CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen uit technisch vragenuur raad 28 oktober 2021

RAADSVERGADERING 2018 t/m 2024 4 november 2021, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Programmabegroting 2022-2025 (besluitvormend)1.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nog te beantwoorden vragen naar aanleiding van technisch vragenuur van de Raad (28 oktober 2021) Vraag Blz. 22; Waaruit bestaat de post actualisatie personele budgetten en waarom zien we deze terug in de wijziging van de WM8KTD Antwoord: Voor het personeel zijn er budgetten beschikbaar op het gebied van opleidingen, binding en interne representatie. Voor ieder personeelslid is hiervoor een vast bedrag van toepassing. Deze personele budgetten zijn in de afgelopen jaren niet geactualiseerd, zowel voor wat betreft de bedragen als voor wat betreft de aantallen. De actualisering heeft zowel voor de gemeente als de WM8KTD plaatsgevonden. De meeste personeelskosten van onze organisaties zitten overigens in de WM8KTD. Omdat het hier een autonome ontwikkeling van de personeelslasten betreft, is deze in het kader van de begroting 2022-2025 ten laste van de bij de Kadernota 2022-2025 gereserveerde post voor loon en prijsontwikkelingen van de gemeente meegenomen. Omdat de begroting van de WM8KTD al voor de Kadernota is vastgesteld, wordt de actualisering van bijdrage aan de WM8KTD nu meegenomen als begrotingswijziging. Vraag Blz. 41; op welke wijze is de aanpassing van de Raadhuisweg Burgum meegenomen in de begroting 2022-2025. Antwoord: Op basis van de Kadernota 2022-2025 is in de begroting 2022-2025 voorlopig een netto financieringsbehoefte van € 318.750 meegenomen.

Dit resulteert vanaf 2023 in een jaarlijkse last van € 15.000. Afhankelijk van de opiniërende bespreking in november 2021 en besluitvorming in januari 2022 wordt dit bedrag via een begrotingswijziging (eventueel) aangepast. Omdat de lasten pas per 2023 ingaan, komt dit bedrag niet in de verklaringen van verschillen op blz. 44 naar voren. Vraag Blz. 42; Wat is de reden dat de geplande bezuiniging op de recreatie haven Earnewâld ruim € 50.000 lager uitvalt. Antwoord: De geplande bezuiniging maakt onderdeel uit van de taakstellingen uit 2019 voor de begroting 2020-2023. De te realiseren bezuiniging is destijds te optimistisch ingeschat. Dit betrof de toegerekende afschrijving en rentepost. Bij het stoppen van de exploitatie van de haven is het niet reëel om te veronderstellen, dat een derde deze kosten op zich gaat nemen. Hierdoor valt de verwachte bezuiniging € 50.000 lager uit.

Vraag Blz. 44 en overig; onder meer bij programma 2, 3, 4, 6 en 8 zijn de te verwachten baten in het meerjarenperspectief fors lager dan bij de rekening; hoe kan dit en ramen we de baten bij de begroting niet te conservatief/voorzichtig? Antwoord: De opbrengsten in het meerjarig perspectief worden ten opzichte van de uitkomsten van de jaarrekening 2020 zeker niet te voorzichtig geraamd. Het betreft grotendeels incidentele zaken die de forse verschillen verklaren. Zie hieronder een toelichting op de diverse programma’s. Het verschil bij programma 2 tussen het rekeningjaar 2020 en de begrotingsjaren wordt grotendeels verklaard door een aantal incidentele opbrengsten in 2020 te weten: • Bijdrage KIK vanuit provincie: € 510.000 • Incidentele verkoop onroerende zaken: € 150.000 • Ontvangen schadevergoeding brug Aldtsjerk: € 119.000 Het verschil bij programma 3 tussen het rekeningjaar 2020 en de begrotingsjaren wordt grotendeels verklaard door de incidentele opbrengsten van winstneming c.a. bedrijventerreinen in 2020 ten bedrage van € 443.000. Het verschil bij programma 4 tussen het rekeningjaar 2020 en de begrotingsjaren wordt grotendeels verklaard door de incidentele bate in 2020 met betrekking tot de bijdrage OHBA regeling (regeling onderwijshuisvestingsbudgetten asielzoekers) ten bedrage van € 858.000.

