Bijlage 1 - Gedragscode voor raads- en burgerleden Tytsjerksteradiel 2024
Tekst van het document
Gedragscode voor raads- en burgerleden 2024 INLEIDING
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers in acht moeten nemen bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient iedereen zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.
Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen.
De raad stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Deze gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: raadsleden -en burgerleden. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities, bevoegdheden en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies.
Het voorschrijven van een gedragsregel die afwijkt of verder gaat dan een dwingendrechtelijke wettelijke regeling is niet mogelijk. Nemen provincies, gemeenten of waterschappen onwettelijke constructies op in de gedragscode dan kunnen die gemakkelijk weer zelf aanleiding zijn voor integriteitsproblemen.
Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een provinciale, gemeentelijke- of waterschapverordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’.
Politieke ambtsdragers hebben vanzelfsprekend een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een volksvertegenwoordiger gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé.
Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie.
Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van
‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.
1. Algemene bepalingen 1.1. De gedragsregels zijn van toepassing op de raads- en burgerleden, tenzij anders aangegeven. 1.2. In gevallen waarin de gedragsregels niet voorzien of waarbij de toepassing niet duidelijk is, wordt dit besproken in het Presidium. Het Presidium bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. In geval van leemtes voorziet de gemeenteraad. 1.3. De gedragscode en de gedragsregels zijn openbaar en gemakkelijk toegankelijk. 1.4. Bij aanvang van hun termijn ontvangen raadsleden een exemplaar van de gedragscode en de gedragsregels. 1.5. Raadsleden zijn aanspreekbaar op en verantwoordelijk voor de naleving van de gedragscode.
2. Voorkomen van belangenverstrengeling 2.1. Raadsleden dienen een opgave te doen van hun openbare betrekkingen en nevenfuncties, inclusief informatie over de bezoldiging. Nevenfuncties dienen ook elektronisch openbaar te zijn. De griffier beheert dit overzicht. 2.2. Raadsleden vermijden (de schijn van) bevoordeling in gevallen van publiekprivate samenwerkingen die eerlijke concurrentie kunnen beïnvloeden. 2.3. Bij belangenconflicten geeft een raadslid aan in hoeverre het onderwerp persoonlijk relevant is bij besluitvorming. Als het gaat om onthouden van deelname aan de beraadslaging en de stemming is artikel 37a Reglement van Orde gemeenteraad Tytsjerksteradiel 2024 van toepassing. 2.4. Raadsleden onthouden zich van besluitvorming over opdrachten waarbij zij persoonlijke relaties hebben met aanbieders van diensten of goederen. 2.5. Raadsleden aanvaarden geen geschenken, faciliteiten of diensten van een aanbieder van diensten aan de gemeente aan die hun onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden. 2.6. Nevenfuncties die een risico vormen voor de integriteit van het raadslidmaatschap worden niet vervuld. 2.7. Inkomsten uit nevenfuncties op grond van het raadslidmaatschap komen ten goede aan de gemeentekas, tenzij wettelijk anders bepaald.
3. Informatie 3.1. Raadsleden handelen zorgvuldig en correct met vertrouwelijke informatie en zorgen voor veilige opslag van dergelijke documenten.
3.2. Een raadslid houdt geen informatie achter die nodig is om een compleet beeld van de zaak te krijgen. 3.3. Een raadslid verstrekt of deelt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is 3.4. Raadsleden maken geen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie voor persoonlijk gewin. 3.5. Een raadslid gaat verantwoordelijk om met gemeentelijke e-mail-, interneten sociale mediafaciliteiten. 3.6. Raadsleden behandelen aan hen verstrekte accountgegevens vertrouwelijk.
4. Geschenken, diensten en uitnodigingen 4.1. Raadsleden aanvaarden geen geschenken, faciliteiten of diensten die hun onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden. In onderhandelingssituaties weigert hij/zij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen. 4.2. Incidentele geschenken met een waarde tot € 50 mogen worden behouden, maar worden vanaf € 25 gemeld bij de griffier. 4.3. Geschenken met een waarde boven € 50 worden geregistreerd en worden eigendom van de gemeente, waarvoor een passende bestemming wordt gezocht. 4.4. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Als dat toch gebeurt, meldt een raadslid dit bij de griffier, die ervoor zorgt dat erdoor of namens de raad een besluit over het al of niet terugsturen van het geschenk of de gift wordt genomen. 4.5. Kortingen, anders dan die collectief bepaald zijn, op privé goederen en andere gunsten in verband met de functie van raadslid worden niet geaccepteerd. 4.6. Uitnodigingen voor activiteiten (reizen, bijeenkomsten, evenementen, diners en vergelijkbare activiteiten) gerelateerd aan de functie worden gemeld via de griffier aan het presidium. 4.7. Deelname aan excursies en evenementen gerelateerd aan de functie van raadslid, voor rekening van anderen dan de gemeente, maakt het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden.
Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. 4.8. Een raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen gerelateerd aan de functie van raadslid op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
5. Gebruik van voorzieningen 5.1. Burgemeester en wethouders richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop
functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 5.2. Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures. 5.3. Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 5.4. Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan. Beperkt privégebruik van faciliteiten als internet, e-mail en/of telefoon is in redelijkheid toegestaan. Ook kunnen er in het kader van de rechtspositieregelingen en de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Tytsjerksteradiel 2019 faciliteiten beschikbaar worden gesteld die mee voor privédoeleinden kunnen worden gebruikt. 6. Uitvoering gedragscode 6.1. Het Presidium maakt op voorstel van de burgemeester afspraken over de periodieke bespreking van de volgende onderwerpen: a. Integriteit en de gedragscode, b. De aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit, c. De processtappen ingeval van een vermoeden van integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. 6.2 In het geval een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van een gecertificeerd onderzoeksbureau.
Toelichting gedragscode
1. Algemene bepalingen Wettelijk kader De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden (artikel 15, derde lid Gemeentewet). Aangezien de raad van Tytsjerksteradiel wordt ondersteund door burgerleden wordt de gedragscode ook op hen van toepassing verklaard. 2. Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in handen van de voorzitter de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen: · Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de beraadslaging en de stemming over - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet) · Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Incompatibiliteiten en nevenfuncties: · Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen waar het gemeente(bestuur) partij is niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikel 15, eerste en tweede lid Gemeentewet).
Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet) · Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet) · Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet). Toelichting Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties
openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. 3. Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 Gemeentewet) Geheimhouding - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). - Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in Wet open overheid, geheimhouding opleggen.
- Ook de gemeenteraad, dan wel een commissie kan geheimhouding opleggen.. - Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht) Toelichting Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USBsticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
4. Geschenken, diensten en uitnodigingen Wettelijk kader De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling. Toelichting In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine
geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Deelname aan excursies, evenementen en buitenlandse reizen op kosten van de partij (en niet de gemeente) mag, en valt niet onder dit artikel.
5. Gebruik van voorzieningen: Wettelijk kader Procedure van declaratie Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. Buitenlandse excursie of reis voor raadsleden De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. Toelichting: Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c.
het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden.
6. Uitvoering gedragscode Toelichting De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/ aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden. De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan.
Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hierin relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt.