9. Actiegroep Burgum Biogas vrij (deel 2)
Tekst van het document
2. Geachte leden van de gemeenteraad en overige aanwezigen, Aan de gemeenteraad wordt gevraagd een (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen (VVGB) af te geven voor de plannen van Sonac, voor zover die niet binnen de regels van het bestemmingsplan passen. De plannen betreffen realisatie van een nieuwe productielijn, een zogenaamde Groen Gasinstallatie, allerlei nabewerkingen van het digestaat (dat is de grondstof na vergisting), het plaatsen van een DeNOx installatie op de bestaande stoomketels en de mogelijkheid om de stoomketels 100% op vet te stoken. De VVGB is nodig omdat de plannen op verschillende punten in strijd zijn met het bestemmingsplan. Zonder de verklaring van geen bedenkingen kan de Provincie geen omgevingsvergunning voor de plannen afgeven. Daarbij moet de raad afwegen of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening het wenselijk is om uitzonderingen te maken op het bestemmingsplan. Bij het tot stand komen van het bestemmingsplan zijn alle relevante ruimtelijke ordeningsaspecten al zorgvuldig afgewogen. Dat heeft ertoe geleid dat op dit deel van het bedrijventerrein bedrijven in de lichte en middelzware categorieën is toegestaan. Dat zijn bedrijven die zijn opgesomd in de bedrijvenlijst van het bestemmingsplan met categorie 1 t/m 4.
De activiteiten van Sonac vallen in een hogere categorie, maar omdat het een bestaand bedrijf was, is op het bouwvlak van Sonac een verwerkingsbedrijf voor dierlijke slachtbijproducten toegestaan. Een gebouw mag er maximaal 15 meter zijn en een overig bouwwerk, bijvoorbeeld een silo, maximaal 5 meter (die 5 meter staat tenminste in het raadsvoorstel, in het bestemmingsplan staat wel de mogelijkheid dat B&W het bestemmingsplan kunnen aanpassen tot maximaal 10 meter voor overige bouwwerken zoals silo’s.) De noord-, west- en zuidkant van het terrein van Sonac heeft de bestemming ‘groenvoorziening’. Daar is alleen groen en dus geen bebouwing toegestaan. De toelichting van het bestemmingsplan noemt de groenvoorzieningen ‘grotere groengebieden die een structuurbepalend en beeldbepalend element vormen’. ‘De bestemming beoogt handhaving van de structurele groenfunctie’, aldus de toelichting van het bestemmingsplan, zoals door de gemeenteraad vastgesteld. De groenvoorziening werd dus, terecht, belangrijk gevonden in het kader van de ruimtelijke ordening, en een beperking van de bouwhoogte eveneens. In het raadsvoorstel is summier omschreven welke afwijkingen van het bestemmingsplan er nodig zijn in de plannen van Sonac. Voor zover wij kunnen nagaan gaat het om de volgende afwijkingen, maar het is mogelijk dat er meer zijn: -
-
-
-
1
De bouwhoogte van 3 vergistingssilo’s van 24 meter hoog (en 25 meter breed) is in strijd, en niet zo’n beetje ook, met de bouwregels die een maximale hoogte van 5 of 10 meter voorschrijven. De bouwhoogte van minimaal 11 andere bouwwerken, de meeste tussen de 10 en 16 meter1 (deze worden in het raadsvoorstel niet genoemd). Deze zijn ook in strijd met de maximale bouwhoogte van 5 meter dan wel 10 meter. Het bouwen binnen de bestemming ‘Groenvoorzieningen’ is in strijd met zowel de gebruiksals de bouwregels van het bestemmingsplan. Het gaat ook om de hoogste bouwwerken, de 3 vergistingssilo’s van 24 meter hoog die deels binnen de bestemming ‘groenvoorzieningen’ gepland zijn. Anders dat het raadsvoorstel stelt is het verwerken van andere grondstoffen dan slachtbijproducten in strijd met de gebruiksregels. Er zullen namelijk niet alleen
Blz 15 aanmeldnotitie MER
slachtbijproducten worden vergist en het digestaat ervan verder verwerkt, maar ook afvalstoffen. Het raadsvoorstel noemt daarbij swill, voornamelijk gekookte voedselresten – ook wel organisch afval – uit keukens, restaurants of kantines, afkomstig van een zusterbedrijf De Jong foodrecylcing in Sint Nicolaasga. Het bestemmingsplan staat echter alleen verwerking van slachtbijproducten toe, of activiteiten in categorie 1 t/m 4, maar daarvan is bij het vergisten van swill of ander afval en nabewerken van het digestaat geen sprake. Je kunt misschien stellen dat het verwerken van swill ongeveer even milieubelastend is als het verwerken van slachtbijproducten. Maar daar gaat het niet om. Alleen omdat het een al bestaand bedrijf was, is verwerken van slachtbijproducten toegestaan. Als Sonac andere activiteiten wil uitoefenen, moeten die binnen milieucategorie 1 t/m 4 vallen en de door het bedrijf gewenste activiteiten met swill of ander afval vallen niet binnen de categorieën 1 t/m 4! Antw gem: Op grond van het bestemmingsplan ‘Burgum Sumar bedrijventerrein kanaalzone 2008’ hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijventerrein 4’ met de functieaanduiding ‘verwerkingsbedrijf dierlijke slachtbijproducten’.
Op grond van deze bestemming en functieaanduiding zijn bedrijven tot en met categorie 4 toegestaan die staan genoemd in de bedrijvenlijst die als bijlage 1 bij het bestemmingsplan zit en bedrijven die naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn. Op grond van de functieaanduiding is een verwerkingsbedrijf voor dierlijke slachtbijproducten toegestaan. De verwerking van swill en producten over datum passen binnen de huidige bedrijfsbestemming. Het vergisten van dierlijke bijproducten, swill en producten over datum wordt aangemerkt als het verwerken van afvalstoffen. Op grond van de bedrijvenlijst zijn binnen de huidige bedrijfsbestemming afvalverwerkingsbedrijven toegestaan waardoor deze activiteit niet strijdig is met het bestemmingsplan. Antw gem: Er is een adviesverzoek ingediend voor de bouw van een groengasinstallatie door de Fumo (namens de Provincie). Dit adviesverzoek gaat over het planologische gedeelte voor de groengasinstallatie. Er is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om van het bestemmingsplan af te wijken. Het adviesverzoek bestaat uit twee onderdelen: -
-
De aanvraag voor de verklaring van geen bedenkingen voorziet op het eerste deel van deze adviesaanvraag. De bouwwerken die in deze aanvraag worden aangevraagd zijn zowel in strijd met de gebruik- als de bouwvoorschriften (bestemming groen). Ook hebben deze bouwwerken, gezien de hoogte, de meeste impact op de omgeving. Vanwege de strijdigheid met de gebruiks- en bouwvoorschriften is voor dit onderdeel een (ontwerp-) verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig. Het gaat hier om strijdigheid met het gebruik omdat het huidige gebruik “groenvoorziening” betreft op de plaats waar de vergisters en de gasbuffer zijn beoogd. Voor de realisatie van het project zou dit moeten worden omgezet naar “bedrijventerrein 4”. Bouwen van de overige bouwwerken onderdeel uitmakende van de groengasinstallatie (bouwwerken geen gebouwen zijne >5m) in de bestemming ‘’bedrijventerrein-4’’. Deze bouwwerken passen qua gebruik wel binnen de bestemming. Enkele van deze bouwwerken zijn echter strijdig met de bouwvoorschriften aangezien ze de maximale bouwhoogte overschrijden. Daarnaast zijn er ook bouwwerken die wel binnen de bouwvoorschriften passen. Voor deze adviesaanvraag van de Fumo geldt dat de bouwwerken die binnen de bouwwerken passen permanent worden aangevraagd. De bouwwerken die niet binnen de bouwvoorschriften passen, worden tijdelijk aangevraagd. Het college is daarvoor het bevoegd
gezag, omdat dit tijdelijk aangevraagd wordt en binnen de bestemming past. (zie onderdeel 11 van de kruimellijst). Gebruikmaking van onderdeel 11 van de kruimellijst is ook in lijn met de eerdere advisering waarbij 4 andere installaties >5m tijdelijk zijn vergund tot en met 29 oktober 2029. Aangezien dit een bevoegdheid van het college is, is hiervoor dan ook geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad voor nodig. Het college dient op deze onderdelen nog een besluit te nemen. Er is daarnaast nog een adviesaanvraag gedaan door de Fumo (namens de provincie) deze voorziet echter alleen op het bouwtechnische onderdeel. Ook dit is een collegebevoegdheid. Er zijn dus veel en hele belangrijke afwijkingen van het bestemmingsplan, waarvoor toestemming van de raad wordt gevraagd. De verklaring van geen bedenkingen kan (alleen) worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Er zijn verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op de beantwoording van de vraag of sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. In dit geval lijken vooral geur, geluid, ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit, water, veiligheid en milieuzonering relevant. Antw Fumo: de onderwerpen geur, geluid, veiligheid, luchtkwaliteit en water zijn beoordeeld en vergunbaar.
