ligging van het projectgebied

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze onderbouwing wordt het initiatief nader beschreven. Daarbij komt de huidige situatie aan bod en wordt vervolgens ingegaan op de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst dat relevant is voor het plan. Daarbij wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Onderwerp van hoofdstuk 4 is de omgevingsaspecten waaraan de nieuwe ontwikkeling wordt getoetst. Hoofdstuk 5 beschrijft de juridische aspecten van het plan en tenslotte wordt de uitvoerbaarheid van het plan in hoofdstuk 6 toegelicht.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 5 -

HOOFDSTUK 2. PLANBESCHRIJVING 2.1

Ontstaansgeschiedenis

Het dorp Burgum is ontstaan op de zuidzijde van een hoge zandrug langs de Ee (nu het P.M. kanaal). De komst van het klooster heeft ongetwijfeld flink bijgedragen aan de ontwikkeling van het dorp. Ook de ligging aan enkele landverbindingen (noord – zuid en west – oost) en de kruising van de noord – zuid verbinding met de vaarweg via de Ee waren van belang voor Burgum. De Gaestmabuorren vormde een dergelijke west-oost verbinding.

2.2 Huidige situatie De Gaestmabuorren is ca. 4 km lang en verbindt Burgum met Suwâld. Aan beide zijden komt verspreide bebouwing voor met een oorspronkelijk agrarisch karakter. Thans wordt deze bebouwing hoofdzakelijk ten behoeve van de woonfunctie of agrarische functie gebruikt. Ter plaatse van het onderhavige perceel is echter sprake van een bebouwingscluster van een klein bebouwingscluster met een zestal bebouwde percelen aan de noordzijde en één bebouwde locatie aan de zuidzijde. Dit is de onderhavige locatie. De bebouwing bevindt zich ingevolge de provinciale omgevingsverordening Romte Fryslan 2014 in buitenstedelijk gebied. Het onderhavige perceel (Gaestmabuorren 5) betreft een voormalig agrarisch bedrijf waarin eveneens een viskwekerij gehuisvest is geweest. Thans zijn ter plaatse een afzonderlijk woonhuis en een tweetal loodsen aanwezig met een oppervlakte van respectievelijk 625 m2 en 400 m2.

Figuur 2: Luchtfoto bebouwing Gaestmabuorren 5

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 6 -

Figuur 2a: Vooraanzicht bebouwing Gaestmabuorren 5 2.3 Beoogde situatie De beoogde situatie is helder. De twee voormalige bedrijfsloodsen worden gesloopt. Daarvoor in de plaats wordt een tweede woning op het perceel gebouwd. Het perceel wordt vervolgens gesplitst in twee afzonderlijke woonpercelen met bijbehorende woonbebouwing. Bij de realisatie van de ontsluiting tot beide percelen zal de aanwezige groenstructuur behouden blijven.

Figuur 3: plattegrondtekening/situering gewenste woning met bijgebouw.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 7 -

HOOFDSTUK 3. BELEID 3.1 Rijksbeleid Het beleid van het rijk op de ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit van Nederland tot 2040 is neergelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen acht het Rijk zich verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Buiten deze 13 nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt het juridisch kader om het rijksbeleid te beoordelen. Het rijk kiest drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1.

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

2. 3.

De 13 nationale belangen waarvoor het rijk zich verantwoordelijk acht, vloeien voort uit de hier voor genoemde 3 doelen. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In het SVIR is een eerste integrale afweging van deze belangen gemaakt. De benoemde rijksbelangen hebben geen betrekking op de ontwikkelingen die binnen het onderhavige plangebied zijn voorgenomen. 3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal omgevingsbeleid van de provincie Fryslan is neergelegd in het Provinciale Streekplan 2007. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Dit beleid heeft zijn juridische vertaling gekregen in de provinciale omgevingsverordening Romte Fryslan 2014. In deze verordening zijn regels gesteld waarmee bij het vaststellen van ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. In artikel 1.1.1. lid 1 is bepaald dat in een ruimtelijk plan voor landelijk gebied geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies. In paragraaf 1.3. verbetering bebouwingslinten en bebouwingsclusters in het landelijk gebied is in artikel 1.3.1. is opgenomen dat in afwijking van artikel 1.1.1.

eerste lid een nieuwe stedelijke functie in of aansluitend op een bestaand bebouwingslint of een bestaand bebouwingscluster kan worden toegestaan met in achtneming van de volgende voorwaarden: a.

b. c. d.

De nieuwe stedelijke functie leidt tot een landschappelijk aanvaardbare afronding of verdichting van een bebouwingslint of bebouwingscluster en geen afbreuk doet aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Een nieuw bedrijf behoort tot de milieucategorieën 1 of 2. Tenzij aangetoond kan worden dat het bedrijf wat betreft aard, schaal, milieuhinder en fysieke uitstraling past in de omgeving. Detailhandel houdt verband met de hoofdfunctie va n het perceel en is daaraan bedrijfsmatig en wat betreft omvang ondergeschikt. In geval van woningbouw gaat het per lint of cluster om één of enkele woningen, waarvan de oppervlakte per woning inclusief bijgebouwen niet meer bedraagt dan 300 m2. Artikel 3.1.1 is mede van toepassing.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 8 -

Het begrip “bebouwingscluster” wordt in de verordening Romte als volgt gedefinieerd: een vlakvormige verzameling van gebouwen, gesitueerd op meerdere bouwpercelen, bij een kruispunt van (vaar-)wegen in het landelijk gebied. Het betreffende plangebied ligt ten zuiden van de Geastmabuorren en ten oosten van de Langelaan. Direct ten oosten van de kruising Gaestmabuorren en Langelaan liggen 6 bebouwde percelen die bijna allemaal aan elkaar grenzen of op zeer korte afstand van elkaar liggen en zijn omgeven door landelijk gebied. Gelet hierop en het feit dat een dergelijke structuur nergens anders voorkomt langs de Gaestmabuorren is hier sprake van een bebouwingscluster. Artikel 1.3.1 is derhalve toepasbaar. Overigens komt artikel 1.3.1. in het ontwerp van de nieuwe provinciale omgevingsverordening min of meer gelijkluidend terug in artikel 2.25. Gelet op het bovenstaande zal het initiatief thans worden getoetst aan de criteria van artikel 1.3.1 van de vigerende Verordening Romte. Ad a. De nieuwe stedelijke functie is vooral ingegeven vanwege de sterke beeld verstorende loodsen op het onderhavige perceel. Deze loodsen worden verwijderd en op die plaats wordt thans een bedrijfswoning met een kleine loods gerealiseerd die passen in de karakteristiek van de omgeving. Welstandszorg heeft reeds positief geadviseerd omtrent de bouwplannen ‘an sich’ en in relatie tot de omgeving.