Het verschil bij programma 6 tussen het rekeningjaar 2020 en de begrotingsjaren wordt grotendeels verklaard door de incidentele bate in 2020 met betrekking tot de TOZO regeling ten bedrage van € 2.898.000. Het verschil bij programma 8 tussen het rekeningjaar 2020 en de begrotingsjaren wordt grotendeels verklaard door de incidentele opbrengsten van winstneming c.a. in 2020 met betrekking tot woningbouw ten bedrage van € 382.000. Vraag Blz. 63; In de verklaring van verschillen wordt een post Actualisatie onderhoudskosten welzijnsgebouwen genoemd (108 N); dit bedrag is verder niet toegelicht; waaruit bestaat dit bedrag; onderhoudskosten welzijnsgebouwen actualisatie lijkt fors hoe kan dat? Antwoord: De onderhoudsvoorziening welzijnsgebouwen (peuterspeelzalen, culturele centra, mfc’s e.d.) is in het kader van de begroting 2021 verhoogd als gevolg van de forse prijsstijgingen in de bouwsector, maar ook door actualisering van het benodigde onderhoud voor de diverse gebouwen.

Vraag Blz. 93; Waarom wordt beschreven dat we geen stille reserves hebben terwijl die er wel zijn? Klopt dat en wat vindt de accountant daarvan? Antwoord: Naar aanleiding van deze vraag is contact geweest met de accountant. Onderstaand zijn reactie: Bij de bepaling van de weerstandscapaciteit kun je rekening houden met stille reserves. Als er stille reserves zijn, dan hoeft er minder geld in de algemene reserve te worden aangehouden om een toereikende weerstandsratio te realiseren. Voor stille reserves is het wel van belang dat het betrokken actief direct verkoopbaar is, zie ook de toelichting op artikel 11 BBV. Voor de aandelen bng en vitens is geen sprake van een actieve markt en is van directe verkoopbaarheid geen sprake. Het eventuele verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde is vanwege de beperkte mogelijkheid om de aandelen te verhandelen dan ook niet aan te merken als stille reserve. Vraag Blz. 113; Waarom is VvE Nije Westermar niet opgenomen als verbonden partij? Antwoord: We hebben de VvE Nije Wesrmar op basis van deze vraag beoordeelt op de criteria voor verbonden partijen. De VvE Westermar is een privaatrechtelijk rechtspersoon waarin de gemeente bestuurlijk en financieel participeert. Hiermee voldoet de Vve aan de criteria om opgenomen te worden in de paragraaf verbonden partijen. Voorstel is om dit mee te nemen in het erratum. Vraag Blz.

151; Wat ligt ten grondslag aan de lening van € 113.145 aan de vereniging van christelijk voortgezet onderwijs. Wat zijn hierover de afspraken en wanneer wordt deze afgelost. Antwoord: Dit betreft een renteloze lening van de vereniging van christelijk voortgezet onderwijs voor de nieuwbouw van het Liudger. Het betreft een tegemoetkoming van de vereniging bij deze nieuwbouw als gevolg van de gewijzigde verantwoordelijkheid voor nieuwbouw van scholen. Destijds ging deze verantwoordelijkheid in de periode waarin dit speelde, over van rijk naar gemeenten (zgn. decentralisatie onderwijshuisvesting). Er zijn toen zowel met het rijk als de vereniging afspraken gemaakt over de financiën en bijdragen daarin. Hiervan was de renteloze lening een onderdeel. Deze renteloze lening is destijds met een looptijd van 40 jaar (=afschrijvingsperiode nieuwbouw) bij raadsbesluit aanvaard. Deze lening wordt over 19 jaar afgelost. Gezien het feit dat het om een renteloze lening gaat, is het niet nodig om dit eerdere te doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=2b53b9e0-0970-4bff-a32e-5f91bcb3a45b