7b - Bijlage 1 - Oude gedragscode met gedragsregels voor bestuurders (2011)
Tekst van het document
Stuknummer: S2011-06066 Gedragscode met gedragregels voor bestuurders
Inleiding Het doel van deze gedragscode, met uitwerkingen in gedragsregels, is om de bestuurders van de gemeente - de burgemeester en de wethouders - een houvast te bieden bij het bepalen van normen over de integriteit van het bestuur.
De code kan de discussie stimuleren om tot regels te komen die men in de eigen omstandigheden kan hanteren.
De code geldt zowel voor het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) als geheel als voor zijn leden afzonderlijk. Op grond van artikel 41c, lid 2 en 69, lid 2 Gemeentewet stelt de raad voor de wethouders en de burgemeester een gedragscode vast. Deze gedragscode voorziet hierin.
De bestuurders zijn op de naleving van de gedragscode aanspreekbaar. Als zij zich er niet aan houden, kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en voor hun positie.
Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling in aanvulling op de
wettelijke regels. Naast deze code bestaan er voorschriften die in wet of ergens anders
geregeld zijn. Bijvoorbeeld over fraude en valsheid in geschrifte. Dit soort voorschriften zijn niet in de code opgenomen.
De code is belangrijk als beoordelingskader bij vragen, twijfels en discussies. De code bevat normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen en regels over procedures die moeten worden gevolgd.
De code bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel, de eigenlijke gedragscode, beschrijft een aantal kernbegrippen. Zij vormen als het ware de algemene uitgangspunten.
He tweede onderdeel bevat de feitelijke gedragsregels. Daarbij is er een onderverdeling in: 1. algemene bepalingen
2. bepalingen over belangenverstrengeling 3. bepalingen over informatie
4. bepalingen over geschenken, diensten en uitnodigingen
5. bepalingen over bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen, buitenlandse reizen en voorzieningen
Deel I
Gedragscode
De bestuurders van Tytsjerksteradiel, dat zijn de leden van het college, (hierna: de
bestuurders) stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde.
De belangen van de gemeente, en in het verlengde daarvan die van de burgers, zijn het primaire richtsnoer.
Integriteit van de bestuurders houdt in dat de verantwoordelijkheid die met de functie van
bestuurder samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen.
Enkele kernbegrippen zijn daarbij leidend: verantwoordelijk, aanspreekbaar, dienstbaar en onafhankelijk.
Verantwoordelijk De bestuurders zijn zich bewust van de bijzondere positie die zij als bestuurders
maatschappelijk gezien innemen. Dat houdt in dat zij respectvol omgaan met alle burgers en
alle organisaties, de Raad van Tytsjerksteradiel, de raads- en andere commissies op grond van de Gemeentewet, de eigen organisatie en met elkaar.
Zij zijn zorgvuldig in de wijze waarop zij omgaan met kennis en informatie, financiële middelen en andere zaken waarover zij in het kader van hun functie kunnen beschikken.
Zij zijn steeds transparant in hun handelen en bereid daarover verantwoording af te leggen. Aanspreekbaar
Men moet altijd kunnen rekenen op de bestuurders. Zij houden zich aan hun afspraken. Zij spreken ook de eigen organisatie en elkaar aan op het niet nakomen van afspraken en creëren daarmee een cultuur waarin voor vrijblijvendheid geen plaats is. Dienstbaar
De bestuurders werken ten dienste van de bevolking van Tytsjerksteradiel. Hun handelen is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente.
Zij zorgen dat iedere schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden. Onafhankelijk
Het handelen van de bestuurders wordt gekenmerkt door onafhankelijkheid: er treedt geen vermenging op met oneigenlijke belangen en ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.
2
Deel II Gedragsregels
1. Algemene bepalingen 1. De gedragsregels gelden voor de bestuurders, tenzij uit de tekst van een gedragsregel anders blijkt.
2. In gevallen waarin de gedragsregels niet voorzien of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college.
3. De gedragscode en de gedragsregels zijn openbaar en op toegankelijke wijze te raadplegen.
4. Bestuurders ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode en de gedragsregels.
5. Een bestuurder is aanspreekbaar op de naleving van de gedragscode en de gedragsregels. 2. Belangenverstrengeling 1. Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen.
2. Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.
3. Een oud-bestuurder wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn/haar ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.
4. Als de onafhankelijke oordeelsvorming van een bestuurder over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij/zij bij de besluitvorming daarover aan, in hoeverre het onderwerp hem/haar persoonlijk aangaat.
5. Een bestuurder die familie - of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
6. Een bestuurder neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen
geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn/haar onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden.
7. Een bestuurder vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de bestuurlijke functie.
8. Een bestuurder geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn/haar nevenfuncties op grond van zijn/haar bestuurdersambt, en van zijn/haar andere nevenfuncties aan voor welke organisaties de nevenfuncties worden verricht, wat het tijdsbeslag is, of de functies bezoldigd zijn en, zo ja, wat de inkomsten uit de functies zijn.
9. Een bestuurder behoudt geen inkomsten uit een nevenfunctie op grond van het bestuurdersambt, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen dan ten goede aan de kas van de gemeente.
Voor een voltijds
3
bestuurder vindt verrekening plaats met inkomsten uit andere nevenfuncties dan die op grond van het bestuurdersambt. *
3. Informatie 1. Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij/zij uit hoofde van zijn/haar ambt beschikt.
Hij/zij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke
gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn.
2. Een bestuurder houdt geen informatie achter die nodig is om een compleet beeld van een zaak te krijgen.
3. Een bestuurder verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is.
4. Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn/haar persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van in het ambt verkregen informatie.