Hiermee is reeds helder dat het initiatief geen afbreuk doet aan de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Ad b. Ter plaatse wordt thans een nieuwe bedrijfswoning en een nieuwe bedrijfsloods gebouwd ten behoeve van een bouwaannemingsbedrijf. Ingevolge de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering” is een aannemersbedrijf met een werkplaats kleiner dan 1000 m2 te categoriseren in milieucategorie 2. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Bovendien vinden er ter plaatse geen activiteiten plaats. De aannemersactiviteiten vinden elders op locatie plaats en de schuur (250 m2) wordt louter gebruikt voor de opslag van materiaal en materieel. Ad c. Van detailhandel is geen sprake. Deze voorwaarde is niet van toepassing. Ad d. Het gaat hier niet om woningbouw maar om een toegestane vestiging (zie b.) van een nieuw bedrijf inclusief bedrijfswoning. Deze voorwaarde is derhalve niet van toepassing. De oppervlakte van de woning overschrijdt de toegestane maximale oppervlakte (300 m2) overigens ook niet. Weidevogelgebied Tenslotte is het plangebied ingevolge de Verordening Romte gelegen in weidevogelkansgebied. Omdat de ontwikkeling plaatsvindt op een bestaand bouwperceel zal het project niet leiden tot extra verstoring van het gebied van openheid en rust, waardoor het voldoet aan artikel 7.2.2 Verordening Romte.

Geconcludeerd kan worden dat er derhalve geen sprake is van strijdigheid met het provinciaal beleid.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp - 9 -

3.3

Gemeentelijk beleid

Ter plaatse is het bestemmingsplan Buitengebied 1997 nog steeds vigerend. Aan het perceel is daarin de bestemming “Woondoeleinden” (artikel 7) met de aanduidding “B7” toegekend waardoor naast het wonen ook de stalling van kampeermiddelen ter plaatse is toegestaan. Het perceel mag kort samengevat worden gebruikt voor het wonen en het stallen van kampeermiddelen. Ter plaatse is echter één woonhuis toegestaan. De in de deze bestemming opgenomen vrijstellingsmogelijkheden c.q. wijzigingsbevoegdheden zijn voor onderhavig initiatief niet toereikend. Het initiatief is derhalve in strijd met het bestemmingsplan. Gelet echter op het schrijven van het college van Burgemeester en wethouders d.d. 19 juli 2018 bestaat de bereidheid medewerking te verlenen aan de planologische inpassing van een woning met bedrijfsruimte onder gelijktijdige afbraak van twee beeld verstorende loodsen op het perceel Gaestmabuorren 5 te Burgum. Daarmee kan het initiatief als overeenkomstig het gemeentelijk beleid worden beschouwd.

Figuur 4: fragment bestemmingsplan Buitengebied Tytsjerksteradiel 1997 (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 10 -

HOOFDSTUK 4. OMGEVINGSASPECTEN De voorgenomen bouw van een bedrijfsruimte met bedrijfswoning en sloop van twee schuren kan mogelijk effecten op de omgeving van het plangebied hebben. In het onderstaande zal nader worden ingegaan op die omgevingsaspecten die relevant kunnen zijn voor het onderhavige plan. 4.1

Milieuzonering

Ter bescherming van de leefkwaliteit is in het algemeen het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies noodzakelijk. Het gaat hier om toevoeging van een milieugevoelige functie (woning) met bedrijfsruimte in een aansluitende omgeving met hoofdzakelijk eveneens milieugevoelige functies en één bedrijfsfunctie. Het te vestigen bedrijf bestaat uit een bouwaannemersbedrijf. Qua activiteiten op het af te splitsen perceelsgedeelte Gaestmabuorren 5 gaat het louter om opslag en stallingsactiviteiten. De enige hinder die daarvan uit kan gaan is de verkeer aantrekkende werking (geluid). Aangezien uitsluitend wordt gewerkt in de dagperiode (07.00-19.00 uur) en het gaat om een klein aannemingsbedrijf waarin uitsluitend initiatiefnemer werkzaam is zal er geen sprake zijn van activiteiten die het woon- en leefklimaat van derden aantasten. Een aannemersbedrijf met werkplaats kleiner dan 1000 m2 wordt in de VNG Brochure “Bedrijven en milieuzonering” aangemerkt als een categorie 2 bedrijf met een grootste richtafstand van 30 meter tot gevoelige bebouwing van derden ten gevolge van de parameter geluid. De kortste afstand tussen het bedoelde bedrijfsgebouw en gevoelige bebouwing van derden (in de toekomstige situatie Gaestmabuorren 5) bedraagt slechts enkele meters. Aan de richtafstand wordt derhalve niet voldaan.

Gelet hierop is dan ook onderzoek gedaan naar het geluid afkomstig van het aannemersbedrijf ten opzichte van de woning Geastmabuorren 5 en of ten gevolge daarvan nog steeds sprake is van een goed leef- en woonklimaat. Hieronder wordt daarop in pararaaf 4.2 nader ingegaan. 4.2

Geluid

In het kader van geluid is de Wet geluidhinder (verkeerslawaai) het relevante wettelijke kader. Om te toetsen of wordt voldaan aan de grenswaarden van de Wet Geluidhinder is door Noorman Adviseurs te Groningen een akoestisch onderzoek verricht (zie bijlage 2). Op 12 juli 2021 is daaromtrent een akoestische rapportage verschenen. Daarin wordt het navolgende geconcludeerd: De geluidbelasting vanwege de individuele wegen N356-Centrale As, Gaestmabuorren en Langelaan is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de nieuwbouw hoeft geen hogere waarden procedure te worden doorlopen. De berekende cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste Lden = 53 dB. De akoestische kwaliteit van de woonomgeving is daarmee als acceptabel en passend voor de woonomgeving te beoordelen. Rekening houdend met een minimale gevelgeluidwering van 20 dB, kan (zonder verdere aanvullende geluidwerende maatregelen) aan de op grond van het Bouwbesluit 2012 toelaatbare binnenwaarde van ten hoogste Lden = 33 dB worden voldaan. In het kader van een beoordeling van het woonklimaat is zowel aan het Activiteitenbesluit als aan de eerdergenoemde VNG Brochure “bedrijven en milieuzonering” getoetst. De resultaten van deze toetsing zijn weergegeven in het bijgevoegde akoestisch onderzoek van Noorman Adviseurs te Groningen d.d. 14 februari 2022.