De raad moet dus een eigen afweging maken of het uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wenselijk is om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze afweging kan anders uitvallen dan het standpunt van B&W of de provincie. U hebt als gemeenteraad beleidsruimte en kunt bijvoorbeeld de bouwhoogte van 24 meter of het bouwen in de groenvoorziening doorslaggevend vinden om de VVGB te weigeren. Het plaatsen van drie enorme 24 meter hoge vergistingssilo’s aan de rand van het terrein heeft veel ruimtelijke impact. Het levert ook visuele hinder op. Er resteert slechts ruimte voor een smalle groenstrook om het te omzomen. Maar bouwwerken van 24 meter hoog aan de rand van het terrein, daar is geen landschappelijke inpassing tegen opgewassen. De silo’s kunnen met geen mogelijkheid aan het oog worden onttrokken. Ecologisch en wat betreft kwaliteit van de leefomgeving is het een verlies dat groenvoorzieningen, die nu ruim zijn en die het bestemmingsplan zo belangrijk vindt, voor een belangrijk deel verloren gaan. De huidige grote groenstrook houdt ook meer geluid tegen. Antw Fumo: De geluidsuitstraling van het bedrijf is inzichtelijk gemaakt in het akoestisch rapport dat bij de vergunningaanvraag is gevoegd. De geluidsniveaus zijn vergunbaar. Het toestaan van het vergisten van swill of ander afval en nabewerken van het digestaat ervan is een onbegrijpelijke verruiming.
Indien u dit toestaat is het hek van de dam. In de publiciteit en stukken ligt de aandacht op de groengasinstallatie. Voor de milieugevolgen is echter heel relevant welke nabewerkingsstappen ze voor het digestaat van plan zijn: het digestaat wordt met allerlei verwerkingsstappen verwerkt, o.a. gescheiden en gedroogd. De lucht van de droger heeft zoveel geur dat er vier verschillende chemische reinigingsstappen nodig zijn. Sonac gaat zo’n 14.000.000 m3 groen gas produceren. Zelf gebruiken ze zo’n 22.000.000 m3 aardgas per jaar. Door de stimuleringsregelingen voor groen gas is het voor Sonac aantrekkelijker om al het groene gas aan het net te leveren dan zelf te gebruiken. 14 miljoen kub groen gas levert Sonac uitgaande van de SDE-basisbedragen van 2023 zo’n € 8.400.000 tot € 12.500.000 per jaar op2, 12 jaar lang. Als de bijmengverplichting in het gasnet is ingegaan wordt dat waarschijnlijk nog veel meer. 2
Afhankelijk van in welke ‘fase’ de aanvraag wordt ingediend
Door de hoge prijs van aardgas wil Sonac zelf zoveel mogelijk gebruik gaan maken van dierlijk vet als alternatieve brandstof in het ketelhuis. Dit geeft een veel vuilere verbranding. Het is erg wrang dat Sonac heel veel gas gaat produceren maar toch zelf zo veel mogelijk op dierlijk vet wil gaan stoken. Volgens het raadsvoorstel zou de beoogde groengasinstallatie in principe ruim 11.000 huishoudens jaarlijks voorzien van gas. Het feit dat de jaarlijkse productie overeenkomt met het verbruik van 11.000 huishoudens wil absoluut niet zeggen dat Sonac 11.000 huishoudens voorziet van gas. Alleen al niet omdat Sonac het gas dan zomers voor het overgrote deel moet opslaan voor levering in de winter. Antw Fumo/Sonac: Er is alleen sprake van opslag in de buffer (700 m3) Het gas wordt direct geleverd aan het gasnet. Directe levering aan het gasnet is vanwege het verkrijgen van de mogelijk beschikbare subsidies en groene certificaten. Maar ook niet omdat het gas toegerekend moet worden aan degene die de zogenaamde garanties van oorsprong koopt. En dat zullen huishoudens vanwege de hoge kosten niet doen. Ik zie dus niet in hoe de huishoudens in onze gemeente profiteren. Al met al is er maar een partij die voordeel heeft, terwijl er belangrijke nadelen en risico’s dat het tegen valt voor de omgeving zijn.
