CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen VVD, CDA en PvdA-GL - Programmabegroting 2026-2029

RAAD IEPEN POADIUM (RAADZAAL) 30 oktober 2025, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Programmabegroting 2026-2029 (ynhâldlik)4.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4. Programmabegroting 2026-2029 Vragen VVD: Vraag 1. Kan het bedrag voor het Algemeen voorbereidingskrediet woningbouw (pagina 19) met een jaarbedrag van EUR 250.000 uit de begroting worden gehaald? Kan dit bedrag als incidenteel worden aangemerkt, zodat de projectmatige taak via de reserve wordt gedekt? Antwoord 1: Het algemeen voorbereidingskrediet voor de jaren 2026- 2029 is al als incidenteel aangemerkt en wordt al ten laste van de Algemene reserve gebracht. Dit is ook zo vermeld op bladzijde 19 en is ook terug te vinden in het overzicht van bestedingen ten last van de Algemene Reserve op bladzijde 142. Daarnaast is dit bij het vaststellen van de Nota Grondbeleid op 6 oktober 2025 ook zo besloten. Vraag 2: Kan de Subsidie Mienskiphus Eastermar (pagina 19) met een jaar bedrag van EUR 29.000 voor 2026 en EUR 22.000 voor 2027 uit de begroting worden gehaald. Kan dit bedrag als incidenteel worden aangemerkt, zodat deze subsidie uit de reserve worden gehaald? Antwoord 2: De subsidie voor het Mienskipshûs in Eastermar is al als incidenteel aangemerkt voor 2026 en 2027. In 2026 wordt de subsidie gedekt uit de vrije ruimte binnen de FriZa middelen en voor 2027 gedekt ten laste van de Algemene Reserve. Dit is ook zo vermeld op bladzijde 19 en is ook terug te vinden in het overzicht van bestedingen ten last van de Algemene Reserve op bladzijde 142.

Vraag 3: Kan de Projectcapaciteit woningbouw (pagina 20) met een jaarbedrag van EUR 438.000 per jaar uit de begroting worden gehaald. Kan dit bedrag tijdelijk worden gedekt uit de reserve woningbouwversnelling? Antwoord 3: De projectcapaciteit voor grondzaken en woningbouw betreft een structurele uitgave/last aan personeelskosten en kan om die reden niet tijdelijk worden gedekt uit een reserve.

Vraag 4: Kunnen de kosten voor het Groenbeleidsplan (pagina 20) met een bedrag van EUR 445.000 per jaar uit de begroting worden gehaald? Het is immers een tijdelijke impuls voor de uitvoering van een nieuw beleidsplan. Kunnen deze kosten uit de reserve worden gedekt? Antwoord 4: De in de begroting 2026-2029 opgevoerde kosten voor het Groenbeleidsplan betreffen structurele kosten om het huidige ambitieniveau voor groen te kunnen behouden en te kunnen betalen en is zeker geen tijdelijke impuls. Om die reden kunnen deze kosten dan ook niet uit de algemene reserve worden gedekt. Een verdere inhoudelijke toelichting is in de begroting terug te vinden op pagina 28, 67 en 70. Vraag 5: Kunnen de kosten voor het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (pagina 20) voor het bedrag van EUR 10.000-350.000 uit de begroting worden gehaald? Het gaat om een investeringsvoorbereiding. Het zijn geen structurele exploitatiekosten. Kan dit bedrag worden betaald uit de algemene reserve? Antwoord 5: De oplopende post van € 10.000 naar € 350.000 in de begroting 2026 voor onderwijshuisvesting betreft de kapitaallasten van de verwachte toekomstige investeringen. Dit zijn structurele lasten en kunnen om die reden niet betaald worden uit de algemene reserve.

Vragen CDA: Vraag 1: Wat zijn de wijzigingen die worden doorgevoerd in de algemene subsidieverordening (pg. 70)? Antwoord 1: In deze vraag zit een inhoudelijk en een financieel aspect. Inhoudelijk De wijzigingen in de algemene subsidieverordening zijn vastgesteld door uw raad tijdens de raadsvergadering van 9 oktober jl. De wijzigingen zien met name op artikel 15 en artikel 16. In artikel 15 wordt de aanhef en het eerste lid als volgt gewijzigd: Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 125.000 (was tussen € 5.000 en € 50.000). In artikel 16 wordt de aanhef en het eerste lid als volgt gewijzigd: Artikel 16. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 125.000 (was meer dan € 50.000). Financieel In de begroting staat op pagina 70 de volgende tekst: Subsidies cultuur en fries Er worden wijzigingen doorgevoerd in de algemene subsidieverordening, dit leidt tot hogere subsidiebedragen en dus tot een nadeel van € 45.000. Deze tekst is niet juist. Er is zeker sprake van hogere subsidiebedragen in 2026 ten opzichte van 2025. Maar dit komt niet door de wijzigingen in de subsidieverordening. Deze wijzigingen gingen vooral over vermindering van regeldruk en niet over de hoogte van de subsidies.

Het hogere bedrag aan subsidies in de begroting 2026 ten opzichte van 2025 wat tot een nadeel van € 45.000 leidt wordt veroorzaakt door de reguliere indexatie van 2,6 % conform gemeentefonds in die gevallen waar dit van toepassing. Deze meerkosten zijn in eerste instantie gedekt uit de stelpost lonen en prijzen. Binnen het programma leidt dit echter wel tot een verschil tussen 2026 en 2025.

Vraag 2: Is hier ook een verband met het oordeel van de afdeling bestuursrechtspraak dat begrotingssubsidies onder de regels van verdeling van schaarse publieke middelen vallen en er mededingingsruimte moet worden geboden (pg. 206)? Antwoord 2: De wijziging van de Algemene subsidieverordening staat los van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De wijziging komt voort uit een (ingetrokken) motie van november 2024 van de fracties van het CDA en de FNP. Daarin is de wens uitgesproken om artikel 16 te wijzigen (eindverantwoording ophogen van € 50.000 naar € 125.000) om zodoende tot een regeldrukvermindering te komen (e.e.a. is uitgewerkt in het raadsvoorstel ten behoeve van het wijzigingsvoorstel). Vraag 3: Op blz 15 Actualisering huurinkomsten Schoolstraat 90 Burgum lezen we dat de overeenkomsten aangepast worden naar een kostprijsdekkende huur, de huurprijs voor de Wâldsang hierdoor omhoog gaat, maar de huurinkomsten voor de gemeente met € 14.000 naar beneden. En dat de Wâldsang hierdoor een hogere subsidie krijgt van € 23.000. Kunt u dat uitleggen? Antwoord 3: Lagere huur Het gebouw Schoolstraat 90 (De Muziekschool) heeft al jarenlang twee vaste gebruikers/huurders. De Wâldsang en Stichting Alliade.

Tot en met 2024 betaalde De Wâldsang helemaal geen huur en/of bijkomende vergoeding en Alliade betaalde een huur die was gebaseerd op de kapitaallasten voor een, ten behoeve voor hen, uitgevoerde verbouwing. Eind 2024/begin 2025 is de kostprijsdekkende en marktconforme huur berekend. Voor Alliade betekende dit, omdat de uitgangspunten om te komen tot een huur bedrag wezenlijk anders waren dan eerder, een substantieel lagere huur. Voor de Wâldsang is op basis van dezelfde uitgangspunten een huurbedrag vastgesteld. Het totaal van die beide huurbedragen is lager dan wat in de begroting als inkomst stond. Dat is de verklaring voor de € 14.000 minder huuropbrengst. Effect van vaststelling huur voor Wâldsang Complicerende factor is dat de Wâldsang grotendeels door de gemeente wordt gesubsidieerd en (waarschijnlijk) geen ruimte in de begroting heeft voor de nieuwe