Daarin wordt het navolgende geconcludeerd: Zonder verdere aanvullende maatregelen kan de inrichting voldoen aan de grenswaarden als verbonden aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Met het voldoen aan deze voorschriften is onevenredige hinder ter plaatse van de omliggende woningen niet te verwachten. De vanwege de inrichting in de omgeving te verwachten langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus voldoen verder aan de richtwaarden als vastgelegd in de VNG-uitgave “Bedrijven en milieuzonering”. Maximale geluidniveaus worden met name veroorzaakt door laad- en losactiviteiten. Dergelijke piekgeluiden worden gebruikelijk niet als hinderlijk ervaren en kunnen in de Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 11 -

dagperiode worden uitgezonderd van toetsing. In de avond- en nachtperiode voldoen deze maximale geluidniveaus aan de VNG grenswaarden. Ter beperking van de maximale geluidniveaus kan worden overwogen langs de erfgrens met de woning aan de Gaestmabuorren een geluidscherm te plaatsen. De voor indirecte hinder geldende voorkeurswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde voldoet ter plaatse van de langs de ontsluitingsroute gelegen woningen. Aangezien de grenswaarden voor de maximale geluidniveaus (piekgeluiden) niet worden overschreden en een geluidscherm stedenbouwkundig gezien ter plaatse niet passend wordt geacht wordt een geluidscherm niet overwogen. Gelet op het bovenstaande hierop kan worden geconcludeerd dat aan de Wet geluidhinder wordt voldaan. 4.3

Geur

Het omgevingsaspect geur is thans niet relevant. 4.4

Luchtkwaliteit

In de Wet luchtkwaliteit (2007) zijn normen opgenomen voor de kwaliteit van de buitenlucht. Deze normen hebben betrekking op de concentraties in de buitenlucht van een aantal luchtverontreinigende stoffen. Het betreft de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxide, fijn stof (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen. Deze wetgeving vloeit voort uit normen voor luchtkwaliteit die door de Europese Unie zijn gesteld. Om aan deze Europese normen te voldoen zijn in Nederland extra maatregelen nodig, met name voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). De Nederlandse overheid heeft hiervoor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld. Projecten die van dit NSL-deel uit maken hoeven niet afzonderlijk aan de wettelijke normen te worden getoetst. De uitbreiding van agrarische bedrijfsbebouwing vormt geen NSL-project, zodat een afzonderlijke toetsing aan de Wet luchtkwaliteit vereist is. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit moet worden aangetoond dat bij de uitvoering van dat plan: § §

§

de wettelijke grenswaarden voor de genoemde stoffen niet worden overschreden, dan wel bij een beperkte toename van de concentratie van één of meer van de genoemde stoffen door een met het project samenhangende maatregel/effect de luchtkwaliteit per saldo verbetert, dan wel het project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor een grenswaarde is opgenomen.

Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor projecten als deze niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van luchtkwaliteit. Een project komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een verslechtering van luchtkwaliteit is veelal een gevolg van een toename van het aantal auto’s in een gebied. Alleen bij een toename van enkele honderden verkeersbewegingen per dag wordt de NIBM-drempel overschreden. Als gevolg van onderhavige ontwikkeling is er sprake van een zeer beperkte verkeersgeneratie. Een dergelijke ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderstaande berekening bevestigt dit.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 12 -

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2021

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

17

Aandeel vrachtverkeer

0,8%

3

NO2 in μg/m

0,01

3

0,00

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m 3

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m Conclusie

1,2

De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Figuur 5. Berekening luchtkwaliteit

4.5

Externe veiligheid

Ter voorkoming van onveilige situaties is regelgeving vastgelegd met als doel om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dergelijke ongevallen kunnen ontstaan doordat binnen bedrijven wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen, maar ook het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee. Tenslotte kunnen ook buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen in dit verband risicovol zijn. De risico’s worden bepaald aan de hand van het zogenaamde plaatsgebonden risico (voor individuen) en het groepsrisico (voor groepen mensen). Voor deze drie situaties is verschillende wet- en regelgeving van toepassing, waarop onderstaand zal worden ingegaan. Externe veiligheid inrichtingen Op grond van het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) moet afstand worden aangehouden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Risicovolle functies betreffen hoofdzakelijk bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken, welke veiligheidsrisico’s opleveren voor hun directe omgeving. De voorgestane woning vormt geen inrichting die onder de werkingssfeer van het Bevi valt. In de omgeving van het bedrijf doen zich geen risicovolle inrichtingen voor die van invloed op het plangebied zijn.

Weg- en railtransport gevaarlijke stoffen De huidige regelgeving voor transport van gevaarlijke stoffen over weg, spoor en water staat beschreven in het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). De bedrijfswoning met bedrijfsruimte is geprojecteerd

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 13 -

aan de Gaestmabuorren. De Gaestmabuorren is niet aangewezen als een weg waarover transport van gevaarlijke stoffen mag plaatsvinden. Buiten het plangebied komen geen andere wegen of spoorlijnen voor die in dit opzicht veiligheidsrisico’s met zich meebrengen. Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen Voor transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In de nabijheid van het plangebied komen geen buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen als bedoeld in voornoemd besluit. 4.6

Bodem

In het kader van de Wet bodembescherming dient te worden onderzocht of in het plangebied sprake is van bodemverontreiniging. Door WMR te Rinsumageest is op 20 juli 2021 een bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). In de onderzoeksrapportage wordt het navolgende geconcludeerd: Op basis van de verhoogde gehalten in de grond en het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien niet juist. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieu-hygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen. Het initiatief is derhalve niet in strijd met de Wet bodembescherming. 4.7

Ecologie

Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierin zijn de voormalige Natuurbeschermingswet, de Boswet en de Flora- en faunawet opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in bescherming van gebieden en van soorten. Daarnaast is in verband met gebiedsbescherming het Natuur Netwerk Nederland (NNN) van belang. Natura 2000 Om de natuur in Europa als geheel te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie samen aan een Europees netwerk van natuurgebieden, het Natura 2000-netwerk. De aanwijzing van Nederlandse natuurgebieden die deel uitmaken van dit netwerk is inmiddels in gang gezet. Natura 2000-gebieden in Nederland worden beschermd door de Wet Natuurbescherming. Om schade aan natuurwaarden binnen Natura 2000-gebieden te voorkomen bepaalt de Natuurbeschermingswet dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de aanwezige soorten niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Het bouwen van een bedrijfswoning met bedrijfsruimte is een project en/of activiteit die een potentieel negatieve invloed op Natura 2000-gebieden kan hebben. Derhalve is een Aeriusberekening uitgevoerd (bijlage 4). Hieruit blijkt dat het project geen significant effect heeft voor Natura 2000 gebieden.

Ecologische Hoofdstructuur Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur of in de directe nabijheid daarvan. Flora- en fauna De Wnb biedt tevens bescherming aan diverse soorten flora en fauna. Op grond van deze wet mogen beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen), die als zodanig in de wet zijn aangewezen, niet verstoord, verontrust of gedood worden.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 14 -

Door Vos Ecologisch onderzoek te Peize is ter plaatse ecologisch onderzoek uitgevoerd. In de daaruit voortvloeiende rapportage d.d. 16 juli 2021 wordt de navolgende conclusie getrokken: Vleermuizen Bij kleine bouwprojecten is het ’s nachts verlichten en beveiligen van bouwlocaties niet gebruikelijk. Bij de beoordeling is er daarom van uitgegaan dat de bouwplaats ’s nachts niet verlicht is. Het beste met het oog op vleermuizen en andere dieren is om in de nieuwe situatie helemaal niet te verlichten. Geadviseerd wordt om buitenverlichting slechts beperkt toe te passen, bijvoorbeeld met een sensor of tijdklok. Vogels Verstoring van broedende vogels kan grotendeels worden voorkomen door de klimop buiten de broedperiode te verwijderen. Er blijft dan een kans over dat vogels in of op (Scholekster) de loodsen broeden. Wanneer sloop niet anders kan dan in de broedperiode kan vooraf door een ecoloog worden vastgesteld of er broedende vogels aanwezig zijn. Als dat het geval is, kan er pas gesloopt worden wanneer de nesten verlaten zijn en de loodsen zijn vrijgegeven. Amfibieën Er bestaat een kleine kans dat de Rugstreeppad in het projectgebied voorkomt. Omdat er geen voortplantingsplaatsen en vaste verblijfplaatsen worden aangetast, kan het project zonder nader onderzoek en ontheffing worden uitgevoerd.

De meest kritische periode is juli-september als jonge rugstreeppadden het water verlaten en ongericht door het projectgebied kunnen trekken. Geadviseerd wordt om in deze periode geen sloop- of grond-/funderingswerkzaamheden uit te voeren. Verder is het voldoende de zorgplicht te houden. Zorgplicht Het verstoren, verwonden of doden van dieren (en planten) moet zoveel mogelijk worden voorkomen. De te slopen loodsen en de nieuwbouwlocaties van de woning en de schuur worden momenteel omringd door korte vegetatie en erfverharding. Dit werkgebied moet gedurende de werkzaamheden kort worden gehouden, zodat zich geen amfibieën en andere dieren zich in de vegetatie kunnen ophouden. Wanneer er bijvoorbeeld amfibieën opduiken, kan men ze het beste oppakken en naar buiten het werkgebied verplaatsen (in de beplantingen/ruigtes in het projectgebied). Beschermde natuurgebieden Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden zijn uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen nodig. Bij de realisatie van de betreffende bedrijfswoning en bedrijfsruimte zal de aanbeveling met betrekking tot de zorgplicht in acht worden genomen. Strijdigheid met de Wet natuurbescherming is derhalve niet aanwezig. 4.8

Archeologie

Het verdrag van Malta beoogt het cultureel erfgoed in de bodem te beschermen. Eén van de doelstellingen van het Verdrag van Malta is de afstemming van het archeologisch belang met de ruimtelijke ordening. Daarom heeft de wetgever ervoor gekozen om de bescherming van het archeologisch erfgoed in te bedden in de ruimtelijke ordening. Op grond van de Monumentenwet 1988 moeten gemeenten bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met archeologische waarden en verwachtingen (art. 38a). De Provinsje Fryslan heeft in dit kader de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (Famke) ontwikkeld waarbij de archeologische ondergrond in kaart is gebracht. Voor de locatie Gaestmabuorren 5 te Burgum wordt het navolgende advies gegeven:

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 15 -

Periode IJzertijd-Middeleeuwen (advies 2) In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5000m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroegmiddeleeuwse ontginningen. Mochten er, als gevolg van het karterend archeologisch onderzoek, een of meerdere vindplaatsen worden aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats, en de strategie van onderzoek dient te worden bepaald door het desbetreffende onderzoeksbureau. Indien de vindplaats een nieuw aangetroffen terp betreft, geldt het advies: ‘waarderend onderzoek op terpen'. De resultaten van het karterend onderzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden.

Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recente verstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan. De ingreep is veel kleiner dan 5000 m2 zodat nader archeologisch onderzoek naar de periode IJzertijd-Middeleeuwen niet noodzakelijk is. Periode Steentijd-Bronstijd Het projectgebied bevindt zich in twee verschillende onderzoeksgebieden. Voor het deel waar de nieuwbouw is gepland (advies 2) wordt het navolgende geadviseerd: In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de steentijd bevinden, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 2500m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren, waarbij minimaal zes boringen per hectare worden gezet, met een minimum van zes boringen voor gebieden kleiner dan een hectare. De resultaten van een dergelijk karterend booronderzoek kunnen bijvoorbeeld inzicht geven aanwezigheid van dekzandkopjes of -ruggen, waarop zich archeologisch resten kunnen bevinden. Het booronderzoek dient zich vooral te richten op de aanwezigheid van podzol en het microreliëf van het zand onder het veen- of kleidek.

Mochten zich in de gebieden dekzandkoppen of -ruggen bevinden, dan bevelen wij aan een waarderend onderzoek te laten verrichten op de gevonden koppen (zie advies ‘waarderend onderzoek - kopjes'). De resultaten kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. De ingreep is veel kleiner dan 2500 m2 zodat nader archeologisch onderzoek naar de periode Steentijd-Bronstijd niet noodzakelijk is. De twee af te breken loodsen bevinden zich in ander onderzoeksgebied (advies 5). Daaromtrent wordt het navolgende geadviseerd Van deze gebieden wordt vermoed, op basis van eerder onderzoek dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. Voor de meeste kleine ingrepen is hier dan ook geen verder onderzoek noodzakelijk. Diepere sporen en vondsten kunnen evenwel nog intact zijn. Een uitzondering maken wij daarom voor zeer omvangrijke ingrepen van meer dan 2,5 hectare. Voor dergelijke grote ingrepen adviseert de provincie een karterend proefsleuvenonderzoek. Aanbevolen wordt om hiervoor contact op te nemen met de provinciaal archeoloog.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 16 -

De ingreep is veel kleiner dan 2,5 ha. zodat nader onderzoek naar de periode Steentijd-Bronstijd niet noodzakelijk is. Geconcludeerd kan worden dat een nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Overige cultuurhistorische waarden De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Het gebied waarin het projectebied ligt is in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 1997 voorzien van een regeling waarin de kenmerken van het landschap worden beschermd (Agrarisch gebiedwoudenlandschap). Het open karakter van het gebied en de kenmerkende verkavelingsstructuur worden als waardevol beschouwd naast het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden. De ontwikkeling wordt ingepast in de huidige verkavelingsstructuur binnen een reeds toegekende woonbestemming. Voorts worden twee beeldverstorende loodsen verwijderd waarmee ook de cukltuurhistorische waarde is gediend. 4.9