Concluderend vraag ik u om een (ontwerp)weigeringsbesluit VVGB te nemen omdat er sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.
2a. Geachte leden van de raad. Er zijn een aantal en hele belangrijke afwijkingen van het bestemmingsplan, waarvoor toestemming van de raad wordt gevraagd. Bij uw besluit gaat het erom of u vindt dat vanwege een goede ruimtelijke ordening de toestemming al dan niet verleend wordt. De raad moet dus een eigen afweging maken of het uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wenselijk is om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze afweging kan anders uitvallen dan het standpunt van B&W of de provincie. U hebt als gemeenteraad beleidsruimte en kunt bijvoorbeeld de bouwhoogte van 24 meter of het bouwen in de groenvoorziening doorslaggevend vinden om de VVGB te weigeren. Dat u wilt toestaan dat er andere producten dan slachtbijproducten verwerkt kunnen worden we ons al helemaal niet voorstellen. Onder het kopje ‘argumenten’ in het raadsvoorstel wordt een viertal argumenten genoemd die het college aanvoert waarom u wordt gevraagd voor de VVGB te stemmen. Twee daarvan hebben niet te maken hebben met ruimtelijke ordening en die mag u dus niet meewegen in uw besluit. Argument 1 luidt: “Uit de aanvraag omgevingsvergunning blijkt dat er geen milieukundige belemmeringen zijn.” Voor de onderbouwing wordt naar de aanmeldnotitie MER verwezen.
De MERbeoordeling is een andere dan de afweging die u moet maken over de ruimtelijke ordening De conclusie van de MER beoordeling is dat er geen aanmerkelijk grotere effecten zijn voor het milieu dan de al vergunde effecten. Maar dat kan dus best betekenen dat er verslechteringen zijn. Ook wordt gesteld dat de activiteiten binnen de vergunde bedrijfsvoering passen. Dat is onzin, er is op dit moment bijvoorbeeld geen vergisting, nabewerking van digestaat, volledig stoken van de stoomketels op vetten, of verwerken van swill of ander afval (geen slachtbijproducten) vergund. Antw gem en Fumo: Klopt, daarom is dit nu aangevraagd. Echter, op grond van het bestemmingsplan passen de voorgenomen activiteiten binnen de huidige bedrijfsbestemming. Op grond van het bestemmingsplan ‘Burgum Sumar bedrijventerrein Kanaalzone 2008’ hebben de gronden de bestemming ‘Bedrijventerrein 4’ met de functieaanduiding ‘verwerkingsbedrijf dierlijke slachtbijproducten’. Op grond van deze bestemming en functieaanduiding zijn bedrijven tot en met categorie 4 toegestaan die staan genoemd in de bedrijvenlijst die als bijlage 1 bij het bestemmingsplan zit en bedrijven die naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn. Op grond van de functieaanduiding is een verwerkingsbedrijf voor dierlijke slachtbijproducten toegestaan.