vastgestelde huur en daar volgt min of meer dan automatisch uit voort dat de subsidie aan de Wâldsang moet worden verhoogd met hetzelfde bedrag als de huur. Dat is de verklaring voor de extra subsidie voor de Wâldsang van € 23.000. Vraag 4: Op blz 17 en 18 Ontwikkeling stelpost lonen, prijzen en areaalaccres wordt nav van motie M-7-1 de stelpost voor deze ontwikkeling teruggebracht van € 2.800.000 naar € 2.300.000. Tegelijkertijd wordt het verwachte mogelijke tekort op deze stelpost van rond de € 1M voor de komende jaren in de begroting opgenomen. Dat lijkt op vestzak-broekzak en gaat geheel voorbij aan de intentie achter het terugbrengen van de stelpost. We gaan op deze manier opnieuw de begroting in het voren belasten met een ontwikkeling waarvan we weten dat we in de meicirculaire weer door de Rijksoverheid gecompenseerd worden. Zie ook de vrijval op de stelpost van € 2.029.000 in 2024. Geld wat dan weer naar de AR gaat, maar eerst de structurele begroting heeft belast. Kunt u deze werkwijze uitleggen? Antwoord 4: Deze vraag bestaat eigenlijk uit een integratie van drie vragen, die we in het antwoord afzonderlijk beantwoorden. Meicirculaire Volgens de huidige systematiek van het gemeentefonds worden we voor loon, prijs en areaalontwikkelingen voor de begroting in wording voortaan bij de meicirculaire gecompenseerd.

Dit betekent dat we bij de meicirculaire 2025 voor de loon, prijs en accres ontwikkelingen van de begroting 2026 zijn gecompenseerd. Bij de meicirculaire van 2026 krijgen we geen extra compensatie voor 2026, hooguit een kleine correctie. In deze circulaire zullen de LPA voor 2027 worden meegenomen. Geactualiseerde begroting en stelpost lonen en prijzen Bij de Kadernota 2026-2029 was het voorstel van het college om uit te gaan van een stelpost van € 2.800.000 op basis van een inschatting van de benodigde loon, prijs en areaalontwikkelingen voor de begroting 2026. Op basis van de motie M-7-1 is de stelpost teruggebracht tot € 2.300.000. Bij de actualisering van de begroting 2026 bleek voor 2026 een bedrag van € 3.257.000 nodig te zijn voor de LPA. Dit is verwerkt op de posten waar dat nodig is. In de begroting 2026-2029 is dus geen sprake van een stelpost voor LPA. De eerder bij de Kadernota+motie gereserveerde middelen (2,3 miljoen) zijn hiervoor als dekking gebruikt en de resterende benodigde LPA middelen (ongeveer 1 miljoen) zijn ten laste van het resultaat gebracht. Dus geen vestzak-broekzak, geen stelpost en geen belasting van de begroting waarvoor we bij meicirculaire 2026 gecompenseerd worden.

Vrijval stelpost 2024 De vrijval op de stelpost van € 2.029.000 in 2024 is uiteindelijk via de begrotingswijzigingen van december van dat jaar geregeld. Het jaar 2024 was het eerste jaar van de nieuwe financieringssystematiek van het Rijk. Omdat onder meer de CAO voor dat jaar nog niet rond was, hebben we de plus in de circulaires voor de LPA gedurende het jaar gereserveerd en gebruikt voor LPA ontwikkelingen. Wat we niet nodig hadden is uiteindelijk bij de begrotingswijzigingen van december gestort in de Algemene Reserve. Voor zowel de begroting 2025 en de begroting 2026 kennen we geen stelpost voor LPA. Uiteraard wordt in het voortraject van de begroting wel op die manier gewerkt. De middelen uit de meicirculaire voor LPA worden eerste gereserveerd en bij noodzakelijke aanpassingen van de begroting wordt beoordeeld of het hier om LPA-ontwikkelingen gaat (dekking stelpost) of dat het om een begrotingssaldo mutatie gaat. Vraag 5: Blz 21 Regeling Dorpenbudget aanpassen naar pilot. Hierin wordt, zoals door de raad besloten, aangehaald dat de pilot loopt tot 1-1-2028 en dit tot die datum een structureel voordeel oplevert. De gepubliceerde regeling op de gemeentesite geeft echter aan dat de regeling per 1-1-2017 eindigt. En ook op blz. 69 van deze begroting wordt uitgegaan van 11-2017.

