3 - Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
de milieusituatie;
C. de woonsituatie; D. de landschappelijke waarden; E.
de cultuurhistorische waarden;
F.
de ontsluitingssituatie;
G. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
40
en mits er sprake is van: −
voldoende
parkeergelegenheid
welke
in
stand
wordt
gehouden,
overeenkomstig de normen in de beleidsregels uit bijlage 2 van het GVVP. Als deze beleidsregels worden gewijzigd wordt met die wijziging rekening gehouden.
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
41
Artikel 10 10.1
Waarde - Woudenlandschap
Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Landschap (Woudenlandschap)’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap met in achtneming van de specifieke kenmerken van de deelgebieden binnen het woudenlandschap (dykswâlenlandschap in blokverkaveling en Fries essenlandschap), met dien verstande dat: A. de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van waarde – houtsingel 1”, uitsluitend zijn bestemd voor het in stand houden van houtsingels; B.
de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van waarde – houtwal (dykswâl)", uitsluitend zijn bestemd voor het in stand houden van dykswâlen (houtwallen).
10.3
Wijzigingsbevoegdheid
10.3.1
Wijzigen Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: A. de aanduiding "specifieke vorm van waarde – houtsingel 1" wordt aangebracht, mits de houtsingel een structuurbepalend karakter krijgt; B.
de aanduiding “specifieke vorm van waarde – houtwal (dykswâl)" wordt aangebracht mits: −
de dykswâl (houtwal) is aangelegd ter compensatie van een te verwijderen of verwijderde dykswâl;
−
uit
onderzoek
blijkt,
dat
een
dykswâl
(houtwal)
alsnog
als
structuurbepalend, cultuurhistorisch waardevol en / of ecologisch waardevol moet worden aangemerkt; C. de dubbelbestemming 'Waarde - Woudenlandschap' wordt verwijderd.
10.3.2
Criterium Burgemeester
en
lid 10.4.1 bedoelde onevenredige
wethouders
kunnen
toepassing
wijzigingsbevoegdheid,
afbreuk
wordt
gedaan
geven
indien aan
de
aan
hierdoor
een
in
geen
cultuurhistorische,
landschappelijke en natuurwaarden van het woudenlandschap met in achtneming van de specifieke kenmerken van de deelgebieden binnen het woudenlandschap.
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
42
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 12 12.1
Algemene bouwregels
Welstandscriteria De door het plan geboden ruimte ten aanzien van de situering en de maatvoering van bouwwerken, kan nader worden ingevuld door de in aritkel 12a van de Woningwet bedoelde welstandscriteria.
12.2
Windturbines Er zullen geen windturbines worden gebouwd.
Artikel 13
Algemene gebruiksregels A. Tot een gebruik strijdig, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: 1.
het gebruik van de gronden voor het storten, deponeren of lozen van puin en andere vaste of vloeibare afvalstoffen;
2.
het gebruik van de gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming(en) toegelaten (bouw)activiteiten en werken en werkzaamheden;
3.
het gebruik van de gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijke gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming(en)
toegelaten
(bouw)activiteiten
en
werken
en
werkzaamheden; 4.
het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
5.
het gebruik van gronden en bouwwerken en het bouwen van bouwwerken indien dit leidt tot een stikstofdepositie op een overbelast stikstofgevoelig Natura 2000-gebied hoger dan 0,00 mol/ha/j.
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
43
Artikel 14 Algemene voorwaardelijke verplichtingen 14.1
Parkeren A.
Op grond van het bepaalde in de planregels mogen de voor de verschillende bestemmingen aangewezen gronden daarvoor slechts worden
bebouwd
onder
de
voorwaarde
dat
voldoende
parkeergelegenheid voor auto’s wordt gerealiseerd of in stand gehouden. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan bijlage 2 van het GVVP, die is opgenomen als bijlage 2 bij de regels van dit bestemmingsplan; B.
Als de onder sub 1. bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
14.2
Landschappelijke inpassing Onder verboden gebruik wordt mede verstaan een gebruik overeenkomstig de bestemming indien niet binnen één jaar na gereedmelding van de vrijstaande en twee onder één kapwoningen, de gronden zijn ingericht en in stand worden gehouden overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan dat is opgenomen in bijlage 3 bij de regels.
14.3
Bluswatervoorzieningen Onder verboden gebruik wordt mede verstaan een gebruik overeenkomstig de bestemming indien niet binnen één jaar na gereedmelding van de bebouwing, te borgen dat de nieuw te realiseren weg voldoet aan de eisen ten aanzien van de bereikbaarheid en een brandkraan wordt gerealiseerd vóór de twee onder één kapwoningen met een minimale opbrengst van minimaal 500 l/min.
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels Burgemeester en Wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat: A. de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’ wordt aangebracht, mits: 1.
op basis van archeologisch onderzoek aannemelijk is gemaakt dat er te behouden archeologische waarden aanwezig zijn;
B.
de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ wordt aangebracht, mits: 1.
dit noodzakelijk is ten behoeve van de bescherming, ophoging en verbetering
van
de
gronden
met
een
waterkerende
en/of
waterregulerende (neven)functie; 2.
dit noodzakelijk is voor het bevorderen van de nautische veiligheid op een (naastgelegen) vaarwater;
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
44
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 16 16.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken A. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd
of
veranderd,
mits
de
aanvraag
van
de
omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. B.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in sublid A. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het sublid a. met maximaal 10 %.
C. Sublid A. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
16.2
Overgangsrecht gebruik A. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. B.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid A., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
C. Indien
het
gebruik,
bedoeld
in
sublid
A.,
na
het
tijdstip
van
inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. D. Sublid A. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
45
Artikel 17 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het Bestemmingsplan 'Uitbreidingsplan Eastermar'.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van
De voorzitter,
Regels bestemmingsplan - Uitbreidingsplan Eastermar
De griffier,