De verwerking van swill en producten over datum passen binnen de huidige bedrijfsbestemming. Het vergisten van dierlijke bijproducten, swill en producten over datum wordt aangemerkt als het verwerken van afvalstoffen. Op grond van de bedrijvenlijst zijn binnen de huidige bedrijfsbestemming afvalverwerkingsbedrijven toegestaan waardoor deze activiteit niet strijdig is met het bestemmingsplan. Uit de aanmeldnotitie MER blijkt een verslechtering op het gebied van geluid en geur. Wat geur betreft zou dat alleen komen door afrondingsregels, maar dat is onzin want de afrondingsregels zijn in dit land niet veranderd. Bovendien lijken bepaalde aannames op het gebied van geur erg rooskleurig. Zo wordt bijvoorbeeld uitgegaan van een gemiddeld reinigingsrendement van twee andere installaties, in plaats van worst case uit te gaan van de minst presterende installatie, zoals gebruikelijk is. Dat de plannen binnen de gestelde milieunormen zouden vallen, zoals beweerd
wordt, betekent niet dat u de VVGB moet verlenen. U kunt voor de ruimtelijke ordeningsaspecten een eigen afweging maken. Antw Sonac/Fumo: De nieuw te realiseren Groen Gasinstallatie is een volledig gesloten systeem waardoor de mogelijke geuremissie nihil is. Daarnaast zijn middels nieuwe technieken mitigerende maatregelen genomen waardoor de totale geurbelasting, van de inrichting in zijn geheel, in de omgeving niet toeneemt. Sonac blijft qua geurbelasting binnen de huidig vigerende vergunning. Door het treffen van maatregelen komt er op de beoordelingspunten in de huidige vergunning geen extra geur in de omgeving bij ten opzichte van de vergunde situatie. Bij de vergunningaanvraag is een akoestisch onderzoek gevoegd. Daarin staat vermeld welke bronnen zijn aangevraagd en wat de effecten zullen zijn op de omgeving van Sonac. Dit akoestisch rapport is beoordeeld door de FUMO en akkoord bevonden. Bij vergunningverlening (en toetsing van de vergunningaanvraag) wordt de huidige juridische situatie vergeleken met de aangevraagde situatie. Voor wat betreft geluid neemt de belasting op de beoordelingspunten in de vergunning bij woningen niet toe.
Argument 2 luidt: “Het plan is stedenbouwkundig en landschappelijk inpasbaar.” Het is echter overduidelijk dat er een belangrijke verslechtering optreedt, gezien de enorme overschrijding van de in het bestemmingsplan toegestane bouwhoogte bij een heel groot aantal bouwwerken. Verder gaat er een deel van de voorgeschreven groenvoorziening verloren, wat landschappelijk en ecologisch een verslechtering van de leefomgeving is. U kunt daar dus een andere afweging in maken. De landschappelijke inpassing is een stoplap, wat de verslechtering bij lange na niet kan camoufleren of compenseren. Dit blijkt duidelijk uit de visualisaties in bijlage 2 van de raadsstukken. Bedenk daarbij ook dat de op de voorgrond geprojecteerde bomen vijf maanden in het jaar kaal zijn. Dit zijn bestaande, niet zo hoge bomen op gemeentegrond. De huidige groenstrook wordt deels verwijderd. De landschappelijke inpassing bestaat uit het groen dat overblijft en wordt mogelijk nog een beetje verdicht doordat er indien nodig nog wat groen tussen wordt geplant. Antw gem: De maat en schaal (hoogte in relatie tot de huidige opstallen) van de uitbreidingswens bij SONAC is een ontwikkeling die stedenbouwkundig wordt gezien als passend in het huidige bebouwingsbeeld van het bedrijventerrein Sumar.
Naast de veelheid in vormentaal, die gebruikelijk is voor bedrijventerreinen, zijn wisselende bebouwingshoogten ook kenmerkend voor bedrijventerreinen. De door SONAC voorgestelde bouwhoogte en vormgeving sluit goed aan bij de maat en schaal van de bedrijvigheid langs het PM-kanaal. De groenzoom rondom de gewenste bouwwerken wordt vanuit de stedenbouwkundige context niet gezien als 'schaamgroen' dat het bebouwingsbeeld volledig aan het zicht moet onttrekken, maar wordt gezien als een verzachting van de buitenrand, als 'overgangszone'. Dat de bebouwing deels zichtbaar blijft (ook in de winterperiode als de bomen kaal zijn) is daarbij een gegeven. Of men de bebouwing van bedrijventerreinen als mooi of lelijk wil beschouwen is deels subjectief. Gelet op de bebouwingskarakteristieken van het bedrijventerrein Sumar, gelegen aan het PM-kanaal, sluit het planvoorstel van SONAC goed aan bij het huidige bebouwingsbeeld van het bedrijventerrein Sumar, te weten zeer divers in kleurstelling, bebouwingshoogte en vormentaal. Een typisch beeld van een industrieel gebied. Een dergelijk gebied heeft daarmee haar eigen charme en zeggingskracht. De nieuwe ontwikkeling heeft vanuit de context van bedrijventerreinen voldoende ruimtelijke kwaliteit. Of zoiets gezien mag worden of weggeplant moet worden kan deels als arbitrair worden beschouwd. Een ontwikkeling
zoals SONAC die voor ogen heeft wordt vanuit de stedenbouwkundige samenhang met alles wat langs het kanaal is gerealiseerd, daarom niet als een dissonant gezien. Het groen vormt daarbij een slechts verzachtende rand naar het gebied buiten de bedrijvenlocatie. De bouwhoogtes zijn passend bij de identiteit van het industriële gebied.
Argument 3 dat in het raadsvoorstel wordt aangevoerd is: “Het plan draagt bij aan een optimalisatie van het bedrijfsproces”. Dat het plan bijdraagt aan optimalisatie van het bedrijfsproces, heeft met efficiency en winstgevendheid te maken maar niks met ruimtelijke ordening. Dit argument mag u dus niet meewegen. Er staat ook nog bij “Hierdoor zal naar verwachting het aantal verkeersbeweging afnemen.” Afname van de verkeersbewegingen zou een ruimtelijk ordeningsargument kunnen zijn, maar de verwachting dat de verkeersbewegingen afnemen blijkt niet te kloppen. Dit is zowel in de aanmeldnotitie mer (bijlage 3) als in ruimtelijke onderbouwing (bijlage 1). In de aanmeldnotitie MER staat bijvoorbeeld: “De aangevraagde verandering voor de 10e productielijn, de Groen Gasinstallatie, zal niet van invloed zijn op de vergunde vervoersaantallen. Het betreft hierbij een verschuiving van grondstoffen binnen de inrichting van Sonac Burgum.” 3 Dus geen afname van vergunde transportbewegingen. Feitelijk waarschijnlijk zelfs een toename van transportbewegingen omdat nu minder dan de jaarlijks vergunde 700.000 ton slachtbijproducten wordt verwerkt. Bij toekomstige afname van aantallen geslachte dieren, een ontwikkeling die te verwachten is, zal het bedrijf waarschijnlijk krimpen, met verbeteringen van de milieusituatie als gevolg.
Antw gem: De vervoersbewegingen ten behoeve van de Groen Gasinstallatie passen binnen de vergunde totale vervoersbewegingen. De vergunde vervoersbewegingen zullen qua aantallen niet wijzigen, die zijn namelijk al gebaseerd op de huidige vergunde maximale totale verwerkingscapaciteit en deze zal niet veranderen. Argument 4 van het raadsvoorstel luidt: “Het plan draagt bij aan de duurzaamheidsdoelen van de gemeente Tytsjerksteradiel.” Dat het plan bij zou dragen aan de duurzaamheidsdoelstelling van de gemeente is geen ruimtelijke ordeningsaspect en mag u dus niet meewegen ten voordele van de gevraagde VVGB. (Overigens wordt ook niet concreet gemaakt aan welk duurzaamheidsdoel het bijdraagt en hoe.) Het is opvallend dat met de grote nieuwe geurbronnen de geurimmissie toch ongeveer gelijk lijkt te blijven met hetgeen nu maximaal vergund is. Dit betekent waarschijnlijk dat met toepassing van goede technieken op de huidige bedrijfsvoering die geurhinder al veel lager kan zijn dan vergund is. Uit de stukken is op te maken dat de nu toegestane geurbelasting met het nemen van maatregelen verminderd kan worden. De technieken voor geurreductie worden steeds beter. Sonac heeft de afgelopen jaren al een enorme verbetering bereikt, maar de toegestane geurhinder ligt nog steeds fors boven de provinciale richtwaarde.
Alleen bij uitzondering mogen bestaande bedrijven boven de richtwaarde voor geurhinder uitkomen. Met de aangevraagde vergunning wil men de reductie die met bepaalde maatregelen wordt bereikt of al is bereikt, direct weer benutten door de mogelijkheid om de stoomketels 100% op vet te stoken. Daardoor zal de geuremissie per uur van de stoomketels uit de gemetselde schoorsteen bijvoorbeeld met plm. 30 % toenemen. De in de huidige vergunning vastgestelde geurnormen worden door het bedrijf beschouwd als een quotum, waarvan je moet zorgen dat je het weer volmaakt, om te voorkomen dat de normen naar beneden worden bijgesteld. 3
In de ruimtelijke onderbouwing staat op blz.7 : De vergunde vervoersbewegingen zullen qua aantallen niet wijzigen, die zijn namelijk al gebaseerd op de huidige vergunde maximale totale verwerkingscapaciteit van de totale inrichting van Sonac Burgum en deze zal niet veranderen.
Terwijl men 14 miljoen kub ‘groen’ gas per jaar gaat produceren komt men de omgeving niet tegemoet met vermindering van geur, terwijl dit technisch goed mogelijk is. De vertegenwoordigers van Sonac en de FUMO zullen u zometeen gaan vertellen dat het allemaal eigenlijk niet anders kan dan zoals het nu aangevraagd is. Trapt u daar niet in. Uit voorbeelden elders in de provincie, bijvoorbeeld Bio Energy Holwerd, blijkt dat het bedrijf stapje voor stapje, dankzij vasthoudendheid van de omwonenden, veel meer mogelijk is dan volgens het bedrijf en de FUMO eerst mogelijk werd geacht. Bij bedrijven in Wâlterswâld en Marrum blijkt ook dat de FUMO te veel geurhinder voor de omgeving heeft toegestaan. De stank is daar niet dankzij de FUMO maar dankzij omwonenden en ondanks de FUMO na jaren van ellende verminderd. Antw Sonac/Fumo: De nieuw te realiseren Groen Gasinstallatie is een volledig gesloten systeem waardoor de mogelijke geuremissie nihil is. Daarnaast zijn middels nieuwe technieken mitigerende maatregelen genomen waardoor de totale geurbelasting, van de inrichting in zijn geheel, in de omgeving niet toeneemt. Sonac blijft qua geurbelasting binnen de huidig vigerende vergunning. Antw gem: Het doel van Tytsjersteradiel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het opwekken van groen gas voor circa 12.000 huishoudens sluit hierop aan.
Concluderend vraag ik u om een (ontwerp)weigeringsbesluit VVGB te nemen omdat er sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Overigens is de voorgestelde VVGB is heel vaag omschreven, er wordt in het besluit alleen verwezen naar een niet nader gespecificeerde aanvraag omgevingsvergunning , zonder aan te geven voor welke afwijkingen en onder welke voorwaarden de verklaring wordt afgegeven. Als u als gemeenteraad ooit een VVGB gaat verlenen dan is het wel van groot belang dat precies omschreven is voor welke afwijkingen van het bestemmingsplan en onder welke voorwaarde de VVGB wordt verleend. Zoals het nu omschreven is levert uw raad zich volledig uit aan het bedrijf en de provincie.
Vragen: Aan Sonac of FUMO: In de raadsstukken wordt een aanvraag van 25 april 2023 genoemd waarop de uitgebreide procedure van toepassing is. Op officielebekendmakingen.nl is ook een aanvraag d.d. 26 mei 2023 voor een milieuneutrale wijziging m.b.t. de plannen genoemd. Hoe zit dit? Heeft het bedrijf twee aanvragen lopen voor de plannen? Is er een alternatief plan dat wel milieuneutraal is en waarvoor geen VVGB nodig is? Antw gem: De aanvraag is in twee delen aangevraagd. Voor het afwijken van het bestemmingsplan, wat uit twee delen bestaat, en het onderdeel milieu (fase 1) wordt de uitgebreide procedure gevolgd. Voor het onderdeel bouwen (fase 2). Kan de reguliere procedure worden gevolgd.