Is dit een bewuste wijziging in de wens van de raad of is het een verschrijving? Antwoord 5: Inhoudelijk De vermelding van 1 januari 2027 in de gepubliceerde regeling is bewust gekozen en geen verschrijving. De keuze voor deze einddatum hangt samen met de beleidsontwikkeling rondom de nieuwe Subsidieregeling Samenleving, die wij in 2026 willen opstellen. Het Dorpenbudget wordt in die nieuwe regeling opgenomen, zodat we alle initiatieven op het gebied van leefbaarheid, ontmoeting, cultuur en mienskip in één regeling kunnen onderbrengen. De pilotperiode van het Dorpenbudget loopt daarom tot 1 januari 2027. In 2026 kan de raad, in samenhang met de ontwikkeling van de nieuwe Subsidieregeling Samenleving, bezien of en op welke wijze het Dorpenbudget structureel wordt voortgezet, en voor welk bedrag.

Vraag 6: Blz 29 Participatiewet in balans. De Participatiewet wordt de komende jaren herzien. Op 1-1-2026 gaan 23 wetswijzigingen in. De extra middelen hiervoor komen pas vrij vanuit de meicirculaire 2026. Is het nu al toegezegde budget voldoende om de wijzigingen per 1-12026 uit te kunnen voeren? Of moeten we als gemeente eerst onze begroting weer belasten met een voorschot tot de rijksmiddelen vrij komen? En zo ja, gaan we dat in het kader van “Geen knaken, geen taken” dan wel of niet doen? Als we dat niet doen, ondervinden onze inwoners daar dan hinder van? Antwoord 6: Inhoudelijk Op 30 september 2025 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Participatiewet in Balans aangenomen. De Participatiewet in Balans is geen officiële nieuwe wet, maar een naam voor de beleidswijzigingen die worden doorgevoerd om de Participatiewet te verbeteren. Daarbij is er sprake van drie sporen, namelijk: Spoor 1 Ruim 20 wetswijzigingen op korte termijn ingevoerd in drie fases: • De wijzigingen in fase 1: gaan in per 1 januari 2026. • De wijzigingen in fase 2: gedoogperiode om een aantal wetswijzigingen alvast te implementeren die op 1 januari 2027 moeten ingaan. • De wijzigingen in fase 3: gaan in op 1 januari 2027. Spoor 2 Fundamentele herziening Participatiewet op de lange termijn die moet bijdragen aan vertrouwen, eenvoud en de menselijke maat.

Spoor 3 Cultuuromslag die nodig is om bij de uitvoering van de Participatiewet meer uit te gaan van vertrouwen en de menselijke maat Iepen Poadium 20 november In het Iepen Poadium van 20 november geven wij een presentatie over de Participatiewet in Balans. De raad heeft dan de gelegenheid om inhoudelijke vragen te stellen. Financieel Bij het opstellen van de begrotingsteksten was nog niet bekend dat het Rijk al in de septembercirculaire 2025 middelen beschikbaar zou stellen voor de implementatie van de Participatiewet in Balans.

Het Rijk stelt macro € 55,5 miljoen beschikbaar in de periode 2025 tot en met 2030. Via de septembercirculaire hebben wij € 59.000 ontvangen voor 2025. Wij verwachten hetzelfde bedrag te ontvangen in 2026 tot en met 2030. Wij schatten in dat deze middelen toereikend zijn voor de implementatie/bekostiging van de drie sporen (zie hierboven bij inhoud). Net als voorgaande jaren zullen we begin volgend jaar de Raad een voorstel doen omtrent de uitkomsten van de decembercirculaire (2025). Hier nemen we dan eveneens de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 voor de begroting 2026 mee. Vraag 7: Blz 32 Organisatieontwikkeling. We lezen hierin niets terug over een Strategisch Personeels Plan, wel een ontwikkelagenda. Hoe verhouden deze zich tot elkaar? Antwoord 7: In september 2024 en maart 2025 hebben we tijdens twee informele bijeenkomsten met uw Raad beknopt toegelicht hoe onze ontwikkelagenda is opgebouwd. Hierin staan verschillende thema’s en concrete activiteiten waarmee we aan de slag zijn en gaan op het gebied van organisatieontwikkeling vanuit de twee pijlers: 1. Medewerkers, leidinggevenden en cultuur 2. Toekomstbestendige organisatie Eén van de activiteiten binnen de ontwikkelagenda, is het opzetten van strategische personeelsplanning. Dit staat in 2026 op de agenda.

We komen hier ‘pas’ in 2026 aan toe, omdat 2025 in belangrijke mate in het teken heeft gestaan en staat van het op orde brengen van de basis en de teams: de personele bezetting (voorbeeld: meer dan 70 vacatures n.a.v. ontvlechting en opbouwperiode) en het herverdelen van taken en werkzaamheden binnen de teams. Tijdens het Iepen Poadium op 20 november aanstaande informeren we uw Raad meer specifiek over de organisatieontwikkeling. Daarbij geven we aan waar we nu na één jaar staan, en waar we in 2026 mee aan de slag gaan. Strategische personeelsplanning maakt hier onderdeel van uit. Vraag 8: Blz 109 Afvalstoffenheffing. Er is voor 2025 en 2026 gekozen voor tariefkorting vanuit de voorziening Reiniging. Die voorziening is er om tussentijdse tegenvallers op te kunnen vangen. Omdat de voorziening voor dit doel door de tariefkortingen te klein dreigt te worden, wordt de mogelijkheid voor toekomstige kortingen geschrapt. Hoe denkt het college erover om deze voorziening vanuit de AR aan te vullen en zo de mogelijkheid voor toekomstige gewenste tariefkortingen open te houden?

Antwoord 8: Het college is geen voorstander om op voorhand de algemene reserve aan te wenden voor het dekken van (een deel van) de kosten van afvalinzameling en verwerking. De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing waarbij de opbrengsten alleen mogen worden benut voor de inzameling en verwerking van afval. Deze heffing mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Gemeente Tytsjerksteradiel heeft al vele jaren het beleid om naar maximale kostendekkendheid te streven. Als de gerealiseerde baten uit de afvalstoffenheffing de lasten overtreffen dan ontstaat er een batig saldo dat aan de voorziening reiniging wordt toegevoegd. Het saldo uit de voorziening reiniging kan worden benut voor tussentijdse tegenvallers op te vangen en als er sprake is van een hoog batig saldo kan dit worden ingezet voor het toepassen van tariefskorting. Indien er geen of een laag batig saldo is, dan wordt er een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing in rekening gebracht. Mocht de Raad besluiten om deze keuze wel te maken dan wordt er gebroken met het beleid om de afvalstoffenheffing maximaal kostendekkend te berekenen. Dat is mede gezien het negatieve financieel lange termijnperspectief van gemeente Tytsjerksteradiel niet passend. Daarnaast is de verwachting vanuit het huidige kabinetsbeleid t.a.v.

CO2-heffing en verhoging van de verbrandingsbelasting vanaf 2030 dat de kosten voor afvalverwerking de komende jaren autonoom sterk zullen stijgen. Dan is de introductie om de afvalinzameling en verwerking nu deels via de begroting te laten bekostigen een onverstandige keuze omdat dit richting de toekomst tot een forse extra belasting op het begrotingsresultaat zal leiden, terwijl dit niet hoeft omdat de kosten mogen worden doorberekend in de afvalstoffenheffing. Vraag 9: Bij de ontwikkelingen AR zien we voor 2025 een afboeking van € 340.000 voor het pontje Burgum – Sumar. Dit budget wordt dit jaar naar verwachting niet gebruikt. Hoe nu verder? Antwoord 9: Op het moment van samenstellen en behandelen van de begroting 2026-2029 was via het college nog geen voorstel gedaan omtrent de situatie pontje Burgum-Sumar en de daarbij behorende middelen en hoe en wanneer dit voor te leggen aan de Raad. Op dit moment zijn we bezig met de begrotingswijzigingen van december. Een onderdeel daarvan is de beoordeling van alle verwachte mutaties op de Algemene Reserve en de

reserve overlopende posten. Mocht iets dit jaar niet worden besteed en nog steeds nodig zijn dan zal het college u daar bij de decemberwijzigingen een voorstel voor doen. In dit concrete geval zal de Raad worden voorgesteld om het bedrag over te hevelen naar 2026. Voor zowel de begroting 2025 als de begroting 2026 heeft dit geen consequenties voor het begrotingssaldo. Overigens is dit de normale gang van zaken. Mocht blijken dat in een enkel geval bij de decemberwijziging geen besluit door de Raad zijn genomen dan kan de Raad altijd nog bij de jaarrekening (2025) besluiten om een bedrag over te hevelen (temporiseren) naar het nieuwe jaar. Ook dit doen we al ieder jaar.