Water

Vanwege het belang van het water in de ruimtelijke ordening, moet bij nieuwe ruimtelijke plannen worden aangegeven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. De verplichting hiertoe vloeit voort uit het bepaalde hieromtrent in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Waterschappen moeten daarom in een vroeg stadium betrokken worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Wetterskip Fryslan is via toezending van de plannen op de hoogte gebracht van het initiatief van de ondernemer. Zoals uit het bijgevoegde digitale watertoets en het mailverkeer daaromtrent blijkt zijn er geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding mede vanwege het feit dat er geen sprake is van toename van verhard oppervlak maar van een forse afname (door afbraak van beide loodsen). 4.10

Landschappelijke inpassing

Nieuwe ingrepen in landelijk gebied worden meestal voorzien van een landschappelijke inpassing. In dit geval vindt de bouw van de nieuwe bedrijfswoning met bedrijfsruimte plaats binnen een bestaande woonbestemming/bestemmingsvlak zonder dat waterlopen en groensingels worden aangetast. Een landschappelijk inpassingsplan kan derhalve hier achterwege blijven. De bestaande groensingels rond het betreffende perceel blijven gehandhaafd waarmee rekening zal worden gehouden bij het ontsluiten van beide percelen. Welstand Op 13 januari 2021 zijn de bouwplannen voorgelegd aan de Welstandszorg Hûs en Hiem. Deze instantie heeft positief geadviseerd (zie bijlage bijgevoegde bijlage). 4.11

Kabels en leidingen

Binnen het plangebied of in de buurt hiervan zijn geen kabels en leidingen aanwezig waar rekening mee gehouden dient te worden .4.12

Conclusie

Op grond van hetgeen in de voorgaande paragrafen over de diverse omgevingsaspecten aan de orde is gekomen, kan worden geconcludeerd dat er geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bouw van een nieuwe bedrijfswoning met bedrijfsruimte op het perceel Gaestmabuorren 5 te Burgum. Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 17 -

5. Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 5.1 Economisch Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente. Financiële haalbaarheid De ontwikkeling heeft betrekking op een particulier initiatief. De uitvoeringskosten worden gedragen door de initiatiefnemer, die hiervoor de financiële middelen heeft. Met initiatiefnemer zal het bevoegd gezag een planschade-overeenkomst sluiten waarmee eventuele planschade-kosten door de gemeente kunnen worden verhaald op initiatiefnemer. Grondexploitatie Het doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiele haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal, waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van een overeenkomst.

In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. In dit bestemmingsplan worden bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn, of de aard of omvang van de kosten gering is (bagatelregeling). Dit laatste is hier het geval. 5.2 Maatschappelijk Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro opgenomen bestemmingsplanprocedure: Het ontwerp-omgevingsvergunningbesluit wordt gedurende zes weken ter inzage aangeboden voor zienswijzen. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen door een ieder. Eventueel ingekomen zienswijzen worden al dan niet verwerkt in het te nemen besluit. Na de ter inzage legging besluit en burgemeester en wethouders over het onderhavige initiatief. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Uiteindelijk is tegen het bestemmingsplan bezwaar en beroep mogelijk.

Ruimtelijke Onderbouwing Burgum Gaestmabuorren 5 bouw bedrijfswoning met bedrijfsruimte – ontwerp- 18 -

Bijlage 1

Principebesluit

Bijlage 2

Onderzoek verkeerslawaai en industrielawaai

www.noormanadvies.nl

Rapport 22110189.R01

Nieuwbouw woning Gaestmabuorren 5 te Burgum - Akoestisch onderzoek -

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

Rapport 22110189.R01

Nieuwbouw woning Gaestmabuorren 5 te Burgum - Akoestisch onderzoek -

Datum:

12 juli 2021

Opdrachtgever:

Spoelstra Omgevingsadviseur Lytse Wei 20 9289 LB Drogeham

Auteur:

Collegiale toets:

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Inhoud 1|

Inleiding

5

2|

Situatie

5

3| 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Beoordelingskader Algemeen Wegverkeer Grenswaarden voor woonfuncties binnen zones langs wegen Cumulatieve bronnen Binnenniveaus Geluidbeleid gemeente Tytsjerksteradiel

6 6 7 8 9 9 9

4| 4.1 4.2 4.3

Wegverkeerslawaai Rekenmethode en rekenmodel Stedenbouwkundige gegevens Wegverkeersgegevens

10 10 10 10

5| 5.1 5.2

Berekeningsresultaten Geluidbelasting per weg Cumulatie

11 11 11

6|

Conclusie

12

22110189.R01

pagina 3 van 12

www.noormanadvies.nl

Figuren 1

Situatie

2

Plattegronden, gevels en doorsneden

3

Overzicht van het rekenmodel en de ligging van de rekenpunten

Bijlagen 1

Gemeentelijk geluidbeleid

2

Invoergegevens objecten

3

Invoergegevens wegen

4

Overzicht verkeersintensiteiten

5

Berekeningsresultaten geluidbelasting Lden wegverkeerslawaai

22110189.R01

pagina 4 van 12

www.noormanadvies.nl

1 | Inleiding In opdracht van Spoelstra Omgevingsadviseur is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting op een nieuw te bouwen woning aan de Gaestmabuorren 5 te Burgum. De op het perceel in de huidige situatie aanwezige loodsen worden hiertoe gesloopt. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van de te doorlopen ruimtelijke procedures. Onderzocht is de te verwachten geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning vanwege het wegverkeer over de N356-Centrale As, de Gaestmabuorren en de Langelaan. De geluidbelasting is getoetst aan de grenswaarden als vastgelegd in de Wet geluidhinder. Aanvullend is beoordeeld of (en zo ja, welke) gevelweringsmaatregelen getroffen dienen te worden om aan het op grond van het Bouwbesluit 2012 toelaatbare binnenniveau te kunnen voldoen.

2 | Situatie De nieuwe woning wordt gebouwd aan de Gaestmabuorren 5 te Burgum. De woning krijgt twee bouwlagen en heeft een hoogte van maximaal 8,55 meter (nokhoogte). Onderdeel van het bouwplan is de realisatie van een bijbehorende loods/schuur. Voor de nokhoogte is, als conservatieve aanname, rekening gehouden met circa 6 m. De woning ligt in een landelijk gebied ten westen van Burgum. In de omgeving zijn woningen en agrarische bedrijven aanwezig. Een overzicht van de huidige situatie is gegeven in afbeelding 1.

22110189.R01

pagina 5 van 12

www.noormanadvies.nl

Afbeelding 1: Overzicht van de huidige situatie

Een nader overzicht van de situatie is gegeven in figuur 1. In de figuren 2.1 t/m 2.7 zijn plattegronddoorsnede- en geveltekeningen van de nieuwbouw gegeven.