5. Een bestuurder gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten en met de sociale media van de gemeente.
4. Geschenken, diensten en uitnodigingen 1. Een bestuurder accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten als zijn/haar onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij/zij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen.
2. Geschenken en/of giften die een bestuurder in verband met zijn/haar functie ontvangt worden gemeld bij de gemeentesecretaris en geregistreerd.
Het geschenk of de gift wordt eigendom van de gemeente. Er wordt door de gemeente een passende bestemming voor gezocht.
3. Geschenken die een geringe waarde vertegenwoordigen – met een bovengrens van 25 euro – worden wel gemeld bij de gemeentesecretaris, maar hoeven niet te worden geregistreerd en kunnen door de bestuurder worden behouden.
4. Bij kerstpakketten en andere geschenken of giften die rond de kerst worden aangeboden
geldt het volgende uitgangspunt: Als er sprake is van meer dan één kerstpakket of geschenk of gift per bestuurder, dan worden deze extra pakketten, geschenken en/of giften ter verloting binnen de gemeentelijke organisatie ingebracht.
In afwijking hiervan kan de bestuurder besluiten aan te sluiten bij een eventueel, door de
directie van de gemeentelijke organisatie te nemen, besluit om de in de organisatie
ontvangen extra pakketten, geschenken en/of giften al of niet voor een goed doel te bestemmen.
5. Geschenken of giften worden niet op het huisadres ontvangen. Als dit toch is gebeurd, meldt een bestuurder dit in het college, waarna er daar een besluit over het al of niet terugsturen van het geschenk of de gift wordt genomen.
6. Kortingen, anders dan die collectief bepaald zijn, op privé goederen en andere gunsten in verband met de functie van bestuurder worden niet geaccepteerd.
* Zie de noot/toelichting aan het einde van de gedragscode 4
7. Als een bestuurder een incidentele inspanning doet ten behoeve van een derde, dan kan hij/zij een vergoeding in de vorm van bijvoorbeeld een cadeaubon of een fles wijn
accepteren, als blijk van waardering voor deze inspanning. De omvang van deze vergoeding moet niet buitensporig zijn. Een vergoeding in de vorm van een geldbedrag komt ten goede van de gemeente.
8. Een bestuurder meldt uitnodigingen voor reizen, bijeenkomsten, evenementen, diners en vergelijkbare activiteiten college. **
die hij ontvangt in verband met zijn/haar functie, in het
9. Bij uitnodigingen voor reizen, bijeenkomsten, evenementen, diners en vergelijkbare activiteiten op kosten van derden is het uitgangspunt is, dat een bestuurder niet op
kosten van derden reist. Als deelname aan een reis functioneel is, dan is er sprake van een dienstreis en gelden de regels voor dienstreizen.
Als er sprake is van duidelijk gezamenlijke belangen, dan kan in overleg in het college worden bepaald, dat reiskosten geheel of gedeeltelijk voor rekening van derden komen.**
5. Bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen, buitenlandse reizen en voorzieningen 1. Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een bestuurder is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden.
2. Een bestuurder declareert geen kosten die al op een andere wijze worden vergoed.
3. In geval van twijfel omtrent een declaratie of over het gebruik van een creditcard door een bestuurder wordt dit voorgelegd aan de burgemeester en zonodig ter besluitvorming aan het college voorgelegd.
In het geval dat het bij de betrokken bestuurder om de
burgemeester gaat, wordt de zaak aan de eerste loco-burgemeester voorgelegd.
4. Een bestuurder die het voornemen heeft uit hoofde van zijn/haar functie een
buitenlandse reis te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of buitenlands
werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.
De gemeenteraad wordt van de besluitvorming in het college op de hoogte gesteld.
5. Een bestuurder meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging
daartoe in het college. Hij/zij verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de
bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het reisgezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
6. Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een bestuurder naar en in
het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.
7. Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen op kosten van derden of op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval in de besluitvorming betrokken. ** Zie de noot/toelichting aan het einde van de gedragscode 5
8. Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privé-doeleinden is toegestaan, mits
dit is betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de politieke ambtsdrager.
9. Gebruik van gemeentelijke eigendommen of – voorzieningen voor privé-doeleinden is in principe niet toegestaan.
Beperkt privé-gebruik van faciliteiten als internet, e-mailen of telefoon is in redelijkheid
toegestaan. Ook kunnen er in het kader van de rechtspositieregelingen en de Verordening
rechtspositie
wethouders,
raads-
en
commissieleden
faciliteiten
beschikbaar worden gesteld die mee voor privé-doeleinden kunnen worden gebruikt.
* Noot/toelichting De bepaling 9 van hoofdstuk 2 heeft te maken met (nieuwe) wetgeving die voortkomt uit de voorstellen van de commissie Dijkstal. Ook de inkomsten die niet behoren bij het ambt moeten nu worden verrekend. Achtergrond daarvan is dat de tijdsbesteding aan niet bij het ambt behorende werkzaamheden invloed heeft op de tijdsbesteding voor het ambt. Voor voltijds bestuurders geldt nu dezelfde verrekeningssystematiek als voor de leden van de Tweede Kamer. Er is o.a. een vrijstelling voor 14% van de bezoldiging en overgangsrecht voor in 2010 zittende bestuurders. **Noot/toelichting Bij de bepalingen 8 en 9 van hoofdstuk 4 gaat het in principe om die uitnodigingen waarin een bestuurder geïnteresseerd is. Bij ‘de derde’ in bepaling 9 gaat om een persoon, bedrijf, instelling of instantie die een eigen belang heeft bij besluitvorming van de gemeente in een bepaalde richting, in de nabije of een verder gelegen toekomst.
6