Vragen PvdA/GL: Vraag 1. Op blz 15 staat: In de begroting 2022-2025 is op basis van de Kadernota 2022-2025 budget beschikbaar gesteld voor de participatiewebsite. Een deel van het budget (€ 10.000) is destijds beschikbaar gesteld aan de afdeling communicatie in de Werkmaatschappij 8KTD. Kosten voor de participatiewebsite worden echter niet meer gemaakt binnen de huidige afdeling communicatie en is ook niet elders benodigd in de organisatie. Als de kosten voor deze website niet meer worden gemaakt door de afdeling communicatie, wie maakt de participatiewebsite dan wel, of is die website vervallen, en wat is daarvoor de reden? Antwoord 1: Het beheer van de participatiewebsite (technisch en redactioneel) is altijd bij de afdeling Dienstverlening belegd geweest. Samen met de Raad zijn we bezig om een participatievisie- en verordening te realiseren. De participatiewebsite is één van de middelen die we nu al inzetten en blijven inzetten om burgerparticipatie te realiseren. Voor de begroting 2026-2029 is nu voor burgerparticipatie een structureel budget van € 15.000 aangevraagd voor kosten voor de nog te ontwikkelen toolbox. We gaan ervan uit dat dit bedrag voldoende is. In de tijd van de werkmaatschappij zijn voor de onderdelen Dienstverlening, ruimte en communicatie middelen beschikbaar gesteld voor de participatiewebsite.

Onder meer voor burgerinitiatieven, omgevingsvisie, -plan en omgevingsvergunning, Beleidsontwikkeling en communicatie. Bij de jaarrekening 2024 kwam naar voren dat de aan communicatie toegekende middelen (€ 10.000) niet door communicatie benut worden en verder daar niet nodig is. Vandaar dat dit bij de begrotingswijzigingen van oktober 2025 en in de begroting 20262029 is afgevoerd. Vraag 2: Op pagina 30 wordt ingegaan op het integraal huisvestingsplan onderwijs, dat in februari 2026 ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Op dezelfde pagina wordt aangegeven dat op dit moment een brede visie op maatschappelijk vastgoed wordt ontwikkeld. Hoe verhouden deze beide zich tot elkaar, ook voor wat betreft de timing? Antwoord 2: Bij het IHP gaat het om de inventarisatie van de gewenste onderwijshuisvesting ten behoeve van de verschillende dorpen en kernen voor de komende jaren.

Uiteindelijk kan de huisvesting in verschillende vormen worden gerealiseerd. Naast een autonoom schoolgebouw kan dit ook in de vorm van een MFC. In die zin is afstemming tussen de vraag naar onderwijshuisvesting en de brede visie op maatschappelijk vastgoed noodzakelijk en onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vraag 3: Op pagina 92 wordt aangegeven dat tijdelijk extra capaciteit nodig is voor het screenen van de vastgoedcontracten. Kan deze screening onze gemeente ook iets opleveren in financiële zin? Antwoord 3: Het herzien van vastgoedcontracten zou in financiële zin iets kunnen opleveren in die gevallen waar bijvoorbeeld een hogere huur overeengekomen wordt. Daar is op voorhand echter nog geen zekerheid over te geven omdat dat uit eventueel uit te voeren taxaties of huurprijsberekeningen nog moet blijken. Vraag 4: Op pagina 191 wordt aangegeven dat bij de ontwikkeling van het bedrijventerrein bij Quatrebras vooralsnog wordt uitgegaan van een negatief eindresultaat van 2 miljoen euro. Kan nader worden uitgelegd hoe men tot dit bedrag komt? Antwoord 4: Op 28 november 2024 is de visie ‘Locatieverkenning regionaal bedrijventerrein Gemeente Tytsjerksteradiel (visie bedrijventerreinen) vastgesteld. De voorkeurslocatie is Quatrebras Zuid.