3 | Beoordelingskader 3.1 Algemeen De nieuwe woning is een geluidgevoelige bestemming die valt onder de werkingssfeer van de Wet geluidhinder (Wgh). Hoewel de nieuwe woning twee bestaande loodsen vervangt, is in onderliggende situatie geen sprake van ‘vervangende nieuwbouw’. Er is sprake van vervangende nieuwbouw wanneer een nieuwe woning een bestaande woning of ander geluidsgevoelig gebouw vervangt. Dat is hier niet aan de orde, een loods is geen geluidgevoelige bestemming op grond van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege wegverkeer is getoetst aan de grenswaarden als vastgelegd in de Wgh, geldend voor een nieuwe woning langs bestaande wegen in buitenstedelijk gebied.

22110189.R01

pagina 6 van 12

www.noormanadvies.nl

3.2 Wegverkeer Zones langs wegen Conform artikel 74, lid 1, van de Wet geluidhinder (Wgh) bevindt zich aan weerszijden van een weg een geluidzone. Binnen deze zone gelden de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder. De wettelijke breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken van de weg en de aard van de omgeving (binnen- of buitenstedelijk gebied). Een overzicht van de voor deze zone aan te houden breedte is gegeven in tabel 1. Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. Tabel 1: Overzicht geluidzones rondom wegen Aantal rijstroken

Breedte van de geluidzone Buitenstedelijk gebied

Stedelijk gebied

5 of meer

600 meter

350 meter

3 of 4

400 meter

350 meter

1 of 2

250 meter

200 meter

In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van buitenstedelijk en stedelijk gebied. Het onderscheid tussen buitenstedelijk en stedelijk gebied komt globaal gezien neer op het verschil tussen buiten en binnen de bebouwde kom. Voor rijkswegen en autowegen gelden echter altijd de zonebreedtes en randvoorwaarden als vastgelegd voor buitenstedelijk gebied. Er is geen sprake van een zone langs een weg indien: • de weg binnen een als woonerf aangeduid gebied ligt óf • voor de weg een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Situatie nieuwbouw woning De nieuwbouwlocatie ligt buiten de bebouwde kom. In de directe omgeving zijn de volgende wegen aanwezig: • • •

ten westen: de N356-Centrale As; ten noorden: de Gaestmabuorren en ten oosten: de Langelaan.

De N356-Centrale As heeft 4 rijstroken, de maximaal toegestane rijsnelheid op deze weg bedraagt 100 km/uur. De Gaestmabuorren heeft twee rijstroken en de Langelaan heeft één rijsstrook. De maximaal toegestane rijsnelheid op deze beide wegen bedraagt 60 km/uur. Voor de beoordeling van het wegverkeerslawaai vanwege alle genoemde wegen is sprake van ‘buitenstedelijk gebied’ met voor de N356 een geluidzone van 400 meter en voor de Gaestmabuorren en Langelaan een geluidzone van 250 meter. De nieuwbouwlocatie ligt binnen de geluidzones van alle genoemde wegen.

22110189.R01

pagina 7 van 12

www.noormanadvies.nl

3.3 Grenswaarden voor woonfuncties binnen zones langs wegen De grenswaarde voor de geluidbelasting (uitgedrukt als Lden) van woonfuncties binnen zones langs wegen bedraagt 48 dB. In bijzondere gevallen, nader aangegeven in artikel 83 Wgh, is een hogere waarde mogelijk. De maximaal toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe woningen langs bestaande wegen in een buitenstedelijke omgeving is 53 dB. Toetsing De toetsing aan de grenswaarden als vastgelegd in de Wet geluidhinder dient per afzonderlijke weg te worden uitgevoerd. Onderzoeksbepalingen Burgemeester en wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Het vaststellen van een hogere waarde kan alleen als de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg, van de uitwendige scheidingsconstructie van de betrokken nieuwbouw tot 48 dB onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder In artikel 110g van de Wet geluidhinder is bepaald dat op het reken- of meetresultaat een aftrek wordt toegepast in verband met het stiller worden van motorvoertuigen in de toekomst.

De hoogte van deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ en bedraagt: • 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt. • 5 dB voor de overige wegen. • 0 dB bij het bepalen van de geluidwering van de gevels. Voor de volgende twee specifieke situaties geldt tijdelijk nog een aftrek van respectievelijk 3 of 4 dB, in plaats van de hiervoor genoemde 2 dB, waarbij de volgende aftrekwaarde geldt: • 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting zonder aftrek 56 dB bedraagt. • 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting zonder aftrek 57 dB bedraagt. In de toelichting op artikel 3.4 van de hiervoor genoemde regeling wordt de reden voor de te hanteren aftrek door de minister toegelicht. Kort samengevat wordt het verkeer in de toekomst stiller. Dit komt enerzijds door aanscherping van de Europese geluideisen aan voertuigen en banden en anderzijds omdat het aandeel hybride en elektrisch aangedreven auto’s groeit.

22110189.R01

pagina 8 van 12

www.noormanadvies.nl

3.4 Cumulatieve bronnen Volgens de Wet geluidhinder mag een hogere waarde dan de voorkeurswaarde (48 dB voor wegverkeer, 55 dB voor spoorwegverkeer en 50 dB(A) voor industrielawaai) alleen worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting (artikel 110a, lid 6, Wgh). Of er sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting, is ter beoordeling van burgemeester en wethouders. De cumulatie van verschillende soorten geluidbronnen dient plaats te vinden overeenkomstig de rekensystematiek als beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. Bij deze cumulatie mag voor de bijdrage vanwege het wegverkeer geen rekening worden gehouden met de aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder. Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een conform de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein en evenmin binnen de geluidzone van een spoorlijn. In voorliggende situatie moet onder de cumulatieve geluidbelasting dan ook worden verstaan: de geluidbelasting vanwege de verschillende wegen tezamen.

3.5 Binnenniveaus Bij het, op basis van de wet, toestaan van een geluidbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde is een goede geluidwering van de gevels noodzakelijk. De karakteristieke geluidwering (GA,k) van de geluidbelaste gevels van de nieuwe woning dient te voldoen aan de in afdeling 3.1 van het Bouwbesluit gestelde eis: • GA,k ≥ (geluidbelasting) – 33 dB voor verblijfsgebieden en • GA,k ≥ (geluidbelasting) – 35 dB voor verblijfsruimten, met een minimum van 20 dB [= minimumeis standaard gevels].

3.6 Geluidbeleid gemeente Tytsjerksteradiel De gemeente Tytsjerksteradiel heeft met betrekking tot het verlenen van een mogelijke hogere waarde gemeentelijk beleid vastgesteld. Het beleid is vastgelegd in de ‘Beleidsregel vaststelling hogere waarde gemeente Tytsjerksteradiel’ van 6 maart 2007. De beleidsregel met bijbehorende toelichting is integraal toegevoegd als bijlage 1. Voor de nieuwe woonbestemming geldt dat wordt voldaan aan het criterium als aangegeven in artikel 1 onder D “De woningen worden gesitueerd ter vervanging van bestaande bebouwing”. Uit de toelichting volgt dat in dit verband ook gedacht kan worden aan een wijziging in het gebruik of de bestemming.

