260507 - Verslag op hoofdlijnen eerste gesprek informateurs - VVD
Tekst van het document
Verslag op hoofdlijnen eerste gesprek informateurs VVD Datum Tijd Aanwezig
7 mei 2026 16.00 – 16.45 uur Mevr. S.J.F. van der Graaf (informateur), dhr. A. Droog (informateur), mevr. D. Wagenaar (VVD), dhr. S. Hoekstra (VVD), mevr. A. Dam (raadsgriffier) en mevr. J.A. Reitsma (griffiemedewerker/verslag)
Inleiding Op 7 mei 2026 vond een gesprek plaats tussen de informateurs en vertegenwoordigers van de fractie van de VVD. In het gesprek is teruggeblikt op de afgelopen bestuursperiode en vooruitgekeken naar de komende periode. De VVD kijkt positief terug op de afgelopen jaren, waarin volgens de fractie sprake was van een goede bestuursperiode. De VVD geeft aan vooral de verbeterde samenwerking in de raad te willen meenemen. In vergelijking met de periode 2018–2022, waarin de tegenstelling tussen coalitie en oppositie scherp werd ervaren, is de afgelopen periode meer sprake geweest van samenwerking en inhoudelijk debat. Het werken met een raadsprogramma heeft hier volgens de VVD nadrukkelijk aan bijgedragen. Wat de VVD achter zich wil laten is de sterke interne focus van het bestuur in verband met organisatieontwikkelingen zoals de ontvlechting. Coalitiebereidheid en -geschiktheid De VVD benadrukt dat de verkiezingsuitslag een belangrijk uitgangspunt is bij coalitievorming. Vanuit dat perspectief wordt een combinatie van CDA, BFTD en FNP als logisch benoemd. Tegelijkertijd plaatst de VVD hierbij vraagtekens bij de bestuurlijke stabiliteit en het draagvlak van BFTD, onder meer vanwege de beperkte bestuurlijke ervaring, de jonge samenstelling en daardoor minder dossierkennis in de fractie en de recente gebeurtenissen.
De VVD geeft aan in beginsel met alle partijen samen te kunnen werken en sluit niemand uit. Ten aanzien van BFTD wordt gewezen op het populistische AZC-standpunt, waar de VVD zich ongemakkelijk bij voelt. Inhoudelijk ziet de VVD wel dat het samen met de BFTD het rechtse geluid vertolkt. De VVD ziet meerdere coalitievarianten als denkbaar. Tot de voorkeursvariant behoort een coalitie van CDA, FNP, VVD en ChristenUnie. Twee middenpartijen met een rechtse en linkse partij er bij, zo'n brede coalitie past ook bij een raadsprogramma. Een andere optie is de combinatie van CDA, FNP, VVD en BFTD genoemd, de VVD draagt dan bij aan de stabiliteit. Ook andere varianten, zoals CDA, PRO, VVD, eventueel aangevuld met CU, of CDA, VVD en PRO evt met FNP worden genoemd. De VVD benadrukt geen uitgesproken voorkeur te hebben voor een kleine of juist bredere coalitie, mede omdat er al een breed gedragen raadsprogramma ligt. Draagvlak voor het raadsprogramma De VVD onderschrijft het vastgestelde raadsprogramma. Het programma wordt gezien als een solide basis waarbinnen zowel een kleinere als een bredere coalitie kan functioneren.
Tegelijkertijd benadrukt de VVD het belang van realistische prioritering en oog voor de financiële gevolgen voor inwoners. De partij vindt het belangrijk dat ambities uit het raadsprogramma worden afgewogen tegen de ontwikkeling van gemeentelijke lasten en het behoud van draagvlak in de samenleving. Aanvullend coalitieakkoord Volgens de VVD is het wenselijk om in een coalitieakkoord nadere concretisering en prioritering aan te brengen, met name op het gebied van woningbouw en de investeringsagenda in relatie tot de financiële positie van de gemeente en bijbehorende lasten van de inwoners. Daarnaast noemt de VVD de gemeentelijke rol bij grote investeringsprojecten als aandachtspunt. De partij pleit voor terughoudendheid bij een risicodragende ondernemersrol van de gemeente bij nieuwe grootschalige projecten. Het is belangrijk eerst ervaring op te doen met lopende projecten voordat nieuwe investeringen worden aangegaan. Stabiliteit en bestuurbaarheid De VVD hecht groot belang aan stabiliteit, bestuurlijke ervaring en dossierkennis binnen een toekomstige coalitie en het college. Hoewel vernieuwing waardevol kan zijn, vindt de VVD het cruciaal dat een college beschikt over voldoende inhoudelijke kennis en netwerk om complexe dossiers te kunnen dragen. Er is geen uitgesproken voorkeur voor een krappe of ruime meerderheid van een coalitie.
Wethouders De VVD geeft aan dat het ambitieuze raadsprogramma mogelijk vraagt om meer bestuurlijke capaciteit dan drie wethouders. Een college met een vierde wethouder of een constructie met extra fte’s (bijvoorbeeld 3,5 à 3,6 wethouder) wordt als reëel en bespreekbaar gezien. De VVD staat ervoor open om hier zelf een bijdrage aan te leveren. Dineke Wagenaar is de wethouderskandidaat. De VVD ziet op basis van de bij hen bekende wethouderskandidaten op voorhand bij meerdere partijen capabele bestuurders bij CDA, FNP, PRO en ChristenUnie. De hen bekende wethouderskandidaat van de BFTD heeft potentie maar mist de benodigde dossierkennis en ervaring. Afronding De VVD onderstreept tot slot haar bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen in de komende bestuursperiode en bij te dragen aan een stabiel en daadkrachtig bestuur. De VVD ziet zichzelf als een betrouwbare bestuurspartner en benadrukt het belang van samenwerking, realisme en een goede balans tussen ambitie en draagvlak voor de gemeenschap.