In het raadstuk, onder het kopje “Kantekenings/risiko’s” is de volgende tekst opgenomen, waarbij vooral in het eerste punt van dit raadstuk de indicatie van 2 tot 3 miljoen negatief resultaat is genoemd: 1. Het verwerven van de gronden is de grootste investering en het grootste risico. Voor de beide schetsontwerpen “Noord” en “Zuid” is een analyse verricht naar de financiële haalbaarheid. Een eerste voorzichtige berekening toont een negatief resultaat aan van tussen de twee en drie miljoen. Dit is inclusief de verwerving van de gronden. Het scenario ‘Noord” is financieel iets gunstiger, maar biedt minder uitbreidingsmogelijkheden en vereist provinciale medewerking. Variant Zuid vergt een grotere initiële investering, maar biedt meer uitbreidingsmogelijkheden en minder negatief eindresultaat. In een latere fase zal het plan gedetailleerder ramingen worden opgesteld. Dit heeft als risico dat het financiële resultaat (flink) kan afwijken van de bedragen zoals hierboven is beschreven. 2. Verkrijgbaarheid van de grondposities vormt een risico. 3. Eventuele bezwaren van omwonenden en andere belanghebbenden in de ruimtelijke procedure.

4. Beschikbaarheid van nutsvoorzieningen kan een risico zijn en vereist mogelijk een lokale energiehub. Voor het onderzoek naar de locatieverkenning is door een externe partij (Sweco) een indicatieve Grex-berekening gemaakt ten behoeve van de hiervoor genoemde analyse naar financiële haalbaarheid. Vraag 5: Bij meerdere programma's (programma 4: 557K en 8: 543K bijvoorbeeld) is sprake van actualisatie van personeelslasten. Het gaat om forse bedragen. Ten aanzien van bijvoorbeeld de actualisatie van kapitaallasten wordt dit hier en daar nader uitgelegd. Ten aanzien van de actualisatie personeelslasten niet. Kan dit nader worden uitgelegd? Antwoord 5: De personeelslasten worden over alle programma’s verdeeld en leiden uiteraard tot verschillen tussen de begroting 2026 en 2025. Onder programma 0 is hiervoor een algemeen toelichtende tekst opgenomen en daarnaast is binnen het onderdeel Vogelvlucht een toelichting over de ontwikkeling van de totale formatie opgenomen. De verschil in personeelskosten tussen 2026 en 2025 op de verschillende programma’s wordt veroorzaakt door: • CAO ontwikkelingen • Toename van de formatie door ontvlechting vertaald naar de programma’s en de verdeling van de hiervoor gereserveerde stelpost van € 1.7 miljoen binnen programma 0 naar de overige programma’s Personeelskosten is een grote post binnen de gemeentelijke begroting.

Indien gewenst kunnen we voor de volgende begroting meer duidelijk in aanbrengen.

Vraag 6: De weerstandsratio van onze gemeente bedraagt momenteel 14,54. Een waarderingscijfer C (tussen 1,0 en 1,4) geldt als minimaal voldoende, terwijl een waarderingscijfer A (2,0 of hoger) al als uitstekend wordt beschouwd. We zitten dus ruimschoots boven deze hoogste waarderingscategorie. a. Wat verwacht u dat het effect is van de nog in het weerstandsvermogen om te zetten posten op de huidige weerstandsratio?

b. Wat zijn de mogelijke risico’s en voordelen van het aanhouden van een relatief grote buffer of algemene reserve, zowel financieel als beleidsmatig? c. De begroting stelt de ondergrenzen voor de algemene reserve vast, maar niet wat boven die grenzen als verantwoord of doelmatig wordt beschouwd. Gezien dat onze weerstandsratio ruim boven het niveau van het hoogste waarderingscijfer A ligt, welke financiële ruimte ziet u om met inachtneming van het signaalniveau van € 15 miljoen een deel van dit vermogen actiever in te zetten voor maatschappelijke investeringen terwijl de financiële positie gezond blijft? Antwoord 6: a. Ik weet niet of ik de vraag goed heb begrepen, maar bij deze de uitleg waarvan ik denk dat die past bij de vraag. Op basis van de risico inventarisatie is in beeld gebracht welke risico’s we kennen. Op basis van de berekening van kans van optreden hebben we het benodigde weerstandsvermogen berekend. De optelsom van de algemene reserve en de bestemmingsreserves geeft de weerstandscapaciteit aan. Als je de weerstandscapaciteit deelt door het benodigd weerstandsvermogen kom je op de weerstandratio van 14,54 uit. Effecten op de weerstandsratio zowel verlagend als verhogend worden veroorzaakt door de toename of afname van het aantal risico’s met mogelijk effect op het weerstandsvermogen.