22110189.R01

pagina 9 van 12

www.noormanadvies.nl

4 | Wegverkeerslawaai 4.1 Rekenmethode en rekenmodel De modellering en berekening van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de nieuw te bouwen woning is uitgevoerd volgens de Standaard Rekenmethode II als beschreven in bijlage III (wegverkeer) van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. Bij de uitwerking is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu V2020.2. Wegen, waterdelen en terreinverhardingen zijn ingevoerd als akoestisch reflecterende bodemgebieden met een bodemfactor B = 0,0. Het niet gedefinieerde bodemgebied is ingevoerd als akoestisch absorberend (B = 1,0). Bodemgebieden met een bodemfactor B = 0,5 (50% absorberend) zijn ingevoerd rondom de nieuwe woning. Voor de beoordelingshoogte is per bouwlaag uitgegaan van de vloerhoogte vermeerderd met 1,5 m. De aangehouden beoordelingshoogte (ho) ten opzichte van de omliggende maaiveldniveau bedraagt: • begane grond, • eerste verdieping,

ho = 1,5 m; ho = 4,5 m.

De ingevoerde gebouwen, bodemgebieden en rekenpunten zijn opgenomen in bijlage 2. Een overzicht van de ingevoerde wegen is opgenomen in bijlage 3. Een grafische weergave van het rekenmodel en de ligging van de rekenpunten is gegeven in de figuren 3.1 en 3.2.

4.2 Stedenbouwkundige gegevens Voor het uitvoeren van het onderzoek is gebruik gemaakt van ontwerptekeningen van de nieuwbouw als beschikbaar gesteld door de opdrachtgever. De hoogte van de omliggende bebouwing en overige stedenbouwkundige gegevens zijn ontleend aan online bronnen, waaronder Google Earth (Street View), de actuele topografische kaart en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

4.3 Wegverkeersgegevens De verkeersintensiteiten van de N356-Centrale As zijn ontleend aan het digitale ‘Dashboard wegverkeer, Intensiteit op provinciale wegen in Fryslân’. De vermelde gegevens zijn gebaseerd op verkeerstellingen. Voor dit akoestisch onderzoek is uitgegaan van weekdaggemiddelden voor het jaar 2019 bij telpunt 101615. De tellingen uit de meest recente jaren 2020 en 2021 zijn namelijk niet representatief vanwege de lockdown in heel Nederland door het Coronavirus. Voor het bepalen van de intensiteiten voor het prognosejaar 2032 is, op aangeven van de provincie Fryslân (mailbericht van 23

22110189.R01

pagina 10 van 12

www.noormanadvies.nl

juni 2021), rekening gehouden met een autonome verkeersgroei van 1,14% per jaar. De wegverharding van de N356-Centrale As is een dunne deklaag B (opgave provincie) en de snelheid bedraagt 100 km/uur. De verkeersgegevens van de Gaestmabuorren en de Langelaan zijn aangeleverd door de gemeente Tytsjerksteradiel (mailbericht van 18 juni 2021). De gegevens zijn gebaseerd op verkeersmetingen uitgevoerd in 2018 en 2019. Voor de te verwachten intensiteiten in het prognosejaar 2032 zijn de weekdaggemiddelden van 2018 en 2019 opgehoogd met een door de gemeente aangegeven autonome verkeersgroei van 0,5% per jaar. Op aangeven van de gemeente zijn de standaard uurintensiteiten en voertuigverdelingen voor buitenstedelijke lokale wegen aangehouden. De wegverharding van beide wegen bestaat conform opgave van de gemeente uit dicht asfaltbeton (= referentiewegdek) en de snelheid bedraagt 60 km/uur. Een overzicht van de verkeersintensiteiten en verdelingen zijn gegeven in bijlage 4.1 t/m 4.2. De in het rekenmodel ingevoerde wegen met de aangehouden verkeersintensiteiten, verkeersverdeling en wegdektypes zijn gegeven in bijlage 3.

5 | Berekeningsresultaten 5.1 Geluidbelasting per weg In bijlage 5.1 t/m 5.3 is per weg een overzicht gegeven van de berekende geluidbelasting inclusief 2 dB aftrek voor de N356-Centrale As en 5 dB aftrek voor de Gaestmabuorren en Langelaan (aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh). Uit de resultaten volgt dat, voor alle afzonderlijke wegen geldt dat ter plaatse van de nieuw te realiseren woning de voorkeurswaarde Lden ≤ 48 dB op geen enkel rekenpunt wordt overschreden. Een maatregelonderzoek en/of het doorlopen van een hogere waarde procedure is niet noodzakelijk.

5.2 Cumulatie Als aangegeven in hoofdstuk 2 van bijlage 1 van het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’ worden in de cumulatieberekening uitsluitend die bronnen betrokken waarvoor geldt dat er sprake is van een relevante blootstelling (geluidbelasting > voorkeursgrenswaarde). Er zijn geen andere bronsoorten (industrie- of railverkeerlawaai) met een relevante geluidbelasting. Dit geldt ook voor de onderzochte wegen. Alle wegen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In voorliggende situatie is het daarom niet nodig om de cumulatieve geluidbelasting vanwege het wegverkeer te bepalen. Hoewel dit formeel niet nodig is, is voor de betreffende wegen de cumulatieve geluidbelasting exclusief correctie op grond van artikel 110g Wgh, wel in beeld gebracht. In bijlage 5.4 is een overzicht gegeven van de resultaten.

22110189.R01

pagina 11 van 12

www.noormanadvies.nl

De cumulatieve geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de drie betreffende wegen bedraagt ten hoogste Lden = 53 dB. De akoestische kwaliteit van de woonomgeving is daarmee als acceptabel en passend voor de woonomgeving te beoordelen. Voor nieuwbouwwoningen geldt dat de te verwachten gevelgeluidwering ten minste 20 dB bedraagt en gebruikelijk hoger is (tussen 23 en 27). Aan de op grond van het Bouwbesluit 2012 toelaatbare binnenwaarde van ten hoogste Lden = 33 dB kan zonder meer worden voldaan.

6 | Conclusie De geluidbelasting vanwege de individuele wegen N356-Centrale As, Gaestmabuorren en Langelaan is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de nieuwbouw hoeft geen hogere waarden procedure te worden doorlopen. De berekende cumulatieve geluidbelasting bedraagt ten hoogste Lden = 53 dB. De akoestische kwaliteit van de woonomgeving is daarmee als acceptabel en passend voor de woonomgeving te beoordelen. Rekening houdend met een minimale gevelgeluidwering van 20 dB, kan (zonder verdere aanvullende geluidwerende maatregelen) aan de op grond van het Bouwbesluit 2012 toelaatbare binnenwaarde van ten hoogste Lden = 33 dB worden voldaan.