Met andere woorden valt er een risico weg dan verhoogt dit de weerstandsratio, komt er een risico bij of wordt het schadebedrag van de huidige risico’s groter dan treedt een verlaging op van de weerstandsratio. b. Voorbeeld: Huishouden A: AOW echtpaar met klein pensioen en geen hypotheek en eigen huis dat net rond kan komen. Op de balans is sprake van een robuuste AR. Huishouden B: Jong echtpaar tweeverdieners met goed inkomen en forse hypotheek. Op de balans is sprake van een kleine AR. Voor beide situaties geldt; komt er maandelijks/jaarlijks voldoende binnen om te betalen. Waarschijnlijk heeft huishouden B het makkelijker maar geen grote AR.

Het hebben van een hoge algemene reserve kent niet direct risico’s en/of voordelen, zowel financieel als beleidsmatig. Uiteraard is het wel fijn om een robuuste algemene reserve te hebben om hiermee incidentele uitgaven te kunnen doen. Het zit meer in de begrijpelijke spraakverwarring over Algemene Reserve en de beschikbaarheid van geld. Iedereen die een ‘eigen’ huis heeft met hypotheek begrijpt privé dat ‘overwaarde’ (lees: de privé algemene reserve) niet als ‘zak met geld’ op de eigen bankrekening staat. Dit principe geldt ook voor onze algemene reserve, maar is door de complexiteit abstracter. Onze algemene reserve is geen ‘zak met geld’, ‘spaarpot’ of ‘financiering’ waarmee structurele betalingen kunnen worden gedaan . Er gaat geen directe fysieke kasstroom in of uit. Voor de boekhouding is ‘eigen vermogen’ geen ‘financiering’. Pas op het moment dat je het ’eigen huis’ gaat verkopen en de hypotheek gaat aflossen wordt het eigen vermogen geld. Waarom kunnen we dan wel voor incidentele zaken de Algemene reserve benutten? Stel nu dat je een wereldreis wilt maken, die € 10.000 (lasten) kost. Je weet dat je aan het einde van het jaar voldoende geld (veracht begrotingssaldo / rekeningresultaat) overhoudt. Vooruitlopend daarop beslis je nu al om de wereldreis te gaan maken en de kosten alvast te nemen van de toename van je Eigen vermogen.

De vergelijking in dit voorbeeld met de gemeente is dat je vooruitlopend op verwachte positieve resultaten in de toekomst nu al een uitgave doet, die uiteindelijk ten laste van het Eigen vermogen (Algemene Reserve) komt. Voor de dagelijkse gang van zaken geldt dat je je structurele uitgaven (lasten) moet kunnen betalen van je structurele inkomsten (baten). Op basis van de begroting 20262029 constateren we dat dit voor 2026 en 2027 wel zo is, maar voor 2028 en verder niet. c. Zolang het gaat om incidentele uitgaven kan gebruik worden gemaakt van de algemene reserve en blijft de financiële positie gezond. Voor investeringen, waaruit structurele lasten voortvloeien, zult u als Raad altijd de afweging moeten maken, of deze lasten structureel binnen de begroting kunnen worden afgedekt. Wat ons nog steeds niet helpt voor het meerjarenperspectief is de onduidelijkheid vanuit het Rijk over een fatsoenlijke algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dat de algemene reserve de laatste jaren weer fors gegroeid is ten opzichte van eerdere jaren waarbij we onder de € 10 miljoen zaten, heeft meerdere oorzaken.

Denk hierbij aan de vele incidentele middelen zoals de Oekraïne gelden, het overschot op de Coronamiddelen, de “nabetalingen van het Rijk” in het kader van het sociaal domein. Daarnaast zien we dat we voor de toekomst nog voor forse investeringen op tal van terreinen komen te staan. Deze zullen ook zeker hun effect hebben op de diverse ratio’s omdat naar verwachting de leningportefeuille de komende jaren zal toenemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=236a9f8d-2b92-460c-a6ae-2997630a6b2c