Noorman Bouw- en milieu-advies

22110189.R01

pagina 12 van 12

www.noormanadvies.nl

Figuren

˙˝ )LJXXU

˙˝ )LJXXU

˙˝ )LJXXU

˙˝ )LJXXU

˙˝ )LJXXU

˙˝ )LJXXU˘

˙˝ )LJXXUˇ

22110189 Figuur 3.1 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen GPS punten

579200

0m

100 m schaal = 1 : 2948

N3 al ntr -Ce 56

579000

s eA

01a 01b 03 02 04

Ga est m

abu orr e

n

578800

g Lan n elaa

578600

193800 194000 194200 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Gaestmabuorren 5 - R01 Gaestmabuorren Burgum, juli 2021] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies

Overzicht van het rekenmodel

22110189 Figuur 3.2 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Schermen GPS punten

0m

10 m schaal = 1 : 342

578880

01a 01b

03

02

04

578840

193960 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Gaestmabuorren 5 - R01 Gaestmabuorren Burgum, juli 2021] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies

Overzicht ligging van de rekenpunten

www.noormanadvies.nl

Bijlagen

%HOHLGVUHJHOYDVWVWHOOLQJKRJHUHZDDUGHJHPHHQWH7\WVMHUNVWHUDGLHO

0HWGHLQZHUNLQJWUHGLQJYDQGHKHU]LHQH:HWJHOXLGKLQGHUSHU MDQXDULˆRQWVWDDW KHWFROOHJHYDQ%XUJHPHHVWHUHQ:HWKRXGHUVRSJURQGYDQDUWLNHODYDQGHJHQRHP ZHW GH PRJHOLMNKHLG RP RS YHU]RHN RI XLW HLJHQ LQLWLDWLHI KRJHUH ZDDUGHQ YDVW W LQGLHQ KHW YDVWKRXGHQ DDQ GH YRRUNHXUVJUHQVZDDUGHQ WRW NQHOSXQWHQ ]RX O RQGHUVWHXQLQJELMKHWXLWRHIHQHQYDQGH]HEHYRHJGKHLGKHHIWKHWFROOHJHGHFULW KRQRUHUHQYDQHHQGHUJHOLMNYHU]RHNYDVWJHOHJGLQGH]HEHOHLGVUHJHO

%LM GH YDVWVWHOOLQJ YDQ HHQ KRJHUH ZDDUGH ZRUGHQ GH UHJHOV JHYROJG ]RDOV GH QHHUJHOHJGLQKRRIGVWXN˘YDQKHW%HVOXLWJHOXLGKLQGHU

'HRQGHUVWDDQGHFULWHULDVOXLWHQJURWHQGHHOVDDQELMGHFULWHULDYDQKHWLQˇJH QX LQJHWURNNHQ %HVOXLW JUHQVZDDUGHQ ELQQHQ ]RQHV ODQJV ZHJHQ %HVOXLW JUHQ ELQQHQ]RQHVURQGLQGXVWULHWHUUHLQHQHQ%HVOXLWJHOXLGKLQGHUVSRRUZHJHQ

$UWLNHO˛µ&ULWHULDSURFHGXUHKRJHUHZDDUGH¶ +HW FROOHJH NDQ JHEUXLN PDNHQ YDQ KDDU EHYRHJGKHLG DOV YROGDDQ ZRUGW DDQ ppQ Y YROJHQGHFULWHULD˛

$ 'HZRQLQJHQEXLWHQGHEHERXZGHNRPZRUGHQYHUVSUHLGJHVLWXHHUG˚ % 'H ZRQLQJHQ ]LMQ WHU SODDWVH QRRG]DNHOLMN RP UHGHQHQ YDQ JURQG EHGULMIVJHERQGHQKHLG˚ & 'HZRQLQJHQYXOOHQHHQRSHQSODDWVWXVVHQGHDDQZH]LJHEHERXZLQJRS˚ ' 'HZRQLQJHQZRUGHQJHVLWXHHUGWHUYHUYDQJLQJYDQEHVWDDQGHEHERXZLQJ˚ ( 'HZRQLQJHQ]LMQLQHHQGRUSVRIVWDGVYHUQLHXZLQJVSODQRSJHQRPHQ˚ ) 'H ZRQLQJHQ YHUYXOOHQ GRRU GH JHNR]HQ VLWXHULQJ RI ERXZYRUP HHQ GRHOPDWL DNRHVWLVFKH DIVFKHUPHQGH IXQFWLH YRRU DQGHUH ZRQLQJHQ LQ DDQWDO WHQPLQVW YDQ KHW DDQWDO ZRQLQJHQ ZDDUDDQ GH DIVFKHUPHQGH IXQFWLH ZRUGW WRHJHNHQG DQGHUH JHOXLGVJHYRHOLJH JHERXZHQ RI JHOXLGVJHYRHOLJH WHUUHLQHQ JHGHILQLHHU YDQGHKHU]LHQH:HWJHOXLGKLQGHU˚ * (U LV VSUDNH YDQ HHQ QRJ QLHW JHSURMHFWHHUGH RI WH UHFRQVWUXHUHQ VSRRUZHJ GLH QRRG]DNHOLMNHYHUNHHUVHQYHUYRHUVIXQFWLH]DOYHUYXOOHQ˚ + (U LV VSUDNH YDQ HHQ QRJ QLHW JHSURMHFWHHUGH ZHJ RI WH UHFRQVWUXHUHQ ZHJ GLH ]RGDQLJHYHUNHHUVYHU]DPHOIXQFWLH]DOYHUYXOOHQGDWGHDDQOHJYDQGLHZHJ]DOO DDQPHUNHOLMNODJHUHJHOXLGVEHODVWLQJHQYDQZRQLQJHQ˚ , +HW UHIHUHQWLHQLYHDX WHU SODDWVH YDQ GH XLWZHQGLJH VFKHLGLQJVFRQVWUXF ZRQLQJHQ ZDDUYRRU GH KRJHUH ZDDUGH LV YHU]RFKW LV KRJHU GDQ RI LV JHOLMN DDQ HTXLYDOHQWHJHOXLGVQLYHDXYDQZHJHKHWEHWURNNHQLQGXVWULHWHUUHLQ˚ - 'H OLJJLQJ YDQ GH JHOXLGVEURQQHQ RS KHW EHWURNNHQ LQGXVWULHWHUUHLQ LV ]RGDQ JHOXLGVEHODVWLQJ YDQZHJH GLW LQGXVWULHWHUUHLQ HQ YDQZHJH DQGHUH JHOXLGV

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=eb4dfddf-187f-4562-80e1-91ba340488f0